Archive for the ‘COLUMN VAN DE WEEK’ Category

GroenLinks en de Vrijheid van Onderwijs 2

donderdag, mei 18th, 2017

WELKE LEERSTOF BIED JE AAN?

De indieners van het amendement op een programmapunt in het verkiezingsprogramma van GroenLinks laten duidelijk blijken, dat ze weinig op hebben met kerken en religie. Ze willen voor alle kinderen gratis onderwijs door de staat aangeboden. Als ouders hun kinderen iets over godsdienst willen leren, dan moet dat in de eigen tijd en door hen zelf betaald. Want in hun ogen is het gezien de scheiding tussen kerk en staat geen overheidstaak godsdienstonderwijs te bekostigen. Het is nogal onnozel te denken, dat een bijzondere school zijn karakter dankt aan één uurtje godsdienstles per week. Onderwijs is cultuuroverdracht en daarbij komt de betekenis van de religie steeds weer naar voren.

Voor het geschiedenisonderwijs kennen we sinds 2006 de Canon van Nederland. In 24 thema’s wordt een overzicht gegeven, wat in het geschiedenisonderwijs op de basisschool en de middelbare school minimaal behandeld hoort te worden. Uiteraard zitten daar heel wat godsdienstige onderwerpen bij. Hoe praat je dan over de rol van de kloosters in de Middeleeuwen? Met waardering of heb je het over de primitieve ideeën van die kloosterlingen. En moet je dan vervolgens als ouders dat weer allemaal gaan bijstellen? In het landschap van nu is de vroegere ontginning nog duidelijk zichtbaar. Bij die ontginning hebben bisschoppen en kloosters een belangrijke rol gespeeld. Bij aardrijkskunde kan dat aan de orde komen. Spreek je bij Nederlandse letterkunde over de mystici als Ruusbroec en Hadewych en later over Vondel en weer later over Guido Gezelle? Ik vrees, dat in het huidige literatuuronderwijs al vreselijk veel geschrapt is. Er is voor andere prioriteiten gekozen. Armoe troef.

Als leerkracht heb je een enorme verantwoordelijkheid. Jouw opvattingen klinken altijd door in jouw manier van onderwijs geven. Juist wat zo tussen neus en lippen verteld wordt of de manier waarover gesproken wordt over een onderwerp kan er toe leiden, dat leerlingen zonder dat zij dat zelf beseffen toch beïnvloed worden. Als leerlingen mij vroegen waarom ik een sticker van de PPR en later van GroenLinks op mijn tas had zitten, legde ik hen uit, dat mijn opvattingen – of ik wilde of niet – zouden doorklinken in mijn lessen en dat ze daarop verdacht moesten zijn en kritisch moesten luisteren.

Bij veel vakken klinken allerlei waarden door. Denk aan de literatuur bij de talen, de politieke en godsdienstige opvattingen in de verschillende perioden van de geschiedenis, rechtvaardige lonen og handel bij economie, Derde Wereldproblematiek bij aardrijkskunde of regionale ongelijkheden in inkomen, werkgelegenheid, voorzieningen als scholen, ziekenhuizen, culturele instellingen. Vergeet maatschappijleer/burgerschapsvorming niet. Als docent moet je met je leerlingen zaken analyseren. Uiteindelijk moeten leerlingen zoveel inzicht krijgen, dat ze tot een gefundeerd oordeel en tot een eigen keuze kunnen komen. Dan zit je wel in de bovenbouw van Havo en Vwo.

Ik moet er niet aan denken, dat een van mijn kleinkinderen wordt overgeleverd aan een docent met PVV-sympathieën. Ik verwacht minimaal respect voor de waarden, die Jezus van Nazareth ons voorgeleefd heeft. Bij de indieners van het amendement heb ik dat respect niet kunnen waarnemen. Ze mogen mij aanstaande zaterdag, 20 mei, uit de droom helpen.

Jaargang 10, Nr. 462.

GroenLinks en de Vrijheid van Onderwijs

zaterdag, mei 13th, 2017

WAT WIL GROENLINKS MET DE VRIJHEID VAN ONDERWIJS?

In het officiële verkiezingsprogramma van GroenLinks vinden we in Hoofdstuk3 over onderwijs programmapunt 11: “Artikel 23 dient te worden herzien met als oogmerk dat de overheid kwalitatief goed onderwijs voor iedereen aanbiedt, financiert en op kwaliteit controleert. Daarbovenop kunnen ouders zelf vormen van bijzonder onderwijs aanbieden in de eigen tijd en door henzelf gefinancierd”. Het klinkt wat krom en dat schijnt veroorzaakt te zijn door het combineren van het oorspronkelijke ontwerp met een amendement, dat met een zeer kleine meerderheid is aanvaard.

De reacties binnen en buiten de partij waren bijzonder kritisch. GroenLinks ontstond door een fusie van PPR en EVP, partijen van linkse christenen en de PSP en de CPN. Er was altijd wel een kleine groep van fanatieke voorstanders van openbaar onderwijs, maar dat leidde er nooit toe, dat de partij het plan opperde het bijzonder onderwijs de nek om te draaien. Zaterdag, 20 mei organiseert De Linker Wang samen met de Onderwijswerkgroep van GroenLinks een bijeenkomst over dit onderwerp. Je moet je daarvoor opgeven.

Wat is mijn mening? Onderwijs vormt een deel van de opvoeding. Ouders zijn verantwoordelijk voor de opvoeding van hun kinderen. Ze zorgen niet alleen voor goede voeding, goede zorg voor hun gezondheid, goede kleding en huisvesting. Ze leren hun kinderen ook hoe zij zich in de samenleving horen te gedragen, hoe hun houding hoort te zijn tegenover hun medemensen, dichtbij en veraf. Ze leren hen wat politieke verantwoordelijkheid inhoudt. Al die gedragsregels leren ze hun kinderen vooral door hun goede voorbeeld. Ze praten er ook over met hun kinderen en vertellen over hun inspiratiebronnen. Ze laten hun kinderen ook zien wat verdraagzaamheid betekent, want mensen denken er niet allemaal hetzelfde over en toch moet je op een prettige manier met elkaar kunnen omgaan. Zo maken kinderen kennis met het waardenpakket van hun ouders en zien hoe hun ouders er ook naar leven.

Dat is het ideaal, maar we weten maar al te goed, dat er ouders zijn, die er een potje van maken, hun kinderen mishandelen, hun geen hygiëne leren, geen medemenselijkheid. Ze vertellen met intens plezier hoe een collega gepest wordt. Ze zijn verbaasd als ze dan horen hoe hun kind op school een van de gemeenste pesters is. Lang niet alle ouders verstaan de kunst van goed opvoeden.

