Archive for augustus, 2015

Treinreis langs twaalf provincies 2

zaterdag, augustus 29th, 2015

SLIMME OPLOSSING VAN DE WINNAARS

De winnaars Lotte en Douwe hebben de kortste route gevonden met steeds intercitytrajecten en weinig overstaptijd. Maar op de dag, dat ik met mijn zoon als fotograaf reisde, had ik hun route niet kunnen kiezen. Op vrijdag, 31 augustus reden er geen treinen tussen Roosendaal en Dordrecht en moest je omreizen via Breda. Omdat we toch in Breda waren, konden we net zo goed de Intercity Direct via Rotterdam naar Schiphol en Amsterdam Centraal nemen. Vanaf Schiphol rijdt de intercity via Almere, Lelystad, Zwolle en Assen naar Groningen met eventueel een snelle overstap in Zwolle. Maar reizend met de Intercity Direct mis je de provincie Utrecht, maar wij waren daar gestart. Hun oplossing met Eindhoven Weert heb ik niet onderzocht, omdat ik de melding kreeg, dat daar aan het spoor gewerkt werd. Achteraf heb ik gekeken of ik veel korter onderweg was, wanneer ik in Houten Castellum zou starten en rechtstreeks naar Weert zou reizen. De trein stopt dan in Gelderland in Culemborg, Geldermalsen en Zaltbommel en dat vind ik wel zo eerlijk. De reis van Weert naar Rilland Bath is door lange overstaptijden zo tijdrovend, dat ik op hetzelfde tijdstip in Rilland Bath zou arriveren. Zorg wel, dat je achterin de trein zit, zodat je niet zo ver hoeft terug te lopen naar de overweg en het perron aan de andere kant. Wij haalden het maar net, want wij hadden diezelfde twee minuten vertraging doordat de trein pendelde tussen Oudenbosch en Vlissingen. Tsja, het geeft te denken.

In mijn vorige column kon ik niet al te open zijn, want de sluitingsdag, 2 augustus moest nog komen. Maar er valt nog wel meer te vertellen. Senioren vragen zich wel eens af waarvoor ze hun vrij reizen nu weer eens  gaan gebruiken. Al eens gedacht aan een reis langs alle twaalf provincies? Wij startten in Driebergen-Zeist, want wij hadden geen zin eerst naar het beste begin- of eindpunt te reizen, Buitenpost in Friesland of Rilland Bath in Zeeland. Een snelle route moet tussen deze twee stations gaan.

Ik heb vaak tussen Arnhem en Utrecht gereisd. Op het laatst wist ik precies waar een reiger zou kunnen staan om te vissen. In Utrecht start je op de rivierklei en de trein volgt tot dicht bij Driebergen de oeverwallen van de Kromme Rijn. Dat geeft een stevige ondergrond. Vanaf Driebergen krijg je eerst een gebied met grotendeels beboste stuifduinen en daarna gaat het spoor dwars door de Utrechtse Heuvelrug. Bedenk wel, dat die doorgraving rond 1845 met de schop en de kruiwagen is gebeurd. De plaatselijke politie was zelfs versterkt vanwege al dat vreemde werkvolk. Bij Maarn komen we in de Utrechtse-Gelderse Vallei. Het dekzandreliëf is vanuit de trein niet goed te zien. Voor Veenendaal-De Klomp rijden we weer door een doorgraving. Midden in de Vallei ligt nog een bult, een stuk stuwwal. Iets later ligt aan de spoorlijn nog een schans van de Grebbelinie. Er was een tijd lang een camping gevestigd. Na Ede komt de doorgraving van de stuwwal Wageningen-Ede-Harderwijk. En dan kom je in een vlak gebied, omgeven door stuwwallen, waar het ijs nooit is geweest. Als de trein op een dijk rijdt, kruis je het dal van de Renkumse Beek en daarna dat van de Heelsumse Beek. We zijn in het gebied, waar in september 1944 Britse paratroopers geland zijn. Bij station Oosterbeek zitten we al in de doorgraving van de stuwwal van de Zuidelijke Veluwezoom. Dat blijft zo tot Arnhem, maar we kruisen nog een leuk dalletje van een beekje, dat in landgoed Mariëndaal ontspringt. Beleef de reis Utrecht-Arnhem eens op deze manier!

