Author Archive

Beelden in Gees

zaterdag, juni 14th, 2008

Genieten van Beelden in Gees 

Het werd geen pechdag, daar in Gees, ondanks dat het vrijdag de dertiende was. Maar je hoort ook niet bijgelovig te zijn. Gees is een klassiek Drents brinkdorp omgeven door essen, oude akkerbouw gebieden, die eeuwenlang met een mengsel van heideplaggen en schapenmest bemest zijn. Daardoor hebben die akkers, nu vaak grasland een typisch bolle vorm. Veel boerderijen in het dorp hebben niet langer een agrarische bestemming. Maar geheel buiten het dorp aan de rand van de Geeser Es had de familie de Hullu een weekendhuis. Rond dat huis gingen ze een tuin aanleggen met een sterke afwisseling van grote gazons, bosschages en ronde vijvers. De telkens terugkerende cirkelvorm is kenmerkend en deed mij denken aan de cirkelvormige maren in de Eifel, die wij vorige week zagen en dan met name het maar bij Schalkenmehren, dat eigenlijk bestaat uit vier kraters, waarvan er twee elkaar overlappend met water gevuld zijn en twee droog staan, waarvan een moerassig.

 

Het gebied in Drente is geomorfologisch evenzeer interessant. Wij kregen een inleiding en daarbij kwam naar voren, dat leem in de ondergrond de afwatering bemoeilijkte. Voor de grote vijver was geen plastic bodem nodig. Het water zakte toch niet weg. De ondergrond van het Drents plateau bestaat grotendeel uit keileem, daar door het Noordelijke landijs neergelegd. Hier en daar lagen in de tuin ook hoopjes keien. De bovenste laag van de es is hier afgegraven en het gazon loopt langzaam af naar de ronde vijver, zodat het regenwater er naar kan afstromen.

 

De tuin kent een enorme rijkdom aan bloemen, planten, heesters en bomen, die dan ook nog op een bijzondere manier geplant zijn. Zo ervaar je niet alleen de schoonheid van de planten op zich, maar ook nog de geometrische vormen, de afwisseling en de combinaties van kleuren.

 

Tussen al die pracht staan dan soms op heel verrassende momenten beelden in de tuin. Een klein deel daarvan staat er permanent, maar de meeste beelden worden jaarlijks gewisseld. De heer en mevrouw de Hullu zijn dan ook vaak op pad om kunstenaars te bezoeken om afspraken te maken voor een expositie in de galerie of in de tuin. Inmiddels heeft de tuin een zekere faam, wordt veel bezocht door kunstliefhebbers en in de loop van het seizoen, 13 mei tot en met 30 september wordt een groot deel van de beelden, schilderijen en sieraden ook werkelijk verkocht.

 Welk beeld heeft mij het meest getroffen? Dat was helemaal op het eind toen ik nog een hoekje bezocht, dat ik eerder had overgeslagen. Het staat op een verroest vierkante stalen zuil en bestaat uit in elkaar gevlochten betonijzer. Een menselijke figuur met gestrekte armen, een gezicht van beton met een ijzeren doornenkroon. Het heet “De Mens” naar het schriftwoord “Ziet de Mens”, “Ecce Homo”. Afgetekend tegen de lucht laat het prachtig de verscheurdheid van de lijdende Christus zien voor wie het wil zien. Daar sta je dan minuten lang te mediteren temidden van vele bezoekers in een tuin, die je rustig maakt en gevoelig voor de boodschap van de kunstenaar. Het stemde me dankbaar.

Megaparochies

maandag, juni 9th, 2008

Op weg naar 2010: een reactie 

Je kunt er bij alle plannen in de Nederlandse Kerkprovincie niet onderuit steeds weer de vraag te stellen: “Is er een verborgen agenda?” Willen de conservatieve bisschoppen meer greep krijgen op de lokale geloofsgemeenschappen? In deze reactie zal die vraag steeds doorklinken. 

Het belangrijkste effect van de samenvoeging van de parochies van de parochieverbanden tot een parochie zal zijn, dat de lokale geloofsgemeenschappen de zeggenschap over hun eigen kerkgebouw verliezen.

Het nieuwe parochiebestuur zal sterk het karakter krijgen van een zakelijke groep managers, die zich vooral door financiële overwegingen zal laten leiden. Zijn er financiële tekorten in de megaparochie? Wat zijn dan de opbrengsten van de verkoop van een kerkgebouw? En welke verliezen aan inkomsten staan daar tegenover? De getroffen parochianen zullen immers veel minder dan voorheen bereid zijn financiële offers te brengen voor hun kerk, want die is er niet meer.Hier in Odijk is het kerkgebouw eigenlijk een fraai aangeklede fabriekshal. Daar kun je wat mee als je die verkoopt. Als je hem afbreekt krijg je een schitterende locatie voor wat je maar wilt. Dus vrezen de mensen, dat onze kerk het eerst zal sneuvelen. Ik zeg dan, dat een gebouw als het onze veel goedkoper in onderhoud is, dan de neogotische kerkgebouwen in Werkhoven, Houten, Schalkwijk, Cothen en Wijk bij Duurstede. Die dure gebouwen kun je beter verkopen.
Weliswaar ontkent het bisdom, dat kerken gesloten zullen worden, maar eerder zijn ze op beloften teruggekomen. De door het bisdom goedgekeurde overeenkomst tussen de acht parochies van de Krommerijnstreek voorzag in een evaluatie in 2011, waarbij de vraag over een fusie eventueel  ter sprake zou kunnen komen. Het bisdom antwoordt dan, dat er sprake is van voortschrijdend inzicht en zegt dus, dat voortschrijdend inzicht zal kunnen leiden tot andere maatregelen.
Het gaat er dus om in de komende jaren een neerwaartse spiraal te voorkomen. Zo zou in de fusieovereenkomst een passage kunnen/moeten worden opgenomen, waarin bepaald wordt, dat sluiting van een kerk de goedkeuring behoeft van tweederde van de ingeschreven leden van die lokale geloofsgemeenschap.
 

