Archive for november, 2012

De toekomst van GroenLinks 6

vrijdag, november 30th, 2012

DE BRIEF VAN BRAM

De uitzending van Pauw en Witteman maakte mij wel heel nieuwsgiering naar de brief. Maar als goed ingevoerd GroenLinks lid kwam er voor mij weinig nieuws naar voren. In mijn columns is veel aan de orde gekomen. Ik was ook niet blij met de manier waarop Jolande Sap pootje werd gehaakt. Die zogenaamde partijleiding van belangrijke partijleden moet goed weten, dat dit nooit meer mag gebeuren.

In de Afghanistan kwestie had ik zoals iedereen de nodige twijfels over de kans op succes voor deze politietrainingsmissie. Maar ik ging mij ook afvragen hoe men op het idee was gekomen zoals neergelegd in een motie samen met D66. Een falende staat als Afghanistan heeft op de eerste plaats behoefte aan een goed werkend justitieel apparaat en aan goed getrainde neutrale en niet corrupte politie. Als wij aan dat ideaal een bijdrage zouden kunnen leveren, zou dat op de lange duur gunstig zijn voor de ontwikkeling van een rechtsstaat. Soms breekt plotseling en onverwacht algemeen het inzicht door, dat alsmaar oorlog zinloos is. Je vergroot alleen maar het lijden van bijna elke familie. Ik heb het meegemaakt na 1945. De toekomst zal leren of al die cynische sceptici gelijk hebben. Het kan ook, dat na 2014 niemand nog enige interesse heeft voor Afghanistan; dat het land weer een vergeten uithoek wordt.

Soms wordt het moeilijker om het waarom van progrmmapunten te begrijpen. De arbeidsmarkt is een zeer complex systeem met tal van belangentegenstellingen. Mensen concurreren met elkaar, worden door werkgevers tegen elkaar uitgespeeld en de werkgevers concurreren ook weer met elkaar en met ondernemers in allerlei buitenlanden. Wie zijn de zwaksten in dat spel? Dat is weer afhankelijk van de verhouding tussen vraag en aanbod. Als er veel vraag is naar arbeidskrachten zijn er weinig problemen en kun je werken aan het nog soepeler laten functioneren van die arbeidsmarkt. Maar de laatste jaren raakt de economie in het slop en raken steeds meer mensen werkloos. Dan moet de aandacht veel meer gericht zijn op handhaven van bestaande rechten. Dat zijn we even vergeten. Die depressie zou zo weer voorbij zijn. Maarrrrr de gewone leden wisten natuurlijk reuze goed, dat aan de tijd, dat je gemakkelijk aan een baan kwam zo weer een eind zou kunnen komen en dat het dan er weer op aan kwam de zwaksten op de arbeidsmarkt te beschermen. De belangentegenstelling tussen werkgevers en werknemers is immers fundamenteel. Een bedrijf streeft naar maximale winst. Een instelling moet uitkomen met een steeds krapper budget. Ik zou ook wel willen, dat er altijd harmonie heerst op de arbeidsmarkt. Helaas, klassentegenstellingen zullen nooit helemaal verdwijnen.

Wat moeten de uitgangspunten zijn van ons arbeidsmarkt beleid? A. Niemand, die baanloos wordt, mag in armoede vervallen. B. Niemand mag permanent in een uitkeringssituatie blijven. C. De beste manier om mensen uit die situatie te verlossen is ze aan een baan te helpen. D. Dus alle aandacht moet gericht zijn op het scheppen van meer banen. E. Daarbij moet het eerlijk verdelen van het bestaande werk niet uitgesloten worden. F. Maar het herstel van een duurzame economie en daarmee banen scheppen moet alle aandacht krijgen. Als je het zo brengt, dan snappen zelfs Pauw en Witteman met hun quasi domme vragen het.

