Author Archive

Europese Groenen discussiëren

vrijdag, oktober 14th, 2011

DE SOCIALE DIMENSIE IN HET EU-BELEID

Het sociale beleid in de EU is vrijwel geheel voorbehouden aan de lidstaten. Er zijn wat kleine elementen EU-beleid geworden zoals de gelijke beloning van mannen en vrouwen en (een poging om meer eenheid te krijgen in) de duur van het zwangerschapsverlof. Vroeger werd altijd gezegd, dat wij in Nederland zo’n fantastisch goed sociaal beleid hadden, dat we er alleen maar op achteruit zouden gaan als de EU zich ermee zou gaan bemoeien. Inmiddels is in Nederland op zoveel terreinen een verslechtering van het beleid opgetreden, dat we maar al te vaak moeten constateren, dat de EU ervoor zorgt, dat het niet te erg uit de hand loopt. Voor de huidige regering is het alleen maar mooi, dat de EU er buiten blijft. Ze kan rustig doorgaan met het uitkleden van de verzorgingsstaat.

De Europese Groene Partij, een bundeling van Groene partijen van allerlei Europese staten, al dan niet lid van de EU, wil wat betreft het sociaal beleid toch tot een gemeenschappelijke visie komen. Tussen al die partijen bestaan grote verschillen. Een document, te vinden op de site van de Werkgroep Europa van GroenLinks, tracht tot een definiëring van sociaal beleid te komen. Wat de EU daarbij zou moeten doen is nog niet duidelijk. Nu gaat het vooral om de sociale aspecten van de New Green Deal. Hoe creëer je groene banen? Hoe bereid je de werknemers daarop voor? In het tweede deel gaat het over sociale tegenstellingen. Bij GroenLinks hebben die de laatste jaren minder aandacht gekregen, omdat ,em vooral keek naar manieren om iedereen aan een baan te helpen. Dan verminder je de sociale verschillen ook. Je laat de mensen niet levenslang in een afhankelijke situatie. Daardoor lijkt GroenLinks ook in sociaaleconomisch opzicht een liberale partij te worden. Dat maakt mij af en toe best ongerust over deze koers. Wat doe je als het niet lukt iemand aan werk te helpen, zelfs niet aan werk, dat de gemeentelijke overheid jou aanbiedt? Maar het zou kunnen werken als je het combineert met scholing en de mensen steeds een trede hoger op de maatschappelijke ladder komen. Hoe zorg je dat werkgevers meewerken? Wat doe je met de beroepswerkloze? Er zijn mensen, die het wel mooi vinden altijd in een uitkeringssituatie te zitten en die weinig eisen stellen. Maar tijdens de discussie, die ik meemaakte ging het daar niet zozeer over.

Terug naar de EU, die op sociaal gebied niet of nauwelijks bevoegdheden heeft. De EU kan wel stimuleren door een sociaal beleid te ontwikkelen met duidelijk meetbare doelen. De uitvoering van dat beleid is aan de lidstaten. Ze moeten rapporteren. Wat is er van de doelstellingen terecht gekomen? Dat wordt gepubliceerd. Maar halen die cijfers de media? Worden er dan de volgende dag Kamervragen gesteld? Vergeet het maar. Het zou wel moeten! De EU kan bij falen geen sancties opleggen.

Het ontbreken van Europese regels kan zeer asociaal uitpakken. Jarenlang onderhield een Finse rederij een veerverbinding tussen Helsinki en Tallinn. Toen kwam Estland bij de EU. De rederij verplaatste zijn hoofdkantoor naar Tallinn en plotseling golden de veel slechtere Estse arbeidsvoorwaarden. Volgens het Europese Hof mocht dat, want er waren geen regels, die het verboden. Die lacune in de regelgeving wordt nu hersteld. Zo moet een Nederlandse onderneming zijn Poolse vrachtautochauffeurs betalen volgens de Nederlandse cao. De EU kan de Nederlandse regering erop wijzen, dat bezuinigen op onderwijs en innovatie slecht is voor de economie.

De EU heeft wel duidelijk beleid voor meer werkgelegenheid. Dat sociaaleconomische beleid kan helpen bij de bestrijding van de armoede en van regionale verschillen in welvaart. De EU heeft altijd een regionaal-economisch beleid gekend. Zo werden de oude mijnbouw- en industriegebieden geholpen bij de herstructurering van de economie en dat gold ook voor gebieden, waar arbeidsintensieve industrie verdween zoals de Twentse textielindustrie en voor eenzijdige agrarische gebieden, waar door de rationalisatie een enorme uitstoot van arbeidskrachten plaatsvond. Niet overal was dit beleid succesvol. Nieuwe wegen en industrieterreinen aanleggen leidt niet automatisch tot vestiging van nieuwe industrieën. Welke initiatieven komen uit de streek zelf? Is men in staat de slimme jonge mensen vast te houden? Hoe is het belastingklimaat? Zijn er machtige vakbonden, zoals in het Ruhrgebied? Is er een ondernemersvriendelijk bewind? Is er veel corruptie en cliëntelisme? Werkt de overheid efficiënt? Is er een goede economische infrastructuur? Denk aan notarissen, makelaars, advocaten, banken, verzekeringen, reclamebureaus, bodediensten en ICT-bedrijven? Hoe is de ligging ten opzichte van een koopkrachtige markt? Zijn er voldoende hooggeschoolde arbeidskrachten en/of juist ook laaggeschoolde goedkope weknemers?  In een aantal economisch sterke regio’s zie je deze vestigingsvoorwaarden in sterke mate aanwezig. Ze concurreren heel sterk met elkaar, maar werken ook samen. De economie en daarmee de werkgelegenheid blijft er groeien. Veel mensen vestigen zich daar, zoals in de Randstad te zien op de openingspagina van de Volkskrant de volgende dag. Tegenover die sterke gebieden zijn er veel zwakke regio’s, na de uitbreiding van de EU nog veel meer dan vroeger. Veel geld per regio is niet beschikbaar. Ik raak er steeds meer van overtuigd, dat het vooral van de mensen in zo’n regio uit moet gaan. In vertrekgebieden hoef je daar niet op te rekenen. Het worden dun bevolkte agrarische gebieden met eventueel wat toerisme. Als je van rust houdt is het daar geweldig wonen, maar veel voorzieningen moet je er niet verwachten.

Jaargang 4, nr. 183.

