Author Archive

Provinciale Staten 2015

donderdag, maart 19th, 2015

PERCENTAGE GROENLINKSSTEMMEN PER GEMEENTE

PROVINCIALE STATEN 18 MAART 2015

  1. 1.          Wageningen                      17,0%
  2. 2.          Nijmegen                           15,6%
  3. 3.          Utrecht                               14,5%
  4. 4.          Leiden                                12,1%
  5. 5.          Amsterdam                       11,9%
  6. 6.          Bunnik                               11,5%
  7. 7.          Groningen                         11,2%
  8. 8.          Haarlem                             9,6%
  9. 9.          Delft                                     9,5%
  10. 10.        Tynaarlo                             9,2%
  11. 11.         Arnhem                               9,1%
  12. 12.         Haren en Laarbeek        8,6%

 

De Campagne van GroenLinks

vrijdag, maart 13th, 2015

BRAM VAN OJIK IN HET ZONNETJE

Bram van Ojik heeft zich de afgelopen twee jaar verdienstelijk gemaakt door GroenLinks weer op de kaart te zetten. Maar in Odijk vinden ze het toch wel bijzonder, dat daardoor ook de Carnavalsnaam van het dorp “Ojik”  in heel Nederland bekend wordt. Afgelopen zaterdag, 7 maart was Bram in Utrecht vergezeld van Gedeputeerde Mariëtte Pennarts, Eerste Kamerlid Tineke Strik, Wethouder Lot van Hooijdonk en een stoet vooral jonge GroenLinksers. Vooraf aan de campagneactiviteiten kreeg van Ojik de carnavalsvlag van “Ojik” aangeboden met daarop de naam Ojik, maar ook het logo van de carnavalsvereniging “de Rijnpinters”, een goed gevulde pint schuimend bier. Dat logo beviel de jeugdige omstanders wel. Ze zagen het zelfs als een aantrekkelijk nieuw logo voor de partij. Bram, Heer van Ojik was verguld met de vlag. Hij bekende, dat hij al sinds de middelbare school weet, dat zijn naam van Ojik ofwel Odijk stamt. Dat had zijn toenmalige aardrijkskundeleraar voor hem uitgevogeld.

Waar draait de campagne in Utrecht om? In de stad Utrecht wordt veel gefietst. Van en naar het station en van en naar de Uithof, het universiteitscentrum in de polder, oostelijk van de stad. Desondanks zie je overvolle gelede bussen naar de Uithof rijden met tussenposen van een paar minuten. Over enkele jaren is de sneltram klaar, die langs het spoor eerst zuidwaarts rijdt en dan afbuigt naar stadion “De Galgenwaard” en vandaar via de Weg naar de Wetenschap naar de Uithof gaat en dus ook naar het UMC Utrecht. Ondanks dat rijden er nog veel auto’s in de stad van mensen, die er werken of willen winkelen of de Jaarbeurs willen bezoeken. Dat laatste kun je beter niet doen, want erheen gaat het nog wel, maar om vervolgens van de parkeerterreinen weg te komen en de stad uit kan gemakkelijk een uur duren. Nog veel meer stank komt van de Ruit rond Utrecht. Utrecht is het verkeersplein van Nederland. Je zult er maar wonen. Conservatieve partijen, de VVD voorop presteren het dan om nog meer autowegen aan te leggen om gemakkelijker naar je werk te kunnen rijden. Ik ervaar het inmiddels. Astma maakt je niet bepaald fit. Dit na ons de zondvloed beleid vraagt om tegengas. Daar kan GroenLinks samen met enkele andere partijen voor zorgen. Dus moeten allerlei woon- en werkgebieden door snelle fietsroutes met elkaar verbonden worden. De resultaten worden inmiddels zichtbaar.

Een ander heikel punt zijn de windmolens. Ze worden alsmaar hoger en zo kunnen ze meer stroom opwekken. Maar hoe hoger de molen hoe groter de weerstand. Toch is het als Kieskompas gelijk heeft een minderheid die tegen is. Van de invullers van Kieskompas is 49,84% vóór, 12% twijfelt en een minderheid van 32,16% is dus tegen. We zijn gewend geraakt aan hoogspanningsmasten en aan autowegen en aan het lawaai ervan en zo zal het met windmolens ook gaan, vooral als omwonenden ook een aandeel kunnen kopen en zo goedkope elektriciteit kunnen afnemen. De provincie Utrecht kent fraaie landschappen en is gemiddeld dichtbevolkt, maar er zijn kale weidegebieden met veel ruimte, zoals sommige kommen en de veenweidegebieden. Het kan er behoorlijk waaien, al is de gemiddelde windkracht wat lager dan aan de kust en rond het IJsselmeer.

