Archive for the ‘COLUMN VAN DE WEEK’ Category

Eindelijk een nieuw college in Bunnik

zaterdag, juni 23rd, 2018

PERSPECTIEF 21 EN LIBERALEN EEN DERDE PERIODE SAMEN

De meest logische oplossing, de twee winnaars vormen een coalitie liep op niets uit. Een vorige column was gewijd aan de poging van CDA en Liberalen om een coalitie te vormen. Opnieuw een mislukking. Het CDA lijkt een merkwaardige opvatting te hebben over het besturen van een gemeente. Fracties en hun wethouder moeten flink afstand houden. B. & W. komen met voorstellen en de Raad keurt ze al dan niet goed. Dat het veel doelmatiger is tevoren te overleggen en samen een koers uit te zetten; dat ontgaat het CDA. Het CDA vindt zijn aanhang vooral in Werkhoven en onder boeren. Vooral de protestanten in Werkhoven zijn zeer conservatief. Dan kun je opvattingen verwachten als het gezag van de overheid is door God gegeven. Dat in een gemeente de Raad het hoogste gezag heeft ontgaat sommigen dan wellicht. B. & W. zijn de uitvoerders van de besluiten, die door de Raad genomen zijn. Aan die deling der machten wordt wel geknaagd. Over sommige zaken kan B. & W. tegenwoordig beslissen zonder de Raad te raadplegen. Daarnaast is het CDA vooral de partij van de boeren en aanverwante ondernemingen. Die zien met een benauwd hart de stad oprukken. Dat maakt hun toekomst minder zeker. Als het dan niet anders kan, willen ze wel een goede prijs vangen voor hun grond. De gemeente moet ook rekening houden met de belangen van de bouwondernemingen en van de toekomstige bewoners. De bouwers willen verdienen, de bewoners willen niet te hoge huur- en koopprijzen. Als de grondprijzen te veel stijgen komt het streven naar 30% sociale huur in gevaar. In het verleden hebben we dat goed gemerkt. In onze gemeente zijn veel te weinig goedkope sociale huurwoningen. Van Perspectief 21 kan worden verwacht, dar er voor toekomstige bewoners dragelijke woonlasten zullen zijn.

Het coalitieakkoord geeft aanleiding tot nog andere opmerkingen. In de paragraaf Energietransitie en duurzaamheid wordt niets gezegd over de rol van verhuurders van sociale huurwoningen bij het verduurzamen van hun woningbezit en hun rol bij de energietransitie. De laagste inkomens mogen niet met een onaanvaardbaar hoge lastenverzwaring worden geconfronteerd.

Respect voor de rode contouren zou evenzeer een uitgangspunt van de nieuwe/oude coalitie moeten zijn. Denk aan het gebied bij Huize Cammingha en het zogenaamde paardenweitje bij de Zeisterbrug in Odijk. De plannen bij Station Bunnik komen wat vreemd over. Er is te weinig parkeerruimte, dus een forse parkeergarage zou hier wel passen. Of er dan ook nog veel ruimte is voor kantoren betwijfel ik, tenzij met daarvoor de A12 zou willen oversteken. Dat zou een ernstige aantasting van het landschap betekenen. Het Nationaal Landschap van de Nieuwe Hollandse Waterlinie reikt tot hier. Er wordt al veel te veel gebouwd langs de snelwegen. Zo ontstaat het beeld, dat Nederland vol is. We moeten er niet aan beginnen. Station Driebergen-Zeist is nu al een duidelijk regionaal OV-knooppunt. Zo’n rol is voor station Bunnik niet weggelegd. De functie is vooral lokaal. Ik moet er niet aan denken, dat er een vorm van Openbaar Vervoer komt tussen Houten via Bunnik naar de Uithof. Voor de fiets is het allemaal prima.

Tenslotte iets over het overleg met de burgers. Ikl verneem herhaaldelijk, dat er beloften gedaan worden, dat de aanwezigen een verslag of een nadere reactie zullen ontvangen na een bijeenkomst. Ze horen nooit meer iets. Ik heb ze aangeraden zelf een verslag te maken. Het zou de medewerkers van de gemeente passen de aanwezigen op die mogelijkheid te wijzen. Het hangt ook samen met de werkdruk van ambtenaren. Ik mis in het akkoord enige opmerking over een betere bezetting van het gemeentelijk apparaat.

Jaargang 11, Nr. 518.

Vakantie op Schouwen Duiveland

zondag, juni 17th, 2018

ER VERANDERT HEEL WAT IN 52 JAAR

We hadden net twee peutertjes van drie en bijna twee jaar, toen we in 1966 voor het eerst op Schouwen Duiveland waren. We hadden een vrij nieuwe bungalow gehuurd aan de Strandweg in Nieuw Haamstede. Met de bolderkar trokken we elke dag naar het toen nog heel brede strand. Ergens dichtbij in dat wijkje bij de vuurtoren was een kleine winkel, war we ons eten en drinken konden kopen. De auto hadden we gehuurd, want we wilden eerst ons huis kopen, waar we nog steeds in wonen, al hebben we wel ingrijpend aangebouwd en verbouwd. We hadden er een geweldige vakantie. De reis er naartoe ging nog via het Hellegatsplein en de Grevelingendam. Nu over de Haringvlietdam en de Brouwersdam.

Daarna waren we nog vaak op Schouwen Duiveland voor kortere of langere vakanties en daarnaast voor de jaarlijkse dagexcursie met de derde klassen. Een keer waren we er tegelijk met de koningin, die daar op werkbezoek was. Een pracht ervaring was ook het bezoek aan de Neeltje Jans. Ik geloof, dat we er toen nog met een Baileybrug naar toe moesten. Iemand zei tegen me: Mag ik u wat vragen. Ik volg een cursus portrettekenen bij Teleac.” Ik zei: “Meneer, u hebt het goed gezien. Ik sta in het hoofdstuk karikaturen”. Hij had me heel vaak getekend.

