Archive for the ‘COLUMN VAN DE WEEK’ Category

Terug naar mijn Arnhems verleden

zondag, oktober 20th, 2019

MET EEN OVERDENKING BIJ DE GRAVEN VAN DUIZENDEN BRITSE SOLDATEN

Soms weten je kinderen een bijzonder verjaardagscadeau te bedenken. Ik mocht een tochtje door mijn geboortestad Arnhem maken langs allerlei plekjes, die voor mij belangrijk zijn geweest. Mijn vrouw en ik werkten aan dezelfde school. Toen wij in 1961 trouwden, werd zij ontslagen. Aan de school op de Hoogkamp, waar wij toen werkten was het eerste bezoek gericht.  Het is niet langer de Onze Lieve Vrouw van Fatima-school, maar heeft na de fusie een andere naam gekregen: Het Panorama/ Van dat uitzicht op het landgoed Warnsborn heb ik toen vaak genoten. Er is vel bijgebouwd, want de kleuters kwamen erbij en er moeten allerlei ruimtes zijn voor extra begeleiding van individuele leerlingen. De school ontstond als een afsplitsing van de H. Hartschool en stond toen tegenover de H. Hartkerk. De kerk is nu een soort wijkcentrum met de naam Guldenhart.. De wijk heet de Gulden Bodem. 

Verder ging het naar Moscowa, waar we het graf van mijn moeder bezochten. Op de Thomas a Kempislaan hebben we jarenlang gewoond, behalve toen we geëvacueerd waren na de Slag om Arnhem. Ik vertrok toen ik trouwde.  Dicht daarbij in de Vogelwijk gingen we langs mijn geboortehuis aan de Kievitstraat. Het wijkje is nu een stedenbouwkundig monument. Het zijn inderdaad bijzondere woningen uit de Tuindorp periode met voor- en achtertuin en rode pannendaken. 

Mijn kleuterschool stond aan de Van Slichtenhorststraat in de Wijk Sint Marten.  Het is een typische voorbeeld van gentrificatie. De huizen zijn keurig opgeknapt en veel geld waard.. Sonsbeek ligt er vlak bij. In de kerk zijn appartementen gebouwd, maar de pastorie staat nog fier overeind, evenals de kosterswoning en de zaaltjes naast de kerk. Daar zijn nog steeds activiteiten..

We lunchten in Restaurant “Goed Proeven” op de hoek van de Sonsbeeksingel en de Klarendalseweg. Met enorme lichtletters staat er Klarendal op het dak. Het gebouw was vroeger een Postkantoor naast NS-station Arnhem Centraal. Daar is het steen voor steen afgebroken en in Klarendal bij de spoorlijn weer opgebouwd. De vroegere arbeiderswijk heeft nu veel winkels op modegebied, de neerslag van de mode-opleiding van de Arnhemse Kunstacademie.

Op weg naar  het geboortehuis van de twee oudsten (1963 en 1964)  passeerden we aan de Velperweg het gebouw van het Katholiek Gelders Lyceum, waar ik mijn HBS-B-diploma haalde in 1952 en verderop het verzorgingshuis Vreedenhof, waar mijn moeder vele jaren woonde tot haar overlijden in 1996 en 89 jaar oud   De flat in de wijk Presikhaaf bleek zeer fraai opgeknapt. Maar overal stuit je  op afgesloten poorten naar een achterom of naar de kelderboxen onderin de flat. Je krijgt er weinig te zien.. De tijden veranderen. Van Presikhaaf naar Alteveer/Cranevelt ging vlot en daar keken we van beneden naar de flat, waar mijn moeder ook een tijd woonde en waar al de drie kinderen herinneringen aan hebben. Over de Schekmseweg ging het naar Oosterbeek.

Daar is het Airbornemuseum in de villa Hartenstein steeds informatiever geworden. Je krijgt een goed beeld van de operatie Market Garden en vooral van de slag om de Rijnbrug in Arnhem. De keuze om zo ver van Arnhem te landen was fout. De informatie, dat er twee SS Panzerdivisies in de bossen noordelijk van Arnhem lagen werd genegeerd. Het is een wonder, dat de brug nog zo lang in handen van de Britten bleef. Had het leger na de verovering van de Waalbrug onmiddellijk doorgestoten, dan waren ze nog op tijd geweest.. Dan had de operatie kunnen slagen..

Bij Oosterbeek vinden we een groot oorlogskerkhof. Het is een van de vele Britse oorlogskerkhoven op het Europese vasteland. Na de Tweede Wereldoorlog besloot men tot eenwording in Europa. De Europese Unie is het resultaat.  Een nieuwe oorlog tussen Frankrijk en Duitsland is ondenkbaar geworden.. Daarom is het zo volkomen onbegrijpelijk, dat een kleine meerderheid van de Britten  uit de EU willen. Het is een belediging van al die Britse soldaten, die hun leven hebben gegeven voor een vrij Europa.  De kleine meerderheid van de Britten heeft de lessen van de geschiedenis maar slecht geleerd.

Ik vind, dat aan een verder uitstel de voorwaarde wordt verbonden van een nieuw Brits referendum met twee keuzes: In de EU blijven of de laatste deal van Johnson accepteren. Laat het Britse volk beslissen. Het Brotse parlement blijkt er tot nu toe niet  toe in staat.

Jaargang 12, Nr. 585.

De stikstofproblematiek

zondag, oktober 13th, 2019

EU-REGELS BESCHERMEN UNIEKE NATUURGEBIEDEN

Europese regels beperken de stikstofneerslag in bijzondere natuurgebieden. Stikstofverbindingen vormen vaak een meststof voor planten. Als er te veel stikstof in de bodem komt, verdwijnen planten, die van een schrale grond houden. Daarvoor komen planten, die wel van een voedselrijke grond houden. De heide houdt van een schrale grond. We hebben in augustus genoten van die prachtige paarse heide in Heidestein en Bornia bij Driebergen. We wezen een echtpaar uit Brabant daar de weg.. De grond wordt er schraal gehouden. Opslag wordt door schapen van het Utrechts Landschap weg gevreten.. Maar elders zien we de heide ‘vergrassen’. Daar valt in de zomer niet meer van die paarse pracht te genieten. In andere gebieden verdwijnen bepaalde planten. De biodiversiteit wordt minder en de Europese regels zijn er om die biodiversiteit te handhaven.

