Archive for juli, 2013

Armoede in Nederland

vrijdag, juli 26th, 2013

HOE ERG IS RELATIEVE ARMOEDE?

De katholieke ontwikkelingsorganisatie Cordaid wil aan de hand van haar ervaring met het werken in de Derde Wereld in Nederland armoede gaan bestrijden. De TV-reporter merkte relativerend op, dat er sprake is van relatieve armoede. In Nederland hoeven de mensen niet van anderhalve dollar per dag rond te komen zoals in de Derde Wereld, zei hij. De verslaggever greep naar het veel gebruikte en zeer onbetrouwbare kenmerk van armoede, het gemiddelde Bruto Binnenlands Product per inwoner. Dat gemiddelde bruto inkomen zegt niets over de inkomensverdeling, over de koopkracht en over de overige lasten zoals belastingen of schoolgeld. Beter is uit te gaan van een definitie, die zich afvraagt of mensen kunnen voorzien in hun primaire levensbehoeften: voedsel, drinken (schoon water), kleding en huisvesting. Als aan die primaire levensbehoeften niet voldaan kan worden, is er zeker sprake van armoede. Maar je kunt verder kijken. Hoort voldoende gratis onderwijs er bij? Hoort een kind in de Nederlandse situatie dan ook een computer te hebben? Beschikt het gezin over een informatiebron, dus een TV of een krantenabonnement? Hoort een telefoon erbij? Kan het gezin de huur opbrengen en de rekening voor gas, elektriciteit, water en de  verplichte ziektekostenverzekering? In Nederland zijn er honderdduizenden kinderen, die lijden aan tekorten aan deze simpele zaken. Ze komen zonder iets gegeten te hebben op school. Een opdracht om krantenknipsels te verzamelen geeft problemen. Over allerlei zaken kunnen ze niet meepraten. Hun kansen in het onderwijs worden kleiner. Alleen slecht betaalde banen liggen in hun verschiet. Hun ouders kennen ook niet de wegen om uit de problemen te komen. Ze komen in aanmerking voor de voedselbank, maar hoe pak je dat aan? Mensen zijn niet weerbaar.

Juist daarom is de aanpak van Cordaid zo goed. Uit de Derde Wereld kennen ze de basisgemeenschappen, waar de mensen onderling samenwerken om op een betere manier voldoende voedsel te verbouwen. In je eentje leg je geen dam aan om in de regentijd water op te vangen, dat je later voor irrigatie gebruikt. In je eentje koop je geen vrachtauto om de landbouwproducten naar de markt in de stad te brengen. In je eentje bouw je geen school en kun je geen onderwijzer aantrekken. Cordaid wil in Nederlandse termen het coöperatiemodel gaan toepassen in het samen voedsel verbouwen en verhandelen. Maar er zijn uiteraard meer mogelijkheden. Hun aanpak lijkt op de manier waarop ATD Vierde Wereld werkt. Mensen bewust maken, hen hun zelfrespect teruggeven en ze weerbaar maken. In de Rooms-katholieke Kerk krijgt deze aanpak eindelijk de wind mee. De bevrijdingstheologie wil mensen bewust maken van hun positie van uitgebui­tenen. Dat gebeurt in basisgemeenschappen, waar aan de hand van de Bijbel hen duidelijk wordt gemaakt hoe onrechtvaardig zij behandeld worden. De mensen kunnen, als zij dat zelf willen, zich bevrijden uit hun positie van armoede en onderdrukking. Het is alsof je Marx hoort. Daar moest je niet mee aankomen bij vorige pausen en zeker niet bij de Poolse Johannes Paulus II. Bij de huidige paus kun je juist verwachten, dat hij de priesters aanmoedigt zich het lot van de armen aan te trekken. Ga de favela’s in. Trek samen op met de armen. Leer hen zich zelf te helpen. Leonardo Boff noemt Paus Franciscus een aanhanger van de bevrijdingstheologie. De Paus zal dat niet hardop zeggen. Er zijn immers nog genoeg tegenkrachten in de kerk.