Samenvoeging tot een parochie leidt niet tot meer pastores. Het is onzin een verband te leggen met het personeelstekort. De pastoresteams zullen niet anders gaan werken dan nu.
Evenmin is de samenvoeging een oplossing voor de financiële problemen van het bisdom. Of je een digitale nieuwsbrief nu naar 300 parochies stuurt of naar 45 megaparochies, de kosten zijn dezelfde. Het is zelfs wenselijk de post naar alle plaatselijke geloofsgemeenschappen te sturen, want anders moet het secretariaat van de megaparochie extra werk doen, door de post van het bisdom door te sturen. Juist die interne communicatie blijkt in de huidige parochies al een probleem en dat zal in die veel grotere parochies dus ook een groter probleem worden.

De vraag is of je voor de nieuwe parochiebesturen nog vrijwilligers krijgt. Het is zeer waarschijnlijk, dat dit semi-professionals worden en dat de kosten dus zullen toenemen en de financiële problemen dus zullen toenemen. Hallo, waar zijn we mee bezig? 

Er zijn echter parochieverbanden, waar de afzonderlijke parochies slecht samenwerken en de pastores met onwerkzame verschillen in de pastorale praktijk te maken krijgen. Uit deze parochieverbanden is de vraag gekomen naar de huidige plannen tot vorming van 45 megaparochies. Het betreft een derde van alle parochieverbanden, een derde staat neutraal en een derde is fel tegen. Zoals in de Krommerijnstreek, al weten we, dat we de plannen niet tegen zullen houden. 

Er zijn wel degelijk financiële problemen bij het bisdom. Als het totaal aantal gelovigen terugloopt, kan dat leiden tot lagere inkomsten, maar de inkomsten zijn stabiel. Minder mensen geven meer!!!! De problemen worden veroorzaakt door tegenvallende beleggingsresultaten. Er is zelfs geen poging gedaan, de gelovigen te vragen te helpen bij de oplossing van de financiële problemen van het bisdom. Zo zal de ontslaggolf bij de dekenaten en het bureau van het bisdom leiden tot enorme problemen bij de begeleiding van pastores en vrijwilligers. De bisschop zal er ongetwijfeld voor zorgen, dat de na alle afbraak nog op te zetten nieuwe organisatie bemenst wordt door hem welgevallige medewerkers. Of zou het daar vooral om gaan? 

De lokale geloofsgemeenschappen en dan vooral de locatieraden krijgen de niet geringe taak de leden te inspireren zowel financieel als  wat betreft de bemensing van de eigen organisatie de eigen broek op te houden en daarbij hebben zij het probleem, dat het voor de parochianen onduidelijk is of het eigen budget in een duidelijk verband staat met de eigen opbrengst. Er mag best geld vloeien naar lokale gemeenschappen, die het financieel niet redden als dat maar duidelijk is en qua omvang aanvaardbaar.Vooral mag het lokale pastorale beleid, waarbij de mensen zich goed voelen niet worden afgebroken door inhoudelijke eisen te stellen aan de financiering van dit pastorale beleid.
Het beleid moet van onderop vorm krijgen, want daar zitten de deskundige vrijwilligers, die de doelgroep kennen. De parochies hier verschillen zodanig, dat de megaparochie alleen een pastoraal beleid in hoofdlijnen kan vaststellen. De concrete invulling is alleen op plaatselijk niveau doelmatig. Geen eenheidsworst dus!

Dus moet er ook geen blad komen voor de megaparochie. Een goed redactie weet, hoe ze de eigen doelgroep het beste kan aanspreken. Wij krijgen voortdurend feedback van de eigen parochianen en zij zijn blij met Parochiekontakt. Andere parochies vinden de vaak kritische toon vreselijk. Dat hoort toch niet. Als zij gelukkig zijn met een parochieblad, dat voor de helft gevuld is met misintenties, het zij zo. Wel hoort elk parochieblad een rubriek te krijgen met nieuws van de megaparochie. Ik weet al van te voren, dat veel mensen dat nauwelijks zullen lezen.
Heel belangrijk is, dat elke redactie binnen een redactiestatuut en een in overleg met de locatieraad tot stand gekomen redactieformule onafhankelijk is. Een parochieblad moet iedereen en iedere redelijke mening ruimte bieden. Een parochieblad moet het visitekaartje van de lokale geloofsgemeenschap zijn. Een parochieblad moet zich in dienst stellen van de missionaire opdracht van de lokale geloofsgemeenschap. Dat vraagt een kritische houding en een open blik naar de kerk als geheel en naar de wereld, waarin wij leven. Maar een serieus parochieblad mag nooit alleen maar “His Masters Voice” zijn.
Of meer algemeen gezegd: Deze hele reorganisatie moet niet als doelstelling krijgen, dat onze nieuwe bisschop met zijn houding passend bij de tijd voor het Tweede Vaticaans Concilie een grotere greep krijgt op de lokale geloofsgemeenschappen, waar de mensen er voor elkaar zijn, zich gelukkig voelen en waar de mensen hun heil vinden.
 

John Jorna,  Odijk.

Een kwaliteitskeur voor de sector ruimtelijk onderzoek?

donderdag, mei 29th, 2008

De integriteit van ruimtelijk onderzoek moet bewaakt worden!