Blad 64 van de Grote Bosatlas, 55ste editie, toont drie interessante kaartjes van de neerslag van stikstofdioxide in 2005, 2010 en 2015..  In de loop van die jaren zie je de stikstofdioxideneerslag rond grote steden als Rotterdam, Amsterdam, Den Haag, Utrecht, Den Bosch  en Eindhoven verminderen. Verkeer en vervoer doen hun best om minder vervuilende stoffen uit te stoten. Toch zie je nog steeds die steden als concentratiegebieden en de route Amsterdam-Eindhoven of Rotterdam-Arnhem vallen toch op met nog steeds meer stikstofoxide. 

In diezelfde periode verandert er in de landbouwgebieden op de zandgronden van Brabant, Limburg, Gelderland en Overijssel niet veel. Jammer genoeg kan er nog geen kaartje van 2020 zijn. Inmiddels zijn de melkquota afgeschaft en is het aantal runderen toegenomen. Het zou interessant zijn om te zien of zich dat ook vertaalt naar een hogere stikstofdioxideneerslag.  Maar intussen krijgen boeren geen vergunningen meer om nieuwe stallen te bouwen, maar ook andere bouwplannen buiten de landbouw krijgen geen vergunningen meer. Wat te doen?

Niet zo slimme Tweede Kamerleden van CDA en VVD proberen de metingen van de neerslag verdacht te maken. Ze sluiten hun ogen voor de duidelijk waarneembare schade. Zijn er oplossingen te bedenken behalve de halvering van de veestapel? Al dat vee zorgt immers ook voor overbemesting en zo voor vervuiling van het grondwater en mettertijd ook ons drinkwater. Dan stoten koeien ook nog methaan uit en dat is een nog sterker broeikasgas dan Koolstofdioxide. Zo werkt de rundveeteelt ook nog mee aan de opwarming van het klimaat. Er zijn dus best wel redenen om de rundveeteelt te beperken. Per hectare zouden zoveel koeien moeten gehouden worden als het daarop verbouwde veevoer kan voeden. Dan is er evenwicht en geen overbemesting.. 

Is er dan verder niets aan te doen?  Te denken valt aan mestvergisting, waarbij brandbaar gas ontstaat. Mest kan ook gedroogd worden en elders gebruikt worden in plaats van kunstmest. Mest kan in grote hoeveelheden naar akkerbouwgebieden worden vervoerd. Mest bevat ook heel wat nuttige stoffen. Zo zit er fosfaat in en daaraan driegen op wereldniveau tekorten. We willen de koeien graag in de wei, maar in een gesloten stal zouden net als bij de varkens schadelijke gassen afgevangen en uitgewassen kunnen worden.

De positie van veel rundveehouders is moeilijk. Economisch gezien ligt groei voor de hand, maar ecologisch is dat niet meer verantwoord. De ecologische schade aan bijzondere natuurgebieden is overduidelijk. Daar zou men moeten beginnen met het uitkopen van rundveehouders in de omgeving.  Ze zouden geholpen moeten worden over te schakelen naar akkerbouw of tuinbouw. Dat moet dan niet leiden tot overproductie. Je ziet ook boeren overschakelen naar zonneparken. Hier in de omgeving zie ik veel sedumvelden. Dit plantje wordt gebruikt voor groene daken. De Nederlandse landbouw laat zo zien, dat de creativiteit bij noodzakelijke verandering er nog steeds is.

Jaargang 12, Nr. 584.

In memoriam Father Ben Jorna, Mill Hill missionaris in Congo en India

zondag, oktober 6th, 2019

Ben Jorna werd op 29 november 1935 geboren als 2e zoon van Jan Jorna en Riek Jorna-Molle. Zij woonden aan de Kievitstraat 14 in de Arnhemse Vogelwijk. In 1937 verhuisde het gezin naar de Thomas a Kempislaan 12, genoemd naar de schrijver van ‘De Navolging van Christus’. Ben ging bij de Zusters naar de kleuterschool en bij de fraters van Utrecht naar de O.L. Vrouweschool. Na zijn eerste H. Communie werd hij al snel misdienaar. Het gezin maakte de Slag om Arnhem mee en moest daarna evacueren naar een schooltje op het platteland oostelijk van Apeldoorn. Ook daar was Ben misdienaar. De katholieke evacuees kwamen bijeen in het protestante wijkgebouw Samuel.

Bij Ben ontstond al vroeg het verlangen om priester te worden. Onze ouders overlegden met heeroom Jan Kerkhoff mhm, missionaris in Oeganda en die raadde Mill Hill aan. In 1948 ging Ben voor vier jaar naar Tilburg en daarna voor twee jaar naar Haelen. Hij bleek daar een intelligente leerling. Hij haalde in 1954 zijn staatsexamen Gymnasium B. Toen volgde de opleidingen Filosofie en Theologie in  Roosendaal en Mill Hill Londen. In 1960 werd hij priester gewijd in Mill Hill. Het hele gezin plus oom Sjef was er bij. Een week later deed hij zijn Eerste Plechtige H. Mis in onze parochiekerk van O.L. Vrouw Onbevlekte Ontvangenis aan de van Slichtenhorststraat in Arnhem.