Maar wat verandert er veel in een mensenleven. In 1966 waren de bomen in het lagere deel allemaal nog jong van na de Deltaramp. Dat valt nu niet meer op. De grote dammen aan de zeekant waren nog niet klaar. Het toerisme was nog betrekkelijk beperkt. Buitenlanders en dan vooral de Duitsers vielen nog helemaal niet op. Nu was het al in het voorseizoen erg druk en ook met buitenlanders. Onze Oostenrijkse buren gebruikten hun huisje op het bungalowpark als uitvalsbasis voor bezoeken aan Middelburg, Den Haag, Delft, Rotterdam, Antwerpen en Brussel. Ze waren diep onder de indruk van hun bezoek aan het Watersnoodmuseum bij Ouwerkerk. Duinen strand interesseerden hen niet zo. Wat mij ook opviel was, dat de kwaliteit van de accommodaties en de toeristische infrastructuur enorm verbeterd is. Betaald parkeren, fietspaden, wandelroutes, ruiterpaden, BMX paadjes, strandtoegangen, restaurants: het zag er allemaal prima uit. Het mooist zie je dat bij Renesse. De jongeren van nu gaan naar Spaanse badplaatsen als Lloret del Mar. Vroeger gingen ze naar Renesse. De jongeren van toen zijn nu ouder geworden, verdienen goed en toch trekken ze graag naar Renesse. Bij de strandovergang zagen we een gloednieuw en zeer luxe hotel.

Op 20 juni 2010 schreef ik over ons bezoek aan het Watersnoodmuseum bij Ouwerkerk. Het is in het binnenste van vier reusachtige caissons gevestigd, die gebruikt werden bij het dichten van het stroomgat. Acht jaar geleden was ik al erg onder de indruk. Nu kende ik het nauwelijks meer terug. Het geeft nog veel beter een beeld van de ramp en schenkt ook aandacht aan de toekomst. Wat me opviel waren oude filmbeelden van het bioscoopjournaal, een uitstekend computermodel van de ramp, gemaakt door het KNMI, waarop je de dichtbij elkaar liggende isobaren ziet. Die wijzen op een hoge windsnelheid. Het wisselend waterpeil wordt in kleur aangegeven. Dan is er een afdeling over alle huizen, die met name door Zweden en Noorwegen zijn geschonken. We zagen ze in Ouwerkerk nog steeds. Bijzonder is een rondom-projectie van het water dat komt. Een indringende waarschuwing voor de stijgende zeespiegel.

We maakten ook een boottocht over de Oosterschelde met het Motorschip De Onrust. Het schip is eigendom van twee robuuste vrouwen, die aan boord hard meewerken om bijvoorbeeld iedereen van uitstekende koffie te voorzien. De toelichting over wat er allemaal onderweg te zien is beviel me. Goed gedoseerd en steeds op de goede momenten. We zagen zeehonden, een lepelaar. aalscholvers en bruinvissen. Het bezoek aan het overstromingsgebied bij de Schelphoek maakte de mensen stil. Wat een enorme opening in de dijk. Twee keer per dag stroomde daar het water binnen en bij eb weer terug naar zee. En wat een oppervlakte aan water, waar eerst land was. En toch wordt er voedsel geproduceerd. Er is een zeewier “boerderij” gevestigd. Het grappige was, dat we twee dagen later bij ons afscheidsdiner iets groens bij de zalmcarpaccio kregen. Tsja, dat was dus zeewier. Alle soorten zeewier zijn eetbaar. En het smaakt heerlijk.

Tot slot. We hadden onze fietsen thuis gelaten. We hebben veel gewandeld. Nu ontdekten we vlak bij ons verblijf prachtige stukjes natuur. Duinen en duinmeertjes, moerasjes, bijzondere planten. Ik ruik nog de geur van de duinroosjes.

Jaargang 11, Nr. 517.

Collegevorming in Bunnik

donderdag, mei 31st, 2018

WORDT PERSPECTIEF 21 BUITENSPEL GEZET?

Er worden gesprekken gevoerd tussen het CDA en de Liberalen (VVD en D66) over de vorming van een college. Samen hebben ze negen van de zeventien raadszetels en dus een meerderheid van één raadslid. De grote winnaar Perspectief 21 – van zes naar acht zetels – zou dan in de oppositie komen. Het begint te lijken op de Tweede Kamer, waar het Kabinet ook zulk een kleine meerderheid heeft. Een college met de twee winnaars CDA van vier naar vijf en P21 zou meer overeenkomen met de wil van de kiezers. Ik krijg de indruk, dat er wat onhandig gemanoeuvreerd is. Het struikelpunt zou de openheid bij het gemeentebestuur zijn. Volgens de CDA-fractie zou daaraan gebrek zijn geweest. Waarschijnlijk vreesde het CDA de overheersende invloed van P21 met mogelijk twee wethouders en het CDA maar één.

Wat hebben we te verwachten van een College met het CDA en de Liberalen? De speelruimte is niet groot. Van de gemeente Bunnik wordt verwacht, dat er flink gebouwd wordt, zowel binnen de bebouwde kom als in agrarisch gebied in Odijk West. Maar ik vrees, dat dit college oude plannetjes uit de la gaat trekken om leuke plekjes net buiten de rode contour toch vol huizen te zetten. Er moet immers geld verdiend worden. Ik denk aan de omgeving van Huize Cammingha in Bunnik en de paardenwei bij de Zeisterbrug in Odijk. Daar is een vroegere stroomgeul bij de werkzaamheden aan de Kromme Rijn “Keurig” weg geëgaliseerd. Ambtenaren, grondeigenaren en hun politieke partijen vinden het niet leuk als GS bezwaar makende burgers gelijk geeft.