De Hoge Snelheidslijn tussen Breda en Amsterdam is eveneens bijzonder en heel anders dan de TGV-lijnen in Frankrijk. Het eerste bijzondere punt is de indrukwekkende brug over het Hollands Diep met uitzicht op de rivier uiteraard en op de andere bruggen, maar links zag je ook het terrein met veel chemische industrie bij Moerdijk. Al vlug komt dan de eerste tunnel onder de Dordtse Kil door en dan rijden we een tijd door het agrarisch gebied van de Hoekse Waard. De volgende tunnel gaat onder de Oude Maas door en we komen op IJsselmonde. De HSL loopt nu samen met het gewone spoor onder de Nieuwe Maas door en dan zijn we vlug bij Rotterdam Centraal. Bij Schiebroek is er opnieuw een tunnel. Bij Berkel-Rodenrijs en Zoetermeer zitten we weer bovengronds. We doorkruisen een enorm kassengebied, uitbreiding van het Westland in dit vroegere deel van het Groene Hart. Dan komt de lange tunnel onder het Groene Hart door en bij Schiphol is er opnieuw een tunnel. Er wordt vaak erg sceptisch over onze HSL gesproken. Er zouden nu al verzakkingen zijn, maar het zou eerder merkwaardig zijn, wanneer in dit veengebied geen verzakkingen zouden optreden. Ik was behoorlijk onder de indruk van onze HSL,

Onze route liep als volgt: Driebergen-Zeist – Nijmegen – Mook-Molenhoek – Nijmegen – Rilland-Bath – Breda – Rotterdam – Schiphol – Almere – Zwolle – Assen – Groningen – Buitenpost. Misschien ga ik nog eens zo’n stuk van de route beschrijven. Als u ons gaat navolgen; veel reisplezier!

Jaargang 8, Nr. 373.

Het milieubeleid nadert een cruciale fase

donderdag, augustus 13th, 2015

 

Naderen we het kantelpunt in het denken over milieu?

Er zijn tekenen, dat we op wereldniveau naar een fase toegaan, waarbij voor alle landen dwingende afspraken over het milieu tot stand gaan komen. Voor mij is wezenlijk, dat een paus, de huidige paus Franciscus een rondzendbrief over het milieu heeft uitgebracht. De encycliek “Laudate si“ begint met de eerste regel van het Zonnelied, waarin Franciscus van Assisi de schoonheid van Gods Schepping bezingt. Daarom gaat het in Laudate si, om het behoud van Gods schepping. Heel opvallend is, dat Franciscus voortdurend het lot van de allerarmsten erbij betrekt. Die lijden het meest onder de gevolgen van de milieuvernietiging en kunnen zich er het moeilijkst aan onttrekken. Dan is er ook de verscherping van het Amerikaanse milieubeleid onder president Obama. In China breekt het besef door, dat vooral de luchtverontreiniging ondraaglijk is geworden en dat men af moet van bijvoorbeeld de vele kolencentrales. Peking moet weer leefbaar worden. Dit alles biedt hoop voor de wereldmilieuconferentie in het najaar in Parijs. Alle milieuactivisten zijn er al maanden mee bezig. Overal in de wereld zullen weer milieumarsen worden gehouden, ook in Nederland. Want al die beslissers moeten wel de druk van de publieke opinie blijven voelen. De kolenlobbyisten zullen immers niet stil zitten. Die druk voelen politici evenzeer.

De 41 miljoen leden van de Avaaz gemeenschap over de gehele wereld worden ook aangesproken. Je kunt je opgeven om mee te helpen met het organiseren van de mars in ons eigen Nederland. Ik kan weinig meer dan deze blog schrijven. Zo’n mars gaat mijn conditie te boven. Daarom vraag ik al mijn jongere gezonde sitebezoekers om op de volgende link te klikken – http://avaaz.org/nl/save_the_date_share/en zo te gaan meewerken aan onze mars voor het milieu. Bedankt.

Jaargang 8, Nr. 372.

