Archive for februari, 2010

Een groene economie?

vrijdag, februari 26th, 2010

NEDERLANDSE ECONOMIE IN 2020 

De Lissabonstrategie moest leiden tot een hoogontwikkeld welvarend Europa, dat de concurrentie aan kon met nieuwe wereldmachten als China, India en Brazilië. Europa denkt na over haar ontwikkeling in de komende tien jaar. Hoe moet de Europese Unie reageren op de financiële, de economische en de klimaatcrisis? Barrosso heeft een stuk gepubliceerd. Het bevat opmerkelijke groene perspectieven. De Europawerkgroep heeft er een discussieavond aan gewijd. 

Dat soort rapporten en daardoor ook de discussies zijn vaak nogal abstract. Het opleidingsniveau van de Nederlandse beroepsbevolking moet omhoog. Onze economie moet duurzamer worden. Er moeten meer groene banen komen. Het gaat naast meer welvaart om meer welzijn. Het BBP per inwoner is niet meer geschikt om de ontwikkeling van onze economie te beoordelen. Het zegt niets over de inkomensverdeling, niets over de duurzaamheid en niets over het welzijn. Wat stel je je nu daarbij voor? Zelfs GroenLinksers zullen heel verschillende antwoorden geven. Laten we eens wat doelen proberen concreter te maken. 

Het opleidingsniveau moet omhoog als je de economie groener wilt maken. Logisch, want duurzame productie vergt schoon produceren. Alle afval, ook warmte bijvoorbeeld is grondstof of energie. Niets komt in het milieu. Dat wordt duur! Blijft er dan iets over voor de bonussen? Een groene economie maakt veel onderzoek en ontwikkeling nodig. Levert dat winst op? Meer winst dan vervuilende producten? Geloof je in de klimaat crisis, in het opraken van grondstoffen en fossiele energie en in alle negatieve effecten van milieuverontreiniging op bijvoorbeeld onze gezondheid? Als het allemaal maar geitenwollen sokken gedoe voor je is, ben je dan bereid te investeren? Het gaat dus niet alleen om het opleidingsniveau, maar ook om de mentaliteit en het inzicht en geloof in milieuvraagstukken van de opleiders en hun leerlingen. Er zijn heel wat apparaten beschikbaar, die bijvoorbeeld energie besparen. Maar worden ze met evenveel poeha in de markt gezet als bijvoorbeeld de “dongel” van KPN of de I-pod of het nieuwste computerspel? De marketing van milieuproducten kan zoveel beter en vooral enthousiaster. 

Als onze Europese economie nu duurzaam wordt, op welke vormen van productie zou Nederland zich dan kunnen richten? Dan kunnen we ons eerst afvragen over welke gunstige vestigingsfactoren Nederland beschikt. Daar is allereerst de gunstige ligging aan zee, die zorgt voor veel economische activiteiten zoals de hoogovens, de olieraffinaderijen en andere grondstof verwerkende industrieën. Ze liggen tegelijk gunstig voor de export over zee, over de waterwegen, de spoorlijnen, soms pijpleidingen en de weg. Die gunstige ligging ten opzichte van de Europese markt zorgt ook voor buitenlandse bedrijven, die in Nederland apparaten in elkaar zetten, terwijl de onderdelen van elders worden aangevoerd, ook per vliegtuig. De bio-industrie werkt voor een flink deel met geïmporteerd veevoer en dus is de ligging bij de zeehavens eveneens gunstig. Onze zeehavens zorgen voor nogal wat vervuilende bedrijvigheid en dus veel werkgelegenheid. Terecht werd opgemerkt, dat je die werkgelegenheid niet zomaar kunt missen. 

Over ons aardgas en gas uit diepliggende steenkool moet ook nog iets gezegd worden. Ze zorgen voor chemische industrie, kunststoffen bijvoorbeeld en ook de tuinbouw en de aluminiumfabriek in Delfzijl profiteert ervan. De kastuinbouw is zeer innovatief met energie, schijnt zelfs netto-energieleverancier te kunnen worden of is het hier en daar al. Maar de aluminiumfabriek hoort eerder thuis in een gebied met goedkope hydro-elektriciteit. 