Terwijl in Nederland de armoede toeneemt, stijgt ook het aantal miljonairs. De ongelijkheid neemt toe. Allerlei belastingmaatregelen maken het mogelijk. Als we niet oppassen, gaat ook de ontslagbescherming verdwijnen. Dan kun je mensen aannemen als je ze nodig hebt en ze weer ontslaan als je dat als werkgever goed uitkomt. Onderzoek van de OESO leert, dat ontslagbescherming goed is voor de werkgelegenheid, aldus Peter de Waard vandaag (26-07-2013) in zijn rubriek ‘De Kwestie’ in de Volkskrant. Goed om te onthouden als vernieuwende denkers in GroenLinks weer eens komen met plannen om de arbeidsmarkt te versoepelen. Vergelijking tussen landen met een rigide arbeidsmarkt en landen met veel vrijheid leert, dat er geen enkele correlatie is tussen een soepel werkende arbeidsmarkt en de groei van de werkgelegenheid. Terwijl overal in Europa er tekenen zijn, dat de economie weer aantrekt, gebeurt er niets in Nederland. Wij maar doorgaan met het uitvoeren van het VVD-programma om de collectieve uitgaven omlaag te brengen. Dan kunnen we nog gemakkelijker miljonair worden. Als schaamlap gebruiken we dan de eisen van de EU, terwijl Rutte I en nu Rutte II er alles aan deden en doen om dat strenge beleid voort te zetten. En de PvdA maar enthousiast meewerken aan de toenemende armoede in Nederland en de toename van het aantal miljonairs.

Jaargang 6, Nr.276.

Een nostalgische wandeling door Park Sonsbeek

vrijdag, juli 19th, 2013

CULTUURHISTORISCH EN AARD­KUNDIG WAARDEVOL

Mijn herinneringen aan Park Sonsbeek gaan terug tot mijn kleutertijd. Deze week was ik er weer en al die her­inneringen kwamen weer naar boven. Als kleuter mocht ik met een tante mee, zo getuigen foto’s uit die tijd. Die verkering van mijn tante heeft overigens niet tot een hu­welijk geleid. Met mijn babyzusje in de kinderwagen gin­gen we wandelen rond de grote vijver. Eerst moesten we keurig naast elkaar voorop lopen, maar op een geven moment werden we vrij gelaten en konden hellingen be­klimmen en er weer van af hollen. Die plek zagen we nu weer terug. Zo is er ook een foto van ons zesde klasje, waarvan de leerlingen werden opgeleid om toelatings­examen te doen voor HBS of Gymnasium. Huize Sons­beek zie je op de achtergrond. Er is nu een restaurant in gevestigd. Als verkenners speelden wij af en toe het Spel in Sonsbeek Onze blokhut lag er vijf minuten lopen van­daan. Sonsbeek met zijn vele hellingen was en is ook zeer geschikt om er sleetje te rijden en als het lang genoeg hard vriest kan er op de grote vijver rond het eiland geschaatst worden. Die vijver is behoorlijk diep, het water stroomt en er zijn bronnen. Alles niet bevorderlijk voor betrouwbare ijsvorming. Eenmaal volwassen bezocht ik enkele afleveringen van de Beeldententoonstelling. Van de “Instuif” in het Sonsbeekpaviljoen heb ik nooit gebruik gemaakt. De Instuif organiseerde dansavonden voor jongelui van katholieke huize. Onze vrienden, waarmee we nu de wandeling maakten, hebben elkaar daar gevonden. Is dat nostalgisch of niet?

Er is ook veel veranderd. Op de prachtige gazons stonden vroeger bordjes met de tekst “Verboden zich op het gras te begeven.” Nu werd er door honderden heerlijk gezond. Vaak zie je in Sonsbeek ook veel allochtonen. We zagen in Istanbul, dat een picknick in een park voor velen een leuke besteding van de zondag is. Nu waren ze opvallend afwezig. Het is Ramadan bedacht ik later. Er is ook meer horeca dan vroeger. De boerderij is alleen open voor mensen, die er willen lunchen, niet om even iets te drin­ken. Dat voelde wat irritant aan. Maar er is dichtbij Huize Sonsbeek een alternatief. Vroeger was er terzijde van de Tellegenlaan een wat verwaarloosde kwekerij. Dat is nu een Steile Tuin. Bijzonder fraai. Bij Sonsbeek hoort ook het Watermuseum in een oude watermolen gevestigd. Vroeger waren er meer watermolens, bestemd voor het malen van graan. Nu zijn er watervallen. Vroeger kon je onder de Grote Waterval door lopen. Het stenen brugje in de grot is verdwenen. Jammer.

