Archive for the ‘COLUMN VAN DE WEEK’ Category

Zuid-Limburg heeft ons veel te bieden

zaterdag, oktober 20th, 2018

GENIETEN BIJ DE GEUL

Het jaarlijkse familieweekend bracht ons dit keer naar Mechelen in Zuid-Limburg. We troffen het met het weer en we waren daar niet de enigen. Zelden ben ik hier zo veel mede-wandelaars tegen gekomen. Gelukkig kon ik – nog herstellend van een serie bestralingen nog redelijk meekomen met allle activiteiten zoals boerengolf en met een stoeltjeslift van de Wilhelminatoren naar de kern van Valkenburg. Het jongere spul ging trouwens met een forse snelheid langs vele bochten rodelend naar beneden

Maar voor mij was het bezoek aan de Heijmansgroeve langs de Geul onder Epen een hoogtepunt. Deze steengroeve is genoemd naar de natuurvorser Eli Heijmans, die dit unieke plekje ontdekte en er bekendheid aan gaf. Voor de hele familie – we waren met zestien mensen – kon ik uitleggen, waarom dit een geologisch monument is, een uniek stukje Nederland. Dat ging zo:

“We gaan 325 miljoen jaar terug. Wat nu Nederland is ligt in de buurt van de evenaar en heeft een warm en vochtig klimaat. Dit gebied is dan zee, die wordt opgevuld met zand, klei en grint. Zo wordt de zee steeds ondieper en er ontstaat een moerasbos met heel andere planten dan we nu kennen: reuzevaren en reuzepaardenstaarten, zegelbomen en schubbomen. Zo vormen zich meters dikke lagen veen en dan begint het inkolingsproces. Het veen verandert in steenkool. Waarom vinden we hier dan geen steenkool? Het gebied werd door krachten van binnenuit de aarde opgeheven. Het land kreeg te maken met verwering. Het gesteente vergruisde en werd door water en wind afgevoerd. Zo verdwenen hier de steenkoollagen. Wat verder naar het Noorden, was de steenkool langs breuken in de diepte weggezakt. Daar is de steenkool bewaard gebleven. Daar waren onze steenkoolmijnen.

Hoe kan het nu, dat dit oude gesteente uit het Namurien, onderdeel van het Carboontijdperk hier aan de oppervlakte ligt. Want eigenlijk ligt dat gesteente hier dieper en komt pas verder naar het Zuiden aan de oppervlakte. De Geul heeft hier een diep dal uitgeschuurd tot in dat oude Carbonische gesteente. Dat zie je hier in de Heijmansgroeve.

In zulke oude gesteenten komen vaak ertsen voor. Verder naar het Zuiden bij Moresnet werd lood- en zinkerts gevonden. Daar waren ook fabrieken. Afval werd door het water via de Geul meegenomen en langs de Geul bevat de grond wat zink en daardoor groeide hier het zinkviooltje. “Natuurliefhebbers” hebben er weinig van overgelaten.

Onder mijn luisteraars was een stel, dat bezig was met een geologisch wandeling. Dus liefhebbers van het verre verleden lang voordat de mensheid ontstond, kunnen hier hun hart ophalen.

Jaargang 11, Nr. 535.

De discussie over zomer- en wintertijd

donderdag, oktober 11th, 2018

TERUG NAAR DE AMSTERDAMTIJD?

Tot de Tweede Wereldoorlog kenden we in Nederland een eigen klokkentijd, de Amsterdamtijd. In Nederland was het 20 minuten later dan in Groot-Brittannië met de GMT. De Greenwich Mean Time of de West Europese Tijd. Met de Duitse bezetting kregen we de Midden Europese Tijd. Die hebben we sindsdien gehouden. Het is nu de wintertijd. In de zomer hebben we als zomertijd de Oost Europese Tijd.

Hoe werkt het met al die tijdzones? De aarde draait in 24 uur één keer om zijn as. In 24 uur draait de aarde 360o, dus in één uur 360o : 24 = 15o. Bij de indeling in tijdzones gaan we uit van de 0o – meridiaan, die over de sterrenwacht van het Londense stadsdeel Greenwich loopt. Als daar de zon gemiddeld in het Zuiden staat is het 12.00 uur GMT. De West Europese Tijdzone ligt tussen 7½oO.L. en 7½o WL, Nederland ligt dus eigenlijk in de West Europese Tijdzone. Als de zon op 15o OL in het Zuiden staat is het in de Midden Europese Tijdzone 12.00 uur. Greenwich moet dan nog 15o draaien voordat daar de zon in het Zuiden staat. Daar is het dus pas 11.00 uur GMT.

Hoe laat staat bij ons op 5o OL de zon in het Zuiden? We hebben in de zomer de Oost Europese Tijd. Daar is het 12.00 uur op de klok als de zon op 30o OL in het Zuiden staat. Dat is dus 25o verschil of 25 x 4 minuten= 100 minuten= 1 uur + 40 minuten tijdsverschil. Pas om 13.40 uur staat bij ons de zon gemiddeld in het Zuiden. Het midden van de dag is flink verschoven, maar ook de zonsopgang is later. Het wordt later licht en het blijft ’s avonds langer licht. De zon gaat in de zomertijd later onder. We hoeven niet zo vroeg de lampen aan te steken en we zouden op die manier elektriciteit besparen. De dagen duren in de winter veel korter. Het zou ‘s morgens veel langer donker blijven als we nog steeds de zomertijd zouden hebben. In mijn beroep zou ik de eerste twee lesuren grotendeels bij een donkere buitenwereld moeten geven. Lijkt me niet leuk. Kinderen moeten in het donker naar school en dat lijkt me niet erg veilig.