De echte vergroening is afhankelijk van de hoog opgeleide beroepsbevolking, investeringskapitaal, een koopkrachtige binnenlandse markt en de gunstige ligging ten opzichte van de Europese markt. Zoals Philips zich nu heel sterk richt op medische apparaten, zo kunnen Nederlandse groene ondernemingen zich richten op de productie van apparatuur, die nodig is in nul-energiewoningen en –gebouwen, op productiemachines, die geen afvalwarmte of afvalstoffen in het milieu lozen, op al die apparatuur, die nodig is voor een kringloopeconomie, op producten, die voor 100% recyclebaar zijn en op producten, die niet schadelijk zijn voor mens en milieu. 

Ik hoop, dat ons verkiezingsprogramma minstens zo concreet aangeeft, waar het volgens Groenlinks met de Nederlandse economie heen moet. Dan kunnen we met meer optimisme zeggen, dat we “Zin in de Toekomst” hebben.

 Jaargang 3, Nr. 1.

Viel Maxime voor de mooie ogen van Hillary?

zaterdag, februari 20th, 2010

MAXIME VERHAGEN KWADE GENIUS 

Voor mij heeft CDA minister Maxime Verhagen totaal onverantwoord gehandeld. Hij had de NAVO voortdurend moeten overtuigen, dat er aan het  Nederlandse besluit niet viel te tornen. De NAVO is en was verantwoordelijk voor de vervanging van de Nederlandse troepen door militairen van een ander land. In plaats daarvan heeft hij de indruk gewekt, dat Nederland zo’n beetje Gekke Henkie is en er wel opnieuw in zou stinken om de klus nog een jaar voort te zetten. 

Verhagen toonde zich weer eens het voorbeeldige knechtje van Amerikaanse belangen. Zijn manier van optreden is kenmerkend voor de enorme invloed van de Atlantici in zijn ministerie. Die nauwe banden met de VS zie je niet alleen bij de buitenlandse politiek, maar ook in het militaire apparaat en in de economie. Die banden zijn uiterst risicovol gebleken. Op Nederlandse investeringen in de VS werden grote verliezen geleden en de financiële crisis werd vooral veroorzaakt door de overname van Amerikaanse hypotheekpakketten, waarvan een fors deel nooit afgelost zou kunnen worden. De Nederlandse belastingbetaler mag er nog vele jaren voor opdraaien. Dat krijg je als je ons land kritiekloos overlevert aan Amerikaanse belangen. 

Ik moest denken aan een klein Tv-fragment. Maxime Verhagen loopt langs collega Hillary Clinton, die met iemand anders staat te praten. In het voorbijgaan drukt hij een vluchtig kusje op haar wang. Hillary kijkt hem verbaasd na. Is Maxime gevallen voor de mooie ogen van Hillary? Heeft hij haar stoer beloofd, dat hij dat appeltje wel eens zou schillen? Heeft hij daarom de druk in Nederland, die van buiten kwam ook binnen Nederland steeds verder opgevoerd om tenslotte de NAVO een brief te laten schrijven met het verzoek nog een jaar in Uruzgan te blijven? 

Maxime Verhagen heeft de val van het kabinet veroorzaakt, terwijl er nog heel belangrijke zaken geregeld moeten worden. Het maakt hem totaal ongeschikt om als Minister-president leiding te geven aan een volgend kabinet. Houdt Maxime Verhagen uit het Torentje!

Jaargang 2, Nr. 50.

Provincie Utrecht grijpt in en maakt vuile handen

vrijdag, februari 19th, 2010

HET LANDSCHAP WORDT ALSMAAR ZWARTER 

VVD-gedeputeerde wil een zwarte streep trekken door het groene landschap tussen Houten en Bunnik, het favoriete uitloopgebied voor vele Utrechters. De gemeente Bunnik heeft medewerking aan de overeenkomst inzake het Saltoproject gestaakt nu er niets gedaan lijkt te gaan worden aan de Bunnikse verkeersproblemen, zoals afgesproken in de Salto-overeenkomst. Gedeputeerde Staten willen de impasse doorbreken door zelf een bestemmingsplan te gaan maken. Of GS daartoe inderdaad bevoegd is, moet nog blijken. Dat vraagt een meer dan lokaal belang. Maar Houten wil vooral de files op de rondweg oplossen en dat is een lokaal belang. Volgens VVD-gedeputeerde Remco van Lunteren hebben de Houtense automobilisten lang genoeg in de file gestaan. 

