Archive for april, 2019

Friese geschiedenis

zondag, april 14th, 2019

OP EXCURSIE MET DE HISTORISCHE KRING TUSSEN RIJN EN LEK

Elk jaar organiseert de Historische Kring tussen Rijn en Lek een grote excursie, afwisselend naar een Nederlandse, een Belgische of een Duitse bestemming. Dit jaar ging het naar Friesland. We bezochten het Fries Landbouwmuseum bij Goutum tegen Leeuwarden aan, het Poptaslot in Marsum en de stad Harlingen. Zoals altijd was het een leerzame en ook gezellige dag.. Tsja, je bent nooit te oud om te leren.

Het Fries Landbouwmuseum is gevestigd in een rijksmonument, een door architect W.C. de Groot ontworpen Friese boerderij met een Hollandse stal. Daarin staan de koeien met de koppen tegenover elkaar. Daarvan is niets meer te zien, want de stal is nu entree en museum.. Het fraaie woongedeelte is nog intact. In het boek “Hoe God verdween uit Jorwerd” beschrijft Geert Mak hoe het platteland door mechanisatie en automatisering in de landbouw steeds meer ontvolkt, zodat  de kerk niet meer voldoende gemeenteleden heeft om een dominee te kunnen beroepen. Die veranderingen in de landbouw zie je in het museum door steeds andere werktuigen en machines en de komst van coöperatieve zuivelfabrieken. Ook de hele agrarische samenleving verandert. Er komt beter onderwijs, ook voor meisjes. De boerinnen maken een emancipatieproces door. Door de ruilverkaveling in vrijwel de gehele provincie verandert het landschap. De provincie wordt beter ontsloten. en de steden groeien flink, zodat het museum straks bijna geheel omsloten gaat worden door een nieuwe wijk van Leeuwarden.

Na de lunch in Marsum was het Poptaslot aan de beurt.  Het kasteel is gebouwd door de adellijke familie van Heringa.  Door een huwelijk kwam de state in bezit van de familie Eysinga. De nazaten verbrasten hun bezit en waren tenslotte gedwongen het slot met het uitgestrekte landgoed te verkopen aan de zeer gefortuneerde advocaat Dr. Henricus Popta uit Leeuwarden. Hij was en bleef ongehuwd, maar bepaalde, dat het gehele bezit na zijn overlijden bijeen moest blijven en door voogden beheerd zou moeten worden.

Bij het slot liet hij ook een hofje bouwen, waar vrouwen onderdak konden krijgen.  Het landgoed leverde hen voedsel en drank. Er was een wasserij, maar daar werd ook twee keer per jaar een koe geslacht. Iedere bewoonster kreeg een flink stuk vlees.. De voogden hebben het hofje behoorlijk gemoderniseerd. De bewoonsters hebben nu een comfortabele goed verwarmde woning met badkamer en toilet, een slaapkamer, een keuken en een woonkamer. Nog steeds worden zij van voedsel voorzien. Een bijzondere vorm van sociaal werk in het verleden en nu nog steeds. Dichtbij het kasteel vind je nog een kerk en hier is “God NIET verdwenen”. Samen met andere dorpjes hebben zij een dominee, die hier om de vier weken een dienst leidt. Er is hier zo veel te zien, dat het bezoek wat uitliep en zo kwamen we te laat in Harlingen.

We waren zo laat, dat de stadsgidsen maar de warmte van hun huis hadden opgezocht. Zonder hen vermaakten we ons net zo goed. In de stad waren er deze zaterdag de Vlootdagen. Allerlei schepen en dan vooral vissersschepen lagen er aangemeerd. Er stond een snijdende ijskoude wind.  De marktkooplui langs de haven zullen weinig verkocht hebben. Wij vonden een warm café, waar we van een warme chocomel genoten. Dus klommen we weer in de bus om in Vinkeveen van ons diner te gaan genieten. Onderweg kregen we de kans om wat uit te rusten van deze bijzonder interessante maar vermoeiende dag. Met een tevreden gevoel waren we om kwart voor elf thuis.

Jaargang 12, Nr. 560.