Tentoonstellingen in het Dordrechts Museum en het Gemeentemuseum Den Haag

vrijdag, augustus 7th, 2015

HOLLAND OP ZIJN MOOIST

Het is al weer even geleden, dat ik de tentoonstelling in het Gemeentemuseum Den Haag bezocht. Dordrecht moet nog steeds volgen. De catalogus doorbladerend beleef ik de tentoonstelling opnieuw. De meeste schilderijen en tekeningen vind ik lieflijk. Zelfs als de armoede in beeld gebracht wordt, kun je van het beeld genieten. Het is aantrekkelijk. De schilders van de Haagse School waren sterk beïnvloed door de Romantiek. Die mooie plaatjes van een “natuurlijk” landschap geven een beeld van het leven in die tijd, van het boerenbestaan, het leven van de vissers en ook van de beginnende strandrecreatie. Er rijden al stoomtreinen door dat open landschap. Er is nog veel heide en stuifzand en er zijn moerassige graslanden bij het water. De 54ste editie van de Grote Bosatlas geeft op blad 38 een beeld van het bodemgebruik in Nederland in het jaar 1900 en zoomt in op de omgeving van Oosterbeek, waar veel schilders van de Haagse School gewerkt hebben. In ons land was 14% met heide bedekt en 2% met stuifzand. Het was de tijd voordat de Heidemij de “woeste gronden” ging ontginnen. De tentoonstelling geeft dus een beeld van dat klassieke Nederlandse – en niet Hollandse – landschap, van het Romantische schoonheidsideaal. Juist die stukken landschap wil Natuurmonumenten voor het nageslacht behouden. Reservaten van wat wij een mooi landschap vinden. Daar zijn ook excursies naartoe.

Als ik hier in het Kromme Rijngebied fiets en over de Utrechtse Heuvelrug en in de Vallei en de Neder Betuwe vind ik van dat romantische landschap niet zo veel meer terug. We zien een aangeharkt landschap. Alles is keurig netjes en zakelijk. Ook de bossen, heidevelden en zandverstuivingen. Dat wil weer niet zeggen, dat het een lelijk landschap is geworden. Ook het moderne cultuurlandschap in Nederland is harmonieus. Ja zelfs vaak van een uitzonderlijke schoonheid. Om te genieten hoef je niet per se naar de reservaten van Natuurmonumenten.

Als je de kaart van 1900 vergelijkt met die van 2005 valt daarna de enorme groei op van het rood op de kaart: woongebieden en werkgebieden. Een zicht op Haarlem vanaf de duinen bij Overveen zal er nu heel anders uit zien. Alleen de aloude Bavo valt op enkele schilderijen op. Nu zijn er meer kerken en vooral meer hoge kantoorgebouwen en het bebouwde gebied is veel uitgestrekter. Die miljoenen inwoners, die er in de twintigste eeuw bij zijn gekomen moeten ergens wonen en werken. Die groei is vooral opgevangen in stedelijke gebieden en het verstedelijkte platteland. Het echte platteland telt veel minder inwoners dan vroeger en veel dorpen zijn leeggelopen. Veel schilderijen tonen kalveren, koeien en schapen, maar steeds in kleine aantallen in een rustiek landschap met waterplassen en boomgroepen. Ik denk, dat het Hollandse polderlandschap het minst van uiterlijk is veranderd. Alleen grazen er nu niet een stuk of tien koeien, maar vaak meer dan honderd. De landbouw is grootschaliger geworden en dat weerspiegelt zich in het landschap.

Neem de omgeving van Oosterbeek. Veel bos is daar gebleven bijvoorbeeld rond het dorp Doorwerth. Geen dennenplantages, maar eikenbos met als bodemtypebruine bosbodem. Rond Wolfheze zijn uitgestrekte heidevelden in akkerland veranderd en er zijn ook dennenbossen geplant. Het dal van de Wolfhezese Beek met de Wodanseiken, beschermd natuurgebied, zal niet zo veel veranderd zijn. Maar precies tussen dat prachtige dal en het vlakke agrarische heideontginningsgebied ligt de A50. De spoorlijn Arnhem Utrecht was er al in die tijd, maar Arnhem-Nijmegen met de spoorbrug over de Rijn kwam pas later. Het Drielse veer werd wel geschilderd, maar zo te zien op het schilderij was het maar een wrakke toestand. De stuw in de Rijn was er evenmin. Het gebied kennende zou een landschapsschilder nog steeds mooie plekjes kunnen vinden, maar of hij dan ook een romantisch beeld zou kunnen schilderen, dat betwijfel ik.

Jaargang 8, Nr. 371.

