Archive for oktober, 2019

Terug naar mijn Arnhems verleden

zondag, oktober 20th, 2019

MET EEN OVERDENKING BIJ DE GRAVEN VAN DUIZENDEN BRITSE SOLDATEN

Soms weten je kinderen een bijzonder verjaardagscadeau te bedenken. Ik mocht een tochtje door mijn geboortestad Arnhem maken langs allerlei plekjes, die voor mij belangrijk zijn geweest. Mijn vrouw en ik werkten aan dezelfde school. Toen wij in 1961 trouwden, werd zij ontslagen. Aan de school op de Hoogkamp, waar wij toen werkten was het eerste bezoek gericht.  Het is niet langer de Onze Lieve Vrouw van Fatima-school, maar heeft na de fusie een andere naam gekregen: Het Panorama/ Van dat uitzicht op het landgoed Warnsborn heb ik toen vaak genoten. Er is vel bijgebouwd, want de kleuters kwamen erbij en er moeten allerlei ruimtes zijn voor extra begeleiding van individuele leerlingen. De school ontstond als een afsplitsing van de H. Hartschool en stond toen tegenover de H. Hartkerk. De kerk is nu een soort wijkcentrum met de naam Guldenhart.. De wijk heet de Gulden Bodem. 

Verder ging het naar Moscowa, waar we het graf van mijn moeder bezochten. Op de Thomas a Kempislaan hebben we jarenlang gewoond, behalve toen we geëvacueerd waren na de Slag om Arnhem. Ik vertrok toen ik trouwde.  Dicht daarbij in de Vogelwijk gingen we langs mijn geboortehuis aan de Kievitstraat. Het wijkje is nu een stedenbouwkundig monument. Het zijn inderdaad bijzondere woningen uit de Tuindorp periode met voor- en achtertuin en rode pannendaken. 

Mijn kleuterschool stond aan de Van Slichtenhorststraat in de Wijk Sint Marten.  Het is een typische voorbeeld van gentrificatie. De huizen zijn keurig opgeknapt en veel geld waard.. Sonsbeek ligt er vlak bij. In de kerk zijn appartementen gebouwd, maar de pastorie staat nog fier overeind, evenals de kosterswoning en de zaaltjes naast de kerk. Daar zijn nog steeds activiteiten..

We lunchten in Restaurant “Goed Proeven” op de hoek van de Sonsbeeksingel en de Klarendalseweg. Met enorme lichtletters staat er Klarendal op het dak. Het gebouw was vroeger een Postkantoor naast NS-station Arnhem Centraal. Daar is het steen voor steen afgebroken en in Klarendal bij de spoorlijn weer opgebouwd. De vroegere arbeiderswijk heeft nu veel winkels op modegebied, de neerslag van de mode-opleiding van de Arnhemse Kunstacademie.

Op weg naar  het geboortehuis van de twee oudsten (1963 en 1964)  passeerden we aan de Velperweg het gebouw van het Katholiek Gelders Lyceum, waar ik mijn HBS-B-diploma haalde in 1952 en verderop het verzorgingshuis Vreedenhof, waar mijn moeder vele jaren woonde tot haar overlijden in 1996 en 89 jaar oud   De flat in de wijk Presikhaaf bleek zeer fraai opgeknapt. Maar overal stuit je  op afgesloten poorten naar een achterom of naar de kelderboxen onderin de flat. Je krijgt er weinig te zien.. De tijden veranderen. Van Presikhaaf naar Alteveer/Cranevelt ging vlot en daar keken we van beneden naar de flat, waar mijn moeder ook een tijd woonde en waar al de drie kinderen herinneringen aan hebben. Over de Schekmseweg ging het naar Oosterbeek.

Daar is het Airbornemuseum in de villa Hartenstein steeds informatiever geworden. Je krijgt een goed beeld van de operatie Market Garden en vooral van de slag om de Rijnbrug in Arnhem. De keuze om zo ver van Arnhem te landen was fout. De informatie, dat er twee SS Panzerdivisies in de bossen noordelijk van Arnhem lagen werd genegeerd. Het is een wonder, dat de brug nog zo lang in handen van de Britten bleef. Had het leger na de verovering van de Waalbrug onmiddellijk doorgestoten, dan waren ze nog op tijd geweest.. Dan had de operatie kunnen slagen..

