Archive for the ‘COLUMN VAN DE WEEK’ Category

Elisabeth II opgevolgd door Charles III

zondag, september 11th, 2022

 REACTIES BUITEN HET VERENIGD KONINKRIJK

 

Van een vrouw kun je het wat moeilijk zeggen, maar ze is in het harnas gestorven. Drie dagen voor haar dood ontving ze nog de nieuwe Britse Minister President. De beelden daarvan zag je nog in de kranten en op de Tv en dan komt de waarschuwing van de artsen en heel snel is het dan afgelopen. Ze was uiterst trouw aan haar ambt. De kranten hebben er vele pagina’s aan gewijd De journaals en de actualiteitenrubrieken waren er vol van. Het is toch niet onze koningin, die is overleden, moest ik onwillekeurig denken. Maar over een leven van 96 jaar en daarbij bijna zeventig jaar op de troon valt veel te vertellen. Opeenvolgende Londense correspondenten kwamen dus aan het woord.

Europese vorsten hebben weinig of geen staatsrechterlijke macht, maar in hun contact met de regering kunnen ze wel invloed uitoefenen. Wat de koning heeft gezegd blijft altijd geheim. Zelf vroeg ik me vaak af, wat Elisabeth II eigenlijk dacht over de Brexit. Zou ze misschien denken, dat door de Brexit de monarchie het langer zou volhouden? Ik vermoed, dat er bij de Brexit heel andere redenen gespeeld hebben. Je ziet in de EU, dat de macht van grote ondernemingen steeds meer aan banden wordt gelegd. Er komen op vele terreinen steeds meer regels en voorschriften. Schoner produceren kost geld. Het gaat ten koste van de winsten. Een Europees minimumloon zal er niet zo vlug komen. Een lager loonniveau is voor een regio een vestigingsvoordeel. Het is een wapen tegen regionale werkloosheid. Maar Europese regelgeving kan concurrentievervalsing tegengaan en daar kunnen bedrijven van profiteren. De Brexit veroorzaakt nog steeds problemen. Dat was ook te verwachten. Aanpassing aan een nieuwe situatie kost tijd.

Velen vragen zich af of Koning Karel III zich zal weten te onthouden van politieke uitspraken. Een krant schreef, dat hij het goede voorbeeld van zijn moeder maar moest navolgen. Maar van hem is bekend, dat hij niet zo van moderne architectuur houdt. De laatste tijd ontwikkelde hij zich tot een klimaatactivist en sommige bedrijven houden daar niet van. Wordt hij een groene koning? Staat de Britse regering dat toe? Dat lijkt me best spannend worden.

Een aantal voormalige Britse koloniën erkennen de Britse vorst nog steeds als staatshoofd. Daar is ook verzet tegen. Landen willen een onafhankelijke republiek worden. Dat soort discussies wordt veelal door een kleine minderheid gevoerd. Het interesseert veel mensen nauwelijks en vaak missen ze ook de kennis. Maar een overlijden van de vorstin is iets anders. In Londen worden bloemtapijten getoond. Hoe is het elders in Engeland, Wales en Schotland? De kranten zullen er ook wel vele pagina’s aan besteden en de actualiteitenrubrieken op radio en televisie zullen het er ook wel druk mee hebben.  En hoe is het in die landen, die de koning van Engeland als staatshoofd erkennen?  Overheerst daar de onverschilligheid? Of het totaal gebrek aan kennis van de staatsinrichting? Mijn lijfblad heeft nog een volle week om mij te informeren.

Jaargang 15, Nr. 727.

Jubilea

zondag, september 4th, 2022

EEN JUBILEUM VIEREN INSPIREERT

Ik vertel nieuwe inwoners van ons dorp vaak over de geschiedenis van onze plaatselijke geloofsgemeenschap. Onze mensen zijn daar ook erg trots op. In 1939 kreeg de Bunnikse parochie een nieuw kerkgebouw. Het eerdere stond op het terrein van het huidige koelhuis bij de oprit van de A12 richting Utrecht. Die kerk stond dus veel dichter bij Odijk. De Odijkse parochianen van de H. Barbarakerk moesten plotseling veel verder lopen. Het was oorlog. De meeste mensen hadden geen fiets, laat staan een auto. Het was echt geen welvaart toen. In 1945 was de oorlog voorbij  en in 1946 werd in Odijk een stchting opgericht, die tot taak had voor een eigen kerk te zorgen. Met dubbeltjes en kwartjes werd er jarenlang gespaard. Het bisdom en de pastoor van Bunnik waren tegen een eigen kerk voor Odijk. Er was ook steun van priesters, die afkomstig waren uit Odijk. Uiteindelijk kon in 1964 de kerk door Kardinaal Alfrink geconsacreerd worden. De verjaardag van de kerkwijding wordt elk jaar weer met trots gevierd. De Odijkers voelen zich erg verantwoordelijk voor de geloofsgemeenschap en voor hun eigen kerk.

Zulke verhalen hoor je vaker. Ze versterken de onderlinge verbondenheid. Zo voel ik mij nog steeds verbonden met mijn vroegere collega’s van het voormalige Niels Stensen College. Als die school niet als meer scholen in de stad Utrecht kapot gegaan was door “witte vlucht”, was er nu iets te vieren. Witte kinderen gingen niet meer naar een school in die griezelige wijk Kanaleneiland.  Maar als dat niet gebeurd was, dan zouden we nu het zestigjarig bestaan hebben gevierd.

