Archive for juli, 2016

Je ogen sluiten voor misstanden?

vrijdag, juli 29th, 2016

DE MAATSCHAPPELIJKE VERANTWOORDELIJKHEID VAN DE WETENSCHAPPER

Eens waren er kritische wetenschappers, die zich afvroegen of je als wetenschapper niet kritisch moest staan tegenover je werk. Je hoorde je af te vragen wat de consequenties van je werk zouden kunnen zijn. Ik denk, dat het meest bekende voorbeeld de vraag is naar de morele verantwoordelijkheid van de geleerden, die aan de ontwikkeling van de atoombom werkten. Zouden zij achteraf niet in gewetensnood zijn geraakt toen zij kennis namen van de gevolgen van de bommen op Hiroshima en Nagasaki? Vaak wordt er dan op gewezen, dat de atoombommen tot een sneller einde van de Tweede Wereldoorlog hebben geleid en zo ook tot minder slachtoffers.

Spelen ethische vragen ook bij de sociale wetenschappen? Horen sociale wetenschappers niet alleen onderzoek te doen, maar ook te onderzoeken in hoeverre mensen worden benadeeld? Worden thema’s juist niet onderzocht omdat dan al die negatieve gevolgen openbaar worden? De rijksoverheid vindt dat onaangenaam en de onderzoeker vreest straks geen budget te krijgen? In een vorig blog noemde ik het hoge percentage mislukte huwelijken een probleem. Ik wees vooral op het leed. Kinderen doen een beroep op hulp van psychologen of pedagogen. De gescheiden vrouw met nog jonge kinderen wordt soms enkele jaren afhankelijk van de bijstand. Komt er geen nieuwe partner, dan betekent het een grote beroep op de woningvoorraad en dan meestal een sociale huurwoning. Het is een van de oorzaken van het tekort. Een hoog aantal echtscheidingen brengt dus maatschappelijke kosten met zich mee. Toen ik googelde op de vraag “aantal gescheiden vrouwen in de bijstand” kreeg ik NUL hits. Misschien moet je een abonnement op CBS-publicaties hebben om een antwoord te vinden. Wel werd me duidelijk, dat er flink meer vrouwen in de bijstand zitten dan mannen.

Ik was ook nieuwsgierig naar het jaarlijkse aantal doden door fijnstof. In de hele wereld zijn het er 7 miljoen en omgerekend naar Nederland met meer fijnstof maar ook een betere gezondheidszorg zouden dat er 17.000 zijn. Het Longfonds publiceert daarover van tijd tot tijd. Ik vermoed, dat weinig automobilisten lustig toerend door Nederland zich realiseren, dat ze bijdragen aan dat aantal doden. Als ze wel over de kennis beschikken zullen ze er dan een kilometer minder om rijden of minder hard? Dat zou een mooi onderzoek kunnen opleveren voor bijvoorbeeld psychologen.

Maar vaak zijn het juist de media of de politiek, die dit soort zaken aan de orde stellen. Dat valt toe te juichen. Onderzoeksjournalisten leggen heel wat misstanden bloot. Naar mijn oordeel ligt daar ook een taak voor de wetenschap. Misstanden bloot leggen en het oordeel overlaten aan het publiek. De maatschappij in staat stellen te reageren en te werken aan verbetering van de situatie. Daarbij kunnen wetenschappers ook een rol spelen.

Opnieuw vraag ik mij af of de seculiere mens terug schrikt voor het oordelen over goed en kwaad. Het lijkt mij, dat iedereen de aloude stelregel onderschrijft: “Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet.” Laten we elkaar eerlijk zeggen of we iets verkeerd vinden. Dat lijkt mij bepaald niet onwetenschappelijk. Het hoort bij de maatschappelijke verantwoordelijkheid van iedere burger of hij nu wetenschapper is of niet.

Jaargang 9, Nr. 421.

Aan de Nederlanders van Turkse afkomst

vrijdag, juli 22nd, 2016

TURKSE TOESTANDEN

Toen ik de coup en de nasleep ervan met enige spanning volgde moest ik denken aan het zogenaamde Tonkin incident. In de golf van Tonkin zouden Amerikaanse schepen door Noord Vietnamese schepen zijn aangevallen en die aanvalsdaad was voor Amerika reden om zich in de Vietnamoorlog te storten. Maar er was helemaal geen incident geweest.

