Archive for december, 2019

In besloten kring

zaterdag, december 14th, 2019

IS ER SPRAKE VAN EEN TREND?

 

Ik zie het steeds vaker in overlijdensadvertenties. De begrafenis of crematie zal in besloten kring plaats vinden of heeft al plaats gevonden. Soms wordt er bij vermeld, dat het de uitdrukkelijke wens was van de overledene. Dan vraag ik me vaak af, wat daarvoor een reden kan zijn geweest. Dan denk ik: Heeft de overledene veel narigheid ondervonden van zijn omgeving en moest hij er niet aan denken, dat ze vervolgens bij zijn begrafenis allerlei mooie woorden zouden spreken, waarvan ze naar het oordeel van de overledene geen barst van zouden menen? Het kan ook zijn, dat de nabestaanden niet bij machte waren om een uitgebreide begrafenis te regelen. Of hij of zij wenste alleen de naaste familie en intieme vrienden bij zijn uitvaart. Niet al die mensen van zijn werk of van zijn sportclub. Daarbij kunnen financiële problemen een rol spelen. Er is tegenwoordig een enorm aanbod van begrafenisondernemers en ik neem aan, dat dit de prijs toch wat zal drukken. Ik herinner mij, dat mijn vader vaak met zijn sigarenboer erover sprak, dat die begrafenisondernemers zulke schandelijk hoge vergoedingen eisten. Ze waren allebei blij, dat de Dela werd opgericht. Het is een coöperatieve vereniging, die een natura uitvaart biedt. Een groot aantal uitgaven wordt in natura aangeboden. Maar Dela is er al heel lang en pas de laatste paar jaar zie je de toename van in besloten kring begraven of cremeren.

Zou het iets te maken hebben met de individualisering, die in onze maatschappij zo om zich heen grijpt? Mensen zeggen, dat ze helemaal vrij willen zijn, zodat ze kunnen doen waar ze zin in hebben. Ze worden geen lid meer van een club of vereniging, want, dan zijn ze zo gebonden. Als je vier mensen vraagt om lid te worden van jouw vereniging zeggen er drie zonder meer nee. Het aantal mensen, waarmee ze een persoonlijke band hebben houden ze erg laag. Ze willen geen rekening moeten houden met anderen. Ze willen alleen doen, waar ze zelf zin in hebben en niemand heeft zich daarmee te bemoeien. Ze zijn geen lid van een sportclub of van een ouderenbond of van een vakbond of van een politieke partij of van een kerkgenootschap en ze hebben geen of maar een heel kleine familie. Het zijn “alleen gaanden”. Ze komen er steeds meer. Het is een van de oorzaken van de enorme vraag naar woningen. Soms is het alleen zijn iets dat hen is overkomen, maar voor steeds meer mensen is het een zelf gewilde keuze. Tsja, dan is een uitvaart in besloten kring niet zo vreemd.

Ik ben zo bang, dat het inzicht in het belang van een dorpsgemeenschap of in een stad van een buurtgemeenschap verdwenen is. Zo’n gemeenschap is een levend geheel. Er treden allerlei veranderingen op. Er zijn clubs en verenigingen. Daar ontmoeten mensen elkaar. Er ontstaan vriendschappen en die vrienden of vriendinnen steunen elkaar, organiseren een buurtbarbecue of ze versieren de straat als het Nederlands voetbalelftal een belangrijk toernooi speelt of ze verzorgen samen het groen in hun straat. In een dorp of een wijk zijn een of meerdere scholen. Ze hebben een oudervereniging en een bestuur. Zo’n dorp of wijk hoort bij een gemeente. In die gemeente zijn afdelingen van politieke partijen en de besluiten van een gemeenteraad kunnen tot van alles leiden. Er zijn huisartsen en er is buurtzorg. En in de wijk zijn allerlei winkels en waarschijnlijk is de politie in de wijk aanwezig. Allerlei mensen werken er voor hun beroep of als vrijwilliger. Wat zou het betekenen als er steeds meer mensen gaan zeggen, dat ze met de rest niets te maken willen hebben? Zou zo’n wijk of dorp dan op den duur nog leefbaar blijven? Ik vind het zo’n kostbaar iets als je kunt zeggen, dat je deel uitmaakt van een gemeenschap waar de mensen er zijn voor elkaar.