Het Rijk heeft veel beleid overgeheveld naar de gemeenten. Zoals gebruikelijk was dit tegelijk een bezuinigingsoperatie. In onze gemeente Bunnik is het zorgbeleid door de wethouder van de Liberalen prima uitgevoerd. Maar als de VVD in de Tweede Kamer begint te morrelen aan de Bijstand, hoe gaat het nieuwe college daar straks mee om? Illustratief is de laatste zin in het artikel in het Bunniks Nieuws. CDA Fractievoorzitter Leny Visser had het over Groen en Duurzaam als leus van P21. Het was Groen en Sociaal. Gaat een rechts college in Bunnik het sociale beleid verwaarlozen?

De grondpolitiek is nog zo’n heet hangijzer. De bouwopdracht van de gemeente Bunnik vergt veel grond. Gelukkig zijn veel boeren in het uitbreidingsgebied al wat ouder. Toch zijn ze niet al te blij met de geboden prijzen. Begrijpelijk, maar een gemeente moet ook rekening houden met de toekomstige bewoners. Nu al zijn voor velen de koopwoningen in onze gemeente onbetaalbaar en betaalbare sociale huurwoningen zeer schaars. Gaat dit rechtse college opnieuw te weinig sociale huur realiseren?

Het kunnen spannende politieke jaren worden in het Bunnikse. Intussen heb ik er persoonlijk wel behoefte aan, dat Bestuur en Fractie van aan de leden van P21 wat meer duidelijkheid verschaffen over de gang van zaken bij de slepende onderhandelingen over de Collegevorming en de merkwaardige keuze van de heer Hoekema als informateur.

Jaargang 11, Nr. 516.

VGZ moet zich schamen

zaterdag, mei 26th, 2018

AAN DE ZORG VALT VEEL TE VERBETEREN

Afgelopen woensdag werd mijn enige zus 75 en als verjaardagscadeautje kreeg ze te horen, dat ze maar zelf met de ziektekostenverzekering VGZ tot overeenstemming moet komen over een voor haar geschikt hoog-laagbed. De professionals willen er niet langer tijd aan verspillen.

Mijn zus lijdt al sinds haar puberjaren aan een bij veel artsen moeilijk herkenbare ziekte. Haar hele leven had ze last van dik worden, terwijl ze niet bijzonder veel at en altijd flink in beweging bleef. Keer op keer liet ze zich onderzoeken. Steeds was de boodschap: “We kunnen niets vinden.” Vaak kwam er nog hatelijk achteraan: “Maar elk pondje gaat door het mondje.” Het internet bracht uitkomst. Zelf kwam ze tot de juiste diagnose. Ze lijdt aan lipodeem. Het lichaam houdt vet vast en sluit het op tussen de weefsels. Daar krijg je het niet meer weg, hoe hard je ook sport. Het lichaam gaat ook vocht vasthouden. Vooral de benen worden zo dik, dat er scheurtjes in de huid komen. Met een “Press” kan het vocht uit de benen worden geperst. Dat moet dan dagelijks gebeuren.

Toen ze na een val in het ziekenhuis belandde, ontdekte men daar, dat de benen over de volle lengte omhoog laten liggen ervoor zorgt, dat het vocht eruit wegloopt. In enkele weken raakte ze DERTIG KILO kwijt. De conclusie is dus, dat ze een bed nodig heeft waarvan het deel van de benen schuin omhoog gezet kan worden. Veel bedden hebben daarbij een knik bij de knieën. Het onderbeen ligt dan horizontaal. Zo’n bed is niet geschikt.

In een revalidatiecentrum leerde ze weer lopen achter een rollator. Ze leerde opstaan uit een stoel of uit een bed. Ze leerde zelfs weer in bed stappen met de loodzware benen en al. Ze waste zich zelf en ging zelf naar het toilet. Aanvankelijk was het perspectief een verpleeghuis geweest, maar zelf is ze zo gehecht aan haar huisje en de zorgzame buurt met veel aardige mensen en vooral ook aan haar partner, dat ze naar huis wilde. Voor sommige professionals is het moeilijk te accepteren, dat patiënten een eigen mening hebben. Maar thuis verzorgd worden met hulp van de thuiszorg is wel veel goedkoper dan een verpleeghuis.

Wat ging er mis? Ze dacht, dat er gezorgd was voor een geschikt bed. Toen ze thuis kwam was het bed er nog niet. Een paar uur later kwam het. Het was totaal ongeschikt. Ze kan er niet zelfstandig in of uit. Het voeteneind kon alleen handmatig schuin omhoog gezet worden, maar blijkt dan midden in de nacht toch weer naar beneden te klappen. De thuiszorg kan er niet mee uit de voeten, want de voetenplank kan er niet af. Huisarts, ergotherapeute en thuiszorg verklaarden het bed ongeschikt en pas na vijf weken erkende de leverancier dat. Maar die kan geen geschikt bed leveren. Er moet dus naar een andere leverancier gezocht worden en nu komt het.

De ziektekostenverzekering VGZ, gevestigd in Eindhoven beweert vanachter haar bureaus, dat het bed wel geschikt is. De ongelofelijke domheid van deze klerken zorgt ervoor, dat het lijden aan de wonden aan haar been weer enorm toeneemt. Tsja, leveranciers van echt goede bedden rekenen uiteraard de daarbij horende prijzen. Maar de VGZ blijft liever op de zakken met geld zitten in plaats van echte goede zorg te verlenen.

