Archive for the ‘COLUMN VAN DE WEEK’ Category

Onze Schijndemocratie

zondag, april 11th, 2021

WAAR LIGT DE WERKELIJKE MACHT?

 

In theorie ligt de hoogste macht in het Koningsrijk der Nederlanden bij de gekozen volksvertegenwoordiging; bij de Tweede Kamer. De laatste jaren moesten coalities gevormd worden met meerdere partijen. Alle echte discussie werd dicht getimmerd door het sluiten van een coalitieakkoord  De oppositie kon volop goed doortimmerde kritiek leveren; het leverde geen enkel succes op, want de partijen van de coalitie hielden de gelederen gesloten en ze hadden een meerderheid. Dat hebben we geweten. Aan de tweedeling in de samenleving werd niets gedaan. Meer dan 400.000 kinderen leefden in armoede en kwamen op school terwijl ze nog geen ontbijt hadden gehad. Er waren duizenden daklozen in Nederland. Het minimumloon bleef maar laag. Het BNP per inwoner steeg, maar de meeste mensen zagen hun inkomen niet stijgen en de gepensioneerden zagen hun koopkracht elk jaar verder dalen. Zo bezien vormden de tien jaar Rutte geen succes.

Na de HBS, de Kweekschool en de Hoofdakte begon ik in 1956 aan de studie  Middelbare Akte Aardrijkskunde. We kregen college sociale geografie van Dr. R. Tamsma, later hoogleraar in Groningen. Ik weet nog goed, dat hij zo tussen neus en lippen opmerkte, dat allerlei overheidsmaatregelen niet zouden doorgaan als Philips het niet goed vond. Dat was een eerste signaal van de enorme politieke invloed achter de schermen van het bedrijfsleven. In 1967 verhuizen we naar Odijk en daar was de Stichting Sjaloom gevestigd. Haar uitgeverij publiceerde veel over de macht van de multinationals. Nu ruim vijf jaar geleden bracht Paus Franciscus zijn encycliek ‘Laudato si’ uit over het behoud van de schepping. Daarin vraagt hij zich af hoe het toch komt, dat al die grote bedrijven maar doorgaan met het vernietigen van het leven op onze woonplaneet. Hij constateert in die encycliek, dat er op wereldniveau een groep machtige financiers is van het internationale bedrijfsleven, die alle uitgaven aan schone productiemethoden zoveel mogelijk beperkt. Dat zou immers ten koste gaan van hun torenhoge winsten. En dan is er een Minister-President Mark Rutte, die in opdracht van zijn vroegere werkgever Unilever de dividendbelasting in Nederland wil afschaffen. Na heftig verzet gaat dat plan gelukkig niet door. In tien jaar premierschap heeft Mark Rutte er niets aan gedaan, dat Nederland een berucht belastingparadijs is en dat ten voordele van de rijken. Belastingontwijking is legaal via allerlei mazen in de wet. Belastingontwijking kost de overheden van allerlei landen elk jaar honderden miljarden aan inkomsten, beter gezegd het kost ons burgers zoveel geld. Allerlei nuttige zaken kunnen niet bekostigd worden en wij burgers moeten , bijvoorbeeld door een hogere BTW de inkomsten van de staat aanvullen.

Vooral onder Kok als premier werd er in Nederland volop gepolderd. Dat was de term voor het overleg tussen werkgevers en de vakbonden van werknemers. De loonstijging werd zo gematigd, zodat het concurrentieniveau van de Nederlandse economie op peil bleef. Onder Rutte merkten we niet veel meer van dat polderen. Naar het BNP per inwoner gemeten hoort Nederland bij de rijkste landen in de wereld. Toch is er die tweedeling. Zie boven. Toch is er een enorm gebrek aan betaalbare sociale huurwoningen. Toch wordt er geklaagd over het slechte onderhoudsniveau van bruggen en viaducten. Toch is er een veel te sterke luchtverontreiniging. Met name de stikstofverbindingen zijn berucht doordat ze bij natuurgebieden woningbouw tegenhouden. Politie, onderwijs en zorg wijzen op een te laag beloningsniveau, zodat er personeelstekorten ontstaan.

Dan is er een CDA parlementariër die met zijn studie economie donders goed door heeft wat er allemaal schort aan de inkomenspolitiek van de coalitie, maar ook heel fel onderzoek doet naar diverse misstanden. Hij ontdekte, dat vele duizenden mensen door de belastingdienst ten onrechte van fraude waren beschuldigd bij de kinderopvangtoeslag. Zij moesten ten onrechte duizenden euro’s zogenaamd terug betalen. Het kabinet onder premier Mark Rutte wist ervan, maar liet de belastingdienst met rust ten koste van duizenden burgers. Dat CDA-kamerlid werd door betrapte ambtenaren en bestuurders als een lastpost ervaren. Zij waren hem liever kwijt. Ik vind dat er nu eindelijk een bekwaam kamerlid is met uitzonderlijk goede prestaties en die moet dan weg. Mark Rutte, je zou door de grond moeten zakken van schaamte.

Pieter Omtzigt verdient bij de komende lintjesregen een zeer hoge onderscheiding als redder van democratische waarden in het Koninkrijk der Nederlanden.

14e Jaargang, Nr. 661.

Verkiezingen in Bunnik

zondag, april 4th, 2021

HOE DEED GROENLINKS HET IN DE DRIE DORPEN bUNNIK, ODIJK EN WERKHOVEN?

 

Twee weken geleden heb ik al geprobeerd de slechte uitslag voor GroenLinks te verklaren. Eigenlijk geldt die verklaring ook voor de gemeente Bunnik. De mensen willen dat alles eindelijk weer normaal wordt en GroenLinks wil alles veranderen. Zo krijg je nooit rust. Tegen windmolens wordt stemming gemaakt en juist GroenLinks is een groot voorstander. Er is strategisch gestemd. De verwante partij D66 moest een flink tegenwicht kunnen vormen tegen de macht van de VVD. Sinds afgelopen week weten we hoe hard dat nodig is. Er was een hoge opkomst en dan heb je veel meer stemmen nodig voor een zetel. Wellicht heeft Volt stemmen bij GroenLinks weggesnoept.

