Author Archive

Je suis Charlie

vrijdag, januari 9th, 2015

 

MAAR WIE ZIJN TERRORIST?

Ik zou Charlie hebben geheten, als mijn ouders mijn tweede voornaam als eerste hadden gekozen. Tsja, zij konden ruim 80 jaar geleden niet bevroeden, dat de naam Charlie de hele wereld over zou gaan. Maar ben ik met Charlie Hebdo te vergelijken? Nee, ik kan niet goed tekenen en satire ligt me niet zo, al vind ik het wel leuk af en toe wat speldenprikjes te geven. Maar bovenal wil ik tot genuanceerde standpunten komen, de zaken van meerdere kanten bekijken en mensen de kans geven na te denken en zo tot hun eigen standpunt te komen. Satire is meestal niet erg genuanceerd. Maar ik vind wel, dat mensen hun mening moeten kunnen verkondigen ook al is die erg eenzijdig en hard voor anderen. Ik sta voor de vrijheid van meningsuiting en voor alle vrijheden van onze Grondwet. Onder een Stalinistische of Nationaalsocialistische of Atheïstische dictatuur zou ik het heel moeilijk krijgen. Zou ik dan even moedig zijn als de redactie van Charlie Hebdo? Ik hoop van wel.

Iedereen vraagt zich af hoe het mogelijk is, dat wijlen de twee broers Kouachi tot zo’n diepe haat konden komen en zulke vreselijke moordenaars konden worden. Veel mensen geven hun Islamgeloof de schuld. Ik geloof er niets van. Ik ga ruim zeventig jaar terug in de tijd. Ik ben een kleutersschoolleerling. Ik ben vijf en zit bij nonnen op de kleuterschool. Die “Zusters van Liefde” vertellen het verhaal van Jezus’ lijden en dood. De Joden hebben dat gedaan. Wat was ik kleine kleuter boos op die Joden en op onze Joodse buren. Zo werkt indoctrinatie. Kort daarna vielen de Duitsers ons land binnen en begon voor Nederland de Tweede Wereldoorlog. Die ‘Rotmoffen’ namen ons onze vrijheid af. Ze vermoordden onschuldige burgers. Ze voerden diezelfde Joodse buren weg om ze in Auschwitz te vergassen. Mannen werden bij razzia’s zo maar opgepakt om in Duitsland als dwangarbeider te werken. Alles was op de bon en veel was alleen op de zwarte markt te koop. Geen wonder dat mensen zich begonnen te verzetten. Die heldhaftige verzetsstrijders werden vaak gearresteerd en door de ‘Moffen’ in concentratiekampen opgesloten en velen werden gefusilleerd. Dat doe je met terroristen, zoals de Duitsers de ondergrondse verzetsstrijders noemden. Wat hebben we die smerige ‘Moffen’ gehaat. Ik ken een gezin, waarvan de vader, leider van een verzetsgroep, gefusilleerd is. Sommige gezinsleden kunnen nog steeds niet naar Duitsland, zo groot is nog steeds die terechte haat. Er zijn veel verhalen te vertellen over de wreedheden van de Duitse bezetters. Maar zijn het alleen de Duitsers? NSB-ers en hun kinderen zijn na de bevrijding door Nederlanders heel smerig behandeld. Bewakers van Kamp Amersfoort lieten kinderen vechten om een snee brood. Dat was lachen! Nonnen in een kindertehuis lieten NSBdochters hun eigen braaksel oplikken. Steeds meer wordt bekend over de wreedheden van sommige Nederlandse legeronderdelen in Indonesië.

Ik  denk, dat onder bepaalde omstandigheden mensen van allerlei nationaliteiten en van allerlei religies en van allerlei rassen of politieke overtuigingen tot immense wreedheden in staat zijn. Zo ontstaan haatgevoelens bij de slachtoffers en bij mensen, die met hen sympathiseren. Hoe vaak lezen we niet in de krant, dat bij aanvallen met drones in het Pakistaans-Afghanistans grensgebied weer tientallen terroristen zijn gedood. Helaas vielen er ook enkele burgerslachtoffers. Wij herinneren ons de beelden uit de Abu Graibh gevangenis en van het neerschieten van burgers vanuit een Amerikaanse helikopter in Irak. We vinden het heel gewoon te horen, dat ook Nederlandse F16’s bombardementen uitvoeren en IS-strijders doden. Daarover wordt triomfantelijk bericht. Intussen strijden groeperingen in Syrië en Irak ook onderling en vraag je je af of de regeringstroepen van Assad nu wreder zijn of de IS-strijders. Veel van die dictatoriale regimes worden door Rusland of door het Westen gesteund. Met al die vreselijke slachtpartijen is het niet moeilijk beelden te verzamelen, waarmee je Moslims uit het Westen kunt verleiden in Syrië en Irak te gaan meevechten. Zo gaan ook Koerden naar Syrië en Irak om hun volk te steunen. Terreur en tegenterreur.

Ik ken het blad Charlie Hebdo niet echt. Ik heb de indruk, dat zij in hun kritiek niemand sparen. Tegenkrachten misbruiken dan de Islam om op te roepen deze beledigers van Mohammed en de Islam te straffen. In werkelijkheid is het vooral een strijd om de economische en politieke macht. Soms komt die strijd plotseling heel dichtbij en wordt ons comfortabele leventje ernstig verstoord. Dertig jaar geleden werd er altijd gewezen op het MIC, het Militair Industrieel Complex, een verbond van militairen en de wapenindustrie, de echte profiteurs van al die conflicten. Wanneer komen al de goedwillenden in Oost en West en in Noord en Zuid nu eindelijk eens tot eendrachtig verzet? Wanneer wordt het echt vrede?

Jaargang 7, Nr. 343.

Avaaz, een actiegroep van 40 miljoen mensen

vrijdag, januari 2nd, 2015

 

ZIJN WIJ WERELDBURGERS?