Treinreis langs onze twaalf provincies.

zaterdag, augustus 1st, 2015

800 KM PER SPOOR ZONDER VERTRAGING

Volkskrantcolumniste Ionica Smeets had een leuk idee, een uitdaging voor haar lezers. Reis per spoor door Nederland langs alle provincies in zo weinig mogelijk tijd en maak op elk van de twaalf stations een foto van je zelf met het station. Dat heb ik gedaan samen met mijn zoon, die de foto’s maakte. Ik heb de tocht zo snel en zo comfortabel mogelijk gemaakt en over ons parcours deden we 8 uur en 59 minuten plus ruim drie uur voor de terugreis. We zijn twaalf en een half uur onderweg geweest. De hele reis verliep volgens schema. Af en toe was er maar 2 minuten overstaptijd. Complimenten voor de NS, Arriva en Veolia.

De twaalf Nederlandse provincies vormen een driehoek. De uitdaging is langs twee zijden van de driehoek te rijden en ook de provincies midden in de driehoek aan te doen. Daarbij moet je zo min mogelijk heen en weer rijden, dus niet te veel Oost-West én West-Oost. Je hebt veel directe Intercitylijnen zonder overstappen. Dat geeft minder tijdverlies. Het beste is ergens in het Noorden of in het Zuiden te beginnen. Daarbij moet je Limburg en Zeeland aandoen. Je moet dus dwars door Brabant. De lijn naar Vlissingen loopt daar dood. Je moet dus altijd terug op dezelfde lijn. Dat kost tijd, temeer omdat je van Roosendaal niet naar Dordrecht kunt doordat daar aan het spoor wordt gewerkt. Ook dat hebben we elegant opgelost.

Onze route startte in mijn eigen provincie en van daar reden we naar Limburg. Dat waren al drie provincies. Naar Zeeland zorgde voor weer twee provincies en van Brabant reisden we in twee trajecten naar het Noorden en daar volgde nog een stukje treinen en de reis zat er op. Er zijn nieuwe stations en spoorlijnen bij gekomen en andere spoorlijnen zijn er niet meer. Vroeger was er een spoorlijn van Amsterdam naar Keulen via Hilversum, Amersfoort, Rhenen, Kesteren, Nijmegen en Groesbeek. Die lijn zijn we ter hoogte van Veenendaal en zuidelijk van Nijmegen tegengekomen. Die oude lijn zou in kilometers flink korter zijn. Anderzijds profiteerden we van het nieuwste stuk spoor in Nederland.

Voor een geograaf is er onderweg veel te zien. Veel mensen kijken, maar weten niet wat ze zien. Eind jaren zeventig van de twintigste eeuw heb ik mee gewerkt aan het project “Aardrijkskunde vanuit de Trein”. Langs de lijn Utrecht – Arnhem konden de leerlingen bij elk station uitstappen en daar opdrachten uitvoeren. En onderweg konden ze het stuwwallenreliëf observeren. Dat zag ik nu ook weer. Dan zie je op de terugweg, dat het nieuwe station van Arnhem nu toch echt vordert. Het zal mij benieuwen of het ook een architectuurprijs gaat verdienen net als Rotterdam CS. In Noord-Brabant zag ik boomkwekerijen. Mooi, dacht ik, kleine bedrijven, maar intensiveren en zo toch een redelijk inkomen verwerven. Het traject van Bergen op Zoom naar Zeeland is heel boeiend. Je rijdt al vlug door het laaggelegen zeekleilandschap, maar links zie je de hoger gelegen Brabantse zandgronden. Helemaal in het Noorden was de lijn Leeuwarden Groningen voor mij een openbaring. Ik was er nog nooit geweest, maar elke keer in Leeuwarden og Groningen kreeg ik er wel zin in. Je komt er een moderne suikerfabriek tegen, veel uitgestrekte weidelandschappen met kronkelende geulen. Oude wadgeulen, meende ik. Bij Veenwouden en Zwaagwesteinde een uitloper van de Friese Wouden met een coulisselandschap: grasland, omzoomd door struikenwallen.

Ook al zal ik de prijs, een boek over wiskunde niet winnen – vrees ik – toch heb ik een dag volop genoten. Bedankt Ionica!

PS De inzending moet vóór 3 augustus binnen zijn.

Jaargang 8, Nr.370.