Over die fraaie landschappen gesproken, je vindt er ook veel wild. In het Kromme Rijngebied met parkbossen en grienden zie je vroeg in de avond of ’s ochtends vroeg veel reeën. Die trekken en kruisen daarbij de autosnelwegen. Gelukkig zijn er de laatste jaren veel wildviaducten bijgekomen. Afgelopen zomer schreef ik over de ooievaars bij Odijk, waar de wandelroute Krommerijnpad langs komt. De laatste maanden is er veel veranderd. De Kromme Rijn is verbreed en heeft natuurvriendelijke oevers gekregen. Dat is nog niet allemaal klaar, maar het pad is nu weer beloopbaar. Utrecht – Wijk bij Duurstede, twee dagen genieten en slapen bij Vrienden van de Fiets. Onderweg kom je ook bij het fraaie landhuis Oud-Amelisweerd. Het is bekend door enkele kamers met origineel Chinees behang. Het Armando-museum is er nu gevestigd. Binnen niet al te lange tijd is op het Fort bij Vechten er een kwartiertje lopen vandaan het Waterliniemuseum klaar. Opeens is Bunnik museumstad geworden. GroenLinks gedeputeerde Mariëtte Pennarts heeft daar hard aan gewerkt. Ze is de afgelopen vier jaar ook druk geweest met de overdracht van de jeugdzorg naar de gemeenten. Een van de weinige onderdelen van de zorg, waar het geen klachten regent.

Er valt woensdag, 18 maart iets te kiezen. Ik weet het al. En u, lezer. Nog onzeker, surf naar Kieskompas. Succes.

Jaargang 8, Nr.352.

 

 

 

Hoe links is GroenLinks?

vrijdag, maart 6th, 2015

WE NEMEN HET OP VOOR DE MINSTBEDEELDEN

We kunnen niet meer zo veel met de begrippenparen links/rechts of conservatief/progressief en ook niet met de tegenstelling veel of weinig staatsbetrokkenheid. In het assenkruis van Kieskompas sta ik even links als GroenLinks, maar ben ik minder progressief. Het afbreken van de verzorgingsstaat, meestal aangeduid als het betaalbaar houden wordt door sommigen progressief genoemd. Op die manier wil ik niet progressief zijn.

Het onrecht in de wereld is enorm. De rijkste 1% bezit meer dan de rest van de wereldbevolking. Op 7 miljard wereldburgers zijn dat overigens nog 70 miljoen mensen. Die bezitten in de wereld een enorme macht. Ze beheersen in zo sterke mate de politiek, dat het heel moeilijk is om die tegenstelling, dat onrecht te verminderen. Weliswaar leven minder mensen in armoede, maar het onrecht neemt toe. De rijken groeien sneller in bezit dan dat de armoede afneemt. Paus Franciscus houdt niet op daarop te wijzen. Misschien, dat daarom Noord Amerikaanse bisschoppen hem vijandig gezind zijn volgens Brandpunt. Zelfs Kardinaal Eijk roert die tegenstelling arm-rijk aan in zijn recente Vastenbrief.

Wat moet er gebeuren? De Europese Unie en de Verenigde Staten moeten samen een eind maken aan de grootschalige belastingontwijking door grootverdieners en multinationals. Winstbelasting moet betaald worden in het land, waar die winst gemaakt wordt. Daarbij behoort het belastingpercentage veel meer in evenwicht te zijn met de percentages van de inkomstenbelasting. Daarmee nemen de staatsinkomsten zodanig toe, dat de staatsschuld snel kan verdwijnen. De winstuitkeringen nemen af en daarmee de snelle toename van de rijkdom van enkelen. Dan betalen de bedrijven tenminste een eerlijke bijdrage aan de scholingskosten van hun werknemers en aan de bouw en het onderhoud van de infrastructuur, waarvan ze volop gebruik maken. Daarbij moet de hoogte van de vennootschapsbelasting binnen de EU geharmoniseerd worden. De lidstaten met een BNP per inwoner onder het gemiddelde kunnen dan een wat lager tarief hanteren om zo hun concurrentiepositie te verbeteren.

Wat doet GroenLinks? Een oplossing vergt minstens regelgeving op het niveau van de EU al zou een mondiaal niveau nog beter zijn. Belastingharmonisatie mag dan een doel zijn, het vergt veel tijd en daarbij moet enorm veel tegenstand overwonnen worden. Wie zijn de tegenstanders? Dat zijn niet alleen de superrijken, maar ook al die mannetjes en vrouwtjes, die ze goed betaald in dienst hebben om hun belangen te behartigen: lobbyisten, politici, bankiers, de topmensen van bedrijven, werkgeversorganisaties, sommige ambtenaren, sommige wetenschappers en heel veel simpele zielen, die niet door hebben door wie ze gepakt worden. Er is een partij, die de werkloosheid niet wijt, aan de bedrijfseigenaren, die hun winsten willen maximaliseren, maar aan de concurrenten op de arbeidsmarkt, die uit een buitenland komen. Maar of je nu wit of zwart bent, als werkloze ben je allebei het slachtoffer van een economische elite, die vooral het eigen belang op het oog heeft. Ik zie in die partij vooral een werktuig van die economische elite.

De Groenen in het Europees Parlement hebben onder leiding van de Nederlandse Judith Sargentini het voor elkaar gekregen, dat er nu lijst komt van alle multinationals en hun nevenbedrijven in allerlei staten, zodat hun structuur doorzichtiger wordt en we beter in staat zijn het ontwijken van belastingen te ontwarren. Op die manier is GroenLinks een linkse partij. Ze streeft naar een fundamentele aanpak van de tegenstelling arm-rijk. Ze wil het onrecht aanpakken. Laten we hopen, dat ze onder die superrijken ook bondgenoten vinden, want niet iedereen is zo gewetenloos om de eigen winst belangrijker te vinden dan de werkgelegenheid van al die “gewone mensen”.