In een E-mail van Avaaz las ik dat deze wereldorganisatie na acht jaar 40 miljoen leden heeft. Ik dacht er verder over na. Ben ik van meer organisaties lid, die over de hele wereld verbreid zijn. Ik dacht aan de Rooms-katholieke Kerk en aan Scouting. Later ook aan de mensenrechtenorganisatie Amnesty International, aan de vredesorganisatie Pax, vroeger IKV/Pax Christi en aan de milieuclub Greenpeace. Ik ben ook donateur van het Rode Kruis en van Artsen zonder Grenzen. Ik draag kleine steentjes bij, want ik voel mij verantwoordelijk. Daarbij besef ik, dat het werk van deze organisaties ook belangrijk is of kan zijn voor ieder van ons. Een klein voorbeeld. We discussieerden over windmolens en iemand zei, dat ze beter in zee gebouwd kunen worden dan op het land. Hij ergert zich aan de rode lichten aan de horizon. Ik merkte op, dat als we lang genoeg wachten, die nare molens vanzelf in zee komen te staan. Het is nog maar de vraag of we West-Nederland droog kunnen houden als de zeespiegelstijging meer wordt dan we hopen en verwachten. Wereldproblemen gaan ons ook aan en tegelijkertijd zijn er mensen, die helemaal op de eng-Nederlandse toer gaan. Vaak zeggen mensen mij, dat je als gewone man of vrouw toch geen invloed kunt uitoefenen. Mensen voelen zich machteloos.

Avaaz is een wereldorganisatie, die geheel online werkt. Je krijgt een E-mail. Daarin wordt een bepaald probleem beschreven. Regeringen dralen bij het nemen van maatregelen. Belangengroepen lobbyen om regeringen af te houden van ingrijpen. Het gaat hun immers geld kosten. Avaaz vraagt dan je handtekening onder een petitie aan die regeringen om nu snel te handelen en de regeringsleiders krijgen opeens een petitie met dertig miljoen handtekeningen of meer. Die leg je niet zo maar naast je neer. Die handtekeningen komen van mensen uit de hele wereld. De site van Avaaz laat dat mooi zien. In een snel tempo van elke tel één zie je namen en land in een venster voorbij schuiven. Dat geeft een enorm warm gevoel van verbondenheid. We geven samen een stem aan die miljoenen gewone mensen. De machthebbers luisteren. Avaaz betekent “stem” of “lied” in veel talen.

Avaaz beschrijft de activiteiten als volgt. “Samen hebben wij miljoenen gedoneerd voor humanitaire hulp, een sleutelrol gespeeld in een halt toeroepen aan Rupert Murdoch’s opmars in het mondiale media landschap, tientallen nationale en mondiale overwinningen geboekt op het gebied van klimaat, Monsanto megaprojecten ontregeld, grote delen van onze oceanen en bossen beschermd, de mondiale ban op de walvisvaart in stand gehouden, neushoorns en olifanten helpen beschermen, democratie bevorderd van Burma tot Zimbabwe en van Palestina tot Rusland. We hebben ACTA en andere pogingen tot internet censuur de kop ingedrukt, gestreden tegen de onheuse oorlog in Irak en tegen de schending van de mensenrechten in Guantanamo en we hebben ons hard gemaakt voorklokkenluiders als Snowden en Manning juist dan wanneer het echt nodig was. Met deze (letterlijk) honderden overwinningen bewijst onze gemeenschap geen angst te kennen en principieel en effectief de strijd aan te gaan voor een wereld waar wij allemaal van dromen.”

Avaaz is gevestigd in New York City, maar is financieel en politiek absoluut onafhankelijk. Het geld voor de technologie en de 69 medewerkers komt van de donateurs en niet van bedrijven of overheden. De medewerkers en vrijwilligers beschikken samen over een buitengewone deskundigheid en zo weten ze de acties precies op het goede moment te lanceren wanneer er een goede kans op succes is en de noodzaak zeer groot. Avaaz is in staat binnen 24 uur in 194 landen op grote schaal gecoördineerde democratische druk uit te oefenen. Avaaz is na acht jaar de grootste wereldwijde online beweging in de geschiedenis.

Wilt u meer weten of mee gaan doen kijk dan op www.avaaz.org/nl . Ik doe nu meer dan vier jaar mee met de acties van Avaaz. Het voelt goed.

Jaargang 7, Nr342.

 

Hebben kerkverlaters een verouderd kerkbeeld?

vrijdag, december 26th, 2014

KERSTOVERDENKING

We hebben Kerstmis gevierd. Niet in Amerikaanse stijl met Santa Claus en cadeautjes onder de kerstboom en liedjes over de arrenslee getrokken door rendieren. Wij vinden de Nederlandse cultuur te belangrijk. We willen Kerstmis vieren als een kerkelijk feest en als een familiefeest. Dus staat er een eenvoudige kerststal onder de kerstboom. Daarom gingen we op Kerstavond naar de Kerstviering. Zoals altijd werd iedereen welkom geheten en met nadruk die mensen, die alleen of bijna alleen met Kerstmis een viering bijwonen. Dat zette mij aan het denken. Waardoor wordt de binding met de kerk steeds zwakker? Deze column is dan ook een vervolg op die van vorige week. Het is met kerken als met alle voorzieningen: “Use it or loose it!”. Gebruik de voorziening of je verliest hem.

Ik vind de beschrijving van de eerste christengemeenten een van de boeiendste delen van de Bijbel. Wekelijks kwamen zij bijeen om het Brood te eten en de Wijn te drinken. Ze waren met elkaar verbonden en zorgden voor elkaar en niemand leed gebrek. De mensen om hen heen spraken erover en zeiden: “Ziet hoe zij elkaar liefhebben”. Hadden we dat maar tweeduizend jaar volgehouden. Die eerste christenen hadden het vaak niet gemakkelijk. Velen zijn als martelaar gestorven. Wat dat betreft is er niets veranderd. Opnieuw worden christenen gestenigd en onthoofd. Vanuit Syrië en delen van Irak vluchten ze naar Turkije, Koerdisch gebied en Europa. In onze kerk in Odijk was er op kerstavond een viering van Syrische christenen volgens de Chaldeeuwse ritus.

Terug naar de eerste eeuwen van onze jaartelling. De bekering van keizer Constantijn betekende een keerpunt. Christenen hoefden niet langer bang te zijn voor vervolging. Het christendom werd staatsgodsdienst. Daarmee nam de kerk ook de heerszucht van de staat over. Er ontstond een kerkelijke hiërarchie en veel bisschoppen werden ook wereldlijk heerser. Bisschoppen werden kerkvorsten. Met de hervorming was dat afgelopen, maar enkele van onze bisschoppen gedragen zich nog steeds als kerkvorsten, als middeleeuwse absolute heersers. De nauwe band tussen de eerste christenen, waar de leider de eerste was onder zijns gelijken vinden we niet meer terug. De bisschop krijgt geen weerwoord van zijn gemeente. Met de nieuwe paus begint het erop te lijken, dat dit soort potentaten zal worden terug gefloten.