De drie dorpen verschillen nogal van elkaar. In Odijk en Werkhoven is later gebouwd en daarbij ook sociale huurwoningen. We vermoeden, dat daar mensen uit Utrecht in zijn gaan wonen met een rechtsere houding. Bunnik ligt het dichtst bij het Utrechtse Science Park, zoals het Universiteitscentrum de Uithof tegenwoordig genoemd wil worden. GroenLinks is een partij, die veel intellectuelen trekt. Van de GroenLinksstemmers stemde ruim zestig procent in een stembureau in Bunnik, nog geen kwart in Odijk en nog geen 10 procent in Werkhoven. Dan waren er ook nog veel mensen, die per brief stemden en daarvan weten we de woonplaats niet. Het stembureau in de Nicolaaskerk in Odijk ligt het dichtst bij de nieuwere Noordelijk gelegen wijken. Dat merkte je aan het hoge percentage rechtse stemmen. Werkhoven is in meerdere opzichten een wat conservatiever dorp, waar een partij als GroenLinks minder aanhang heeft.

Er kon door zeventigplussers ook op maandag en dinsdag en per post gestemd worden. Dat biedt de mogelijkheid het stemgedrag van deze oudere kiezers te vergelijken met het gemiddelde. Bij 50+, het CDA, de Christen Unie, de Partij van de Arbeid en de SP ligt de aanhang van de ouderen boven de 40%. GroenLinks trekt minder dan 20% ouderen. Als de kiezers GroenLinks trouw blijven is die jonge aanhang een voordeel.

Er waren drie extreem rechtse partijen actief. Samen trokken ze 10% van de kiezers. Het geeft mij een naar gevoel. Ik voel me minder vrij in het uiten van mijn mening. Tot nu toe is er niets naars gebeurd, moet ik erbij zeggen. Onder ouderen heeft extreem rechts geen bijzonder hoge aanhang.

Hebben deze verkiezingen betekenis voor de gemeenteraadsverkiezingen? Ik denk van niet .Slechts drie partijen deden mee: Perspectief 21 met acht zetels, het CDA met vijf en de Liberalen met vier zetels van de zeventien raadszetels. D66 heeft al gezegd aan de volgende raadsverkiezingen zelfstandig mee te doen. De VVD in het Bunnikse lijkt af en toe nogal te verrechtsen, maar met hun vechten tegen windmolens kunnen ze wellicht zetels binnen halen.. Perspectief 21 draagt al meerdere raadsperioden bestuursverantwoordelijkheid en je kunt het niet iedereen naar de zin maken. Het wordt spannend of we die acht zetels vast kunnen houden. Het CDA krijgt er de stemmen van CU en SGP bij. Er zitten ook progressievere mensen in hun fractie. D66 zal het op eigen kracht best goed doen.

GroenLinks en P21 zullen wat meer weerwoord moeten geven en daarbij de publiciteit in ’t Groentje ofwel het Bunniks Nieuws niet moeten schuwen. Ik merk, dat mensen de opwarmingproblematiek niet goed door hebben. Het gaat om het versterkte broeikaseffect door steenkool, aardolie en aardgas te verbranden. Daarom dus zonnepanelen en windmolens. De stijging van de gemiddelde temperatuur zorgt voor het smelten van gletsjers en ijskappen. Daardoor stijgt de zeespiegel .Kunnen we dan laag Nederland nog droog houden? Als de VVD antiwindmolenpropaganda bedrijft zijn ze niet zo eerlijk het hele verhaal te vertellen. De VVD is een gevaar voor onze kleinkinderen. Die dreigen klimaatvluchtelingen te worden. Dus geef tegengas!

14e Jaargang, Nr. 660.

Bekrompen stukkiesschrijvers

dinsdag, maart 30th, 2021

GODSDIENSTHAAT BIEDT KERKEN NAUWELIJKS RUIMTE

 

Bij veel mensen is het geheugen maar slecht. Als een van de Coronamaatregelen werd besloten bij bepaalde bijeenkomsten als een filmvoorstelling of een toneelstuk of een concert het aantal aanwezigen te beperken tot dertig. Vooral in grote zalen kon men de anderhalve meter regel gemakkelijk handhaven bij veel meer bezoekers. De zwakke punten zaten in het begin, de pauze en het einde. Dan bestond het risico, dat de mensen te dicht bij elkaar zouden komen. Dat zou de kans op besmetting vergroten.

Intussen verzocht de landelijke overheid de kerken eveneens maatregelen te nemen. Zorgvuldig werden de beschikbare plaatsen zo verdeeld, dat de afstand tussen mensen anderhalve meter bleef. Handen werden bij het binnen gaan gereinigd. En van alle aanwezigen waren naam een telefoonnummer bekend. Er was geen koorzang en de aanwezigen mochten niet met de paar voorzangers mee zingen. Bij het verlaten van de kerk ging niet iedereen tegelijk, maar schip na schip.  Een schip is een deel van de kerk met paden ertussen)  Iedereen werd verzocht afstand te bewaren en bij de uitgang snel te vertrekken. Er kwamen protesten. Waarom mochten de kerken wel met meer dan dertig mensen samenkomen. Dus werd besloten de dertig personen regel ook voor kerken te laten gelden. Er was geen medische noodzaak.

Voor gelovige mensen is kerkbezoek geen vorm van ontspanning en kunstgenot, maar een levensbehoefte. Velen konden maandenlang niet aan een kerkelijke viering deelnemen. In de Kromme Rijnstreek gingen zelfs alle katholieke kerken dicht en alleen in één kerk was een viering zonder publiek, die via internet was te zien en te horen. Vanaf Pasen komen er weer vieringen in alle kerken met maximaal dertig personen en je moet je daarvoor tevoren opgeven. Mocht er iemand besmet blijke, dan kunnen de andere aanwezigen gewaarschuwd worden.

Nu is met dertig mensen in een kerk met 1000 tot 2000 zitplaatsen tamelijk belachelijk. De orthodoxe christenen van de Bible Belt kregen het steeds moeilijker. Ze misten hun wekelijkse kerkdiensten enorm. Ze houden van hun kerkgemeenschap. Dat gevoel is nog sterker dan dat van een voetbalfan voor zijn favoriete club. Het lid zijn van een dergelijke orthodoxe kerk vervult jouw hele leven. Het is minstens zo sterk als een gezins- of familieband. De sterke verbondenheid met andere leden zorgde ervoor, dat het verlangen naar de wekelijkse kerkgang(en) algemeen bekend werd. Zo besloten meerdere kerken de kerkdiensten weer voor meer lidmaten open te stellen, maar met inachtneming van de anderhalve meter regel. Zo’n kerkdienst is veiliger dan het boodschappen doen in een supermarkt of naar je werk gaan.