Vijftig jaar geleden was ik druk bezig met de oprichting van Scouting in Odijk. Er waren veel kinderen in de leeftijd voor welpen en kabouters en voor verkenners/padvinders van 12 tot en met 17 jaar. Begin volgend jaar is het vijftig jaar geleden, dat in 1973 de eerste welpenhorde en de eerste kabouterkring bij elkaar kwamen. Dat was in een directiekeet bij een tijdelijk voetbalveld aan de Nicolaaslaan. Later woonden we in bij het Open Jongeren Centrum in de boerderij De Beug. Vervolgens hadden we een onderkomen op de zolder van de boerderij Dalenoord en ook nog een tijd in een ruimte bij de familie Mocking aan de Singel en de Schoudermantel. Tot er eindelijk een eigen gebouw bij de IJsbaan kwam. Mijn eigen kinderen hebben er veel plezier beleefd en bijvoorbeeld ook echt kamperen geleerd. Een dochter was er ook leidster en de ervaring bij Scouting kwam in haar beroep goed van pas. Begin 2023 kan Scouting in Odijk het Gouden jubileum vieren. Mooi als ik dat mag meemaken.

Bij de verkiezingen in 1994 was GroenLinks zeer actief. Een bijzondere stunt was, dat we op de verkiezingsdag huis aan huis een zakje wereldthee met een vriendelijk kaartje erbij bezorgden. Dat leverde ons ruim twee zetels op. Maar de PvdA kwam zes stemmen te kort voor een restzetel en kwam op één zetel uit. Het maakte duidelijk, dat we maar bester konden samenwerken. In de periode 1994-1998 werkten we daar hard aan. In het najaar 1997 werd Perspectief 21 opgericht. Leden van GroenLinks en van de PvdA zijn daar automatisch lid van. P21 heeft een eigen bestuur en de moederpartijen bemoeien zich niet met de plaatselijke politiek. In 1998 scoorden we vier zetels. In 2002 werden het er vijf. Vier jaar later zes en weer vier jaar later zelfs zeven. De bevoling van de gemeente Bunnik groeide en zo zijn we nu van 15 raadszetels gegroeid naar zeventien raadszetels. Laten we de eeste keer  van die zeventien zetels er acht binnen halen. Helaas splitsten zich er drie bezadigde raadsleden van af. Nu is P21 nog steeds de grootste partij met zes zetels. En in maart 2023 is het 25 jaar geleden, dat P21 in de Bunnikse Raad kwam. Dan is er een zilveren jubileum te vieren.

15e Jaargang, Nr. 726.

Asielzoekers in soorten

maandag, augustus 29th, 2022

NIET ALLEEN RUZIE ZOEKENDE JONGE MANNEN

Asielzoekers kun je op verschillende manieren indelen. Je kunt kijken naar de reden van hun vlucht uit hun herkomstland en dat is bijna altijd de vraag waarna de beslissing wordt genomen. Er is oorlog, er is revolutie, er is onderdrukking van de vrijheid, er is honger, armoede, werkloosheid en omdat die narigheid in Nederland niet of nauwelijks voorkomt is Nederland een aantrekkelijk doel. Maar voor Nederland zijn veel redenen geen geldige redenen. In het herkomstland moet sprake zijn van onderdrukking. Het leven van mensen loopt er gevaar. Mensen worden er gemarteld. Valt de politieke situatie wel mee, dan is er sprake van een veilig land. In werkelijkheid is zo’n land vaak allesbehalve veilig voor mensen, die gewoon actief zich verzetten tegen onrecht. Dat is dan voer voor asieladvocaten. Maar natuurlijk zouden veel mensen in Derde Wereldlanden graag in rijke en vrije landen willen wonen en dat kan voor hen helaas nu eenmaal niet.

Mensen proberen dan op andere wijze naar Nederland te komen. Internationale wetgeving zegt, dat kinderen er recht op hebben in gezinsverband op te groeien. Op een of andere manier slagen mensen erin een kind naar Nederland te sturen. Als dat kind in Nederland mag blijven heeft het er recht op, dat zijn ouders naar Nederland komen. Vandaar, dat er in Ter Apel zo veel kinderen verblijven.

Oorlog is een belangrijke reden om je eigen land te verlaten. Dat is elke keer weer ergens anders. De vluchtelingen komen dan ook elke keer weer ergens anders vandaan. De leerkrachten op de scholen hier moeten daar elke keer weer op een andere manier mee omgaan. Er kwamen vluchtelingen uit Syrië, uit Afghanistan, uit Joegoslavië, uit Irak, uit Eritrea  en nu uit Oekraïne.

Wat bij de laatsten opvalt is, dat velen van hen heel snel een baan vinden. De woede over de Russische overval op een vrij land is groot en daarom wil men hen graag helpen. Velen spreken al Engels en zijn goed opgeleid. Wij hebben een groot gebrek aan arbeidskrachten. De Oekraïners komen als geroepen. Het merkwaardige daarbij is, dat ook Russen hun land moeten ontvluchten als ze zich tegen Poetins beleid en met name tegen de oorlog in Oekraïne verzetten. Ze richten hier zelfs een eigen Russisch You Tube Tv-kanaal op, nu de laatste vrij Tv-zender in Rusland zelf verboden is.