De Sonsbeek liep vroeger door de stad, maar is nu in een riool verborgen. Het zou mooi zijn als de Bovenbeek­straat en de Beekstraat hun naam weer eer aan zouden doen. De beek die in de Neder-Rijn uitmondde, maakte van deze plek op de fluvio-glaciale vlakte aan de voet van de stuwwal een zeer geschikte vestigingsplaats voor een stad.

Zo komen we bij het bijzondere reliëf, dat bijdraagt aan het unieke karakter van dit park. De Sonsbeek ligt in een enorm smeltwaterdal, met een aantal zijdalen. In de een na laatste ijstijd, het Saalien werd door het ijs in de Betuwe een dik pakket riviersedimenten noordwaarts opgestuwd. Tussen de lagen zand en grint waren ook klei- en leemlagen. Die liggen nu schuin en verhinderen het wegzakken van het regenwater. Waar ze dagzomen krijg je bronnen. Die zie je nu in Sonsbeek en het aangrenzende Zijpendaal als stukken grasland waar het bronwater omhoog komt en als bronvijvers. Door al die bronnen wordt de Sonsbeek gevoed. Een smeltwaterdal is in het Saalien en in de (voorlopig) laatste ijstijd, het Weichselien gevormd. In een ijstijd was de grond tot grote diepte permanent bevroren. Smeltwater en regen konden in de zomer niet wegzakken en stroomden over de oppervlakte weg. Daarbij werden smeltwaterdalen uitgeschuurd. Heel mooi zijn ze ook te zien in de omgeving van de Posbank bij Rheden en De Steeg. Het reliëf wat je daar ziet is een fossiel toendrareliëf. De Sonsbeek is dus van oorsprong een zomerse toendrasmeltwaterstroom. De poolvossen, ijsberen en elanden kun je er bij denken. Als je met die wetenschap door Park Sonsbeek wandelt besef je nog beter hoe bijzonder dit unieke stadspark is. En dan heb ik nog lang niet alles verteld.

Jaargang 6, Nr. 275.

Discussie in GroenLinks

vrijdag, juli 12th, 2013

ZIJN DE BRUTOLONEN VOOR ONGESCHOOLDE ARBEID TE HOOG?

Dat schijnt de communis opinio te zijn in de leidinggevende kringen van GroenLinks. De oorzaak wordt gezien in de hoge loonbelasting en vooral de hoge bijdrage aan de premies voor de sociale verzekeringen. Als deze brutolonen lager zouden zijn, dan zouden werkgevers meer geneigd zijn deze mensen in dienst te nemen. Dat is nog maar de vraag. Alle reden om eens een blik te werpen op die laagbetaalde ongeschoolde arbeid.

Een eeuw geleden was er een grote vraag naar ongeschoolde of laaggeschoolde arbeidskrachten. Die waren er ook volop. De leerplicht was nog maar net ingevoerd (1901) en veel kinderen volstonden met alleen lager onderwijs met geleidelijk ook de zevende en achtste klas. Zelfs in het midden van de vorige eeuw was dat nog zo. Na school wachtte voor meisjes werk in de industrie bijvoorbeeld bij Douwe Egberts, Verkade of Unilever of in de kledingindustrie, in het boerenbedrijf als melkmeid of in de huishouding bij gegoede families. Voor jongens was er de textielindustrie of de steenfabrieken of de kolenmijn of lopendebandwerk. Meisjes met iets meer in hun mars konden schooljuf of verpleegster worden. Het meer geschoolde werk was een mannenaangelegenheid. Een man hoorde ook zo veel te verdienen, dat hij een gezin kon onderhouden. Bij gebrek aan een goed betaalde baan bleven velen ongehuwd. In arbeiderskringen moest de vrouw mee verdienen als werkster bijvoorbeeld. Het is goed je te realiseren waar we vandaan komen.