Voor veel ouders is godsdienstige opvoeding het moeilijkst. Zelfs als ze zelf hun religie intens beleven en zo hun kinderen daarin meenemen, dan ontbreekt vaak de nodige kennis. Vooral onder katholieken werd die kennisoverdracht vooral aan de school overgelaten. Maar het gaat niet alleen om kennis. Het gaat ook over je houding tegenover je medemens. Jezus van Nazareth kan zo’n voorbeeld zijn. Als het goed is, kun je dat op allerlei manieren bij alle vakken merken. Het gaat dan niet om katholieke wiskunde of joodse gymnastiek, maar wel om de waarden, die in het onderwijs doorklinken.

Samen met ouders heb ik in de tachtiger jaren allerlei kennis- en houdingsdoelen van Vredesopvoeding op een rijtje gezet en mijn collega’s van allerlei vakken gevraagd wat ze er aan deden. Alle vakken konden meerdere doelen in hun omgang met de leerlingen nastreven.

Zo kun je samen met ouders vorm geven aan de identiteit van de school. Ouders kiezen ook heel bewust een school, die past bij hun kind, een school waar hun kind zich thuis voelt. Maar ouders kijken ook naar de waarden, die een school in het onderwijs nastreeft. Dat komt in allerlei activiteiten naar voren. Een school wordt niet katholiek als er één uur per week catechismus wordt gegeven. Daarom is het programmapunt van GL ook uitermate dwaas.

Rond 1975 verzette de Landelijke Werkgroep Aardrijkskunde Onderwijs tegen een verplicht schriftelijk eindexamen voor ons vak. Het zou methodische vernieuwing zoals projectonderwijs bemoeilijken en het bijzonder karakter kunnen aantasten. Een keer is er een incident geweest. Er was een meerkeuzevraag over de ouderdom van de löss. Op een christelijke school wilden de leerlingen het goede antwoord niet geven, omdat het strijdig zou zijn met hun bijbelse berekening van de ouderdom van de schepping. De vak inspecteur wilde geen rel. Hun antwoord is gewoon goed gerekend. Daar was ik het helemaal mee eens. Zo’n vraag hoorde gewoon niet in het C.S.E..

Ik ben 16 jaar voorzitter geweest van de Kring Utrecht van het Koninklijk Nederlands Aardrijkskundig Genootschap. Leraren van allerlei scholen werkten samen aan een betere kwaliteit van het aardrijkskunde-onderwijs. Er waren nooit problemen. Een ding heb ik mijn collega’s duidelijk kunnen maken. Als je gewoon “neutraal” of zogenaamd “objectief” de aardrijkskunde van Nederland beschrijft, dan is de impliciete boodschap in jouw onderwijs, dat het allemaal zo hoort. We weten maar al te goed, dat er in Nederland heel wat dingen anders zouden moeten. We komen bij die beschrijving van Nederland heel wat ruimtelijke conflicten tegen. We moeten leerlingen leren kiezen. Dan gaat het om doelmatigheid. Dat is een vorm van evaluatie, de hoogste intellectuele activiteit volgens de Taxonomie van Bloom. Maar het gaat ook om toetsing aan jouw waarden. De waarden van een GroenLinkser zijn heel andere dan die van een VVD-er. Daar moet je leerlingen bewust van maken. Zo worden zij zich bewust van hun eigen waarden. Een kleinkind bleek zich achteraf ervan bewust, dat ze helemaal niet blij was met de overheersende waarden van haar middelbare school. Die waren meer neo-liberaal, dan evangelisch. Toch noemde dat lyceum zich christelijk. Het is niet gemakkelijk een passende school te kiezen.

Jaargang 10, Nr. 461.

Vrijheid en vrede in heel Europa

vrijdag, mei 5th, 2017

EUROPA IS NIET HET PROBLEEM, EUROPA IS DE OPLOSSING

Vandaag vieren we in Nederland Bevrijdingsdag. In lang niet alle Europese landen wordt dezelfde datum aangehouden. Delen van het Duitse leger en de vloot hadden zich al eerder overgegeven. Op 7 mei 1945 tekende de Duitse generaal Jodl in Reims de documenten tot onvoorwaardelijke overgave van alle strijdkrachten onder Duits bevel. De overgave ging in op 8 mei 1945 om 23.01 uur Midden Europese Tijd. Op 9 mei 1945 hadden alle Duitse legeronderdelen de strijd gestaakt. De Tweede Wereldoorlog was geëindigd. Er werd nog geen vrede gesloten en formeel is het nooit zo ver gekomen.

Maar 9 mei is daarom de Dag van Europa geworden. We vieren de onderlinge verbondenheid, we vieren de vrede, we vieren de vrijheid in Europa. Die verbondenheid in de Europese Unie is de beste garantie voor vrede en vrijheid. Eeuwenlang was het de tegenstelling tussen het Oostrijk en het Westrijk, tussen Duitsland en Frankrijk, die steeds weer tot oorlog leidde. Daarom was het initiatief van Robert Schumann, de Franse minister van Buitenlandse Zaken om het gezag over kolen, staal, ijzererts en schroot aan de afzonderlijke regeringen te ontnemen zo belangrijk. De Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal kwam in 1952 tot stand. De EGKS is nu onderdeel van de Europese Unie. In 1952 waren het maar zes landen, die de EGKS oprichtten: West-Duitsland, Frankrijk, Italië, België, Nederland en Luxemburg. In die tijd waren Spanje en Portugal dictaturen. Achter het IJzeren Gordijn was de Sovjet Unie de baas. Pas na 1989 kon de EU de huidige omvang bereiken.