Het moet nu eindelijk niet bij mooie woorden blijven, maar er moeten snel heel veel huizen gebouwd worden voor Nederlandse woningzoekenden, maar ook voor vluchtelingen uit overvolle asielzoekerscentra. Als er dan AZC’s overbodig worden, moeten ze in een soort winterslaap worden gehouden, want in onze wereld blijken ze elke keer toch weer nodig. Hetzelfde geldt voor het personeel. Als er weinig vluchtelingen zijn, krijgen overtollige personeelsleden een tijdelijke functie als COA-reservist. Leer nu eindelijk eens de lessen, die we nu helaas moeten leren.

15e Jaargang, Nr. 725.

Armoede

maandag, augustus 22nd, 2022

HET WORDT ERGER

 

Het zal in 2016 zijn geweest. In een groep bespraken we de kort daarvoor verschenen encycliek “Laudato si” van paus Franciscus. Deze encycliek gaat over het behoud van de schepping en de bestrijding van de armoede in de wereld. De paus ziet een sterk verband tussen de armoede en de teruggang van het milieu. Minder armoede vraagt eerlijke lonen en het tegengaan van milieuverontreiniging kost geld. Het gaat in beide gevallen om minder winst en de rijken zien liever een zo hoog mogelijke winst. Door de hebzucht van de rijken zijn er meer arme mensen en wordt het milieu sterker aangetast.

Een van de aanwezigen merkte op, dat er in Nederland geen armen zijn. Een paar van ons keken elkaar geschrokken aan. We wisten wel beter. Zo was net bekend geworden, dat ruim 400.000 kinderen in Nederland in armoede opgroeien. Als ze ’s morgens op school komen, hebben ze thuis nog geen ontbijt gehad. Vaak zijn het kinderen uit éénouder gezinnen. Moeder moet het met de bijstand zien te redden. Soms is er dan een ernstige financiële tegenvaller en dat blijft dan jarenlang doorwerken. Ze slaagt er niet in een schuld af te lossen. Ze moet met heel weinig geld zien rond te komen. Zo kunnen er allerlei oorzaken zijn van armoede in een gezin.

In Nederland komt ook erfelijke armoede voor. Van generatie op generatie is er in een familie sprake van armoede. Dan zijn de schoolresultaten vaak slecht. Je krijgt dan geen goede baan en je verdient dus weinig. Zo blijft de armoede in de familie.

De laatste maanden wordt alles veel duurder en dat geldt vooral voor de energie. Dat heet inflatie. De lonen stijgen niet of nauwelijks. Nog meer gezinnen hebben het heel moeilijk om rond te komen. De vakbonden eisen hogere lonen, maar de werkgevers zijn niet bepaald scheutig met loonsverhogingen. De Rijksoverheid wordt te hulp geroepen, maar de ambtelijke traagheid is ergerlijk.  Ja, er is plotseling veel armoede in Nederland. Ik kan mij niet herinneren, dat er een zo plotselinge toename van de armoede is geweest. Wel hebben we de welvaart zien toenemen. Nederland is gemiddeld heel rijk, maar kunnen de rijksten een oplossing bieden voor het armoedeprobleem?  Ik ben benieuwd.

15e Jaargang, Nr. 724.

 

Landbouwbeleid

zaterdag, augustus 13th, 2022

EN HET VERZET VAN DE BOEREN

 

Als tienjarige maakten we met ons gezin de Hongerwinter door in ons evacuatieadres in een schooltje Oostelijk van Apeldoorn. ’s Avonds kwam een paard en wagen langs met een kleine gamel warm “eten”. Dat was meestal groen water, dat moest doorgaan voor erwtensoep. Het brood leek wat meer op stopverf. Ik weet dus goed wat voedselschaarste is. Ook na de bevrijding bleef veel nog lang op de bon. Dat heet voedseldistributie.

Veel boeren, die nu zo protesteren hebben geen idee van voedselschaarste. Ook tijdens de oorlog waren er in boerengezinnen geen tekorten. Het beleid van de regering was na de oorlog gericht op voldoende voedsel tegen aanvaardbare prijzen. Na het tot stand komen van de Europese Economische Gemeenschap (EEG) werd landbouw een Europese zaak. Ook nu was het beleid gericht op voldoende voedsel tegen aanvaardbare prijzen. Al snel was er geen sprake meer van tekorten en vervolgens werden overschotten een probleem. We hadden ‘melkplassen, boterbergen en vleesbergen’. Koelhuizen lagen overvol. Om het een beetje in de hand te houden kregen we het systeem van melkquota. Als een boer meer produceerde dan het vastgestelde quotum kreeg hij een strafkorting.

Een kleine boer verdiende veelal te weinig, maar meer produceren was geen oplossing. Steeds meer bedrijven werden opgeheven. De wijkers werden wel in staat gesteld in een ander beroep verder te gaan. Steeds meer bedrijven hielden het niet meer vol, terwijl hun familiebedrijf vaak al meer dan een eeuw bestond. De wanhoop over het failliet gaan dreef boeren zelfs tot zelfdoding.

Om toch een redelijk inkomen te krijgen gingen boeren over tot bedrijfsvergroting en mechanisatie en automatisering. Minder personeelskosten. Banken zorgden voor financiering met alle risico’s voor de boer. Toen het quotumsysteem werd opgeheven, vreesde ik aanvankelijk voor overproductie, maar er waren intussen nieuwe markten aangeboord. De chinezen waren gek op onze babymelkpoeder bijvoorbeeld. Dat leek dus prima te gaan.

