Archive for the ‘COLUMN VAN DE WEEK’ Category

De actiegroep “De Grauwe Eeuw”

zaterdag, augustus 18th, 2018

OOG VOOR DE POSITIEVE KANTEN ONTBREEKT

In mijn tienertijd woonde ik in Arnhem en daar zagen we altijd de oud-KNIL-lers van Bronbeek in hun blauwe uniformen met hun borst vol onderscheidingen. Voor ons jochies waren het dappere helden, die in Atjeh gevochten hadden tegen opstandelingen. Dat beeld werd gaandeweg bijgesteld en vooral in de literatuurlessen. We lazen het verhaal van Saidja en Adinda en uiteraard de Max Havelaar. Maar ook in de geschiedenislessen werd duidelijk, dat de methoden van de VOC en met name J.P. Coen nogal vaak moorddadig waren. Dat heette dan pacificatie ofwel “vrede” brengen in een gebied. Het Cultuurstelsel met gedwongen leveringen van handelsproducten kwam voorbij, maar ook de weerstand, die dat gaandeweg opriep. Er waren steeds meer kritische geluiden. Het beeld, dat de Actiegroep “De Grauwe Eeuw” in de Volkskrant van 16 augustus oproept is nogal eenzijdig. Een goed ontwikkelde Nederlander had en heeft een goed beeld van ons handelen in Nederlands Oost-Indië.

Want er waren ook positieve ontwikkelingen. Het was weliswaar ten dienste van de export, maar er werd hard gewerkt aan een goede infrastructuur: havens, wegen, spoorlijnen en vliegvelden. Er kwam onderwijs op alle niveaus, vaak opgericht door missie en zending. De medische zorg ging flink vooruit. Voor de landbouw, met name de rijstbouw op sawa’s werden irrigatieprojecten tot stand gebracht. Vooral de Nederlanders en de Indo-Europeanen profiteerden van dit alles. Er kwam langzaam ook een groep goed ontwikkelde Indonesiërs, waaronder Ir. Soekarno. Zo groeide langzaam een streven naar onafhankelijkheid. En toen kwam tijdens de Tweede Wereldoorlog de Japanse bezetting. Het denken van veel Indonesiërs veranderde ingrijpend. Indonesië wilde de onafhankelijkheid. In Nederland was men nog niet zo ver. Er werd oorlog gevoerd al noemde men het politionele actie.

Tijdens onze lunch in Volendam kwam een groep Aziaten binnen. Het bleken Indonesiërs te zijn. Ze spraken Engels. Ik vroeg of niemand nog Nederlands studeerde als onderdeel van een studie geschiedenis of rechten. Daar hadden ze nooit zo bij stil gestaan. Ze gedroegen zich bepaald niet als mensen in het land van de vroegere kolonisator.

Nogal wat dienstplichtigen, die in Indonesië hebben gevochten hebben in de afgelopen tijd het vroegere actiegebied in Indonesië bezocht. Ze waren verbaasd over de vriendelijke ontvangst terwijl ze verwachtten als gehate Nederlanders te worden gezien. Zo vraag ik mij af hoe mettertijd de geschiedenis zal oordelen over de periode, dat Nederland in Indonesië heerste. Wordt er vooral gedacht aan alle moorddadige conflicten of overheerst het beeld van de ontwikkeling, die Nederland daar gebracht heeft?

Hoe denken wij nu over de Romeinse tijd? Nederland was door de Romeinen bezet gebied, in feite een Romeinse kolonie, al zien we dat nu niet zo. We waren deel van het Romeinse Rijk, althans bezuiden de Rijn. De grens, de Limes liep dwars door Nederland en werd bewaakt door tal van forten. Trots wijzen ze bij de Oude Kerk in Houten naar het beeld in het plaveisel van de vroegere Romeinse villa. Wij in Odijk vinden dat we in een bijzonder gebied wonen en het Romeinse verleden is een van de dingen waar we door geboeid worden. Weliswaar was er één keer een forse opstand, maar de Romeinse tijd wordt positief beoordeeld als een periode, die ontwikkeling bracht. In Nijmegen, toen een belangrijke Romeinse stad eren ze de vroegere heersers met een standbeeld van Keizer Trajanus op het verkeersplein bij de Waalbrug. Nu maar wachten op een standbeeld van een bijzondere Nederlander in een Indonesische stad, maar misschien is dat er al lang. Zo goed ken ik het land niet.

Jaargang 11, Nr. 526.

Louis van Gaal in Zomergasten

zaterdag, augustus 11th, 2018

EEN TERLOOPSE OPMERKING

Afgelopen zondag, 5 augustus 2018 keek ik geboeid naar de uitzending van ‘Zomergasten’. Louis van Gaal was te gast en presentatrice Janine Abbring leek het gemakkelijk te hebben. Ze moest alleen af en toe aangeven, dat het tijd werd voor een volgend thema. Louis wist precies wat hij wilde zeggen. Er was een echte docent aan het woord. Ook een betrekkelijke leek op voetbalgebied als ik begreep welke intensieve ontwikkeling de beroepssport heeft doorgemaakt. Het is wetenschap geworden.

Er was een passage in zijn levensloop, waar ik mij sterker met hem verbonden voelde. Hij vertelde hoe hij al heel jong zijn vader verloor en dat gebeurde ook in ons gezin. Ik was de oudste en 19 jaar, maar mijn jongste broer was pas zeven. Ondanks dat gemis wist Louis carrière te maken, eerst als voetballer en daarna als coach met de Academie voor Lichamelijke Opvoeding als stevige basis.