Onlangs vertelde een GroenLinkskamerlid bij Pauw, dat het zaak is de kwaliteit van de thuishulp goed te bewaken. De meeste mensen blijven immers het liefst zo lang mogelijk thuis. Dat is nog goedkoper ook. Moeten er nu eerst Kamervragen gesteld worden voordat VGZ in de gaten krijgt, dat de organisatie ontzettend fout bezig is? Een mooi betekenis van de afkorting VGZ zou kunnen zijn Voor Goede Zorg. Ik mag toch hopen, dat de VGZ dat zo snel mogelijk waar gaat maken.

Jaargang 11, Nr. 513.

MASCHRIFT
De werkelijkheid is nog wat ingewikkelder, blijkt uit nadere informatie,  Eerst moest de leverancier van het foute bed officieel erkennen, dat ze geen goed bed kunnen leveren. Dat wisten ze de tweede dag al, maar het duurde zes weken voordat het officieel erkend werd. Nu pas mag de ergotherapeute na toestemming van de ziektekostenverzekering VGZ in samenspraak met de huisarts op zoek naar een wel geschikt bed. Of ze  door VGZ daarbij beperkt worden in de keuze van de leverancier, is nog niet duidelijk. Maar er is vooruitgang en hoop doet lezen.

Legioenen trekken van Utrecht naar Katwijk

zaterdag, mei 19th, 2018

HISTORISCHE LANDSCHAPSRECONSTRUCTIE

De vorming van het veenlandschap in het Westen des Lands was in grote lijnen al goed bekend. Fysisch geografe Marieke van Dinter wilde het landschap reconstrueren, zoals dat was in de Romeinse tijd. Ze maakte gebruik van de vele bouwputten, die gedetailleerde bodemprofielen laten zien. Samen met andere wetenschappers kon zijn een paleografische kaart samenstellen van het gebied langs de Oude Rijn tussen Utrecht en Katwijk. Ze ontdekte de strategische ligging van de vele forten langs de rivier, die de grens, de limes vormde van het Romeinse rijk.

De toenmalige Rijn kon vrijuit stromen en de loop verleggen. De rivier was 100 meter breed en tot zes meter diep. Bij hoogwater overstroomde de rivier en dichtbij de rivier vormde zich een smalle oeverwal. Die bleef bij hoogwater meestal droog en was dus geschikt voor bewoning. Iets verder van de rivier ontstond een elzenbroekbos, maar verder van de rivier was het milieu voedselarm en daar groeide veenmos en dat leverde een meters dikke laag hoogveen op. Tussen die hoge veenkussens had de rivier maar weinig ruimte om de loop te verleggen. Uit het onderzoek bleek, dat de forten werden gebouwd op de zuidelijke oever en steeds dar waar een rivier als de Vecht zich afsplitste of een veenriviertje in de Rijn uitmondde. Op zo’n plek kon handel worden gedreven en was dus ook bewaking nodig. De Rijn was een belangrijk transportweg. Dat blijkt uit de vele scheepswrakken, die zijn ontdekt bij opgravingen. Door de ligging onder de grondwaterspiegel is het hout goed bewaard gebleven.

Over de oeverwal liep ook de Limesweg, die een snelle verplaatsing van troepen mogelijk maakte. Langs die weg stonden wachttorens. Tussen die torens was door de korte afstand communicatie mogelijk. De oeverwal was smal en er was geen ruimte voor grote forten. De afmetingen waren 80 bij 100 meter en er was ruimte voor 500 man. Elders waren de forten groter en lagen ze verder uit elkaar. Naast de forten lag altijd een burgerlijke nederzetting met kooplieden ambachtslieden en hun gezinnen. De meeste forten zijn rond 40 na Chr. Gebouwd Fectio tussen Utrecht en Bunnik wat eerder.

Kort geleden op vrijdag 11 mei had de Volkskrant een groot artikel over hetzelfde onderwerp. Er is een fietsroute en wandelroute uitgegeven langs de limes, verkrijgbaar bij Vvv’s, ANWB en de boekhandel.

Voorafgaand aan de lezing was er de Jaarvergadering van het Koninklijk Nederlands Aardrijkskundig Genootschap (KNAG). Opnieuw kwam naar voren, dat veel geografen geen lid zijn, maar wel profiteren van de diensten van het KNAG. Er is een studentenlidmaatschap tegen een gereduceerde prijs, maar na het afstuderen zeggen te veel mensen hun lidmaatschap op en vooral in de tijd, dat ze nog geen baan hebben. Als je als leraar geen lid bent, kun je ook niet mee beslissen over bijvoorbeeld leerplannen. Vervolgens moppert men wel over de ontwikkelingen en de zwakke positie van het vak. Mensen horen zich verantwoordelijk te voelen en samen te werken. Anders is het steeds hetzelfde groepje, dat beslist en de rest bestaat uit willoze uitvoerders van de besluiten. Jaren geleden paste ik het centrum-periferiemodel toe op deze situatie. Helaas schijnt er weinig te zijn veranderd. Eigenlijk zou dat artikel uit de Nieuwe Geografenkrant nog eens herdrukt moeten worden.

Jaargang 11, Nr. 512.

