Archive for mei, 2017

GroenLinks en de Vrijheid van Onderwijs 2

donderdag, mei 18th, 2017

WELKE LEERSTOF BIED JE AAN?

De indieners van het amendement op een programmapunt in het verkiezingsprogramma van GroenLinks laten duidelijk blijken, dat ze weinig op hebben met kerken en religie. Ze willen voor alle kinderen gratis onderwijs door de staat aangeboden. Als ouders hun kinderen iets over godsdienst willen leren, dan moet dat in de eigen tijd en door hen zelf betaald. Want in hun ogen is het gezien de scheiding tussen kerk en staat geen overheidstaak godsdienstonderwijs te bekostigen. Het is nogal onnozel te denken, dat een bijzondere school zijn karakter dankt aan één uurtje godsdienstles per week. Onderwijs is cultuuroverdracht en daarbij komt de betekenis van de religie steeds weer naar voren.

Voor het geschiedenisonderwijs kennen we sinds 2006 de Canon van Nederland. In 24 thema’s wordt een overzicht gegeven, wat in het geschiedenisonderwijs op de basisschool en de middelbare school minimaal behandeld hoort te worden. Uiteraard zitten daar heel wat godsdienstige onderwerpen bij. Hoe praat je dan over de rol van de kloosters in de Middeleeuwen? Met waardering of heb je het over de primitieve ideeën van die kloosterlingen. En moet je dan vervolgens als ouders dat weer allemaal gaan bijstellen? In het landschap van nu is de vroegere ontginning nog duidelijk zichtbaar. Bij die ontginning hebben bisschoppen en kloosters een belangrijke rol gespeeld. Bij aardrijkskunde kan dat aan de orde komen. Spreek je bij Nederlandse letterkunde over de mystici als Ruusbroec en Hadewych en later over Vondel en weer later over Guido Gezelle? Ik vrees, dat in het huidige literatuuronderwijs al vreselijk veel geschrapt is. Er is voor andere prioriteiten gekozen. Armoe troef.

Als leerkracht heb je een enorme verantwoordelijkheid. Jouw opvattingen klinken altijd door in jouw manier van onderwijs geven. Juist wat zo tussen neus en lippen verteld wordt of de manier waarover gesproken wordt over een onderwerp kan er toe leiden, dat leerlingen zonder dat zij dat zelf beseffen toch beïnvloed worden. Als leerlingen mij vroegen waarom ik een sticker van de PPR en later van GroenLinks op mijn tas had zitten, legde ik hen uit, dat mijn opvattingen – of ik wilde of niet – zouden doorklinken in mijn lessen en dat ze daarop verdacht moesten zijn en kritisch moesten luisteren.

Bij veel vakken klinken allerlei waarden door. Denk aan de literatuur bij de talen, de politieke en godsdienstige opvattingen in de verschillende perioden van de geschiedenis, rechtvaardige lonen og handel bij economie, Derde Wereldproblematiek bij aardrijkskunde of regionale ongelijkheden in inkomen, werkgelegenheid, voorzieningen als scholen, ziekenhuizen, culturele instellingen. Vergeet maatschappijleer/burgerschapsvorming niet. Als docent moet je met je leerlingen zaken analyseren. Uiteindelijk moeten leerlingen zoveel inzicht krijgen, dat ze tot een gefundeerd oordeel en tot een eigen keuze kunnen komen. Dan zit je wel in de bovenbouw van Havo en Vwo.

Ik moet er niet aan denken, dat een van mijn kleinkinderen wordt overgeleverd aan een docent met PVV-sympathieën. Ik verwacht minimaal respect voor de waarden, die Jezus van Nazareth ons voorgeleefd heeft. Bij de indieners van het amendement heb ik dat respect niet kunnen waarnemen. Ze mogen mij aanstaande zaterdag, 20 mei, uit de droom helpen.

Jaargang 10, Nr. 462.