Hij was bang, dat hij moest gaan studeren en een baan op het Seminarie zou krijgen, maar tot zijn vreugde werd hij naar Congo benoemd, maar moest wel eerst een brede onderwijsbevoegdheid in Antwerpen gaan halen. Antwerpen was wel leuk, want zowel van moeders als van vaders kant woonde daar familie. Na twee jaar was hij bevoegd om wiskunde, natuurwetenschappen en aardrijkskunde te geven. Toen naderde een moment van afscheid nemen voor een wat langere tijd. Ben vertrok naar het bisdom Basankusu in de Evenaarprovincie van Congo, waar hij les zou gaan geven aan de onderwijzersopleiding in Bokakata, westelijk van de hoofdstad Basankusu. Maar in het oosten van het bisdom waren opstandelingen moordzuchtig bezig, ook onder missionarissen en al na korte tijd was Ben weer terug in Nederland. De opstand werd door westerse troepen onderdrukt en toen het weer veilig was kon Ben nu echt naar Bokakata. Daar heeft hij jarenlang gewerkt. Onder de Mill Hillers gingen sterke verhalen rond over Ben, maar wij kregen ze nauwelijks te horen.

Ben was soms wat verstrooid. Bij het lesgeven bedacht hij, dat hij in de bibliotheek iets moest opzoeken. Al snuffelend in de boeken vergat hij alles, ook dat hij eigenlijk bezig was met lesgeven.

Wij vormden een soort thuisfront. Ben wilde graag dia’s laten zien, maar hoe kon hij het lokaal verduisteren? Een langwerpige kist met de opgerolde gordijnen ging via Antwerpen naar Congo. Het land ontwikkelde zich ondanks alles en zo kwam het zo ver, dat een Congolees het werk van Ben kon overnemen.

Ben kreeg voor het eerst een benoeming in de zielzorg en wel in Bolomba in het Westen van het bisdom. Tijdens al zijn vakanties en zijn bedelpreken had hij heel wat vrienden gekregen en die schreven vele brieven. Hij vroeg mij hoe hij al die brieven zou kunnen beantwoorden. Zo ontstond het idee van de rondzendbrieven. Ik heb er jarenlang tientallen naar zijn familie en zijn weldoeners verstuurd. Er boven stond “Brief uit Bolomba” en daar kwamen dan de nummers achter, 2,3,4, 5 en zo verder. Ik typte de brieven keurig over, verbeterde taal- en schrijffouten. Ik vermoed, dat ze bij veel mensen heel inspirerend hebben gewerkt. Ben schreef bijvoorbeeld, dat hij in een dorp was geweest, waar anderhalf jaar geen priester was geweest. De catechist had er al die tijd voor gezorgd, dat er toch vieringen waren. En ik dacht, dat kunnen wij ook nu er steeds minder priesters zijn. Toch was dat werk eigenlijk te zwaar voor Ben.

Een nieuwe benoeming volgde. In Baringa moest hij een huis opzetten, waar jonge mannen werden voorbereid op het seminarie. Dat ging lang goed tot de politieke onrust toenam en Ben in conflict kwam met een dorpspotentaat. Dat begon griezelig te worden en midden in de nacht vluchtte Ben in de auto met iedereen naar Basankusu. Daar zette hij zijn werk voort.

In het Oosten van het land waren rebellen actief en zij rukten op langs de noordelijk gelegen Congorivier. Tegen de verwachting in slaagden zij door moerassig oerwoud Basankusu  te bereiken en de stad, het vliegveld en een vliegtuig bij verrassing te veroveren. Plotseling waren de mensen in Basankusu afgesneden van contact met de hoofdstad Kinshasa en verder met Europa. In die tijd sprak ik elke veertien dagen via de telefoon een boodschap van precies één minuut in, die via een Vlaamse wereldomroep werd uitgezonden en in Basankusu beluisterd kon worden. De stad werd vrijwel dagelijks door de regering met primitieve vatenbommen bestookt. Ben had een eenmansgat gegraven en was zo betrekkelijk veilig. Op een dag landde er een vliegtuig van de rebellen. Ben racete er naar toe en vertrok al snel. Via de Centraal Afrikaanse Republiek kwam hij naar Europa. Wat later kon hij zelf een boodschap voor Basankusu inspreken en de mensen van de omroep hadden dat goed door.

Terug naar Congo kon niet meer. Ben ging in Engeland een cursus volgen hoe je beter gebruik kunt maken van je talenten. Vervolgens leerde hij zelf dergelijke cursussen te geven. Hij werd daarna naar India benoemd om jongemannen kennis te laten maken met de spiritualiteit van Mill Hill. Een enorm probleem werd, dat hij slechts een toeristenvisum voor zes maanden kreeg en dan moest hij het land weer op tijd uit. In Sri Lanka probeerde hij dan weer een visum te krijgen. Een keer heeft hij er zelfs op zijn knieën om gesmeekt. Uiteindelijk werd het allemaal toch te zwaar In 2010 ging hij in het Sint Jozefhuis in Oosterbeek wonen.

Ben bleef studeren, las de kranten al vroeg in de ochtend en ontwikkelde over allerlei zaken een duidelijke visie. Zijn collega’s merkten dat maar al te goed. Die waren niet zo vreselijk progressief. Dat werden soms stevige debatten als ik het goed begrepen heb. Tsja Ben bleef toch de leraar, die hij eigenlijk steeds weer door bepaalde benoemingen werd. Zijn 84ste verjaardag en zijn zestigjarig priesterschap mag hij nu in de hemel vieren en wij vieren het met hem mee.

Jaargang 12, Nr. 583.

Reis naar Roemenië 3

zondag, september 29th, 2019

KERKEN EN KASTELEN EN STEDENSCHOON

In dit blog ga ik de reis door Roemenië volgen en dus niet thematisch te werk. De derde dag kwamen we Roemenië binnen na een serieuze grenscontrole. Alle paspoorten werden in de bus bekeken. De eerste stad was Oradea. Daar konden we geld pinnen en lunchen, al waren wel veel restaurants op maandag dicht. We bekeken de Maankerk van binnen, een Oosters-Orthodoxe kerk met in onze ogen een overdaad aan versieringen.. Mooi om foto’s te nemen. De kerk ligt met andere kerken aan een groot plein, dat er met de omliggende straten keurig opgeknapt bij ligt en ja, met geld van de EU., zoals in meer steden, die we hebben bezocht. We doorkruisten voor de eerste keer de Karpaten op weg naar Cluj-Napoca. Ook daar is de oude binnenstad opgeknapt, maar die zagen we niet. Deze stad groeit sterk, vooral door de de duizenden studenten, die na hun afstuderen voor tal van nieuwe bedrijfjes zorgen. De stad breidt zich nu uit op de hoogten buiten de smalle vallei en daar logeerden we in een gloednieuw hotel.