Jaargang 8, Nr. 351.

Hoe groen is GroenLinks?

vrijdag, februari 27th, 2015

WE NEMEN HET MILIEU SERIEUS

Milieu is voor veel mensen geen populair onderwerp. Ze geloven niet in de ernst van de milieuproblemen. Ze denken dat de techniek wel een oplossing zal vinden. Ze voelen zich zelf niet verantwoordelijk en denken, dat hun individuele bijdrage niet zal helpen. Ze missen voldoende kennis om de negatieve gevolgen op korte en op lange termijn te begrijpen. Ze zien ook niet allerlei negatieve gevolgen voor hen zelf. Zo is het verkeer een belangrijke veroorzaker van fijn stof in de atmosfeer. Dat fijn stof verergert astma en COPD. Het zorgt er niet voor, dat een astmalijder dus minder zal gaan auto rijden. Net als een roker, die weet, dat roken dodelijk kan zijn en toch niet stopt. Milieugedrag veranderen is geen eenvoudige zaak.

Als je mensen waarschuwt voor de risico’s bedanken ze je niet. Integendeel, ze nemen het je kwalijk, dat je hen bang gemaakt hebt. Ze reageren geïrriteerd. Jullie willen ons onze auto afnemen. Jullie willen ons uitzicht verpesten door windmolens te bouwen. Nederland maakt energie met die groene belastingen voor mensen met een laag inkomen veel te duur. Voor ons gewone mensen zijn die zogenaamde gezonde biologische producten onbetaalbaar. Jullie willen, dat we met openbaar vervoer gaan reizen maar als er wat blaadjes op de rails gewaaid zijn of als een wissel vast gevroren is, rijden de treinen niet of met enorme vertragingen. Milieuvriendelijk gedrag vraagt iets van mensen.

Waarom zou je het milieu serieus nemen? We leven in dat milieu. We zijn er afhankelijk van. We ademen de lucht. Om te leven hebben we zuurstof nodig, anders stikken we. Helaas is die lucht vaak vervuild. We drinken het water. Wij pompen dat bij Bunnik uit de diepe ondergrond en dat water is vaak eeuwen geleden in de bodem van de Utrechtse Heuvelrug weggezakt. Maar grote delen van Nederland moeten van oppervlaktewater drinkwater maken. Onze landbouw maakt gebruik van de bodem en heeft vaak ook extra water nodig. Door bodemverontreiniging maar ook door vervuild water en vervuilde lucht komt onze voedselvoorziening in gevaar. Onze kleding komt voor een groot deel ook uit de natuur: de wol van schapen, de zijde van de zijderups, de katoen is het zaadpluis van de katoenplant, linnen bestaat uit de vezels van de vlasplant. De grondstoffen voor kunstvezels komen uit de diepere ondergrond. Heel ons leven is afhankelijk van wat de natuur ons oplevert. Dan is het alleen maar verstandig de natuur niet te verpesten.

De natuur heeft ook een eigen waarde. We kunnen van de schoonheid van de natuur genieten als we er wandelen of fietsen of zwemmen in buitenwater of als we schilderen of fotograferen. Dat vergt overigens ook een zekere opvoeding. Als ouders hun kinderen nooit meenemen in de natuur wordt het voor die kinderen moeilijk gevoel voor de natuur te ontwikkelen. Je hoeft het niet te geloven, maar er zijn mensen, die in de natuur tot een godservaring komen. Ze voelen zich verbonden met het goddelijke  De ongelovige zal wellicht juist onder de indruk raken van al die sporen van de evolutie, die hij in de natuur waarneemt.

In het milieubeleid speelt de energiezekerheid nu een grote rol. We beseffen, dat de fossiele energiebronnen inclusief uranium voor kerncentrales vroeg of laat opraken. Wat dan? Vergeleken met ons dagelijks energieverbruik is de dagelijks stralingsenergie van de zon veel groter. Daarnaast is er windenergie en waterkracht en geothermische energie ofwel aardwarmte. We hoeven dus niet bang te zijn voor een energietekort, maar het vraagt wel flink wat investeringen om er gebruik van te kunnen maken. Als we onze huizen goed isoleren hebben we minder energie nodig. Tegelijk lossen we de extra opwarming van de aarde op en dus ook het risico van de stijgende zeespiegel. Het produceren en monteren en enig onderhoud geeft heel veel werkgelegenheid. Zo wordt ook het tekort aan werk opgelost.

Kijk en daarom ga ik op 18 maart weer op GroenLinks stemmen. Op elk niveau of het nu de gemeente is of de provincie of het rijk of de Europese Unie is GroenLinks bezig hieraan te werken. Nu u nog lezer of lezeres.

Jaargang 8, Nr. 350.