Vandaag was ik op de jaarvergadering van het Koninklijk Nederlands Aardrijkskundig Genootschap, kortweg het KNAG. De hoogleraar Sociale Geografie, Ton Dietz van de Universiteit van Amsterdam vertelde er na de pauze over het boek "Van Natuurlandschap tot Risicomaatschappij". Ik ga die lezing hier niet herhalen. Hij begon echter met een oproep aan alle geografen om zich duidelijker als geograaf te manifesteren en doelgericht aan imagebuilding te gaan doen, zoals de historici en de psychologen hebben gedaan. Onder veel geografen leeft de idee, dat hun vak niet serieus wordt genomen. Dat moge zo zijn in de universitaire wereld en bij de pers, die daar zo graag tegenaan schurkt, bij het grote publiek merk ik elke keer weer, dat men onder de indruk is, van de enorme algemene kennis, waar wij geografen over beschikken en dan vooral over het gemak waarmee wij allerlei zaken met elkaar in verband kunnen brengen. Daarnaast merk ik vaak hoe moeilijk het voor velen is zaken ruimtelijk te zien en oplossingen voor ruimtelijke problemen te vinden. En dan is men verbaasd als ik met gemak een aantal mogelijke oplossingen schets. Daarnaast merk ik, dat mensen vaak zeer geïnteresseerd zijn als ik een lezing houd over een geografisch onderwerp of onderweg met een groep iets vertel over wat er op een bepaald punt te zien is.

Zo gebruik ik mijn aardrijkskundig inzicht om ruimtelijke plannen te beoordelen. De kwaliteit is meestal heel behoorlijk en de foutjes betreffen meestal fysisch-geografische of historische details. Zo'n onderzoeker is meestal niet bekend met een gebied en moet alles maar uit bestaande literatuur opdiepen.

Veel ernstiger is het verschijnsel, dat onderzoekers in hun zogenaamd objectieve rapport soms naar de conclusie toe schrijven, die de opdrachtgever wenst. Als integer wetenschapper leen je je daar uiteraard niet voor, maar ja, … er moet brood op de plank komen.

Belanghebbenden laten zich meestal niet zo gemakkelijk om de tuin leiden en prikken het opzetje gemakkelijk door. De Gemeenteraad of de Provinciale Staten of de Tweede Kamer worden ingeseind en als het goed is, gaat het rapport de prullebak in. Maar het wantrouwen van het publiek in al dat gedoe van de politiek neemt opnieuw toe en de sector krijgt een slechte naam.Zo wordt de eigen positie ondergraven en schrikt men ervoor terug om dit soort rapporten nog te laten vervaardigen.

Reden genoeg om dit op die jaarvergadering van het KNAG aan de orde te stellen en het bestuur te vragen samen met andere organisaties op dit terrein te onderzoeken hoe de integriteit van dit vakgebied bewaakt kan worden. Moet er een kwaliteitskeur komen, een erkenning, die men ook weer kan verliezen? Of moet er een Raad voor Ruimtelijk Onderzoek komen, waarbij men klachten kan neerleggen, zoals de Raad voor de Journalistiek? Of moet de rijksoverheid ingrijpen en een Autoriteit voor Ruimtelijk Onderzoek tot stand brengen, die toezicht houdt op deze branche? De Voorzitter merkte op, dat dit een herkenbaar verschijnsel is. Iemand vertelde over geologen, die een charter moeten ondertekenen om erkenning te krijgen als onderzoeker. Het boek van A.J.F Köbben en Tromp: De Onwelkome Boodschap over dit onderwerp werd genoemd. Ik ben dus heel nieuwsgierig of dit onderwerp door het bestuur wordt opgepakt en of er iets van integriteitsbewaking tot stand zal komen. Afwachten maar.

Woensdag gehaktdag

vrijdag, mei 23rd, 2008

Zijn wij een mopperig volkje?

In de Tweede Kamer was deze week het Jaarverslag van het Rijk aan de orde. Wat is er het afgelopen jaar allemaal bereikt? Wat is goed gelukt? Waar moet nog aan worden gewerkt? Ik vond het een beetje verplicht nummer. De regeringspartijen waren uiteraard redelijk tevreden al waren er wel een paar op- en aanmerkingen. De oppositiepartijen gingen nogal heftig tekeer. Vooral de VVD liet zich horen. De koopkracht daalt en de belastingen worden verhoogd. Waar blijft de lastenverlichting voor de burgers? Iedereen, die een beetje op de hoogte is van de noodsituatie in het onderwijs en de gezondheidszorg weet, dat wij als Nederlands volk niet langer voor een dubbeltje op de eerste rang kunnen zitten wat betreft onderwijs en zorg. Bij een krimpende beroepsbevolking moet er meer betaald worden om voldoende werkers in onderwijs en zorg te kunnen aantrekken. Dat is nu die fantastische werking van de markt, waar jullie dames en  heren van de VVD altijd zo vol van zijn.

De linkse oppositiepartijen hadden het vanzelfsprekend vooral over alle dingen die slecht gaan, zoals het onderwijs en de zorg. Ook werd de PvdA aan de tand gevoeld over de geringe steun, die de partij in de peilingen nog heeft. Van de extreem rechtse oppositie hoorde ik niet veel. Rita Verdonk van Trots op Nederland viel helemaal door de mand. Wat heeft zij weinig inhoud. Eigenlijk wist ik dat al van vroeger: organisatorisch sterk, maar weinig eigen ideeën.

De regering verweerde zich tegen de kritiek. Ik vond vooral Wouter Bos erg sterk in zijn discussie met de VVD. Het verschil tussen u en mij is, dat ik de problemen wil oplossen en dan vind, dat het de burger ook wat mag kosten, terwijl u de problemen laat bestaan, want u heeft er geen geld voor over om de oudjes in verpleeg- en verzorgingshuizen goede zorg te bieden.