In Turkije was er wel duidelijk sprake van een coup, maar uiteindelijk verliep het allemaal zo knullig, dat ik me begon af te vragen of het geen opzetje van de regering was. Want nu ziet de regering de coup als een Godsgeschenk, een prachtige reden om af te rekenen met alle critici. Die hadden ze al zo lang willen opsluiten. De lijsten lagen kennelijk al klaar. Nu konden al die “vijanden van de staat” prachtig achter slot en grendel. Alleen is het lastig om te bewijzen, dat de regering er zelf achter zit, tenzij er flink gelekt wordt. Zouden al die Erdogan aanhangers nu echt geloven, dat een grote groep Gülen getrouwen de macht wil overnemen? Of vinden ze dat helemaal niet belangrijk? Lang niet alle ontslagen militairen waren bij de coup betrokken. De rechters en ambtenaren en leraren en professoren zijn dan misschien wel kritisch en de rechters zijn wellicht bereid mensen dicht bij Erdogan te veroordelen wegens corruptie, maar een echte reden voor ontslag is er niet. Erdogan en zijn kliek willen gewoon de absolute macht en dulden geen kritiek.

In het Verenigd Koninkrijk spreken ze over “Heir’s Majesty most loyal opposition”. De oppositie heeft in een democratie een zeer wezenlijke taak, namelijk het beleid van de regering zo kritisch mogelijk volgen, zodat het desgewenst bijgesteld kan worden. Door goed oppositie voeren krijg je het beste beleid en als de regering geen gehoor geeft aan de wensen van de oppositie loopt ze de kans door de kiezers naar huis te worden gestuurd. Zo werkt democratie, als het goed is.

Een ander wezenlijk punt van democratie is, dat de rechten van minderheden gegarandeerd worden. Een goede regering beschermt de minderheden. Met de wensen van minderheden wordt rekening gehouden. Een eigen taal wordt erkend. Eigen culturele gebruiken zijn toegestaan. Ze mogen de eigen feesten vieren. De Turkse minderheid in Nederland mag eigen scholen stichten, mag eigen moskeeën bouwen, mag eigen verenigingen, zelfs eigen politieke partijen oprichten, mag zich naar eigen gebruiken kleden, zo zij dat wensen. De oprichters van de politieke partij DENK waren in net huidige Turkije al lang opgepakt. In Turkije hebben aanhangers van oppositionele partijen het moeilijk, maar hebben ook andere minderheden als Alevieten, Christenen en Koerden het moeilijk. Het verbaast mij zeer, dat al die Turkse Nederlanders, die al zo lang met onze democratie hebben kennis gemaakt, kennelijk niet zien, hoe gebrekkig de Turkse democratie functioneert. In plaats van enthousiast hun aanhankelijkheid aan Erdogan te betuigen, zouden ze via hun familie in het land het wezen van democratie moeten uitleggen. Het gaat om vrijheid, gelijkheid en broederschap, de leuzen van de Franse revolutie. Het gaat om gelijke rechten ongeacht je religie, je cultuur of je politieke gezindheid. Ik besef, dat dit een reusachtige omslag in het denken inhoudt. Juist het onderlinge respect en de grote verscheidenheid binnen een land vormen een enorme kracht naar vooruitgang, verbondenheid en veiligheid. Het wordt een lange weg om te gaan.

Jaargang 9, Nr. 420.

Boekbespreking Hans Boutellier: Het seculiere experiment

zaterdag, juli 16th, 2016

JE WEG VINDEN IN DEZE WERELD MET OF ZONDER GOD

Over dit onderwerp denk ik al jaren na. Ik vroeg mij af of het prudent is na de gebeurtenissen in Nice mijn blog hieraan te wijden. Maar mensen moeten elkaar begrijpen en dus ben ik er toch maar aan begonnen.