Wisseling van wethouders

zaterdag, oktober 8th, 2011

DE KUNST VAN HET HAALBARE

Wethouders en gemeenteraden worstelen nog steeds met het dualisme. Menig wethouder is al dan niet gedwongen afgetreden. Wethouders zijn niet langer lid van de gemeenteraad en van hun fractie. Het College staat los van de Raad, zoals de regering los staat van het parlement. Normaal steunt de regering op een meerderheid in beide kamers van het parlement. Bij sommige kwesties moet de huidige regering steun zoeken bij andere partijen dan de regeringspartijen en gedoogpartner PVV. Dat vraagt dan het nodige overleg, eventueel in achterkamertjes. Zo kan het beleid bijvoorbeeld pro-Europees blijven. Nu een nieuwe bankencrisis voor mogelijk wordt gehouden met een nieuwe economische crisis moeten VVD, CDA en PVV opnieuw om de tafel. Moet er nog meer bezuinigd worden, is de vraag. Bekend was ook het zogenaamde torentjesoverleg tussen regeringspartners om over nieuwe kwesties tot overeenstemming te komen. Frustrerend voor de oppositie, want die werd zo buitenspel gezet. Voor het overleg met de kamer was over het onderwerp al beslist.

Deze Haagse mores zouden leerzaam kunnen zijn om onnodige spanningen tussen de Raad en het College of een individuele wethouder te voorkomen. Over sommige zaken beslist het College op grond van de wet of van afspraken met de Raad. De Raad houdt zich bezig met de hoofdlijnen, niet met details of met de uitvoering. Tegelijk dient de Raad het werk van het College te controleren. Dan kan blijken, dat de Raad niet gelukkig met iets is. Hoe kun je dat voorkomen? Een ervaren wethouder weet maar al te goed over welke zaken hij met de Raad kan botsen. De kunst is dan de Raad tijdig te informeren en eventueel tot overleg te komen. In elke raadsperiode moet beleid ontwikkeld worden over zaken, waarover niets in het coalitieakkoord is opgenomen. Ook dan is intensief overleg met de Raad geboden en in het bijzonder met en tussen de coalitiepartners.

Misschien gaat het vaker mis bij de dagelijkse gang van zaken. Een wethouder bereidt een besluit voor. Overleggend met de ambtenaren komt naar voren, dat iets wettelijk niet kan of economisch niet verantwoord is. Dat zal de Raad niet leuk vinden. Een slimme wethouder informeert de Raad onmiddellijk. Dat is beter dan met een compleet, maar afwijkend voorstel te komen, waardoor de Raad onaangenaam verrast is. De wethouder heeft voor 100% gelijk en toch is de Raad geïrriteerd, zeker als dat vaker voorkomt. Besluitvorming over ingewikkelde kwesties is een langdurig proces, waarin wethouder en Raad samen moeten optrekken. Soms zien we bij een College de neiging eigen beleid te ontwikkelen. Salarissen worden mede bepaald door het aantal inwoners. Het hoeft niet mee te spelen, maar het kan er wel toe leiden, dat een College wat eerder geneigd is in te stemmen met groeitaken, waar de bevolking niets van wil weten en als het goed is de Raad evenmin. Een College moet altijd beseffen, dat de Raad uiteindelijk de baas is. Dat is moeilijk, want een College heeft meestal een informatievoorsprong en is daardoor gemakkelijker geneigd ideeën van de Raad terzijde te schuiven. De zoveelste botsing volgt.

Een wethouder kan zo afhankelijk zijn van de ambtenaren, dat het eigenlijk de ambtenaren zijn die het beleid bepalen. Gewetensvolle ambtenaren dienen daarbij het belang van de gemeente, van de Raad en van de burgers. Ze houden rekening met de meningen in de Raad, maar de verleiding ligt op de loer eigen stokpaardjes te gaan berijden. Een goede wethouder staat tegenover de ambtenaren stevig in zijn schoenen.

In het dualistische stelsel is voortdurend overleg en een constante informatiestroom de kunst om uit de hand lopende spanningen tussen een wethouder en de Raad te voorkomen. De wethouder is de dienaar van de Raad.

Jaargang 4, Nr. 182 

Zienswijze Bunnikse Wijkverenigingen

zaterdag, oktober 8th, 2011

Deze zienswijze is opgesteld door de Bunnikse Wijkverenigingen. Zij zijn direct belanghebbenden. Ik ben onaangenaam getroffen door de veel lagere cijfers voor geluidsbelasing, die degrontmij heeft berekend. Deze firma heeft zich al eerder berucht gemaakt door het Rijsbruggerweg tracé zo gunstig mogelijk voor te stellen en alle andere tracé's zo ongunstig mogelijk. Bedenk wel, dat juist de Grontmijcijfers de grondslag vormen voor de beslissing het RBW aan te leggen. De Grontmij zou nooit meer overheidsopdrachten moeten krijgen.

Gedeputeerde Staten van Utrecht

T.a.v. de heer H. Schoen

Postbus 80300

3508 TH Utrecht                                                                                              Bunnik, 7 oktober 2011

 

Geachte heer Schoen,

 

Onderwerp: Zienswijze “Ontwerp inpassingsplan Verbindingsweg Houten-A12'”

 

Hierbij deel ik u mee dat ik het eens ben met de standpunten van de Bunnikse wijkverenigingen en de vraagtekens die ze stellen bij de juistheid en de vergelijkbaarheid van gegevens waarop het besluit voor de Rijsbruggerwegtrace (=RBW) is genomen.

 

En het aspect “leefbaarheid “ is geen onderdeel geweest bij de besluitvorming.

 

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) stelt dat “lawaai een ernstige bedreiging van de gezondheid van mensen is en de dagelijkse activiteiten van mensen op school, op het werk, thuis en in hun vrije tijd verstoort. Verkeerslawaai alleen al schaadt de gezondheid van bijna één op de drie Europeanen.”

 

Het wegverkeer is in Nederland de belangrijkste lawaaibron. Ongeveer driekwart van Nederlandse woningen heeft een jaargemiddelde geluidbelasting boven de 48 dB.

Uit gegevens van Rijkswaterstaat (Verbreding A12 Maarsbergen) blijkt dat er nu al meer dan 450 woningen in Bunnik een geluidsbelasting hebben tussen de 51 en 60 dB. Zie o.a. het kaartje.

Ook stelt Rijkswaterstaat dat een toename van 10 dB wordt ervaren als een verdubbeling van geluid. Bij enkele woningen aan de Groeneweg tussen de A12 en het spoor wordt een toename van 8 dB voorzien. En het geluid houdt niet op na de Groeneweg.

Door de veelal (zuid)westen- en zuidenwind is er nu al veel geluidsoverlast in Bunnik afkomstig van de A12. Dit neemt door de aanleg van de RBW alleen maar toe.