Louis huwde jong en kreeg twee dochters. Hij sprak vol liefde over zijn vrouw. Het was dan ook een enorme klap, toen zij al jong stierf. Hij beschreef hoe hij samen met zijn twe dochters verder ging. Iedereen had een taak en zo draaide het gezin verder. Toen kwam die terloopse opmerking: “Sindsdien geloof ik niet meer in het bestaan van God”. Hoe kan er een God bestaan, die een zo’n lief mens als mijn vrouw al zo jong laat sterven?´ Louis is zeker niet de enige, die na een rampzalige gebeurtenis in het persoonlijk leven zijn geloof in God verliest. Rabbijn Kushner schreef er een boek over. Waarom zijn het juist goede mensen, die het lot treft, terwijl de smeerlappen vrolijk verder leven? Eigenlijk gaat het in de theologie om een heel fundamentele vraag. Kan God tegen zijn eigen schepping ingaan? Een verwoestende storm stoppen? Een kwaadaardig gezwel zo maar laten verdwijnen? Ik heb er de laatste maanden wel naar verlangd. Het mondiale ecosysteem en de vele deelsystemen hebben het streven naar evenwicht als belangrijk kenmerk. Dus zijn er roofdieren als vossen, die het aantal konijnen beperkt houden, want anders zouden die zich onbeperkt vermenigvuldigen en alles kaal vreten. Maar er zijn ook bacteriën en virussen, die mensen ziek maken en misschien laten sterven. De dood hoort bij het leven. Dat is geen troost voor iemand die een dierbare verliest. De vorige paus Benedictus XVI kwam in zware problemen, toen hij in een toespraak tot Islamieten benadrukte, dat God niet tegen zijn eigen schepping in gaat. Hij citeerde een Middeleeuwse wijsgeer en werd totaal verkeerd begrepen. Maar Islamieten geloven, dat Allah tegen Zijn eigen schepping in kan gaan en bijvoorbeeld kan willen, dat de totale schepping op hetzelfde moment niet meer bestaat. De christelijke theologie wijst dit af. Ik hoop, dat ik het als niet-theoloog goed heb weergegeven.

Twijfel aan het bestaan van God wordt ook gevoed door het kwaad in de wereld: Oorlogen, natuurrampen, dictaturen, epidemieën, misdaadorganisaties of slavernij. Hoe kan een goede God dit allemaal toestaan? Zo’n God kan er gewoon niet zijn. Die door God geschapen wereld is allesbehalve volmaakt. Het is vaak een zootje. God heeft ons geschapen met een vrije wil. We kunnen het goede willen, maar ook allerlei slechte dingen. God heeft de verantwoordelijkheid gelegd bij zijn schepselen. Ik zou het niet fijn vinden als ik niet mijn eigen keuzes zou kunnen maken. Het kwaad in de wereld komt van mensen. Je kunt de schuld niet bij God leggen. Je kunt wel aan God vragen – bidden – om jou te helpen het goede te doen. Die hulp van God noemen we ‘genade’. Het is een kostbare ervaring als je Gods hulp in jouw leven merkt. Dat moet je dan wel geloven. Tsja, en dat is vaak het probleem.

Als we godsdienstles kregen op het Katholiek Gelders Lyceum in Arnhem of de Sint Ludgerus Kweekschool in Hilversum schroomden wij niet deze kwesties aan de orde te stellen. We leerden zo er mee om te gaan. Intussen zijn er generaties opgegroeid, die niet of nauwelijks gedegen godsdienstonderwijs hebben genoten. Dat merken we dagelijks en ook heel even in de uitzending met Louis van Gaal.

Jaargang 11, Nr. 525.

Deze heel erg droge zomer

zaterdag, augustus 4th, 2018

GAAT ONS LEVEN INGRIJPEND VERANDEREN?

Midden jaren negentig waren we op vakantie in Ierland. We hadden een flinke regendag achter de rug, maar ook veel mooie dagen. In een gesprek met de hotelhouder legde ik uit, dat het zou kunnen, dat Ierland door de klimaatverandering een Middellandse Zeeklimaat zou krijgen. Dat leek hem wel wat. Maar, zei ik, “There are winners and losers”; Er zijn winnaars en verliezers. Spanje en Portugal zouden een woestijnklimaat kunnen krijgen. Komt mijn verwachting nu uit? Ja en nee. De Britse eilanden hebben al weken lang lage druk met de bijbehorende neerslag. Maar juist dat lagedrukgebied zorgt voor een voortdurende aanvoer van warme droge lucht naar een groot deel van Europa met de huidige hittegolven als resultaat. Er zijn aanwijzingen, dat dit structureel is. De minder koude Noordpool zorgt voor minder drukverschillen en daardoor een zwakkere westcirculatie. Ons weer in de zomer wordt minder nat en minder koel. Dit jaar is de zomer extreem droog en bijzonder warm. We weten niet of dit jaar in jaar uit het geval zal zijn, maar we moeten er wel rekening mee gaan houden.

Hoe kunnen we in onze natte winters water opsparen voor de droge zomers? Dat vraagt in ieder geval al een geheel andere manier van denken. Traditioneel zijn wij er op gericht al die nattigheid zo snel mogelijk kwijt te raken, Waar berg je het water? In de kastuinbouw zie je bekkens gevuld met regenwater voor droge periodes. In zo’n kas zijn methoden uit droge gebieden als druppelirrigatie toe te passen. Dat zou ook kunnen bij andere vormen van tuinbouw als boomkwekerijen. Wij hebben niet zoals Spanje hoge gebergten, waar je spaarbekkens in de rivieren kunt bouwen. Het enige grote spaarbekken in Nederland is het zoete IJsselmeer. We moeten veel meer water in de grond opslaan. Zo lang mogelijk moeten we een hoge grondwaterstand handhaven, zodat we in droge perioden met grondwater kunnen beregenen. Dat moet bij voorkeur ’s nachts, want overdag verdampt te veel. Beter is zaadvariëteiten te gebruiken, die beter tegen de droogte kunnen. Jonge boeren en studenten op agrarische scholen kunnen maar beter stage gaan lopen in een land als Israël.