Deze week vóór de brief van Bram arriveerde, dacht ik na over een column met de vraag hoe je voor de gemiddelde burger een aantrekkelijk en begrijpelijk beeld zou kunnen schetsen van wat dat nu eigenlijk is, een duurzame leefwijze. We kennen ze allemaal wel, die futuristische plaatjes van de wereld van de toekomst. Manhattan-achtige steden, waar vliegende schotels over de stad scheren. Een soort beeldroman van de toekomst volgens GroenLinks; kunnen we ons dat voorstellen? Een nul-energiewoning, maar toch van alle gemakken voorzien? Maar geen robots en te veel automaten, want we moeten wel in beweging blijven en onze creativiteit kwijt kunnen. Welke eisen worden dan aan huishoudelijke apparaten gesteld? Hoe lang gaan ze mee? Hoe gemakkelijk zijn ze te repareren of zijn versleten onderdelen te vervangen? Zijn ze zo gemaakt, dat alle materialen gemakkelijk gerecycled kunnen worden? Hoe ziet het stedelijk landschap er uit? Hoe is het verkeer geregeld? Nog steeds zoveel automobiliteit? Of wonen we weer dichter bij ons werk of zijn we vooral thuiswerkers? Welk beeld van het platteland komt ons voor ogen? Overal windmolens? Aantrekkelijker vorm gegeven? Vliegen we nog steeds de wereld rond om tempels in Cambodja of Peru te bekijken?

Ik vermoed, dat iedereen weer met andere antwoorden komt. We weten het niet. Wat we wel weten is, dat er energiezekerheid moet komen, want de voorraden aardolie, aardgas, steenkool, bruinkool en uraniumerts zijn niet oneindig. We weten, dat de goederenproductie zo moet worden, dat alle materialen gemakkelijk gerecycled kunnen worden. We weten, dat alle aandacht moet gaan naar energiebesparing. We weten, dat de huidige vorm van automobiliteit zoveel negatieve effecten heeft, dat het zeker anders moet.

De komende jaren zal er dus enorm veel veranderen. Dat gaat veel inventiviteit en veel investeringen vergen. Daarom scoren wij met ons programma ook zo goed op werkgelegenheid. Het betekent, dat we met een enerzijds onprettige boodschap komen, dat het zo niet verder kan. Maar dat we ook met een aantrekkelijk verhaal kunnen komen, dat de noodzakelijke omschakeling veel werk gaat opleveren. Ik heb al eens eerder uitgelegd wat het voor de landbouw betekent. Het gaat voor alle levensterreinen heel ingrijpend worden. Wat moet het heerlijk zijn nu jong te zijn en te weten, dat je er aan kunt gaan werken en dat je het allemaal zult gaan meemaken.

Jaargang 5, Nr. 243.

Twee korte commentaren

donderdag, november 22nd, 2012

KORT: HET BELASTEN VAN HOGERE
 INKOMENS

Hogere belastingen beperken het besteedbaar inkomen en zorgen zo voor minder consumptie, dus minder productie. De economie gaat nog verder achteruit. Het is een veel gelezen en gehoord argument tegen belastingverhoging. Vaak wordt het toegespitst op de hogere inkomens. Iemand met een hoog inkomen kan veel consumeren. Dus daalt de consumptie en daardoor de productie sterk. Is dat zo? Als je aan de eerste levensbehoeften denkt, dan bestaan er duidelijk grenzen aan de consumptie. Er lijden al genoeg mensen aan obesitas. Meer uitgeven lukt vooral door luxere vormen van voedsel en drank. Dat schept niet meer werkgelegenheid en vaak zijn die luxe producten ook nog geïmporteerd. Mooi voor de truffelzoekers of de eigenaren van beroemde chateaus. Maar of een wijnhandelaar nu gewone slobberwijn of een dure cru verkoopt; er ontstaat geen extra werkgelegenheid.

Wat doet de overheid met het belastinggeld. Het overgrote deel wordt besteed aan salarissen en uitkeringen. Dat geld gaat op aan consumptie en er worden vooral eerste levensbehoeften: voedsel, drank, kleding, energie en huisvesting. De consumptie wordt zo gestimuleerd en dan niet van luxe of geïmporteerde goederen. De overheid besteedt het geld ook aan het aanleggen van wegen en spoorlijnen, het bouwen van kantoren en scholen en alles wat nodig is om te functioneren bijvoorbeeld energie om de kantoren te verwarmen of uniformen en uitrusting van de politie. Zo schept de overheid ook weer werk. Je kunt extra wegen aanleggen of veel meer huizen bouwen.