Toen Houten met de Vinexlocatie Houten-Zuid een forse bouwopdracht kreeg, kreeg het de belofte, dat er een derde aansluiting op het rijkswegennet zou komen en het geld daarvoor. Maar Houten gebruikte het geld voor andere doeleinden. De Houtende VVD kwam met het lumineuze plan in de driehoek Bunnik – Houten – Werkhoven een woongebied met 5000 woningen te bouwen. De nieuwe bewoners zouden moeten dokken voor hun eigen ontsluitingsweg, die tegelijk de rondweg zou verbinden met de A12 bij Bunnik. Die nieuwe woonkern komt er niet. Er zijn nieuwe geldbronnen en toch houdt Houten fanatiek vast aan dit Rijsbruggerweg tracé. Er zijn alternatieven.  

Toen ik in 2002 op het plan voor een weg bij de huidige Rijsbruggerweg en opmerkte, dat het veel handiger was Houten een nieuwe weg naar de A12 te geven parallel aan de spoorlijn Utrecht – Den Bosch, schrok de aanwezige BRU-ambtenaar zichtbaar. Dan zou het boven beschreven plannetje niet kunnen opgaan, al wisten wij van het Verkeersberaad Bunnik daar niets van. Daarna is het Verkeersberaad nooit meer bijeen geweest. Dat mocht niet van het BRU, zei de toenmalige D66 wethouder mij. Hij wilde die weg wel, want dan zou er zuidelijk van de A12 een mooi bedrijventerrein kunnen komen. 

In het vooronderzoek voor de MER werd het tracé parallel aan het spoor systematisch zo negatief mogelijk beoordeeld en het Rijsbruggerweg tracé (RBW) zo positief mogelijk. Daarbij werden zelfs leugens niet geschuwd. Zo werd het Mereveldseweg tracé als niet kansrijk beschouwd en deed dus niet mee in het MERonderzoek. Ook dit onderzoek was in veel opzichten een aanfluiting. Belangrijks aspecten werden niet meegenomen. Twee voorbeelden. Een criterium zou moeten zijn, dat er bij voorkeur geen nieuwe doorsnijding van het landschap moet komen. Het ontbrak. De nieuwe weg is gepland in een fossiel Rijndal met restgeul, dat in het landschap duidelijk herkenbaar is. Zelfs op topografische kaarten is het door hoogtelijnen herkenbaar. De onderzoekers beweerden doodleuk, dat die oude Rijnlopen in het landschap niet opvallen. De MER-commissie zei daarover, dat er altijd ”kleine” beoordelingsverschillen zullen voorkomen en keurde het rapport doodleuk goed. 

Intussen is er veel veranderd. Zo veel, dat het MER-rapport een situatie uit het verleden beoordeelt. Zo komt er een gelijkvloerse kruising met de Achterdijk, dus allerlei andere verkeersstromen. De A12, de A27 en het knooppunt Lunetten krijgen een veel grotere capaciteit. Dat maakt de aansluiting bij Mereveld beter mogelijk zelfs zonder het door mij getekende model, dat niet leidt tot het vollopen van de weefstrook en daardoor filevorming. Het RBW tracé zal volgens nieuwe berekeningen ook veel minder gebruikt worden. De bewering van VVD-gedeputeerde van Lunteren, dat alle voorbereidingen gereed zijn, is dus zeer aanvechtbaar. Daarbij komt dan nog, dat hij contractbreuk pleegt. Er is immers afgesproken, dat de Bunnikse verkeersproblemen ook zouden worden opgelost. Daaraan wil GS niet meewerken. Van Lunteren wil kennelijk scoren bij PVV-sympatisanten, die immers bekend staan als aanbidders van de Heilige Koe, de auto. 

Al jaren zijn we in de provincie Utrecht overgeleverd aan partijen als de Cynisch Doordouwende Asfalteerders en Vervuilende Vernielende Doorjassers. Het landschap gaat eraan kapot en de leefbaarheid wordt aangetast. Wanneer gaan ze in Houten eindelijk eens luisteren naar argumenten van Bunnik en van de Stichtse Milieufederatie en de actiegroep ‘Bunnik let op uw Saeck’? Of komen we elkaar alleen nog maar tegen in de rechtszaal?