Voor onze watervoorziening zijn we in sterke mate afhankelijk van onze rivieren. Nu al zien we, dat de wateraanvoer veel minder is. Dat geeft vooral problemen voor de scheepvaart. Als de droogte in het stroomgebied van de Rijn veel vaker gaat voorkomen, kunnen we dus minder rekenen op het Rijnwater. Een deel daarvan is smeltwater van de wintersneeuw in het voorjaar en van de gletsjers in de zomer. Als straks de eeuwige sneeuw toch gesmolten is, missen we dat water ook. De Rijn wordt als de Maas een regenrivier met een onregelmatige afvoer. Het water gaat via de IJssel naar het IJsselmeer, dat Noord Nederland van voldoende water voorziet en vooral in Noord Holland de verzilting tegen gaat. Het Noordzeekanaalgebied krijgt zoet water via het Amsterdam-Rijnkanaal. Mijn woongebied, het Kromme Rijngebied en verderop ook de Vecht en de Leidse Rijn krijgen water via de inlaatsluizen bij Wijk bij Duurstede. Als de waterstand in de Rijn/Lek te laag is, wordt een enorm gemaal bij de Caspergouw ingeschakeld. Het brengt water uit het Amsterdam-Rijnkanaal via de Caspergouwse wetering naar de Kromme Rijn. Vanuit de Kromme Rijn krijgen alle polders aanvullend water. Een paar mensen hier hebben een slangetje en een stroomkabel naar een pompje bij de Rijn om hun tuinen te besproeien. Het Amsterdam-Rijnkanaal krijgt overigens ook water van de omgeving. Het peil is veel lager dan het land. Erg belangrijk is de wateraanvoer voor de veengebieden. Als die uitdrogen klinkt het veen sterk in. Die klink is irreversibel. Dat wil zeggen, dat het veen niet meer uitzet als het weer nat wordt. Het maaiveld komt steeds lager te liggen. Houten heipalen krijgen dan zuurstof en gaan rotten. Huizen zie je verzakken. We weten het, maar we hebben wel water nodig om die problemen aan te pakken. Het probleem speelt ook bij het Slot in Zeist. Daar moet ook water uit de Kromme Rijn naar toe.

Ik heb het nog niet gehad over water als grondstof of als koelwater of proceswater. Ook de industrie en de energievoorziening vragen veel water. Met het drinkwater zit het wel goed, al zijn Amsterdam en Den Haag mede afhankelijk van de rivieren. Ik krijg water uit de kraan, dat uit de Heuvelrug afkomstig is. Die bronnen zullen niet snel opdrogen. Proost.

Jaargang 11, Nr. 524.

Mijn leven is ingrijpend veranderd

zaterdag, juli 28th, 2018

TOT TRANEN GEROERD

Mijn leven is ingrijpend veranderd. Het was niet niks. Op 25 juni kreeg ik de mededeling, dat in de rechterhelft van mijn tong zich een 14 mm groot gezwel bevond. Dat moest weg. Ik moest geopereerd worden. Elke operatie heeft zo zijn risico’s. Daarover alsmaar piekeren is niet zinvol. Je wordt er alleen maar beroerder van. Ik moest het overgeven aan de artsen en als gelovig mens aan Onze Lieve Heer. Ik heb veel mensen enorm laten schrikken. Maar vervolgens leefden ze heel sterk met me mee. Ze stuurden lieve kaarten en E-mails, ze staken kaarsen op en ze baden voor me, dat het allemaal redelijk goed zou aflopen. Mijn broer vroeg de Zusters van de abdij in Oosterbeek mee te bidden en dat deden ze, een hele abdij. Mijn dochter stak in de Rozenkransbasiliek in Lourdes een kaars op. Zelf heb ik ook heel wat afgebeden. Ik weet, dat als Onze Lieve Heer vindt, dat je genoeg hebt gedaan en je einde is genaderd, dat al dat bidden niet helpt. Gods wil geschiedt. Een van die moeilijke onderwerpen voor theologen.

Voor seculiere lezers is dit maar een raar verhaal. Maar het is MIJN verhaal. Zo heb ik het allemaal beleefd. Het is niet verkeerd eens te zien, hoe anderen met narigheid omgaan. Zo begrijpen we elkaar beter. Net als bij andere columns hoeft niemand het met me eens te zijn. Als je maar nadenkt over het onderwerp. Ik vrees, dat er te weinig wordt nagedacht.

Na die eerste mededeling volgden een reeks onderzoeken. Ik heb met heel wat apparaten kennis gemaakt. Vaak moest ik denken aan mijn klasgenoot van de lagere school en de hbs, Prof. Dr. Jan Beneken, hoogleraar medische technologie in Eindhoven, die er waarschijnlijk direct of indirect aan heeft meegewerkt. Bedankt Jan! Na alle onderzoeken kwam het team tot een conclusie. Een langdurige operatie van negen uur, waarbij de tong ook hersteld zou worden, was niet verantwoord. Ik moest verder met een halve tong, maar ik zou nog kunnen spreken en slikken, maar dat moet ik nu nog leren. Toen volgde nog twee en een halve week wachten op de operatie. Ik kneep hem, dat intussen het gezwel zou groeien of dat er uitzaaiingen zouden plaats vinden. Het was moeilijk te erkennen, dat de artsen het verantwoord vonden. Maar twee en een halve week wachten is erg kort, kreeg ik van mijn zus te horen. Ik zorgde intussen zo goed mogelijk in conditie te blijven. Mijn ervaring van een vorige operatie leerde me, dat je dan ook weer sneller herstelt. Met het alsmaar warmere weer viel dat niet mee.