In Duitsland en de andere Midden-Europese EU-lidstaten is het eerder licht dan bij ons. Die vinden het niet erg het hele jaar door de Oost Europese Tijd (OET) te hanteren. In de West-Europese EU-lidstaten, België, Frankrijk, Spanje blijft het in de ochtend nog langer donker bij de OET en zelfs bij de MET. Als we van de tijdwisseling af willen, dan moeten we maar het hele jaar de Midden Europese Tijd hanteren in de gehele EU. Ruwweg ligt de EU tussen 9o WL bij Portugal (met GMT) en 30o OL bij Finland en Roemenië. De EU strekt zich uit over drie tijdzones en de Midden Europese Tijd zit daarbij in het midden. Nu hebben Portugal, Ierland en het Verenigd Koninkrijk West Europese Tijd en Finland, Estland, Letland, Litouwen, Roemenië, Bulgarije, Griekenland en Cyprus Oost-Europese Tijd. Ik hoor nooit, dat het problemen oplevert. Op reis moet je je horloge steeds een uur verzetten. In het handelsverkeer gaat het allemaal uitstekend. Vervoerders en handelsfirma’s weten ervan en houden er rekening mee. Maar als Duitsland een andere tijd zou gaan hanteren, zou dat toch wel lastig zijn.

Jaargang 11, Nr. 534.

 

Problemen in het onderwijs en de zorg en bij de politie

zaterdag, oktober 6th, 2018

DE DEMOGRAFISHE FACTORT

Te lage beloning en te hoge werkdruk zijn de klachten in het onderwijs, de zorg en bij de politie. De afgelopen jaren hoorden we regelmatig over leerkrachten, die geen baan konden vinden en bezuinigingen bij de politie en in de zorg. Mensen werden ontslagen en de bonden stonden zwak bij hun salariseisen. Dat had natuurlijk invloed op de belangstelling om in het onderwijs en de zorg en bij de politie te gaan werken. Heel kortzichtig van de politiek, want je kon weten, dat na een aantal jaren veel ouderen zouden vertrekken en er tekorten zouden ontstaan. Wel de tekorten zijn er nu. De werkdruk neemt toe; nog extra door de vele vaak overbodige administratie. Zelfsturende teams vormen een deel van de oplossing. De personeelstekorten zijn structureel. Bij een te laag aanbod horen hogere prijzen. Aanzienlijke salarisverhogingen zijn nodig, want anders gaat niemand meer in deze sectoren werken. Je kunt de hoge huren niet betalen. Ook al wil je in de Randstad werken, wonen kun je er niet. Sociale huurwoningen zijn er veel te weinig en vaak worden ze ook nog verkocht. Bouwen voor de sociale sector is te duur voor te veel woningbouwcorporaties en te rechtse gemeentebesturen geven er al jaren veel te weinig prioriteit aan. Tsja, wie zijn billen verbrandt, moet op de blaren zitten.

In alle discussies over dit thema wordt één factor vaak over het hoofd gezien. De generatie, die tussen 1946 en 1952 geboren is, is nu met pensioen. In 1946 werden twee keer zo veel kinderen geboren als in de jaren ervoor, en ook daarna bleef het geboortecijfer nog lang erg hoog. We hebben al veel ouderen, maar de komende jaren neemt het percentage alleen maar toe. We zien een sterke vergrijzing en dus een toenemende vraag naar zorg. Tussen 1970 – en 1975 trad een scherpe daling van de geboortecijfers op. Daarna bleef het geboortecijfer laag met maar kleine schommelingen. Daardoor trad na enkele jaren een scherpe daling op van het aantal leerlingen. Scholen gingen dicht en vooral jonge leerkrachten werden ontslagen volgens het principe “Last in, first out”. Wie het laatst is benoemd wordt het eerst ontslagen. Straks gaan veel ouderen met pensioen en zijn er helemaal te weinig jonge plaatsvervangers. Zulke effecten zien je ook in de zorg en bij de politie. Soms ben ik bang, dat de toenemende hang naar eigenbelang de belangstelling voor deze sectoren geen goed doet. Je gaat er niet werken om rijk te worden. Je werkt er uit een zeker idealisme. Bovendien is de sociale status van onderwijsgevende flink gedaald. Wil men de tekorten echt opheffen, dan moet er flink geboden worden. Daarbij komt, dat de huidige generaties van autochtone Nederlanders nogal klein zijn. Weinig aanbod en hoge vraag betekent hoge prijzen.

Ik vrees, dat het erg moeilijk gaat worden om voldoende mensen te vinden. Ik zie ziekenhuizen vrij vaak van binnen en het valt me op, dat er in toenemende mate allochtoon personeel werkt. Ze werken vooral in gespecialiseerde functies, bijvoorbeeld mensen, die oogmetingen doen of een echo van je hart maken. Van het werven van Filipijnse verpleegkundigen hoor je de laatste tijd niet meer zo veel.

De politie wil meer allochtonen werven. Als de politie de werkdruk omlaag wil hebben, zal oom agent zijn allochtone collega toch beter moeten accepteren. Forse salarisverhogingen zijn zeker nodig. Het is gewoon de wet van vraag en aanbod. Er is nu al een sterfteoverschot onder de autochtone bevolking. Het sterftecijfer gaat de komende jaren flink stijgen door de vergrijzing. De jonge papa’s en mama’s zullen goed hun best moeten gaan doen. Het duurt dan weer minimaal twintig jaar voordat er voldoende mensen zijn voor de hier behandelde sectoren. Mijn ideaal is een stabiele bevolking. Dat vergt een vruchtbaarheidscijfer van 2,1. Per vrouw zouden gemiddeld 2,1 kinderen geboren moeten worden. Dat halen we nu niet.