Er is veel veranderd. Ongeschoolde en een flink deel van de lager en middelbaar geschoolde arbeid is geautomatiseerd en als dat niet of maar beperkt mogelijk was naar lagelonenlanden verdwenen. Denk aan de textielindustrie. Tegelijk nam de deelname aan het secundair onderwijs en het beroepsonderwijs enorm toe. Met de afname van het ongeschoolde werk nam het percentage weinig of ongeschoolden spectaculair af. Dat is zo sterk het geval, dat we veel mensen uit het buitenland halen om werk in bijvoorbeeld in de tuinbouw te verrichten. Vaak worden ze onderbetaald.

Wat resteert er nu aan werk, dat weinig scholing vergt? Eigenlijk moeten we hier onderscheid maken tussen stuwende en verzorgende werkgelegenheid. Stuwende bedrijvigheid stuwt werk en inkomen en dus ook mensen naar een regio. De afzet vindt ook buiten de regio plaats. Een nationaal stuwende bedrijfstak exporteert goederen of diensten. De meeste baggerbedrijven werken vooral in het buitenland en zijn dus stuwend, net als DAF of ASML. De bakker op de hoek is lokaal verzorgend. De broodfabriek van een supermarktketen is nationaal verzorgend. Verzorgende bedrijvigheid is aan een regio gebonden. Stuwende bedrijvigheid kan wel aan een regio gebonden zijn; bijvoorbeeld aan een lokale grondstof of aan een aanvoerhaven. Denk aan de hoogovens in IJmuiden. Het is een nationaal stuwend bedrijf, maar zou evengoed in een andere haven in een ander land gevestigd kunnen zijn.

De discussie draait om lokaal verzorgend werk, dat moet gebeuren en niet naar een lagelonenland verplaatst kan worden. Denk aan de schoonmaakbranche, de horeca, de zorg, het onderwijs, de overheid, de beveiliging of de detailhandel. Elke werkgever probeert het werk te doen met zo weinig mogelijk mensen. Hoe lager de loonkosten hoe hoger de winst. Een werkgever gaat dan echt geen extra mensen aannemen als ze goedkoper worden. Hij zal eerder de mensen opjagen om met minder mensen hetzelfde werk te doen of hij zal goedkope arbeidskrachten uit het buitenland halen, bijvoorbeeld Filipijnse verpleegkundigen als Nederlandse verpleegkundigen alleen willen komen werken als ze een hoger loon krijgen.

Eigenlijk draait het vooral om het werk, dat collectief betaald wordt. De zorgvraag neemt toe door de vergrijzing en door meer medische mogelijkheden. Vooral nu de bevolkingskrimp al merkbaar wordt bij de beroepsbevolking moeten we met steeds minder mensen de kosten van de zorg opbrengen. De jongeren zijn het als kind en tot voor kort ook als jongere goed gewend geweest. Die mooie tijden zijn voorbij. Het geld moet ergens vandaan komen. Als je de premies voor de sociale verzekeringen te hoog vindt voor de lagere inkomensgroepen, dan kun je voor hen de premies wel verlagen, maar dan moeten de middelbare en hogere inkomens het gat opvullen. We hebben gezien wat voor een onrust dat veroorzaakt in VVD-kringen. Vergrijzing en ontgroening doen pijn. Dat is een gegeven. We kunnen er niets aan veranderen.

Jaargang 6, Nr. 274.

De mazelen epidemie

vrijdag, juli 5th, 2013

WAT WIL GOD, DAT WIJ DOEN?

Het lijkt of het om deze vraag draait. Verwacht God van ons, dat wij ons doelbewust en uit vrije wil overgeven aan Zijn voorzienigheid? Spelen wij voor God, treden wij in Zijn plaats als wij onze kinderen laten inenten? Maar achter deze vragen liggen andere vragen verborgen. Hoe werkt de goddelijke voorzienigheid? Hoe grijpt God in in het leven van de mens? Hoe kunnen wij dat weten?