Immers waar de RBW via een ca. 8-10 meter hoog viaduct over de A12 komt is er nauwelijks sprake van geluidsdemping, omdat het geluid a.g.v. de aanwezige bebouwing niet wordt opgenomen. Er is hier sprake van een “akoestisch harde omgeving”.

 

Ook worden in het akoestisch onderzoek voor de RBW de geluidseffecten veel te rooskleurig voorgesteld. Het akoestisch onderzoek van Rijkswaterstaat t.b.v. de verbreding A12 laat andere (=hogere) waarden zien. Zie onderstaande voorbeelden.

Straat

Nr

Rijkswaterstaat

RBW Grontmij

 

Geluidsbelasting in dB zonder maatregelen

Geluidsbelasting in dB met maatregelen(ZOAB)

Geluidsbelasting in dB zonder maatregelen

Groeneweg

Zuidgevel en 2e verdieping

160

61,65.

59,66

49

168 – 170

61,90

59,93

55

172

66,73

64,80

56

Provincialeweg

2e verdieping

78

57,80

55,88

42

80

58,40

56,47

43

82-84

59,60

57,69

44

86-88

59,78

57,88

45

90

60,09

58,19

44

Hoefsmedenhof

7

52

50

37

 

Ik doe daarom een dringend beroep op u. Houd Bunnik leefbaar en heroverweeg uw besluit tot aanleg van de RBW en kies voor aanpassingen aan De Staart in Houten in combinatie met de Meerpaal variant. De gevolgen voor leefbaarheid zijn bij Houten beperkter omdat in die omgeving veelal bedrijfspanden liggen en er weinig bewoning is.

 

Hoogachtend,

Tweede deel Zienswijze inpassingsplan Verbindingsweg HoutenA12

vrijdag, oktober 7th, 2011

Nadere informatie brengt mij er toe nog een zienswijze aan de eerder ingezonden zienswijze toe te voegen.

Archeologische aspecten van de kruising met de Achterdijk

In mijn eerdere zienswijze heb ik ernstig bezwaar gemaakt tegen de keuze om de Achterdijk via een tunnel onder de nieuwe weg door te leiden. Nu verneem ik, dat de door mij voorgestelde oplossing tijdverlies zal opleveren omdat dan bij de Achterdijk archeologisch onderzoek nodig zou zijn. Onder de Achterdijk is mogelijk de limesweg verborgen, maar ook het Raaphofsepad is een mogelijkheid. Het verlengde hiervan loopt achter de boomgaard van de Wit langs en komt in de bocht op de Achterdijk uit. Aangezien hier een pad en een brede watergang komen te liggen is archeologisch onderzoek nodig. De sloten aan weerszijden van de nieuwe weg worden onder de Achterdijk door geleid. Daar zal een sleuf voor moeten worden gegraven, waarin een duiker wordt neergelaten. De sleuven bieden een bijzondere mogelijkheid om te achterhalen of de restanten van de limesweg daar inderdaad onder de huidige Achterdijk verborgen liggen. Ook daar dus al zorgvuldig en voorzichtig dus tijdrovend onderzoek.

Hoe was hier de situatie in de Romeinse tijd? Het maaiveld lag 0,5 tot1,00 Meter lager, want na de Romeinse tijd is er nog veel sediment afgezet, een prachtige bescherming voor al die verborgen archeologische schatten. Er stromde geen Rijnwater meer door de geul. De Rijn stroomde via Zeist en ongeveer op de huidige plek. Maar de geul voerde wel water uit het stroomgebied af, maar niet zo efficiënt als nu. Ter plaatse was een grillig gevormd meertje, overeenkomend met de oude beddingen op de geomorfologische kaart. Hoe zouden de Romeinen die oude bedding met hun weg gekruist hebben. Misschien met een dam. Maar welk materiaal zouden ze daar gebruikt hebben? Zand uit de bedding? Rijshout met zand en klei erover heen? Het kan ook zijn, dat ze een houten brug gecombineerd met een dam gebouwd hebben. Dan zou je paalsporen kunnen vinden onder de huidige Achterdijk waarschijnlijk. Het kan ook zijn, dat er een doorwaadbare plaats was, een voorde. Mogelijk, dat de bodem met platte stenen verhard was. Maar waar? Precies onder de huidige Achterdijk of net waar men de tunnel gedacht heeft? Hoever was de oude bedding in die tijd al opgevuld? Hoe diep was toen het water?

Mijn voorstel is de nieuwe  weg in een betonnen bak onder de Achterdijk door te voeren. Het biedt een unieke kans om antwoord op al deze vragen te krijgen. Welke oplossing ook gekozen wordt, er zal archeologisch onderzoek moeten plaats vinden. Dat is de consequentie van de keuze voor dit tracé.

De Acht Zaligheden

dinsdag, oktober 4th, 2011

GRENZELOOS FIETSEN AAN DE ZUIDGRENS

Net die ene mooie week in de herfst zijn wij op vakantie in eigen land. Je moet maar geluk hebben. Gezien de drukte op wegen en fietspaden waren we niet de enige, die per fiets het grensgebied van de Acht Zaligheden verkenden. Zuidwestelijk van Eindhoven liggen een aantal grotere en kleinere dorpen, die eindigen op ‘sel’ . Ze worden de acht seligkeiten/zaligheden genoemd.  Ik reed door Reusel, Hulsel, Netersel, Eersel, Duizel, Knegsel en Steensel. Dat zijn er zeven. Waar was nummer acht? Was dat Woensel? De deskundigen geven er wisselende antwoorden op.

Voor het eerst reden we met elektrische ondersteuning. Dat gaat geweldig, maar je moet wel zorgen voor een goede accu, want anders kom je niet ver. Op mijn leenfiets haalde ik afwisselend in de stand eco en de stand normaal net 55KM, zodat ik de laatste drie KM zonder ondersteuning thuis moest zien te komen. Met de accu van de fiets, die in bestelling is, kom ik dan drie keer zo ver. We waren ook niet de enige met elektrische fietsen. Het bezit is explosief gegroeid. Wel gezellig om op een rustpunt ervaringen uit te wisselen. Twee keer kwamen we een bordje oplaadpunt tegen. Die komen er ook steeds meer.