Kardinaal Eijk versus Paus Franciscus

zaterdag, mei 12th, 2018

KARDINAAL EIJK STELT KERKELIJKE WETTEN BOVEN DE BOODSCHAP VAN JEZUS VAN NAZARETH

Een van de verdrietige zaken van onze verdeelde christenheid is, dat de wereldkerkleiders niet willen overgaan tot intercommunie. Ze zijn het niet eens over wat er gebeurt bij het uitspreken van de woorden, die Jezus sprak bij het laatste avondmaal. Hij nam het brood en sprak: “Dit is Mijn Lichaam” en nam daarna de beker met wijn en zei: “Dit is Mijn Bloed”. De Rooms-Katholieke Kerk kent de leer van de transsubstantiatie. Brood wordt bij de consecratie het Lichaam van Jezus en de wijn verandert in Zijn Bloed. Het is een blijvende verandering. Dat maakt de Woord- en Communieviering mogelijk. Bij gebrek aan priesters gaan leken voor in een viering en wij ontvangen daarbij een eerder geconsacreerde hostie. In sommige kloosters bestaat de gewoonte van de “eeuwig durende aanbidding”, waarbij een hostie in een monstrans wordt getoond en door mensen, vaak zusters wordt aanbeden, terwijl zij ook voor allerlei noden bidden. Protestanten geloven niet in die blijvende verandering. Als er na een Avondmaalsviering brood overblijft, wordt dat bijvoorbeeld “aan de kippen gevoerd”. Alleen een geldig gewijde priester mag voorgaan in de Heilige Eucharistie, ofwel het Heilig Misoffer opdragen. Een priester wordt gewijd door een bisschop en die moet ook weer door een bisschop gewijd zijn. Omdat de Oudkatholieken en de Anglicanen zich met geldig gewijde bisschoppen hebben afgescheiden kunnen ze ook geldig gewijde priesters hebben. Ze zijn er nog veel meer soorten christenen. Ze kennen allemaal de viering van het avondmaal omdat Jezus bij het Laatste Avondmaal ons vroeg om Zijn Lichaam en Bloed in de gedaante van Brood en Wijn ter Zijner herinnering te nuttigen. Elke kerk heeft een eigen uitleg. Daarover wordt door kerkleiders gesproken. Ze worden het almaar niet met elkaar eens en zo hebben ze afgesproken, dat intercommunie niet mag. De gewone gelovigen snappen er niets van. Ze zijn vooral verontwaardigd. Waarom mogen wij niet samen vieren? We verlangen er oz naar.

Dat verlangen leeft vooral bij echtparen waarbij man en vrouw tot verschillende kerken behoren. In Duitsland zijnveel katholieken en veel Lutheranen, leden van de Evangelische Kirche. Als ze bij de ander een kerkdienst bijwonen mag de Lutheraan niet te communie in een Katholieke Eucharistieviering. Die man en vrouw hebben een gelukkig huwelijk. Ze zijn beiden actief in hun kerk. Ze voelen de eenheid van hun huwelijk, maar de boodschap van de kerken is, dat ze niet één maar verdeeld zijn. Daar lijden ze onder. Soms is de boodschap ronduit beledigend. U protestant mag wel naar voren komen, maar u houdt uw armen gekruist voor de borst en in plaats van de communie krijgt u zegenend gebaar. Meermaals gebeurde dit tijdens vormselvieringen. Is het een wonder, dat er nauwelijks nog vormelingen zijn?

De Duitse bisschoppen zochten naar een oplossing van dit pastorale probleem. Het feit, dat de Lutherse partner de katholieke communie wil ontvangen toont aan, dat hij de katholieke opvattingen niet afwijst. Je kunt best Lutheraan zijn en toch de katholieke opvattingen over de Eucharistie delen. In het met grote meerderheid aangenomen voorstel werden duidelijke voorwaarden gesteld. Daarbij hoort een gewetensonderzoek naar de opvattingen van de niet-katholiek. Een kleine minderheid was het er niet mee eens en toog naar Rome. Moest de paus die grote meerderheid op de vingers tikken? Hen stevig voor het hoofd stoten? Ja, vindt Kardinaal Eijk. De paus gaf geen van de beide partijen gelijk. Praat verder en probeer het samen eens te worden, was zijn boodschap.

Kardinaal Eijk is een typische aanhanger van de Poolse paus Johannes Paulus II en diens opvolger Benedictus XVI. De kerkelijke leer vervat in de Catechismus van de Kerk moet worden gehandhaafd en daar moet de paus voor zorgen. De huidige paus Franciscus legt overeenkomstig het Tweede Vaticaans Concilie de nadruk op de eigen verantwoordelijkheid van de lokale bisschoppenconferenties. Over belangrijke zaken besluit deze paus samen met de bisschoppen van de wereldkerk in een synode. De laatste keer ging het over huwelijk en gezin. Een netelige kwestie was toen of een opnieuw getrouwde gescheiden persoon al dan niet te communie mag. Ook daar is Eijk fel tegen. Als ik dat een keer zou merken, zou ik mijn hostie delen met de persoon, die geen hostie kreeg van zo’n farizeïsche pastor.

Zijne Eminentie Kardinaal Wim Eijk heeft zijn opvattingen neergelegd in een artikel en dat in eerste instantie gepubliceerd op een conservatieve Amerikaanse website. Hij weet, dat deze paus juist in de VS veel weerstand oproept met zijn opvattingen over het vraagstuk arm-rijk en over de aantasting van het milieu. Eijk zoekt steun bij de Trumpiaanse Noord-Amerikaanse katholieken. Tamelijk onsmakelijk De Nederlandse vertaling van het artikel is inmiddels te vinden op de website van het Aartsbisdom.

Leven onder het autocratisch bewind van Eijk vergt enig geduld en vooral incasseringsvermogen. Intussen hoop en vertrouw ik, dat in de pastorale praktijk gemengd gehuwden en gescheiden mensen heel veel steun en begrip krijgen van hun medegelovigen en van de pastores. Jezus van Nazareth gaf ons het goede voorbeeld. Hij ging om met iedereen en ook met zondaars en de Farizeeën en Schriftgeleerden, die kritiek hadden op het genezen van een zieke op de sabbat vroeg hij of hij op de sabbat het goed mocht doen. Ze konden slechts ja zeggen.