GroenLinks en de Vrijheid van Onderwijs

zaterdag, mei 13th, 2017

WAT WIL GROENLINKS MET DE VRIJHEID VAN ONDERWIJS?

In het officiële verkiezingsprogramma van GroenLinks vinden we in Hoofdstuk3 over onderwijs programmapunt 11: “Artikel 23 dient te worden herzien met als oogmerk dat de overheid kwalitatief goed onderwijs voor iedereen aanbiedt, financiert en op kwaliteit controleert. Daarbovenop kunnen ouders zelf vormen van bijzonder onderwijs aanbieden in de eigen tijd en door henzelf gefinancierd”. Het klinkt wat krom en dat schijnt veroorzaakt te zijn door het combineren van het oorspronkelijke ontwerp met een amendement, dat met een zeer kleine meerderheid is aanvaard.

De reacties binnen en buiten de partij waren bijzonder kritisch. GroenLinks ontstond door een fusie van PPR en EVP, partijen van linkse christenen en de PSP en de CPN. Er was altijd wel een kleine groep van fanatieke voorstanders van openbaar onderwijs, maar dat leidde er nooit toe, dat de partij het plan opperde het bijzonder onderwijs de nek om te draaien. Zaterdag, 20 mei organiseert De Linker Wang samen met de Onderwijswerkgroep van GroenLinks een bijeenkomst over dit onderwerp. Je moet je daarvoor opgeven.

Wat is mijn mening? Onderwijs vormt een deel van de opvoeding. Ouders zijn verantwoordelijk voor de opvoeding van hun kinderen. Ze zorgen niet alleen voor goede voeding, goede zorg voor hun gezondheid, goede kleding en huisvesting. Ze leren hun kinderen ook hoe zij zich in de samenleving horen te gedragen, hoe hun houding hoort te zijn tegenover hun medemensen, dichtbij en veraf. Ze leren hen wat politieke verantwoordelijkheid inhoudt. Al die gedragsregels leren ze hun kinderen vooral door hun goede voorbeeld. Ze praten er ook over met hun kinderen en vertellen over hun inspiratiebronnen. Ze laten hun kinderen ook zien wat verdraagzaamheid betekent, want mensen denken er niet allemaal hetzelfde over en toch moet je op een prettige manier met elkaar kunnen omgaan. Zo maken kinderen kennis met het waardenpakket van hun ouders en zien hoe hun ouders er ook naar leven.

Dat is het ideaal, maar we weten maar al te goed, dat er ouders zijn, die er een potje van maken, hun kinderen mishandelen, hun geen hygiëne leren, geen medemenselijkheid. Ze vertellen met intens plezier hoe een collega gepest wordt. Ze zijn verbaasd als ze dan horen hoe hun kind op school een van de gemeenste pesters is. Lang niet alle ouders verstaan de kunst van goed opvoeden.

Voor veel ouders is godsdienstige opvoeding het moeilijkst. Zelfs als ze zelf hun religie intens beleven en zo hun kinderen daarin meenemen, dan ontbreekt vaak de nodige kennis. Vooral onder katholieken werd die kennisoverdracht vooral aan de school overgelaten. Maar het gaat niet alleen om kennis. Het gaat ook over je houding tegenover je medemens. Jezus van Nazareth kan zo’n voorbeeld zijn. Als het goed is, kun je dat op allerlei manieren bij alle vakken merken. Het gaat dan niet om katholieke wiskunde of joodse gymnastiek, maar wel om de waarden, die in het onderwijs doorklinken.

Samen met ouders heb ik in de tachtiger jaren allerlei kennis- en houdingsdoelen van Vredesopvoeding op een rijtje gezet en mijn collega’s van allerlei vakken gevraagd wat ze er aan deden. Alle vakken konden meerdere doelen in hun omgang met de leerlingen nastreven.