Onze premier kwam niet verder dan te zeggen, dat hij de negatieve stemming in Nederland maar niets vond. Dat ontmoedigt alleen maar en dan gaan mensen bij de pakken neerzitten en lossen we de problemen niet op. Ik geloof juist, dat er in het onderwijs en de zorg keihard gewerkt wordt om er nog iets van te maken. Maar de mensen, die meemaken, dat hun bejaarde moeder uren moet wachten voordat ze gewassen en aangekleed wordt, weten maar al te goed, dat er nog veel te verbeteren valt. Ze klagen terecht.

Zijn we daarmee een klagerig volkje. We klagen over het weer. Het is te nat of te droog, te warm of te koud en zelden volmaakt. Tsja!
We klagen over de files en het drukke verkeer in het dorp en het gebrek aan parkeerplaatsen bij de winkels, maar we zijn te beroerd om de fiets te pakken of te reizen met openbaar vervoer of dichter bij ons werk te gaan wonen en zo de files op te lossen.
We klagen over de belastingdruk en tegelijk over het gebrek aan gemeenschapsvoorzieningen. Die moeten wel met belastingcenten betaald worden.
We klagen over de politiek en tegelijk verdommen we het om lid van een politieke partij te worden en ons actief met die politiek te bemoeien.

Misschien zijn we wel een klagerig volkje. Ik zou willen, dat meer mensen de handen uit de mouwen staken en dat we er samen voor zorgden, dat er straks veel minder reden is om te klagen. Maar misschien kijken we liever naar de Gouden Kooi.

Wat is dat nou weer?

Contrasten

vrijdag, mei 16th, 2008

De Nederlandse president-directeuren en de verpleeghuizen

Vanmorgen had de Volkskrant als openingsartikel "Boze topman verplaatst hoofdkantoor". De aanleiding was het verschijnen van het boek van Volkskrant-journalist Xander van Uffelen: "Het grote graaien". Daarin beschrijft hij de alsmaar stijgende inkomens van de directeuren van de grote Nederlandse ondernemingen. Zij blijken zich nogal te ergeren aan de voortdurende kritiek en verwijzen naar de top 500 van Quote, waarop bijvoorbeeld geen Shell-directeuren voorkomen. De echte rijke Nederlanders vallen kennelijk minder op en hun inkomens zijn meestal niet terug te vinden in jaarverslagen. Al die topinkomens zijn de laatste jaren fors gestegen en worden ook minder door belastingheffing afgeroomd. De hoogste schijven tot 72% van de Inkomstenbelasting zijn afgeschaft en de tarieven van de vennootschapsbelasting zijn aanzienlijk verlaagd. Daarvan profiteren ook die topmannen.

Ze reageren nogal geprikkeld. Ze willen best toegeven, dat de inkomensverschillen in Nederland toenemen, maar waarom dan geen kritiek op topsporters, die ook miljoenen verdienen of mensen bij de film of de TV? Vervolgens merken ze doodleuk op, dat het heel gemakkelijk is een hoofdkantoor te verplaatsen, bijvoorbeeld naar Baltimore in de USA. Daar is het belastingklimaat heel wat vriendelijker en dat voelen de duizenden Amerikaanse daklozen aan den lijve. Sociale huisvesting of huursubsidie is iets voor doetjes. Daar doen ze niet aan in dit land waar de krantenjongen miljonair kan worden. En zo wordt de Nederlandse samenleving gechanteerd!

Beste topman, dat wapen kan zich tegen je keren. Shell heeft het al eens ondervonden toen de omzet daalde vanwege de kritiek op het milieubeleid. Beseffen deze topbestuurders, dat hun inkomen wordt opgebracht door hun cliënten? Beseffen de heren, dat hun personeel wordt opgeleid op kosten van de ouders en de belastingbetalers, ook al hun cliënten? Beseffen deze verongelijkte graaiers, dat zij en hun onderneming gebruik maken van een veelzijdige infratructuur ook al grotendeels door de klant betaald met belastingcenten?  Zonder klanten en zonder personeel en zonder een goede infrastructuur zouden de heren geen cent kunnen verdienen.

Vanzelfsprekend is het geen sinecure een groot bedrijf te leiden. Veel topondernemers werken ook met een groot verantwoordelijkheidsgevoel en ze lopen grote risico's, want als het even niet goed gaat wacht hen hetzelfde lot als de voetbaltrainer van een club, die keer op keer verliest: Wegwezen!

Toch zou ik willen, dat al die topverdieners en rijkaards eens een dagje meedraaiden in een hedendaags verpleeghuis. Mijn bijna 94-jarige tante verblijft tijdelijk met een gebroken enkel in een Haags verzorgingshuis. Ze mag er niet op staan en is dus erg afhankelijk van de verzorging. Ik bel haar maar niet in de ochtend, want dan ligt ze nog ongewassen en niet aangekleed in bed en dan kan ze niet bij de telefoon komen. Het personeel valt niets te verwijten. Zij moeten met zijn tweeën maar zien hoe ze dertig hulpbehoevende bewoners wassen en aankleden. Dat hoort allemaal bij de efficiencymaatregelen, die de gewenste besparingen opleveren. Die zijn nodig om tot de o zo noodzakelijke belastingverlaging voor de topverdieners te komen.