Jaargang 11, Nr. 511.

Bevrijdingsdag 2018

zaterdag, mei 5th, 2018

DE DODEN HERDENKEN

Vandaag vieren we onze vrijheid. Ik hoef niet bang te zijn, dat ik vanwege dit blog in de gevangenis beland of erger word gemarteld om geheimen te verraden en te vertellen wie mijn vrienden zijn. Kinderen hoeven niet meer bang te zijn, dat hun vader tijdens een razzia wordt opgepakt om in Duitsland te moeten werken. We hoeven niet meer angst te hebben verraden te worden. We hoeven niet meer onder te duiken.

Je kunt er spannende verhalen over vertellen, die echt zijn gebeurd. Het is geen computerspelletje. Het is echt. Net zo echt als de beelden van de verwoestingen in Syrië. Er is alle reden om blij te zijn, dat we nu al 73 jaar verlost zijn van die vreselijke oorlog. Soms hoor je mensen erg gemakkelijk praten over oorlogen en over het uitzenden van militairen naar conflictgebieden. Dan denk ik vaak, dat ze kennelijk geen idee hebben over de werkelijkheid en wat dat met mensen doet.

Bij zo’n Dodenherdenking gaat het om alle doden, niet alleen om mensen, die in de strijd om onze vrijheid zijn gevallen. Het gaat ook om de burgerslachtoffers van bombardementen of beschietingen of om de bemanningen van koopvaardijschepen, die werden getorpedeerd. Het gaat ook om de doden van de hongerwinter en de doden in de concentratiekampen en dan vooral ook de doden van de Holocaust. Het gaat niet alleen om Nederlandse slachtoffers maar om de doden in heel Europa en Noord-Afrika. Het gaat om miljoenen doden.

Daarom was het voor mij onbegrijpelijk, dat er mensen bestaan, die de twee minuten stilte wilden doorbreken omdat er onder die doden ook oorlogsmisdadigers schuil gaan. Tijdens die twee minuten stilte denk ik na over onze verantwoordelijkheid om oorlog te voorkomen.

Het Waterliniefort bij Rhijnauwen tussen Utrecht en Bunnik was een van de lokaties waar de Duitsers verzetsstrijders fusilleerden. Bij de herdenking ligt daar de nadruk op. Gisteren werd door de waarnemend burgemeester van Bunnik de vraag gesteld of ook wij bereid zouden zijn geweest tot verzet te komen. Wilden wij de dood riskeren? Waren wij net zo moedig? Niet alleen tegenover een vreemde overheerser, maar ook nu. Verzetten wij ons tegen onrecht? Accepteren wij geen ongerechtvaardigde dwang? Mijn voorbeelden: Willen wij dat de grenzen van Europa gesloten blijven voor oorlogsvluchtelingen? Accepteren wij discriminatie op de arbeidsmarkt? Zijn we voor een verenigd Europa of willen we een Nexit met weer de oude verdeeldheid in ons werelddeel? Vinden wij Nederlanders ons zelf beter dan onze Europese buren? Wat is onze houding tegenover arbeidskrachten uit Polen of Roemenië? Stemmen we op nationalistische partijen? Hoe staan we tegenover multinationals, die onze regering de wet voorschrijven?

Volgende week woensdag hang ik weer de Europavlag uit als een teken van de Europese Eenheid, die ons onze vrijheid garandeert.

Jaargang 11, Nr. 510.

Plutocratie

zaterdag, april 28th, 2018

RUTTE HOORDE DE KLOK NIET LUIDEN

Onze premier heeft langzamerhand de idee gekregen, dat hij in Nederland alles naar zijn hand kan zetten. Hij vindt, dat hij zich van niemand in de Tweede Kamer iets hoeft aan te trekken. Die indruk wekt hij althans. In feite voert hij uit wat het grote internationale bedrijfsleven van hem verwacht. Nederland is slechts in schijn een democratie, maar feitelijk een plutocratie, een land waar de rijksten beslissen. En Rutte en zijn ministersploeg zijn niet dienstbaar aan het volk, maar dienen slechts het mondiale kapitaal. We hebben eerder gezien hoe dat werkt. Eind zeventiger jaren schreven een aantal grote werkgevers een brief aan de regering, waarin ze meedeelden, dat ze uit Nederland zouden vertrekken als de belastingdruk niet drastisch zou verminderen. In een uitzending van Pauw zagen we Jesse Klaver tegenover Hans de Boer, voorzitter van de werkgeversbond. Dreigend vroeg hij aan Jesse Klaver of die wel besefte, dat het om duizenden banen draaide. Mondiale ondernemingen zouden niet langer in Nederland investeren en zo werkgelegenheid scheppen als de Dividendbelasting niet zou verdwijnen. Hans de Boer besefte geeneens dat hij feitelijk met chantage bezig was. Aan chantage moet je nooit toegeven.We gaan nu eerst kijken waardoor ondernemingen graag in Nederland investeren en daarna naar de oplossing voor het probleem van te grote macht van het internationale kapitaal.