In Nederland is er net als in zo veel landen een tegenstelling tussen het centrum, de Randstad en de periferie, de grensprovincies. In het centrum zijn inkomens en bezit hoger, er wonen meer hoger opgeleide mensen er is minder werkloosheid en het aantal inwoners groeit nog steeds. In Groningen, Drente, delen van Overijssel en de Achterhoek en in Limburg ligt de werkloosheid hoger. Jonge mensen trekken er weg en de bevolking krimpt, zodat ook het voorzieningenniveau achteruit gaat. Dat leidt tot onvrede bij de bevolking en je ziet er een hoger percentage PVV-stemmers. Er is een periode geweest, dat er meer aandacht aan die achterblijvende gebieden werd besteed. Er kwamen rijksdiensten naar toe en de grote ondernemingen bouwden er fabrieken. Dat regionaal-economisch beleid is veranderd. Nu moet de Randstad economisch zo krachtig mogelijk worden om zo te kunnen concurreren met andere Europese centrumgebieden. Dan zie je, dat ook in Europa de perifere gebieden achterop raken. Griekenland, Italië, Cyprus en Portugal hebben het economisch moeilijk. In Polen en Hongarije zie je extreem rechtse partijen aan de macht komen. Echte Europese solidariteit komt maar moeilijk tot stand. Vroeger gaven wij in Nederland de schuld aan “Den Haag”. Nu geven we de schuld aan Brussel. Mensen begrijpen niet, dat een land als Nederland of zelfs de gehele Europese Unie maar weinig invloed heeft op de groei van de economie. De economische macht ligt bij het bedrijfsleven en eigenlijk bij de rijkste aandeelhouders, die maximale winsten eisen. Als een onderneming productie verplaatst naar een lage-lonen-land, stijgen de winsten en misschien dalen de prijzen en neemt de omzet toe en zo stijgen de winsten nog meer. Zelfs dan zijn die rijksten in de wereld nog niet tevreden. Ze eisen lagere winstbelasting of ze ontwijken belasting met boekhoudkundige trucs. Die rijksten in de wereld ontduiken zelfs belasting en doen aan witwassen van hun zwarte geld. Een regering, die zich verzet, wordt gechanteerd met het dreigen fabrieken te sluiten. Alleen een land als de USA is groot en machtig genoeg om tegen die rijksten in te gaan. Alleen zijn de “gewone mensen” daar zo dom geweest een knecht van de allerrijksten als presidente kiezen. Ook de EU zou bij echte eenheid groot en machtig genoeg zijn om alle smerige praktijken van de allerrijksten een halt toe te roepen. Het Europees Parlement is druk bezig wetgeving te ontwikkelen tegen witwassen, belastingontwijking naar belastingparadijzen tegen de ‘race to the bottom’ van de percentages winstbelasting. Die rijksten betalen nauwelijks belasting. Ze stelen ook op die manier van de armsten. De EU kan dus een belangrijke rol spelen om de welvaart eerlijker te verdelen. De EU is dus niet het probleem, maar kan de oplossing zijn als wij dat samen willen. Daarom steek ik op de Dag van Europa op 9 mei weer de blauwe vlag met de twaalf gouden sterren uit.

Jaargang 10, Nr. 460.

Op ontdekkingsreis in Brabant

vrijdag, april 28th, 2017

STEVENSBEEK IN OOST-BRABANT

Nu ik er weer aan terugdenk, besef ik wat een rijkdom het is, een heel weekend weg met je kinderen en kleinkinderen. Iedereen vermaakt zich en we doen veel samen. Dat is geluk.

Dit weekend waren we terecht gekomen in Stevensbeek. Het ligt zo’n 4 KM noordelijk van Overloon, zuidwest van Boxmeer en zuidoost van Sint Anthonis. Zaterdagmorgen maakten we met z’n tweeën een flinke wandeling. We hadden de topografische kaart 1: 50.000 bij ons. We zagen eerst de Pater Eymardstraat en ik weet, dat hij de stichter is van de congregatie van de Paters van het H. Sacrament. Dat was het eerste raadsel. Wat was de band tussen Stevensbeek en die congregatie? We liepen over de Lactariaweg. Had die naam iets met melk te maken? Verderop droeg een boerderij die naam, maar die leek niet op een melkfabriek. Er waren vooral kaarsrechte wegen en een tamelijk moderne verkaveling, al waren de percelen net al de boerderijen niet erg groot. Het moet een heideontginningsgebied zijn, zoals ik dat in 2015 in het Fries-Drentse Wold ook gezien had. Op de kaart had ik bos gezien en in het bos zagen we de stuifduintjes. Zo’n stuifzand is niet geschikt voor grasland of akkers. We zagen een grasplaggenbedrijf: intensivering om op weinig grond toch een redelijk inkomen te verkrijgen. Verderop enorme varkensschuren netjes op een wat afgelegen plek. Nog een vorm van intensivering was een fors kastuinbouwbedrijf. En de laatste vorm van intensivering was een bedrijf met scharrelkippen, waar scharreleieren te koop waren. De meest merkwaardige vorm van modernisering in zo’n agrarisch landschap was een uitbundig bordeel met gastvrije sexy dames.

We waren er nog niet achter, wat de geschiedenis is van het gebied. Weer thuis kregen we van de beheerster van de groepsaccomodatie een boekje, dat in 1984 was uitgegeven bij gelegenheid van het vijftigjarige bestaan van Stevensbeek. We moeten terug naar de negentiende eeuw. Zo rond 1880 brak de landbouwcrisis uit door de enorme import van Amerikaans graan. Nederland moest omschakelen naar een hoogkwalitatieve landbouw: zuivelveeteelt en tuinbouw. In diezelfde tijd kwam de kunstmest in zwang. De traditionele potstalcultuur verdween. Schapen waren niet langer nodig als mestproducent. De heide was niet meer nodig als graasgebied voor de schapen. Welgestelde burgers uit Maastricht kochten voor zeer weinig geld een heidegebied van ruim 800 hectaren op en bouwden er een modelboerderij met tachtig melkkoeien, voor die tijd enorm veel. De heide werd ontgonnen door de Nederlandse Heidemaatschappij en er kwam grasland en akkerland. Het landgoed kreeg de naam Lactaria. Van heinde en ver kwam men kijken. Zelfs Prins Hendrik had belangstelling. De Maastrichtenaren verkochten Lactaria aan een jonkheer. Toen die in 1933 overleed verkochten de erfgenamen het landgoed weer aan de gemeente Sambeek. Het hele gebied kreeg kleine gemengde bedrijven met melk als voornaamste product. De grote gezinnen uit de omgeving leverden de pachters. Er was ook een dorp nodig met een school en een kerk en winkels en een hoefsmid. Dat werd Stevensbeek, genoemd naar de toenmalige burgervader Stevens van de gemeente Sambeek. Het ontstond in 1934, mijn geboortejaar en wordt dit jaar dus ook 83 jaar.

De modelboerderij bleek op den duur toch geen succes. Die werd verkocht aan de Zusters Dominicanessen van Bethanië uit Venlo. Schuin er tegenover, ook aan de Kloosterstraat, kwam een patersklooster en jawel van de Paters van het H. Sacrament. De kloosterkerk is er nog. De zusters begonnen een tehuis voor moeilijk opvoedbare kinderen. Hun onderkomen was nu ons verblijf. De Zusters en Paters zijn weg uit Stevensbeek, maar het dorp is nog springlevend.