Over de situatie in verzorgingshuizen en verpleeghuizen schreef mijn Volkskrant op bladzijde drie. Wat ik hier beschrijf, blijkt bijna overal in Nederland voor te komen. De verzorgenden en verplegenden schamen zich dood. Hoe lang houden zij dit nog vol en hoeveel jonge mensen zijn straks bereid om dit werk te gaan doen? Het probleem gaat allen maar ernstiger worden, want er komen relatief steeds meer zeer ouderen en steeds minder jongeren betreden de arbeidsmarkt. Veel ouderen zijn alleengaand en hebben geen familie in de buurt wonen. Lang niet altijd kunnen mantelzorgers de problemen verzachten.

Dit verdient een van de topthema's te worden bij de volgende verkiezingen voor de Tweede Kamer. Aan deze schande voor Nederland hoort een eind te komen.

9 mei Europadag

vrijdag, mei 9th, 2008

De blauwe vlag met de twaalf sterren

Eigenlijk had ik vandaag de vlag van Europa willen uithangen, maar ik heb geen Europavlag. Waar zou je die kunnen kopen? Het zou een goede actie kunnen zijn van onze Europawerkgroep. Alle leden vragen of ze een Europavlag willen aanschaffen.

Maar gelukkig wapperde de blauwe vlag met de twaalf sterren fier aan de mast voor ons Gemeentehuis. Hoeveel mensen zouden weten, dat het de vlag van Europa is? En hoeveel mensen zouden weten, dat 9 mei Europadag is? En waarom is er eigenlijk een Europadag? Is Europa belangrijk?

Ik fietste met een veel jonger iemand naar Bunnik en we genoten van het zeldzaam mooie weer. Ik zei, dat ik mij herinnerde, dat het eind maart, begin april 1945 ook zo warm was. En dat we toen wachtten op de bevrijding. We wisten, dat de Canadezen oprukten en in de tweede helft van april hoorden we in het Oosten bij Deventer en Zutphen de kanonnen bulderen. En toen op een avond zagen we plotseling Duitse militairen door de weilanden naar ons toe komen lopen, kennelijk op de terugtocht en we wisten, nu is het zover. Snel gingen we aan de achterkant de school uit naar het huis van de bovenmeester, waar we in de kelder samen met het gezin van de bovenmeester en van de evacuees in zijn huis schuilden voor de beschietingen die al snel begonnen en de hele nacht voortduurden. De volgende ochtend was het even rustig. We zagen branden in Apeldoorn. Daarna begonnen de beschietingen weer. Granaten ontploften vlak bij. Een gewonde oudere boer met inwendige kneuzingen werd binnengebracht. Hij had puin op zijn lijf gekregen. Zijn zoon bloedde hevig door een granaatscherf gewond in zijn hals. Beiden hadden dringend hulp nodig.

Plotseling hoorden we buiten lopen en we dachten, dat het een Duitse militair was. De andere Arnhemse mevrouw en mijn moeder gingen naar de deur en zeiden in het Duits: "Bitte Hilfe. Es gibt hier ein schwer Verwundete." Langzaam werd de deur verder open gedrukt; er verscheen een geweerloop en toen kwam die stem uit het halfdonker: "I am a Canadian!". We waren bevrijd. Snel controleerde hij het huis op Duitsers, blies toen op een fluitje en in een minimum van tijd was er een hospitaalsoldaat. De gewonden werden afgevoerd en de zoon heeft het gered.

Zo kwam er voor ons een eind aan de oorlog. Elk jaar vieren we de bevrijding op 5 mei en we overwegen de waarde van de vrijheid en dit jaar werd benadrukt, dat vrijheid solidariteit vergt. De laatste eeuwen hebben we nog nooit zo'n lange periode van vrijheid gekend, een tijdvak zonder oorlog. Eigenlijk zijn die onderlinge oorlogen in Europa ondenkbaar geworden. Dat is een van de resultaten van de onderlinge samenwerking. De landen van Europa groeien steeds meer naar elkaar toe. We worden niet of nog niet de Verenigde Staten van Europa. Er wordt door sommigen weer erg nationalistisch gedacht, maar ik ben er vast van overtuigd, dat al die Eurosceptici op een dag zullen inzien, dat we niet zonder elkaar kunnen en dat we door intens samen te werken veel meer problemen kunnen oplossen en tot grotere welvaart en groter welzijn kunnen komen.

En daarom had ik vandaag nu zo graag de vlag willen uitsteken!

Trots op Nederland?

vrijdag, mei 2nd, 2008

Koninginnedag 2008

Net nog keek ik naar een rechtstreekse uitzending van een bijeenkomst van de Global Greens in Brazilië. Ik wilde even zien, hoe het daar aan toe ging. Maar ik was al van plan deze column te schrijven over trots zijn op je eigen land. En nu voel ik mij een beetje trots op het feit, dat ik deel uit maak van een wereldwijde beweging van groenen, van milieuvrienden. Kan dat samengaan?

Ben ik trots op Nederland? Ja en nee. Er zijn heel wat redenen om trots te zijn op Nederland. Het meest trots ben ik op onze eeuwenoude democratische traditie. Al in de Middeleeuwen werd de adel opzij gezet door de steden en binnen die steden bestond een zekere mate van democratie, evenals later in de provincies en in de Republiek. Wij zijn een vrijheidslievend volkje en laten ons niet blijvend onderwerpen. In mijn internationale contacten merk ik, dat het in andere Europese staten moeilijk is democratische politiek te bedrijven. Dat wil zeggen samen beslissen en daarbij rekening houden met iedereen, ook met minderheden. Het wordt nogal eens de dictatuur van de meerderheid en de regering heeft autocratische trekjes.