Als het aantal starters op de woningmarkt krimpt, moet je uitkijken of je de gebouwde huizen wel bewoond krijgt. Dat je straks moet zorgen voor meer onderwijzers en scholen als er meer kinderen geboren worden, is een uitgemaakte zaak. Maar welk beleid moet je ontwikkelen bij een krimpende bevolking? Minder mensen is minder consumptie. Ook de productieve bevolking gaat krimpen. Moet je met minder mensen nog steeds evenveel produceren? Regionaal zie je pogingen om aan de realiteit te ontsnappen. Mensen worden naar Zuid-Limburg gelokt. Krimp gaat straks voor heel Nederland gelden. Het beleid moet veel meer rekening houden met demografische factoren. Wat op nationaal niveau geldt, is ook op Europees niveau van toepassing. Het Europarlement heeft gelijk als het de begroting wil laten stijgen.

KORT: ISRAËL EEN VEILIG LAND?

In oktober waren we een week in Israël en we voelden ons daar heel veilig. Tegelijk wisten we, dat het snel kan veranderen. We logeerden in hotels in West Jeruzalem en in Jaffa-Tel Aviv. Die liggen net onder bereik van de verst reikende Hamas-raketten. Het was dus een schijnveiligheid. Hamas vuurde toen al volop raketten af. Ik kreeg even het gevoel, dat de Israëli’s even gewacht hadden tot de Toeristendrukte in het najaar voorbij was, voordat ze met Hamas gingen afrekenen. Het zal eerder met de Amerikaanse presidentsverkiezingen te maken hebben gehad. Israël is voorlopig weer verzekerd van Amerikaanse steun. Hamas heeft weer de volle steun van de bevolking. Beide partijen kunnen weer een tijd vooruit. Maar het conflict wordt niet opgelost. Wel vraag ik mij af of de aanval op Gaza nodig was om deze vijand tijdig een lesje te leren voordat de kerninstallaties van Iran worden aangevallen. Het vernietigen van een wapen- en munitiefabriek in Soedan kan een generale repetitie zijn geweest. Een aanval op Iran brengt wel veel grotere risico’s met zich mee. Het gehele Midden Oosten zou gedestabiliseerd kunnen worden.

Jaargang 5, Nr. 242.

De toekomst van GroenLinks 5

donderdag, november 15th, 2012

HET MILIEUPROBLEEM IS TEGELIJK EEN SOCIAALECONOMISCH PROBLEEM 2

In de eerste column liet ik zien, dat juist de lagere inkomensgroepen getroffen worden door de prijsstijgingen van energie en grondstoffen en daardoor van voedsel en andere producten. Het is voor hen ook veel moeilijker om hieraan te ontsnappen, want bijvoorbeeld woningisolatie of zelf energie produceren vraagt geld, dat zij te weinig hebben. Je moet bij belastingvergroening ook altijd met die lagere inkomens rekening houden.

Voordat ik op dit onderwerp verder ga eerst nog een opmerking over de Europese Groenen. Die zouden veel meer groen en veel minder links zijn. De Europese Groene Partij (EGP) is al jaren bezig tot een gemeenschappelijke visie te komen. Ten aanzien van milieuproblemen is dat niet zo moeilijk. Maar intussen is er ook op sociaaleconomisch gebied veel gebeurd. Denk aan de landbouw en aan ons antwoord op de crises in Europa, “A New Green Deal”. Er wordt bijvoorbeeld door Marije Cornelissen aandacht besteed aan migratie en de positie van vrouwen en Judith Sargentini houdt zich bezig met mensenrechten en ontwikkelingssamenwerking. De EGP beperkt zich bepaald niet tot alleen het milieu. De EGP is geen “one-issuepartij”.

Milieuproblemen kennen ook een geografisch aspect. Vervuiling is niet gelijkmatig gespreid. Uit de steden is intussen veel vervuilende industrie verdwenen. Toen ik rond 1960 voor mijn MO-studie wekelijks naar Utrecht toog, snoven we bij aankomst de lucht op en zeiden: “We zijn weer in Utrecht!” Wat we roken was de stank van de “benenkluif”, de fabriek waar beenderen werden uitgekookt voor o.a. de lijmfabricage. Het was een heel smerige stank. Zo hadden ze in Zuilen last van de Demka, een staalfabriek, die de wijk bedolf onder het stof. De betere wijken hadden er door de afstand minder last van en veel welvarende Utrechters trokken naar De Bilt-Bilthoven, Zeist, Driebergen of Doorn. Daar hadden ze van al die milieuvervuiling geen last. Nu is Utrecht en verre omgeving berucht door een smerige walm van uitlaatgassen, die de stad en omgeving als een bruine deken bedekt. Een goede bekende, lijdend aan bronchitis hield het in Utrecht niet meer uit en verhuisde naar Wijk bij Duurstede. Haar man vertelt: “Als we naar Utrecht moeten, zien we bij Werkhoven, 15 KM van de stad al die bruine deken hangen. We blijven zo kort mogelijk, want ze heeft er daarna nog dagen last van. We gaan vaak naar een huisje in Bretagne. Als we daar een week zijn heeft ze geen medicijnen meer nodig.” Zij kunnen aan de smerigheid ontsnappen. Voor de lagere inkomensgroepen is dat niet weg gelegd.