Het is een typisch Brabants gebied, tamelijk vlak en langzaam aflopend in Noordelijke richting. Dat zie je aan de beekjes en aan de stuwen erin, waar het water toch steeds ruim een halve meter naar beneden valt. Hier en daar zijn meestal beboste stuifduinen, met wat meer reliëf. Het landschap is erg afwisselend met grotere en kleinere bossen, veel grasland en maisakkers. Soms zie je een duidelijk rationele verkaveling. Dan zit je in een jong heideontginningsgebied met kaarsrechte wegen. Bij de dorpen is het kleinschaliger en minder regelmatig. Er zijn natuurlijk boerderijen. Je ziet er de geschiedenis. Oudere boerderijen hebben nogal eens alleen nog een woonbestemming en zien er keurig onderhouden uit. Daar wonen geen boeren meer. Nieuwe boerderijen staan vooral in het open gebied. Vaak is het een gewoon woonhuis met een kleine stal en daarbij reusachtige schuren voor kippen, varkens of melkvee. Zo wordt de schaalvergroting in de landbouw van de afgelopen vijftig jaar goed zichtbaar. Het is er een echt veehouderijgebied. Afgelopen zondag, fietsend tussen Duizel en Hoogeloon zagen we bijvoorbeeld een koeienkijkdag. Het was een knap druk. Op deze arme zandgronden is veeteelt de meest geschikte vorm van bodemgebruik. Je hebt op deze stuifgevoelige gronden organische mest nodig. Tsja, maak dat Mevrouw Thieme maar eens wijs.

Bij de meeste dorpen zijn flinke bedrijventerreinen. Je zit hier erg gunstig  met een autosnelweg, die Antwerpen met het Ruhrgebied verbindt en verder Eindhoven en de A2 in de buurt, een vooral technisch goed geschoolde bevolking en een prettig woon- en leefklimaat. Het gebied mikt samen met het aangrenzende België op het toerisme met een grensoverschrijdend knooppuntennetwerk en uitstekende fietspaden. Je moet wel even in de gaten krijgen, hoe het systeem werkt. Altijd de bordjes volgen, ook al maak je dan omwegen. Die omwegen gaan juist over de leukste en rustigste weggetjes door het mooiste landschap.

Het thema van de laatste Open Monumentendag was het tweede gebruik van gebouwen. We zagen een bijzonder voorbeeld. Een boerderij werd verbouwd tot “Afscheidshoeve”, een slimme zet op een forse groeimarkt, gezien de toenemende vergrijzing. Maar als je dan even verder langs een vers bermmonument met veel bloemen rijdt en dan een bordje grafheuvel passeert, dan zet je dat wel even aan het denken. Om met de naam van een Haagse uitvaartonderneming te besluiten: “Hodi Mihi, Cras Tibi”, heden ik, morgen gij. Tsja, als je een dagje ouder wordt…..!

Vierde Jaargang, Nr. 181.

Voor liefhebbers van stenen

zondag, september 25th, 2011

Beelaerts van Bloklandprijs voor het Steneneiland in Maarn

Toen Beelaerts van Blokland afscheid nam als Commissaris van de Koningin in de provincie Utrecht is er kennelijk een prijs ingesteld om met wat geld goede ideeën te steunen. De laatste keer, afgelopen donderdag, dat de prijs werd uitgereikt kwam hij ten goede aan het aardkundig monument Het Steneneiland in de zandafgravingsplas bij Maarn. Tijdens het graven zijn vele enorme rotsblokken tevoorschijn gekomen. Vele zijn verdwenen, maar een mooie en representatieve collectie is nu al enkele jaren in de vorm van een kompasroos op een eiland met een hoogspanningsmast uitgestald. Via een dammetje kun je er komen, maar dan moet je wel een sleutel van het hek hebben.

De prijs is gebruikt om van een flink aantal stenen stukken af te zagen en het zaagvlak vervolgens te polijsten. Zo kun je pas goed de kristalstructuur van de stenen bekijken. Van alle soorten is er een gekozen. De oudste gesteenten zijn vanzelfsprekend stollingsgesteenten, ontstaan nadat de gloeiend vloeibare aarde afkoelde. Ze worden nog steeds gevormd als vloeibaar gesteente uit het binnenste dichterbij of helemaal aan de oppervlakte komt.  We onderscheiden drie groepen: Dieptegesteenten, ganggesteenten en uitvloeiingsgesteenten. Dieptegesteenten zijn meestal vol kristallijn. Alle mineralen uit het vloeibare gesteenten zijn  bij de langzame stolling tot kristallen gevormd. Elk mineraal heeft weer een andere kristalvorm. Bij de ganggesteenten zijn niet alle mineralen mooi uitgekristalliseerd. De rest is een min of meer eenvormige massa. De uitvloeiingsgesteenten zoals lava of basalt bevatten geen kristallen en zijn een eenvormige massa.

Als stollingsgesteenten aan de oppervlakte komen bij gebergtevorming gaan ze verweren. Ze vallen langzaam uiteen in steeds fijnere brokken. Als dat fijnere materiaal wordt getransporteerd en elders wordt neergelegd ontstaan de afzettingsgesteenten of sedimenten. Die kunnen weer verharden en dan krijg je zandsteen of leisteen. De gelaagdheid is vaak nog te zien. Dieptegesteenten en sedimenten kunnen door druk of hoge temperatuur van gedaante veranderen, een metamorfose ondergaan. Zo ontstaan metamorfe gesteenten. Je vindt ze allemaal op het Steneneiland en van elke soort is een gepolijst vlak gemaakt.

De erratica of zwerfstenen zijn uit verschillende delen van Scandinavië en Finland afkomstig en hebben zo elk weer hun eigen uiterlijk  We spreken dan van gidsgesteenten, die ons de weg wijzen naar de herkomst van het materiaal. Ook van alle gidsgesteenten is een mooi gepolijst slijpvlak gemaakt.

Zo is het Steneneiland nog interessanter en nog leerzamer geworden. Elders op internet is meer informatie te vinden, ook voor hen, die er een bezoek willen brengen. Voer voor geografen!

Jaargang 4, Nr. 180.