Dichtbij ligt Overloon, veel toeristischer. Ik bezocht er het Oorlogsmuseum. Ik had een vage herinnering, maar het bleek nu zeer modern Alle moderne communicatietechnieken worden er toegepast. Het zet je echt aan het denken. Als je Hitler ziet tijdens zijn toespraken moet je onmiddellijk aan Erdogan denken. Als je de illegale kranten ziet zoals het Parool denk je aan het verlies aan persvrijheid in tal van landen. Een militair in een pak dat hem moet beschermen tegen gifgas doet je denken aan de recente doden in Syrië. Ik weet uiteraard niet of iedereen zijn bezoek net als ik beleef.

Je kunt er ook de Slag om Overloon beleven. Wij worden door Duitse soldaten uit ons huis verdreven, zitten vervolgens dagen lang in kelders tot we uiteindelijk bevrijd worden. En als je dan de “kelder” uitstapt kom je beelden van oorlogsgraven tegen en besef je dat hier en elders in Nederland duizenden gesneuveld zijn voor onze vrijheid. Zo was mijn bezoek een mooie voorbereiding op 4 en 5 mei.

Jaargang 10, Nr. 459.

Verdwijnende voorzieningen in krimpende dorpen

donderdag, april 20th, 2017

VOORAF

Onderstaande ingezonden brief werd gedeeltelijk geplaats in de Volkskrant van 19 april. Het cursieve deel werd weggelaten. De rest bevatte de eigenlijke boodschap. Maar de kwestie van verdwijnende voorzieningen in krimpende kernen is net zo goed de aandacht waard van iedere burger, van de politiek en ook van de kerk. Afnemende solidariteit verhindert een oplossing. Dat zou bij iedereen tot bezorgdheid moeten leiden. Ik zie een samenhang met de politieke voorkeur. In het besproken dorp wonen veel VVD- en CDA-aanhangers.

GELOOFSGEMEENSCHAP

In het boeiende interview met Mgr. Gerard de Korte stelt de bisschop de vraag waarom mensen wel bereid zijn kilometers te rijden naar een supermarkt in een ander dorp, maar per se in hun eigen dorp naar de kerk willen gaan. De vergelijking is zeer leerzaam. Helaas geeft de bisschop er geen blijk van er dieper over te hebben nagedacht. Ik woon in een dorp met twee supermarkten en die trekken klanten uit twee buurdorpen aan weerszijden. In het ene dorp vinden mensen de grote supermarkt te duur en misschien speelt ook het gebrek aan parkeerruimte een rol. In het andere dorp is slechts één kleine supermarkt met een beperkt aanbod en ook wat hogere prijzen. Als ze daar meer in eigen dorp zouden kopen, kon het assortiment worden uitgebreid en konden de prijzen lager worden. Het risico op sluiting van de kleine super zou veel minder worden. Wat kan de bisschop daarvan leren. Mensen gaan naar de supermarkt in een ander dorp omdat ze daar goedkoper uit zijn. Het risico dat de eigen supermarkt sluit, nemen ze voor lief. Het eigenbelang telt meer dan het belang van hun dorpsgenoten, die geen auto ter beschikking hebben. Het financiële eigenbelang telt niet bij het ter kerke gaan in een ander dorp. Maar voor de kwestie van een ander assortiment gaat de vergelijking wel op. Ik ken mensen. die naar de Dominicus in Amsterdam gaan omdat de vieringen hen daar meer aanspreken. De Willibrordkerk in Utrecht gaat straks gelovigen trekken, die vinden, dat een mis volgens de tridentijnse ritus pas echt een mis is. Waarom willen de meeste mensen toch graag in hun eigen dorp naar de kerk? De kleine-kernen-problematiek geeft het antwoord. In veel kleine kernen staan de voorzieningen op de tocht. Als er dan in dat dorp een sterke onderlinge verbondenheid bestaat zie je, dat de dorpsvereniging bij dreigende sluiting van de laatste winkel de exploitatie overneemt en daarvoor een coöperatie opricht en vooral met vrijwilligers werkt. De gemeenschap wil niet, dat de oudere inwoners hun winkel gaan missen. Dat doet gemeenschapszin in een tijd waar individualisering de overheersende trend is. Zo laten veel kleine geloofsgemeenschappen zich inspireren door de beschrijving van de eerste christengemeenschappen in de Handelingen. Zij waren er voor elkaar. Wij willen in ons eigen dorp gemeenschap vieren met elkaar en met God in ons midden en ons daarbij laten inspireren door Het Verhaal van Jezus van Nazareth. Het benauwt ons, dat bij velen dat gemeenschapsbesef is verdwenen. De zorg voor de mens in nood ook al is die mens niet gelovig,  dreigt te verdwijnen als onze kerken sluiten. Het ware te wensen, dat velen, die nu weg blijven zouden beseffen, dat ze medeverantwoordelijk zijn voor de kerksluitingen. Maar, monseigneur, durf de mensen verantwoordelijkheid te geven. Dan gaan zij zich wel verantwoordelijk voelen. Wees een Vader Bisschop met volwassen kinderen.

Jaargang 10, Nr. 458.

Onze maatschappij

zondag, april 16th, 2017

HET MOET ANDERS, HET KAN ANDERS

Waardoor laat jij je leiden bij het bepalen van je stem? Dat was het onderwerp van een gespreksavond in februari voorafgaand aan de verkiezingen. Er waren dertig mensen bij elkaar, veel meer dan de organisatoren van het Oecumenisch Beraad Odijk hadden verwacht. Ze hadden gezorgd voor een goed gestructureerde discussie. Zo moest iedereen uit een groot aantal thema’s er drie kiezen, die erg belangrijk waren. Ik koos voor milieu en ongelijkheid, net als de helft van de aanwezigen en als enige – bleek later – voor verandering. Ik ben er van overtuigd, dat het anders moet. En als je goed luistert, ben ik niet de enige.

De verkiezingscampagne van GroenLinks was dit jaar nogal “Amerikaans”, meenden veel oudere GroenLinksers. Ik heb het eerder gemeld. Daarbij vielen vooral de zogenaamde “meet-ups” erg op. Duizenden vooral jongere kiezers kwamen naar deze bijeenkomsten met veel muziek en show en centraal de jonge lijsttrekker Jesse Klaver. Zijn kernboodschap “Wij gaan Nederland veranderen” werd door de duizenden steeds weer door gejuich onderbroken. Deze goed ontwikkelde jonge mensen begrijpen uitstekend, dat we niet kunnen doorgaan met de vernietiging van onze planeet. Zij voelen aan den lijve wat het betekent te leven onder het geweld van het economisme, waar de zwaksten en het milieu het slachtoffer van worden. De forse winst van GroenLinks is een niet mis te verstaan signaal voor die andere partijen, die zich vooral laten leiden door eigenbelang. Laten we hopen, dat de onderhandelingen tot een resultaat leiden, dat goed is voor onze aarde en voor alle bewoners.