Over cultuur in brede zin

vrijdag, februari 12th, 2010

BESTAAT EEN NEDERLANDSE CULTUUR EN EEN EUROPESE CULTUUR??? 

Wat is cultuur? Geef eens een definitie. Dat zal niet meevallen. Toen ik zo’n vijftig jaar geleden colleges Volkenkunde of Culturele Antropologie volgde, kregen we het steeds weer te horen. Iedereen bedoelt weer wat anders als hij het begrip cultuur hanteert. Iemand had een boek geschreven, waarin hij negentig verschillende definities van het begrip cultuur had verzameld. Ik zal dus eerst het begrip cultuur moeten definiëren. 

Cultureel antropologen hanteren meestal een zeer breed begrip van cultuur. Eigenlijk horen alle aspecten van een volk in zijn woongebied tot de cultuur. De materiële kanten vallen het eerst op. Als je volkenkundige musea bezoekt zoals het Tropenmuseum in Amsterdam, of andere musea in Leiden, Rotterdam of Berg en Dal valt uiteraard de nadruk op die materiële zaken als kleding, sieraden, maskers, huisraad, gereedschap, jacht- en visgerei, wapens, vaartuigen, woningen, voorouderbeelden, amuletten of totempalen. Voorwerpen hebben vaak een bepaalde betekenis, bijvoorbeeld een religieuze of een politieke of een sociale betekenis. Volkenkundigen bestuderen dus ook de sociale organisatie: leven ze in kleine rondtrekkende groepen of in grote of kleine dorpen of verspreid in het landschap? Hoe is hun verwantschapsysteem? Hoe is hun politieke organisatie? Welke is hun  religie? Hoe voorzien ze in hun bestaan? Zijn het jagers en verzamelaars, nomadische akkerbouwers of veehouders of hebben ze een vaste woonplaats? Doen ze aan een vorm van irrigatie? Dat zijn ze de onderwerpen, die in een volkenkundeboek aan de orde komen. Alles hoort bij de cultuur van een stam of een volk. 

Is zo’n benadering van de cultuur nu ook geschikt om de cultuur van de Nederlanders te beschrijven? Het zou wel kunnen, maar onze samenleving is zo veelzijdig en complex, dat deze benaderingswijze zelden of nooit wordt toegepast. De bestudering van onze cultuur is opgedeeld in allerlei afzonderlijke wetenschappen. Sociologen bestuderen onze samenleving, politicologen ons politieke systeem, economen de wijze waarop wij in ons bestaan voorzien, theologen onze religies, pedagogen bestuderen de jeugd en geriaters onze senioren en hun problemen. En dan heb je nog de wetenschappen en techniek en allerlei kunstvormen. Als je al de resultaten van deze wetenschappen bij elkaar neemt, kun je in theorie een beschrijving geven van  “De Nederlanders en hun leefwijze, hun cultuur”, maar dan moet je wel zeer belezen zijn. 

Kun je dan ook aangeven, waarin de Nederlanders zich onderscheiden van hun buurvolkeren? Ik geloof het nauwelijks. Dat vraagt de samenwerking van wetenschappers uit al die landen. Dat gebeurt ook wel. Elke tien jaar worden in vrijwel alle Europese staten representatieve enquêtes gehouden, waarin de ontwikkeling van de Europese waarden wordt onderzocht. Dan zie je, dat bepaalde opvattingen in het ene land veel meer worden aangehangen dan  in het andere, maar ze ontbreken niet. Opvattingen verschuiven ook en in het ene land sneller dan in het andere. De hogere scholingsgraad en de veel betere communicatie maken dat mogelijk. Maar die snelle dynamiek bestaat nog niet zo lang, al zijn er vaker periodes in de geschiedenis geweest van snelle veranderingen. 