Maar koeien produceren niet alleen melk, maar ook poep en pies. Die bevatten voedingsstoffen uit ook ingevoerd veevoer. Vrijwel elke boer heeft te weinig land om al die extra mest kwijt te raken. We zitten dus met een mest-overschot. Waar laten we dat? Een deel van de mest verdampt en slaat elders neer. Dan verzuurt de bodem. Dat is slecht voor de begroeiing. Het bos sterft. Dus is de EU met pittige voorschriften gekomen. Minder mest, dus minder koeien en de ten onrechte toegestane groei van de veestapel weer terugdraaien. Hoe zorg je dat de boer toch voldoende inkomsten krijgt voor zowel persoonlijke uitgaven als voor de bedrijfskosten? Kan hij de bankleningen nog aflossen en de rente betalen? Kan de overheid de melk- en zuivelfabrieken dwingen hogere prijzen aan de boer te betalen. Kunnen de lagere inkomens straks nog die dure melk betalen? Mag dat allemaal van de EU? Die duurdere melk, zuivel, vlees en eieren zorgen voor een nog hogere inflatie. Of toch maar collectief vegetariër worden en de hele veehouderij afschaffen? Bedenk wel, dat het laagveen voor weinig anders geschikt is. Het is bepaald niet eenvoudig om dit probleem op te lossen en gewelddadig demonstreren helpt zeker niet om dichter bij een oplossing te komen.

15e Jaargang, Nr. 723.

 

In Memoriam Dr. Friedrich Zaussinger

zondag, augustus 7th, 2022

70 JAAR INTERNATIONALE VRIENDSCHAP

zo veel te doen Op 9 augustus 1934 werd hij geboren. Ik leerde hem 17 jaa later in 1951 kennen op de Wereld Jamboree voor Boy Scouts in Bad Ischl in Salzkammergut in Oostenrijk. Ik was er als afgevaardigde van de Sint Maartengroep van de Katholieke Verkenners uit Arnhem. Fritz wilde postzegels ruilen en we wisselden ook adressen uit. Dat leidde tot een langdurige briefwisseling en veelvuldige wederzijdse bezoeken. We bleken veel gemeenschappelijke interesses te hebben. Niet alleen Scouting, maar ook politiek en kerk en cultuur. We leerden veel van elkaar. Op 20 juli 2022 overleed hij na het ontvangen van de laatste sacramenten in aanwezigheid van zijn vrouw Helga, twee van zijn dochters en enkele kleinkinderen in zijn woning in Tulln aan de Donau. Op 2 augustus 2022 werd hij na een Eucharitieviering ten afscheid bijgezet in het familiegraf in Tulln. Moge hij rusten in vrede.

In 1951 woonde Fritz met zijn ouders in Krems aan de Donau. Hij zat er op het Gymnasium en moest nog een jaar verder. Krems lag in de Russische bezettingszone, want Oostenrijk was als deel van het Duitse Rijk door de Russen, de Amerikanen, de Britten en de Fransen in vier bezettingszones verdeeld, net als de stad Wenen. Oostenrijk had wel zijn eigen regering en de besturen van de Bondslanden. Fritz woonde in Nieder Österreich. Na zijn Gymnasium-opleiding ging Fritz rechten studeren en dat leidde tot een carrière bij het land Nieder Österreich met de bestuurszetel in Wenen en later in Sankt Pölten.

Mijn eerste bezoek aan Fritz vond plaats bij Innsbruck. Met drie vrienden van de Hilversumse kweekschool waren wij er in acht dagen naar toe gefietst en Fritz kwam met Gerhard met de trein en zou de terugreis op de fiets doen. Een bijzondere prestatie was een dagtocht tot over de Brennerpas tot in het Italiaanse Süd Tirol.

De volgende ontmoeting vond in Arnhem plaats. Fritz was nieuwsgierig naar mijn zusje, maar dat was niet wederzijds. Hij leerde Nederland kennen: Amsterdam, Rotterdam met de Floriade en de havens, de dijkbouw voor Zuidelijk Flevoland, waar we met een excursieboot vanuit Harderwijk naar toe voeren.

Fritz woonde inmiddels in Tulln bij zijn ouders. Hij richtte er een Scoutinggroep op, die intussen ruim vijftig jaar moet bestaan en hij inspireerde mij in Odijk ook een Scoutinggroep op te richten. Daar was inmiddels heel wat jeugd. Bij die Scoutinggroep vond Fritz een negen jaar jongere welpenleidster. Ze trouwden en kregen aanvankelijk twee dochters, Susanna en Monika. Veel later volgde Birgit. Fritz was behoudend Rooms-Katholiek en stond afwijzend tegenover effectieve geboorteregeling. Maar dat nakomertje Birgitta is nu wel een kundige ziekenhuisarts. Haar zussen mogen er ook wezen. Suzi is docent klassieke talen en wiskunde en Monika docent Frans en Aardrijkskunde. Dat laatste vak had ze nodig om de weg naar Lyon en naar haar echtgenoot te vinden. De drie dochters zijn getrouwd en kregen elk twee kleinkinderen voor Fritz en Helga. Ons familieleven was wederzijds bekend. In 1975 kwamen Fritz, Helga, Suzi en Monika naar Odijk en we bezochten met hen mijn moeder in Arnhem, Flevoland, Rotterdam en wat al niet meer. Zuidelijk Flevoland was inmiddels droog gelegd en ontgonnen. We reden er met de auto, waar we eerst met de excursieboot hadden gevaren. Maar in het Duits zeg je dan, dat we hier gefahren haben (met de boot) en er nu fahren (met de auto). Dat zorgde dus even voor een klein misverstand.