Te veel beleidsfunctionarissen missen in eerste aanleg voldoende demografisch inzicht. Zo wreekt zich de jarenlange achterstelling van het vak aardrijkskunde, dat traditioneel als enige systematisch aandacht aan demografie besteedt.

Jaargang 11, Nr. 533.

Wat geeft zin aan een leven?

zondag, september 30th, 2018

OF: WAARTOE ZIJN WIJ OP AARDE?

Fokke Obbema, redacteur van de Volkskrant, heeft een hartstilstand overleefd. Hij schreef daarover een ontroerend verhaal. Zijn vrouw merkte, dat er iets mis was. Zij belde onmiddellijk 112 en begon met hartmassage. Brandweerlieden namen het van haar over en daarna de ziekenbroeders van de ambulance. Hij noemt zijn vrouw nu in dubbele betekenis “De vrouw van zijn leven”. Nu is hij op zoek naar de zin van het leven. De Volkskrant is afgelopen maandag gestart met een serie, waarin mensen wordt gevraagd naar de zin van het leven. Ik vind dat een boeiende ontwikkeling. Er is reden om er zelf eens over na te denken.

Ik heb er al eerder over geschreven op 10 februari 2010. Ik besteedde in die tijd intensief aandacht aan mijn tante, de laatst levende uit het gezin van mijn vader. Ze kreeg een hevige aanval van blaasontsteking en was echt doodziek. Zo troffen de leden van een gezin haar, waar ze de rol van plaatsvervangend oma speelde. Die begonnen heel intensief te bidden. Mijn tante kwam er weer boven op. Toen ze hoorde, wat er was gebeurd, begreep ze hoe belangrijk ze voor dat gezin was. Haar leven kreeg weer zin. Ze kreeg zin in het leven en zei in een gesprek met de huisarts, dat ze echt nog niet dood wilde. Eerder hoorde ik haar soms zeggen, dat het voor haar niet meer hoefde. Ik leerde ervan, dat de relatie met andere mensen het leven zin kan geven.

Eigenlijk kreeg ik weer antwoord op de oude catechismusvraag: Waartoe zijn we op aarde? Het antwoord luidde ongeveer: We zijn op aarde om God lief te hebben en de naasten gelijk je zelf. Veel mensen beweren niet meer in God te geloven. Maar hun naasten liefhebben kunnen ze desondanks nog steeds. Je bent er voor de ander. Voor al die anderen, bezoekers van mijn weblog, schrijf ik deze columns. In mijn leven heb ik veel gedaan: in mijn beroepsleven en alles wat daarmee te maken heeft. In de politiek door bijvoorbeeld samen met anderen de lokale politieke partij Perspectief 21 op te richten, die bij de laatste verkiezingen acht van de zeventien zetels in de Gemeenteraad van Bunnik won. En de laatste jaren na mijn pensioen vooral in onze Geloofsgemeenschap van de H. Nicolaas. Na de zondagse viering kan er koffie worden gedronken. Het is dan altijd reuze gezellig. Je merkt, dat we echt gemeenschap zijn. Ik merkte een keer, dat een nieuwe plaatsgenoot nog niet zo werd aangesproken. Het bleek man en vrouw te zijn uit Chili afkomstig met hun drie in Nederland geboren zoons. Het werd een leuk contact. Nu ben ik al weer twee maanden niet in de kerk geweest. Terwijl ik dit schrijf wordt er een kaart bezorgd van deze familie. Zo krijgt je leven zin. Het ontroert mij, net als al die andere kaarten en mailtjes met wensen voor een goed herstel. Het zijn de anderen, die ons leven zin kunnen geven.

Ik ben wel eens bang, dat in deze tijd met heel sterke individualisering sommige mensen vooral aan zich zelf denken. Hun persoonlijke wensen moeten koste wat kost vervuld worden. Soms hebben ze dan geen oog meer voor wat dat voor hun naasten betekent. Dan gaan bijvoorbeeld huwelijken kapot of ontstaan vreselijke ruzies in een familie of met de buren. Tv-programma’s als het Familiediner of de Rijdende rechter laten daar sterke staaltjes van zien. Sommige mensen hebben nauwelijks een leuke relatie met anderen. Als ze niet meer werken, vallen ze echt in een gat. Ze klagen over eenzaamheid. Er zijn ook eenzame mensen, die niet in staat zijn contact met anderen te maken. Ze missen die sociale vaardigheid. Wat zou het mooi zijn als er mensen uit hun omgeving hen daarbij helpen, af en toe eens een praatje maken of in ieder geval goede dag zeggen bij het passeren. Maar is een egotripper daartoe in staat?

Daarom is de serie in de Volkskrant van maandag zo’n belangwekkend initiatief. Het gaat er niet alleen om er zelf over na te kunnen denken, maar daardoor ben je hopelijk ook beter in staat het leven van anderen zin te geven.

Jaargang 11, Nr. 532.