Bij Oosterbeek vinden we een groot oorlogskerkhof. Het is een van de vele Britse oorlogskerkhoven op het Europese vasteland. Na de Tweede Wereldoorlog besloot men tot eenwording in Europa. De Europese Unie is het resultaat.  Een nieuwe oorlog tussen Frankrijk en Duitsland is ondenkbaar geworden.. Daarom is het zo volkomen onbegrijpelijk, dat een kleine meerderheid van de Britten  uit de EU willen. Het is een belediging van al die Britse soldaten, die hun leven hebben gegeven voor een vrij Europa.  De kleine meerderheid van de Britten heeft de lessen van de geschiedenis maar slecht geleerd.

Ik vind, dat aan een verder uitstel de voorwaarde wordt verbonden van een nieuw Brits referendum met twee keuzes: In de EU blijven of de laatste deal van Johnson accepteren. Laat het Britse volk beslissen. Het Brotse parlement blijkt er tot nu toe niet  toe in staat.

Jaargang 12, Nr. 585.

De stikstofproblematiek

zondag, oktober 13th, 2019

EU-REGELS BESCHERMEN UNIEKE NATUURGEBIEDEN

Europese regels beperken de stikstofneerslag in bijzondere natuurgebieden. Stikstofverbindingen vormen vaak een meststof voor planten. Als er te veel stikstof in de bodem komt, verdwijnen planten, die van een schrale grond houden. Daarvoor komen planten, die wel van een voedselrijke grond houden. De heide houdt van een schrale grond. We hebben in augustus genoten van die prachtige paarse heide in Heidestein en Bornia bij Driebergen. We wezen een echtpaar uit Brabant daar de weg.. De grond wordt er schraal gehouden. Opslag wordt door schapen van het Utrechts Landschap weg gevreten.. Maar elders zien we de heide ‘vergrassen’. Daar valt in de zomer niet meer van die paarse pracht te genieten. In andere gebieden verdwijnen bepaalde planten. De biodiversiteit wordt minder en de Europese regels zijn er om die biodiversiteit te handhaven.

Blad 64 van de Grote Bosatlas, 55ste editie, toont drie interessante kaartjes van de neerslag van stikstofdioxide in 2005, 2010 en 2015..  In de loop van die jaren zie je de stikstofdioxideneerslag rond grote steden als Rotterdam, Amsterdam, Den Haag, Utrecht, Den Bosch  en Eindhoven verminderen. Verkeer en vervoer doen hun best om minder vervuilende stoffen uit te stoten. Toch zie je nog steeds die steden als concentratiegebieden en de route Amsterdam-Eindhoven of Rotterdam-Arnhem vallen toch op met nog steeds meer stikstofoxide. 

In diezelfde periode verandert er in de landbouwgebieden op de zandgronden van Brabant, Limburg, Gelderland en Overijssel niet veel. Jammer genoeg kan er nog geen kaartje van 2020 zijn. Inmiddels zijn de melkquota afgeschaft en is het aantal runderen toegenomen. Het zou interessant zijn om te zien of zich dat ook vertaalt naar een hogere stikstofdioxideneerslag.  Maar intussen krijgen boeren geen vergunningen meer om nieuwe stallen te bouwen, maar ook andere bouwplannen buiten de landbouw krijgen geen vergunningen meer. Wat te doen?

Niet zo slimme Tweede Kamerleden van CDA en VVD proberen de metingen van de neerslag verdacht te maken. Ze sluiten hun ogen voor de duidelijk waarneembare schade. Zijn er oplossingen te bedenken behalve de halvering van de veestapel? Al dat vee zorgt immers ook voor overbemesting en zo voor vervuiling van het grondwater en mettertijd ook ons drinkwater. Dan stoten koeien ook nog methaan uit en dat is een nog sterker broeikasgas dan Koolstofdioxide. Zo werkt de rundveeteelt ook nog mee aan de opwarming van het klimaat. Er zijn dus best wel redenen om de rundveeteelt te beperken. Per hectare zouden zoveel koeien moeten gehouden worden als het daarop verbouwde veevoer kan voeden. Dan is er evenwicht en geen overbemesting.. 