Het 19e-eeuwse Amsterdam is ook een mooi voorbeeld. In Nederland startte de Industriële Revolutie in de havensteden, waar de steenkool voor de stoommachines gemakkelijk kon worden aangevoerd. De steenkoolmijnen in Zuid-Limburg kwamen er pas in het begin van de twintigste eeuw. Fabrieken werden in Amsterdam gebouwd bij de havens. Stoomschepen en fabrieksschoorstenen zorgden voor veel rook en roet. Samen met mist kreeg je dan smog. Oostelijk en Westelijk van de oude stad kreeg je toen de arbeiderswijken, lekker dichtbij het werk in de havens, scheepswerven en fabrieken. De welvarende bevolking woonde in de grachtengordel, Oud Zuid en later ook Nieuw Zuid. De middengroepen zaten in de sectoren er tussen in. In grote lijnen is die inkomensverdeling er nog steeds. Nieuwbouwprojecten en gentrificering kunnen voor veranderingen zorgen.

Den Haag is gebouwd op een strandwallenlandschap. De betere wijken liggen op de zandige drogere strandwallen. De ongezonde vochtige arbeiderswijken liggen op het veen tussen de strandwallen in. Zo zie je in veel steden een tegenstelling tussen de betere wijken met een gezonder leefklimaat en de arbeiderswijken. Dit lijkt mij een van de oorzaken van het feit, dat mensen uit de lagere inkomensgroepen korter leven.

GroenLinksers kunnen deze verschillen maar moeilijk verdragen. Daar moet iets aan gebeuren. Dat is een links gevoel. De oplossing moet voor partijen als de SP en de PvdA van de staat komen. GroenLinks zal ook naar andere wegen zoeken. Hoe kun je mensen tot emancipatie brengen? Hoe kun je mensen zelf initiatieven laten ontplooien? Wat kan de vakbeweging, wat kunnen coöperaties? Wat kan het buurtwerk? Het Jeugdwerk? Het onderwijs? In de hele discussie over het al dan niet linkse karakter van een groene partij is het goed onderscheid te maken tussen links en socialisme en anderzijds rechts en liberalisme. In de hele discussie over de koers van GroenLinks moeten steeds weer de gebruikte termen gedefinieerd worden.

Voor mij is het duidelijk. Als je de samenleving duurzamer wilt maken zal je altijd weer te maken krijgen met de positie van de economisch zwakkeren, voor welke het veel moeilijker is tot een duurzame levensstijl te komen. Daarom moet groen en links altijd samen gaan.

Jaargang 5, Nr. 241.

Rafaël in het Teylers museum in Haarlem

vrijdag, november 9th, 2012

EEN ZEER EDUCATIEVE TENTOONSTELLING

Na Isaac Israëls in Den Haag en Friedensreich Hundertwasser in Emmerich bezochten we nu de tentoonstelling van Rafaël in het Teylers Museum in Haarlem. Ik houd wel van tegenstellingen. Is­raëls was een duidelijke expressionist. Hundert­wasser is voor mij moeilijk in te delen bij een stroming. Zijn stijl is daarvoor te persoonlijk. Ik merk, dat er veel belangstelling is voor zijn werk. En dan nu een Renaissance-kunstenaar uit Italië met een tentoonstelling van vooral heel veel tekeningen met maar een paar schilderijen en enkele grote reproducties van zijn fresco’s.