Hoe verdient Nederland zijn geld? Nederland is een klein land met betrekkelijk weinig grondstoffen en weinig ruimte voor akkerbouw. We moeten veel importeren en om dat te kunnen betalen ook veel exporteren: goederen of diensten. We importeren betrekkelijk goedkope grondstoffen en maken er vooral halffabricaten van: Ruw staal, ruw aluminium, elektriciteit en diverse soorten brandstoffen als benzine, dieselolie, kerosine of stookolie. Denk aan Rotterdam, Vlissingen, Terneuzen, IJmuiden en Delfzijl. Veel hiervan wordt massaal geëxporteerd. Helaas is de toegevoegde waarde betrekkelijk gering. Beter is het ze verder te bewerken en er onderdelen van te maken of eindproducten. Wat we in Nederland zien is, dat de maakindustrie enorm is gegroeid en daarbij zeer hoogwaardige en dus veel geld opbrengende eindproducten oplevert. Chipmachines van ASML, medische apparatuur van Philips, vrachtauto’s en bussen, speciale vaartuigen, chemische producten, geneesmiddelen, voedingsmiddelen. Nederland heeft dus veel zeer hoogwaardige industrie. Dus ook de werknemers ervoor en de opleidingen voor die werknemers en allerlei dienstverleners als gespecialiseerde accountants, zakenbanken, advocaten, verzekeringsmaatschappijen en handelsondernemingen. Ons land ligt midden in een grote en zeer koopkrachtige markt en het beschikt over uitstekende infrastructuur als autowegen, waterwegen, havens, vliegvelden, spoorverbindingen en verbindingen en knooppunten voor dataverkeer. Als je dus als Japanse of Chinese of Amerikaanse onderneming een vestigingsplaats zoekt in de EU is Nederland zeker een optie en dan speelt het bestaan van een dividendbelasting net als bijna overal in de EU een onnozele rol. Ook voor de tuinbouw en de veehouderij gelden dergelijke gunstige vestgingsfactoren. Veevoer bijvoorbeeld is gemakkelijk te importeren. Daarop rust weer een forse en opnieuw zeer innovatieve agrarische industrie met zeer veel export.

Maar ja, er zijn van die “rupsjes nooit genoeg”, die belastingheffing een vorm van diefstal vinden en alsmaar meer rijkdom willen vergaren. Dus streven ze naar lage lonen en minimale kosten voor duurzaamheid en lage belastingen. Ze chanteren regeringen om hen hun zin te geven en daarmee spelen ze de landen tegen elkaar uit. Zo kan voor de vennootschapsbelasting een “race tot the bottom” ontstaan. Om de beurt verlagen landen die belasting op de winst van vennootschappen, zoals we dat de afgelopen jarwen hebben kunnen zien. Wel profiteren van de goede infrastructuur en de hooggeschoolde arbeidskrachten en de ruimte in een land, maar er niet of zo weinig mogelijk voor willen betalen. Maar het gaat nog verder. Het kleine land Luxemburg bood multinationals de kans om via belastingconstructies voor miljarden aan belasting te ontwijken. Tot twee accountants van PriceWaterhouseCoopers(PwC) die praktijken aan het licht brachten: Deltour en Halet. Deltour dreigde zelfs veroordeeld te worden, maar nu is er een Europese wet in de maak om zulke klokkenluiders te beschermen en financieel te ondersteunen. Eindelijk! Zo biedt de EU de mogelijkheid om de macht van het internationale kapitaal te breken en zo te zorgen voor rechtvaardigheid in belastingland. Er wordt hard gewerkt aan maatregelen tegen witwassen van zwart geld, tegen belastingontwijking en belastingontduiking. Wij gewone burgers moeten er immers voor boeten. Wij moeten meer betalen of krijgen minder goede zorg of minder goed onderwijs of minder veiligheid. De narigheid is, dat het vaak de nationale regeringsleiders in de Europese Raad of nationale ministers, die dwars liggen bij het besluiten tot maatregelen. Daar ligt een rol voor de Tweede Kamer. Elke keer als Mark Rutte naar een Europese Raad is geweest, hoort hij voor de Tweede Kamer te verschijnen en verantwoording af te leggen. Wij burgers van Europa kunnen er volgend jaar voor zorgen dat er een nog beter Europees Parlement komt.

Jaargang 11, Nr. 509.

Cordaid, een moderne ontwikkelingsclub.

zaterdag, april 21st, 2018

HELPEN MET JE HART

Deze week was ik op de donateursdag van Cordaid, een bekende ontwikkelingsorganisatie van katholieke huize. Cordaid is ontstaan door het samengaan van een vijftal organisaties. De naam is een afkorting van een lange naam, die vrijwel niemand kent. De meeste mensen denken aan Cord = hart en aid = hulp. Samenwerken zou doelmatiger zijn en kosten besparen. Er zat ook druk achter van het ministerie, want hoe minder organisaties hoe minder administratief werk. Naar buiten toe manifesteren die afzonderlijke organisaties zich nog steeds. Ze hebben hun eigen taken en hun eigen donateurs en collectes. Maar ik was nieuwsgierig geworden door de uitnodiging, waar het ging over de integrale aanpak van Cordaid. Het was altijd wat vreemd, dat er voor elk werkveld een afzonderlijke organisatie was en is, terwijl er toch vaak samengewerkt zou kunnen worden. Dat gebeurt nu veel meer dan vroeger.

Ik zat met wat vragen. Die kon ik stellen en ik kreeg voor mij heel bevredigende antwoorden. Goede hulp zorgt ervoor, dat je de onafhankelijkheid van de mensen bevordert. Er moet een moment komen, dat ze jouw hulp niet meer nodig hebben. Het moet geen altijd voortdurende liefdadigheid zijn. Dat blijkt de doelstelling van de Cordaidwerkers te zijn. Niet alleen een waterpomp slaan, maar ook de mensen opleiden, die de pomp kunnen onderhouden en zo nodig repareren. Daarnaast zorgen voor een financiële structuur, zodat de vervangende onderdelen ook betaald kunnen worden. Daarbij werken de Cordaidmensen vaak samen met kritische clubs in het land waar ze werken. Heel vaak hangt armoede en onderontwikkeling samen met de maatschappelijke structuren. Dan is het logisch, dat je samenwerkt met organisaties, die werken aan betere maatschappelijke structuren.