Klaas Dijkhoff en de Bisschoppen

zaterdag, september 22nd, 2018

 

EN JEROEN PAUW GENERALISEERT OVER MISBRUIK

In zijn BNN/VARA-programma gaat Jeroen Pauw nogal eens tekeer tegen alle geloven en in het bijzonder tegen de Katholieke Kerk. Zo noemde hij bij het gesprek over het misbruikonderzoek in de Amerikaanse staat Pennsylvania de Katholieke Kerk een “criminele organisatie”. De staat telt acht bisdommen in zes daarvan hebben volgens een justitieel rapport in zeventig jaar 301 priesters zich schuldig gemaakt aan misbruik van minderjarigen. Minimaal duizend slachtoffers zijn bekend. Ik schat, dat in die zeventig jaar in die zes bisdommen zo’n 3000 priesters actief waren. De tien procent misbruikers zijn een relatie hoog aantal, maar toch staan daar veel meer goede priesters tegenover. Zoals ook in Nederland hebben het grootste deel van de katholieken in hun omgeving nooit met misbruik te maken gehad. Dan is het niet verwonderlijk, dat ze de kerk gewoon trouw blijven. Snap je Jeroen? Maar als ze wel slachtoffers kennen, dan is het voor hen belangrijk om die mensen in hun levenslange ellende te steunen in plaats van al scheldend weg te lopen. Het heeft veel moeite gekost, maar in Nederland vinden goede gesprekken plaats en zijn mensen financieel schadeloos gesteld. De Nederlandse aanpak wordt een voorbeeld voor de wereldkerk genoemd. Zo’n opmerking van Pauw en andere commentatoren is van het niveau als: “Joden zijn in zaken niet te vertrouwen” of “Alle Islamieten zijn potentiële terroristen”. Dit moest me even van het hart.

VVD-fractievoorzitter Klaas Dijkhoff was bij Jeroen te gast. Hij had in een toespraak opgeschept over het feit, dat de liberalen ons bevrijd hadden van de dictatuur van de kerken, zodat mensen nu in vrijheid kunnen leven. Dat geldt dan niet voor de gescheiden vrouwen in de bijstand, waarvan de ex-man van de vrijheid profiteert of voor de meer dan 400.000 kinderen, die in Nederland in armoede leven. Daar hoor je Klaas niet over. Maar Kardinaal Eijk bleek daarover gevallen en hem een “hyperindividualist” genoemd. Daar kan ik me iets bij voorstellen, want hoe vaak hoor je zulke mensen niet zeggen, dat zij doen waar zij zin in hebben. De kardinaal had zijn radicale secularisme “kleinzielig” genoemd. Tsja, wie kaatst kan de bal verwachten, maar Klaas Dijkhoff was gepikeerd en vond dat hij nu echt uit de Katholieke Kerk moest stappen. Jeroen Pauw vindt dat dan weer geweldig.

Zijn nu alle VVD-ers zo als Klaas Dijkhoff? Hij is zelf actief geweest in Breda en lokaal actieve VVD-ers staan dichter bij de mensen in de problemen en stellen zich daardoor socialer op. Maar in de landelijke politiek krijgen ze zelden gehoor. Er moeten keuzen gemaakt worden. Terwijl een meerderheid van de VVD-ers tegen de afschaffing van de dividendbelasting is, gaat het gewoon door Als het om de belangen van het grootkapitaal gaat is de partij Voor Vrijheid en Democratie niet zo democratisch. Over VVD-ers kun je evenmin generaliseren als over Katholieken.

Zo is er in het Bossche diocees een hulpbisschop Mgr. Rob Mutsaers, die zei te sympathiseren met Klaas Dijkhoff. Hij lijkt mij een relict uit het verleden, waar in het Zuiden de slagzin gold: “Als jij ze arm houdt, houden wij ze wel dom”, waarbij werkgevers en Kerk twee handen op een buik waren. Deze hulpbisschop was door zijn collega’s aangewezen als de Nederlandse afgevaardigde naar de Bisschoppensynode over Jeugd en Jongeren. Hij weigert nu te gaan, want er moet volgens hem eerst gesproken worden over de onvoldoende aanpak van het misbruik door Paus Franciscus. Zo probeert ook deze conservatieve hulpbisschop de paus beentje te lichten. Zowel in zijn geloofsopvattingen als zijn VVD-sympathieën staat hij ver van Paus Franciscus, die het steeds weer opneemt voor de armen in de wereld en voor het milieu. Als tegenstander van Paus Franciscus zou Mgr. Mutsaers zich eens moeten realiseren, dat hij in gezelschap verkeert van baantjesjagers in de Curie, Amerikaanse kapitalisten uit de steenkool- en oliewereld en Italiaanse maffiosi.

Wat een verschil met de Bossche bisschop Mgr. Gerard de Korte. Over het laatste VVD-verkiezingsprogramma zei hij vorig jaar, dat hij er weinig uit het Evangelie in had terug gevonden. Deze bisschop heeft net als Kardinaal Eijk Klaas Dijkhoff voor een gesprek uitgenodigd bij hem op de koffie met een Bossche bol. Ik zou best mee willen luisteren. Ik ben benieuwd of Gerard de Korte als verantwoordelijk bisschop voor contacten met de maatschappij in staat zal zijn de ogen van Klaas Dijkhoff te openen voor alle kwalijke gevolgen van de ver doorgeslagen vrije sociaal-ethische opvattingen en de neoliberale VVD-politiek. Eigenlijk zou Dijkhoff niet uit de Kerk moeten stappen, maar uit de huidige VVD. Dan zou Jezus van Nazareth met liefde op hem neerkijken

Jaargang 11, Nr. 531.