Coriovallum

zondag, april 7th, 2019

HEERLEN WAS GROTER DAN MAASTRICHT OF AKEN

Deze week maar eens iets anders dan de politiek. Je bent nooit te oud om te leren. Dat merkte ik toen ik in Heerlen het Thermenmuseum bezocht.  In de Romeinse tijd was het huidige Heerlen een belangrijke stad. Op de vruchtbare löss werd graan verbouwd. Het diende als voedsel voor de vele militairen in dienst van de Romeinen, die de grens van het Romeinse rijk bewaakten. Die grens of “limes” werd gevormd door de Rijn en de Donau. Ik heb iets met de limes. Ik ben geboren in Arnhem aan de Rijn. Mijn eerste baan was in Spijk aan de Rijn en vervolgens werkte ik in Arnhem en Utrecht , beiden aan de Rijn. Ik woon al 52 jaar in Odijk aan de Rijn. Sinds de Jamboree in Bad Ischl in Oostenrijk in 1951 heb ik een vriend in Tulln aan de Donau met een “Römertor”, een Romeinse poort aan de Donau.  En last but not least. In een publicatie over de limes ontdekte ik dat ik jarenlang les heb gegeven in een lokaal, waar de limes-weg onderdoor liep. En toch, daar in Heerlen deed ik weer heel wat nieuwe kennis op.

Coriovallum lag aan een kruispunt van wegen. Een Noord – Zuid en een Oost-West, de Via Belgica. Die Romeinse wegen hadden een militaire functie en vormden ook een handelsweg. Die Romeinen waren knappe wegenbouwers. De weg was verhard met leem en grint en was in dwarsdoorsnede bolrond. Opzij lagen greppels om het afstromende regenwater op te vangen en de weg droog te houden. Hier in de omgeving is bij Fort Fectio die Limes-weg ontdekt. Maar in Heerlen hebben ze een lakprofiel van de dwarsdoorsnede van de Via Belgica en die blijkt een paar meter breder.  Door de handel was Coriovallum een welvarende plaats.. De inwoners hadden het geld voor een badhuis met een warm deel en een zalen om af te koelen. Het deed ons sterk aan een sauna denken.. Je kon er getuige  de vele gevonden schaaltjes ook een hapje eten. Van die thermen resten nog de fundamenten. Ze zijn zorgvuldig opgegraven. Met een loopbrug loop je erover heen. Om de zoveel meter vind je een scherm met nadere uitleg van wat je beneden ziet en een animatie toont vervolgens hoe die zalen er toen uitzagen. In Bath in Engeland kun je zo’n Romeins badhuis nog in werkelijkheid zien.

Maar dat is nog niet alles. In een grote zaal zijn duizenden vondsten uit  de Romeinse tijd van tal van vindplaatsen in Zuid-Limburg tentoongesteld. Je ziet er het gereedschap van de vele ambachten, van de boeren, de kleding, de sieraden, grafstenen, glaswerk en aardewerk. Alles heel systematisch. Door de veelheid raak je wat overdonderd. Het beneemt je de lust om alle toelichting goed te lezen. Wil je er echt meer over leren, dan moet je er de tijd voor nemen of een paar keer terug komen. In ieder geval heb ik ervan geleerd, dat Zuid-Limburg een zeer rijke archeologie kent met zeer veel vindplaatsen.

En hoe ziet het huidige Heerlen er uit? Door de steenkoolmijnen kwam het gebied tot grote bloei, maar raakte door de mijnsluitingen in korte tijd in een crisis. Den Haag maakte het de vestigingsplaats van het ABP, het pensioenfonds voor ambtenaren en leerkrachten en een deel van het CBS, het Centraal Bureau voor de Statistiek, Het gebied heeft een zeer gunstige ligging ten opzichte van de Europese markt, maar het lijkt erop, dat het bedrijfsleven, dat maar traag ontdekt. Er wordt volop gebouwd, met name rond het NS-station. Er is een rechtstreekse treinverbinding met Aken en Maastricht in het gebied zelf en een snelle intercity met Eindhoven, Utrecht en Amsterdam.  Het gebied heeft een eigen vliegveld, een universiteit met veel buitenlandse studenten en veel andere onderwijsinstellingen. Toch houdt Zuid-Limburg ondernemende jongeren te weinig vast. Heerlen en  Maastricht zijn reuze gezellige steden Anderzijds is Zuid-Limburg ook zeer toeristisch en al te veel industrieën en dus ook stedengroei maakt het voor toeristen niet leuker.  Maar de groei moet wel van binnenuit komen, wil die echt aanslaan. Ik ben benieuwd. U ook?

Jaargang 12, Nr.559.