De operatiedag begon al vroeg. Ik kreeg een stretchbroekje aan en een operatie jasje. Met bed en al ging het op weg. In een enorme zaal werd ik opgevangen door de anesthesisten, die me naar de eigenlijke operatiekamer brachten. Al vlug ging ik onder zeil. Later hoorde ik, dat er twee slechte kiezen waren getrokken, dat er twee lymfeklieren in de hals waren uitgenomen en dat een deel van de rechterhelft van de tong was weggesneden. Die lymfeklieren worden gecontroleerd op uitzaaiingen. De kiezen moesten eruit omdat ze bij eventuele bestraling bijna niet meer te trekken zijn. Het weg gesneden tongdeel zal bij wetenschappelijk onderzoek gebruikt worden.

Ik ontwaakte uit de narcose op de recovery en mocht vrij snel terug naar mijn kamer. Ik had een infuus voor medicijnen, vocht en voeding, een katheter voor de urine en verder alleen het operatiehemd. De dagen erna raakte ik alles weer kwijt en begon met veel moeite te eten. Vla en pap gaat redelijk en daarmee gaan ook pillen naar binnen. Brood zonder korsten gaat, maar heel langzaam. Ik moet het allemaal weer leren. Intussen waren de verpleegkundigen bezig mij zo veel mogelijk alles zelf te laten doen en zo weer snel zelfstandig te worden. Ik dacht, ik wil een pluimpje van de zuster. Het waren echt zeer ervaren vakmensen. Dinsdag, 24 juli ben ik geopereerd. Donderdag, 26 juli was ik weer thuis. Als de operatie ingrijpender was geweest, dan was ik minstens tien dagen zoet geweest.

Tot begin augustus blijft het spannend. Dan horen we de uitslag van het onderzoek van de lymfeklieren. Tot nu toe is het geweldig zoals het nu gaat. Ik lag daar nog op bed en keek naar de fotokaart van het Mariabeeld in de grot in Lourdes. Plotseling stroomden tranen over mijn wangen. Het was allemaal goed gegaan. Wie moet ik nu bedanken? God of de artsen? Allebei was het antwoord tijdens een van de gesprekken. Ik weet niet hoe het nu verder gaat, maar mijn leven wordt heel anders, maar niet minder waardevol, hoop ik.

Jaargang 11, Nr. 523.

Leidt secularisatie tot groeiende welvaart

zaterdag, juli 21st, 2018

WELKE ZIJN DE EIGENLIJKE FACTOREN?

Peter de Waard is een door mij zeer gewaardeerde Volkskrant-redacteur. In zijn Column van vrijdag, 20 juli schenkt hij aandacht aan een onderzoek van de universiteit van Bristol in het Verenigd Koninkrijk en de universiteit van Tennessee in de VS. Zij hebben getracht een eind te maken aan de kip en ei discussie. Leidt welvaart tot secularisatie of leidt secularisatie tot welvaart. Zij ontdekten, dat de secularisatie steeds vooraf ging aan de stijging van de welvaart. Je zou kunnen denken, dat welvarende mensen hun lot grotendeels in eigen hand hebben en de hulp van god in hun leven niet zo hard nodig denken te hebben. In die redenering gebeurt het omgekeerde. Welvaart leidt tot secularisatie. Maar nee, leert het onderzoek, eerst komt de secularisatie en dan pas de welvaart. De onderzoekers wijzen er op, dat juist in arme landen het godsgeloof nog sterk aanwezig is. Had Weber nu ongelijk toen hij meende dat het protestantisme in Noordelijk Europa ondernemersvriendelijker was dan het katholicisme in het Zuiden? Protestanten hechten sterk aan de eigen verantwoordelijkheid en voor ondernemers is dat een positieve eigenschap. Dat dacht Weber.

Zou het kunnen, dat factoren, die leiden tot secularisatie tegelijk welvaartsgroei veroorzaken? Zou de reusachtige ontwikkeling in de wetenschap een bron van welvaart zijn en tegelijk tot twijfel leiden aan een God, zoals die ons in de Bijbel wordt voorgehouden. Bekende atheïsten roepen regelmatig, dat het bestaan van God niet bewezen kan worden. Het niet bestaan overigens evenmin. We kunnen ons geen exact beeld van God voor de geest halen. God blijft voor ons een raadsel. Voordat de secularisatie hier echt begon overheerste een beeld van een gestrenge God, die de zondige mens straft. Zondaars gaan naar de hel. Dat beeld is nauwelijks nog aanwezig. God is liefde en zorgt voor ons. Veel geseculariseerde mensen hebben die verandering in het denken over God niet of nauwelijks meegekregen. Ze zetten zich nog steeds af tegen oude godsbeelden en tegen een traditionele kerk. Christenen trachten Jezus van Nazareth na te volgen. Dan valt de nadruk op zorg voor de ander, op solidariteit. Hebzucht wordt niet als positief ervaren, maar hebzucht is wel een belangrijke reden om steeds meer te willen. Zou egoïsme door secularisatie versterkt worden en zo het verlangen naar rijkdom stimuleren?

De Waard wijst op een grotere deelname van vrouwen aan het arbeidsproces en uiteraard geeft dat meer welvaart. Maar in sommige godsdienstige kringen wil men de vrouw vooral voor de kinderen laten zorgen. De man zorgt dan voor het gezinsinkomen. Vijftig jaar geleden was dat heel normaal.

De Waard noemt niet de vele godsdienstige feesten in landen waar religie nog belangrijk is. Als Eerste en Tweede Kerstdag in het weekend vallen zijn er in dat jaar meer werkdagen en stijgt het BNP. Schaf Tweede Kerstdag, Pasen en Pinksteren af en het BNP gaat omhoog. Maar leidt dit tot de grote verschillen tussen Noord en Zuid in Europa?