De paus en de pil

vrijdag, februari 20th, 2015

PAUS FRANCISCUS IS GEEN DEMOGRAAF

In het vliegtuig op de terugweg van zijn bezoek aan de Filippijnen sprak Franciscus met journalisten. Zijn taalgebruik was nogal populair. Als je als aartsbisschop van Rio de Janeiro gewend bent om regelmatig de armen in de sloppen te bezoeken, hoeft dat niemand te verwonderen, behalve dan de zeer beschaafde Antoine Bodar, die de Romeinse sloppen waarschijnlijk alleen van foto’s kent. Maar goed, op de vraag of echtparen zelf hun kindertal mogen bepalen antwoordde Franciscus, dat katholieken echt niet verplicht zijn zich als konijnen voort te planten. Ze moesten zelf bepalen of ze geen of één of twee of drie kinderen willen. Maar daarbij bleef de leer van Humanae Vitae wel onverkort gehandhaafd. Dus geen pil, want volgens de paus waren er even effectieve methoden, die wel mochten. De enige echt effectieve methode is de totale onthouding, populair het Jozefhuwelijk genaamd. Dat mag je van echtparen waar man en vrouw nog stevig verliefd zijn niet vragen. Bekender is de periodieke onthouding met de verbetering dat de vrouw dagelijks haar lichaamstemperatuur meet. Bij de eisprong gaat die omhoog. Als een vrouw heel regelmatig menstrueert, valt de vruchtbare periode redelijk nauwkeurig vast te stellen. Toepassen van deze methode levert duidelijk minder zwangerschappen op, maar het gemiddeld kindertal per gezin komt toch uit op vijf. Zelfs een zeer regelmatige vrouw kan wel eens een keer minder regelmatig zijn en voor veel vrouwen met een onregelmatige menstruatie is de methode ongeschikt. Alle andere methoden zijn volgens de kerk verboden: coïtus interruptus (voor het zingen de kerk uit), condooms, sterilisatie van man of vrouw, het spiraaltje en de pil. Elk van deze methoden wordt zonder enige gewetensnood door katholieken toegepast. Voortzetting van her verbod is een slag in de lucht. De kerk maakt zich er alleen maar ongeloofwaardig mee. De synode in het najaar moet de verantwoordelijkheid voor de methode van geboorteregeling geheel bij de echtparen zelf leggen.

Waarom zou de kerk moeten instemmen met geboorteregeling? De zogenaamde temperatuurmethode is overigens ook nuttig als een vrouw graag zwanger wil worden. Je kunt het moment van de eisprong en dus de maximale vruchtbaarheid nauwkeurig bepalen. Als methode voor geboorteregeling is hij onvoldoende effectief. Bij vijf kinderen per gezin blijft de wereldbevolking groeien en het is niet moeilijk om vast te stellen in welk jaar er bij voortgaande groei per wereldburger nog precies één vierkante meter landoppervlak beschikbaar is, woestijnen, hooggebergten, landijskappen inbegrepen. Lang voordien is er al een noodtoestand: gebrek aan voedsel en drinkwater, gebrek aan ruimte, gebrek aan grondstoffen en energie en teveel milieuverontreiniging. Het kan ook tot vreselijke oorlogen leiden.

Zijn er ook redenen om voorzichtig te zijn met anticonceptiemiddelen? Er is nog niet zoveel bekend over schadelijke bijwerkingen op de lange termijn. Sommige soorten van de pil kunnen tot trombose leiden. De kerk zou door goedkeuring van het pilgebruik niet verantwoordelijk gesteld willen worden voor schadelijke bijwerkingen. Een reden te meer om de verantwoordelijkheid te leggen bij de echtparen.

Effectieve anticonceptie zou er voor kunnen zorgen, dat al te viriele mannen hun vrouw nauwelijks rust gunnen. Het vergt toch een zekere zelfbeheersing. De huwelijksdaad moet een uiting van wederzijdse liefde zijn en geen haastige routine. Misschien komt het iets gemakkelijker tot ontrouw. Die heeft immers geen buitenechtelijke zwangerschap tot gevolg. De synode zou zich veel meer moeten bezighouden met de wederzijdse liefde. Hoe maak je elkaar gelukkig in een huwelijk? Hoe voed je met elkaar de kinderen op tot goede mensen, die weten wat liefdevol leven inhoudt? Hoe zorg je voor een harmonieus gezinsleven? Hoe voorkomen we huiselijk geweld? Er zijn binnen de gezinnen immense problemen. Dan ga je niet praten over wel of geen pil of condoom.

Ik wens al die celibataire mannen veel succes bij hun beraadslagingen. Ik hoop dat ze daaraan voorafgaand willen luisteren naar al die opa’s en oma’s, papa’s en mama’s en un kinderen en kleinkinderen en niet zonder hen over hen beslissen.

Jaargang 7, Nr.349

De nationale rekentoets 2

donderdag, februari 12th, 2015

DE OPLOSSINGEN

Kennelijk had ik in mijn vorige blog nogal lastige opgaven geplaatst, want er kwamen nul reacties binnen. Het kan zijn dat het scherp afgestelde Spamfilter ze heeft tegengehouden.

Eerst de vraag over het geboortecijfer. Als vrouwen hun kinderen tussen de 20 en 25 jaar krijgen, dan komen er in een eeuw 4 tot 5 generaties. In het geval, dat de kinderen geboren worden in de jaren tussen de dertigjarige en vijfendertigjarige leeftijd van de moeder komen er in een eeuw ongeveer drie generaties. Elke nieuwe generatie levert weer bevolkingstoename op. In het eerste geval vier en een half keer; in het tweede geval drie keer. In dit laatste geval gaat de groei dus langzamer en dat weerspiegelt zich van jaar tot jaar in lagere geboortecijfers. Dit is een van de redenen, waarom in Nederland de natuurlijke groei erg langzaam gaat.