In zo’n gemeenschap is het ook vanzelfsprekend, dat de gemeenschap zich verantwoordelijk voelt voor de uitvaart van een overledene. Wij maken deel uit van de Heilige Nicolaasgeloofsgemeenschap in Odijk. Het is een warme gemeenschap. Dat merk je als de mensen na de zondagse viering samen koffie of thee drinken en met elkaar nieuwtjes uitwisselen. Het is een feest van ontmoeting. Ik geloof in een leven na de dood. Ik bedacht, dat het sterven niet alleen een afscheid is van de gemeenschap en de familie van de overledene. De overledene neemt ook afscheid van zijn familie en van de geloofsgemeenschap en van de dorpsgemeenschap en van de buurt, waar hij woonde. We nemen afscheid van elkaar. Ik merk ook, dat voor mensen die band met de overledene blijft bestaan. Ze bezoeken het graf of de plek waar de urn met de as bewaard wordt. Daar “praten” ze met de overledene. Vaak is zo’n afscheidsviering geen droevige bijeenkomst. We denken aan alle goeds, dat de overledene heeft gedaan voor zijn familie en voor de gemeenschap. We zien in hem of haar een goed voorbeeld voor alle nabestaanden. Mensen voelen soms nog steeds de steun, die de overledene aan hun geeft. Er is nog steeds gemeenschap.

Jaargang 12, Nr. 593.

Suriname

zondag, december 8th, 2019

FRAAIE EXPOSITIE IN DE NIEUWE KERK

 

Suriname is nogal in het nieuws. President Bouterse is door de Krijgsraad tot twintig jaar gevangenisstraf veroordeeld wegens zijn aandeel in de decembermoorden. In de Zwarte Pietendiscussie gaat het voortdurend over het slavernijverleden van dat land en de Nederlandse verantwoordelijkheid daarvoor. Ik heb er als aardrijkskundedocent ook les over gegeven. Tijdens mijn studie mocht ik mij verdiepen in de Surinaamse savannen en schreef ik een scriptie over het politieke systeem van de Ashanti. Daarbij verdiepte ik mij terdege in de cultuur van dit Ghanese volk en hun rol in de slavenhandel.

De tentoonstelling in de Nieuwe Kerk in Amsterdam geeft een tamelijk compleet beeld van Suriname. Het begint met de geschiedenis van het land, waarbij er ook prehistorische vondsten zijn gedaan van 8000 jaar geleden. Eeuwenlang leefden hier alleen de inheemsen. Nadrukkelijk wordt de naam “Indianen” vermeden. Dat is uiteraard juist. Columbus dacht dan wel in Indië te zijn gearriveerd en sprak daarom over Indianen, maar het bleek een vrijwel algemeen onbekend continent, dat naar de ontdekkingsreiziger Amerigo Vespucci genoemd werd, dus Amerika. Het overzicht van de geschiedenis eindigt met een aantal recente gebeurtenissen, maar de recente veroordeling van Bouterse is tijdens de tentoonstelling niet toegevoegd. Het zou ook in strijd zijn met het kennelijk beleid van de organisatoren. Ze willen vooral een beeld geven van de enorme verscheidenheid aan bevolkingsgroepen en daarbij alles vermijden, dat tegenstellingen zou suggereren. In Suriname wordt heel verschillend over de veroordeling gedacht.