Griekenland hoort bij de armere landen in Europa, maar de Grieken werken keihard en maken meer uren dan wij Nederlanders. Het gaat veel meer om een hogere productiviteit per werknemer en om een goede organisatie van het werk. Dat hangt weer samen met scholing en een hoog niveau van wetenschap. Maar het hangt ook samen met marktligging en met aanwezige grondstoffen en energiebronnen en met een gemakkelijk transport over zee of rivier.

Mijn conclusie is, dat secularisatie door verlies van waarden als solidariteit of soberheid of nederigheid weliswaar het alsmaar meer willen kan stimuleren, maar dat er veel meer factoren zijn, die welvaart mogelijk maken. Weliswaar leidt de grotere deelname aan het arbeidsproces van vrouwen tot een hoger BNP, maar niet tot een hoger gemiddeld persoonlijk inkomen. Dat geeft maar al te vaak problemen na een scheiding. Vrouwen hebben dan vaak moeilijk om de eindjes aan elkaar te knopen. Dat is een van de zeer negatieve gevolgen van de secularisatie.

Jaargang 11, Nr.522.

P.S. Mijn operatie zal op dinsdag, 24 juli plaats vinden. John

Transparantie in het Europees Parlement

zaterdag, juli 14th, 2018

HEBZUCHTIGE EUROPARLEMENTARIËRS

Het is in de ogen van veel linkse leden van het Europarlement al een jarenlange ergernis. Naast hun gewone salaris krijgen leden van het Europees Parlement een vast bedrag als onkostenvergoeding op hun persoonlijke rekening. Het totale bedrag aan deze onkostenvergoedingen bedraagt veertig miljoen. Vooral linkse parlementariërs hielden hun onkosten zorgvuldig bij, bewaarden hun bonnetjes en stortten het bedrag dat ze overhielden terug op de rekening van het parlement. Het overgrote deel van de leden van het Europees Parlement stopte dat overschot gewoon in eigen zak als een aanvulling op hun toch al ruime beloning.

Je mag verwachten, dat parlementsleden al hun tijd besteden aan hun werk als Europarlementariër. Maar nee er zijn er, die er een uitermate goed betaalde bijbaan bij hebben. Soms van meer dan een ton. Bedrijven geven hen niet zo maar een bijbaan. Er is een duidelijk risico van belangenverstrengeling. Nog erger is, dat sommige Europarlementariërs officieel ook betaald lobbyist zijn. Nu krioelt het in Brussel van de lobbyisten. Ze behartigen vaak bedrijfsbelangen. Ze leveren kant en klare wetsontwerpen. Niet zelden trachten ze maatregelen tegen schadelijke stoffen te voorkomen omdat hun bedrijf daar nadeel van zal ondervinden. Er zijn ook lobbyisten, die de belangen van ideële organisaties bepleiten zoals milieustichtingen of ontwikkelingsorganisaties. Ik ken iemand, die dat deed voor Natuur en Milieu en een ander, die werkte voor Cordaid Memisa. Ze geven vaak heel nuttige adviezen. Maar steeds behoren parlementsleden tegenover lobbyisten hun onafhankelijkheid te bewaren. Ze behoren van niemand geld te ontvangen.

Het gebrek aan transparantie ten aanzien van de inkomsten van parlementsleden zit EP-lid Bas Eickhout zo hoog, dat hij een petitie is begonnen om de inkomsten-transparantie voor leden van het Europarlement te vergroten. Een meerderheid van het Europarlement wil er tot nu toe niet aan meewerken, dat meer openheid verplicht wordt. U kunt aan die petitie meedoen door op de volgende link te klikken. Zeker in het Europees Parlement m ag er best wat meer ethiek een rol spelen.

https://actionnetwork.org/petitions/uitgaven-europarlementariers?source=direct_link&

Sucees!

Jaargang 11, Nr. 521.

Niet van deze tijd

zaterdag, juli 7th, 2018

IN DE PRIMERA

Ik had wat dure telefoonbatterijtjes nodig en bij het afrekenen viel mijn oog op twee pakjes stickers. Ik collecteer nogal eens en steeds vaker stuit ik op dergelijke stickers. Het ene soort is nog redelijk acceptabel. Collectanten zijn van harte welkom, staat op de ene helft en op de andere helpt worden colporteurs voor van alles ongewenst verklaard. Als je een goede energieleverancier hebt, zit je er niet op te wachten, dat iemand je wil laten wisselen. Als je al een verjaardagskalender hebt hoef je niet zo nodig een andere. De andere sticker irriteert mij mateloos. Op de ene helft worden collectanten afgewezen en op de andere helft mensen, die je iets willen verkopen. Collectanten voor goede doelen, die ook officieel worden aangekondigd, doen het geheel vrijwillig en hebben er geen baat bij. Vaak is het in de vroege avond koud. Je doet het niet voor je plezier. Het is dan heel fijn als mensen je hartelijk bejegenen en af en toe zelfs papiergeld in de bus doen. Soms doen mensen gewoon niet open. Je ziet dat ze thuis zijn. Ik vind dat buitengewoon ongemanierd. Zij ergeren zich alleen maar aan alweer een collecte. Ze weten niet meer, dat je van geven een blij gevoel kunt krijgen.

Ik liet daar in die winkel mijn ongenoegen luidkeels blijken. Mensen mogen dat toch zelf weten, zei iemand. Ik antwoordde, dat als mensen alleen maar doen waar ze zelf zin in hebben de samenleving kapot gaat. Als er geen gemeenschapszin meer is, dan krijgen verenigingen geen vrijwilligers en is er voor onze kinderen geen sportclub meer of een scoutinggroep of een muziekvereniging. Als die niet draaien op vrijwilligers wordt de contributie voor velen te hoog. Dan wordt sport en cultuur iets voor alleen de kinderen van welgestelde ouders. De huidige regering zal dat een zorg wezen. Maar ze klagen wel over gebrek aan leden van politieke partijen. Ook zo’n teken van gebrek aan maatschappelijke verantwoordelijkheidszin.