Op 24 mei 2015 publiceerde Paus Franciscus zijn encycliek “Laudato si”, wees geprezen. Franciscus van Assisi dichtte het Zonnelied, waarin hij God lof toe zong voor Zijn schepping. Deze rondzendbrief aan alle mensen van goede wil in de gehele wereld is naar mijn mening niet vooral een vroom verhaal. Het is een keiharde boodschap aan hen, die zich laten leiden door onbegrensde hebzucht. Zij buiten de rijkdommen van onze planeet uit ten koste van het ecosysteem Aarde, dat geheel vernietigd dreigt te worden. Maar zij buiten ook de mensheid uit en veroorzaken zo de armoede in de wereld. De paus maakt het verband tussen de milieuaantasting en de armoede duidelijk. Zij hebben dezelfde oorzaak, namelijk de enorme hebzucht van de rijken. Daarbij is een kleine groep bepalend voor wat er gebeurt. Recent zien we het hier gebeuren. Er moet meer “aandeelhouderswaarde” worden gecreëerd. Twee multinationals willen zo duurzaam mogelijk werken en hun werknemers rechtvaardig behandelen, maar de hebzucht van sommigen is grenzeloos. In zijn encycliek komt de paus tot de conclusie, dat een fundamentele verandering van het economisch-technologisch systeem onontkoombaar is, wil deze wereld voor ons nageslacht behouden blijven. Het moet anders.

Zo’n pauselijke boodschap is bij lang niet iedereen welkom. In de VS riep een Republikeinse senator: “waar bemoeit de paus zich mee?” Het CDA heeft in zijn verkiezingsprogramma weinig aandacht voor het armoedeprobleem in ons land en voor het milieuvraagstuk. Hoeveel GroenLinksers beseffen, dat deze paus in veel opzichten een bondgenoot is?

De Nicolaaskerk in Odijk herbergt een warme gemeenschap. Mensen hebben zorg voor elkaar. Er gaat inspiratie van uit. Ondanks het enorme gebrek aan priesters houden wij met een paar honderd vrijwilligers die gemeenschap overeind. We zorgen dat mensen in nood geholpen worden. We doen iets aan de eenzaamheid van sommigen of het verdriet na een overlijden. We helpen ook waar nood is elders in de wereld. Allemaal goed nieuws. Daarmee haal je de krant niet. Toch maken we ons ongerust. Jonge mensen blijven weg. Ze willen ook niet weten, dat er iets goeds gebeurt en dat het goede dreigt te verdwijnen. Dus roepen we, dat we het kennelijk anders moeten gaan doen. Alweer, het moet anders.

Vandaag is het Pasen. Voor de relibeten onder mijn lezers een kleine uitleg. We vieren, dat Jezus van Nazareth na zijn dood aan het kruis na drie dagen weer levend werd en opstond uit Zijn graf. Zijn volgelingen waren na zijn dood zeer bedroefd. Maar er was niet langer reden om pessimistisch te zijn. Na veel ellende kan het toch weer goed komen. Als ik hierboven tot drie keer laat zien, dat het anders moet, dan leert het verhaal van Pasen, dat het ook anders kan. Dat is de betekenis van de aloude Paaswens: Zalig Pasen!

Jaargang 10, Nr. 457.

Maatschappelijke verruwing 3

zondag, april 9th, 2017

KERNWAARDEN VAN EEN MAATSCHAPPIJ

De Nederlandse samenleving wordt gekenmerkt door een sterke individualisering. Functioneert de samenleving daardoor minder goed? Als mensen sterk geneigd zijn tot individuele stellingname, daarover goed nadenken en niet kritiekloos achter de grote leider aanlopen kan dat een verrijking van zulk een samenleving betekenen. Er bloeien immers duizenden ideeën en als er een goede uitwisseling is, heb je voor een probleem de oplossingen voor het kiezen.

Soms kiest een mens voor een totaal isolement. Hij wil zijn eigen leventje te leiden. Niemand heeft zich met hem te bemoeien en zo bemoeit hij zich evenmin met anderen. Bij zulke mensen komt het voor, dat hun stoffelijk overschot maanden na het overlijden gevonden wordt. Soms is er zelfs geen familie meer te vinden. Zulke probleemgevallen worden door hulpinstanties niet opgemerkt.

Sterke individualisering kan er ook toe leiden, dat iemand algemeen aanvaarde waarden en normen niet accepteert. Ik bepaal zelf wel wat ik doe of laat. Niemand heeft zich daarmee te bemoeien. Zulke éénpitters onder je collega’s of je medebewoners in een flat of trappenhuis of in je familie zijn niet de makkelijkste mensen om mee om te gaan. Conclusie: Het proces van individualisering kan tot een rijkere maatschappij leiden, maar ook tot het minder goed functioneren van een samenleving, groot of klein.

De Nederlandse samenleving kenmerkt zich al eeuwen lang door een grote verscheidenheid en die neemt door arbeidsmigratie en de komst van vluchtelingen alleen maar toe. Toch konden we hier altijd goed samenleven. Je had wel rare dingen. Katholieken waren klant van de katholieke bakker en protestanten van zijn protestante collega. Joden werden niet zo geaccepteerd bij de overheid en dus werden ze bankier of advocaat of notaris. Zo werkten veel katholieken bij warenhuizen met een katholieke familie als eigenaar. In de 17e en 18e eeuw werden katholieken getolereerd en ze hadden in Amsterdam veel schuilkerken. Een samenleving met een grote diversiteit vraagt een sterke tolerantie. Het gaat om verdraagzaamheid. Nog steeds zijn tolerantie en verdraagzaamheid kernwaarden van onze samenleving. Ze staan echter onder druk. De discriminatie van de rooms-katholieken werd vooral gevoed door angst. Daarom kwamen ze niet in aanmerking voor de hoogste functies in het leger, de rechterlijke macht en de ambtenarij. Pas in de tweede helft van de vorige eeuw werden ze geaccepteerd. Zo zijn in de jaren na de Tweede Wereldoorlog en vooral tijdens de koude oorlog communisten erg gewantrouwd en uitgesloten van sommige beroepen. Eeuwenlang konden allerlei mensen zonder veel problemen in Nederland leven. Intolerantie, onverdraagzaamheid en vreemdelingenhaat zijn dus ook buitengewoon on-Nederlands.