Ik zat nog midden in mijn werkzame leven als docent aardrijkskunde. Tijdens een bijeenkomst van katholieke leraren werd ons gevraagd met onze leerlingen na te denken over ethische vragen, waarmee zij in hun leven te maken zouden krijgen. Zo zouden we kunnen bijdragen aan de identiteit van een katholieke school. Tijdens studiedagen met de collega’s van het Niels Stensencollege kregen we als opdracht een aspect van ons leraar zijn te kiezen, waaraan wij de komende jaren zouden gaan werken. Een homo collega nam zich voor te gaan werken aan meer begrip voor het verschijnsel homofilie. Ik besloot te gaan onderzoeken hoe je leerlingen kunt leren tot een gefundeerd oordeel te komen over thema’s waarmee ze in hun leven te maken krijgen. Mijn vak aardrijkskunde is daarvoor zeer geschikt, want het aardrijk, dat wij bestuderen, het door mensen ingerichte landschap is het resultaat van menselijk handelen en elke keer moeten wij bij de verdere inrichting weer beslissen. Komt die weg er en waar moet die dan komen? Komt er nog een landingsbaan bij Schiphol of laten we het vliegverkeer elders groeien? Bouwen we windmolens in onze gemeente? Waar? Hoe hoog? Als er op het scholeneiland geen ruimte meer is voor groei, breken we dan alles af en bouwen we elders een schoolgebouw met woningen erboven? Hoe financieren we dat? Het zijn vragen uit de praktijk.

Ik merkte al studerend, dat er eerst de vraag gesteld moet worden naar de meest doelmatige oplossing. Denk maar niet, dat die, als die al gevonden wordt, ook gekozen wordt. Vaak blijkt achteraf, dat we de verkeerde keus gemaakt hebben. Het is ook niet gemakkelijk. Het zoeken naar de beste oplossing voor een ruimtelijk probleem is in de Taxonomie van Bloom de hoogste vorm van intellectuele activiteit, namelijk evaluatie. Daaraan gaan kennis en analyse en synthese vooraf. Bij veel gevallen gaat het niet alleen om doelmatigheid, maar ook om allerlei opvattingen over wat goed is en wat fout. Elke oplossing kunnen we toetsen aan onze waarden. Is het een goede zaak een weg een bijzonder fraai landschap te laten doorsnijden of kunnen we hem beter parallel laten lopen aan een bestaande spoorlijn of een kanaal, zodat er geen nieuwe doorsnijding van het landschap optreedt? In de politieke praktijk merk je, dat veel mensen een beperkt waardenapparaat bezitten. Er is in hun opvoeding iets mis gegaan.

Toen de ontzuiling flink doorzette, begon ik mij af te vragen of iedereen wel in staat zou zijn voor zich zelf een behoorlijke set van waarden te ontwikkelen. Aan de hand van die waarden beoordeel je je eigen handelen en dat van anderen. Als je die opvattingen niet van huis uit mee krijgt en niet meer de steun hebt van je zuil, hoe kom je dan tot opvattingen over goed en kwaad? Ik merkte in mijn omgeving, maar ook in de maatschappij als geheel, dat het allemaal nogal meeviel zoals de mensen zich gedroegen. Toch waren er ook signalen, die bij mij ongerustheid veroorzaakten. Zo kreeg ik leerlingen, die gewend waren alles te krijgen, wat hun hartje begeerde en dachten, dat het met het verkrijgen van een diploma ook zo zou werken. Een leraar wordt er voor betaald en de leraar moet maar zorgen, dat ik een diploma krijg.

Die analyse van het leerlingengedrag in de jaren tachtig en negentig werd bevestigd door een publicatie van het Bureau Motivaction, “De grenzeloze generatie en de eeuwige jeugd van hun opvoeders”. Er bleek een generatie te zijn opgegroeid, waarvan een deel van de kinderen nooit grenzen waren gesteld tijdens hun opvoeding. We kenden altijd al de collega, die er de kantjes van afloopt, maar dat type bleek plotseling een kwart van de jongeren te omvatten. Ook andere kenmerken van die jongere generatie stemden mij niet tot vreugde.

Dus was ik heel benieuwd naar een boek van de zeer seculiere Hans Boutellier, getiteld: Het seculiere experiment. Hoe we van God los gingen samenleven”. De schrijver is heel optimistisch en ziet overal prachtige initiatieven. Mensen vinden elkaar als ze een probleem zien en gaan samen aan een oplossing werken. Ik heb het boek nu gelezen, vind er veel goeds in, maar heb ook mijn bezwaren.