Het tweede sommetje. Ik werd 24 mei 2009 vijfenzeventig jaar en 38 dagen later op 1 juli werd een kleindochter vijftien. Op welke datum was ik precies vijf keer zo oud?

De oplossing: Op 1 juli was ik 75 jaar plus 38 dagen en mijn kleindochter precies vijftien jaar. Ze moest dus ouder worden om precies één vijfde van mijn leeftijd te zijn. We stellen dat dit y dagen zou duren. Na y dagen ben ik 75 jaar en 38 dagen plus y dagen. Op die dag geldt dat vijf keer de leeftijd van mijn kleindochter daaraan gelijk is. Mijn kleindochter is dan 15 jaar plus y dagen.
Nu geldt dus: 75 jaar + 38 + y = 5 X (15 jaar + y)
75 jaar + 38 + y = 75 jaar + 5t
38 + y = 5y
38 = 4x
9½= y
9½ dag na 1 juli dus op 11 juli ben ik precies vijf keer zo oud als mijn kleindochter. Zelf ook proberen? Vijf jaar later werd ik tachtig en zij twintig. Wanneer was ik precies vier keer zo oud?

Deze opa vindt het gewoon leuk om een slimme kleindochter uit te dagen. Het is een quiz, maar dan een waar het niet op weten aan komt, maar op goed lezen en slim redeneren. Je kunt nooit alles weten, maar als je bij wiskunde het inzicht hebt verkregen om een vergelijking met één onbekende op te lossen, dan moet zo’n sommetje lukken. Rekenen kan leuk zijn.

Van al dat verzet tegen de nationale rekentoets snap ik erg weinig. Er is nogal wat kritiek op de zogenaamde verhaaltjessommen. Die zouden te talig zijn en daarom niet de rekenvaardigheid toetsen maar de taalvaardigheid. Bij elk vak gebruiken we taal en speelt dus de leesvaardigheid, de woordkennis en het taalbegrip een rol. Ik merkte een keer, dat leerlingen “de woorden “verminderen met” niet begrepen. Daarom besteedde ik altijd veel aandacht aan woordkennis. Bij elk hoofdstuk kregen ze een rij “moeilijke woorden”, waarvan ze de betekenis moesten kennen. Gebrekkige woordkennis is een groeiend probleem. Er wordt veel minder gelezen door veel kinderen en schoolboeken vermijden het gebruik van moeilijke woorden, bijvoorbeeld woorden met meer dan vier lettergrepen. Dat werkt dus volslagen averechts. 

Die zogenaamde redactiesommen sluiten juist veel meer aan bij de dagelijkse praktijk. In de detailhandel probeert men mensen voortdurend voor het lapje te houden. Daarom zie je in de tabellen in de Consumentengids ook altijd de prijs per hoeveelheid. Ik winkel niet vaak, maar onlangs stond ik voor de keus om een doosje keeltabletten van twintig of dertig stuks te kopen. Snel rekenen leerde me, dat de tabletten in de dertig stuks verpakking per stuk goedkopen waren. Dat heb je ook met tubes. Meestal zijn de gezinstubes per 50 gram goedkoper.

Misschien zijn het vooral de mensen met een vlotte babbel en tegelijk een gebrekkig rekeninzicht, die zo veel kritiek hebben. Van mij mag de nationale rekentoets blijven en ook meetellen voor een einddiploma in het voortgezet onderwijs.

Jaargang 7 nr.348.

De landelijke rekentoets

donderdag, februari 5th, 2015

EEN UITDAGING AAN U

Mijn vader werkte op een spaarbank in een tijd zonder rekenmachines en computers. Mensen kwamen naar de bank met hun spaarbankboekje om een bedrag in te leggen of om geld op te nemen. Na elke werkdag moest de kas tot op de cent kloppen. Was er een fout en werd die niet snel gevonden, dan ging mijn vader aan het werk en het kwam in orde. Het was de tijd, dat elke winkelier uitstekend kon optellen en soms aftrekken. Geld terug geven kostte geen moeite. De tijden veranderen. Maar goed kunnen rekenen blijft nodig.

In mijn kweekschoolklas was Mulo A met wiskunde het absolute minimum. Toen ik in de zeventiger jaren van de vorige eeuw onze Havisten met tientallen per jaar naar de Pabo zag trekken, waarvan velen met een “pretpakket”, hield ik mijn hart vast. Waarom stelde de Pabo geen strengere eisen? Toen ik verhalen hoorde over de wegens de lage salarissen geringe maatschappelijke status van onderwijsgevenden vreesde ik al dat het mis zou gaan. En ziel het kwaad straft zich zelf. Nu moeten er enorme inspanningen worden geleverd om de fouten uit het verleden te herstellen. Er is al een tweede generatie gekomen, die zelf op de basisschool al slecht rekenonderwijs heeft gehad. Je moet er dus een zware druk op leggen in de vorm van een voor het eindexamen mee tellende rekentoets om de schade te herstellen. De vervolgopleidingen moeten er op kunnen rekenen. Ik hoor heel vaak, dat het examen statistiek een struikelblok is.