Zienswijze Inpassingsplan verbindingsweg Houten – A12

zondag, september 25th, 2011

1. Geschiedenis

We gaan terug naar 1966. De Tweede Nota op de Ruimtelijke Ordening constateert, dat in het jaar 2000 Nederland twintigmiljoen inwoners zal tellen. Het groeikernenbeleid wordt geïntroduceerd. Houten en Nieuwegein worden de Utrechtse groeikernen. Maar ook Bunnik en Odijk groeien zeer snel. Als die groei zo doorgaat, is de ruimte bij de dorpen snel op en moet er een Vierde Kern komen, zo concludeert sociograaf Peek in 1967. In 1975 is het tempo van de groei enorm afgenomen. Een vierde kern is nog steeds niet nodig.
In de negentiger jaren van de vorige eeuw wordt het Vinexbeleid geïntroduceerd. Houten krijgt opnieuw een groeitaak. Houten wordt een extra aansluiting op het autosnelwegennet (ASN) beloofd en krijgt daar geld voor. Helaas wordt het geld aan andere zaken besteed. De Houtense VVD krijgt een lumineus idee. De Vierde Kern van Bunnik wordt van stal gehaald. We gaan er vijfduizend huizen neerzetten, laten de inwoners extra betalen en realiseren met de opbrengst de aansluiting van Houten op het ASN. Maar dan moet die aansluiting  wel naar de A12. Tegelijk wordt duidelijk, dat de A27 in de spits verstopt gaat raken en dus moet de aansluiting naar de A12. Het komt goed uit, dat in het streekplan een ontsluiting van Houten naar het Oosten indicatief staat aangegeven.
Alles is veranderlijk. Er is een andere financiering gevonden. Een Vierde Kern gaat er niet komen. De verstopping van de A27 zal binnen enkele jaren zijn opgeheven en de ontsluiting van Houten naar het oosten kan ook door een rechtgetrokken N410, tevens prettig voor de aanwonenden en de fietsers tussen Houten en Odijk v.v.. De noodzaak om de ontsluiting van Houten naar de A12 te realiseren is verdwenen. Provinciale Staten kunnen kiezen. Zelfs als GS suggereert, dat de keuze voor het Rijsbruggerweg tracé (RWT) een voldongen feit is.

2. Het keuzeproces

Een objectieve waarnemer zal het opvallen, dat het keuzeproces vanaf het begin is gekenmerkt door een toeredeneren naar het RWT. Allerlei negatieve aspecten van het RWT werden verzwegen. Dat de weg in een fossiele Rijnbedding komt te liggen wordt nu eindelijk in de laatste Zienswijzennota ruiterlijk toegegeven. Maar dat de weg een forse barrièrewerking voor de natuur heeft, dat de Rietsloot een ecologische verbinding is, dat er bijzondere planten en dieren voorkomen, het wordt bij andere tracés breed uitgemeten en komt bij het RWT pas nu aan de orde. Er worden ook allerlei mooie dingen beloofd, die na de besluitvorming uit de plannen verdwijnen. Over een fietspad van Odijk langs het Raaphofse Pad en verder lees je niets meer. De ecologische verbinding in de tunnel, daar waar het RWT van de Rondweg aftakt is na mijn inspreken op 6 april 2011 gelukkig weer terug gekomen. De ongelijkvloerse kruising met de Achterdijk verdween, maar is na de dreiging van schadeclaims weer in de plannen opgenomen.

3. De Keuze tussen het Rijsbruggerweg tracé en de Meerpaalvariant

Nu gaat het eigenlijk vooral tussen het RWT en de Meerpaalvariant. De waarde van de Meerpaalvariant is pas goed te schatten als er meer duidelijkheid is gekomen over de plannen voor de A27. Leden van Provinciale Staten behoren die duidelijkheid te eisen voordat ze besluiten over het inpassingsplan Verbindingsweg Houten-A12.
Ik zie twee mogelijkheden. Als besloten wordt tot een regionale weg tussen Houten langs Nieuwegein naar Vianen, dan wordt in feite een vorm van de Meerpaalvariant gekozen. Houten krijgt via de huidige aansluiting 28, Het Klooster de beloofde extra aansluiting op het ASN. Deze regionale verbinding met twee rijbanen vergt bruggen over het Amsterdam-Rijnkanaal en de Lek. De weg wordt zo strak mogelijk gekoppeld aan de A27.
De minister kan ook besluiten naast de bestaande bruggen identieke bruggen te bouwen, zoals nu bij Ewijk gebeurt. Ook dan zijn er interessante mogelijkheden, want er ontstaat ruimte voor vijf rijstroken in beide richtingen. Daarvan kunnen er één of twee afgescheiden gebruikt worden voor het regionale verkeer.
In beide gevallen zal veel verkeer naar Nieuwegein van deze Meerpaalachtige verbinding gebruik maken. De bestaande verbindingen met Nieuwegein worden ontlast. Er ontstaat meer ruimte voor het verkeer naar het Noorden en Westen, 80% van al het uitgaande verkeer.
Maar in het tweede geval blijft er het probleem met de Staart. De analyse en bijgevolg ook de gekozen oplossing is zwak. Het kernprobleem bij een dergelijke aansluiting is dat verkeersstromen elkaar gelijkvloers kruisen en dus voor vertraging zorgen. De nu bestaande oplossing met rotondes heeft een beperkte capaciteit. Drie rijbanen in plaats van twee lossen het probleem van het gelijkvloers kruisen niet op. Een ongelijkvloerse kruising is moeilijk te realiseren.
Het gaat om vier stromen. Er zouden twee wegen naast elkaar moeten komen. De Zuidelijke tweebaansweg verwerkt het verkeer van Utrecht en naar Nieuwegein, Vianen en Breda. De Noordelijke tweebaansweg verwerkt het verkeer naar Utrecht en vanuit de richting Breda. Bij de Rede en bij de Rondweg zijn twee opstelvakken nodig. Daar moet het verkeer met verkeerslichten geregeld worden. Zo kan bijvoorbeeld het inkomende verkeer bij De Rede van twee inkomende wegen gelijktijdig rechtsaf slaan of gelijktijdig rechtdoor rijden. Bij de Rondweg gaat het om gelijktijdig rechtsaf en gelijktijdig linksaf slaan. Duidelijke richtingborden zijn een vereiste. De twee wegen dienen optisch en fysiek duidelijk gescheiden te zijn. Ga er eens op studeren!
Als de reactie is, dat het allemaal te ingewikkeld is, bedenk dan, dat het weefvak tussen het tankstation bij Bunnik voor het invoegen vanaf de rustplaats met tankstation en het uitvoegen naar Houten evenmin erg simpel is.