Komen we bij de beginvraag. Is er een Nederlandse cultuur? Ja, maar je hebt een dik boek nodig om die te beschrijven. Wat zijn opvallende kenmerken van de Nederlandse cultuur?  Wat buitenlanders opvalt, waar nog lang een standenmaatschappij heeft bestaan, is de eeuwenoude democratische traditie in Nederland. Die wordt van tijd tot tijd aangetast, misschien ook nu, maar elke keer leidt dat tot verzet. Moet je sommige vormen van het populisme zo interpreteren? Ik denk het wel. Dat democratische bewustzijn leidt ook tot een ander typisch Nederlandse fenomeen: het open en eerlijk voor je mening uitkomen en daarbij is de fijngevoeligheid vaak ver te zoeken. Vooral in de steden vind je een grote openheid naar buiten en een open staan voor nieuwe ontwikkelingen, niet alleen materieel, maar ook geestelijke ontwikkelingen en daarbij dus ook een grote verdraagzaamheid naar mensen, die anders denken. Dat zou samenhangen met onze koopmansgeest, maar er zijn ook filosofen als Spinoza, die voor een fundament hebben gezorgd. Vrijheid, gelijkheid en broederschap waren hier al lang voor de Franse revolutie algemeen aanvaarde waarden. Steeds zie je ook eerbied voor het recht, ook het internationale recht met Hugo de Groot als een van de grondleggers. 

De Europese cultuur kenmerkt zich door het inmiddels algemeen aanvaarden van de democratie, door een eeuwenoude uitwisseling van resultaten van wetenschappen, door een voortdurend contact en wederzijdse beïnvloeding van kunstenaars, ook al eeuwen lang door de grote invloed, die het christendom in vele variaties op alle terreinen van het dagelijks leven heeft gehad. Zonder een behoorlijke kennis van de religie kun je onze taal, de Nederlandse en Europese geschiedenis en allerlei vormen van Nederlandse en Europese kunst uit het verleden niet goed begrijpen en maak je gemakkelijk fouten, niet alleen in taaluitingen, maar ook in de omgang met anderen. In de huidige tijd verdwijnen allerlei verschillen tussen de Europese volken razendsnel. Overal komt Europese wetgeving, die met name de economie regelt, maar ook allerlei zaken, die ermee te maken hebben, zoals wederzijdse erkenning van diploma’s. Wetenschap, kunst, recreatie, sport, communicatie, veiligheidsbeleid; ze spelen zich af op Europees of wereldniveau. 

Zo komen we in aanraking met mensen en meningen,  technieken en werelden, die velen van ons vreemd zijn. Dat kan tot enthousiast verwelkomen van al dat nieuwe leiden, maar ook als bedreigend ervaren worden. Bij alle discussies over Nederlandse of Europese cultuur, over nationalisme of globalisme, over witte en zwarte wijken, over emigratie en immigratie, over religie en secularisatie spelen gevoelens een grote rol. Daarom zijn de gesprekken ook zo moeilijk, want gevoelens kun je niet zo maar weg redeneren. Dat wil niet zeggen, dat we niet aan het gesprek moeten beginnen.

 Jaargang 2, Nr. 49.

Europawerkgroep presenteert

vrijdag, februari 12th, 2010

 Debat: EU2020, Europa’s toekomst?
Over de sociaal-economische toekomst van Europa 

De financieel-economische crisis zet de verhoudingen in Europa op scherp: De werkloosheid stijgt, de staatsschuld loopt op en de stabiliteit van de Euro is in gevaar. Om het tij te keren pleit de Europese Commissie voor een nieuwe strategie gericht op groei en werkgelegenheid: de EU2020-strategie. Deze strategie vervangt de bestaande Lissabonstrategie die Europa de afgelopen 10 jaar tot de meest innovatieve economie had moeten maken. De vraag is of de EU2020-strategie wél gaat werken. En: Worden in de EU 2020-strategie wel de juiste keuzes gemaakt en is de logische consequentie inderdaad verdergaande Europese integratie? 

Deze en andere vragen worden behandeld tijdens het EU 2020-debat. Laat weten hoe jij denkt over de sociaal-economische toekomst van Europa en ga in gesprek met prof. Ton Wilthagen (Universiteit van Tilburg), Jesse Klaver (CNV-Jongeren) en Femke den Hartog (MKB Nederland). Namens GroenLinks zal Tineke Strik aan het debat deelnemen. Zij is lid van de Eerste Kamer en vanuit die rol voorzitter van de commissie Europese Samenwerkingsorganisaties en lid van de commissie Sociale Zaken. 