Daaraan hebben allerlei onkerkelijke lieden met vaak een enorme hekel aan kerken geen boodschap. Dus worden er reporters op afgestuurd. De kerkleden hebben absoluut geen behoefte aan contact met journalisten, die er alleen maar op uit zijn kritische stukkies te schrijven. Zoals: Wat een enorm risico wordt hier gelopen. Hoeveel mensen kunnen elkaar hier besmetten en vervolgens weer anderen besmetten? Waarom zou voor kerken weer een uitzondering moeten worden gemaakt. Het is helemaal niet moeilijk allerlei geloofswaarheden en geloofsgebruiken en geboden en verboden belachelijk te maken. Aan zulke “zeikstukkies” hebben de kerkleden bepaald geen behoefte. Ze houden van hun kerk, zoals een kind houdt van zijn moeder. Het is alsof je moeder beledigd wordt. Zo worden de foute reacties van een enkel kerklid, alhoewel verwerpelijk toch enigszins begrijpelijk.

Het gedrag van die enkelingen wordt vervolgens scherp veroordeeld. Men heeft er geen oog voor, dat het geweld uitgelokt is. De betrokken journalisten moeten zich eens afvragen of zij die kerkelijke gemeenten wel met echt respect benaderd hebben. Alleen al het juist op zondag, de Dag des Here ,mensen bij hun kerkgang lastig vallen getuigt al van een gebrek aan fatsoen, gebrek aan respect en gebrek aan vakmanschap. Laat ze hun aangiften maar snel weer intrekken. Als er excuses gemaakt moeten worden, dan behoort dat door die “arme”  mishandelde stukkiesschrijvers te gebeuren. Daarnaast moeten ze bedenken, dat de enorme ophef, die ze ervan gemaakt hebben er veel zwaarder tegengeweld is uitgelokt.

14e Jaargang, Nr. 659.

De verkiezingen

zondag, maart 21st, 2021

HET  GAAT DIEPER

 

Een kleinzoon belde mij op. Zoals gewoonlijk begon hij met te vragen hoe het met me ging. Ik antwoordde: “Ik lik mijn wonden!”  Eerst begreep hij me niet. Ik legde hem uit hoe pijnlijk het zetelverlies van GroenLinks voor mij was. Maar hij moest mijn vrouw spreken. Ik heb mij uiteraard afgevraagd wat de oorzaken zijn van deze pijnlijke uitslag. In de campagne werd heel sterk de nadruk gelegd op alle veranderingen, die volgens GroenLinks in Nederland nodig zijn. De mensen zitten nu juist te wachten op het einde van de Coronapandemie. Dat is de hoofdzaak.Zeur ons niet aan de kop over al die veranderingen. We zitten juist te wachten op de tijd, dat alles weer “normaal” is geworden.

Daarbij werd GroenLinks terecht gezien als de partij, die windenergie erg belangrijk vindt. Dat vinden de meeste mensen ook wel, maar niet in hun eigen omgeving.

Opnieuw werd GroenLinks het slachtoffer van het strategisch stemmen. D66 werd sterk gesteund, zodat deze partij in een volgend kabinet behoorlijk tegengas kan geven.  Dat legt bij D66 een enorme verantwoordelijkheid. Over maatregelen tegen de opwarming van het klimaat spreekt de VVD wel mooie woorden, maar de centen ervoor stellen ze niet beschikbaar.

De opkomst was deze keer erg hoog en dat werkt in het nadeel van GroenLinks. De partij heeft meer stemmen nodig voor een zetel.

Volt bleek een onverwachte stemmentrekker onder traditionele GroenLinksstemmers. Hun idee over een federaal Europa spreekt mij zeer aan. Voor mij is onduidelijk hoe ze staan tegenover de EU als middel om de te grote macht van het internationale bedrijfsleven te beteugelen.

GroenLinks neemt het op voor de zwaksten in onze samenleving, voor mensen met lage inkomens en weinig kennis en weinig macht. Ook voor planten en dieren, die zich niet kunnen verdedigen. Daarmee gaat GroenLinks dwars tegen de toenemende tendens om vooral op te komen voor je eigen belang. Iedereen moet maar zijn eigen boontjes doppen. De nieuwkomers in de Tweede Kamer hebben dat eigenlijk als uitgangspunt. Bij1 wil minder rassendiscriminatie. Volt wil een sterkere EU. Ja21 wil minder buitenlanders en BBB wil de belangen van de boeren behartigen. Ze zouden hun uitgangspunten ook binnen een brede volkspartij naar voren kunnen brengen, maar ze kiezen voor hun beperkte eigenbelang.

Waarom die eenzijdige nadruk op het eigenbelang en te weinig oog voor het algemeen belang? Ik heb de eigen ervaring, dat je met goede amendementen en andere actiemiddelen een partij als GroenLinks behoorlijk EU-minded kunt maken. De drie Europarlementariërs staan voor zon 12,5% van de stemmen, dus 18 zetels in de Tweede Kamer. GroenLinks heeft over allerlei thema’s duidelijke uitgangspunten. Het algemeen belang telt bij deze partij.  Kennelijk spreekt het de kiezers te weinig aan. In Duitsland zijn de “Grünen” in twee deelstaten de tweede partij geworden. Snappen de Duitsers het allemaal beter? Of hebben ze in hun collectieve geheugen veel meer kennis van wat extreem rechts aan ellende kan brengen?

Wat is er in Nederland de laatste vijftig jaar veranderd? Vroeger had vrijwel iedereen een sterke innerlijke overtuiging. Je was katholiek of protestant of humanist of socialist of pacifist en de grondslag van al die groepen was, dat je iets voor anderen moet over hebben. Naastenliefde was het eerste gebod en voor anderen heette dat solidariteit of menslievendheid. Onze samenleving is sterk geseculariseerd en geïndividualiseerd. Te veel mensen zien de ander niet meer staan. In tegendeel collectief gaat men anderen afwijzen, zelfs haten.  Vroeger had je als uitgangspunt in je leven, dat je niet leefde voor jezelf maar voor de ander. Dan zou je nooit zeggen, dat jouw leven “voltooid” was, want die ander was er nog steeds. Daar leefde je voor. Gelukkig zijn er nog steeds heel veel mensen, die veel voor de ander over hebben. Durf je dat nog hardop te zeggen? Ik ben er voor de ander. Elke keer als ik daar prachtige voorbeelden van zie wordt mijn pessimisme over de moderne samenleving wat getemperd. Het wordt tijd voor bezinning.