Zo kun je samen met ouders vorm geven aan de identiteit van de school. Ouders kiezen ook heel bewust een school, die past bij hun kind, een school waar hun kind zich thuis voelt. Maar ouders kijken ook naar de waarden, die een school in het onderwijs nastreeft. Dat komt in allerlei activiteiten naar voren. Een school wordt niet katholiek als er één uur per week catechismus wordt gegeven. Daarom is het programmapunt van GL ook uitermate dwaas.

Rond 1975 verzette de Landelijke Werkgroep Aardrijkskunde Onderwijs tegen een verplicht schriftelijk eindexamen voor ons vak. Het zou methodische vernieuwing zoals projectonderwijs bemoeilijken en het bijzonder karakter kunnen aantasten. Een keer is er een incident geweest. Er was een meerkeuzevraag over de ouderdom van de löss. Op een christelijke school wilden de leerlingen het goede antwoord niet geven, omdat het strijdig zou zijn met hun bijbelse berekening van de ouderdom van de schepping. De vak inspecteur wilde geen rel. Hun antwoord is gewoon goed gerekend. Daar was ik het helemaal mee eens. Zo’n vraag hoorde gewoon niet in het C.S.E..

Ik ben 16 jaar voorzitter geweest van de Kring Utrecht van het Koninklijk Nederlands Aardrijkskundig Genootschap. Leraren van allerlei scholen werkten samen aan een betere kwaliteit van het aardrijkskunde-onderwijs. Er waren nooit problemen. Een ding heb ik mijn collega’s duidelijk kunnen maken. Als je gewoon “neutraal” of zogenaamd “objectief” de aardrijkskunde van Nederland beschrijft, dan is de impliciete boodschap in jouw onderwijs, dat het allemaal zo hoort. We weten maar al te goed, dat er in Nederland heel wat dingen anders zouden moeten. We komen bij die beschrijving van Nederland heel wat ruimtelijke conflicten tegen. We moeten leerlingen leren kiezen. Dan gaat het om doelmatigheid. Dat is een vorm van evaluatie, de hoogste intellectuele activiteit volgens de Taxonomie van Bloom. Maar het gaat ook om toetsing aan jouw waarden. De waarden van een GroenLinkser zijn heel andere dan die van een VVD-er. Daar moet je leerlingen bewust van maken. Zo worden zij zich bewust van hun eigen waarden. Een kleinkind bleek zich achteraf ervan bewust, dat ze helemaal niet blij was met de overheersende waarden van haar middelbare school. Die waren meer neo-liberaal, dan evangelisch. Toch noemde dat lyceum zich christelijk. Het is niet gemakkelijk een passende school te kiezen.

Jaargang 10, Nr. 461.

Vrijheid en vrede in heel Europa

vrijdag, mei 5th, 2017

EUROPA IS NIET HET PROBLEEM, EUROPA IS DE OPLOSSING

Vandaag vieren we in Nederland Bevrijdingsdag. In lang niet alle Europese landen wordt dezelfde datum aangehouden. Delen van het Duitse leger en de vloot hadden zich al eerder overgegeven. Op 7 mei 1945 tekende de Duitse generaal Jodl in Reims de documenten tot onvoorwaardelijke overgave van alle strijdkrachten onder Duits bevel. De overgave ging in op 8 mei 1945 om 23.01 uur Midden Europese Tijd. Op 9 mei 1945 hadden alle Duitse legeronderdelen de strijd gestaakt. De Tweede Wereldoorlog was geëindigd. Er werd nog geen vrede gesloten en formeel is het nooit zo ver gekomen.