Als je echt een goed burger wilt zijn, een goed lid van de samenleving dan vraagt dat een heel groot verantwoordelijkheidsgevoel. Soms ben ik bang, dat het bij mensen begint te ontbreken. Neemt de laat-maar-waaien- mentaliteit toe? Neen, zeg ik. Kijk naar al die mooie nieuwe initiatieven, die opbloeien. Het mooist past in dit blog “De Huiskamer van Odijk”. Het Dorpshuis zocht naar een manier om meer inhoud te geven aan het begrip dorpshuis, een huis voor het hele dorp. Het zou mij niet verwonderen als zou blijken, dat meer dan de helft van de bevolking nooit in het Dorpshuis is geweest. Dat kan in de komende jaren veranderen. De Huiskamer van Odijk is een coöperatie. Onder de paraplu ervan vallen allerlei initiatieven en er komen er steeds bij. Zo is er “De Chauffeur van Odijk”. Mensen zonder eigen vervoer worden heen en weer naar een ziekenhuis gebracht of naar een verjaardag of naar school. Er is een “Boekenkast van Odijk”, waar je gratis romans kunt lenen. Je moet wel lid zijn voor 2 Euro per maand per huishouden. Er is een koffieochtend voor jonge moeders met peuters. Een ambtenaar van de gemeente houdt er spreekuur. Twee keer in de maand is er een groepsmaaltijd om andere mensen te leren kennen. Er is een klusjesdienst voor heel simpele klusjes als een schilderij ophangen voor mensen, die niet meer een trapje op kunnen. Zo wordt er aan gemeenschap gebouwd. Ongeveer één vijfde van de Odijkse huishoudens is lid, maar als je je verantwoordelijk voelt voor je dorp is een lidmaatschap vanzelfsprekend.

Toch zijn er ook tekenen van afnemend verantwoordelijkheidsgevoel. Veel te weinig mensen zijn lid van een politieke partij. Het lidmaatschap van een vakbond is voor te velen niet vanzelfsprekend. Veel mensen worstelen met hun geloof of zijn nooit gelovig geweest. Ik schreef een vorige keer al over het karakter van een geloofsgemeenschap. Voel je je verantwoordelijk voor jouw lokale geloofsgemeenschap? Maar voel je je dan ook verantwoordelijk voor de parochie met meerdere lokale kerken? En voor het bisdom of de wereldkerk? Zo kun je ook naar de politiek kijken. Je hebt te maken met de gemeentepolitiek, met de provincie en met het land. Besef je, dat stemmen een teken is van je verantwoordelijk voelen. Voel je je verantwoordelijk voor de Europese Unie? Ik wel. Kijk maar naar de paragraaf in mijn biografie. Ik kan mij goed voorstellen, dat niet iedereen de goede capaciteiten heeft om een verantwoordelijkheid waar te maken, maar denk eens aan een sportclub. Daar is allerlei werk te doen, van heel eenvoudig tot behoorlijk moeilijk. Je kunt je kinderen het al van jongs af aan leren. Geef ze verantwoordelijkheid en spreek ze er op aan. Maar vooral; toon door je eigen gedrag aan, dat je je verantwoordelijk voelt. Geef het goede voorbeeld, zoals ik mij nog steeds het goede voorbeeld van mijn vader en moeder herinner. Ben je leidinggevende, geef jouw mensen verantwoordelijkheid. Als mensen geen verantwoordelijkheid wordt toevertrouwd, voelen ze zich niet verantwoordelijk. Begin niet over tijdgebrek. Je favoriete Tv-programma laat je ook niet schieten. Het gaat om goede tijdsplanning en ook dat kun je van jongs af aan leren. Succes, mensen.

Jaargang 10, Nr. 456

Maatschappelijke verruwing 2

zaterdag, april 1st, 2017

NOG MEER NORMEN EN WAARDEN

Mijn blog van vorige week heeft wat meer aandacht getrokken. Ik liet zien, dat het begrip normen en waarden veel breder is en veel dieper gaat dan fatsoenlijke omgangsvormen. Waarden zijn opvattingen waaraan ik mijn gedrag en dat van anderen beoordeel. Normen zijn de verboden en geboden, die van die waarden zijn afgeleid. Vorige week besprak ik de waarden solidariteit/naastenliefde en eerbied voor het leven. Nu wil ik aandacht besteden aan mijn ideeën over vrijheid en trouw.

Vrijheid waardeer je pas echt als je onvrijheid heb gekend. Binnenkort is het 72 jaar geleden, dat ons gezin bevrijd werd. Hoe wij, mijn vader en moeder, mijn twee broers en mijn peuter-zusje dat beleefd hebben heb ik al eens beschreven. We beseften, dat we bevrijd waren toen een militair zei: “I am a Canadian.”. Als ik er aan terug denk, krijg ik ook vandaag nog een brok in mijn keel. Sindsdien leven wij in Nederland in vrijheid. Binnen de grenzen van de wet kan ik zeggen en schrijven wat ik wil, zonder in een gevangenis te belanden of terechtgesteld te worden. Er zijn landen in de wereld, waar ik met het schrijven van mijn blogs groot gevaar zou lopen. In Oost-Europa kreeg je vóór 1989 soms dat beklemmende gevoel weer. Na eeuwen van steeds terugkerende oorlogen leven we al heel lang in vrijheid. Dat danken we vooral aan de Europese samenwerking in de Europese Unie. Anti-Europeanen lijken nauwelijks te beseffen welk gevaarlijk spel zij spelen. Zo is de Partij voor de Vrijheid een grote vijand van onze vrijheid. Ik vermoed, dat velen dat nauwelijks beseffen. Een stem op de PVV is vaak een proteststem. Zij, die dat protest veroorzaken bedreigen onze vrijheid misschien nog meer dan de PVV. Ik sympathiseer vaak met de SP, maar hun anti-Europahouding vind ik onverstandig.