De Katholieke Kerk kan soms bij een oplossing van een probleem in de weg staan. Dus vroeg ik of Memisa bij de bestrijding van Aids ook condooms ter beschikking stelt. Memisa heeft er gelukkig geen enkel probleem mee. Ik had overigens al eerder een informatiebijeenkomst van Memisa meegemaakt en was toen onder de indruk gekomen van hun efficiënte werkwijze. Goede controle, zorgvuldige planning en pas geld geven als je zeker wist, dat het goed besteed zou worden en er niets aan de strijkstok zou blijven hangen.

Wat doet Cordaid nog meer? Vooral Cordaid Mensen in Nood geeft noodhulp na natuurrampen: tenten, zeilen, schoon drinkwater, dekens, voedselpakketten en maatregelen tegen besmettelijke ziekten. Maar daarna bouwen ze ook nieuwe huizen, die bestand zijn tegen orkanen en/of aardbevingen of ze zorgen voor noodvoorzieningen op grote terpen of hogere gebieden, waar de mensen bij overstromingen naar toe kunnen vluchten.

Dan is er nog Cordaid Kinderstem voor onderwijs en Cordaid Microkrediet, dat mensen helpt bij het financieren van een eigen bedrijfje. En Cordaid Bond zonder Naam bestaat ook nog steeds met de bekende kaarten met een spreuk, die tot nadenken stemt. Nu in april luidt de spreuk: “Het alledaagse is niet alledaags.” Het eigenlijke doel van de Bond zonder Naam is armoede bestrijding in Nederland. Soms vraag ik mij af of de bekendheid van deze organisaties met de ontkerkelijking en de secularisatie minder wordt, Daarom heb ik dit blog maar eens geschreven. Welke ontwikkelingsorganisaties steunt u?

Jaargang 11, Nr. 508.

Nordkirchen en Henrichenburg

zondag, april 15th, 2018

VEEL MOOIS DICHTBIJ NEDERLAND IN WESTFALEN

Onze Historische Kring “Tussen Rijn en Lek” organiseert elk jaar een dagexcursie, beurtelings naar Nederland, België en Duitsland. Dit jaar begonnen we met het Westfaalse Versailles: het Waterslot Nordkirchen. Noordelijk van Dortmund. Het slot werd in het begin van de achttiende eeuw gebouwd door Vorst-Bisschop Frederik Christiaan van Plettenberg-Lehnhausen op de plek van een oudere waterburcht uit de 15e eeuw. Het werd in de loop der eeuwen door meerdere steenrijke families bewoond, die het slot nog verder hebben uitgebreid. Het slot stamt uit de baroktijd, maar van de buitenzijde zien we een nogal strak vorm gegeven verzameling van gebouwen. In de gebouwen zelf zien we prachtige kamers en zalen met schilderijen van vroegere bewoners en andere wandschilderingen. Het viel ons op, dat de stijl binnen het gebouw verandert naarmate de inrichting uit een latere periode stamt. Het slot is omgeven door een groot park met waterpartijen en een beeldentuin. Het park en de rest van het landgoed zijn vrij toegankelijk. De slotkapel is een trouwlocatie, zoals we met eigen ogen konden zien.

Vijftig jaar geleden was het slot deerlijk in verval geraakt, maar de regering van NoordRijn/Westfalen heeft het laten restaureren en nu is er een opleidingsinstituut voor ambtenaren op financieel gebied in gevestigd met honderden studenten. Het lijkt mij heel bijzonder in zo’n gebouw te mogen studeren. Anderzijds is Nordkirchen maar klein en er ligt geen grote stad in de nabijheid.

Keizer Wilhelm II vond in de 19e eeuw, dat Duitsland een netwerk van scheepsverbindingen moest krijgen. Onze toekomst ligt op het water, beweerde hij. Het zat hem dwars, dat het Ruhrgebied afhankelijk was van de aanvoer van ijzererts via Rotterdam. Daarom moest er een kanaal komen van het Ruhrgebied naar de Noordzee. Dat werd het Dortmund-Emskanaal naar Emden. Onderweg moet een hoogteverschil van 77 meter worden overwonnen.  Bij Waltrop bouwde men een schepenlift, ein Schiffshebewerk, waarbij een hoogteverschil van 14 meter in totaal in twaalf en een halve minuut werd overwonnen. Zo iets lukt nooit met een sluis. Hoe werkte het? Stel je voor een enorme bak met water gevuld, die rust op vijf drijvers in vijf cilinders. Als er meer water of een schip in de bak komt zakt het geheel. Zo kun je de bak met het schip erin in twee en een halve minuut 14 meter laten zakken of stijgen. Deze installatie werd gebouwd tussen 1894 en 1898 en werd op 11 augustus 1899 officieel door keizer Wilhelm II in gebruik gesteld. Er waren duizenden mensen aanwezig, waarvan velen uit alle mogelijke buitenlanden. Er was alleen energie nodig voor de elektrische waterpompen en de elektriciteit werd met een stoommachine bij de installatie opgewekt. Deze installatie is niet meer in gebruik sinds 1970, maar wordt als industrieel erfgoed in goede staat gehouden. Er is nu een moderne lift en een grote sluis. Op het lagere niveau begint niet alleen het Dortmund-Emskanaal, maar ook het Rhein-Hernekanaal. Het is allemaal van enorme betekenis geweest voor de industriële ontwikkeling van Dortmund en omgeving. Hoogovens vind je in het Westen van het Ruhrgebied bij de Rijn en in het Oosten bij Dortmund. Op die plekken werd het ijzererts aangevoerd.

Jaargang 11, Nr. 507.