Judith Sargentini krijgt het Europees Parlement mee

zaterdag, september 15th, 2018

AMSTERDAMSE MET LEF

De GroenLinkse Europarlementariër Judith Sargentini zorgde voor een goed gefundeerd rapport over de aantasting van Mensenrechten en democratische waarden in het Hongarije van Orban. Daarvoor raadpleegde zij leden van de Hongaarse oppositie, journalisten, Ngo’s, de Raad van Europa en de VN. In haar rapport verwijt zij de Hongaarse regering, dat ze de kieswet zo heeft gewijzigd, dat Fides, de Hongaarse regeringspartij met betrekkelijk weinig stemmen toch een royale meerderheid in het parlement wist te verkrijgen. Kranten en radio en Tv werden in hun uitingsvrijheid beperkt. Zo werd een TV-zender door een vriend van Orban overgenomen. Tal van journalisten ervan werden ontslagen. Juristen, die sympathiseerden met het bewind werden tot rechter benoemd. De Joods-Hongaarse miljonair Soros werd het moeilijk gemaakt om een onafhankelijke universiteit blijvend te steunen.

Fides, de Hongaarse regeringspartij is in het Europees Parlement lid van de EVP-fractie van de Europese Christendemocraten, de grootste fractie van het EP. Daarom werd hun leider, de Luxemburger Juncker voorzitter van de Europese Commissie. De EVP wil uiteraard graag de grootste blijven en afsplitsing van de Hongaren maakt dat moeilijker. Het draaide dus vooral om de houding van de Christendemocraten. Het optreden van Orban in het EP was zo grof, dat hij een groot deel; van de EVP-fractie tegen zich innam. Zo kreeg het rapport van Sargentini een ruim tweederde meerderheid in het Europees Parlement waardoor Artikel 7 van het Europees Verdrag in werking werd gesteld. Dat is sowieso een harde waarschuwing naar de Hongaren en kan uiteindelijk uitlopen op het ontnemen van het stemrecht aan Hongarije. Erg vlug zal dat niet gebeuren, want uiteindelijk vraagt dat unanimiteit en Polen en Hongarije hebben afgesproken elkaar te steunen.

Het AVRO-TROS-programma Een Vandaag na het Journaal van zes uur had een staatssecretaris Gabor van Hongaarse afkomst uitgenodigd voor een commentaar en die poogde het rapport onderuit te halen met de bewering, dat al die parlementsleden geen Hongaars konden verstaan en dus ook niet konden weten, dat er nog steeds heftige discussies in de pers en op radio en Tv mogelijk zijn. Alsof al die informanten van Judith Sargentini geen vreemde talen spreken. Geen beste beurt van Een Vandaag.

Hongarije kende voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog een fascistisch regime, dat met Nazi-Duitsland samenwerkte. De Hongaren moesten zich eeuwenlang verweren tegen de Islamitische Turken, waren vervolgens deel van het Habsburgse Rijk en na de Tweede Wereldoorlog onder de Russische invloedssfeer. In 1956 werd de Hongaarse opstand door de Russen bloedig neergeslagen. Duizenden Hongaren ontvluchtten hun land. Kardinaal Mindszenty vluchtte naar de Amerikaanse ambassade en mocht uiteindelijk in ballingschap naar Rome. Pas in 1989 herwon het land zijn vrijheid. Historisch is het niet vreemd, dat het land moeite heeft met Islamitische vluchtelingen. Het land heeft nooit veel contacten gehad met de wereld buiten Europa. Het is geen handelsland en geen voormalige kolonisator zoals Nederland. Begrip voor de mondialisering is voor veel Nederlanders al moeilijk, maar voor de Hongaren nog veel meer. Dat we als Europa in de concurrentiestrijd met Azié en Amerika moeten samenwerken in een Europese democratie is zeker geen algemeen inzicht. Dan is het voor rechtse politici niet moeilijk de mensen te laten denken, dat ze door “Brussel” onderdrukt worden. Dat de Europese Unie tegen alle lobbyisten in toch bezig is met de strijd tegen witwassen van crimineel geld, tegen corruptie, tegen belastingontwijking en belastingontduiking, dat komt het gros van de Hongaren niet te weten, want de media zijn werkzaam voor de regering.

Intussen ben ik vreselijk trots op de Groenen in het Europees Parlement en in het bijzonder op de twee Nederlanders: Judith Sargentini en Bas Eickhout. Judith was eerder actief in de strijd tegen financieel wangedrag en tegen de handel in illegaal gewonnen zeldzame metalen, onder andere voor onze mobiele telefoons. Met die handel financieren opstandige bendes in de Democratische Republiek Congo hun strijd met elkaar en tegen de regering. Bas Eickhout is inmiddels een milieudeskundige van wereldfaam en de GroenLinks lijsttrekker voor de Europese verkiezingen in 2019.

Jaargang 11, Nr. 530

Agressieve aanval van Monsanto

zaterdag, september 8th, 2018

AVAAZ WINT DE EERSTE RONDE

DE Avaaz Foundation is een wereldwijde actiegroep. Zij is actief op de terreinen van mensenrechten en milieu. De bekendste wijze van actie voeren is het verzamelen van handtekeningen tot een aantal van enkele miljoenen om die aan te bieden aan volksvertegenwoordigingen of regeringen of bedrijven en dan vooral kort voordat belangrijke beslissingen worden genomen. Daarnaast zoeken de medewerkers de publiciteit of voeren processen. Ze boeken vele successen. Daar zijn de tegenstanders niet blij mee. Vooral bedrijven, die hun winsten zien verdampen reageren getergd. Een van die bedrijven is de zaadveredelaar Monsanto.