4. Verdere afweging

Eerst moet duidelijk zijn, dat een Meerpaalvariant zo strak mogelijk gekoppeld dient te zijn met de inmiddels verbrede A27. Dan vervalt het bezwaar van de aantasting van een maagdelijk Linielandschap. Een op zich hoge brug valt bij een zo breed kanaal nauwelijks op. Ga maar kijken naar de huidige brug in de A27.
Uit alle cijfers blijkt, dat de Meerpaalvariant beter scoort wat betreft het ontlasten van het ASN en het ontlasten van de Staart en de Rondweg tussen de Koppeling en de Staart dan het RWT. De Utrechtseweg wordt door beide weinig ontlast, maar door het RWT iets meer. De verklaring is, dat de Meerpaalvariant een alternatieve route naar Nieuwegein en naar het Zuiden biedt. Zo krijgt het verkeer naar het Noorden en Westen meer ruimte.
De ontsluiting naar de A12 zou robuuster zijn. Houten zou bij een calamiteit op de A27 bereikbaar blijven. Is dat zo? Voor het verkeer uit de richting Arnhem verandert er niets. Het kan via de N229 en de N410 blijven rijden. Het RWT is vanuit de richting Arnhem niet te bereiken.
Vanuit het Westen en Noorden blijft Houten bereikbaar via verkeersplein Laagraven en de N409, maar ook via het RWT. Vanuit het Zuiden blijft Houten bereikbaar via een mogelijke regionale weg Vianen – Nieuwegein – Houten met twee aansluitingen. Als de afsluiting zuidelijker is, moet er via Leidse Rijn worden omgereden. Voor verkeer uit het Zuiden neemt de robuustheid toe bij de Meerpaalvariant, voor verkeer uit het Noorden en Westen is het RWT een extra bijdrage aan de robuustheid en voor het verkeer uit het oosten verandert er niets. Het is een non-argument.

Maar dan is er nog het verkeer in het buitengebied van Bunnik en Houten. Onduidelijk is of bij de berekeningen nog steeds is uitgegaan van spitsafsluitingen. Bij eerdere berekeningen ontstond de verkeersvermindering   vooral door een spitsafsluiting. Nu de kruising met de Achterdijk ongelijkvloers wordt, neemt het verkeer op de N410 schrikbarend toe, maar op andere wegen is er zelfs een afname ten opzichte van de autonome ontwikkeling. Het maakt verbetering van de N410 des te meer noodzakelijk. Maar als voor de ontsluiting naar het oosten gekozen zou worden voor een route via het RWT, de parallelweg en de aansluiting op de A12 bij Bunnik zou veel verkeer niet meer voor de N410 kiezen. Hier wreekt zich de weigering om de ontsluiting naar het oosten bij de plannen te betrekken. Leden van Provinciale Staten zouden hier duidelijkheid moeten eisen alvorens te besluiten.
De Meerpaalvariant heeft uiteraard geen of weinig invloed op het buitengebied. Er kiest wat verkeer vanuit Wijk bij Duurstede om via buitenwegen naar de Meerpaalvariant te rijden en verder naar het Zuiden.
Het RWT biedt een alternatief voor die Houtenaren, die via Binnenweg, Rijsbruggerweg, Achterdijk en N409 naar Utrecht Oost en de Uithof rijden. De Binnenweg wordt dan immers afgesloten. Het biedt ook een alternatief voor een spitsafsluiting in de Achterdijk, want er wordt sluipverkeer via Oostromsdijkje, Achterdijk, N410 en Rondweg naar het RWT verwacht.

Conclusie: De Meerpaalvariant scoort beter dan het RWT wat betreft ontlasting van de huidige ontsluitingswegen van Houten, de Staart en de Utrechtseweg samen, wat betreft de ontlasting van het ASN en wat betreft het verkeer in het buitengebied tussen Houten en Bunnik moet er eerst duidelijkheid komen over de oostelijke ontsluiting van Houten en over mogelijke spitsafsluitingen, wil men tot verantwoorde besluitvorming kunnen komen. Wat betreft de robuustheid zijn de verschillen eigenlijk irrelevant.

5. De oostelijke ontsluiting

In het voorgaande is duidelijk geworden, dat het proces gekenmerkt wordt door het aanvankelijk verzwijgen van nadelen en vervolgens te beweren, dat het besluit inmiddels vaststaat. Als voor het RWT wordt gekozen, ligt een ontsluiting naar het oosten via dit tracé voor de hand. Helaas is een normale aansluiting in Oostelijke richting niet mogelijk. De afrit Bunnik ligt te dichtbij. Wanneer  we het RWT laten aansluiten op de Parallelweg ontstaan er ongewenst verkeerstromen. Er komt zo een mogelijkheid naar Bunnik en verder te rijden.
Eerder beschreef ik de mogelijkheid een verbindingsweg tussen het RWT en de A12 naast de Parallelweg te leggen en vervolgens over de Parallelweg en de verlaagde afrit te leiden naar de oprit in oostelijke richting. Uit een oostelijke richting is een rechtstreekse verbinding van A12 met het RWT alleen mogelijk via een extra viaduct – nogal kostbaar – over de A12.
Bunnik heeft verdere medewerking aan het RWT opgezegd nu de problemen van de Julianalaan niet worden opgelost, iets dat vanaf het begin door alle betrokken partijen is beloofd. Een verbinding van de Parallelweg met het RWT kan de problemen voor Bunnik alleen maar verergeren. Beter zou zijn de N410 recht te trekken. Dan sla je drie vliegen in één klap: De verbinding naar het oosten wordt verbeterd, de veiligheid van aanwonenden en fietsers wordt verbeterd en de weg kan het toenemende verkeer beter verwerken.

6. Het ontwerp van de verbindingsweg Houten – A12

Uit het ontwerp blijkt, dat het meedenken van met name inwoners van de Gemeente Bunnik heeft geleid tot een beter ontwerp. Tal van compenserende en mitigerende maatregelen zijn noodzakelijk  om de schadelijke gevolgen nog enigszins dragelijk te houden. De aanleg van de weg in de fossiele Rijnbedding is immers een fundamentele aantasting van het karakter van het landschap. Het is een rijk en afwisselend landschap door verschillen in hoogte van meer dan anderhalve meter en dus verschillen in vochtigheid, door verschillen in grondsoort en door dit alles verschillen in bodemgebruik. We zien er boomgaarden, akkers weilanden en griendbossen. Er werken jonge boeren op gezonde bedrijven. Voor mij blijft gelden, dat een dergelijke weg hier niet thuis hoort, ook al presenteert de provincie de aanleg van de weg als een voldongen feit.