In het begin van zijn carrière werkte Fritz op lokaal niveau, maar vervolgens kwam hij bij het Landsbestuur aan het werk. In die tijd woonde het gezin in het Noord-Westen van Wenen in een flat. De woning in Tulln bouwden ze grotendeels zelf. Heel bijzonder was, dat de kelder bescherming biedt tegen kernwapens. De laatste jaren hebben ze door extra isolatie aan de buitenzijde het huis aangepast aan het warmer worden van het klimaat. In de winter is het huis nog lang warm en in de zomer juist koel. Of hij door zijn werk vaak op zulke ideeën kwam weet ik eigenlijk niet. Ik merkte wel, dat hij bij de regelgeving veel aandacht had voor een fraai uiterlijk van woningen en gebouwen. Zo wilde hij graag, dat garagedeuren de afmetingen hadden van de gulden snede. Ik heb toen een serie foto’s van garagedeuren in Houten gemaakt. Fritz schreef met een collega een handboek over ruimtelijke regelgeving, dat bij de vele wetswijzigingen weer aangepast moest worden. Bij een bezoek aan Nederland wist ik een ontmoeting met de Utrechtse gedeputeerde voor ruimtelijke ordening te arrangeren. Onze ruimtelijke ordening stond lang op hoog niveau. Daar is de laatste jaren erg de klad in gekomen. Met alle stikstofproblemen wordt het nog erger.

Fritz kon zich als ambtenaar niet met actieve politiek bezig houden, maar hij was wel een overtuigd christen-democraat, lid van de Österreichische VolksPartei, de ÖVP. Hij wist de weg. Toen er in Nederland verontwaardigd werd gereageerd op Walheim als nieuwe president van Oostenrijk, snapten veel oostenrijkers dat niet. Helga zei, dat hij toch uit een fatsoenlijke familie kwam. Fritz regelde toen een gesprek met een Oostenrijkse parlementariër en ik legde hem uit, dat de Tweede Wereldoorlog en het fusilleren van mensen bij hun nakomelingen veel afkeer naar Duitsers laat zien. Dat geeft de pijn van het verlies van je vader. Die ÖVP moest altijd maar weer samenwerken met de Sociaal-democraten. Fritz en Helga waren soms verbaasd, dat die socialisten ook nog keurig katholiek waren. Helga was wel politiek actief en werd Unter Bürgermeister voor Sociale Zaken. Oostenrijk is qua religie en politiek een heel ander land dan Nederland. Er waren al veel eerder neonazi’s actief, de zwarten. De Groenen waren lang meer gericht op groene stokpaardjes als het beperken van het autogebruik. Fritz had het dan over Chaoten. Hij was al te ziek om nog goed te kunnen reageren op het samen regeren van ÖVP en Groenen. Over GroenLinks zei hij niet veel. Ook niet over de ideeën van Paus Franciscus over Economie en Milieu in zijn encycliek “Laudate si”. Fritz is te vroeg ziek geworden en gestorven. Er is nog zo veel te doen.

15e Jaargang, Nr. 722.

Criminele boeren en hun handlangers

zondag, juli 31st, 2022

BESEFFEN ZE HET ZELF WEL?