Als zulke mensen al kinderen hebben, stralen ze hun gemakzucht en onverschilligheid naar hun kinderen uit. Die gaan ook doen waar ze zin in hebben. Vinden ze een medeleerling pesten leuk, dan gaan ze pesten. Ik mag toch zelf weten wat ik doe, wauwelen ze hun pappie en mammie na. Onze samenleving wordt er voor kinderen en jongeren niet leuker op. Hun zorgen over milieu, vluchtelingen, slecht onderwijs krijgen geen aandacht. Tot het uit de hand loopt, zoals in Maastricht. Intussen weten we, dat er veel meer scholen zijn met een lerarentekort, waar lessen uitvallen en sommige verplichte vakken gewoon niet gegeven worden. Het gesjoemel met schoolexamens komt veel meer voor. Ook in mijn tijd, waren er collega’s, die in het eindexamenjaar alleen maar de stof van het centraal schriftelijk eindexamen behandelden en de rest van de eindexamenstof lieten schieten. Maar die rest hoorde wel in het schoolexamen getoetst te worden.

Veel jongeren leven in een geestelijke woestijn. Ze smachten naar een luisterend oor. Ze worden in toenemende aantallen depressief. Iemand vertelde me, dat ze merkt, dat jongeren steeds meer behoefte hebben aan een goed gesprek. Haar huis is een gastvrij inloophuis geworden. Waar moeten ze anders heen? De weg naar een kerk is hen nooit gewezen. Hun ouders –als ze nog bij elkaar zijn – hebben het te druk. Tsja, antwoordde ik, je moet eerst de woestijn ervaren hebben om water te waarderen. Ik zie tekenen van een ommekeer. Maar als je heel “ouderwets” en “niet meer van deze tijd” aandacht voor je naasten weer tot uitgangspunt neemt, dan moet je wel tegen de stroom van zelfzucht op roeien. Dat valt nooit mee. Wat ben ik blij, dat er in die woestijn toch nog veel oases te vinden zijn. Ik hoop op regen en dat de steppe weer mag bloeien. Hoe velen van u kennen dat lied?

Jaargang 11, Nr. 520.

De klimaatwet

zaterdag, juni 30th, 2018

Niet voor niets gewerkt

Aardrijkskunde is bij uitstek het schoolvak om aandacht te besteden aan de milieuproblematiek. Het kan uitleg geven over fysische verschijnselen als klimaatverandering, verontreiniging van de lucht, het water en de bodem, aantasting van de biodiversiteit en het evenwicht in een ecosysteem en veranderende weersverschijnselen zoals zwaardere regen- en onweersbuien. Maar mijn vak kan ook naar de oorzaken zoeken in het politiek, het economisch en het sociaal systeem. Er zijn meer vakken, die dat kunnen, maar de aardrijkskunde kijkt ook naar de spreiding van verschijnselen en verklaart die aan de hand van het zoeken naar de bronnen en de overheersende windrichting of de stromingen in het water.

Leerlingen waren geboeid door het onderwerp en sommigen vroegen zich af, waarom er zo weinig gedaan werd om de problemen aan te pakken. Een enkeleing was er wanhopig onder. De jongste oud-leerlingen zijn nu ongeveer 36 jaar. Er is een generatie opgegroeid met verstand van zaken. De tijd van het spotten over geitenwollen sokken en breiende congresgangers is voorbij. Duurzaamheid en milieu zijn serieuze zaken geworden. Dat geldt voor Nederland, waar deze week tussen zeven politieke partijen overeenstemming is bereikt over de klimaatwet en het geldt op wereldniveau, waar het Verdrag van Parijs tot stand kwam en waar Paus Franciscus zijn milieu encycliek “Laudate si” publiceerde. Wat mij bijzonder trof was zijn uitleg van de oorzaken van de vernietiging van ons huis, de planeet aarde. Franciscus ziet een samenhang tussen de milieuproblematiek en de armoede in de wereld. Een kleine machtige groep rijken bepaalt, dat er door de bedrijven maximale winsten behaald moeten worden. Dus houd de lonen laag en geef geen geld uit voor een schoon milieu. De armen in de wereld en het aangetaste leefmilieu van de mensheid zijn beiden het slachtoffer van de hebzucht van de rijken. Daarom trapten VVD en CDA steeds op de rem.

Er was deze week meer geografisch nieuws. Im 1964 begon ik na ruim tien jaar basisonderwijs in het voortgezet onderwijs. In 1966 verscheen de Tweede Nota op de Ruimtelijke Ordening. Men verwachtte 20 mijoen inwoners in het jaar 2000. Prognoses komen nooit uit. Een deel van de oplossing was meer mensen in het Noorden van het land laten wonen. Ook daarvan is niets terecht gekomen. Veel met subsidie gelokte bedrijven zijn al lang weer foetsie. We zien juist een steeds sterkere trek naar de Randstad. Daar raakt het aardig vol, helaas. Maar onze economie groeit.