14e Jaargang, Nr. 658.

Beroepsbevolking

zondag, maart 14th, 2021

TOENAME OF AFNAME?

 

De Nederlandse beroepsbevolking wordt gevormd door de Nederlanders van 18 tot en met 65 jaar. Dit deel van de bevolking telt veel te weinig mensen, zelfs nu veel vrouwen werken. Daarom werven bedrijven arbeidskrachten in andere lidstaten van de Europese Unie. Al in de vijftiger jaren kwamen “gastarbeiders” uit Italië, Griekenland, Spanje en Portugal naar Nederland. Toen die landen tot meer welvaart kwamen vertrokken de gastarbeiders uit Nederland naar hun eigen land. Daarna werd geworven in Marokko en Turkije. Dat is inmiddels minder gewenst. We maken nu gebruik van Polen en eventueel ook Roemenen en Bulgaren. We moeten echter wel bedenken, dat ook die landen tot meer welvaart zullen komen en dat de bevolkingsgroei er zal afnemen. In de nabije toekomst zal het moeilijk worden nog arbeidskrachten buiten Nederland te werven.

In de discussies over de politiek in verband met de verkiezingen kwam vaak naar voren, dat er meer mensen nodig zijn in de zorg, vooral ook in verband met de vergrijzing. Oudere mensen doen vaker een beroep op medische zorg. Met de ouderdom komen de kwalen. Er zijn ook meer mensen nodig in het onderwijs en meer mensen nodig bij de politie. En steeds dacht ik, waar halen we die mensen vandaan? Daarbij moeten we bedenken, dat er nu nog grote leeftijdsgroepen werken uit de jaren1955 – 1970.  Over zo’n kleine twintig jaar hebben die de arbeidsmarkt verlaten. De komende jaren gaat de Nederlandse beroepsbevolking voortdurend krimpen en tegelijk wordt het moeilijker werkkrachten in het buitenland te werven. Dat tekort aan arbeidskrachten kan tot een lager Bruto Nationaal Product leiden, dus tot minder welvaart.

Een laag geboortecijfer leidt op den duur tot een krimpende bevolking en tot een te kleine groep werkenden. Welvaart en welzijn nemen dan af. Anderzijds is Nederland een dichtbevolkt land, volgens sommige natuurvrienden een te dicht bevolkt land. Sommigen willen juist die bevolkingskrimp. Van hen hoor je nooit hoe de tekorten aan mensen in de zorg en het onderwijs kunnen worden opgelost. 

Zou het verstandig zijn te gaan streven naar een constante bevolking? Geen groei, maar ook geen afname? Het lijkt, dat er een taboe rust op een discussie daarover. Om een constante bevolking te krijgen is een vruchtbaarheid nodig van 2,1 kind per vrouw. Het is iets meer dan 2 omdat een klein deel sterft voordat het zelf kinderen heeft gekregen. De trend is juist, dat veel jonge mensen ervoor kiezen als alleengaand door het leven te gaan. Geen relatie en geen kinderen. Als ze zorgen voor een goed netwerk van vrienden en vriendinnen, die elkaar helpen in geval van ziekte of ouderdomsgebreken of andere nood, dan kunnen zij zich ook nog redelijk redden zonder hulp van familie. Het is wel zo, dat al die alleenstaanden zorgen voor een grotere behoefte aan woningen, want ze blijven natuurlijk niet hun hele leven bij pappie en mammie wonen. Meer woningen betekent ook meer ruimtebeslag en minder ruimte voor natuur. Bedenk daarbij, dat ook het hoge percentage scheidingen zonder een nieuwe relatie leidt tot meer alleenstaanden.

Als zoveel Nederlanders niet meedoen met het kinderen krijgen is het dan aan te bevelen, dat de gezinnen bij voorkeur drie of vier kinderen gaan tellen? Ik heb wel eens de indruk, dat zo’n gezin tot een beter sociaal opvoedingsklimaat leidt. Maar kinderen zijn duur en dus zou er moeten worden gezorgd voor hogere lonen en meer kindertoeslag.

In de huidige verkiezingscampagne gaat het in het geheel niet over dit soort vraagstukken. Het gaat om de opwarming van het klimaat zo snel mogelijk te stoppen. Het gaat om betere en voor iedereen betaalbare zorg. Het gaat om beter onderwijs. Een grotere veiligheid is eveneens een punt. Maar de komende jaren is een discussie over bevolkingsvraagstukken wel degelijk op zijn plaats.

14w Jaargang, Nr. 657.

Immigratie

zondag, maart 7th, 2021

OF INVESTEREN IN KINDEREN?

In een tot nu toe nauwelijks opgemerkt rapport worden de kosten berekend, die de immigratie in Nederland voor onze samenleving met zich meebrengt, Die kosten zijn zo hoog, dat zij onze verzorgingsstaat in gevaar brengen. Daarbij moet gedacht worden aan arbeidsmigranten, die hier voor de oogst of voor kortere tijd vertoeven, arbeidsmigranten, die zich niet definitief vestigen en vluchtelingen. In het krantenbericht werd niet uitgelegd, waarom wij zoveel arbeidskrachten uit het buitenland aantrekken.

We weten het, na afloop van de Tweede Wereldoorlog kregen we in 1946 een forse geboortegolf. De grafiek van de geboortecijfers laat voor 1946 een flinke piek zien. Wie in 1946 is geboren wordt bij leven dit jaar 75 jaar. Minder bekend is, dat het tot 1964 duurde voordat het geboortecijfer weer tot op het niveau van vóór de oorlog was gedaald. We hebben dus heel lang een sterke natuurlijke groei gekend. In die jaren vertrokken ook veel mensen uit Nederland en daarbij vooral veel boerenzoons met hun gezin. Ik ken meerdere mensen met broers of zussen in Canada, Australië en Nieuw Zeeland. Het aantal emigranten bleef ver achter bij het aantal babies. De bevolkingsgroei werd nauwelijks afgeremd.