Is er dan verder niets aan te doen?  Te denken valt aan mestvergisting, waarbij brandbaar gas ontstaat. Mest kan ook gedroogd worden en elders gebruikt worden in plaats van kunstmest. Mest kan in grote hoeveelheden naar akkerbouwgebieden worden vervoerd. Mest bevat ook heel wat nuttige stoffen. Zo zit er fosfaat in en daaraan driegen op wereldniveau tekorten. We willen de koeien graag in de wei, maar in een gesloten stal zouden net als bij de varkens schadelijke gassen afgevangen en uitgewassen kunnen worden.

De positie van veel rundveehouders is moeilijk. Economisch gezien ligt groei voor de hand, maar ecologisch is dat niet meer verantwoord. De ecologische schade aan bijzondere natuurgebieden is overduidelijk. Daar zou men moeten beginnen met het uitkopen van rundveehouders in de omgeving.  Ze zouden geholpen moeten worden over te schakelen naar akkerbouw of tuinbouw. Dat moet dan niet leiden tot overproductie. Je ziet ook boeren overschakelen naar zonneparken. Hier in de omgeving zie ik veel sedumvelden. Dit plantje wordt gebruikt voor groene daken. De Nederlandse landbouw laat zo zien, dat de creativiteit bij noodzakelijke verandering er nog steeds is.

Jaargang 12, Nr. 584.

In memoriam Father Ben Jorna, Mill Hill missionaris in Congo en India

zondag, oktober 6th, 2019

Ben Jorna werd op 29 november 1935 geboren als 2e zoon van Jan Jorna en Riek Jorna-Molle. Zij woonden aan de Kievitstraat 14 in de Arnhemse Vogelwijk. In 1937 verhuisde het gezin naar de Thomas a Kempislaan 12, genoemd naar de schrijver van ‘De Navolging van Christus’. Ben ging bij de Zusters naar de kleuterschool en bij de fraters van Utrecht naar de O.L. Vrouweschool. Na zijn eerste H. Communie werd hij al snel misdienaar. Het gezin maakte de Slag om Arnhem mee en moest daarna evacueren naar een schooltje op het platteland oostelijk van Apeldoorn. Ook daar was Ben misdienaar. De katholieke evacuees kwamen bijeen in het protestante wijkgebouw Samuel.

Bij Ben ontstond al vroeg het verlangen om priester te worden. Onze ouders overlegden met heeroom Jan Kerkhoff mhm, missionaris in Oeganda en die raadde Mill Hill aan. In 1948 ging Ben voor vier jaar naar Tilburg en daarna voor twee jaar naar Haelen. Hij bleek daar een intelligente leerling. Hij haalde in 1954 zijn staatsexamen Gymnasium B. Toen volgde de opleidingen Filosofie en Theologie in  Roosendaal en Mill Hill Londen. In 1960 werd hij priester gewijd in Mill Hill. Het hele gezin plus oom Sjef was er bij. Een week later deed hij zijn Eerste Plechtige H. Mis in onze parochiekerk van O.L. Vrouw Onbevlekte Ontvangenis aan de van Slichtenhorststraat in Arnhem.

Hij was bang, dat hij moest gaan studeren en een baan op het Seminarie zou krijgen, maar tot zijn vreugde werd hij naar Congo benoemd, maar moest wel eerst een brede onderwijsbevoegdheid in Antwerpen gaan halen. Antwerpen was wel leuk, want zowel van moeders als van vaders kant woonde daar familie. Na twee jaar was hij bevoegd om wiskunde, natuurwetenschappen en aardrijkskunde te geven. Toen naderde een moment van afscheid nemen voor een wat langere tijd. Ben vertrok naar het bisdom Basankusu in de Evenaarprovincie van Congo, waar hij les zou gaan geven aan de onderwijzersopleiding in Bokakata, westelijk van de hoofdstad Basankusu. Maar in het oosten van het bisdom waren opstandelingen moordzuchtig bezig, ook onder missionarissen en al na korte tijd was Ben weer terug in Nederland. De opstand werd door westerse troepen onderdrukt en toen het weer veilig was kon Ben nu echt naar Bokakata. Daar heeft hij jarenlang gewerkt. Onder de Mill Hillers gingen sterke verhalen rond over Ben, maar wij kregen ze nauwelijks te horen.

Ben was soms wat verstrooid. Bij het lesgeven bedacht hij, dat hij in de bibliotheek iets moest opzoeken. Al snuffelend in de boeken vergat hij alles, ook dat hij eigenlijk bezig was met lesgeven.