De auteur is min of meer uitgedaagd door een opmerking van zijn vader waarmee het boek begint: “Als er niemand meer in God gelooft, dan wordt het een zooitje , jongen.”. Nu vijftig jaar later wil de schrijver nagaan of het inderdaad een zooitje is geworden. Dan moet hij zich afvragen wat zijn vader bedoelde met een zooitje en vervolgens objectief moeten toetsen in hoeverre de criteria van zijn vader werkelijkheid zijn geworden. Nu juicht hij allerlei ontwikkelingen toe, die zijn vader waarschijnlijk afgewezen zou hebben.

Boutellier kiest zijn eigen criteria om aan te tonen, dat het nogal meevalt met alle maatschappelijke ontwikkelingen. Daarbij speelt zijn eigen deskundigheid een belangrijke rol. Hij is criminoloog, directeur van het Verwey-Jonker Instituut en bijzonder hoogleraar Veiligheid en Burgerschap aan de VU. Als het een zooitje zou zijn geworden, dan zou je dat kunnen merken aan de toegenomen criminaliteit. Die is in die vijftig jaar weliswaar toegenomen, maar neemt ook weer af. Nu is criminaliteit er altijd al geweest, ook toen het Godsgeloof nog algemeen was. Geloof in God of geen geloof in God lijken me weinig met criminaliteit te maken te hebben. Kijk maar eens naar de Italiaanse maffia, hun religiositeit en hun waarschijnlijke contacten met de Bank van het Vaticaan. De recente vermindering heeft meer te maken met de vermindering van het percentage jongeren.

De auteur ziet echter in het goed functioneren van de rechtsstaat een garantie, dat het geen zooitje wordt. Afgezien van het feit, dat het functioneren van een samenleving heel wat meer omvat dan die juridische kant zit er ook nog de vraag naar wetgeving en ethiek. Ik merk bij seculiere medeburgers vaak een enorme verabsolutering van het burgerlijk recht. Maar er was een tijd, dat slavernij juridisch geoorloofd was. En er was een plan om hulp aan illegale vreemdelingen strafbaar te maken, strijdig met internationaal recht, maar ook met wat God van ons verwacht. Vijftig jaar geleden waren er zaken verboden, die nu wettelijk zijn toegestaan. Ja, dan neemt het aantal overtredingen wel af. Hoe zou de vader oordelen over de wetten, die nu de zorg in Nederland regelen? Er zit in onze samenleving nog zo enorm veel onrecht en het neemt toe. De afbraak van ons sociaal stelsel wordt tegenwoordig progressieve politiek genoemd en krijgt vorm in verandering van de wetgeving. Belastingontwijking staat de wet toe, maar is moreel gezien gewoon diefstal van de gemeenschap.

Een tweede criterium is de ontwikkeling van de seksualiteit. De veranderingen in de laatste vijftig jaar zijn enorm. Als wij met onze kleinkinderen erover praten krijg je vooral verbaasde blikken. Ze zijn blij met alle vrijheid op dit gebied, maar ze zien beter dan de iets ouderen, dat je met die vrijheid ook moet leren omgaan. Het is echt verbazingwekkend, dat de auteur het mislukken van een op de drie huwelijken niet als een probleem ziet, nee juist als een van de aantrekkelijke kanten van de huidige samenleving. ‘Je zit niet meer je hele leven vast aan die eerste keuze.’ In dit hoofdstuk komt het woord liefde vaak voor, maar je krijgt de indruk, dat het een leeg begrip is. De auteur zou die encycliek van Benedictus XVI, ‘Çaritas in veritate’ eens moeten lezen. Dan kan hij tegelijk merken, dat het denken in de kerken niet stil staat.

Herhaaldelijk hoor ik mensen zeggen, dat het echt anders moet. Dan hebben ze het over de tweedeling in Nederland en de wereld als geheel, over het milieuprobleem, over het gebrek aan maatschappelijke verantwoordelijkheid, aan de individualisering met vaak de houding van ik doe waar ik zin in heb. Veel wordt diepgaand behandeld in de vorig jaar verschenen encycliek ‘Laudato si’ van paus Franciscus. De armen in de wereld en het milieu zijn beide slachtoffer van de hebzucht van de rijken. Ik heb sterk de indruk, dat die hebzucht in de laatste vijftig jaar alleen maar erger is geworden.