De volgende dag bezochten we de stad Sighisoara met een middeleeuwse burcht, waar ik de toren wel helemaal wist te beklimmen. Dan krijg je een mooi uitzicht over de heuvels als beloning. Verder ging het naar Brasov, waar we twee nachten zouden verblijven in een bio-hotel ver buiten de stad. 

In Bram bezochten we een bijzonder fraai kasteel, waarvan we dachten, dat dit het kasteel van de beruchte Dracula was. In werkelijkheid heeft rond 1900 een Amerikaanse schrijver van griezelromans het kasteel als locatie voor een van zijn romans gekozen. Het is het kasteel van de Roemeense koning en Koningin Maria. Je kunt merken, dat het gebouwd is om indruk te maken, enerzijds op de onderdanen, anderzijds op andere bezoekende vorsten. Je merkt, dat zij elkaar na-apen met bijvoorbeeld een indrukwekkende bibliotheek of met fraaie kunstwerken of prachtige tuinen rond het kasteel. Na de lunch maakten we in Brasov een stadswandeling, waarbij we weer die bijzondere dakramen zagen, die er uitzien als grote ogen. We liepen langs een synagoge en dan blijkt weer hoeveel religies in Roemenië aanwezig zijn. Overal in Brasov valt je oog op de grote witte letters bovenaan een berghelling met de naam Brasov. Ook in Sibiu maakten we op zondag een stadswandeling. Je merkt dan, dat sommige steden al een wat langere geschiedenis hebben en een belangrijke rol gespeeld hebben. Dat zag je ook sterk in de vestingstad Alba lulia, die enige overeenkomst liet zien met Nederlandse vestingsteden als Naarden. Interessant was daar de kerk, met een praalgraf en nogal wat nationale symbolen. en als meer kerken in gotische stijl. ’s Middags bezochten we een echt kasteel van Hunedoara met een duidelijke defensieve functie.en toch ook fraaie stijlkamers.

Het meest imposante gebouw van Boekarest is ongetwijfeld het enorme paleis, dat de Ceaucescu’s lieten bouwen ten koste van de welvaart van het Roemeense volk. Het is echt kolossaal qua oppervlak en hoogte. Wij mochten ergens helemaal beneden na een Schiopholachtige controle naar binnen en daarna was het trappen beklimmen en intussen enorme zalen en brede gangen bekijken. Er was ook ruimte voor kunst.  Wat hoger gekomen was er de etage voor de vergaderingen met een grote vergaderzaal en een zaal met een grote ronde tafel voor bijvoorbeeld de ministerraden van de EU en de Europese Raad van regeringsleiders. Daar waren ook de zalen voor Tv-opnamen en persconferenties. Nog hoger waren allerlei overheidskantoren. We mochten ook even op het voorbalkon. Overigens zijn er brede opritten aan beide zijden naar de hoger gelegen representatieve etages met de vergaderzalen.  Met de brede boulevard-achtige hoofdwegen heeft Boekarest wel iets van Parijs. De verkeersdrukte is er enorm. Zulke grote steden zijn niet bepaald mijn favoriete vakantiebestemming. De rest van het land is veel mooier en minstens zo interessant. Ik noemde nog niet de zogenaamde Roma-paleizen., imposante bouwwerken, erg uitbundig qua bouwstijl en nooit helemaal af. Want als ze af zijn, moet er belasting worden betaald. Zo wordt kapitaal geïnvesteerd en de belasting ontweken. Waar de benodigde kapitalen vandaan komen werd mij niet duidelijk. Met het verkopen van de producten van de koperslagers zal het niet verdiend worden. Roemenië is een prachtig land met een zeer afwisselend landschap en veel bezienswaardigheden. Het is een bezoek zeker waard.

Jaargang 12, Nr. 582.

 

 

Reis naar Roemenië 2

zondag, september 22nd, 2019

DE ROEMEENSE SAMENLEVING

Naast Polen en Hongarije begint Roemenië een zorgenkindje in de Europese Unie te worden. Naast een zwakke rechtsstaat wordt corruptie genoemd. We kregen daar veel over te horen. Ik concludeerde voor mij zelf, dat er eigenlijk nog een feodale bestuursstructuur bestaat. Er is een betrekkelijk kleine machtige groep rijken, die de dienst uitmaakt en het volk heeft niets te vertellen. Of het land nu door de ene of andere partij bestuurd wordt, maakt eigenlijk niets uit.  Daarbij moeten ze het niet te bont maken. Dat merkte het echtpaar Ceausescu, toen het in 1989 dacht zich vanaf een balkon van een ministerie te laten toejuichen en in plaats daarvan werd uitgejouwd door de toegestroomde menigte. Door het leger werd de dictator en zijn vrouw per helikopter zogenaamd in veiligheid gebracht, maar na een spoedproces tegen de muur gezet en gefusilleerd. Het land was bestuurlijk een puinhoop en eigenlijk niet rijp om EU-lid te worden. Het is het nu wel, maar hoort niet bij de Schengenlanden en de Euro is er geen betaalmiddel. Het land is economisch zwak, al zou je dat niet zeggen, wanneer je de verkeersdrukte in de hoofdstad meemaakt. Het openbaar vervoer speelt er nog een belangrijke rol: treinen, bussen, trams en trolleybussen en veel goedkope taxi’s. Maar ja, als toerist kom je niet in de achterbuurten en de Roma dorpen. Velen zoeken een beter inkomen in het buitenland, zoals ook weer eens bleek in het Tv-programma Spoorloos waar onze gids/reisleidster Janneke Vos meewerkte aan de zoektocht naar een biologische Roma moeder , die uiteindelijk via familie in Spanje werd gevonden. Daar werkte zij en haar gezin vooral in de tuinbouw in de Ebro–delta.