Deze Amerikaanse onderneming is vooral bekend of berucht door het onkruidbestrijdingsmiddel glyfosaat, bekend onder de merknaam Roundup. Het middel wordt ervan verdacht kankerverwekkend te zijn. Sporen ervan kunnen in de bodem het grondwater verontreinigen en zo ook het drinkwater. Milieugroepen trachten een Europees verbod te bewerkstelliggen. Dik betaalde lobbyisten van Monsanto zijn zo agressief naar de Europarlementariërs, dat hen de toegang tot de parlementsgebouwen is ontzegd. Intussen krijgen de EU-bestuurders van Avaaz miljoenen handtekeningen aangeboden. Die strijd gaat nog steeds voort. Europese regeringen werken niet al te vlot mee.

Monsanto is een miljardenbedrijf. Het kan de beste juristen gemakkelijk betalen. Zo kwam het bedrijf met een buitengewoon agressieve reactie naar Avaaz. De stichting werd gesommerd alle persoonlijke gegevens van ondertekenaars en andere bij Avaaz betrokken personen en instellingen aan Monsanto beschikbaar te stellen. Dat was schrikken. Alle Avaazers kregen een oproep om geld beschikbaar te stellen om tegenover de topadvocaten van Monsanto even goede advocaten te engageren. Daarop werd geweldig gereageerd. Afgelopen week was de rechtszitting. Monsanto kreeg van de rechter een geweldige preek over de werking van een democratie met alle vrijheden daaraan verbonden. Hun eis werd geheel afgewezen. Maar ze kunnen nog in hoger beroep gaan. Voorlopig was het een geweldige opluchting. Anderzijds was het een onmogelijke eis, want hoe zou Avaaz van de miljoenen handtekeningzetters de toestemming moeten verkrijgen om hun persoonlijke gegevens ter beschikking te stellen. De eis leek mij ook volkomen in strijd met de recente Europese privacy regelgeving.

Er speelt nog iets anders. Monsanto wil fuseren met het Duitse chemiebedrijf Bayer. Dat levert enorme risico’s op. Zo zou Monsanto zaad kunnen ontwikkelen, dat bestand is tegen de gewasbeschermingsmiddelen van Bayer. Ze kunnen het zaad ook zo maken dat de opbrengst niet geschikt is om als zaaizaad te gebruiken. Dan moeten boeren steeds het zaaizaad van Monsanto aanschaffen. Dat levert een monopolie op. Alleen al vanwege dit risico zou de EU deze fusie nooit moeten goedkeuren. Voor mij is er alle reden om Avaaz moreel en finacieel te blijven steunen.

Jaargang 11, Ne. 529.

Bestaat collectieve schuld?

zondag, september 2nd, 2018

EEN STEEDS TERUGKERENDE VRAAG

Jaarlijks wordt nu de afschaffing van de slavernij gevierd. Veel mensen lijden nog onder het slavernijverleden van hun voorouders. In Suriname en op de Nederlandse Antillen bestond eeuwenlang slavernij. Nederlandse kooplieden leverden lood, kruit en geweren aan strijdlustige volken in West-Afrika. Met de opbrengst kochten ze slaven, die zij naar Amerika brachten. Met de opbrengst kochten ze vooral plantageproducten, die ze naar Europa brachten. Met die zogenaamde driehoekshandel werden zulke Nederlandse kooplieden erg rijk. In die tijd werd dit normaal gevonden. Pas heel langzaam drong het besef door, dat slavernij, het maken van mensen tot slaaf niet kon. Toch bestond de lijfeigenschap in ons land al lang niet meer en van de horigheid waren slechts resten over in de vorm van verplichte herendiensten voor de pachters op adellijke landgoederen. Maar in Afrika behoorde slavernij tot de cultuur. Achteraf weten we hoe fout het gedrag was van slavenhandelaren en slavenhouders. De vraag is of de bevolking van wat nu Nederland is zich schuldig maakte aan het toestaan van deze praktijken en de vervolgvraag is of de Nederlanders van nu zich schuldig behoren te voelen aan die houding van hun voorouders. Of moeten we ons vooral verheugen in de ommekeer in hun denken?

Veel mensen zullen zeggen, dat hun voorouders niets te maken hadden met de daden van een aantal handelaren. Ze wisten er nauwelijks iets van. Hun leven speelde zich af in hun dorp of marktstadje en omgeving. Velen kwamen nooit buiten dat beperkte leefgebied en hadden geen idee van wat zich buiten hun kleine leefwereld afspeelde. Ze konden lezen noch schrijven en gingen niet naar school. Slechts een beperkt ontwikkeld deel van de Nederlandse bevolking was enigszins op de hoogte. Dat maakt het opleggen van een collectieve schuld een penibele zaak. Nu iedere Nederlander kan weten, wat er in het verleden is gebeurd, mag je wel verwachten, dat we meeleven met hen, die nog steeds aan dat verleden lijden.

Zulke vragen over misdaden in het verleden komen vaker aan de orde. In Duitsland is na de Tweede Wereldoorlog een langdurige discussie gevoerd over de vraag of het Duitse volk een collectieve schuld draagt aan de Holocaust. Ook in Duitsland waren protesten en was er verzet. Duitsers vertelden me, dat zij in die tijd van niets wisten. De Nazi’s waren niet al te open over wat er met de Joden, zigeuners en homo’s gebeurde. Kun je wellicht spreken van schuldige onwetendheid? Het stellen van deze vraag is vooral belangrijk omdat er ook nu veel onrecht is, waarvoor we onze ogen sluiten. Ik hoor zo vaak zeggen, dat iemand geen verstand heeft van die zaken. Is dat een geldig excuus?