Een andere historische ontwikkeling was het ontstaan van een priesterkaste. Er zijn ontzettend veel goede priesters, die echt voor de mensen zorgen en naar hun noden luisteren. Maar zoals zo vaak vallen de negatieve elementen meer op. Heerszuchtige pastoors, die hun parochianen als onderdanen beschouwen en absolute gehoorzaamheid eisen.  Dogmatici, die kerkelijke regeltjes als goddelijke openbaring beschouwen. Pastoors, die nauw verbonden zijn met de economische elite en de armen arm en dom houden. En dan ook nog een deel van de priesters, fraters en nonnen die er geen been in zagen en misschien nog steeds zien kinderen seksueel te misbruiken. Het is echt niet moeilijk redenen te vinden om niets meer met die kerk te maken te willen hebben.

Er is veel meer. Er is de twijfel aan veel van die geloofswaarheden. Veel ouderen hebben die waarheden als absoluut en letterlijk  waar voorgeschoteld gekregen. Conservatieve bisschoppen maken er een gewoonte van om elke keer weer te benadrukken, dat aan de geloofsleer niet getornd mag worden. Intussen is er een enorme ontwikkeling aan de gang. Als je weinig contact hebt met de kerk, ontgaat je veel en zit je nog steeds met het Godsbeeld van een alwetende gestrenge God, die jou straft voor je zonden met dood en verdoemenis in de hel. Het moderne Godsbeeld is dat van een barmhartige liefdevolle God in mij, in jou, te midden van ons. Die God is niet almachtig in die oude betekenis van een soort tovenaar. Hij huilt met ons om het verdriet van mensen en het leed dat mensen elkaar aan doen. Dat is de Boodschap van de man Jezus, waarvan wij deze dagen de geboorte herdenken. We noemen dat de blijde Boodschap.

Terechte boosheid, twijfel en onverschilligheid zorgen voor het verbreken van de band met de kerk. Hoe begrijpelijk zo’n reactie ook is, ze komt niet overeen met het beeld van die eerste christengemeente. Als je je werkelijk verantwoordelijk voelt voor elkaar, als je het waardevolle van die blijde boodschap ziet en je echt geïnspireerd voelt door de man van Nazareth dan blijf je bij elkaar om de armen bij te staan, de eenzamen te verlossen uit hun eenzaamheid, de zieken te genezen en de bedroefden te troosten. Wij zijn geen kerklid om van de kerk te profiteren. De kerk heeft ons nodig. We hebben elkaar nodig. Het is een minder populaire boodschap in een tijd van individualisering. Als je echt iets tot stand wilt brengen, dan kun je dat meestal niet alleen. Dat doe je met andere mensen samen. Ik zie het vrijwel dagelijks gebeuren, dat door mensen samen goede dingen gebeuren. Ruim tweeduizend jaar geleden is dat begonnen. We kunnen het hele jaar Kerstmis vieren. Als we willen.

Jaargang 7, Nr. 341.

De visie van Kardinaal Eijk op de toekomst

zaterdag, december 20th, 2014

WEINIG INSPIREREND STUK

Kardinaal Wim Eijk heeft zijn visie op de nabije toekomst van de Kerk in Nederland over ons uitgestort en we zijn er niet blij mee. Hij voorziet een sterk krimpende kudde en het sluiten van vele kerken. Hij ziet de “Oplossing” in het vormen van regionale parochies met maar één kerk en één priester, geholpen door onbezoldigde diakens en actieve leken. Zij allen samen moeten dan een netwerk vormen in hun regio in de wijken of dorpen de vereenzaamde katholieken bezoeken en hen eventueel mee laten liften naar die ene centrale kerk om daar de Eucharistie te vieren. Dan denkt hij dat het nog zal werken ook.

De narigheid van de in aantal leden krimpende geloofsgemeenschappen vertoont overeenkomsten met de al langer bekende kleine kernenproblematiek. Net als in die kleine kernen zie je in de geloofsgemeenschappen het verzet tegen kerksluiting opbloeien. Ook in veel kleine kernen neemt men geen genoegen  met het verlies van voorzieningen en de krimp van het inwonertal. Als de supermarkt dreigt te sluiten komt er een door vrijwilligers gerunde dorpswinkel. Als er voor het dorpscafé geen nieuwe exploitant te vinden is en de laatste ontmoetingsplek dreigt te verdwijnen komt er een Cultuurhuis of Dorpshuis, dat geheel op vrijwilligers draait, zoals steeds meer buurthuizen in de grote steden. Zonder Dorpshuis of Buurthuis zijn dorpsfeesten of een biljartclub, een klaverjastoernooi of toneelclub of tieneravond onmogelijk. Een levend dorp vraagt een ontmoetingsplek. Tot voor tien, twintig jaar draaiden de buurthuizen op beroepskrachten. Toen ze dreigden te worden weg bezuinigd nam de buurt het over. Het is verbazingwekkend hoeveel kracht en initiatief er in zo’n buurt zit. Het zijn heel gewone mensen waar zo’n buurthuis op draait. Zij voelen zich verantwoordelijk. Ze maken hun verantwoordelijkheid waar. Zo blijft er leven in de buurt of het dorp.

Kardinaal Eijk denkt, dat er zonder Eucharistie geen leven is. Het beperkt aantal priesters bepaalt dan het aantal kerken, dat open blijft. Ik moest denken aan een verhaal, dat mijn broer, missionaris in Congo vertelde. Vanuit zijn missiestatie bezocht hij een dorp waar meer dan twee jaar geen priester meer op bezoek was geweest. Toch was de gemeenschap in leven gebleven onder leiding van een catechist, een enigszins geschoolde leek. Mijn broer moest wel wat achterstallig onderhoud plegen: huwelijken inzegenen, eerste H. Communie toedienen, kindjes dopen en ga maar door. Maar een gemeenschap kan blijven leven zonder voortdurende aanwezigheid van een priester. Dat staat ver weg van het denken van Kardinaal Eijk.