Maar 9 mei is daarom de Dag van Europa geworden. We vieren de onderlinge verbondenheid, we vieren de vrede, we vieren de vrijheid in Europa. Die verbondenheid in de Europese Unie is de beste garantie voor vrede en vrijheid. Eeuwenlang was het de tegenstelling tussen het Oostrijk en het Westrijk, tussen Duitsland en Frankrijk, die steeds weer tot oorlog leidde. Daarom was het initiatief van Robert Schumann, de Franse minister van Buitenlandse Zaken om het gezag over kolen, staal, ijzererts en schroot aan de afzonderlijke regeringen te ontnemen zo belangrijk. De Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal kwam in 1952 tot stand. De EGKS is nu onderdeel van de Europese Unie. In 1952 waren het maar zes landen, die de EGKS oprichtten: West-Duitsland, Frankrijk, Italië, België, Nederland en Luxemburg. In die tijd waren Spanje en Portugal dictaturen. Achter het IJzeren Gordijn was de Sovjet Unie de baas. Pas na 1989 kon de EU de huidige omvang bereiken.

In Nederland is er net als in zo veel landen een tegenstelling tussen het centrum, de Randstad en de periferie, de grensprovincies. In het centrum zijn inkomens en bezit hoger, er wonen meer hoger opgeleide mensen er is minder werkloosheid en het aantal inwoners groeit nog steeds. In Groningen, Drente, delen van Overijssel en de Achterhoek en in Limburg ligt de werkloosheid hoger. Jonge mensen trekken er weg en de bevolking krimpt, zodat ook het voorzieningenniveau achteruit gaat. Dat leidt tot onvrede bij de bevolking en je ziet er een hoger percentage PVV-stemmers. Er is een periode geweest, dat er meer aandacht aan die achterblijvende gebieden werd besteed. Er kwamen rijksdiensten naar toe en de grote ondernemingen bouwden er fabrieken. Dat regionaal-economisch beleid is veranderd. Nu moet de Randstad economisch zo krachtig mogelijk worden om zo te kunnen concurreren met andere Europese centrumgebieden. Dan zie je, dat ook in Europa de perifere gebieden achterop raken. Griekenland, Italië, Cyprus en Portugal hebben het economisch moeilijk. In Polen en Hongarije zie je extreem rechtse partijen aan de macht komen. Echte Europese solidariteit komt maar moeilijk tot stand. Vroeger gaven wij in Nederland de schuld aan “Den Haag”. Nu geven we de schuld aan Brussel. Mensen begrijpen niet, dat een land als Nederland of zelfs de gehele Europese Unie maar weinig invloed heeft op de groei van de economie. De economische macht ligt bij het bedrijfsleven en eigenlijk bij de rijkste aandeelhouders, die maximale winsten eisen. Als een onderneming productie verplaatst naar een lage-lonen-land, stijgen de winsten en misschien dalen de prijzen en neemt de omzet toe en zo stijgen de winsten nog meer. Zelfs dan zijn die rijksten in de wereld nog niet tevreden. Ze eisen lagere winstbelasting of ze ontwijken belasting met boekhoudkundige trucs. Die rijksten in de wereld ontduiken zelfs belasting en doen aan witwassen van hun zwarte geld. Een regering, die zich verzet, wordt gechanteerd met het dreigen fabrieken te sluiten. Alleen een land als de USA is groot en machtig genoeg om tegen die rijksten in te gaan. Alleen zijn de “gewone mensen” daar zo dom geweest een knecht van de allerrijksten als presidente kiezen. Ook de EU zou bij echte eenheid groot en machtig genoeg zijn om alle smerige praktijken van de allerrijksten een halt toe te roepen. Het Europees Parlement is druk bezig wetgeving te ontwikkelen tegen witwassen, belastingontwijking naar belastingparadijzen tegen de ‘race to the bottom’ van de percentages winstbelasting. Die rijksten betalen nauwelijks belasting. Ze stelen ook op die manier van de armsten. De EU kan dus een belangrijke rol spelen om de welvaart eerlijker te verdelen. De EU is dus niet het probleem, maar kan de oplossing zijn als wij dat samen willen. Daarom steek ik op de Dag van Europa op 9 mei weer de blauwe vlag met de twaalf gouden sterren uit.

Jaargang 10, Nr. 460.