In Nederland kennen we ook een enorme persoonlijke vrijheid al zijn er mensen, die dat nog niet genoeg is. Ik vind het waardevol, dat ik in allerlei zaken een persoonlijke beslissing kan nemen en geen dwang meer ervaar van de omgeving of van een kerk of van een werkgever. We gunnen elkaar ook die vrijheid. We zeggen: “Dat moet iedereen maar voor zich zelf uitmaken”. Maar is dat ook zo? Bestaat er geen enkele beperking van de vrijheid? Uiteraard zijn er de grenzen, die de wet stelt. Je maakt ook deel uit van andere verbanden, die hun eigen grenzen stellen. Vroeger legde mijn kerk enorme beperkingen van de vrijheid op en dreigde met de hel, als je je niet aan de wetten van God en de Kerk hield. Toch was altijd het eigen geweten bepalend al beseften veel mensen dat niet. Voor mij is er niet zo heel veel veranderd. Ik zag mij zelf altijd al als een vrije jongen met een persoonlijk oordeel. Ik vind wel, dat velen zich veel te grote vrijheden veroorloven en dat zit hem vooral in de grenzen, die de vrijheid van anderen aan mijn vrijheid stellen. Het lijkt wel lekker, dat je zondags kunt winkelen en onder de dwang van de kerken uit bent, maar je dwingt het winkelpersoneel een stuk vrijheid in te leveren en de kleine middenstander een deel van zijn omzet. Is het misschien zo, dat er een groeiende tendens is om je meer vrijheid te veroorloven, terwijl je anderen opzadelt met de last ervan? Denk aan lawaaierige muziek, ook ’s nachts of aan het stoken van een open haard of houtkachel of het veel te hard rijden met je auto of afval achterlaten in de natuur of langs de openbare weg of illegaal vuurwerk afsteken of je als bedrijf niet houden aan de veiligheidsvoorschriften. Omgaan met vrijheid vergt een groot verantwoordelijkheidsgevoel.

Het sterkst is dat wellicht in een huwelijk. Sommigen veroorloven zich te veel vrijheid ten koste van de partneren hun kinderen. Men ziet in die grotere vrijheid een winst. Het is toch mooi, dat je niet je leven lang vast zit aan dezelfde partner. Is dat zo? Ook als je kinderen hebt? Wat betekende dan eigenlijk die woorden van de huwelijksbelofte? Meende je dat niet echt? Was je gewoon niet eerlijk? Wilde je altijd al niet trouw blijven aan de eerder gegeven huwelijksbelofte? Elke relatie is weer anders. Je kunt er geen generaliserende uitspraken over doen. Het lijkt mij, dat het begrip huwelijkstrouw aan ontwaarding (devaluatie) onderhevig is. Ik hoop, dat de generatie, die als kind de pijn zo sterk gevoeld heeft, gaat streven naar een sterkere huwelijksband.

Is trouw dan zo moeilijk? Trouw aan het vaderland. Het dagblad Trouw is als illegaal blad tijdens de Tweede Wereldoorlog begonnen. Elk jaar herdenken we de doden. Voor hen was trouw aan je land, aan je kameraden van de verzetsgroep, aan een bevolkingsgroep of aan een eenmaal gegeven woord zo belangrijk, dat ze er met je leven voor betaalden. Soms lijkt het dat te veel mensen trouw aan een gegeven woord te gemakkelijk terzijde schuiven. We zijn in een samenleving beland, waar je niet echt meer op elkaar kunt vertrouwen. Kunnen we nog echt op elkaar rekenen? Vertrouwen is een belangrijke basis voor het zaken doen. We ondermijnen ons bestaan, onze economie als het onderling vertrouwen niets meer waard blijkt. Clubtrouw waarborgt het goed functioneren van een vereniging en zorgt zo voor goede resultaten in de competitie. Echte trouw brengt je er toe later zelf leiding te gaan geven aan de jeugdvereniging. Trouw brengt continuïteit in de samenleving. Op trouw kun je bouwen.

Misschien ervaar ik het gebrek aan trouw wel het meest als ik meemaak hoe steeds meer mensen de kerk in de steek laten en ik tegelijk zie hoe sommige kerkleiders die mensen verloren laten lopen. Dan blijven de echte goede katholieken over. Dat zijn de mensen, die zonder enige kritiek willoos kerklid zijn. Voor mij is de kerk een gemeenschap van mensen, die zich laten inspireren door het Verhaal van Jezus van Nazareth. Die mensen zijn er voor elkaar, ze steunen elkaar en anderen en vieren hun verbondenheid met elkaar en met God in hun midden. Van een bisschop verwachten ze vaderlijke zorg, liefde en inspiratie. Ze blijven elkaar trouw. Dat besef van trouw aan de gemeenschap ontbreekt bij te veel mensen. Ook hier verlies van waarden?

Jaargang 10, Nr. 455.

Maatschappelijke verruwing

vrijdag, maart 24th, 2017

NORMEN EN WAARDEN

Ik hoor het en lees het. Er moet meer aandacht komen voor normen en waarden en dat wordt dan uitgelegd als meer aandacht voor beschaafde omgangsvormen. Als iemand zich voorneemt zich beschaafd te gedragen, dan is dat een opvatting aan de hand waarvan jij je eigen gedrag beoordeelt. Dat is de definitie van het begrip ‘waarde’. Een norm is dan het gebod of verbod, dat daarvan is afgeleid. Ik behoor geen schuttingtaal te gebruiken. Ik wil andere mensen niet uitschelden voor alles wat lelijk is. Ik wil mensen niet allerlei narigheid toewensen. Bijvoorbeeld: “Krijg de tering.” Dat in de hoop, dat mensen nog weten wat voor een nare ziekte, dat is en vooral was. Inderdaad zie je een forse verruwing van de omgangsvormen tot in de Tweede Kamer toe en zelfs Mark Rutte laat zich af en toe verleiden tot het taalgebruik van zijn leerlingen.

Het begrip normen en waarden is veel breder en gaat veel dieper. Mijn gedrag – en het gedrag van anderen – omvat veel meer dan mijn omgangsvormen en mijn taalgebruik. Veel mensen delen niet meer de waarden, die tot voor dertig à veertig jaar algemeen aanvaard werden in Nederland. Dat komt niet door ‘al die buitenlanders’. Bij velen van ons zien we het verloren gaan van belangrijke waarden. Dat blijkt uit het gedrag van mensen, uit de meningen, die ze verkondigen en recent ook weer uit de programma’s van politieke partijen en het stemgedrag van hun aanhangers.