Op veel manieren heb ik met de landbouw te maken. In mijn omgeving ken ik veel agrariërs. Ik praat met ze. Ik ken hun problemen. Ze kennen mij. We waarderen elkaar. In mijn vak als aardrijkskundeleraar in het Voortgezet On-derwijs gaf ik les over de landbouw en het landbouwbeleid. Als lid van Groen-Links hield ik mij ook met landbouw bezig. Het viel mij op, dat de vaak stedelij-ke GroenLinksleden geneigd waren de oorzaken van milieuproblemen bij de landbouw eenzijdig bij de boeren te leggen. Ik benadrukte, dat de schuld aan die milieuproblemen gelegd moest worden bij de totale productie-consumptiekolom, dus niet alleen bij de boeren, maar ook bij de beleidsma-kers, bij de banken, bij de groothandel, bij de veilingen, bij de supermarkten en bij ons zelf als consumenten.
Vanaf het Plan Mansholt was het landbouwbeleid gericht op voldoende agrari-sche productie tegen aanvaardbare prijzen. Dat vroeg behoorlijk grote bedrij-ven om de grote stallen en de mechanisatie te kunnen bekostigen. Veel kleine boeren verlieten de landbouw. De opgeheven bedrijven zag je van steeds grote-re omvang worden. Onder boeren heerste de angst voor faillissement. Wanneer zijn wij aan de beurt? Veel boeren reageerden door hun bedrijf te vergroten en in de veehouderij betekende dat megastallen. Voer, vaak geïmporteerd, werd bijgekocht. Dat leverde de forse mestoverschotten op en de huidige stikstof-overschotten. Het teveel aan mest slaat neer rond de agrarische bedrijven en omdat die bedrijven steeds groter worden neemt die stikstofneerslag ook toe. Zijn de boeren daarvan de schuld? Zij zeker niet alleen. Lokale overheden, provincies en opeenvolgende kabinetten lieten het gebeuren en keurden alles goed. Je zag heidevelden vergrassen. Je zag overal stikstof minnende soorten de overhand krijgen. Je zag de kwaliteit van het water in beken, rivieren, meren achteruit gaan. In geen enkel Europees land is de waterkwaliteit zo slecht. Het risico op aantasting van het drinkwater neemt toe. Er moet iets gebeuren. De boeren ontkennen het. Ze verzetten zich. Dat mag, maar niet met de middelen, die sommigen nu gebruiken.
Ik heb er grote moeite mee, dat de politie niet optreedt tegen boerenprotesten, waarbij de wet wordt overtreden. Als voetbalsupporters zich ernstig misdragen zie je de nodige ME-busjes verschijnen en met bereden politie en hondenbriga-des worden de relschoppers bestreden. Jaren terug werd grootmaterieel ingezet als een kraakpand ontruimd moest worden. Nu tonen politiewoordvoerders al-lerlei smoezen en treedt ze nauwelijks op. Het blokkeren van een autosnelweg is een zware overtreding. Er staan gevangenisstraffen op. Tractoren, die daarbij gebruikt worden zijn geweldsmiddelen en behoren verbeurd te worden ver-klaard. De politie dient haar gebrek aan daadkracht snel te herzien. Boeren, die met plannen voor snelwegblokkades rondlopen moeten weten wat hun te wach-ten staat. Meerdere ME-peletons, een of meer pantserwagens uitgerust met mitrailleurs, helicopters met zoeklichten. Politiewagens met luidsprekers. U krijgt tien minuten om te verdwijnen. Daarna komt de ME in actie. Nog aanwe-zige boeren worden gearresteerd en onderworpen aan snelrecht. Nog aanwezi-ge tractoren worden geconfisqueerd als onrechtmatige geweldsmiddelen. Het niet behoren tot de boerenstand is een strafverzwarende factor. Politiefunctio-narissen, die niet willen meewerken worden disciplinair gestraft. Politie dient voor 100% onpartijdig te zijn.
Het landbouwbeleid moet stevig worden herzien. Er moeten duidelijke regionale en nationale maxima aan aantallen stuks vee komen en het toezicht hierop dient zeer scherp te zijn. Maar al die boeren, die een ander beroep moeten kie-zen dienen daartoe goed in staat gesteld te worden. De vergoedingen voor op-geheven bedrijven dienen meer dan de waarde , maar ook gemiste inkomsten voor bijvoorbeeld tien jaar te omvatten.
Er dient een parlementair onderzoek te komen naar het beleid, dat ondanks alle waarschuwingen toch tot grote verontreiniging heeft geleid. Tegen ambtenaren, die dergelijke maatregelen hebben doorgevoerd dienen disciplinaire straffen te worden genomen. We moeten weer een schoon land worden.
15e Jaargang, Nr. 721.

Utrecht-Arnhem

zondag, juli 24th, 2022

IN ARNHEM LOPEN DE STRATEN OMHOOG

 

In zijn jeugd gingen  ze vaak op familiebezoek in Arnhem, vertelt een geboren Utrechter. De trein reed onder viaducten door voordat hij bij het station kwam. Vanuit het station liepen ze dan omhoog naar de familie in de wijk Heijenoord. Hij vindt het nog steeds leuk stukjes over Arnhem te lezen. Maar het is minstens zo interessant iets te vertellen over het spoortraject. Hij moet maar eens de trein pakken en onderweg kijken naar wat hierna beschreven staat.

Een trein vraagt een stevige ondergrond. Het Utrechtse station ligt dichtbij de oude loop van de Rijn. Die oude rivierlopen hebben vaak dikken lagen stevig rivierzand in de ondergrond. Het spoortraject naar Arnhem loopt aanvankelijk parallel aan die rivierloop. Buiten de stedelijke bebouwing had je veel tuinbouw gericht op de stedelijke markt. Verderop zien we vaak boomgaarden op de zandige niet te natte rivierklei.  Voorbij Bunnik kruisen we de huidige Kromme Rijn, maar verderop zijn er nog oude Rijnlopen en zie je dus ook fruitteelt.

Het pas vernieuwde station Driebergen-Zeist ligt bij de overgang van het rivierengebied naar het zandgebied. Het is hier niet meer zo nat, maar ook niet te droog. Daar vestigden zich vroeger boeren, die hun akkers bemestten met potstalmest, een mengsel van schapenmest en heideplaggen . Daardoor is de bovenste meter van de grond zwart gekleurd en door de humusrijkdom erg geschikt voor de kwekerij van Abbing. Maar kweken doen ze niet veel meer. Het is nu een enorm tuincentrum geworden.

Voorbij het station komt een gebied met beboste zandheuvels, stuifduinen. Er is kennelijk te veel geplagd en daardoor ging het onderliggende zand stuiven. Geleidelijk loopt het landschap omhoog en dan komen we bij de Utrechts Heuvelrug, die voor de aanleg van de spoorlijn rond 1845 is doorgraven. De Heuvelrug was toen nog nauwelijks bebost en ze konden dus gemakkelijk zien waar die het laagste was. Ook bij Maarn komt wat stuifzand voor.