Vijftig jaar geleden speelde migratie zich nog vooral af op nationaal niveau. Alleen de emigratie van vooral boeren naar Canada, Australië en Nieuw-Zeeland ging over grenzen. Nu heb je binnen de Europese Unie het vrij verkeer van werknemers en zie je de trek van Polen, Roemenen en Bulgaren naar ons land, waar de bevolking anders zou krimpen. Zij dragen bij aan onze welvaart. Die Europese welvaart is een sterke “Pull-factor”, die de trek van Afrikanen richting Europa veroorzaakt. Deze week moest ook de politieke crisis in Europa bezworen worden. Als er in Europa crisis is, gaat de ontwikkeling van de Europese Unie verder. Het kwam allemaal aan de orde in onze lessen aardrijkskunde. Op de Havo en Vwo zeker, ook wel op de Mavo, maar minder in het LBO, het Lager Beroeps Onderwijs. Daar zit een enorm dilemma. Als je leerlingen met gouden handjes een beroep leert, zijn ze met hun vakkennis en vaardigheden zeer weerbaar in hun werkzaam leven, maar wat moet je ze dan meegeven aan algemene ontwikkeling? Al dat theoretisch gedoe boeit hen niet zo. Krant lezen of een actualiteitenrubriek kijken is er niet zo bij. Kritiekloos dwalen ze rond op het Internet. Daarom is het initiatief van Jesse Klaver om mensen op te zoeken in bedrijfskantines zo goed. Hij laat de mensen zien wat er in de wereld werkelijk aan de hand is en hij laat de oplossingen van GroenLinks zien.

De komende weken staat mij een operatie te wachten. U zult mij enkele keren missen. Het is niet anders.

Jaargang 11, Nr. 519.

Eindelijk een nieuw college in Bunnik

zaterdag, juni 23rd, 2018

PERSPECTIEF 21 EN LIBERALEN EEN DERDE PERIODE SAMEN

De meest logische oplossing, de twee winnaars vormen een coalitie liep op niets uit. Een vorige column was gewijd aan de poging van CDA en Liberalen om een coalitie te vormen. Opnieuw een mislukking. Het CDA lijkt een merkwaardige opvatting te hebben over het besturen van een gemeente. Fracties en hun wethouder moeten flink afstand houden. B. & W. komen met voorstellen en de Raad keurt ze al dan niet goed. Dat het veel doelmatiger is tevoren te overleggen en samen een koers uit te zetten; dat ontgaat het CDA. Het CDA vindt zijn aanhang vooral in Werkhoven en onder boeren. Vooral de protestanten in Werkhoven zijn zeer conservatief. Dan kun je opvattingen verwachten als het gezag van de overheid is door God gegeven. Dat in een gemeente de Raad het hoogste gezag heeft ontgaat sommigen dan wellicht. B. & W. zijn de uitvoerders van de besluiten, die door de Raad genomen zijn. Aan die deling der machten wordt wel geknaagd. Over sommige zaken kan B. & W. tegenwoordig beslissen zonder de Raad te raadplegen. Daarnaast is het CDA vooral de partij van de boeren en aanverwante ondernemingen. Die zien met een benauwd hart de stad oprukken. Dat maakt hun toekomst minder zeker. Als het dan niet anders kan, willen ze wel een goede prijs vangen voor hun grond. De gemeente moet ook rekening houden met de belangen van de bouwondernemingen en van de toekomstige bewoners. De bouwers willen verdienen, de bewoners willen niet te hoge huur- en koopprijzen. Als de grondprijzen te veel stijgen komt het streven naar 30% sociale huur in gevaar. In het verleden hebben we dat goed gemerkt. In onze gemeente zijn veel te weinig goedkope sociale huurwoningen. Van Perspectief 21 kan worden verwacht, dar er voor toekomstige bewoners dragelijke woonlasten zullen zijn.

Het coalitieakkoord geeft aanleiding tot nog andere opmerkingen. In de paragraaf Energietransitie en duurzaamheid wordt niets gezegd over de rol van verhuurders van sociale huurwoningen bij het verduurzamen van hun woningbezit en hun rol bij de energietransitie. De laagste inkomens mogen niet met een onaanvaardbaar hoge lastenverzwaring worden geconfronteerd.

Respect voor de rode contouren zou evenzeer een uitgangspunt van de nieuwe/oude coalitie moeten zijn. Denk aan het gebied bij Huize Cammingha en het zogenaamde paardenweitje bij de Zeisterbrug in Odijk. De plannen bij Station Bunnik komen wat vreemd over. Er is te weinig parkeerruimte, dus een forse parkeergarage zou hier wel passen. Of er dan ook nog veel ruimte is voor kantoren betwijfel ik, tenzij met daarvoor de A12 zou willen oversteken. Dat zou een ernstige aantasting van het landschap betekenen. Het Nationaal Landschap van de Nieuwe Hollandse Waterlinie reikt tot hier. Er wordt al veel te veel gebouwd langs de snelwegen. Zo ontstaat het beeld, dat Nederland vol is. We moeten er niet aan beginnen. Station Driebergen-Zeist is nu al een duidelijk regionaal OV-knooppunt. Zo’n rol is voor station Bunnik niet weggelegd. De functie is vooral lokaal. Ik moet er niet aan denken, dat er een vorm van Openbaar Vervoer komt tussen Houten via Bunnik naar de Uithof. Voor de fiets is het allemaal prima.

Het is mooi, dat er gezegd wordt, dat er allerlei soorten huizen komen, zodat iedereen, die dat wil in de gemeente kan blijven wonen. Dan wordt voorbij gegaan aan het enorme tekort aan sociale huuwoningen en de daarbij passende jarenlange wachttijden. Dat treft in het bijzonder mensen, die onverwacht een beroep willen doen op een sociale huurwoning. Het treft vooral vrouwen, die onverwacht door een scheiding hun partner verliezen. Als ze geen volledige baan hebben en dus een laag inkomen en niet ingeschreven staan voor een sociale huurwoning, komen ze niet in aanmerking en moeten maar zien hoe ze ergens onderdak komen. Vroeger was er voor zulke gevallen een prioriteitsregeling.