Er zijn meerdere inheemse volkeren. De Caraïben en Arawakken wonen in een strook evenwijdig aan de kust meest iets zuidelijk van Paramaribo.  De Wajana’s en Trio diep in het binnenland dichtbij de grens met Brazilië. Van hun kleding, religieuze gebruiken en hun woningen wordt een beeld gegeven. Na 1500 vestigden zich hier eerst Britse plantagehouders, maar al spoedig werd Suriname een Hollandse kolonie, waarbij de West Indische Compagnie (WIC) het gebied exploiteerde. Voor het werk op de plantages werden tot slaven gemaakte Afrikanen ingevoerd. Een onderdeel van de tentoonstelling geeft een beeld van de driehoekshandel. Nederlandse schepen voeren naar West-Afrika, waar de WIC handelsposten had. Ze boden kruit, geweren en tabak aan en met de opbrengst werden slaven gekocht. Er wordt geen erg duidelijk beeld gegeven van de manier waarop mensen tot slaaf werden gemaakt. Onder anderen bij de Ashanti was het traditie elk jaar oorlog te voeren. Dan konden mannen een hogere status verkrijgen. Het kruit en de geweren kwamen daarbij goed van pas. De krijgsgevangenen werden tot slaaf gemaakt en bij de handelsforten aan de Europeanen verkocht, die hen naar Amerika vervoerden. In Paramaribo organiseerde een kapitein van een slavenschip een markt, waar de tot slaaf gemaakten te koop werden aangeboden. Sterke mannen brachten het meest op. Zwakkeren waren vaak al onderweg op het slavenschip overleden. Met de opbrengst werd Surinaamse producten ingekocht, suiker, koffie en katoen en die werden in Nederland weer met winst verkocht. Drie maal winst maken bij deze driehoekshandel; het was heel profijtelijk. Soms wisten de tot slaaf gemaakten naar het binnenland te ontsnappen. Zo ontstonden daar een aantal zwarte volkjes met een eigen Afrikaans achtige cultuur. De tentoonstelling noemt drie volkjes. De overkoepelende naam voor hen is Marrons. Er wordt ook wel over Boslandcreolen gesproken. De helft van hen is naar de kust getrokken, maar er wonnen er nog veel in het binnenland.

In1814 werd de slavenhandel over de Atlantische Oceaan verboden. Pas in 1867 werd de slavernij in Suriname afgeschaft. De vroegere tot slaaf gemaakten wilden uiteraard niet meer op de plantages werken. Dat was voor hen minderwaardig slavenwerk.  Waar haalden de plantagebezitters nu werkkrachten vandaan? Men zoch contractarbeiders. De eerste groep waren Chinezen volgens de tentoonstelling uit Hongkong. In Nederlands Oost Indië waren ook veel Chinezen werkzaam, bijvoorbeeld bij de tinwinning op Bangka en Billiton. Ik meende, dat onder hen ook geworven werd. Daarna werd er in Brits-Indië geworven. Daar werd de mensen wijsgemaakt, dat Suriname een geweldig land was van Srinam, de godin van de vruchtbaarheid. De wervers hadden de mensen voor het uitzoeken. Ze kozen de besten en dat is onder de Hindoestanen nog steeds merkbaar. Ze studeren meer voor advocaat of tandarts of hebben hun eigen landbouwbedrijven of winkels. Een laatste groep zijn de Javanen. Op Java werden de dessahoofden verplicht om contract-arbeiders te leveren. Ze kozen de mensen, die ze het liefst kwijt waren en dat waren niet de besten. De expositie erkent dit, maar legt de verschillen tussen Hindoestanen en Javanen niet uitgebreid uit. Ze willen niemand voor het hoofd stoten.

De gehele geschiedenis wordt uitvoerig geïllustreerd met documenten, boeken, tekeningen, schilderijen, voorwerpen en maquettes. De bijschriften zijn eigenlijk niet allemaal goed te lezen en het is dan ook zeer aan te raden gebruik te maken van de telefoontjes, die te leen worden gegeven. Dan kun je bijvoorbeeld ook het geluid bij een film horen. Deze Suriname tentoonstelling is met een kleine bijbetaling toegankelijk met een museumkaart en naar mijn mening zeer aan te bevelen.

Jaargang 12, Nr. 592.

Nieuwe wetgeving echtscheiding

zondag, december 1st, 2019

EN DE SCHEIDING VAN KERK EN STAAT?

 