Agenda
19.00 uur      Inloop met koffie en thee 

19.30 uur      Welkom en start inleidingen: EU2020, Europa’s toekomst? 

         prof. Ton Wilthagen (Universiteit van Tilburg)
         Jesse Klaver (Voorzitter CNV Jongeren en lid SER)
         Femke den Hartog (MKB Nederland) 

19.45 uur      Pauze 

20.00 uur      Forumdebat: de sociaal-economische toekomst van Europa                   

Thema’s:
         De meerwaarde van kennis als basis voor groei
         Kansen bieden in een samenleving die niemand uitsluit
         Een competitieve en groenere netwerkeconomie                  

21.00 uur      Borrel 

22.00 uur      Sluiting  

Datum/tijd: donderdag 18 februari, vanaf 19.30 uur (19.00 uur inloop) 

Plaats: Café Florin, Nobelstraat 2-4, Utrecht (Routebeschrijving Florin) 

Aanmelden via: Arno Uijlenhoet, info@uijlenhoet.eu 

Meer informatie: http://europawerkgroep.groenlinks.nl/node/39581 

Toegang: Gratis

Wat geeft zin aan een leven?

maandag, februari 8th, 2010

ZIN IN HET LEVEN 

In deze “Columns van de week” hebt u meerdere malen kunnen lezen over mijn ervaringen met de ouderenzorg. Ik schreef over het persoongebonden budget, het pgb, over de profiteurs van dit soort regelingen, over bezuinigingen in de thuiszorg en hoe personeel de klappen kreeg, over het mislukken van schaalvergrotingsprojecten en de daarop volgende faillissementen en over reorganisaties en de onrust, die ze veroorzaakten. Dat zal nu wel minder worden, want de tante, waarmee ik al die ervaringen deelde, is op 23 januari 2010 heel rustig overleden. Jarenlang was het een ver wonend familielid, dat ik slechts oppervlakkig kende. De laatste vier jaar trok ik mij steeds meer haar lot aan, want ik was immers de neef, die het dichtste bij woonde. 

Ze was al jaren heel slecht ter been en kreeg meer last van duizeligheid. Ze woonde nog steeds zelfstandig en ging met de wijkbus nog elke zaterdag naar het winkelcentrum. Daarbij viel ze een keer en kwam in het ziekenhuis terecht. Thuis ging ze een paar keer onderuit en kon zelf niet meer overeind komen. Ze moest op het alarm drukken om op de been geholpen te worden. Ik maakte me ongerust, maar van een verzorgingshuis wilde ze niets weten. “Dan duurt het een paar weken en ik ben er niet meer.” Een verzorgingshuis was een waar schrikbeeld voor haar. Toen viel ze weer en brak haar enkel. Ze kon niet thuis genezen en kwam voor revalidatie en herstel in een verzorgingshuis in de buurt. Dat kon niet eeuwig duren en dus kwam ze voor de keus te staan: terug naar de flat of in het verzorgingshuis blijven. Een proefverlof wees uit, dat zelfstandig wonen niet langer een optie was. Dus kreeg ze een eigen kamer in De Ametisthorst in de Haagse wijk Mariahoeve. 

Die eerste zes maanden had ze steeds terugkeer naar haar flat als perspectief gehad. Nu was het definitief. Wat zou het worden? Iemand, die altijd onafhankelijk was geweest, moest zich nu voegen naar de routine van het huis. Dus soms lang wachten voordat ze geholpen werd met naar het toilet gaan. Vroeg naar bed en vroeg weer op. Elke keer weer andere verzorgsters. Als die nieuw waren, deden ze het wassen en aankleden op hun manier. Dat beviel mijn tante niet en ze zei er iets van. Dat waren de dames niet gewend. Dat ging soms hard tegen hard. Altijd gedweeë oudjes en nu opeens een assertief mens van 95 jaar jong. Bijna altijd klaarde de lucht weer snel op. Veel verzorgenden gingen haar waarderen, want je kon vaak ook erg met haar lachen en ze had lange verhalen over wat ze allemaal had meegemaakt. Ze kreeg het gevoel, dat ze iets betekende voor de medebewoners en voor de verzorgenden en voor de familie en kennissen. Dat bleek heel sterk, toen ze een half jaar geleden flink ziek werd met hoge koorts en verwardheid. In het gezin van een goede vriendin vervulde zij de rol van plaatsvervangend oma, ook al waren de kinderen inmiddels volwassen. Juist dat gezin kwam die zondag op bezoek. Wat schrokken ze en met zijn allen begonnen ze samen te bidden, dat de vonken er van afvlogen. Ze herstelde en of dat nu van de medicijnen kwam of dat er door dat bidden een wonder was gebeurd; ik zou het niet durven zeggen. Voor mij was het werkelijke wonder, dat ze – toen we het haar vertelden – begreep hoe veel de mensen van haar hielden. Zo kreeg haar leven zin. 