De keuze voor een tunnel in de Achterdijk onder de geplande weg door verbaast iedereen. Ik zie twee verklaringen. De provincie wil de weg zo lang mogelijk kunnen gebruiken als evacuatieweg en een verlaagde weg komt al snel onder water. In het ontwerp is een onderhoudspad voorzien. Een noodweg naar de Achterdijk vanaf het punt, waar de weg omlaag gaat en voorbij de Achterdijk tot het punt waar de weg weer op hoogte is, tevens bruikbaar als onderhoudspad, is de oplossing voor dit probleem.
Ik zie de weg liever in een betonnen bak onder de Achterdijk doorgaan. Maar dan is de weg moeilijker vierbaans te maken. Voorziet men wellicht, dat dit nodig zal zijn? Maak de bak dan nu al vierbaans. Het is duidelijk, dat een hier dieper gelegen drukke autoweg het landschap minder verstoort en de oude bedding zichtbaar houdt. Bovendien hoef je in de laaggelegen bedding minder te dalen dan op de hoger gelegen Achterdijk. Er rijden nogal wat fietsers over de Achterdijk. Een brug over de nieuwe weg is sociaal veiliger dan een tunnel. Vroeger was hier een brede waterstroom. Nu komt er een stroom auto’s. Ik weet wel wat ik liever zie.

7. Slot

In het voorgaande is gebleken, dat er nog veel onduidelijkheden zijn. Ik hoop, da onze statenleden niet eerder zullen besluiten voordat hen over allerlei zaken duidelijkheid is verschaft. Daarbij wens ik hen veel wijsheid toe.

Odijk, 25 september 2011

Fietsen langs forten

vrijdag, september 16th, 2011

INTERESSANTE FIETSTOCHT

Het is echt heerlijk een groep geïnteresseerde mensen allerlei bijzonderheden in het landschap te laten zien en uit te leggen. Het maakt een fietstocht alleen maar boeiender, zo merkte ik aan de reacties van de deelnemers. En waarom zouden lezers de tocht niet zelf gaan maken? Jongeren doen het met gemak in een middag.

We begonnen vanuit Odijk in de richting houten over de Burgweg en de Achterdijk, maar bij de boerderij ‘Het Vagevuur” gingen we niet linksaf, maar rechtdoor. Dan kom je op een punt, waar je een mooi overzicht hebt over het fossiele Rijndal, waar de provincie Utrecht een nieuwe weg wil aanleggen. Zie een vorige Column! Ik liet de mensen het dal zien en de restgeul en vertelde over de plannen.

Daarna linksaf over de Rijsbruggerweg en de Binnenweg en dan rechtsaf het fietspad door het bos Nieuw Wulven. Wat een rust. Het bos ligt in een komgebied, dat bij het inwerking stellen van de Nieuwe Hollandse Waterlinie geïnundeerd werd. Bij een T-kruising linksaf en over de Rondweg twee lussen linksaf, zodat je aan de Noordkant van de Rondweg op de Lobbendijk komt langs een demonstratietuin, We houden links aan en rijden alsmaar rechtdoor richting Laagraven, gaan daar door de fietstunnel en dan over de brug naar Nieuwegein. In de afdaling gaan we naar links en dan naar rechts weer onder de grote weg door. Dan kunnen we naar links en over een brug over het Lekkanaal en weer met een lus naar het fietspad langs het kanaal, dat deel uit maakt van de vaarroute Amsterdam-Rotterdam v.v.. We komen langs de zogenaamde plofsluis, een enorme betonnen bak, die tot ontploffing gebracht in een keer het Amsterdam-Rijnkanaal kon afsluiten, zodat het inundatiewater niet zou wegstromen. In Vreeswijk passeren we Fort Vreeswijk, een deel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie (NHW). We nemen het Pontje naar Vianen. Van daar volgen we vele kilometers de dijk naar Culemborg. Onderweg is er veel te zien.

Eerst de stuw bij Hagestein met daarbij sinds enkele jaren een vistrap. Zo kunnen bijvoorbeeld palingen stroomopwaarts de stuw passeren en de glasaaltjes later weer naar zee zwemmen. De stuw is een van de drie in de Rijn en de Lek. Die bij Driel zorgt ervoor, dat er meer water naar het IJsselmeer gaat stromen, nodig voor de zoetwatervoorziening van Friesland en Noord-Holland. De andere twee zorgen ervoor, dat beneden Driel de Rijn en de Lek niet droog komen te staan. Bij Vianen zit je al op zeeniveau, dus daar zijn geen stuwen meer nodig. Nu er vaak minder water door de Lek komt, moest het Haringvliet afgesloten kunnen worden, zodat het water van de Merwede door de Nieuwe Maas en de Nieuwe Waterweg zou stromen en de zouttong daar zou terugdringen.

We zagen onderweg ook veel nevengeulen en verlaagde uiterwaarden, alles om de rivier meer ruimte te geven om het vaker voorkomende hoogwater op te vangen. Daarvoor zijn ook de dijken flink verhoogd en verzwaard.

Aan de Zuidzijde van de Lek zijn twee forten van de NHW, Fort Everdingen en het pas gerestaureerde voorfort Werk aan het Spoel. Aan de Noordkant liggen Fort Honswijk en het Werk aan de Groeneweg. Ze moesten een eventuele vijand, die per schip of over de dijken en de hooggelegen gronden bij de rivier naderde, tegenhouden. Bij het Werk aan het Spoel is een interessant restaurant gekomen, dat zich specialiseert in vegetarische gerechten.

Via het Culemborgse veer, de rivierdijk en de Zuwedijk gaat het over de Goyse brug naar de Nachtdijk met een zeer aantrekkelijk theetuin. Via de Hollendewagenweg en Werkhoven ging het weer terug naar Odijk. Totaal 50 KM.

Jaargang 4, Nr. 179.

Reünie in Oosterbeek

vrijdag, september 9th, 2011

21 OUDE KNARREN OP REÜNIE

Het was weer zover. Onze jaargroep van de Kweekschool in Hilversum was weer bijeen en dit keer in Oosterbeek. Van de oorspronkelijke 47, die in 1954 eindexamen deden zijn er inmiddels vijftien overleden. Daarnaast zijn er een aantal, die zo slecht ter been zijn, dat ze niet meer kunnen komen. Sommigen vinden een reünie niet leuk en komen nooit. Maar voor de 21 aanwezigen was het weer feest. Oude herinneringen werden weer opgehaald. Gezondheidsklachten werden uitgewisseld, want ja gebreken komen met de jaren. En er was ook emotie.

We zijn gewend zo’n dag te openen met wat berichten over de redenen, dat sommigen niet kunnen komen. Maar een klasgenoot kwam met een geheel ander verhaal. Hij wilde dat toch een keer kwijt en ik kan mij dat voorstellen. We horen niet meer bij de jonkies. Onze kweekschool was een internaat met maar heel weinig externe leerlingen. Je had de hele dag omgang met elkaar en zo leerde je elkaar van haver tot gort kennen. Maar dit verhaal was ons niet bekend. Het bleek, dat een frater-docent op een avond hem bekend had tedere gevoelens te koesteren. Nou, die gevoelens waren in het geheel niet wederzijds. De student nam maatregelen om nog zo’n confrontatie te voorkomen, maar durfde deze zich misdragende docent niet aan te geven. Over enkele maanden moest hij immers examen doen. Het is duidelijk, dat de docent zich schuldig maakte aan een strafbaar feit. Er was een afhankelijkheidsrelatie en dan zijn dergelijke homofiele contacten niet toegestaan. Voor mij bleek maar weer, dat je meestal niets merkt van dergelijke gebeurtenissen. Dat maakt het extra moeilijk ze te voorkomen.