Mijn eigen geloofsgemeenschap in Odijk is een mooi voorbeeld. De mensen voelen zich verantwoordelijk voor hun gemeenschap en houden alles draaiende. Dat hangt ook samen met de geschiedenis van de dit jaar vijftig jaar bestaande kerk. In 1939 kreeg Bunnik een nieuwe kerk. Odijk was klein, had geen eigen kerk en hoorde bij Bunnik. De nieuwe kerk lag een kilometer verder van Odijk. Nog verder lopen op je klompen. Na de oorlog kwam er in 1946 een comité tot oprichting van een eigen kerk in Odijk. De dwaasheid van mensen, die geloven in een idee. Het bisdom was tegen. De pastoor was (vanwege het geld) tegen. Maar men ging door. De suburbanisatie vanaf 1959 bracht redding. In 1964 had Odijk een eigen kerk. Symbool van gemeenschapszin. Voor Odijk is de kern van het samen kerk zijn de gemeenschap, het er zijn voor elkaar en voor elkaar opkomen. Doen zoals Jezus van Nazareth heeft gedaan. De Eucharistie is dan ook het teken van die gemeenschap met elkaar en met Jezus, die te midden van ons is.

Als Kardinaal Eijk echt gelovig vertrouwen heeft in mensen, in hun verantwoordelijkheidsgevoel in hun kracht en in de genade van de Heer, dan kan hij van deze beschouwingen veel leren. De bisschop van Poitiers, Mgr. Albert Rouet (zie Column van de week 9 augustus 2013) heeft dat vertrouwen wel. Hij begreep, dat het sluiten van dorpskerken betekende, dat het dorp van zijn ziel beroofd werd. Hij wil geen kerken sluiten en maakte een klein gekozen bestuur verantwoordelijk voor die plaatselijke geloofsgemeenschap. De pastoor bleef op afstand. Het blijkt een succes. Uiteraard weet Kardinaal Eijk heel goed hoe succesvol het beleid van zijn collega bisschop is. De vraag is of kardinaal Eijk kan ontsnappen uit zijn dogmatisch denken en zijn geloof in mensen en in Gods genade kan hervinden.

Jaargang 7, Nr 340.

Het GroenLinks ledenreferendum over militaire missies

zaterdag, december 13th, 2014

HET IS WACHTEN OP DE UITSLAG

De periode, dat we mochten stemmen over de criteria om de wenselijkheid van een militaire missie te beoordelen is voorbij. We hebben keurig gestemd. Mijn vrouw kon ook stemmen, want ze ontving op ons gezamenlijk E-mailadres een eigen uitnodiging. Dat is vaak anders geweest.

Ik had er wat moeite mee. Naar mijn mening ontbraken criteria, maar je kunt van mening zijn, dat ze er impliciet wel bij stonden. Ik vind het belangrijk, dat goed onderzocht wordt of de missie enige kans van slagen heeft. Bij een dergelijk onderzoek moeten cultureel antropologen, geografen, economen, politicologen, juristen, religiewetenschappers samenwerken. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Japan onderwerp van een dergelijk studie. Het resulteerde in een boek, The Chrysantenum and the Sword. In de Japanse cultuur gaan liefelijkheid en geweld samen. Een van de problemen was hoe te voorkomen, dat de Japanners zich eindeloos lang zouden doorvechten. Na de capitulatie gebood de keizer het leger te stoppen met militaire acties. Ik heb sterk de indruk, dat dergelijke studies in Amerika voorafgaand aan het ingrijpen in het Midden Oosten helaas niet zijn verricht. Anders hadden ze waarschijnlijk er van afgezien hun hand in dit wespennest te steken. Obama is daarom veel voorzichtiger.

Bij dat onderzoek hoort ook de beantwoording van de vraag of ingrijpen niet leidt tot verergering van het conflict. Dat zien we maar al te vaak gebeuren.

Ik ben zelf niet principieel tegen elke vorm van geweld, maar in onze partij ontbreken principiële tegenstanders van elke vorm van geweld niet. Hoe moesten zij stemmen? Ze konden alleen maar neen stemmen. De criteria zijn onvoldoende. Met zo’n principiële houding blijf je waarschijnlijk protesteren als het onderwerp aan de orde komt. Het helpt niet, dat de meerderheid vóór is. De Tweede Kamer fractie kan zich blijven ergeren.

Er kan nog een andere reden zijn voor dit referendum. Bij de huidige fractiegrootte hoor je het niet, maar er was een tijd, dat GroenLinks droomde van regeringsdeelname. Dan zijn de mogelijke heftige discussies een hinderpaal. Je ziet het nu en eerder bij de PvdA. Coalitiegenoten verwachten duidelijkheid.

Voor mij is er een veel belangrijker hinderpaal voor regeringsdeelname. Af en toe komt het onderwerp plichtmatig aan de orde. De Tweede Kamer wenst, dat de kernwapens uit Nederland verdwijnen. Dan ontstaan er heel rare discussies, want officieel weten we niet of er kernwapens in Nederland zijn, bijvoorbeeld op de vliegbasis Volkel in Noord-Brabant. Het echt wezenlijke punt komt nooit aan de orde. De Nederlandse regering heeft als beleid, dat Nederland zo nodig als eerste kernwapens zal gebruiken. Het standpunt is nooit herroepen. Het Internationaal Gerechtshof in Den Haag heeft uitgesproken, dat het dreigen met kernwapens in strijd is met het humanitair oorlogsrecht.  Als GroenLinks regerings-verantwoordelijkheid wil dragen moet het   instemmen met de bereidheid als eerste kernwapens te gebruiken. Die bereidheid moet er bij de PvdA nu al zijn. Geen hond, die er weet van heeft. In Den Haag zijn potentiële oorlogsmisdadigers aan de macht. Wanneer gaat onze fractie een uitspraak van de kamer vragen?

Jaargang 7, Nr. 339.

Twee tentoonstellingen in de Amsterdamse Hermitage

zaterdag, december 6th, 2014

OPMERKELIJKE TEGENSTELLING

In de Hermitage in Amsterdam zijn twee tentoonstellingen te zien. De een laat schitterende serviezen zien, die gebruikt werden aan het hof van de Russische tsaren, aangevuld met schilderijen, filmbeelden en andere informatie over het toch wel erg decadente hofleven. De andere tentoonstelling geeft een beeld van het leven van welvarende Amsterdammers in de Gouden Eeuw. Vooral de portretten zien er wat zwarte-kousen-kerkachtig uit. Maar de enorme schuttersstukken zijn echt indrukwekkend. Zij tonen de welvarende gildemeesters en kooplieden in wat fleuriger kledij.