Lees een krant en vrijwel elk nummer bevat statistieken, grafieken, cartogrammen en min of meer ingewikkelde berekeningen. Als ik de grafieken bekeken heb, merk ik, dat ik de tekst al niet meer hoef te lezen. Eerstdaags moet ik weer het opgaveformulier voor de inkomstenbelasting invullen. Veel telwerk en drempels berekenen, dus met procenten werken. Bij de discussies over de hypotheekrenteaftrek was het erg moeilijk om mensen duidelijk te maken, dat als je veel geld terug krijgt van de belastingen je ook veel rente betaalt, die je niet terug krijgt. De enige winnaars in dat spel zijn de banken. Er zijn niet voor niets veel prijsvergelijkingssites, maar ze zijn niet altijd van goede kwaliteit. Je moet ook zelf kunnen rekenen om dat te kunnen zien. Je moet goed zien wat je allemaal mee moet rekenen. Zo ben ik altijd stom verbaasd, als ik hoor van mensen, die elke drie jaar een nieuwe auto aanschaffen. Ik heb net een spotgoedkope printer aangeschaft. De aanschaf van vijf cartridges, was anderhalf keer zo duur. Printerfabrikanten verdienen hun geld met de verkoop van de cartridges.

Als ik naar mijn eigen vak geografie kijk, komt er veel rekenkundig inzicht aan te pas. Ik blader door de 54e druk van de Grote Bosatlas en kom bij blad 40/41, klimaat van Nederland. Onderaan staan staafgrafieken met daarin een lijn die de trend aangeeft. Wat is een trend? Er is een staafgrafiek van neerslag en verdamping. Welke maanden hebben een neerslagtekort? Er is een kaart met windrozen. Duidelijk is te zien welke windrichting overheerst. Veel kaarten laten op verschillende manier zien, dat ons klimaat warmer en natter wordt. De bladen 48 tot en met 51 bieden gegevens over de bevolking. Ik zie blokjesdiagrammen, bevolkingsdiagrammen van de leeftijdsopbouw met in 1830 een piramidevorm en in 2011 een granaatvorm, die al nijgt naar de uivorm. Wat betekenen die diagrammen voor het tempo van de groei? Ik heb al eens een blog geschreven over de factoren, die het geboortecijfer beïnvloeden. OPGAVE: Land A heeft evenveel inwoners als land B en precies dezelfde leeftijdsopbouw en man-vrouw verhouding. In land A krijgen de vrouwen drie kinderen tussen 20 en 25 jaar en in land B krijgen de vrouwen ook drie kinderen, maar tussen de 30 en 35 jaar. Het geboortecijfer is:
a. In beide landen even hoog.
b. In land A hoger.
c. In land B hoger.
Geef het antwoord met het antwoord op de volgende opgave in een reactie en leg uit waarom het zo is.

Ik heb slimme kleindochters, die plezier hebben in de exacte vakken. Toen ik 75 werd, was een kleindochter wat later jarig en werd 15. OPGAVE: Ik werd 75 op 24 mei en mijn kleindochter 15 op 1 juli. Op welke datum was ik precies vijf keer zo oud als mijn kleindochter?

Mijn kleindochter is er indertijd uitgekomen. Wie van mijn bezoekers lukt dat?

Volgende week geef ik de antwoorden met uitleg. Succes!

Jaargang 7, Nr. 347.

Zitten blijven

vrijdag, januari 30th, 2015

Onderwijs is een arbeidsintensieve activiteit. Daardoor is het ook kostenintensief. Onderwijsgevenden zijn minstens Hbo-opgeleid en hoewel vooral in het primair onderwijs veel slechter betaald wordt dan in andere sectoren met veel Hbo- en Wo-opgeleiden, is er een voortdurende zoektocht naar kostenbesparingen. Van tijd tot tijd komt dan het zitten blijven naar voren. Ik heb aan duizenden beslissingen over wel of niet overgaan meegewerkt, Toen dus weer gemeld werd, dat het zittenblijven ons land jaarlijks honderden miljoenen kost, vroeg ik mij onmiddellijk af of er behalve de kosten ook baten zijn. Zitten blijvers betreden later de arbeidsmarkt en gaan dus later bijdragen aan het BNP. Als ze gezien de jeugdwerkloosheid tenminste de kans krijgen. Als ze door één keer doubleren op een hoger niveau kunnen gaan werken worden de kosten ruimschoots goed gemaakt door de baten.

Ik schreef maar weer eens een ingezonden brief aan mijn lijfblad en smaakte onverwacht het genoegen een deel ervan – hieronder onderstreept – geplaatst te zien als Brief van de Dag. Hieronder vindt u de volledige brief.

De kosten en de opbrengst van het zitten blijven

In het begin van de Zomervakantie 1956 was ik op bezoek bij mijn vorige baas. Een ouder belde aan. Het was een stevige boer van het Hollandse weidegebied met een enorme kaas onder de arm. Hij wilde het Hoofd der School bedanken voor alle goede zorgen. Maar nu had hij gehoord, dat zijn zoontje bleef zitten. Was daar nu niets aan te doen? Het antwoord was neen. Er was goed nagedacht over het besluit. “Dan neem ik de kaas ook weer mee.” En weg was de boer.