Rafaël (Raffaello Santi) werd in 1483 in Urbino (bij San Marino) geboren als zoon van Giovanni Santi en Magia di Battista Ciarla. Zijn vader was hofschilder van de hertog van Urbino. Rafaël kreeg de eerste schilderlessen van zijn vader. Als Rafaël elf jaar oud is, sterft zijn vader. Hij krijgt nu les van Pietro Vannuci in Perugia. In Florence leert hij het dynamische werk van Leonardo da Vinci en Michelangelo kennen en vijfentwintig jaar oud komt hij in Rome en krijgt belangrijke opdrachten van Paus Julius II. Hij moet enkele vertrekken van het toenmalige pauselijk paleis beschilderen, de Stanza della Segnatura, nu deel uitmakend van de Vaticaanse musea. Hij heeft dan veel leerlingen en medewerkers, die bij zo’n grote opdracht een deel van het werk doen. Dat maakt het soms moeilijk om uit te maken of een werk aan Rafaël zelf moet worden toegeschreven of aan een van de medewerkers, de School van Rafaël. Als hij op 7 april1520 op 37-jarige leeftijd sterft maken zijn leerlingen enkele lopende opdrachten af.

Wat maakt deze tentoonstelling zo informatief? Ten eerste leren we de bijzondere kenmerken van de tekeningen van Rafaël onderscheiden van het werk van zijn leerlingen. Er wordt zelfs een soort wedstrijd voor bezoekers van gemaakt. Zijn die drie vrouwenkoppen nu wel of niet van Rafaël zelf? Een kleine meerderheid stemde die dag niet van Rafaël. Daar kon ik het wel mee eens zijn. De tekeningen van Rafaël zijn zeer natuurgetrouw en het perspectief is volmaakt weergegeven. Dat komt bijvoorbeeld tot uiting in de verkorting van een onderarm, die naar je toe gericht is. Maar daarnaast is er een zekere spanning waar te nemen, waardoor je de indruk krijgt, dat er leven in zit. De drie vrouwenkoppen zijn wat vlakjes en saai getekend, vind ik. Heb ik gelijk? Wie moet dat uitmaken als de deskundigen het er niet over eens zijn?

Elk schilderij en elk fresco bereidde Rafaël zorgvuldig voor  Hij heeft meerdere Madonna’s met het Kindje Jezus geschilderd. De lezende Madonna met Kind in een landschap hangt op de tentoonstelling. Er zijn meerdere tekeningen van zo’n Madonna met Kind en elke keer is de manier, waarop Maria het Kind vasthoudt weer anders en ook de houding van het kind verandert telkenkere. Soms kijkt het Kind op naar Zijn moeder. Dan weer kijkt het Kind de bezoeker aan of kijkt het naar de granaatappel, die Maria in haar hand houdt. Ook grote fresco’s zijn met tekeningen van afzonderlijke figuren of groepen zorgvuldig voorbereid. Soms wordt een model naakt getekend om de verhoudingen goed te krijgen en op het fresco met kleding omhangen. Hij moet die tekeningen naar een model gemaakt hebben. Anders krijg je die spanning in de spieren nooit zo mooi weergegeven. Heel mooi zie je dat op de reproductie van een fresco “De brand in de Borgo”, waar een jongeman aan een muur hangt en nog niet goed weet of hij zich kan laten vallen. Bij dit fresco werd ik getroffen door de diepte in de voorstelling. De muur en de pilaren links zijn met duidelijk verdwijnperspectief geschilderd. Naar achteren worden de figuren steeds kleiner. Alleen de paus, die een kruisteken maakt, waarna het vuur dooft lijkt iets groter weergegeven, zodat de aandacht op hem wordt gevestigd.

Rafaël blijkt ook nog uit te blinken in het schilderen van lieve kleine mollige engeltjes. Daar is een aparte vitrine aan gewijd.

Het is een heel bijzondere tentoonstelling. Meestal doen tekeningen mij niet veel, maar deze zijn zo krachtig en laten ook heel mooi de emotie van het uitgebeelde verhaal zien, dat het blijft boeien. Ik vroeg mij wel af, of iemand met weinig kennis van de Bijbel en van de klassieke geschiedenis even sterk geboeid zal worden door deze Rafaëltentoonstelling. Maar wie weet, is het toch niet zo slecht gesteld met de algemene ontwikkeling van het Nederlandse en buitenlandse publiek. Een aanrader dus. Nog open tot en met 6 januari 2013.