Met dit commentaar doe ik het boek van Hans Boutellier geen recht. Dat kan ook niet in een blog van beperkte omvang. Ik vermoed, dat ook Hans Boutellier streeft naar een betere wereld. Ik hoop, dat we daar samen aan kunnen werken, ieder op zijn manier en vanuit zijn eigen identiteit.

Zie ook het blog van 10 juni 2016.

Jaargang 9, Nr. 419.

Schiermonnikoog om te genieten

zaterdag, juli 9th, 2016

WERKWEKEN EN SCHOOLKAMPEN

Mijn Cor werd dit jaar tachtig en in het najaar zijn we 55 jaar getrouwd. Dan valt het niet mee nog een origineel cadeautje te verzinnen. Maar ze houdt van de zee en op een na hadden we alle Waddeneilanden al eens bezocht. Zo werd het een arrangement voor twee personen voor vijf dagen op Schiermonnikoog. Gisteren kwamen we terug.

Het was geen weer om lui op het strand te liggen bakken in de zon. Daarom hebben we veel gefietst en gewandeld. En overal kwamen we groepen kinderen tegen. Soms waren ze duidelijk met veldwerk bezig en we hoorden van een lerares uit Emmen, dat allerlei vakken daarbij samenwerkten: Biologie, scheikunde en natuurkunde. Ik miste aardrijkskunde, want het eiland laat je van alles zien op fysisch-geografisch gebied en ook sociaalgeografisch zijn er interessante verschijnselen. Dat was voor mij dus voortdurend genieten. Wel jammer was, dat we het grote kweldergebied niet ver in konden gaan, want het was nog broedseizoen. In dat kwelderlandschap zag ik zandruggen met duintjes evenwijdig aan de kustduinen. Het eiland verplaatst zich naar het Oosten. Zijn het strandwallen uit een vroeger stadium? Inmiddels is het eiland over de Gronings-Friese grens gegroeid.

 Het Westen van het eiland heeft oudere duinen met duindoorn begroeid. Ik heb weinig helmgras gezien en gelukkig ook weinig hekken. Veel van het duingebied is vrij toegankelijk. Het natte strand is hier heel breed en vlak en het droge strand is begroeid. Het is overal net anders dan in de rest van Nederland. Dat natte strand werd gebruikt voor zeilkarting. Een imposant gezicht en wat een snelheden.

Er is een opvallende verscheidenheid aan toeristische accommodaties. Je kunt er kamperen. Er zijn ook kampeerboerderijen vooral voor de schooljeugd. Er is een bungalowpark en er zijn appartementen en vakantiewoningen en er is een verscheidenheid aan hotels. En toch is het ons jaren geleden overkomen, dat we niet naar het eiland konden, want het zat vol. Toen zijn we met de Oostenwind in de rug maar naar Holwerd gefietst en hebben we ons heil gezocht op Ameland. Vroeger waren er op het eiland ook vakantiekolonies. Stadskinderen kwamen daar om aan te sterken en de gezonde zeelucht op te snuiven. Langs de Badweg zie je nog “ It Aude Kolonyhûs” voor katholieke kindertjes met de Egbertkapel er naast. In die kapel zijn op zondag vieringen en op dinsdag, woensdag en donderdag zijn er vespervieringen van de Cisterciënzers, die sinds kort weer op het eiland wonen. Ze zijn druk bezig met de voorbereidingen van de bouw van een klooster en zo draagt het eiland weer terecht de naam: oog = eiland van de schiere = grauwe monniken. Nu dragen ze een wit habijt met een zwarte band voor en achter. Ik heb één keer het laatste stukje van de completen meegemaakt, heel bijzonder op een eiland waar je in de natuur de werkende hand van de Schepper ervaart en dan in de kapel de monniken, die Gods lof zingen. Wat missen mijn seculiere landgenoten toch veel. Toch nieuwsgierig? De monniken hebben een uitstekende website met gedegen en uitvoerige informatie: http://kloosterschiermonnikoog.nl/  

En wij? Wij hadden vijf heerlijke dagen op een eiland van rust en schone lucht en prachtige vergezichten en geurende rozen en goed eten. Wat wil je nog meer? En toch wordt al dat moois in de ogen van de Eilanders bedreigd. Er zijn plannen om bij het eiland proefboringen te gaan doen en vervolgens gas te gaan winnen. Die boortorens dragen niet bepaald bij aan de schoonheid van het eiland. Maar gaswinning kan ook leiden tot bodemdaling en aardbevingen zoals in Groningen. En daarom zie je op Schiermonnikoog bijna huis aan huis affiches hangen tegen de boortorens, die het landschap gaan ontsieren. Nog meer gas betekent ook meer CO2 in de atmosfeer, dus een warmer klimaat, dus zeespiegelstijging en dat is evenmin iets om als Eilander blij mee te zijn. Dus geen boortorens op Schiermonnikoog.