Zo kom ik op een tweede reden om trots te zijn op Nederland. We kennen ook een eeuwenoude traditie van verdraagzaamheid, van tolerantie. We accepteren, dat er mensen zijn, die over veel zaken anders denken, respecteren hun mening en geven iedereen de mogelijkheid overeenkomstig zijn opvattingen te leven. Daardoor zochten mensen uit minder tolerante landen vaak hun toevlucht in Nederland en ze zorgden voor een verrijking van onze cultuur. En geleerden van naam gaven in hun juridische of filosofische werken nader gestalte aan dat tolerantieprincipe. Bij de oplossing van conflicten volgen we graag de juridische weg en Nederlanders hebben belangrijke bijdragen gegeven aan het internationale recht, bijvoorbeeld het zeerecht.

Ik ben ook trots op Nederland vanwege de Nederlandse cultuur, waarbij vooral de Nederlandse schilderkunst de aandacht trekt. Maar ook in de muziek, de literatuur en de filmkunst trekken wij de aandacht. Nederlandse vormgevers en modeontwerpers zijn een voorbeeld voor velen.

En dan zijn er nog de wetenschap en de techniek en daarbij misschien het meest opvallend de waterbouw: de Zuiderzeewerken en de Deltawerken. Maar ook de elektrotechniek en de astronomie en de chemie zijn van hoog niveau.

Als ik nu met een camera de straat op zou gaan en aan willekeurige voorbijgangers zou vragen waarom zij trots zijn op Nederland, zouden dan deze antwoorden komen? Of zou het gaan over onze sportprestaties of over onze welvaart of over ons sociale stelsel?

En toch heb ik de laatste jaren soms het gevoel, dat Nederland niet langer Nederland is. Dat we gewelddadiger en intoleranter en minder solidair zijn geworden en juist mensen, die zich daaraan schuldig maken zie ik als aanhangers van "Trots op Nederland".

Dan wordt nationale trots eng nationalisme. Dan zet men zich af tegen andere landen en andere culturen. Dan is men niet meer open voor invloeden van buiten, sluit men zich op in het eigen kleine kringetje en men is niet meer gastvrij naar vreemdelingen. Alles wat anders is ziet men eerder als een bedreiging dan als een waardevolle en interessante zaak om mee kennis te maken en er iets van te leren. Zo maken wij ons zelf geestelijk armer en op den duur wordt ook onze welvaart aangetast.

Daar moest ik aan denken toen ik vrijwel alle Nederlanders zag genieten van de zoveelste Koninginnedag met alle vrijmarkten en aubades en volksspelen, die elk jaar weer terugkomen. En veel mensen lieten weten, dat ze dat samen feest vieren, die grote verbondenheid erg waardeerden. Misschien is er toch niet zoveel reden voor pessimisme.

Ja ik kan nog steeds trots zijn op Nederland, maar ook op het dorp, waar ik woon en erg trots ben ik op het feit, dat we in Europa eeuwenoude vijandschappen opzij hebben gezet en tot eenheid zijn gegroeid met behoud van veel nationale zaken van waarde. Mijn solidariteit richt zich op velen, op die kleine kring van je familie, op je dorp, op je land, op Europa en ik probeer solidair te zijn met mensen buiten Europa en met mensen van geheel andere culturen en geheel andere religies. Ja, in mijn ogen gaat dat allemaal samen.

Dialoog tussen doven

vrijdag, april 25th, 2008

Spreken en luisteren en reageren op elkaar

Onlangs op 16 april verscheen de uitspraak van de Commissie Gelijke Behandeling over ambtenaren, die weigeren mee te werken aan een huwelijkssluiting tussen twee homo's of twee lesbiennes, beter bekend als het homohuwelijk. Het COC, de belangenorganisatie voor homoseksuelen, had om een uitspraak gevraagd. Volgens die uitspraak zouden ambtenaren van de burgerlijke stand voortaan verplicht zijn mee te werken en anders uit hun functie worden gezet en ander werk krijgen.

Ik was niet gelukkig met die uitspraak en stuurde nog die zelfde dag een ingezonden brief naar mijn lijfblad, de Volkskrant. De kop luidde: Gewetensvrijheid

Homo's hebben in Nederland het recht in het huwelijk te treden en openlijk en door de wet erkend te leven overeenkomstig hun overtuiging. Prachtig!
Maar waarom gunnen zij een kleine groep ambtenaren van de burgerlijke stand niet te leven overeenkomstig hun overtuiging, die niet in strijd is met de wet? (Binnenland, 16 april) Waarom wordt een hele bevolkingsgroep uitgesloten van een ambt op grond van hun religieuze overtuiging? Juist als je voor je zelf de gewetensvrijheid opeist, moet je de gewetensvrijheid voor anderen verdedigen.

Op deze site en in de Volkskrant reageerde Peter Verberne uit Hoogezand. Boven zijn brief stond de titel Schoffelen
John Jorna schrijft: "Waarom wordt een gehele bevolkingsgroep uitgesloten van een ambt op grond van hun religieuze overtuiging?" (Geachte redactie 21 april) Als je niet wil schoffelen moet je niet bij de plantsoenendienst solliciteren. In de wet is beschreven wat de taken zijn van een ambtenaar van de burgerlijke stand. Als die taken je niet aanstaan, moet je het ambt niet ambiëren. Overigens kan begrip worden opgebracht voor ambtenaren die aangesteld werden toen het homohuwelijk nog niet bestond.

Er ontwikkelde zich vervolgens een discussie per e-mail en eigenlijk bleef hij zijn argument met andere woorden herhalen: de wet en de arbeidsovereenkomst schrijven bepaalde taken voor en daar heb je je maar aan te houden. Dat in meerdere wetten in Nederland rekening wordt gehouden met gewetensbezwaren, leek hem onbekend. Denk aan de militaire dienstplicht, die niet is afgeschaft, maar is opgeschort, aan de verzekering tegen ziektekosten of de inenting tegen bepaalde ziekten. Een arts is ook niet verplicht mee te werken aan euthanasie, maar alleen een arts mag onder strikte voorwaarden euthanasie toepassen. Ik schreef Verberne, dat ik heus wel begreep, dat je strikt juridisch geredeneerd je werk moet doen, maar dat het daar niet om ging. Het gaat er om hoe je in een pluriforme maatschappij met elkaar omgaat.