In 1966 verscheen de Tweede Nota op de Ruimtelijke Ordening. Als er in het jaar 2000 twintig miljoen Nederlanders zouden zijn, waar moesten die dan allemaal wonen? Daarop probeerde de nota een antwoord te vinden. In ieder geval moesten er minstens één miljoen naar de drie Noordelijke provincies verhuizen. Het liep totaal anders af. Tussen 1970 en 1975 daalde het geboortecijfer dramatisch. Elk jaar daarna werden er meer dan honderdduizend kinderen minder geboren. In 1976 werden de geboortepiekers van 1946 30 jaar. Je zou eigenlijk een echo-effect verwachten: veel potentiële moeders, dus veel babies. Het omgekeerde gebeurde. Twintig jaar later kwamen er veel minder jonge mensen op de arbeidsmarkt en dat bleef constant het geval in de jaren erna. Gemiddeld werden er per vrouw maar 1,6 kinderen geboren. De generaties van de opa’s en oma’s waren veel kleiner. Er ontstond dus niet onmiddellijk een sterfteoverschot. De bevolking bleef groeien maar wel veel langzamer. De twintig miljoen zien we niet meer komen.

Een kind krijgen is een kostbare zaak. Er zijn veel alleenstaanden, die meestal geen kinderen krijgen. In veel gezinnen is er maar één kind. Je moet een behoorlijk inkomen hebben wil je meer dan twee kinderen kunnen grootbrengen. Toch worden in die armere gezinnen kinderen geboren en volgens het CPB leven in Nederland meer dan vierhonderdduizend kinderen in armoede. Ze gaan bijvoorbeeld zonder ontbijt naar school. Het is een gevolg van de enorme inkomensongelijkheid in Nederland. Het is niet voor niets, dat er actie wordt gevoerd voor een veel hoger minimumloon. De stijging moet veel meer worden, dan rechtse partijen voorstellen. Maar ja, investeren in kinderen is bij rechts niet populair. Men maakt liever dure reizen naar verre buitenlanden. En twee auto’s per gezin is echt nodig als beide ouders werken.

Maar onze welvaart is vooral een zaak van zeer veel export. We verdienen ons geld met goederen en diensten te leveren aan vele buitenlanden. Maar waar haal je al die noodzakelijke arbeidskrachten vandaan? Gelukkig is er in de EU vrij verkeer van arbeidskrachten. Mensen uit de minder welvarende lidstaten kunnen zonder veel problemen hier komen werken in de land- en tuinbouw, in de industrie in de bouw en als vrachtwagenchauffeur. Je kunt ze als bedrijf vaak ook nog afschepen met een veel lager loon, dan aan Nederlanders wordt betaald. De kosten van de huisvesting, de medische zorg en het onderwijs in hun tweede taal zijn niet voor de bedrijven. Dat geeft wel problemen, want er worden veel te weinig sociale huurwoningen gebouwd en van de bestaande sociale huurwoningen van uitstekende kwaliteit worden duizenden verkocht. Voor veel jonge Nederlanders is het vele jaren wachten op een eigen huis. Maar de mensen die hierover beslissen zitten in hun eigen koopwoning en helpen hun kinderen bij de aanschaf van hun eigen koophuis.

Er valt dus echt wel iets te kiezen op 17 maart. Wil je echt naar een eerlijker samenleving met een eerlijk loon en eerlijke huurprijzen en een eerlijke gezondheidszorg, dan moeten al die arbeiders, die nu VVD of erger stemmen eindelijk eens beseffen, dat ze daar niets van kunnen verwachten. Vindt de weg terug naar met name de Partij van de Arbeid of de SP of GroenLinks. Wordt wijzer.

14e Jaargang, Nr.656.

Één linkse partij?

zondag, februari 28th, 2021

WAT LEERT ONZE BUNNIKSE ERVARING?

 

Jesse Klaver zorgde voor nogal wat ophef in de media toen hij opriep te stemmen op de lijsttrekkers van D66, PvdA en SP, want dan zou dat ook GroenLinks groter maken. Bij alle verkiezingen komt het weer naar voren. Links vormt in Nederland geen eenheid. Dat maakt links stemmen niet populair, want dan stem je zeker niet op de grootste partij, niet bij de prognoses en niet bij de uiteindelijke uitslag.

In de gemeente Bunnik werd de linkse partij Perspectief 21 wel de grootste met acht van de 17 raadszetels. De gemeente grenst aan de stad Utrecht en dan vooral aan het universiteitscentrum De Uithof. Verder aan Zeist, de Utrechtse Heuvelrug, Wijk bij Duurstede en Houten. Het riviertje de Kromme Rijn, vroeger de hoofdtak stroomt van Zuid-Oost naar Noord-West door de gemeente. De drie dorpen, Bunnik, Odijk en Werkhoven kennen veel woonforensen en daaronder nogal wat academisch geschoolden. Een groot deel van de gemeente is (nog) agrarisch, maar de bedrijven zijn flink vergroot en bieden dus in totaal weinig werkgelegenheid. Bunnik heeft net als andere aan Utrecht grenzende gemeenten de opdracht te zorgen voor voldoende huisvesting voor de toevloed van woningzoekenden, die vooral in Utrecht werken.

Bij de verkiezingen in 1994 haalde GroenLinks ruim twee zetels en de PvdA net geen twee zetels. CDA, VVD en D66 vormden het college en links zat jaar in jaar uit in de oppositie. In 1997 werd door PvdA en GroenLinks Perspectief 21 opgericht. We hadden een PAK gehad met PvdA, D66 en PPR. In die situatie was er één linkse wethouder. Nu probeerden we D66 er ook weer bij te betrekken, maar volgens de D66 bestuurders mochten ze niet, want de partij had te weinig bekendheid bij het grote publiek. Perspectief 21 werd een groot succes. Leden van GroenLinks en van de Partij van de Arbeid zijn automatisch lid, tenzij zij te kennen geven dat niet te willen. Daarnaast kent P21 leden, die niet lid zijn van een landelijke partij. Daarnaast zit het CDA met vijf zetels in de raad en hebben VVD en D66 de lokale partij De Liberalen opgericht met vier zetels. Het CDA vormt al jaren de oppositie. Het CDA krijgt waarschijnlijk ook de stemmen van SGP en CU stemmers. P21 krijgt waarschijnlijk ook de stemmen van SP en de Partij voor de Dieren. In P21 spelen de programmatische verschillen binnen links nauwelijks een rol. Soms zijn PvdA raadsleden nog fanatieker pro landschap en milieu dan de GroenLinksers. Wel zijn er verschillen in opvatting over het raadswerk. Ben je heel kritisch naar het College en zeg je niet overal ja op of rommel je wat aan met de wethouder en stem je stilzwijgend toe en zeg je bij de eigenlijke besluitvorming dus ook maar ja. Dat zorgde voor een afsplitsing in P21.