Ik kwam op de vraag over collectieve schuld nu in allerlei media de Rooms-Katholieke Kerk als een geheel veroordeeld wordt voor het wangedrag van een deel van de priesters en religieuzen. Het gros van de Rooms-katholieken heeft nooit te maken gehad met dat misbruik. Dat maakt uiteraard het lot van de slachtoffers niet minder ernstig. We moeten ons als totale kerk hun lot aantrekken en hen op alle mogelijke manieren steunen. Daarnaast leren ons de vele gevallen van misbruik, ook buiten de kerk, dat we als besturen en leidinggevenden voortdurend waakzaam moeten zijn waar volwassenen contact hebben met kinderen. Daarbij behoren duidelijke regels te gelden. Steeds twee volwassenen , die samen met kinderen zijn. Altijd de deur open bij een begeleidend gesprek met een kind of bij een wasbeurt in een tehuis voor jonge kinderen.

Wat mij als vrijwilliger in kerkelijk verband stoort en met mij vele andere vrijwilligers, is het harde oordeel over de Kerk als geheel zonder enige waardering voor alle goeds, dat in kerkelijk verband of vanuit je religieuze inspiratie nog steeds gebeurt. Zijn mensen er met het oprakelen van al die schandalen meer op uit de Kerk te beschadigen in plaats van zich het lot van de slachtoffers daadwerkelijk aan te trekken? Willen ze vooral sensatie en smullen van de onsmakelijke details? Dan verschillen ze in hun mentaliteit weinig van de misbruikers. Van een journalist wordt op de eerste plaats mededogen verwacht en in dit soort zaken zeker geen sensatiezucht.

Jaargang 11, Nr. 528.

Onze grondwettelijke vrijheden

zaterdag, augustus 25th, 2018

BESCHERMEN ONS TEGEN OVERHEIDSWILLEKEUR

Ingezonden brieven zijn vaak zeer leerzaam. Een week geleden schreef Gerard Liefting uit Limmen een beschouwing naar aanleiding van de uitspraak van de Raad van State over het pastafarisme. Zij wenste met een vergiet op haar hoofd op de foto voor haar paspoort, want zij beweerde, dat zij als lid van die nieuw uitgevonden “religie” zo gefotografeerd hoorde te worden. In sommige gevallen wordt immers een uitzondering gemaakt, zodat men met tulband op de foto mag. Zij kreeg geen gelijk en naar mijn mening terecht. Iedereen kan op die manier wel een religie uitvinden.

Maar Gerard Liefting verbond er een opmerking aan. De vrijheid van godsdienst is volgens hem niet meer van deze tijd en aan de bevoorrechte positie van religies moet een eind komen. De Nederlandse wetgever, de Staten Generaal, houdt bij de wetgeving zo goed mogelijk rekening met gewetensbezwaren. Zo was er de mogelijkheid bezwaar te maken tegen de militaire dienstplicht. Mensen wilden niet andere mensen doden, bijvoorbeeld. In een gesprek moest dat worden aangetoond. Er kwamen ook strikvragen. Als je moeder dreigt verkracht te worden en jij hebt een wapen, mag je dan met dat wapen de verkrachting voorkomen? Als je ja zei, werd je gewetensbezwaar niet erkend. Je was wel degelijk bereid wapengeweld te gebruiken. Ook van niet-religieuze mensen konden de gewetensbezwaren worden erkend. Een recent voorbeeld vormen de weigerambtenaren. Op hen werd gewetensdwang uitgeoefend. Ze kregen de keus tussen hun baan of ontslagen worden en daar had ik bezwaar tegen, al vond ik dat ze geen gelijk hadden.

Waarom vermeldt onze Grondwet een aantal vrijheden. Ze beschermen de burger tegen overheidswillekeur. Iedereen kan weten, dat er in onze geschiedenis perioden waren, dat de godsdienstvrijheid voor Rooms-katholieken beperkt bleef. De Martelaren van Gorcum werden door de Watergeuzen in Den Briel vermoord. Maar elders werden juist protestanten door Roomse vorsten vervolgd en stierven zelfs als ketters op de brandstapel. De Vrijheid van godsdienst of levensovertuiging staat niet zo maar in de Grondwet.

Rooms-katholieken mogen eveneens gebruik maken van andere vrijheden net als mensen met een andere overtuiging. Ze mogen tijdschriften of kranten uitgeven of boeken publiceren. Ze mogen bijeenkomen voor hun godsdienstige vieringen, al was dat recht van vergadering en demonstratie tot voor enkele jaren beperkt door een processieverbod. Ze mogen verenigingen oprichten om een school te stichten of om uitzendingen van radio en Tv te verzorgen.

Worden deze vrijheden bedreigd. Ja, zoals Gerard Liefting roept: “aan de bevoorrechte positie moet een eind komen, want godsdienstvrijheid is niet meer van deze tijd.” Er zijn politici, die een hekel hebben aan religies en op subtiele manieren proberen hun vrijheden te beperken. Recent werd de kleine omroep RKK opgeheven en moest hun taak worden overgenomen door de KRO-NCRV. Ook een gedwongen fusie onder het mom van efficiency, maar de eigen kleur van de partners is moeilijk te handhaven. Dat zie je ook bij de enorme fusieprocessen in het Middelbaar en Hoger Beroepsonderwijs. Op de MEAO van mijn zoon was in de tachtiger jaren een godsdienstleraar. Ik heb al meerdere malen beschreven hoe het denken over normen en waarden in Nederland onder druk staat. Zo heb ik als bestuurslid van een stichting, die vormingswerk in parochies begeleidde, meegemaakt, dat door het afknijpen van subsidies het voortbestaan onmogelijk werd gemaakt. Het enige voordeel is, dat dit werk nu niet meer afhankelijk is van een onbetrouwbare overheid.