Janneke meldde nog een merkwaardig fenomeen. Roemenen laten zich niet verzekeren. Wij verzekeren ons huis, de inboedel, onze fiets, onze auto en we verzekeren ons tegen ziektekosten. Dat kost ons veel geld. Komen we toch in de narigheid, dan is er de verzekering. Roemenen geloven niet, dat ze ooit in de narigheid zullen raken, maar is het zover, dan zitten ze ook echt in de problemen.  Misschien is het ook nog zo, dat ze de solidariteit achter de verzekering minder voelen dan wij. Als je je tegen het water moet verdedigen zoals wij, kun je dat nooit alleen. Je moet het altijd samen doen. Het viel mij op, dat we in de Roemeense steden nergens een middeleeuws centrum zagen zoals bij veel Nederlandse steden als dat centrum tenminste niet verwoest is tijdens de Tweede Wereldoorlog zoals in Rotterdam, Arnhem en Nijmegen. Wij zijn een rijk land en zijn in staat geweest  oude gebouwen in oude luister te herstellen. Dat middeleeuwse centrum wijst op de welvaart van de stad in die tijd en in die tijd werd aan de macht van de adel bij ons een einde gemaakt. Wij hebben een eeuwenlange democratische traditie, die in Roemenië ontbreekt. Dat zorgt voor de sterke ongelijkheid in inkomen, bezit, kennis en macht.

We maakten op twee manieren kennis met de kerk in het land. We bezochten het kleine dorpskerkje in de woonplaats van Janneke. Ze heeft een bijzondere relatie met de priester. Hij vertelde over zijn werk en als ik het goed begrepen heb, maakt het hem weinig uit of hij nu te maken heeft met orthodoxe christenen of met Grieks Katholieken, die met Rome verbonden zijn. De term ervoor is geünieerd. Hij bood ons aan hoofd en handen met olie te zalven om zo een goede reis door het land te kunnen maken. Een groot deel van ons reisgezelschap maakte daar gebruik van.

Maar de meeste christenen behoren tot de Orthodoxe kerk van Roemenië, een zelfstandige kerk. Wij bezochten het paleis van de Aartsbisschop van Boekarest en kregen uitleg van een aantal afbeeldingen van heiligen in de grote entreehal. Er is daar ook een grote vergaderzaal. Ik vroeg de dame, die ons daar opving het volgende: Ik ben Rooms Katholiek. Onze Paus Franciscus heeft al snel na zijn aantreden een encycliek (een rondzendbrief, maar wel een flink boek), gepubliceerd over de aantasting van onze leefwereld en de armoede in de wereld. Daarin zegt hij dat de milieuvernietiging en de armoede dezelfde oorzaak hebben, namelijk de hebzucht van de rijken. Al snel bezocht Franciscus ook de vluchtelingen op het eiland Lampedusa. Hoe denkt de Roemeens-Orthodoxe kerk hierover. Het simpele antwoord was: Hetzelfde.  Ik antwoordde: U maakt mij gelukkig.  Zij wees er ook op, dat er intensief contact is tussen Rome en Constantinopel. Op 17 september 2019 bezocht de oecumenisch patriarch Bartholomaios van Constantinopel paus Franciscus in Vaticaanstad. Via deze patriarch hebben al die Oosters Orthodoxe kerken contact met elkaar.

In 1054 vond het Grote Schisma plaats, waardoor Oost en West werden gescheiden. Vooral tijdens de Kruistochten is er door westerse kruisvaarders ook in de orthodoxe wereld veel ellende veroorzaakt. Wordt er nu gewerkt aan verzoening en een sterkere verbondenheid? Wat gaat er in 2054 gebeuren?

Jaargang 12, Nr. 581.

Reis naar Roemenië

zondag, september 15th, 2019

VOORAL EEN LANDBOUWLAND

Vanuit Nederland reisden we via Duitsland, Oostenrijk en Hongarije naar Roemenië. Vanuit de bus kun je uitstekend het agrarisch bodemgebruik observeren. De afstanden zijn veel groter dan in Nederland en de industriesteden volgen elkaar niet zo snel op als in Nederland, waar bedrijven een voorkeur hebben voor een snelweglocatie. Naast uitgestrekte bosgebieden zie je onderweg vooral grasland, maar de poesta vroeger een steppegebied is nu in gebruik voor de akkerbouw.  Dat wil niet zeggen, dat er in elk land ook veel mensen een agrarisch beroep hebben. Er blijken aanzienlijke verschillen te zijn. De cijfers  zijn weliswaar wat verouderd: 2012 en voor de werkloosheid 2013, maar de verschillen zijn er nog steeds. In Duitsland werkt maar 1,5% in de landbouw. Eigenlijk is het cijfer van 29% in de landbouw voor Roemenië een teken van onderontwikkeling. Roemenië is geen ontwikkelingsland, maar vertoont wel enkele kenmerken ervan. Soms zijn het kleine grotendeels zelfvoorzienende bedrijfjes, maar omdat de lonen er laag zijn maakt men vaak nog gebruik van menselijke arbeid in plaats van bijvoorbeeld melkrobots.

Al rijdend door Hongarije, waar maar 5,2% in de landbouw werkt zagen we nog de sporen van de landbouw-collectivisatie in de communistische tijd: enorme percelen met hier en daar een machine- en tractorstation. Ik vroeg me wel af waarom dit zo blijft.Het is economisch wel doelmatig en zo iets verander je niet zo maar. In Roemenië en dan vooral in het Noorden in Transsylvanië is het landschap te veel versnipperd door het reliëf en daardoor minder geschikt voor grote bedrijven met grote percelen. 