De porseleinen serviezen ogen overdadig. Ze waren bedoeld om indruk te maken, vooral op buitenlandse gasten. De maaltijden waren overvloedig. De koks deden hun uiterste best om steeds weer bijzondere gerechten op tafel te zetten. Wat over bleef werd door de bedienden mee naar huis genomen. Deze prachtvolle serviezen werden voor bijzondere gelegenheden vervaardigd zoals een huwelijk of een troonsbestijging. Vorsten gaven soms een servies cadeau aan de tsaar, zoals de laatste Duitse keizer om te zorgen voor een goede relatie met Rusland. De rest van de tentoonstelling biedt een beeld van het hofleven. Het lijkt of het leven van de tsarenfamilie, het hof en de adel louter uit diners en bals bestaat. De dames dragen daarbij kostbare japonnen, waaraan maanden gewerkt werd. De heren gingen vaak in een militair gala-uniform gekleed. Als je dan ook nog de prachtige paleizen met schitterende tuinen ziet realiseer je je, dat er ook een wedijver bestond tussen de Europese vorstenhuizen. Waar kwam al die rijkdom vandaan? Het Russische volk werd door de adel en de vorsten uitgebuit. Lijfeigenschap werd pas in de achttiende eeuw afgeschaft. Dat de Rode Revolutie uiteindelijk een succes werd, hoeft niemand te verbazen. Verandert er dan iets? Er is ook nog een luxueus servies van Stalin te zien. In het huidige Rusland zijn eveneens grote verschillen in rijkdom. Een revolutie zit er nog niet in.

De tentoonstelling “Hollanders van de Gouden Eeuw” legt sterk de nadruk op de grote betekenis van de stedelijke burgerij. De uitgebreide handel bracht veel welvaart voor de kooplieden en zij gaven hun verdiende geld weer door aan ambachtslieden en kunstenaars. Maar er waren ook armen, die voor weinig geld het minste werk deden of die te oud of te zwak waren om nog te werken. De tentoonstelling laat zien, dat er zorg was voor armen en voor hulpbehoevende ouderen. Het gebouw van de Hermitage was vroeger een tehuis voor oude vrouwen en later ook mannen. Rijke koopmansvrouwen vormden het bestuur en ze waren rijk genoeg om zich als bestuur te laten portretteren. Elke Amsterdamse wijk had een schutterij. Patrouilles zorgden voor de veiligheid binnen de stad, maar de schutters speelden bij oorlogen eveneens een rol. Die schutters kochten hun eigen wapen en je ziet op latere schilderijen steeds meer vuurwapens in plaats van hellebaarden en dergelijke steekwapens. Het beroemdste Nederlandse schilderij is een afbeelding van de schutterij, die uitrukt, bekend als de Nachtwacht van Rembrandt van Rijn. In de Hermitage zie je een gedigitaliseerde afbeelding van de Nachtwacht, waar steeds details oplichten en je het vaandel van de vaandrig ziet bewegen. De invloed van de Nachtwacht is ook zichtbaar in andere schuttersstukken, die veel dynamischer zijn dan de oudere schilderijen. Ook de meesters van diverse gilden lieten zich portretteren. Deze schilderijen zijn van enorme afmetingen, maar het gebouw beschikt over een grote zaal, waar vroeger de bewoners de maaltijden gebruikten en ook kerkdiensten bijwoonden. Een etage hoger wordt een beeld gegeven van het stadsleven in de Gouden Eeuw, van de zelfbewuste burgerij, die ook op wereldniveau meetelde. Hier bestond een totaal andere, democratische maatschappijstructuur dan in het feodale Rusland of Duitsland of Frankrijk. In Amsterdam zijn ze daar nog steeds trots op en dat merk je in de toelichtingen. Als je de Amsterdammers van vandaag wilt begrijpen werkt een bezoek aan “Hollanders van de Gouden Eeuw” zeer verhelderend.

Jaargang 7, Nr. 338.

Nu al een reële mogelijkheid

vrijdag, november 28th, 2014

DE NUL EURO ENERGIEREKENING

Onze lokale progressieve partij Perspectief 21, ook wel P21 bestaat nu zeventien jaar. De laatste jaren was het moeilijk bestuursleden te vinden. Toch is het dorp Bunnik aan het verjongen. Ik ben er een paar maanden uit ge­weest. Ik kom weer bij een ledenvergadering en opeens zit daar een kersvers sterk verjongd bestuur. Dat doet mij buitengewoon goed. Vervolgens organiseren ze na de korte jaarvergadering een boeiende bijeenkomst over nul energie woningen.

In de drie dorpen staan heel wat huizen te koop, zodat een woningbouwplan Odijk-West voorlopig op een laag pitje is gezet. Bovendien zijn er nog de nodige inbrei­dingslocaties, die eerst aan de beurt komen. Intussen drukken de rentelasten van de grondaankoop wel op de gemeentelijke uitgaven. Je hebt zo van die nare di­lemma’s. De woningmarkt in het Utrechtse trekt echter wel aan. Er kan wellicht eerder gebouwd worden dan we nu denken. Wij willen wel, dat in Odijk West energie neutraal gebouwd wordt. Dus waren een aantal deskundigen met de nodige ervaring uitgenodigd. Energieneutraal bouwen is geen enkel probleem. Je bouwt gewoon vol­gens de nu geldende voorschriften en maandelijks ben je misschien nog een paar Euro kwijt aan elektriciteit. Een gasaansluiting is niet meer nodig. Zo heb je veel lagere woonlasten en kun je ook meer lenen, terwijl de wonin­gen vanwege de noodzakelijke voorzieningen nauwelijks duurder uitvallen.

Hoe ze het klaarspelen werd niet al te duidelijk uitgelegd. Het gaat om zeer goede isolatie, veel dikker dan tot nu toe gebruikelijk. Die isolatie moet echt goed gesloten zijn en mag nergens ontbreken. Ook niet onder de vloer en op het dak en mag nergens kieren vertonen. De ramen moeten vooral op het zuiden zijn gericht, liefst met drie­dubbel glas en moeten heel goed sluiten. Warmte uit af­gevoerd water en uit ververste lucht moet terug gewon­nen worden. Het huis moet ook zelf energie produceren door middel van zonnepanelen of externe duurzame energie, bijvoorbeeld een aandeel in een windmolen. Warmteopslag in de grond is ook een  mogelijkheid even­als een warmtepomp, die warmte uit de buitenlucht haalt. Dat werkt ook als de buitentemperatuur laag is.

Ik vroeg me af of mijn huis ondanks allerlei maatregelen straks nog wel verkoopbaar is. In krimpgebieden kun je dat verwachten, maar het Sciencepark bij de nabij gele­gen Universiteit Utrecht zorgt voor hoogwaardige werk­gelegenheid en het inwonertal blijft volgens de prognoses voorlopig groeien. Dus ook de vraag naar woningen. We hopen, dat het probleem meer bij onze nakomelingen ligt.