We zijn nu in de Utrechtse-Gelderse Vallei, een lager gelegen gebied tussen in het Westen de Utrechtse Heuvelrug en aan de Oostzijde de Heuvelrug Wageningen-Harderwijk, de Westzijde van de Veluwe. Het is een lichtgolvend dekzandgebied, door de wind gevormd. Er zijn dekzandruggen in gebruik voor akkers, tegenwoordig vooral snijmais. De laagten zijn vooral in gebruik als grasland. Midden in de Vallei ligt een afzonderlijke heuvel, de Emminkhuizer berg. De spoorlijn gaat door een doorgraving.

De spoorlijn doorsnijdt de heuvelrug Wageningen Harderwijk via een doorgraving. Dan kom je in een lager gelegen gebied, waar het reliëf vooral bepaald wordt door twee beekdalen. Bij zo’n beekdal ligt het spoor op een dijk. Bij station Oosterbeek begint weer een doorgraving. Even is er een onderbreking bij het landgoed Mariëndaal tussen Oosterbeek en Arnhem. Daar kruist een diep beekdal de spoorlijn. Bijna tot Station Arnhem Centraal is er een doorgraving. Door Arnhem ligt het spoor op een dijk met poorten voor belangrijke wegen: De Zijpse Poort, de Apeldoornse Poort, de Hommelse Poort, de Velper Poort en twee poorten in de Vosdijk.

Die Utrechtse Heuvelrug en de Veluwe zijn gevormd door het Skandinavische landijs gedurende de een na laatste ijstijd. Enorme ijsmassa’s drukten bevroren lagen riviersedimenten opzij en omhoog. Een zo’n ijstong lag in de Vallei en een andere in het IJseldal en Rijndal. In die ijsmassa’s zaten ook grotere en kleinere rotsblokken. Zo kun je aan het soort gesteente zien waar het vandaan komt. In de zandafgraving bij Maarn is een meer met een eiland. Daarop zijn zulke rotsblokken tentoongesteld. Een ander voorbeeld zijn de rotsblokken van de watervallen in Park Sonsbeek in Arnhem

Maak een print van dit blog, stap in Utrecht in de trein naar Arnhem. Lees en kijk en ga het landschap dat voorbij glijdt beter begrijpen.

15e Jaargang, Nr. 720.

Vanaf augustus 1951

zondag, juli 17th, 2022

INTERNATIONALE VRIENDSCHAP

Als lid van de Arnhemse Sint Maartengroep van de Katholieke Verkenners mocht ik in augustus 1951 deel nemen aan de Wereld Jamboree van de Boy Scouts in Bad Ischl in Oostenrijk. Een van de typische activiteiten op zo’n Jamboree is het changen, ofwel het ruilen van allerlei zaken. Zo kwam ik in contact met een Oostenrijkse verkenner uit Krems aan de Donau. Hij had belangstelling voor mijn postzegels. We wisselden ook onze adressen uit. Zo begonnen de ruim zeventig jaren van vriendschap. We gingen bij elkaar op bezoek. We wisselden brieven uit. We leerden elkaars gewoonten kennen. Daarover kan ik heel veel vertellen, maar dat komt een andere keer.

Dit verhaal neemt een treurige wending. De laatste jaren werden de brieven per post vervangen door brieven per mail. Dat is gratis en snel. Je kunt de taal Oostenrijks Duits instellen en profiteert van de foutencorrectie. Fritz reageerde meestal snel. Een enkele keer was er storing in het mail verkeer. Toen werden de mails verward. Antwoorden lieten op zich wachten. Ik had een mail gestuurd en belde de volgende dag maar eens op om dat te vertellen. Hij begreep het niet zo goed. Zijn vrouw kwam er bij en toen viel het nare woord “DEMENTIE”. Die vreselijke ziekte treft de besten. Hij was een jurist, die zich als ambtenaar had gespecialiseerd in regels en wetten, die gelden bij de bouw en de wegenaanleg. Dat was voor mij wel leuk, omdat er een zekere verwantschap is tussen de ruimtelijke ordening, waarvan hij een onderdeel verzorgde en de geografie, waarin ik les gaf. Al die jaren wisselden we ideeën uit en leerden zo veel van elkaar. En nu deze ziekte en ook nog in een heel nare variant. Het gaat snel en af en toe vraag ik mij af of hij zijn 88-ste verjaardag in augustus nog haalt.

Ik heb uw hulp nodig. Zijn veel jongere vrouw verzekerde me met grote stelligheid, dat ze zo veel mogelijk persoonlijk voor hem zou zorgen. Dat is een heel zware opgave. Ze is dus mantelzorger. Onderzoek leert, dat mantelzorgers vaak zeer zwaar belast worden. Zo kwam het bij ons in Bunnik tot een gemeentelijk mantelzorgbeleid. Dat is gericht op ondersteuning en ontlasten van de mantelzorgers. Zo wordt het mogelijk gemaakt, dat de zorgbehoevende enkel malen per week naar de dagopvang gaat. Daar wordt de groep opgevangen en doen ze samen allerlei activiteiten. In onze gemeente Bunnik gebeurt de dagopvang in een bejaardentehuis Bunnunchem. Daar zullen activiteitenbegeleiders de activiteiten voor deze mensen organiseren. Vroeger werden de activiteitenbegeleiders opgeleid in Breda door de Zonnebloem en in Epe op de Veluwedoor het Rode Kruis. Nu is het een onderdeel van het Middelbaar Beroepsonderwijs. Op HBO-niveau tracht men met die activiteiten ook genezend te werken. Dan spreekt men van bezigheidstherapie. Ik vraag mij nu af wat hiervan in Oostenrijk bestaat. Als een van mijn site-bezoekers er meer van weet, reageer dan alstublieft op dit blog.