Tenslotte iets over het overleg met de burgers. Ikl verneem herhaaldelijk, dat er beloften gedaan worden, dat de aanwezigen een verslag of een nadere reactie zullen ontvangen na een bijeenkomst. Ze horen nooit meer iets. Ik heb ze aangeraden zelf een verslag te maken. Het zou de medewerkers van de gemeente passen de aanwezigen op die mogelijkheid te wijzen. Het hangt ook samen met de werkdruk van ambtenaren. Ik mis in het akkoord enige opmerking over een betere bezetting van het gemeentelijk apparaat.

Jaargang 11, Nr. 518.

Vakantie op Schouwen Duiveland

zondag, juni 17th, 2018

ER VERANDERT HEEL WAT IN 52 JAAR

We hadden net twee peutertjes van drie en bijna twee jaar, toen we in 1966 voor het eerst op Schouwen Duiveland waren. We hadden een vrij nieuwe bungalow gehuurd aan de Strandweg in Nieuw Haamstede. Met de bolderkar trokken we elke dag naar het toen nog heel brede strand. Ergens dichtbij in dat wijkje bij de vuurtoren was een kleine winkel, war we ons eten en drinken konden kopen. De auto hadden we gehuurd, want we wilden eerst ons huis kopen, waar we nog steeds in wonen, al hebben we wel ingrijpend aangebouwd en verbouwd. We hadden er een geweldige vakantie. De reis er naartoe ging nog via het Hellegatsplein en de Grevelingendam. Nu over de Haringvlietdam en de Brouwersdam.

Daarna waren we nog vaak op Schouwen Duiveland voor kortere of langere vakanties en daarnaast voor de jaarlijkse dagexcursie met de derde klassen. Een keer waren we er tegelijk met de koningin, die daar op werkbezoek was. Een pracht ervaring was ook het bezoek aan de Neeltje Jans. Ik geloof, dat we er toen nog met een Baileybrug naar toe moesten. Iemand zei tegen me: Mag ik u wat vragen. Ik volg een cursus portrettekenen bij Teleac.” Ik zei: “Meneer, u hebt het goed gezien. Ik sta in het hoofdstuk karikaturen”. Hij had me heel vaak getekend.

Maar wat verandert er veel in een mensenleven. In 1966 waren de bomen in het lagere deel allemaal nog jong van na de Deltaramp. Dat valt nu niet meer op. De grote dammen aan de zeekant waren nog niet klaar. Het toerisme was nog betrekkelijk beperkt. Buitenlanders en dan vooral de Duitsers vielen nog helemaal niet op. Nu was het al in het voorseizoen erg druk en ook met buitenlanders. Onze Oostenrijkse buren gebruikten hun huisje op het bungalowpark als uitvalsbasis voor bezoeken aan Middelburg, Den Haag, Delft, Rotterdam, Antwerpen en Brussel. Ze waren diep onder de indruk van hun bezoek aan het Watersnoodmuseum bij Ouwerkerk. Duinen strand interesseerden hen niet zo. Wat mij ook opviel was, dat de kwaliteit van de accommodaties en de toeristische infrastructuur enorm verbeterd is. Betaald parkeren, fietspaden, wandelroutes, ruiterpaden, BMX paadjes, strandtoegangen, restaurants: het zag er allemaal prima uit. Het mooist zie je dat bij Renesse. De jongeren van nu gaan naar Spaanse badplaatsen als Lloret del Mar. Vroeger gingen ze naar Renesse. De jongeren van toen zijn nu ouder geworden, verdienen goed en toch trekken ze graag naar Renesse. Bij de strandovergang zagen we een gloednieuw en zeer luxe hotel.

Op 20 juni 2010 schreef ik over ons bezoek aan het Watersnoodmuseum bij Ouwerkerk. Het is in het binnenste van vier reusachtige caissons gevestigd, die gebruikt werden bij het dichten van het stroomgat. Acht jaar geleden was ik al erg onder de indruk. Nu kende ik het nauwelijks meer terug. Het geeft nog veel beter een beeld van de ramp en schenkt ook aandacht aan de toekomst. Wat me opviel waren oude filmbeelden van het bioscoopjournaal, een uitstekend computermodel van de ramp, gemaakt door het KNMI, waarop je de dichtbij elkaar liggende isobaren ziet. Die wijzen op een hoge windsnelheid. Het wisselend waterpeil wordt in kleur aangegeven. Dan is er een afdeling over alle huizen, die met name door Zweden en Noorwegen zijn geschonken. We zagen ze in Ouwerkerk nog steeds. Bijzonder is een rondom-projectie van het water dat komt. Een indringende waarschuwing voor de stijgende zeespiegel.

We maakten ook een boottocht over de Oosterschelde met het Motorschip De Onrust. Het schip is eigendom van twee robuuste vrouwen, die aan boord hard meewerken om bijvoorbeeld iedereen van uitstekende koffie te voorzien. De toelichting over wat er allemaal onderweg te zien is beviel me. Goed gedoseerd en steeds op de goede momenten. We zagen zeehonden, een lepelaar. aalscholvers en bruinvissen. Het bezoek aan het overstromingsgebied bij de Schelphoek maakte de mensen stil. Wat een enorme opening in de dijk. Twee keer per dag stroomde daar het water binnen en bij eb weer terug naar zee. En wat een oppervlakte aan water, waar eerst land was. En toch wordt er voedsel geproduceerd. Er is een zeewier “boerderij” gevestigd. Het grappige was, dat we twee dagen later bij ons afscheidsdiner iets groens bij de zalmcarpaccio kregen. Tsja, dat was dus zeewier. Alle soorten zeewier zijn eetbaar. En het smaakt heerlijk.

Tot slot. We hadden onze fietsen thuis gelaten. We hebben veel gewandeld. Nu ontdekten we vlak bij ons verblijf prachtige stukjes natuur. Duinen en duinmeertjes, moerasjes, bijzondere planten. Ik ruik nog de geur van de duinroosjes.

Jaargang 11, Nr. 517.