Wij vormden een soort thuisfront. Ben wilde graag dia’s laten zien, maar hoe kon hij het lokaal verduisteren? Een langwerpige kist met de opgerolde gordijnen ging via Antwerpen naar Congo. Het land ontwikkelde zich ondanks alles en zo kwam het zo ver, dat een Congolees het werk van Ben kon overnemen.

Ben kreeg voor het eerst een benoeming in de zielzorg en wel in Bolomba in het Westen van het bisdom. Tijdens al zijn vakanties en zijn bedelpreken had hij heel wat vrienden gekregen en die schreven vele brieven. Hij vroeg mij hoe hij al die brieven zou kunnen beantwoorden. Zo ontstond het idee van de rondzendbrieven. Ik heb er jarenlang tientallen naar zijn familie en zijn weldoeners verstuurd. Er boven stond “Brief uit Bolomba” en daar kwamen dan de nummers achter, 2,3,4, 5 en zo verder. Ik typte de brieven keurig over, verbeterde taal- en schrijffouten. Ik vermoed, dat ze bij veel mensen heel inspirerend hebben gewerkt. Ben schreef bijvoorbeeld, dat hij in een dorp was geweest, waar anderhalf jaar geen priester was geweest. De catechist had er al die tijd voor gezorgd, dat er toch vieringen waren. En ik dacht, dat kunnen wij ook nu er steeds minder priesters zijn. Toch was dat werk eigenlijk te zwaar voor Ben.

Een nieuwe benoeming volgde. In Baringa moest hij een huis opzetten, waar jonge mannen werden voorbereid op het seminarie. Dat ging lang goed tot de politieke onrust toenam en Ben in conflict kwam met een dorpspotentaat. Dat begon griezelig te worden en midden in de nacht vluchtte Ben in de auto met iedereen naar Basankusu. Daar zette hij zijn werk voort.

In het Oosten van het land waren rebellen actief en zij rukten op langs de noordelijk gelegen Congorivier. Tegen de verwachting in slaagden zij door moerassig oerwoud Basankusu  te bereiken en de stad, het vliegveld en een vliegtuig bij verrassing te veroveren. Plotseling waren de mensen in Basankusu afgesneden van contact met de hoofdstad Kinshasa en verder met Europa. In die tijd sprak ik elke veertien dagen via de telefoon een boodschap van precies één minuut in, die via een Vlaamse wereldomroep werd uitgezonden en in Basankusu beluisterd kon worden. De stad werd vrijwel dagelijks door de regering met primitieve vatenbommen bestookt. Ben had een eenmansgat gegraven en was zo betrekkelijk veilig. Op een dag landde er een vliegtuig van de rebellen. Ben racete er naar toe en vertrok al snel. Via de Centraal Afrikaanse Republiek kwam hij naar Europa. Wat later kon hij zelf een boodschap voor Basankusu inspreken en de mensen van de omroep hadden dat goed door.

Terug naar Congo kon niet meer. Ben ging in Engeland een cursus volgen hoe je beter gebruik kunt maken van je talenten. Vervolgens leerde hij zelf dergelijke cursussen te geven. Hij werd daarna naar India benoemd om jongemannen kennis te laten maken met de spiritualiteit van Mill Hill. Een enorm probleem werd, dat hij slechts een toeristenvisum voor zes maanden kreeg en dan moest hij het land weer op tijd uit. In Sri Lanka probeerde hij dan weer een visum te krijgen. Een keer heeft hij er zelfs op zijn knieën om gesmeekt. Uiteindelijk werd het allemaal toch te zwaar In 2010 ging hij in het Sint Jozefhuis in Oosterbeek wonen.

Ben bleef studeren, las de kranten al vroeg in de ochtend en ontwikkelde over allerlei zaken een duidelijke visie. Zijn collega’s merkten dat maar al te goed. Die waren niet zo vreselijk progressief. Dat werden soms stevige debatten als ik het goed begrepen heb. Tsja Ben bleef toch de leraar, die hij eigenlijk steeds weer door bepaalde benoemingen werd. Zijn 84ste verjaardag en zijn zestigjarig priesterschap mag hij nu in de hemel vieren en wij vieren het met hem mee.

Jaargang 12, Nr. 583.