De kernwaarde van de vakbeweging en van het socialisme was en is de nationale en internationale solidariteit en van de christenen en de Joden en de moslims de naastenliefde. De vraag, die een christen zich van tijd tot tijd hoort te stellen is dus: “Heb ik mijn naasten lief zoals ik mij zelf lief heb?” En het antwoord op de vervolgvraag is dan, dat zelfs de vijanden mijn naasten zijn. Gelukkig zie je bij veel mensen, die niet bij een godsdienst willen horen een gedrag van grote solidariteit ten opzichte van hun medemensen. Tegelijk zie je, dat de grootste partij een nogal beperkte opvatting van solidariteit / naastenliefde heeft. Minimumloon en bijstand en andere uitkeringen moeten vooral niet te hoog zijn. De bijna vierhonderdduizend kinderen in armoede in Nederland leiden niet tot maatregelen. De hebzucht van de rijksten gaat zo ver, dat ze voor zich zelf lastenverlichting eisen. Dat bedoel ik met verlies van waarden.

Eerbied voor het leven is een waarde, die ter discussie staat. Nederlanders worden steeds minder oorlogszuchtig en we schamen ons voor het gedrag van onze voorouders in de koloniën. We hebben de doodstraf afgeschaft en proberen gedetineerden zo humaan mogelijk te behandelen. Zwaar gehandicapten en lichamelijk en geestelijk zieke ouderen worden met bewonderenswaardige aandacht verzorgd. Toch lijden ook hier de instellingen onder bezuinigingen en worden mensen met een geestelijke beperking losgelaten in de maatschappij. De politie moet zich keer op keer ontfermen over ‘verwarde personen’. Zie je ook hier een verlies van waarden?

Maar eerbied voor het leven geldt ook het leven van plant en dier. Enerzijds zie je daarvoor veel meer aandacht. Denk aan actiegroepen als het Wereld Natuur Fonds en Greenpeace en de Partij voor de Dieren. Anderzijds is er ook een enorme onverschilligheid en iets van een gebrek aan opvoeding bij sommige beleidsmakers. Een stuk Amelisweerd mag rustig sneuvelen, bijvoorbeeld.

Abortus en euthanasie zijn zo individueel, dat daar moeilijk iets over te zeggen valt. Vroeger mocht het niet en het gebeurde toch. Nu mag het onder voorwaarden. Misschien is er toch een verschuiving naar er gemakkelijker voor kiezen. Het lijkt af en toe, dat mensen, die met alle beperkingen van de ouderdom toch nog een redelijk gezond leven leiden eerder dan vroeger zeggen, dat hun leven voltooid is. Vroeger zeiden ze dan, dat het voor hen niet meer hoefde en gingen gewoon door met leven. Kun je weten, dat je leven voltooid is? Ik denk van niet. Zelfs een heel oud en breekbaar mens kan nog van grote betekenis zijn voor een ander. Maar juist die anderen zijn van enorm belang om het leven van oudere mensen zin te geven. Het ware te wensen, dat rondom iedere oudere mens en kring van familie en vrienden staat in de laatste jaren van hun leven. Wanneer bent un het laatst naar oma geweest?

Jaargang 10, Nr. 454.

Een kolossaal succes voor Jesse en zijn team

vrijdag, maart 17th, 2017

COMMENTAAR

Eindelijk is GroenLinks op een niveau gekomen, dat in andere EU-staten voor een groene partij normaal is. Daar leveren de groene partijen ministers in de regeringscoalitie en dat is in Nederland alleen een voorganger van GroenLinks, de PPR overkomen. Dat is heel lang geleden in de tijd dat den Uijl profetisch sprak, dat de tijd van goedkope olie in massale hoeveelheden definitief voorbij was. Tsja, opa vertelt.

Tegelijk heeft de Partij van de Arbeid een kolossale nederlaag geleden, De partij werd door haar kiezers in de steek gelaten. Die vlogen naar alle kanten. Vaak waren dat mensen, die in 2012 strategisch hadden gestemd tijdens de race Rutte – Samson. Zo kwamen veel mensen weer terug naar GroenLinks. De PvdA moet maar bedenken, dat het de volgende keer net als GroenLinks weer enorm kan stijgen en ook D66 stond jaren terug een periode op 3 zetels.

Maar waarom verliest de VVD maar betrekkelijk weinig en de PvdA zo veel? Ik vermoed, dat het wel noodzakelijke maar ook wel erg vérgaande bezuinigingsbeleid de PvdA-achterban veel harder getroffen heeft dan de goed verdienende VVD-ers, die met hun ruime inkomen de narigheid gemakkelijk konden opvangen. Er is een fors deel van de bevolking (10%), die het moeilijk heeft de eindjes elke maand weer aan elkaar te knopen. Ze wonen in achterstandswijken, no-go-area’s voor de jongens en meisjes van de VVD en het CDA. Die geloven gewoon niet, dat er in Nederland armoede bestaat. Als GroenLinks aan een nieuwe regering gaat deelnemen, dan moet er de garantie zijn, dat het armoedeprobleem stevig wordt aangepakt. Dat uitkeringen laag moeten blijven om de mensen naar werk te dwingen is een smoes, net als het vaak gehoorde argument voor lage lonen om concurrerend te blijven.

Is Nederland nu rechtser geworden? De VVD heeft flink verloren. Forum voor Democratie met 2 zetels moet nog laten zien of het hart heeft voor de armen in eigen land. De PVV is in sociaaleconomisch opzicht behoorlijk links en de aanhang zit ook duidelijk in de hoeken waar de klappen vallen. Voor mij is Nederland niet rechtser geworden. Het land is evenmin linkser geworden. De kiezer wil volgens mij een koers door het midden. Niet dat extreme hardvochtige neoliberalisme en evenmin het linkse SP-activisme. Een cruciale rol speelt daarbij het CDA. De uitspraak van Bisschop de Korte is niet erg bekend geworden. Hij stelde, dat een katholiek op elke partij kon stemmen, behalve op die ene partij, die haat predikt. Die handelt duidelijk in strijd met wat Jezus van Nazareth ons heeft voorgedaan. De bisschop zei vervolgens, dat het uitgangspunt van de sociale leer van de Kerk is, dat wij het algemeen belang (het bonum commune) behoren te dienen. Hij vervolgde: In het programma van het CDA vind ik daar weinig van terug. Een nogal pittige uitspraak. Op de schouders van Buma en consorten ligt straks een enorme verantwoordelijkheid. Maakt hij de C in de naam waar? Trekt hij zich iets aan van de oproep van paus Franciscus in zijn encycliek Laudato si? We moeten onze leefstijl ingrijpend veranderen. We moeten Gods Schepping behouden voor ons nageslacht. We moeten de rijkdommen van de aarde eerlijker verdelen. Soberheid moet weer een element van ons leven worden. Aan D66 en CU of GL zal het niet liggen. Het CDA zal de doorslag moeten geven. Blijven wij een land van graaiers of gaan we eerlijk delen?

Jaargang 10, Nr. 453.