Het Christendom is een openbaringsgodsdienst. Wat wij weten over God is ons geopenbaard in de Bijbel. De Bijbel is Gods Woord. Hoe wij de Bijbel moeten verstaan is een zaak van traditie, neergelegd in belijdenisgeschriften, zoals de Heidelbergse Catechismus. In de Protestante traditie kent elke gemeente een eigen gezag en wordt in elke afzonderlijke gemeente over geloofszaken beslist. Daarnaast is het gewoon, dat iedereen zelf over de betekenis van een Bijbeltekst nadenkt en een eigen mening vormt

In de Rooms-katholieke Kerk is de uitleg van de H. Schrift een zaak van het kerkelijk leergezag. Dat berust in hoogste instantie bij een concilie, een vergadering van alle bisschoppen van de hele wereld onder leiding van het Hoofd van de Kerk en de eerste onder zijns gelijken, de bisschop van Rome, ofwel de Paus. Soms doet de Paus in samenspraak met het concilie een plechtige uitspraak en die zou onfeilbaar zijn. Over dit dogma van de onfeilbaarheid bestaan grote twijfels. Het is in grote haast en met veel oppositie door het eerste Vaticaans concilie in 1870 afgekondigd.

In twee gereformeerde kerken is een sterke gemeenschappelijke opinie, dat je je kinderen niet tegen een ziekte mag inenten. Daar ga je als individu niet zomaar tegenin. Je plaatst je dan buiten de gemeenschap. Heeft het zin daar tegenin te gaan? Ogenschijnlijk niet, want er treden elke keer weer epidemieën op en elke keer komt weer dezelfde kritiek. Dat helpt niet. Mensen volharden in hun houding en misschien stijft de kritiek hen eerder in die houding, dan dat ze mensen op een andere gedachte brengt. Het is ook heel wat als je gelooft, dat God rechtstreeks in jouw leven kan ingrijpen en je soms straft voor jouw zonden of die van je voorvaderen met ziekte of tegenspoed. De dood van je kind kan een straf zijn voor jouw zonden.

Het is dus vooral het Godsbeeld, dat beslissend is voor de houding van deze mensen. Het Godsbeeld verandert in de loop van de tijd. Het kinderlijke beeld van de man met een baard gezeten op een gouden troon op een wolk is al lang verdwenen, maar ook die alwetende God, die precies weet wat je stiekem allemaal aan kwaad doet en die streng straft; als het niet hier op aarde gebeurt dan toch later in de hel; dat beeld is gelukkig verleden tijd bij mij en bij velen met mij. Ook het beeld van de almachtige God. die rechtstreeks kan ingrijpen in het lot van de mensen heb ik achter mij gelaten. Velen vragen zich af hoe zo’n almachtige God al die vreselijke dingen kan toelaten. Het is een van de oorzaken van twijfel aan het bestaan van God. Als geseculariseerde mensen zeggen niet in God te geloven vraag ik mij altijd weer af in welk beeld van God ze niet geloven. Ik krijg nooit antwoord.

Als God bestaat, dan zijn wij mensen met alle verzamelde intelligentie niet in staat ook maar iets zinnigs over Hem te zeggen. Ons verstand kan Hem niet bemeesteren. Ik probeer Zijn werk te ervaren. Maar ik kan niet weten of ik Zijn zorg voor ons ervaar. Ik kan het slechts geloven in dankbaarheid. Zo ervaren mystici Gods liefde. Ze kunnen hun ervaring niet met woorden beschrijven en kunnen slechts getuigen van hun gelukkig zijn.

Soms zie je hoe God door mensen werkt. Dan zie je het werk van een moeder Teresa, die de stervenden in de straten van Calcutta liefdevol opneemt of een Peerke Donders, die melaatsen bijstaat. Maar God kan ook werken door een arts, die een ouderpaar weet te overtuigen, dat die inenting tegen mazelen of tegen polio overeenkomt met de zorg voor hun kinderen, die God van ouders verwacht. Als het Goddelijke bestaat, wat verwacht Hij/Zij dan van mij? Wat mogen mijn medemensen van mij verwachten? Het goede doen? Wat is dan het goede?

Jaargang 6, Nr. 273.