Onze gids/reisleider in Roemenië was Janneke Vos die al vele jaren in het land woont en de taal goed spreekt. Daardoor is ze ook zo geschikt om aan zoektochten van het Tv-programma Spoorloos mee te werken, als er iemand in Roemenië wordt gezocht. Zij en haar man wilden een heel nieuw leven beginnen. In het begin probeerden ze nog met geiten, maar nu beperken ze hun agrarische activiteiten tot de paardenfokkerij.  In de buurt zagen we ook een forse schaapskudde, waarbij een ezel de rol van de herdershond vervulde. Die schapen worden drie keer per dag gemolken en dat is uiteraard een zeer arbeidsintensief karwei. Overal in de bergen zagen we schaapskuddes, vaak op de steilste plekjes.

Een van de meest indrukwekkende bezoeken was bij “Boer” Jan de Boer. Hij is een ras-ondernemer. In Oost-Duitsland heeft hij ervaring opgedaan met het weer op poten zetten van vroegere collectieve bedrijven.  Hij moderniseert het bedrijf, zorgt voor goede stallen en mechanisatie van de winning van voedergewassen en automatisering van het voederen en van de winning en de verwerking van de melk. Als zo’n bedrijf dan weer helemaal op poten staat, verkoopt hij het weer of hij houdt het onder eigen beheer. Al die ervaring heeft hij toegepast op een enorm melkveebedrijf in Roemenië. Hij zocht een plekje uit waar de meeste neerslag valt. Hij bouwde vijf enorme stallen voor 8000 melkkoeien, die gevoerd worden met hooi, alfalfa, een soort klaver en met snijmais. Het bedrijf heeft een oppervlakte van 11.000 hectares ofwel een blok van tien bij elf kilometer. Van de melk wordt ook yoghurt gemaakt. Kaas geeft te veel afzetproblemen.  De koeien worden drie keer per dag met melkmachines gemolken, die door honderden vrouwen worden bediend. Dat is door de lage lonen goedkoper dan te werken met automatisch werkende melkrobots, zoals vaak in Nederland. Op deze manier werken kunnen de veel kleinere boeren in de omgeving natuurlijk niet, maar de gemechaniseerde hooiwinning en het oogsten van de snijmais wordt door loonwerkers in de omgeving wel toegepast. 

We werden ontvangen bij een prachtig hotel, dat zijn eigendom werd, toen hij door de vroegere Italiaanse eigenaar voor de keus werd gesteld. Je kunt die twee hectares alfalfa kopen, maar dan neem je het hotel erbij. Anders gaat het naar een ander. Zo werd Jan de Boer een hotelboer. Er zijn genoeg rijke lieden in het land, die er best gebruik van willen maken. Het was prachtig, want we bleken een zeer gevarieerd reisgezelschap te hebben. Er werden zeer technische vragen gesteld. Van welk ras waren zijn melkkoeien? Dat had hij zorgvuldig uitgedokterd. Ze moesten bestand zijn tegen de best wel extreme omstandigheden in het gebied. Het was een kruising met Holstein runderen. Het bedrijf treedt ook als sponsor op van allerlei initiatieven in de omgeving. Het is een bijzonder staaltje van Nederlands ondernemerschap. Goed inspelen op de economische en natuurlijke omstandigheden en een zeer wetenschappelijke benadering.

Volgende keer wat meer over de mentaliteit van de Roemenen, de sociale structuur en de politiek. Daarin mag best het een en ander veranderen.

Jaargang 12, Nr. 580.

Alternatief voor vliegen

zondag, september 8th, 2019

BUSREIS  NEDERLAND – ROEMENIË VICE VERSA

 

Van 24 augustus tot en met 4 september waren wij op vakantie naar Roemenië. Je voelt veel duidelijker de grote afstand naar dit land in Zuidoost Europa en je ervaart ook beter allerlei verschillen onderweg., maar ook overeenkomsten. Want Oostenrijk, Hongarije en een deel van Roemenië vormden tot 1918 de Oostenrijks-Hongaarse Dubbelmonarchie.  Vooral de twee huidige hoofdsteden, Wenen en Boedapest hebben wel overeenkomsten Op de heen reis hadden we in in Wenen een lunchpauze van twee uur en bezochten de Stephans Dom en de Hofburg.  Je moet wel zorgen voor een goede plattegrond of goed overweg kunnen met Google Maps op je I Phone, want anders loop je gemakkelijk mis. Dat merkten we, helaas. Op de terugweg kregen we een begeleide rondrit door Boedapest. We kregen daardoor een veel beter inzicht in de Hongaarse mentaliteit.. Er is een enorm nationaal heldenmonument, maar die helden stammen uit een ver verleden. Daar worden de kransen gelegd door buitenlandse hooggeplaatste bezoekers.. Er is ook een monument ter ere van de Russische bevrijders op het eind van de Tweede Wereldoorlog. Je ziet er van die enorme bronzen beelden met forse spiermassa’s, typisch voor de communistische volkskunst. Maar een monument voor de vrijheidsstrijders van 1956 kregen we niet te zien, als het er al is. De huidige  zeer rechtse regering speelt met het idee, het monument voor de Russische bevrijders van de Nazi-Duitse bezetters af te breken. Zo kun je de geschiedenis vervalsen. 

De reis verliep in etappes. Op zaterdag van Zeddam naar Deggendorf tussen Regenburg en Passau.. Op zondag door Oostenrijk naar Boedapest. Op maandag reden we door het open poesta=landschap met enorme percelen mais en zonnebloemen  over kaarsrechte wegen naar de grens met Roemenië/  Dat land hoort niet bij de Schengenzone. Dus is er wel grenscontrole. Een grensbeambte kwam de bus in en bekeek ieders paspoort. . Eenmaal in Roemenië merk je, dat daar in dit deel geen landbouw-collectivisatie heeft plaatsgevonden. Het landschap leende er zich niet voor.