Toch is er alle reden om ook de bestaande woningen aan te pakken. Dat vergt weer echt een totaalaanpak. Die is voor elk huis weer anders en ook sterk afhankelijk van de ouderdom van het huis. Houten of betonnen vloeren maakt bijvoorbeeld een heel verschil. Er zijn bedrijven, die deze totaalaanpak voor hun rekening kunnen nemen.

Ik schrok wel van een tussendoor opmerking. “Spouw­isolatie moet je maar niet doen!” Die is na een kleine zes jaar uitgewerkt. Ons huis is een eind huis van een blok met een grote muur op het Noorden. De spouwisolatie is/was van 1978. Geen wonder, dat het daar in de gang meestal koud is. Ik vroeg naar de oplossing. Je kunt aan de binnenzijde isolatie aanbrengen, maar er is al zo weinig ruimte. Je kunt de buitenmuur afbreken. Dan tegen de binnenmuur dikke isolatie aanbrengen en de buitenmuur weer opbouwen. Hoe het dan met het dak moet en met de carport, die aan de muur is vastgemaakt moet ook nog worden opgelost. De derde mogelijkheid is de isolatie met een speciale lijm tegen de buitenmuur plakken en bekleden. Ook dan vormen dak en carport een probleem. Eigenlijk zou je aan drie kanten de buitenmuur moeten afbreken, isolatie aanbrengen, het dak isoleren en vergroten en nieuwe dakgoten aanbrengen. Het huis is dan groter dan van de buren. Op een dia zagen we zo een werkelijk gerealiseerde woningverbetering. Het mooiste zou zijn als we dat met zijn drieën zouden doen. Of nog mooier met alle huizen van dit type in onze straat. Het lijkt onrealistisch. Toch is dit de toekomst. Misschien moeten we het aan een van onze kleinkinderen overlaten.

Jaargang 7, Nr. 337.

Slavernij toen en nu

donderdag, november 20th, 2014

MOET JE JE SCHAMEN OVER HET SLAVERNIJVERLEDEN VAN JE VOOROUDERS?

In de tijd van de grootouders van mijn grootouders was slavernij een geaccepteerd verschijnsel al begon het verzet ertegen zich af te tekenen en was slavenhandel al verboden. Die acceptatie vond je niet alleen bij de witte slavenhouders, maar ook onder de zwarte volkeren in Afrika. Zij voerden steeds weer oorlog met hun buurvolken. Krijgsgevangenen werden tot slaaf gemaakt en in ruil voor kruit en geweren aan onder andere Nederlandse kooplieden verkocht. Zij verkochten de slaven voor zover zij de overtocht hadden overleefd aan plantagebezitters in Amerika. Daar kochten ze weer suiker en tabak en katoen. Die producten werden weer in Europa verkocht. Die driehoekshandel leverde voor die Nederlandse kooplieden veel rijkdom op. In Oost-Afrika waren vooral Arabische slavenjagers actief. In Arabische landen is er nog steeds slavernij. Overal in de wereld komt nog mensenhandel voor. Denk aan de gedwongen prostitutie in Nederland. In India worden kinderen door arme ouders verkocht of door misdadigers ontvoerd, waarna ze als slaven in mijnen en fabrieken werken. India telt ruim 14 miljoen slaven op een bevolking van 1,2 miljard.

In Nederland zijn er naar schatting 2000 mensen slaaf en veelal gedwongen werkzaam in de prostitutie. Die vrouwen worden zelfs verhandeld. Ik vraag mij af of hun klanten dat beseffen en als ze het beseffen of ze het dan gewoon accepteren. Toch is onze overheid naast het particulier initiatief zeer actief in de strijd tegen die mensenhandel. Het leverde in een Australisch onderzoek Nederland zelfs de mondiale eerste plaats op in het optreden tegen mensenhandel. Andere actieve landen zijn Zweden, de Verenigde Staten, Australië en Zwitserland. Ik ontleen de gegevens aan een artikel in de Volkskrant van dinsdag 18 november 2014.

Het tijdperk van horigen en lijfeigenen hebben wij al sinds de Middeleeuwen achter ons gelaten. Het was de strijd tussen Hoeken en Kabeljauwen in het Graafschap Holland die boeren en stadsburgers tot vrije mensen maakte. Een restant vormden nog lang de gedwongen herendiensten, die pachters op adellijke landgoederen moesten verrichten. Soms vraag ik mij af of de onderdanigheid bij sommige mensen ook nog uit dat verre verleden stamt. Net als de hooghartigheid van sommige werkgevers, die hun personeel gewetenloos uitbuiten. In sommige Europese staten heeft het feodalisme het langer volgehouden en het democratisch bewustzijn is daar duidelijk minder. Denk aan delen van het Oostenrijkse Keizerrijk of denk aan Rusland. Maar ook in Nederland vind je gebieden, waar nog duidelijk een standenmaatschappij bestaat.

Soms vraag ik mij af of die standenmaatschappij in wat andere vorm weer terugkomt. Er ontstaat een tweedeling in onze samenleving met enerzijds mensen met weinig ontwikkeling en dus een eenvoudige slecht betaalde baan of twee baantjes en een grotere kans op langdurige werkloosheid en anderzijds goed geschoolde mensen met hoge salarissen en een luxe levensstijl en vaak snel wisselend van baan. Tussen die twee groepen is steeds minder contact. Jonge goed geschoolde mensen hebben nauwelijks een idee van de leefomstandigheden van de man of de vrouw, die voor zijn koffie zorgt of zijn kantoor schoonmaakt. In Amerika is dit type samenleving al heel normaal. Ontstaat er toch weer een uitbuitingsrelatie tussen rijk en arm, meester en slaaf? Komt het al tot uiting in een toenemende verrechtsing in onze samenleving? Is het arm zijn eigen schuld?

Is er een verband tussen die oude slavernij en de moderne uitbuiting van loonslaven enerzijds en discriminatie anderzijds? Dat is eigenlijk wat de criticasters van Zwarte Piet beweren. Er bestaat veel discriminatie in Nederland. Dat komt bijvoorbeeld tot uiting in verschillen in werkloosheidspercentages. Onder Antillianen, Turken en Marokkanen is de werkloosheid duidelijk hoger, maar veel minder onder Surinamers. Ze beheersen het Nederlands beter en ze zijn vaak christen of hindoe en minder opvallend islamiet. Waarom dan vooral de Creolen zich zo druk maken over Zwarte Piet is mij een raadsel. Zelfs als Zwarte Piet hen aan de slavernij doet denken – wat ik niet geloof – dan is er alleen maar reden om blij te zijn, dat je in vrijheid kunt leven. Als ouders met hun kinderen blij zijn als de Zwarte Pieten namens Sinterklaas weer cadeautjes brengen, dan voeden ze hun kinderen op met een boodschap, dat zwarte mensen hartstikke aardig zijn.