In een gemeente zijn de politieke verschillen niet bijzonder groot vergeleken met de landelijke situatie. De vier linkse partijen hebben in hun programma’s veel meer overeenkomsten dan verschillen. Het lijkt mij, dat één nieuwe linkse partij voor de leden van SP, PvdA, D66 en GL met een gezamenlijke programmacommissie en een gezamenlijk congres best tot overeenstemming zou kunnen komen. De SP-ers zullen toch niet zoveel moeite hebben met een positievere houding naar de Europese Unie en hun vakbondige stijl van politiek bedrijven zullen ze ook wel kunnen inslikken. Ze zullen eigenlijk best wel wat meer aan het milieu willen doen. De PvdA-ers zijn altijd wat meer een bestuurderspartij en dus wat gematigder en compromisbereid. Maar met echt opkomen voor de zwaksten in de samenleving zal een echte PvdA-er toch niet zoveel moeite hebben. Dat ligt bij D66 wel anders. Sociaaleconomische zit D66 naar mijn idee behoorlijk dicht tegen de VVD aan. Van de bestuurlijke vernieuwing is nog niet veel terecht gekomen. Ik heb bij D66 vooral veel moeite met hun levensbeschouwelijke zeer liberale standpunten. Dan gaat het vooral over euthanasie en een vrijwillig zelfgekozen levenseinde en allerlei ethische aspecten in hun levenshouding. Doen waar je zin in hebt en niet nadenken over de vraag wat dat voor een ander betekent. Ik denk, dat veel leden van D66 en ook van GL niet zo gemakkelijk afscheid zullen nemen van zo’n liberale levenshouding. Ze ontkennen vaak, dat ze in hun levenshouding anti-godsdienstig zijn, maar in de praktijk komt het daar vaak wel op neer. Denk aan hun houding tegenover het bijzonder onderwijs.

Zal ik het nog meemaken? Één grote linkse partij met een programma waar ik van harte ja op kan zeggen? Het zou best kunnen, maar dan moeten velen  – ik ook – toch het nodige inslikken. Tsja, willen we het echt? Of zijn al die discussies elke keer meer een verplicht nummer zonder serieuze consequenties?

14e Jaargang, Nr. 655.

De Jeugd

zondag, februari 21st, 2021

WAARDOOR HEEFT DE JEUGD HET ZO MOEILIJK?

 

Alle media geven er veel aandacht aan. De jeugd heeft het na bijna een jaar coronacrisis met thuis-onderwijs via een onlineverbinding en het gemis van hun klasgenoten inmiddels buitengewoon moeilijk. Burgemeester Femke Halsema dringt aan op meer vrijheid voor de jeugd. De regering peinst zich suf hoe dat moet zonder de komst van de derde golf te versnellen. Proberen achter je computerscherm je leerstof te begrijpen en je eigen te maken is niet erg eenvoudig. Je hebt geen directe steun van je klasgenoten en je docent. Vaak kunnen je ouders je evenmin helpen. Je mist het dagelijkse contact met je vrienden en vriendinnen. Ook je sportclub mag niet actief zijn. De eenzaamheid slaat toe. ’s Avonds je vrienden of vriendinnen opzoeken kan ook al niet meer door de avondklok. Je snapt natuurlijk wel waarom dat een slimme maatregel is. Elk contact buitenshuis kan tot besmetting leiden. Dan kun je je ouders of je grootouders weer besmetten. Voor hen kan dat buitengewoon ernstig uitpakken. Zo leef je ook nog in angst, dat ze door Corona ernstig ziek zullen worden. Intussen voel jij je thuis opgesloten. Je voelt je steeds naarder, eenzamer depressief en pessimistisch. Er zijn geen feestjes. Je kunt niet gaan stappen. Je kunt niet naar de wedstrijden van je favoriete voetbalclub of naar de bioscoop. Het is allemaal ellende.

Als ik dat allemaal lees of hoor kan ik de gedachte niet onderdrukken, dat de huidige jeugd niet veel incasseringsvermogen heeft. Velen kampten al met problemen en daar komt nu de Coronacrisis nog bij. Je moet je dus afvragen wat in onze huidige leefwijze ertoe leidt, dat een flink deel van de jeugd het zo moeilijk heeft.

Als je nooit met tegenslagen te maken hebt gehad en geheel onverwacht wordt de wereld overvallen door het Coronavirus, dan heb je nooit geleerd om met zo’n probleem om te gaan. Onze maatschappij leeft met het idee, dat de wereld maakbaar is. Komt er een probleem, dan verwachten we, dat het in de kortste keren is opgelost. Onze kinderen weten niet beter. Ze zijn gewend (of verwend), dat al hun wensen worden vervuld. Meestal hoeven ze er geen moeite voor te doen. Is er een probleem? De deskundige lost het op. Veel jeugdigen leidden tot een jaar geleden een zorgeloos leventje. Zonder zorgen leven leidt er niet toe, dat je met problemen om leert gaan en dat je zo een flink incasseringsvermogen opbouwt. Maar dit betreft slechts een deel van de jeugd.

Het schijnt, dat de helft van de huwelijken tegenwoordig op een scheiding uitloopt .Of dat ook zo is met huwelijken waar al kinderen zijn, weet ik niet. Maar veel kinderen krijgen met een scheiding van hun ouders te maken. Ze moeten maar zien te wennen aan die nieuwe relatie van hun vader en/of hun moeder en hun eventuele kinderen. Heel vaak gaat het allemaal prima en blijft de relatie tussen beide ouders toch goed en zorgen ze samen goed voor hun kinderen. Er zijn ook vechtscheidingen. Er zijn ook vaders of moeders, die hun kinderen krijgen toegewezen, die het contact van hun kinderen met hun ex sterk tegenwerken. Dat is zo’n groot probleem, dat er nu pittige wetgeving aan komt, die dit strafbaar stelt. Als er geen twee ouders beschikbaar zijn als raadgever of steunpilaar in je leven, dan kan het nu extra moeilijk worden.