De boeren en burgers van vandaag zijn slimmer. Ze laten de Staatssecretaris zeggen, dat het zitten blijven zo enorm veel kost. Voordat je het zittenblijven geheel afschaft, moet je toch eerst ook naar de opbrengst van die extra investering kijken. Een voorbeeld. Mijn jaargang heeft de vijfde klas Lagere school (Groep zeven van de Basisschool) in 1944-45 vrijwel geheel gemist. In september 1945 kwamen we met een klein groepje in de zogenaamde opleidingsklas voor jongens, die naar de HBS of het Gymnasium gingen. In 1952 deden vier ervan eindexamen. Geen van hen had de vijfjarige HBS zonder doubleren doorlopen. Van die vier werd er één hoogleraar astronomie aan twee Amerikaanse universiteiten en adviseur van de Nasa. Een volgende werd hoogleraar medische technologie, een verkeersleider op Schiphol en zelf werd ik docent in het Voortgezet Onderwijs. Een ander uit dat opleidingsklasje werd ambassadeur en weer een ander directeur van een groot automobielbedrijf. Doubleren hoeft nog niet zo’n slechte investering te zijn.

Dan moet wel het belang van de leerling voorop staan en niet het belang van de status van de school. Door heel strenge selectie bij toelating en bij elke overgang kun je prachtige eindexamenresultaten laten zien, maar intussen is wel een aantal mensen de kans op een diploma ontnomen. Daar heeft de staatssecretaris gelijk. Maar soms is het heel nuttig voor de leerling. Hij is nog te “jong”.  Zijn verstandelijke vermogens zijn nog niet voldoende gerijpt. Hij heeft de grootste moeite met het oplossen van vraagstukken, die hij een jaar later in een wip oplost. Een bekend verschijnsel in de leerpsychologie. Een leerling kan door ziekte of een sterfgeval wat achterop geraakt zijn. Met een tussensprintje redt hij het best. Zo hoort dat te gaan in een overgangsvergadering. Ik herinner mij een leerling, die er een jaar de kantjes van afgelopen had. Haar rapport was zwak genoeg om te moeten doubleren. Van de lerarenvergadering moest ze “voor straf” over. Ze kreeg de kans niet nog een jaar te luilakken en moest het volgend jaar dubbel zo hard werken. Het is goed gegaan.

Vaak denk ik: “Waarom laten we het onderwijs niet veel meer aan gewetensvolle vakmensen over?”

Jaargang 7, Nr.346.

Vakbondsjubilarissen

vrijdag, januari 23rd, 2015

EEN GOUDEN SPELD MET ROBIJN

Vijftig jaar geleden werd ik lid van een voorganger van de Algemene Onderwijsbond, de Rooms Katholieke Lerarenvereniging Sint Bonaventura. Die fuseerde samen met andere lerarenbonden tot het NGL, het Nederlands Genootschap van Leraren. Het NGL werd vervolgens onderdeel van de Algemene Onderwijsbond. Als ik in het Lager Onderwijs was blijven werken was ik bij de Onderwijsbond van het CNV gebleven. Zo kan ik zeggen, dat ik meer dan zestig jaar lid ben van een vakbond.

Als je 25 jaar lid bent van de AOb krijg je een zilveren speld. Die heb ik nooit gehad. Bij veertig jaar hoort een gouden speld en nu bij vijftig jaar de gouden speld met robijn. De speld heeft de vorm van het logo van de AOb, maar dan 8 mm in doorsnede en een robijntje van één millimeter. Best wel smaakvol. Maar wanneer draag je zo’n speld, vroegen we ons af.

Het was daar in Motel Breukelen heel gezellig. Eerst een massa zilveren spelden, wat minder gouden en toch nog vijf gouden spelden met robijn. Er was een nog kwieke man, die zestig jaar lid is en de gouden speld met briljantje kreeg. Mooi demografisch, die piramidevorm.

Iedereen mocht desgewenst iets zeggen. Er kwamen verhalen over de hulp van de bond bij allerlei kwesties, maar ook over het schamele loon in de begintijd. Mijn eerste maandsalaris was 195 gulden. Maar ja de gemeente Lobith was een derde klas gemeente en dat betaalde minder Ik begon net en diensttijd telde. Ik had nog geen Hoofdakte, want dan kreeg je ook weer meer. Ik heb wel vanaf het begin pensioen opgebouwd.

Zelf heb ik als echte aardrijkskundeleraar deze schoolmeesters bijeenkomst een puzzel voorgelegd. Welke lijn verbindt de plaatsen van mijn loopbaan? Arnhem, Spijk, Arnhem, Utrecht, Odijk? In koor riepen ze de Rijn en dat was wel goed, maar ik bedoelde de Limes, de grens van het Romeinse Rijk. Een paar jaar geleden kocht ik een boek over de Limes met gedetailleerde kaarten. Ik heb jarenlang in een bepaald lokaal les gegeven. Precies onder dat lokaal ligt de Limesweg.

Een van de gedecoreerden kwam met een sneer over de jongeren, die geen lid meer van een bond worden. Dat was een gouden voorzet voor bondsbestuurder Liesbeth Verheggen. Het bijzondere van de AOb is dat de bond een enorme groei doormaakt en dat die groei aan de onderkant plaats vindt. Jongeren worden massaal lid van de bond. Het totaal aantal lede nadert de negentigduizend. Zijn onze mensen slimmer? Snappen ze beter, dat wanneer je direct of indirect afhankelijk van een neoliberale overheid, dat het dan ontzettend noodzakelijk is om samen sterk te staan. Of is het zo, dat wanneer je in het onderwijs gaat werken en je slechter betaald wordt dan bij andere Hbo-opleidingen je kennelijk over een grote dosis solidariteit moet beschikken  Die solidariteit vormt dan ook de basis voor het lidmaatschap van een vakbond.