Dondedagavond, 24 april zagen we Imam Fawaz uit Den Haag en Stadsdeelraadvoorzitter Ahmed Marcouch uit het Amsterdamse Slotervaart met elkaar discussiëren en vanmorgen herhaalde zich dit debat op de Forumpagina van de Volkskrant in de vorm van een briefwisseling, waarbij ook weer opvalt, dat ze elkaar van alles verwijten, maar niet naar elkaar luisteren en niet op de woorden van de ander reageren.

Ik moet denken aan de speelplaats van een basisschool. Het ene jongetje botst per ongeluk tegen een ander jongetje. Die begint te schelden. Er wordt terug gescholden. Er wordt geduwd. Men kjikt elkaar boos aan. En dan beginnen ze te vechten. En de andere kinderen gaan ze nog verder ophitsen. Vroeger keek ik dat even aan, maar als ik vond, dat het lang ge noeg duurde of dat het te gemeen werd, dan pakte ik ze allebei in de kraag en trok ze uit elkaar. Nu is het genoeg geweest. Geef elkaar een hand. Is het nu weer OK?  Dat was meestal wel zo en even later zag je ze weer met elkaar spelen.

Maar de ruzies, die de wereld vandaag teisteren, de scherpe tegenstellingen tussen bevolkingsgroepen, ze vormen echt een bedreiging. Het kan te gemakkelijk uit de hand lopen en er staat geen meester op de speelplaats, die de twee ruziemakers uit elkaar trekt.

Het wordt tijd, dat we echt leren luisteren naar elkaar, samen naar echte gemeenschappelijke formuleringen zoeken om dingen op te lossen. We hebben in Europa eeuwenlang telkens weer oorlog gevoerd ten koste van miljoenen doden, gewonden, voor het leven gehandicapten en vreselijke verwoestingen. Eindelijk zijn we gaan begrijpen, dat al dat geweld niets oploste en na die tweede wereldoorlog zijn we gaan samenwerken. Het kan!

Ethische dilemma’s in je werk

donderdag, april 24th, 2008

Klokkenluiders; moedige mensen

John Jorna 

Volgens de Atlas van Europese Waarden voert slechts ruim een kwart van de Nederlandse werknemers orders van de baas klakkeloos uit ook al zijn ze het er niet mee eens. Kennelijk laten Nederlanders hun geweten niet thuis als ze naar hun werk gaan. Soms wil je baas je iets laten doen, dat strijdig is met de wet. Een dubbele boekhouding voeren om de belastingen te kunnen ontduiken. Chemisch afval illegaal dumpen in plaats van het naar een afvalverbranding te vervoeren. Je niet houden aan de voorschriften bij het werken in de laboratoria bij de kerncentrale in Petten.  Rommelen met de bouwvoorschriften. Ad Bos moest een dubbele boekhouding voeren om de aanbestedingen te kunnen manipuleren. Het kostte de gemeenschap miljoenen extra in de wegenbouw. Nu heeft hij zijn huis moeten verkopen om allerlei proceskosten te kunnen betalen. Een baan krijgt hij niet meer. Als je dat weet, vergt het veel moed om klokkenluider te zijn.Soms gaat het helemaal niet om handelingen die strijdig zijn met de wetten van de staat, misschien wel met Gods wetten. Hoe ga je als werknemer om met het IND-beleid? Werk je mee aan uitzetting van asielzoekers, als dat volgens de wet kan, maar strijdig is met jouw besef van rechtvaardigheid? Wat doe je als controleambtenaar van de sociale dienst als je twee tandenborstels telt bij een alleenstaande moeder met een bijstandsuitkering? Het zijn gewetensvragen.Vroeger kon je vrijstelling krijgen voor militaire dienst. Je kreeg dan vervangende dienst. Je kreeg niet zo maar vrijstelling. Je moest jouw motieven om dienst te weigeren toelichten voor een commissie. Die stelde jou soms strikvragen. Bijvoorbeeld: Een misdadiger dreigt jouw kind te vermoorden. Je hebt een pistool bij de hand. Schiet je hem neer? Als je dan ja antwoordde, dan verviel jouw argument, dat je als militair geen andere mensen zou willen doodschieten. Vanzelfsprekend waren er tussen de dienstweigeraars mensen, die liever gelijk veel wilden verdienen en carrière wilden maken in plaats van in dienst te gaan. Je mag dus nooit gewetensbezwaren aanvoeren om op die manier van een lastige klus af te komen, waar je dan bovendien een ander mee opzadelt.Met gewetensvragen kun je als kerkelijk bedienaar ook te maken krijgen. Spreek je de zegen uit over een levensverbintenis van twee homo’s of twee lesbiennes? Weiger je een gescheiden iemand de communie? Dat komt nog voor! Geef je iemand een kerkelijke begrafenis als je weet, dat de gestorvene is overleden na euthanasie?  Zoals altijd moet je een gewetensbeslissing nemen. Wat gaat voor, de kerkelijke regel of het gebod van liefde en barmhartigheid? Zulke beslissingen vergen een zorgvuldige afweging. Keihard de regels uitvoeren kan ernstige schade veroorzaken aan het levensgeluk van mensen. Sommige mensen hebben een ruim geweten. Voor hen kan alles of bijna alles. Anderen hebben juist een nauw geweten. Ze zijn vreselijk bang iets verkeerd te doen en houden zich aan een bepaalde interpretatie van bijbelse voorschriften. God zorgt voor jou en stelt jou soms op de proef door jouw kinderen ziek te maken. Maar ja, dat is Gods wil en daartegen mag je je niet verzetten door jouw kinderen te laten inenten tegen kinderverlamming. Vaak houdt de wetgever rekening met dergelijke opvattingen. Een arts is niet verplicht om mee te werken aan abortus of euthanasie. Soms zal hij verwijzen, maar ook daartoe is hij niet verplicht. Sommige protestanten vinden, dat je tegen Gods wil ingaat als je je verzekert tegen ziektekosten. Dat hoeft dan niet, maar ze moeten wettelijk wel eenzelfde bedrag als de premie sparen. De overheid dwingt mensen niet om tegen hun geweten in te gaan.Toen in Nederland het huwelijk werd opengesteld voor homo’s en lesbiennes, bleken er ambtenaren van de burgerlijke stand, die daaraan niet mee wilden werken. Weigerambtenaren worden ze genoemd. Veel voorstanders van het homohuwelijk reageerden verontwaardigd. Die ambtenaren moesten maar ander werk krijgen en in het geval van vacatures kwamen mensen met dergelijke opvattingen niet in aanmerking voor de functie van ambtenaar van de burgerlijke stand.Daar had ik moeite mee. Terecht eisen homo’s hun recht op een huwelijk op. Waarom gunnen ze dan een ander niet het recht op een andere opvatting? Waarom wil je die weigerambtenaren dwingen op straffe van ontslag of uitzetting uit hun functie om tegen hun geweten in te gaan? Is dat geen gewetensdwang? Moeten ambtenaren van de burgerlijke stand uit een conservatief christelijk milieu hun geweten maar thuis laten als er die dag een homohuwelijk op de rol staat? In het begin van dit artikel zagen we, dat het juist zo belangrijk is, dat mensen gewetensvol hun werk doen. Wie maakt eigenlijk uit wat jouw gewetensbeslissing moet zijn? Dat ben je zelf al moet je daarbij wel zorgvuldig te werk gaan en luisteren naar wat de kerk ons leert en wat de algemeen geldende opvattingen zijn in onze samenleving. Voltaire heeft eens gezegd: “Ik verafschuw wat u zegt, maar ik zal alles doen om uw recht het te zeggen te verdedigen.” Je zou ook kunnen zeggen: “Ik verafschuw uw opvattingen, maar ik zal alles doen om uw recht overeenkomstig die opvattingen te leven te verdedigen” Dat alles overigens binnen de grenzen van de wet. 