Dan maar liever mee met een huifkartocht getrokken door twee PK, twee oude dames/merries zoals de stuurvrouw ze noemde. Het was een dag met buien, maar in een huifkar zit je hoog en droog. Dachten we! Want tijdens zo’n bui reden we recht tegen de wind in en de regen blies van voor naar achter door de huifkar heen. Dan heb je thuis wat te vertellen, zei ik tegen een Duitse familie. En zo is het maar net.

Jaargang 9, Nr. 418.

Stabiliteit in Turkije hard nodig

zaterdag, juli 2nd, 2016

MACHTSWELLUST ERDOGAN BEDREIGT HET LAND

Tot voor enkele jaren was Turkije een eiland van groeiende welvaart en stabiliteit in het Midden Oosten. Het toerisme bloeide. De industrie zorgde voor veel export en Turkse aannemers werkten overal en met name in Iran. De Koerden in het land hielden zich rustig en probeerden met succes langs democratische weg en door onderhandelingen een betere positie te verkrijgen. Daarnaast was er de geldstroom van Turkse werknemers in West-Europa naar hun familie in Turkije. Naast de traditionele handel in de soeks, misschien vooral gericht op toeristen, zagen we in Istanbul het moderne zakendistrict met veel hoogbouwkantoren. Er is een moderne infrastructuur van snelwegen, spoorwegen, ondergrondse en sneltrams in Istanbul met de moderne luchthaven en ook luchthavens elders, vaak voor het toerisme, maar ook voor zakelijk verkeer.

Juist toen wij er waren in 2014 ging het mis. Toen ik hoorde over de rellen in Istanbul, waar we net waren geweest, zei ik geschrokken tegen de gids, dat een eiland van stabiliteit in het Midden Oosten toch wel heel wenselijk was. Maar Erdogan lijkt van alle onrust juist te profiteren. Zijn trouwe volgelingen stellen een sterke leider op prijs en vinden welvaart belangrijker dan mensenrechten en democratie. Dus belanden journalisten achter de tralies en worden de media aan banden gelegd.

Toch is er geen getalsmatige meerderheid onder de bevolking, die Erdogan steunt. Dat bleek toen hij te kennen gaf te streven naar een presidentieel systeem als in Frankrijk en de USA. Veel mensen stemden op een Koerdische partij, die daardoor de kiesdrempel haalde. Een meerderheid voor een grondwetswijziging ontbrak. Erdogan liet het conflict met de Koerden weer oplaaien. Veel Turkse dienstplichtigen sneuvelden. Bij volgende verkiezingen verminderde de steun voor die Koerdische partij. De oppositie kan een grondwetswijziging niet meer tegenhouden.

Intussen raakt het land steeds meer betrokken bij het Syrische conflict. Turkije is tegen de Koerden en tegen het Assad regime, steunt de versplinterde oppositie, maar wil van het kalifaat van IS niets weten. En zo heeft Turkije nu te maken met bomaanslagen van Koerden en van IS. Nu zijn die Koerden niet bepaald lieverdjes, maar IS is veel en veel erger. Als Erdogan werkelijk een groot staatsman is, gaat hij onderhandelen met de Koerden en zorgt voor een wapenstilstand en op den duur een zekere autonomie voor de Koerden binnen het Turkse rijk. Dan hoeven er geen jonge Turken en geen jonge Koerden meer te sneuvelen, komt er binnenlandse stabiliteit en kunnen Turken en Koerden samen IS bestrijden. Alleen in vrijheid kan een land zich op allerlei terrein ontwikkelen, kan de innovatie zorgen voor technische vooruitgang en kan de economie weer bloeien. Maak dat een machtspoliticus als Erdogan maar eens wijs.

Jaargang 9, Nr. 417.