Mijn vriend kon niet “ergens” heen toen het nog niet zo erg was. Zijn gezin heeft wel aanknopingspunten om iets te stimuleren. Zijn vrouw is Unterbürgermeister / wethouder van sociale zaken geweest en een dochter is arts in een ziekenhuis. Het zou zo mooi zijn als een traditie van tientallen jaren wordt voortgezet, namelijk elkaar aan goede ideeën helpen.

15e Jaargang, Nr. 719.

Weekje weg

donderdag, juli 7th, 2022

NAAR LANDAL GREENPARTK AERWINKEL BIJ POSTERHOLT LIMBURG

 

In ons brugklasboek aardrijkskunde stond een kaartje van dit grensgebied met de weg Roermond in Nederland naar Heinsberg in Duitsland. Het Pieterpad gaat door het gebied en dat pad hebben we helemaal gelopen en tenslotte ontdekten we een paar jaar geleden een ver familielid en die woont in het gebied.

Er was voor mij nog een persoonlijke reden om er naar toe te gaan. Bij ons bezoek aan dat verre familielid ontdekten we, dat er dicht over de grens een plaats Kempen ligt. Zou dat het Kempen zijn waar Thomas van Kempen, meer bekend als Thomas a Kempis geboren is? In dit Kempen vertelden ze ons, dat Thomas a Kempis in Kempen bij Krefeld is geboren, Oostelijk van Venlo. Daar moeten we dus ook heen.

Waarom is Thomas a Kempis voor mij belangrijk? Toen ik drie jaar was verhuisden we naar de Thomas a Kempislaan 12 in Arnhem. Dichtbij die laan op het terrein van de Buitenschool lag tot de Reformatie een klooster, waar Thomas vaak kwam. Hij vond er de rust om aan zijn boeken te werken waaronder het wereldberoemde “De Navolging van Christus”. Het paste allemaal in een beweging om meer leven in de Kerk van Christus te krijgen, de Moderne Devotie. Laat nu net de EO op zondag, 3 juli om 17.50 uur met een programma komen over die Moderne Devotie (Firma erfgoed). Een mooi voorbeeld van vorm geven aan de educatieve taak van een omroep.

Je bent nooit te oud om te leren, maar het ging natuurlijk vooral om de rust en de ontspanning. Zuidelijk van het park ligt een agrarisch gebied, waar op de akkers vooral veevoer wordt verbouwd: snijmais, bieten aardappelen, behorend bij twee grote boerderijen. Het zag er behoorlijk modern uit en het leek mij een moderne ontginning. Aan de Noordkant wordt het park begrensd door een beek met daarbij een waterrijk bos. Het was zwaar om daar te wandelen, maar we hadden al snel in het begin naar rechts moeten afslaan. Tsja, maar aan elk nadeel zit een voordeel. Het werd een heel mooie wandeling.

Het park heeft zo’n honderd huisjes. Wij kwamen in een zespersoons huis terecht met veel grasveld er omheen en door groene bomen en struiken heel goed afgeschermd van de buren. Het was heel rustig in het park. Er waren vooral wat oudere gasten en jonge stellen met babies of peuters. Bij de receptie zijn veel voorzieningen: binnen- en buitenbad, kegelbaan, tafeltennis, biljart, speeltoestellen voor kinderen. Maar ook visvijvers. Elk huisje is per auto bereikbaar via geasfalteerde wegen en er is een overvloed aan parkeerplaatsen. Maar een belangrijke voorziening moet ik niet vergeten: een uitstekend restaurant. Daarom was het wel erg jammer, dat het zeker drie van de zeven dagen dicht was door personeelsgebrek. Dan moesten we uitwijken naar restaurant Roerdalen in Posterholt. Ook heel netjes.

Hoe zijn de huisjes van binnen? Beneden is een ruime zitkamer met TV en keuken en eethoek. Vandaaruit loop je zo het terras op met tafel en stoelen. Beneden is een tweepersoons slaapkamer, niet erg ruim en een WC en apart een ruimte met wastafel en douche. De temperatuur is goed te regelen. Boven zijn twee wat ruimere tweepersoons slaapkamer en ook daar WC en douche.

Maar dan de keuken. Een vierpits gasstel geeft geen probleem. De vaatwasser gaf uiteindelijk geen probleem. Omdat we niet zelf kookten en we maar met zijn tweeën waren hadden we de vaatwasser ook niet vaak nodig. Het lastigste was de magnetron. Die had meerdere functies. Je moest dus eerst de magnetronfunctie zien te vinden. Maar hoe stelde je de tijd in en de sterkte?  Welke knoppen hadden welke functie. Dat stond niet aangegeven en er was geen fatsoenlijke papieren handleiding. Uiteindelijk maakten we mijn pap maar warm op het gas in een steelpannetje. Wie dit apparaat ontwikkeld heeft verdient bepaald geen prijs voor bedieningsgemak. Naar ja er moet toch wat aan te merken zijn. En de waterkoker voor de thee en de twee koffiezetapparaten deden het prima. De huisjes waren recent opgeknapt. Dat zag je bijvoorbeeld aan het tegelwerk. Ik had gewoon het gevoel in een erg luxe huisje te zitten. Ik heb al heel wat mensen gezegd, dat dit park geweldig is.

15e Jaargang, Nr.718.