Jaargang 5, Nr. 240.

De nieuwe coalitie VVD en PvdA

zaterdag, november 3rd, 2012

SPIJT VAN HET STRATEGISCH STEMMEN?

Strategische stemmerswaren er aan de linker- en de rechterzijde. Heel handig waren de verkiezingen een wedstrijdje geworden. Wie wordt de grootste? VVD of PvdA? Het werd bijzonder slim gespeeld door de PvdA: slijmen met de SP en ze vervolgens wegzetten als onverantwoordelijke politici wat betreft Europa. Tegen de Kunduz-missie en niet meedoen met het Lenteakkoord.

En nu? Het lenteakkoord beperkte de bezuinigingen op ontwikkelingssamenwerking en nu bezuinigt de PvdA-VVD-coalitie één miljard, maar eigenlijk het dubbele op ontwikkelingssamenwerking. Het Lenteakkoord draaide de bezuinigingen op landschap en natuur flink terug en opeens is de natuur niet belangrijk meer. De pensioenleeftijd mag van Samsom naar 67. De PvdA was altijd tegen de Kunduz-missie, maar die wordt nu gewoon afgemaakt en dat terwijl steeds duidelijker blijkt, dat men zich daar niet aan de afspraken houdt. Dat biedt de mogelijkheid eruit te stappen.

Maar positief is, dat er wel fors geïnvesteerd gaatworden in wind- en zonne-energie. Het is laat, maar het voordeel is, dat je geen last hebt van een remmende voorsprong. Windmolens zijn uit ontwikkeld en goedkoper geworden. Ook de zonnecollectoren zijn goedkoper en ze zijn efficiënter. Met hetzelfde oppervlak wordt meer elektriciteit geproduceerd. Het nadeel is wel, dat we een forse achterstand moeten inlopen en dat de betalende burger voor forse energielasten komt te staan. Maar een verstandige huiseigenaar had al eerder zijn huis goed geïsoleerd en een zonneboiler en zonnepanelen geïnstalleerd. Maar wat moet een huurder met te weinig geld? In ieder geval gaat dit werkgelegenheid geven. Daarbij is het jammer, dat het bedrijfsleven niet wordt gestimuleerd over te gaan op groene elektriciteit.

Dat de zorgkosten gebruikt gaan worden als nivelleringsinstrument is een heel merkwaardige. Steeds meer mogelijkheden om ziekten te genezen of te voorkomen veroorzaken een stijging van de kosten. De vergrijzing zorgt voor hogere kosten: de ouderdom komt met gebreken. De afgelopen welvaartsperiode zorgde voor soms royale vergoedingen, terwijl velen die rollator gemakkelijk zelf hadden kunnen betalen. Het vaak ook deden. De kosten van de zorg zijn dus explosief gestegen. Wie betaalt de rekening? Bij de laagste inkomens is niets te halen, bij de lagere middengroepen maar weinig. Dus worden de hogere middeninkomens en hogere inkomens aangepakt. Tegelijk zijn er ook belastingmaatregelen en dan vooral om de vermindering van de hypotheekrenteaftrek te compenseren. Dan blijkt, dat het lagere tarief voor de hoogste schijf voor de echt hoge inkomens zo voordelig uitvalt, dat de stijging van de zorgkosten meer dan gecompenseerd wordt. Vooral de SP is terecht boos.

Maar ja. Je zult maar VVD gestemd hebben om de hypotheekrenteaftrek geheel te behouden en geen lastenverhoging te krijgen en dan krijg je minder aftrek, hogere zorglasten, hogere kosten voor de kinderopvang en hogere energiekosten. Dat doet pijn aan de portemonnee. Voortaan maar twee keer op vakantie in plaats van drie of vier keer en niet onmiddellijk de nieuwste tablet en de nieuwste I-phone ook voor al je kinderen. Dat is me even slikken. Het valt bijna niet uit te leggen. Hadden we nu maar niet op de VVD gestemd. Maar waar dan wel op? De PVV misschien? Wilders beschuldigt Rutte van kiezersbedrog, maar daar kan hij zelf ook wat van. De VVD-kiezers hebben nog steeds niet begrepen dat rechts zijn meerderheid kwijt is. De druiven zijn zuur. Wordt dit een stabiel kabinet? Ik ben benieuwd.

Jaargang 5, Nr. 239.