Dat gemakkelijk scheiden is maar één van de talloze vrijheden, die velen zich tegenwoordig menen te kunnen veroorloven. Ouders, die maar hun gang gaan, vormen niet bepaald een goed voorbeeld voor hun kinderen. Het zijn geen ideale opvoeders, die hun kinderen de traditionele normen en waarden weten voor te leven. De kern van alle waarden is, dat je iets voor een ander moet over hebben. Dat heet solidariteit of naastenliefde. Je zult maar een vader en/of een moeder hebben, die in het leven naar jou uitstraalt, dat je de pot op kunt en dat je het maar zelf moet uitzoeken

Zo’n levenshouding hangt vaak samen met de secularisatie, het verlies aan een binding met een God en met de idealen, die een kerk je voorhoudt. Veel kerken hebben terecht veel kritiek verdiend en , dat is vaak een reden tot kerkverlating. Dat betekent dan niet altijd, dat je ook de christelijke of joodse of islamitische idealen maar bij het grof vuil zet. Veel ouders kunnen hun kinderen dan toch nog een heel goede opvoeding geven. Zo geven ze hun kinderen opvattingen mee, verhalen en beelden, die hen tot steun kunnen zijn in hun leven. Als je godsvertrouwen mist kun je het in deze Coronatijd best moeilijk krijgen. Het ware te wensen, dat mensen daar eens serieuzer over nadenken. Met name de Joodse Bijbel of wel het Oude Testament kent tal van verhalen, waar het Volk in nood raakt en dan door Jahweh wordt gered. Jammer als je dat je kinderen onthoudt.

3e Jaargang, Nr.654.

Genieten van Nederland

maandag, februari 15th, 2021

KIJKEN EN WETEN WAT JE ZIET

 

Door Corona konden vorig jaar de meeste Nederlanders niet naar het buitenland en constateerden vervolgens, dat er in Nederland zoveel te genieten valt. Ze kenden Frankrijk of de Spaanse costa’s beter dan hun eigen land. Ik moest er weer aan denken nu ik van onze favoriete vakantieparkenonderneming alsmaar weer mailtjes krijg met kortingen en andere voordelige aanbiedingen. Ze hebben over heel Nederland in een rustige en aantrekkelijke omgeving hun parken met bijna altijd prima voorzieningen. Meestal zijn er ook leuke wandelroutes in de omgeving beschikbaar. Daar gaat het nu om. Veel mensen genieten van de mooie natuur, maar echt weten wat ze zien is er helaas vaak niet bij. Het overkwam mij de laatste jaren twee keer. Ik meende een heideontginningslandschap te herkennen en dat bleek na nadere informatie goed gezien.

De meeste parken vind je in de Oostelijke en Zuidelijke provincies op de zandgronden en vaak in een bosrijke omgeving. De landschappen daar weerspiegelen de agrarische geschiedenis van Nederland. Als je de geschiedenis van zo’n landschap kent, gaat het als het ware voor je leven. Dan geniet je nog meer van je wandeling of je fietstocht. Met de auto ontgaan je de details en dan mis je veel.

Anderhalve eeuw terug vond je op de zandgronden in Drenthe, Overijssel, Gelderland, Noord-Brabant en Limburg de zogenaamde potstalcultuur Rond de dorpen had je wat akkerbouw op de essen (of engen of enken) De rest was bedekt met uitgestrekte heidevelden. Daar graasden de schapen en die werden niet eens op de eerste plaats gehouden om de wol of het vlees, maar zij leverden de mest voor de akkers op de es. De schaapskooien hadden verdiepte bodem. De mest van de schapen werd daar vermengd met heideplaggen. Dat mengsel werd in het voorjaar over de akkers uitgestrooid. Hoe groter de heide, hoe meer schapen konden grazen, hoe meer mest, hoe groter de essen, hoe groter het dorp en hoe meer inwoners er konden leven.

Op de laagste delen van de hellingen van de Utrechtse Heuvelrug had je de langgerekte flankessen en bovenop de Heuvelrug had je toen vooral heide. Ik ken daar een plek met een voormalige schaapskooi, maar ook met de bedrijfsgebouwen van latere perioden. Als je in een van die oude dorpen in de gebieden met zandgrond rond wandelt of fietst, let dan maar eens op of je die oude schaapskooi nog kunt ontdekken.

Rond 1880 kwam er een fundamentele verandering. Vanuit Amerika werd massaal goedkope tarwe ingevoerd. Daar konden de boeren op de zandgronden niet tegen concurreren. Tegelijk kwam ook de kunstmest beschikbaar. Overal verbeterde de medische zorg en dat kwam vooral tot uiting in een lagere zuigelingensterfte. De bevolkingsgroei nam sterk toe. En al die boerenzoons hadden nu de kunstmest om de schrale heidegrond te gaan ontginnen en daar een eigen bedrijfje te starten. Ze begonnen een gemengd bedrijf met op de akkers vooral veevoer. De melk werd verkocht en vaak in coöperatieve melk- en zuivelfabrieken verwerkt tot boter. Er werden ook kippen gehouden om de eieren en varkens om het vlees. De oudere boerderijen hebben een deel met plek voor 10 tot 50 koeien.. zo’n bedrijf is nu te klein om een fatsoenlijk inkomen te verkrijgen. Er moesten grotere bedrijven komen. We komen aan de derde periode van de agrarische geschiedenis.

Er waren meerdere oplossingen mogelijk. Soms ging zo’n boer met een gemengd bedrijf over op specialisatie. Ze gingen rozen kweken of fruitbomen of bomen en heesters. Daar zat veel werk in, maar de geldopbrengst lag hoger. Een tweede manier was een grote stal bij te bouwen en het vee vooral bij te voeden met geïmporteerd veevoer. Met de grote zeehavens is Nederland hier goed geschikt voor. Maar al dat vee produceerde enorme hoeveelheden mest en die konden de boeren niet kwijt op hun bedrijf met een kleine oppervlakte. Dat geeft dus de stikstofproblematiek waar de bouw de laatste jaren zo’n problemen mee heeft. De uitstoot van die bedrijven komt als een meststof neer op de paar overgebleven heidevelden en die gaan vergrassen. Heide heeft juist een schrale grond met weinig voedingsstoffen nodig. De derde manier, die deNederlander Mansholt propageerde was, dat veel kleine bedrijven werden opgeheven en de grond werd gebruikt om andere bedrijven te vergroten. Je had de ‘blijvers’ en de ‘wijkers’. De laatsten gingen in de industrie werken of de dienstverlening.  Je ziet ook boeren, die een boerencamping of een landwinkel beginnen om zo het bedrijfsinkomen te verhogen.