Onze zwarte Nederlanders moeten wel beseffen, dat het benadrukken van het verschil tussen wit en zwart, het wij-zij-denken de kans op discriminatie doet toenemen. Ik heb de indruk, dat het wit of zwart zijn bij met elkaar spelende of lerende kinderen nauwelijks een rol speelt. Ook in de sport en in een werksituatie maakt het weinig verschil. Ik hoop, dat we dat zo kunnen houden. Ik hoop, dat we samen de dreigende tweedeling in de maatschappij kunnen tegenhouden.

Jaargang 7, Nr336.

Vijfentwintig jaar geleden

vrijdag, november 14th, 2014

 

De Antifaschistische Schutzwall viel

In de zomer van 1989 maakten we een fietstocht door Hongarije. We reden van hotel naar hotel en maakten elke keer weer hetzelfde mee. We kregen bij het diner een fraaie menukaart en als we dan een keuze hadden gedaan kregen we elke keer hetzelfde te horen. Helaas was het uitgekozene die avond niet leverbaar, maar we konden wel het menu van de dag kiezen. Tsja, zo was dat vaker achter het IJzeren Gordijn. Wat ons toen opviel was, dat er een wat onbestemde zenuwachtige sfeer hing. Thuis en al eerder bij Oostenrijkse vrienden hoorden we, dat juist in Hongarije het IJzeren Gordijn op een kier stond en dat Oost-Duitsers via de West-Duitse ambassade in Praag massaal naar het Westen reisden. We hoorden over massale demonstraties in Leipzig, Dresden en Berlijn. En toen viel de Muur. Ik voel nog ontroering als ik er aan denk.

Een paar maanden later waren we na een bezoek aan mijn moeder in een Arnhems zorgcentrum op weg naar huis. Bij de oprit van de A12 stond een jong stel in de schemering te liften. We namen ze mee en ze vertelden, dat ze vanuit Oost-Duitsland liftend een reis door West-Europa wilden maken. Zij was bejaardenverzorgster en hij beginnend leraar catechese. Ze wilden op een camping bij Utrecht overnachten. Maar er dreigde onweer en we boden ze aan bij ons te overnachten. De volgende morgen heb ik ze bij de Bunnikse oprit van de A12 afgezet. Twee jonge mensen, die van de vrijheid wilden genieten.

De eerste keer, dat ik het IJzeren Gordijn echt zag was tijdens een zomervakantie in Wieda in de Zuidelijke Harz. De kinderen genoten, want het zwembad was aan de overkant. Er was een heuveltje en vandaar had je een “prachtig” overzicht over een groot stuk van het IJzeren Gordijn. Precies daar waren ze bezig het Gordijn nog te verbeteren. Aan de Oost-Duitse kant werd er nog een schutting bijgebouwd. Dus vanaf onze kant zag je eerst waarschuwingsbordjes en dan een prikkeldraad hek. Dan kreeg je een kale brede strook met mijnen. Weer een hek en een kale zandstrook met twee betonnen rijbanen. En dan kwam die schutting. Overal stonden betonnen wachttorens met bewakers die de omgeving afspeurden en ook ons in de gaten hielden. De officier van de Volkspolizei observeerden ons via een verrekijker en door mijn verrekijker keek ik naar hem. Het was bijzonder interessant, maar mijn vrouw vond het maar eng en wilde weg. In het dorp Hohegeiss zagen we een monument voor een aantal mensen, dat bij een vluchtpoging was gedood. De dia’s, die ik toen heb gemaakt, heb ik nog jaren lang bij mijn lessen gebruikt. Een grens is een geografisch begrip. Een grens scheidt twee gebieden met een geheel ander politiek en economisch stelsel. Maar soms is een grens in het landschap nauwelijks zichtbaar. Denk aan onze grenzen.

De eerste keer dat ik een land achter het IJzeren Gordijn bezocht was tijdens een studiereis in Polen. Je wist, dat je voortdurend in de gaten werd gehouden. Dat we de Katholieke Universiteit van Lublin bezochten werd ons zeer kwalijk genomen. Natuurlijk wilden we allemaal dia’s maken, maar soms was dat verboden. Waarom reed dat autootje toch steeds achter ons aan terwijl we langs de hoogovens en staalfabrieken van Nowa Huta reden? Ze wilden gewoon net als wij dat enorme fabriekscomplex zien. In Zuid-Polen bij de grens met het toenmalige Tsjecho-Slowakije zag je de kleinschalige landbouw in het katholieke Polen en de grootschalige gecollectiviseerde landbouw aan de overkant van de grens. Twee verschillende economische en politieke systemen gescheiden door een grens. Wat me erg is bijgebleven was het gebrek aan objectiviteit bij sommige reisgenoten. Alle negatieve dingen werden gefotografeerd: Maaien met de hand, maar niet met een moderne combine, huizen in slechte staat in smerige straten, maar geen moderne flats met bloemenbalkons en rozenperken. En dan maar roepen, dat die linkse jongens zo subjectief zijn.

Een paar jaar voor de Wende was ik op studiereis naar Berlijn. Vooraf bezochten we een dorp, waar het IJzeren Gordijn de plaats in tweeën deelde. Familieleden hielden al schreeuwend enig contact met elkaar. Als ze elkaar echt wilden ontmoeten, dan kon dat maar één keer per jaar en ergens diep in Oost-Duitsland. In Berlijn liepen we langs de muur, beklommen observatieplatforms en zagen de kruisen voor de bij vluchtpogingen gedode mensen. We bezochten ook Oost-Berlijn via Checkpoint Charley en maakten de strenge controle mee. Voorlichtingsmateriaal, dat nog in de bus lag mocht niet mee. We bekeken de verschillen en de overeenkomsten en wat mij trof, was, dat de oorlogsschade veertig jaar na de oorlog nog steeds te zien was.