Op de terugweg van Boedapest naar Nederland op dinsdag en woensdag viel het vele vrachtverkeer op. Soms zag je kilometers lange rijen vrachtauto’s vrijwel aaneen gesloten achter elkaar over de autobaan rijden en pas later op de dag verschenen er ook personenauto’s. Kennelijk bloeit de economie en is er veel handel. De EU werkt.

Onze chauffeuse zocht de routes wel uit, maar in het algemeen waren vrijwel overal de wegen in prima conditie en vooral in Duitsland werd er ook veelvuldig aan de weg gewerkt. De keurige wegrestaurants boden alle service.

Een volgende keer meer over de sociale en politieke problematiek, over de economie en over de vele bezienswaardigheden, die we bezochten.

Jaargang 12, Nr.579.

Medicijnen hamsteren

zaterdag, augustus 17th, 2019

DE GEVOLGEN VAN EEN NO DEAL BREXIT

Uit angst voor een Brexit zonder een goede overeenkomst met de rest van de EU wordt in het Verenigd Koninkrijk op grote schaal gehamsterd. Men vreest, dat allerlei vitale importartikelen vanwege grenscontroles met grote vertraging het land zullen binnenkomen.  Maar het omgekeerde is net zo goed het geval, zo lijkt het tenminste.

Ik schreef een ingezonden brief naar de Volkskrant en die werd nog geplaatst ook. Op mijn oogdruppels stond een adres in Engeland en ik vreesde, dat ik bij een no deal Brexit niet tijdig over de druppels zou kunnen beschikken. Daarom belde ik het Nederlandse kantoor van deze multinational. Men stelde mij onmiddellijk gerust.  Uit voorzorg had de onderneming alle medicijnregistraties verplaatst naar Ierland. Ik kreeg ook bericht, dat het betreffende medicijn in België wordt gemaakt. Voor mij is er dus geen centje pijn. Mijn oogdruppels zijn als erkend medicijn voor de gehele EU geregistreerd en vanuit België komen ze zonder problemen naar de gehele EU.

Een kopie van het stukje ging naar mijn apotheek, zodat ze ook andere patiënten gerust zouden kunnen stellen. Het stukje had ook de aandacht getrokken van de Nederlandse apothekersorganisatie de de KNMP.  Zij stelden mijn apotheek op de hoogte en in de mail werd ook naar hun website verwezen. De KNMP volgt de ontwikkelingen op de voet. De rijksoverheid heeft ook maatregelen genomen. Het CBG heeft een lijst opgesteld van zogenaamde ‘kritieke geneesmiddelen’ . Het zijn geneesmiddelen, die nog bij een bedrijf in het Verenigd Koninkrijk staan geregistreerd  Bij een no deal Brexit vervalt dan de erkenning voor de EU. Maar de Geneesmiddelenwet voorziet in een dergelijke situatie.  De overheid kan besluiten voor een bepaalde periode  de invoer van deze kritieke geneesmiddelen en de verkoop ervan toch toe te staan. Wat betreft Geneesmiddelen van Brits fabrikant kunnen we er straks toch over beschikken.

Het zou uiteraard veel beter zijn als het VK deel blijft uitmaken van de gemeenschappelijke markt en er dus geen belemmeringen zijn bij de grens tussen de EU en het VK. Dan kunnen bijvoorbeeld auto onderdelen zonder problemen van het continent naar autofabrieken op de Britse eilanden. Britse auto’s worden dan niet met hoge invoerrechten belast. Al die voorstanders van een Brexit lijken geen idee te hebben van de vele negatieve gevolgen.  En eigenlijk gaat het vooral om een ding, het vrijverkeer binnen de EU van arbeidskrachten uit de lidstaten. De grens tussen Noord Ierland en de republiek Ierland mag geen buitengrens van de EU worden., We wachten maar weer af.

Jaargang 12, Nr. 578.

 

Telefoonetiquette

zaterdag, augustus 10th, 2019

HOE BEREIKBAAR ZIJN MENSEN?

Steeds meer mensen schaffen hun vaste telefoon af. Mooi denk je, als je hun mobiele nummer weet. Nu zijn ze ook bereikbaar als ze niet thuis zijn. Dan krijg je een computerstem, die je mededeelt, dat dit toestel momenteel niet in gebruik is. Tsja, dat kan zo zijn.  Kennelijk is het toestel uitgeschakeld. De eigenaar wenst niet gestoord te worden. Daar kan een goede reden  voor zijn. Later nog maar eens proberen.  Als je dezelfde mededeling steeds opnieuw krijgt, ga je je af vragen of de gewenste eigenaar een ander nummer heeft. bij een nieuw toestel. Het wordt wel een probleem. hoe kan ik die persoon alsnog bereiken. Vroeger had je nog een telefoonboek. Je kon ook op Internet zoeken, maar daar vergaat je tegenwoordig de lol. Het gewenst nummer is verborgen tussen de nummers van mensen, die reclame wensen te maken. Vis het gewenst nummer maar eens uit de massa.

Maar het kan ook anders. Je belt. Je hoort de telefoon over gaan. Dan komt de voice-mail.  De eigenaar kan helaas de telefoon nu niet aannemen, maar hij/zij belooft zo snel mogelijk terug te bellen. Maar wat is zo snel mogelijk? Binnen een half uur?  Na de volgende maaltijd? Eind van de dag? Twee dagen later?  Soms zegt iemand dan als je de gewenst persoon maar zelf belt, dat hij zijn voice-mail nooit afluistert. Je vraagt je soms af of iemand vlug kijkt wie er belt en dan maar niet opneemt. Hij heeft geen zin om naar jouw geleuter te luisteren. Dat is natuurlijk niet zo, maar je gaat het wel denken.

Hoe doen wij het zelf?  Wij hebben nog een vaste telefoon en die heeft bij ons de voorkeur. We worden er het liefst op gebeld en we bellen er zelf altijd mee. Als we weg zijn geweest, zien we vaak een rood knipperlicht in de vorm van een envelopje. Er is een bericht. Welk nummer heeft gebeld. We proberen het nummer te bellen, want we vinden, dat mensen ons niet zo maar bellen. Ze hebben een gegronde reden. Dus bel je terug.