Voor mij is katholiek zijn Jezus van Nazareth navolgen. Dus de armen helpen, de zieken genezen, de geesteszieken gezond maken, de doven laten horen en de blinden laten ‘zien’. De naastenliefde is het eerste gebod. In mijn omgeving merk ik, dat velen aan die oproep gehoor geven. Il zie het werk van priesters en pastoraal werkers en voel mij gesteund in deze voor mij moeilijke periode in mijn leven. Juist nu de Kerk geplaagd wordt door het schandalige gedrag van een deel van de priesters is er alle reden om je in te spannen de goede werken voort te zetten. Mensen in nood hebben onze hulp nog steeds nodig.

Wat ik helaas ook merk is, dat nogal veel mensen alleen ergens lid van worden als ze denken ervan te kunnen profiteren. Te vaak ontbreekt het besef, dat je lid kunt worden om anderen te laten profiteren. Is dat wellicht een van die negatieve gevolgen van de secularisatie?

Jaargang 11, Nr. 527.

De actiegroep “De Grauwe Eeuw”

zaterdag, augustus 18th, 2018

OOG VOOR DE POSITIEVE KANTEN ONTBREEKT

In mijn tienertijd woonde ik in Arnhem en daar zagen we altijd de oud-KNIL-lers van Bronbeek in hun blauwe uniformen met hun borst vol onderscheidingen. Voor ons jochies waren het dappere helden, die in Atjeh gevochten hadden tegen opstandelingen. Dat beeld werd gaandeweg bijgesteld en vooral in de literatuurlessen. We lazen het verhaal van Saidja en Adinda en uiteraard de Max Havelaar. Maar ook in de geschiedenislessen werd duidelijk, dat de methoden van de VOC en met name J.P. Coen nogal vaak moorddadig waren. Dat heette dan pacificatie ofwel “vrede” brengen in een gebied. Het Cultuurstelsel met gedwongen leveringen van handelsproducten kwam voorbij, maar ook de weerstand, die dat gaandeweg opriep. Er waren steeds meer kritische geluiden. Het beeld, dat de Actiegroep “De Grauwe Eeuw” in de Volkskrant van 16 augustus oproept is nogal eenzijdig. Een goed ontwikkelde Nederlander had en heeft een goed beeld van ons handelen in Nederlands Oost-Indië.

Want er waren ook positieve ontwikkelingen. Het was weliswaar ten dienste van de export, maar er werd hard gewerkt aan een goede infrastructuur: havens, wegen, spoorlijnen en vliegvelden. Er kwam onderwijs op alle niveaus, vaak opgericht door missie en zending. De medische zorg ging flink vooruit. Voor de landbouw, met name de rijstbouw op sawa’s werden irrigatieprojecten tot stand gebracht. Vooral de Nederlanders en de Indo-Europeanen profiteerden van dit alles. Er kwam langzaam ook een groep goed ontwikkelde Indonesiërs, waaronder Ir. Soekarno. Zo groeide langzaam een streven naar onafhankelijkheid. En toen kwam tijdens de Tweede Wereldoorlog de Japanse bezetting. Het denken van veel Indonesiërs veranderde ingrijpend. Indonesië wilde de onafhankelijkheid. In Nederland was men nog niet zo ver. Er werd oorlog gevoerd al noemde men het politionele actie.

Tijdens onze lunch in Volendam kwam een groep Aziaten binnen. Het bleken Indonesiërs te zijn. Ze spraken Engels. Ik vroeg of niemand nog Nederlands studeerde als onderdeel van een studie geschiedenis of rechten. Daar hadden ze nooit zo bij stil gestaan. Ze gedroegen zich bepaald niet als mensen in het land van de vroegere kolonisator.

Nogal wat dienstplichtigen, die in Indonesië hebben gevochten hebben in de afgelopen tijd het vroegere actiegebied in Indonesië bezocht. Ze waren verbaasd over de vriendelijke ontvangst terwijl ze verwachtten als gehate Nederlanders te worden gezien. Zo vraag ik mij af hoe mettertijd de geschiedenis zal oordelen over de periode, dat Nederland in Indonesië heerste. Wordt er vooral gedacht aan alle moorddadige conflicten of overheerst het beeld van de ontwikkeling, die Nederland daar gebracht heeft?

Hoe denken wij nu over de Romeinse tijd? Nederland was door de Romeinen bezet gebied, in feite een Romeinse kolonie, al zien we dat nu niet zo. We waren deel van het Romeinse Rijk, althans bezuiden de Rijn. De grens, de Limes liep dwars door Nederland en werd bewaakt door tal van forten. Trots wijzen ze bij de Oude Kerk in Houten naar het beeld in het plaveisel van de vroegere Romeinse villa. Wij in Odijk vinden dat we in een bijzonder gebied wonen en het Romeinse verleden is een van de dingen waar we door geboeid worden. Weliswaar was er één keer een forse opstand, maar de Romeinse tijd wordt positief beoordeeld als een periode, die ontwikkeling bracht. In Nijmegen, toen een belangrijke Romeinse stad eren ze de vroegere heersers met een standbeeld van Keizer Trajanus op het verkeersplein bij de Waalbrug. Nu maar wachten op een standbeeld van een bijzondere Nederlander in een Indonesische stad, maar misschien is dat er al lang. Zo goed ken ik het land niet.

Jaargang 11, Nr. 526.