De jaren na de Wende waren we heel optimistisch over de toekomst. Voortaan zou het voor altijd pais en vree zijn. Al snel werd een nieuwe vijand gecreëerd, de Islam. Dat hebben we geweten en we weten het nog steeds. Dat de Russen zo met vuur spelen en vrede en vrijheid in Europa in de waagschaal stellen is verbijsterend. Dat het Russische volk het accepteert, dat hun zonen weer sneuvelen in het Oosten van Oekraïne is treurig maar past in het systeem. Grenzen blijven.

Jaargang 7, Nr.335.

Zondagse winkelopening heeft veel negatieve gevolgen

zaterdag, november 8th, 2014

 

LEKKER MAKKELIJK TOCH

In Odijk zijn op zondag winkels open, maar er blijven er ook dicht. De twee supermarkten, een tijdschriftenwinkel en een drogisterij zijn open vanaf 13.00 uur tot 17.00 uur. De warme bakker, de slager, de slijterij, de kinderkleding outletwinkel, de apotheek, de kringloopwinkel en de twee kappers blijven dicht.

Het afgelopen jaar was voor mij wat moeilijk. Ik heb de besluitvorming niet intensief kunnen volgen. Volgens zeggen bood het gemeentebestuur meer ruimte, maar de twee supermarkten wilden het uit zich zelf beperkt houden. De tijdschriftenzaak verloor zo veel nicotineverslaafde cliënten aan de supermarkt, dat ze onder deze druk open ging. We hebben sterk de indruk, dat veel klanten van buiten het dorp komen. Werkhoven en Langbroek hebben een streng protestant deel van de bevolking. Daar zijn op zondag geen winkels open. Of de kleine supermarkten daar omzet missen? Ik vraag het me af. Maar het is duidelijk. Als er ergens op zondag winkels open gaan, heeft dit invloed ter plaatse en in de omgeving. Winkeliers vrezen verlies van omzet.

Is het alleen verschuiving van de omzet op werkdagen naar de zondag, dan is de winkelier duurder uit als hij voor de zondag personeel extra moet betalen. Is het een eenmanszaak en blijft de weekomzet gelijk, moet hij langer werken voor hetzelfde inkomen. Neemt de omzet toe, dan gaat het ten koste van de omzet van collega’s en dan vooral de kleinere winkels, voor wie open zijn op zondag geen optie is. Het is te duur of er is te veel weerstand onder de lokale bevolking. Als op deze manier de warme bakkers en de keurslagers of de kleine buurtsupers of dorpswinkels de nek om worden gedraaid door de grote winkelketens, dan kunnen we ons afvragen of dat nu zo wenselijk is. Ik vind het niet wenselijk. De kwaliteit en de dichtheid van het winkelapparaat gaan achteruit. Liberalen hebben daar geen boodschap aan. Je moet het bedrijfsleven zo veel mogelijk vrijheid geven. Dan regelt de markt alles van zelf. Sneuvelt de enige winkel in een klein dorp? Kennelijk heeft die geen bestaansrecht. Jammer dan. Maar of het sociaal-maatschappelijk verantwoord is, dat betwijfel ik zeer.

Komen we bij het personeel en de eigenaren van de kleinere zaken. De grotere supermarkten charteren voor de zondag vooral laag betaalde jongeren en zelfs als zij dubbel betaald krijgen vallen de kosten mee. Gaat het om meer gespecialiseerde zaken, die goed geschoold personeel nodig hebben, dan zijn de kosten hoog. De weekomzet stijgt niet of nauwelijks. Het is alleen de externe druk, die winkeliers dwingt om mee te doen. Zij dwingen dan weer hun personeel. Dan moet je eens een familiefeest willen organiseren of iemand willen opstellen in het sportteam, het wordt een heidens gepuzzel. Ook om sociale redenen is werken op zondag niet wenselijk.

Je moet je zelf en je personeel ook rust en ontspanning en sociale contacten gunnen. Het is geestelijk en lichamelijk niet gezond altijd maar door te kachelen. Nog nooit lijden er zo veel mensen aan burn-out. Er zijn medisch-psychische redenen om gedwongen en zogenaamd vrijwillig werken op zondag zo veel mogelijk te beperken.

Eigenlijk geldt het ook voor de klanten. Het is gezond je zelf rust te gunnen, je te ontspannen en contact te zoeken met familie, vrienden en kennissen. En toch is het behoorlijk druk in de plaatselijke supermarkten in mijn woonplaats. Dat komt ten dele door klanten uit de omgeving en soms doordat mensen het moeilijk vinden hun leven zo te organiseren, dat de weekboodschappen op een werkdag worden gedaan. Voor tweeverdieners met beiden een volledige baan en dan ook nog op grote afstand moge dat waar zijn, ze vormen maar een klein deel van de bevolking. Wat je ziet is, dat mensen er al aan gewend zijn en zonder er bij na te denken op zondag gaan winkelen. Ze eisen ook een zondagse opening. zodat ze ook op zondagen al hun wensen onmiddellijk vervuld zien worden. Zin in ijs? Zit er niets meer in de vriezer? Dan moet er een winkel open zijn. De volwassenen zijn precies hun kinderen, die hun moeder de kop gek zeuren om snoep en als ze het niet krijgen het midden in de supermarkt op een krijsen zetten. Dit publiek heeft er nooit nagedacht over dingen, die in dit blog zijn vermeld. Ik heb de afgelopen weken met willekeurige mensen hierover gepraat. In eerste instantie zeggen ze dat het best gemakkelijk is, maar als je dan met andere overwegingen komt stemmen ze daar even gemakkelijk mee in. Ik ben bang, dat we te gemakkelijk hebben ingestemd met de wensen van het grootkapitaal.

Toen eind negentiger jaren van de vorige eeuw actie tegen winkelopening op zondag werd gevoerd, vonden vakbonden, sportbonden, politieke partijen en kerken elkaar in een coalitie. Er werden honderdduizenden handtekeningen opgehaald. Het is opnieuw tijd om na te denken. Soms krijg ik de indruk, dat een notoir antikerkelijke en ook nog liberale partij als D66 er vooral op uit is religie naar de huiskamers te verbannen. Ik hoop, dat ik hier heb laten zien, dat het Bijbelse gebod van de rustdag een uiterst rationele achtergrond heeft. Zo dom waren de auteurs van de Bijbel bepaald niet. Als je nooit ook maar één letter uit de Bijbel hebt gelezen, ontgaat je dat uiteraard. Van mijn eigen partij in het Bunnikse, Perspectief 21 en van GroenLinks landelijk verwacht ik, dat ze dit blog serieus nemen.

Jaargang 7, Nr. 334.