Ik heb een grote voorkeur voor de telefoon. Er is contact van mens tot mens, maar dan moet er ook een zinnige reden voor zijn.  Soms zijn er mensen, die bellen en die zitten net op dat moment in een dip.  Dan luister ik, probeer mee te leven, me in de ander te verplaatsen. Het is fijn als je merkt, dat de ander weer is opgelucht of zelfs weer kan lachen. Dat gaat niet met een E-mail en misschien wel met een appje. Maar het gaat om het reageren op elkaar, om de emotie te horen, soms zelfs het huilen. Omdat ik weet, dat mensen soms zulke redenen hebben om je op te bellen, zal ik de telefoon altijd aannemen.

Wat kan de reden zijn, dat mensen de telefoon maar laten rinkelen?  Meestal zijn ze gewoon niet thuis of elders in huis of in de tuin en horen ze de telefoon niet. Maar ik ben ook bang, dat mensen tegenwoordig op zo veel manieren benaderd worden: Vaste telefoon, mobiel, appje, E-mail,  Facebook, Mensen worden overspoeld en het wordt ze te veel.  Ik zie het vaak in de trein. Het eerste wat ze doen als ze rustig zitten is alle berichten lezen. Daar zijn ze vaak een flinke tijd mee bezig. Vaak ben ik blij, dat ik alleen maar een simpel ouderwets mobieltje heb voor bellen, gebeld worden en om te sms-en. 

Hoe hoor je je te gedragen in deze moderne wereld met een te veel aan communicatie?  Zorg, dat je altijd je telefoon opneemt en als je een oproep gemist hebt, zo snel mogelijk terug belt. Ga er vanuit, dat iemand, die belt, dat niet zomaar doet.  Als je midden in een belangrijk gesprek zit, neem op en zeg, dat je snel terug belt. Laat de beller niet raden, waarom hij geen antwoord krijgt. Ik zit wel met een probleem. Ik heb geen voice-mail of antwoordapparaat. Als ik een dagje weg ben of langer weg ben met vakantie, dan is er niemand, die de telefoon opneemt. Goede bekenden weten dat.  En nog één vraag: Wie schrijft een etiquetteboek voor moderne communicatie?

Jaargang 12, Nr. 577.

Wat een gezeur

zaterdag, augustus 3rd, 2019

GEZICHTSBEDEKKENDE KLEDING

Het is komkommertijd en de kranten moeten ergens over schrijven en de actualiteitenrubrieken moet aandacht besteden aan de actualiteit. Uitgerekend in deze tijd wordt het boerkaverbod van kracht voor openbare gebouwen, ziekenhuizen en openbaar vervoer. Een ontstellend hoog percentage van de bevolking juicht het verbod op gezichtsbedekkende kleding toe. Heel goed ontwikkelde Nederlandse vrouwen vertellen bij Eva Jinek, dat ze bang worden als ze een vrouw met een boerka tegenkomen. Kan het provincialer? Nederland is een land waar mensen uit de gehele wereld elkaar ontmoeten en zich vaak ook voor langere of korte tijd vestigen. Ons land wordt overstroomd door toeristen. In Leiden passeerde ons een jeugdgroep uit Taiwan. Veel Nederlanders bezoeken Turkije of Indonesië, waar ze ook vrouwen op straat kunnen tegenkomen met gezichtsbedekkende kleding. Andersom bezoeken welgestelde toeristen uit het Midden Oosten Nederland en soms dragen ze dan gezichtsbedekkende kleding. Het is een vorm van mondialisering, dat we overal vrouwen met gezichtsbedekkende kleding kunnen tegenkomen.

Blijft dit zo? De islamitische wereld is in een emancipatieproces gewikkeld. en dan zijn de mensen erg op het eigene gericht. Onze voortdurende weerstand tegen alles wat met de islam te maken heeft versterkt eerder het streven om echt islamitisch te zijn. De Nederlandse Rooms-katholieken waren Roomser dan de paus toen ze met hun emancipatie bezig waren en intussen stevig gediscrimineerd werden.. Toen de Rooms-katholieken door vrijwel iedereen in Nederland geaccepteerd werden, was er veel minder behoefte aan het versterken van het eigen katholieke karakter. Zo werden ze veel vatbaarder voor het secularisatieproces. Ik vermoed, dat de islamieten in Nederland sneller zullen emanciperen naar mate ze als volwaardige Nederlanders erkend worden. Dan zal hun behoefte aan een boerka ook afnemen.

Honderd jaar geleden was het voor een Nederlandse dame hoogst onfatsoenlijk  als ze haar enkel liet zien. Mijn moeder, geboren in 1907 sprak er later nog met ergernis over. Zelf zat ik op een kleuterschool bij de Zusters van Liefde, Zuster Philomena en Zuster Gaudentia. Die waren geheel bedekt, behalve de handen en het gezicht. Voor hun gezicht zat een koker met een zwarte sluier erover heen. Als kleutertje vroeg ik me altijd af of die nonnen wel haren hadden, want die bleven volkomen onzichtbaar. Toen kwam Paus Johannes XXIII en die zette de ramen van de Kerk wijd open naar de wereld. Ook de nonnen begrepen, dat ze zich moesten aanpassen. Die boerka-achtige kleding werd afgeschaft en ze kregen een normale rok, blouse en vest en een kruisje.. Die enorme aantallen nonnen en fraters zijn voor het onderwijs en de zorg niet meer nodig. Toch ontstaan er ook vandaag religieuze groeperingen, die zich in hun kleding enigszins onderscheiden. Priesters met hun witte boord zijn duidelijk herkenbaar. Doen we daar moeilijk over? 

Lieve mensen, gedraag je als een wereldburger en accepteer de mensen zoals ze zijn. Dan lost het zich vanzelf op.

Jaargang 12, Nr. 576.