Wij bevonden ons op een wereldberoemde plek. Hier had de Slag om Arnhem gewoed, althans het tweede deel, want de Rijnbrug in Arnhem was na drie dagen weer in Duitse handen. Dichtbij De Oude Herberg, waar wij bijeen waren ligt het Airborne Museum. Het is sinds kort ingrijpend vernieuwd. Achter het museum, het vroegere hotel Hartenstein is diep onder de grond een enorme kelder gekomen en daar dwaal je door een oorlogsgebied met ruïnes en schietende soldaten. Lichtflitsen suggereren explosies. Het is een oorverdovend lawaai. Hier ervaar je echt wat het is in de frontlinie te zitten, zoals ik dat als tienjarige in april 1945 oostelijk van Apeldoorn mee maakte. De slag om Arnhem had ik in een ander deel van de stad meegemaakt. Die slag wordt ook tastbaar gemaakt door foto’s en video’s en vooral door korte citaten van Britse en Duitse militairen en Nederlandse burgers bij al die foto’s. Het maakte veel emotie bij mij los. Ik voelde weer de teleurstelling over de verloren slag, de onvrede om de vele fouten die gemaakt zijn en de bewondering voor de strijders, die het ondanks alle tegenslagen zo lang hadden volgehouden. Gedane zaken nemen geen keer en toch heb ik er die nacht nog een tijd van wakker gelegen.

Dit stukje levenservaring maakt mij tot een gedreven voorstander van Europese samenwerking. Het uiteenvallen van de EU moet koste wat kost worden voorkomen. Het aanwakkeren van nationalistische gevoelens is onverantwoord, want nu zag en hoorde en voelde en proefde ik weer waar nationalisme toe kan leiden, tot een vreselijke oorlog.

Wij zijn al heel vaak tijdens een reünie bijeen geweest, maar nog nooit was zo’n bijeenkomst voor mij zo vol emoties. Dat maakte deze op zich eenvoudige reünie tot een kostbare ervaring. Dank je wel, Herman, Joop en Theo voor de organisatie.

Jaargang 4, Nr.178.

De ontsluiting van Houten, ons feuilleton

vrijdag, september 2nd, 2011

VERBETERINGEN EN TEGELIJK DE MEEST FUNDAMENTELE AANTASTING VAN DE LANDSCHAPSSTRUCTUUR

Het definitieve ontwerp inpassingsplan ontsluiting Houten-A12 is nu uitgebracht en vergeleken met het voorontwerp en allerlei eerdere plannen zijn er duidelijke verbeteringen. De kruising met de Achterdijk wordt ongelijkvloers. Het landbouwverkeer kan de Middenweg blijven volgen en voor fietsers en voetgangers komt daar een tunnel met extra ruimte als passage voor kleine dieren. Om de 250 meter komen er ecopassages onder de weg door en noordelijk van de Achterdijk gaat de weg pas dicht bij de A12 stijgen. De barrièrewerking van zo’n weg dwars door het landschap vraagt heel wat extra maatregelen. Tot nu toe werd daar weinig aandacht aan besteed.

Het Rijsbruggerweg tracé komt zuidelijk en noordelijk van de Achterdijk te liggen in een fossiel Rijndal met restgeul, de Rietsloot. De nieuwe weg moet bij een mogelijke overstroming zo lang mogelijk als evacuatieroute kunnen dienen. Daarom ligt hij verhoogd, iets oostelijk van de restgeul. Misschien dat dit de reden is, dat de nieuwe weg over de Achterdijk heen gaat., die in een fors verdiepte tunnel eronder door gaat. Dat betekent, dat in de laag gelegen bedding een oprit moet komen en dat de hoger gelegen Achterdijk flink naar beneden moet om via een tunnel onder het RBW door te kunnen. Als men omgekeerd koos voor het RBW in een tunnelbak met de Achterdijk met een viaduct erover zouden de hellingen minder steil worden of korter, zou het landschap minder worden aangetast en het oude stroomdal zou in het landschap zichtbaar blijven. Waar vroeger een brede rivier stroomde komt nu een stroom auto’s De nu voorgestelde kruising is de meest fundamentele aantasting van de aardkundige waarden, die hier denkbaar is. Om het risico bij (dreigende) overstromingen te verminderen is een noodweg terzijde van de tunnelbak, tevens bruikbaar voor onderhoudspersoneel, voldoende. Zulke uitwegen met een stevig hek zie je in het buitenland veel.

Uit het zienswijzenrapport en met name uit de reacties van het college van GS  blijkt, dat men er vast van overtuigd is, dat de weg er komt. Die zekerheid is er pas echt als de RvS in een bezwarenprocedure uitspreekt, dat tegen alle bezwaren in de weg er toch moet komen. Veel insprekers wijzen op het feit, dat de Meerpaalvariant tot een grotere ontlasting van de bestaande verbindingen naar Noord en West kan leiden, zodat de bestaande opstoppingen op de Staart en zelfs op de Rondweg tot het verleden zullen behoren, zeker als het verkeer op de A27 na 2018 goed zal kunnen doorstromen. Nu moet het verkeer Houten-Nieuwegein v.v. via de Utrechtseweg-Houtenseweg of via de Staart, de A27 en de aansluiting nr. 28 van Nieuwegein op de A27 ( de Knoest). Met de Meerplaalvariant komt er een derde verbinding, die de andere twee zal ontlasten. Simpel, maar niet voor GS. Vaak zie je bij de ingekomen zienswijzen als antwoord, dat besloten is tot aanleg van het RBW. Er wordt geen echt antwoord gegeven. Het lijkt een beetje op de pa of ma, die als het kind waarom vraagt, zegt: Omdat ik het wil. Het maakt een wat potsierlijke indruk, vooral ook omdat het geen kinderen zijn, die problemen zien.

Dit zijn zo wat eerste indrukken. Ik moet het geheel nog intensief gaan bestuderen en vervolgens doorwrochte zienswijzen insturen. Er is werk aan de winkel.

Jaargang 4, Nr. 177.