Minister Dekker bereidt een wijziging voor van de wetgeving over echtscheiding. Hij wil daarbij ook een regeling invoeren, dat in dezelfde procedure de ontbinding van een religieus huwelijk wordt geregeld. Nu weet ik niet of de journalisten de plannen van de minister juist hebben weergegeven, maar als dat het geval zou zijn, weet de minister wat betreft de huwelijkswetgeving in de Rooms-katholieke Kerk niet bepaald van de hoed en de rand. Een geldig huwelijk van twee Rooms-katholiek gedoopten kan niet ontbonden worden. Het huwelijk schept een duurzame band en eindigt pas na overlijden van tenminste één partner. Een bruidspaar dient daarop gewezen te worden. De priester, die het huwelijk inzegent en registreert dient zich ervan te overtuigen, dat beide partners daarvan op de hoogte zijn. Die onontbindbaarheid van het huwelijk gaat terug op een gebod van Jezus van Nazareth, Gods Zoon. Het is een goddelijk gebod en de Kerk kan dat gebod niet negeren. De Rooms-katholieke Kerk kan eenvoudig weg een huwelijk niet ontbinden. Jezus van Nazareth merkte tijdens Zijn leven, hoe slecht het lot was van gescheiden Joodse vrouwen. Daarom maakte hij het huwelijk onontbindbaar.

Nagegaan moet worden of er geen huwelijksbeletselen zijn, zoals een familieband, het al dan niet gedoopt zijn van beide partners, een eerder geldig huwelijk of dwang om te trouwen.

Het huwelijk in de Rooms-katholieke Kerk is een sacrament. Een sacrament is een teken, dat de genade geeft, die het betekent. Als de twee elkaar het huwelijk toedienen ontvangen zij daarbij de genade, de bovennatuurlijke hulp om van hun huwelijk iets goeds te maken. Het wordt pas echt een huwelijk als het huwelijk “geconsumeerd” is. Mocht blijken, dat de vrouw nog maagd is, dan is het huwelijk kennelijk niet geconsumeerd en is er dus geen geldig huwelijk. Zulke uitzonderlijke situaties blijken toch voor te komen.

Ondanks de goede voornemens, kan na enige tijd de liefdesband verslappen. Ondanks alle moeite en goede wil van beide kanten, therapie\én, pastorale begeleiding loopt het huwelijk toch stuk. Het burgerlijk huwelijk kan dan ontbonden worden, maar het kerkelijk huwelijk niet. De kerk had traditioneel als alternatief de zogenaamde “scheiding van tafel en bed”. De twee leefden voortaan niet meer samen, maar bleven gehuwd. Dus konden ze ook niet opnieuw een kerkelijk huwelijk sluiten. Dat is een nare situatie, vooral als er een nieuwe liefdevolle relatie ontstaat met een Rooms-katholiek. Ze kunnen niet kerkelijk huwen. Dat is nog pijnlijker als een partner schuldloos gescheiden is. De partner is op zeker moment spoorloos verdwenen en kan en wil kennelijk niet meer meewerken. Dan voelt iemand zich opgesloten in een huwelijk. De Kerk zou zich moeten afvragen of Jezus van Nazareth dat heeft gewild.

De alleen achtergebleven partner kan zich dan tot een kerkelijke rechtbank wenden, bij voorkeur met steun van een gespecialiseerde advocaat. Misschien wordt dan achteraf toch een huwelijksbeletsel gevonden. Dan kan die kerkelijke rechtbank het huwelijk ongeldig verklaren. Er is nooit een huwelijk geweest. Er kan bijvoorbeeld worden aangetoond, dat er dwang is uitgeoefend bij het sluiten van het huwelijk. Of achteraf blijkt, dat een partner toch eerder gehuwd was of is geweest. Maar nogmaals de kerkelijke rechtbank kan een huwelijk niet ontbinden. Een burgerlijke wet kan dus de rechter ook niet de mogelijkheid bieden om de partners te dwingen naar de kerkelijke rechtbank te gaan om hun kerkelijk huwelijk te laten ontbinden. De Kerk kan een geldig huwelijk niet ontbinden. Wat God verbonden heeft, kan een mens niet scheiden.

Het is voor de minister en voor eventuele Kamerleden een zeer penibele zaak. De scheiding van Kerk en Staat leert, dat de Kerk de Staat niet kan dwingen en omgekeerd ook de Staat de Kerk niet kan dwingen tegen de kerkelijke regels of tegen het Geloof in te gaan. Maar al te vaak blijkt, dat politici en journalisten slecht op de hoogte zijn van inhoudelijke onderwerpen bij de Rooms-katholieke Kerk. Dan wordt er maar wat geroepen, dat kant noch wal raakt. Tsja, dat is een probleem met al die secularisatie. Enige algemene ontwikkeling op kerkelijk gebied is veelal ver te zoeken.

Jaargang 12, Nr. 591.