Ik leerde, dat doorzettingsvermogen, humor en assertiviteit heel belangrijk zijn om het leven vol te houden, maar dat de mensen om je heen, die jou bevestigen, erg belangrijk zijn om jouw leven zin te geven. Daar moest ik aan denken, toen de Vereniging Voor Vrijwillige Euthanasie pleitte voor het niet langer strafbaar stellen van hulp bij zelfdoding. Zij vertelden verontwaardigd over een verder gezond echtpaar van begin zeventig jaar oud, dat vond, dat het “klaar” was met het leven en er “dus” uit wilde stappen. Ze wendden zich tot hun huisarts en hij wilde (uiteraard) geen medewerking verlenen. Zijn verder gezonde mensen nu niet in staat om hun leven zin te geven door iets voor anderen te betekenen? Waren er geen mensen in hun omgeving, die hen vertelden hoe belangrijk ze voor hen waren die er voor hen waren en hun leven vulden? Wat is dit voor een samenleving, waar mensen niet meer samen leven? Het kan zo anders, leerden mij die laatste twee levensjaren van mijn vrolijke, vriendelijke en altijd optimistische tante.

Jaargang 2, Nr. 48.

Kamervragen

maandag, februari 1st, 2010

VRAGEN OF ANTWOORDEN BEDENKEN? 

De Tweede Kamerfractie van GroenLinks behoort niet tot de top vijf van vragenstellende fracties en geen Kamerlid van GroenLinks zit in de persoonlijke top vijf. Ik vind dat een goed teken. Onze Kamerleden weten de antwoorden al en als ze die niet weten, dan zijn ze goed genoeg om zelf de antwoorden te bedenken. Ze stellen wel vragen en opvallend steeds over onderwerpen die er toe doen. 

Wat betreft de fracties voert de SP de ranglijst aan met 742 vragen, gevolgd door het CDA met 454, de PVV met 390, de PvdA met 371 en de VVD met 367 vragen in het kamerjaar 2008 – 2009. Als er gemiddeld twee dagen nodig zijn om al het onderzoek te doen om de vragen te beantwoorden en we uitgaan van 225 werkdagen per jaar houdt alleen de SP al ruim zeven ambtenaren aan het werk. Vaak is het zo moeilijk om de antwoorden te vinden, dat zo’n dertig procent van de vragen niet binnen drie weken kan worden beantwoord. De persoonlijke top vijf wordt aangevoerd door Thieme van de Partij voor de Dieren met 160 vragen. Marianne houdt dus in haar eentje meer dan één ambtenaar aan het werk. Dan komen er drie PVV-ers, die het vragen stellen als een veredelde vorm van vreemdelingen pesten beschouwen. De Roon met 89, Agema met 75 en Fritsma met 75 hebben niets beters te doen. Wat een kwaliteitsverschil met Van Velzen van de SP, ook met 75 vragen. 

Over het onderwerp pensioenen zou ik wel eens een vraag willen stellen. Luidkeels werd verkondigd, dat de pensioenen – ook die al – onbetaalbaar zullen worden, want de mensen leven na hun vijfenzestigste langer dan vroeger en onze pensioenvoorzieningen zijn nogal luxe in vergelijking met andere Europese landen. Dan denk ik, geen wonder, want we sparen er veertig jaar of langer voor. Maar als je goed las, bleek dat het probleem vooral lag bij de werkgevers, die de brutoloonsom niet willen zien stijgen. Dat brengt hun internationale concurrentiepositie in gevaar. Dit argument zien we bij de afbraak van de verzorgingsstaat steeds weer terugkomen. Al jaren lang willen de werkgevers vooral concurreren door de brutoloonsom laag te houden. De bonussen mogen hoog blijven. Op efficiency wordt minder gelet en evenmin wordt er in geïnvesteerd. Want investeringen gaan van de winst af en winstmaximalisatie is in het huidige denken het hoogste goed. Concurreren door een hoge kwaliteit van het Nederlandse product wordt gediend door research, maar de uitgaven daarvoor staan door het winstdenken eveneens onder druk. 