Dit artikel verscheen in Parochiekontakt van februari 2008.

Kunstwerk bedreigd

zaterdag, april 19th, 2008

Ik droomde

Ik droomde, dat ik een bericht in de krant las over een waakzame groep burgers, die bij de politie aangifte had gedaan van een bende vandalen, die het op een kunstwerk voorzien had.

Het ging om het kunstwerk "Composition in green, blue and red", gemaakt door een kunstenaarscollectief dat zich "Mens en Natuur" noemt. De bende vandalen onder leiding van een zekere De V. was van plan een zwarte streep door het kunstwerk te trekken en zou daarvoor geen middel onbeproefd laten. Ze zouden zelfs het gebruik van bulldozers  niet schuwen.

Het politiedistrict Midden Nederland heeft een aparte 'taskforce' opgericht om de bende in de gaten te houden. De leider staat zelfs onder permanente observatie. De politie hoopt, dat deze kunstvandalen daardoor zullen terugschrikken en hun plannen zullen laten varen.

Er staat tegenover, dat deze lieden steun krijgen tot in de hoogste kringen. Waar is de tijd gebleven, dat kunst nog heilig was? Maar voor 'de vooruitgang' moet alles wijken. Helaas kan de politie weinig meer doen zolang de bende niet heeft toegeslagen. Wij houden u verder op de hoogte. Tot zover het bericht, tevens het einde van mijn droom.

Je kunt soms vreemd dromen. Ik vroeg mij af, wat er achter die droom zat. Ik realiseerde me, dat ik een tijd wakker gelegen had en nadacht over A12 Salto. Toen was de droom snel verklaard. Inderdaad is het landschap een kunstwerk, dat je niet door vandalen moet laten vernielen.
Dat begrijpt de provincie inmiddels iets beter. Eerst waren ze zo dom of vergeetachtig geweest, per ongeluk of met opzet, om de Rietsloot, een restgeul in een fossiel Rijndal niet op te nemen op een kaart van aardkundige waarden in de provincie. Nu de provincie de grens van het Nationaal Landschap Rivierenland laat aansluiten bij het Nationaal Landschap Nieuwe Hollandse Waterlinie en zo ver naar het Noorden heeft geschoven, dat ook de Rietsloot benoorden de Achterdijk binnen het Nationaal Landschap ligt, heeft de provincie impliciet erkend, dat ook de Rietsloot met fossiel Rijndal van aardkundige waarde is. Het steilrandje, de vroegere rivieroever wordt zelfs nadrukkelijk genoemd in de motivering van het besluit van Gedeputeerde Staten. Zo zijn de vervaardigers van het Milieu Effect Rapport op de vingers getikt na hun domme opmerkingen over het niet zichtbaar zijn in het landschap van deze fossiele dalen met restgeul. Een argument te meer om het Rijsbruggerweg tracé niet te kiezen.

Het geeft een goed gevoel, dat steeds meer mensen de waarde van het landschap gaan inzien. Snel achtereen ga ik daar morgen al voor de derde keer binnen drie maanden er een lezing over houden. Of de kunstvandalen zich nu zulle bekeren is afwachten.