Jaargang 7, Nr. 345.

Acculturatie

zaterdag, januari 17th, 2015

DE ZWAKKE CULTUUR GAAT OP IN DE STERKERE CULTUUR

Acculturatie was een van de interessante onderdelen van onze colleges Culturele Antropologie. Als twee culturen met elkaar in aanraking komen, nemen ze cultuurelementen van elkaar over. Maar soms blijft er van de zwakkere cultuur weinig over en gaat die geheel op in de sterkere cultuur. Het sterke kan slaan op het aantal of op de politieke of economische macht of op militair overwicht. Een eenvoudig voorbeeld is ons voedsel. Er zijn Chinese, Indische, Griekse, Italiaanse en Turkse restaurants. Maar ook thuis bereiden we Chinees of Italiaans. Of onze landgenoten van buitenlandse komaf inmiddels ook erwtensoep of boerenkool eten, ik zou het niet weten. Misschien de tweede of derde generatie. Een veel ingrijpender voorbeeld zien we in India. De oorspronkelijke bevolking kwam in een ondergeschikte positie terecht toen volkeren vanuit het Noorden het subcontinent binnenvielen. Hier waren na de grote Volksverhuizing de oorspronkelijke bewoners van ons land op de Friezen na niet meer terug te vinden. De urbanisatie als gevolg van de Industriële Revolutie deed veel katholieke Brabanders en Limburgers in Rotterdam en andere steden belanden. Dat gaf wel wat strubbelingen, maar er ontstonden meer katholieke parochies en er kwamen katholieke scholen en zo veel meer in die verzuilde tijd. Pas de laatste tientallen jaren kreeg de secularisatie vat op deze groep. Al veel eerder hadden de voormalige plattelanders een stedelijk leefpatroon overgenomen. We maken het hier veelvuldig mee, dat we bericht krijgen, dat nieuwe inwoners als katholiek staan ingeschreven. Als we ze verwelkomen en dat vertellen, blijkt vaak, dat ze geen eens meer weten, dat ze ooit gedoopt zijn. Ontkerkelijking is vaak nauwelijks een bewust proces.

Waardoor bleven in Nederland de katholieken zo lang bij elkaar? Tot ongeveer 1960 werden katholieken in Nederland ernstig gediscrimineerd. Ze werden niet vertrouwd. Ze konden geen hoge ambtelijke of rechterlijke of militaire functie bekleden. Katholieken waren daardoor vaak actief in de detailhandel. Ze zochten ook steun bij elkaar. Door die discriminatie werden ze als het ware op één hoop gedreven. Maar rond 1950 – 1960 kwam er verandering. Katholieken werden als normale Nederlanders geaccepteerd. De steun van de katholieke zuil was veel minder nodig. De onderlinge band verslapte. De achteruitgang begon.

Ik vroeg mij af waardoor de acculturatie zo weinig vat heeft op landgenoten van Turkse en Marokkaanse afkomst. Waardoor houden ze zo vast aan de eigen cultuur? In het begin merkte ik bij Marokkanen en Turken nauwelijks iets van hun Moslim achtergrond. Die kwam in de discussies ook weinig aan de orde. Mijn Marokkaanse en Turkse leerlingen toonden een enorm gebrek aan kennis van hun religie. Zou het misschien zo zijn, dat de discriminatie, bijvoorbeeld op de arbeidsmarkt, maar ook bij het niet toelaten tot disco’s of het veelvuldig vragen naar identiteitspapieren, hen veel meer bijeen drijft en hen veel meer bewust maakt van hun gezamenlijke identiteit? Daardoor zijn ze ook veel minder vatbaar voor acculturatie. De goed ontwikkelde groep, waarvoor de religie nog nauwelijks betekenis heeft, mensen, die in feite seculier zijn, is hier in West-Europa maar klein.

Daar komt bij, dat onze samenleving onder invloed van de individualisering en de secularisatie kenmerken vertoont, die voor mij onaantrekkelijk zijn, maar voor onze allochtone landgenoten nog veel meer. Onze vrijheid wordt de laatste weken weer uitbundig geroemd. Voor sommigen geldt, dat zij zich zo veel vrijheid veroorloven, dat zij het geluk van hun medemensen uit het oog verliezen. Het wordt tijd, dat we weer meer gaan nadenken over de zin van ons leven op deze aarde samen met zo velen. Wat wil ik met mijn leven? Wat wil ik betekenen voor anderen? Wat wil ik betekenen voor mijn Islamitische landgenoten? Hoe kan ik bijdragen aan een vreedzame samenleving? Hoe bevorderen we de dialoog tussen religies en tussen de religieuze mens en de atheïst? Dat vraagt van atheïsten een wezenlijke verandering in hun houding. Als we het in Nederland samen willen doen, dan werkt een houding van niets meer met een kerk te maken willen hebben nogal averechts. Ook in de Koran staan veel waardevolle gedachten. Probeer het goede in de ander te ontdekken en stel je zelf open voor hen, die anders denken en zijn dan jij zelf. Dat is een ander antwoord op de terreurdreiging dan militairen met zware wapens op de stations en bij Joodse scholen.

Jaargang 7, Nr. 344.