In Europa zien we overal afbraak van de verzorgingsstaat omwille van de concurrentiepositie. Om beurten verlagen de lidstaten van de EU hun sociale uitgaven. Zo kun je aan de gang blijven, want elke keer wordt het concurrentievoordeel weer weggenomen. 

Ik zou aan de minister van Sociale Zaken willen vragen of het geen tijd wordt om tot een sociaal beleid op EG-niveau te komen, zodat de afbraak van de verzorgingsstaat wordt gestopt. Het is toch een taak van de EU om concurrentievervalsing tegen te gaan.

 Jaargang 2, Nr. 47.

Een koude bisschop

maandag, februari 1st, 2010

In de kerk gaat het niet om ons maar om Hem 

Aartsbisschop Wim Eijk publiceerde in de Volkskrant een opiniestuk met bovenstaande titel. Evenals zondagavond, 31 januari in de TV-rubriek Kruispunt tracht hij zijn beleid te verdedigen. Ik stuurde de redactie onderstaande reactie, die ik nu op mijn weblog publiceer. Eronder nog een kernvraag bij het TV-interview. 

Geachte redactie,

De kop van het opiniestuk van aartsbisschop Eijk, tevens de laatste zin van het stuk, geeft precies aan waar het om draait. In die zin vind je de geloofsvisie terug van Mrg. Eijk. Veel oudere katholieken herkennen die nog wel. Zo zijn ze als kind opgevoed.

Voor veel katholieken van vandaag is die tegenstelling er niet. Zij vinden zich meer in het bijbelwoord  "Wat je aan de minsten der Mijnen hebt gedaan, heb je aan Mij gedaan." Mensen ervaren God en Gods werk temidden van ons en in ons. God ervaren we als een van ons. De relatie met Jezus van Nazareth en door Hem met Zijn Vader is veel intiemer en persoonlijker door dit veranderde Godsbeeld. Het neigt naar mystiek en daar hebben kerkleiders altijd wantrouwend tegenover gestaan. Heb je dan nog een kerk nodig? Dat is wellicht hun vrees en bij veel hedendaagse mensen terecht. Juist daarom benadrukken we enerzijds die persoonlijke band met God en anderzijds het er zijn voor elkaar en zo ook voor Hem.

Kon Wim Eijk maar beter tot echte dialoog komen. Dan konden wij elkaar meer inspireren. Helaas heeft hij de dialoog grotendeels afgeschaft. Maar inmiddels weet ik, dat je nooit te oud bent om te leren.  

In het Tv-interview vroeg de interviewer commentaar op een brief van 20 emeriti ofwel gepensioneerde priesters. Die uitten in de brief nogal stevige kritiek op het beleid. De reactie van bisschop Wim Eijk was typerend voor zijn koude manier van leidinggeven en zijn gebrek aan empathie. Die twintig vormden maar een klein deel van de geestelijkheid van het aartsbisdom en bovendien waren ze al met emeritaat en telden dus eigenlijk niet meer mee. Het zou veel erger zijn wanneer de werkende pastores zo’n brief zouden schrijven.

Geen moment bedenkt deze herder, dat de actieve pastores maar al te goed gezien hebben, wat er gebeurt met kritische mensen. Zo is geen van de ontslagen dekens regionaal vicaris geworden, terwijl zij daar veel meer dan de huidige drie de capaciteiten voor bezaten. De mensen zijn gewoon te bang om naar deze IJzeren Willem te reageren. Ze houden zich koest. Ze willen hun parochie liever niet uitleveren aan zo’n Eijkiaanse regeltjesneef en dogmavereerder.

In het aartsbisdom regeert de angst. Pastores zijn blij als ze een benoeming kunnen aanvaarden buiten het bisdom. Mensen worden langdurig ziek van angst. We kijken dwars door het publiciteitsoffensief van deze bisschop heen. Goedkope mooipraterij.