Als GroenLinks of de Partij voor de Dieren nu roepen, dat al die megastallen moeten verdwijnen, dan beseffen velen van hen niet welk diep menselijk leed zij in boerenfamilies veroorzaken. Soms heeft zo’n familie generaties lang op zo’n bedrijf geboerd en dan moet zo’n boer – juist hij – ermee stoppen. Zelfdoding is dan te vaak het gevolg. Veelal stopt een bedrijf bij gebrek aan een opvolger of wanneer de grond wordt opgekocht voor woningbouw. Ook dat is niet leuk, maar beter te verdragen.

De potstalcultuur had heideplaggen nodig. Als in een gebied te vaak geplagd werd, kon het onderliggende zand gaan stuiven. Zo vind je aan beide zijden van de Heuvelrug en op de Veluwe stuifzanden. Vaak worden er dan ook stuifduinen gevormd. Vooral in het begin van de vorige eeuw zijn veel zandverstuivingen en heidevelden bebost, veelal met grove dennen. Er was toen behoefte aan stevige boomstammen om mijngangen te stutten. Houten steunen gaan kraken als ze te zwaar belast worden. Nu is het aan het veranderen. Het Utrechts Landschap gebruikt het gewonnen hout zoveel mogelijk zelf om bijvoorbeeld banken te maken of afrasteringen voor gebieden met schapen. Vaak overheersen nog de saaie dennenplantages, Het is zeker niet de natuurlijke vegetatie, die in Nederland thuis hoort. Dat is het zomergroene gemengde loofbos met vooral eiken en beuken. Dat is nagenoeg uit Nederland verdwenen. Natuurmonumenten en de provinciale landschappen zouden dat gemengde loofbos terug moeten brengen. Dan werken ze pas echt aan het herstel van de natuur. Het Utrechts Landschap plant nu alleen nog loofbomen.

 Naaldbos, heide, zandverstuivingen en stuifduinen hangen allemaal samen met het ingrijpen van de mens. Het is eigenlijk geen echte natuur, maar vaak wel mooi om te zien.

13e Jaargang, Nr. 653.

 

Ons klimaat

zondag, februari 7th, 2021

EEN WEEK VORST VERANDERT NIETS AAN DE OPWARMING

 

Het is lang geleden, dat ik moest gaan sneeuw ruimen en dat er ook zo veel sneeuw is gevallen. Het Journaal op NPO1 toonde beelden van de sneeuwpret in Park Sonsbeek in Arnhem. Ik moest weer aan mijn jeugd denken en aan mijn baan aan de Fatimaschool, toen nog aan de Bauerstraat dichtbij Sonsbeek. Met de kinderen uit mijn klas ging ik sleeën in Sonsbeek. Zo’n late vorstperiodepas in februari gebeurde wel vaker na een betrekkelijk zachte wintertijd ervoor..

Betekent dit dan ook een omslag in de opwarming van de aarde? Zeker niet, want kou en sneeuw in een deel van Europa wil bepaald niet zeggen, dat het overal zo koud is op het Noordelijk Halfrond, waar het nu winter is. De opwarming betreft de gehele aarde en gemiddeld over tientallen jaren gerekend. Er zullen best wel weer warhoofden zijn, die dit koude weer als argument tegen windmolens gebruiken.

Deze week moest ik in het lokale nieuws- en advertentieblad, het Bunniks Nieuws, meer bekend als ’t Groentje (vroeger werd het op groen papier gedrukt) een warrig verhaal lezen tegen windmolens. Nu zijn dat tegenwoordig enorme gevaarten van meer dan twee Domtorens hoog als je de wieken mee rekent. Maar één zo’n reusachtig bouwsel geeft evenveel elektriciteit als tientallen kleinere molens. De langgerekte gemeente Bunnik is ruim 21 KM lang en we moeten daar voor vijf molens een plek kunnen vinden op voldoende afstand van woningen. In het stuk wordt de gemeente verweten die molens erdoor te drukken zonder inspraak van de bevolking. De gemeente Bunnik heeft in een steekproef de mening van de inwoners gepeild. Perspectief 21, PvdA en GL, haalde acht van de zeventien zetels en de Liberalen, VVD en D66 ging van vijf naar vier. Probeert de VVD met stemmingmakerij tegen windmolens een beter verkiezingsresultaat te boeken op 17 maart? Dan moeten ze niet opnieuw aankomen met kernenergie. De veiligheidsmaatregelen maken een kerncentrale zo duur, dat kernenergie niet meer kan concurreren, Duitsland, België en Frankrijk willen af van hun kerncentrales.

Het probleem met de opwarming van de aarde is, dat de gevolgen pas over tientallen jaren erg goed merkbaar worden. De opwarming tegengaan doen we niet voor ons zelf, maar voor onze achterkleinkinderen. Voor de mensen in de Grote Oceaan, die op een koraaleiland wonen maar enkele meters boven de zeespiegel. Misschien is het eigenbelang bijna altijd uitgangspunt bij de VVD. In ieder geval zou iedereen, die een stem op de VVD overweegt zich dat eens af moeten vragen.

Er zijn twee redenen om van het stoken van fossiele brandstoffen af te willen. De voorraden steenkool, bruinkool, aardolie en aardgas zijn weliswaar zeer groot, maar toch eindig. Als ze op zijn, moeten we wel iets anders hebben. Veel belangrijker is, dat het gebruik van deze fossiele brandstoffen zorgt voor de opwarming van de aarde. Daardoor kunnen allerlei planten hier niet meer groeien en allerlei dieren, die van die planten afhankelijk zijn evenmin. Er komen ook meer en heviger orkanen voor met alle verwoestingen en overstromingen en doden. De opeen volgende regeringen van Nederland zijn door de rechter veroordeeld, want de rechter vond, dat zij te weinig had gedaan om het milieu te beschermen. De huidige generatie heeft er geen of weinig last van. Waarom zou je er dan duur belastinggeld aan gaan besteden. Het zijn juist veel jonge mensen, die het anders willen. Zij en hun kinderen en kleinkinderen zullen er wel last mee krijgen. Regeren vraagt eigenlijk lange termijn denken, maar de meeste politici komen niet verder dan de korte termijn.

Dan zijn er al problemen genoeg. Zoals nu de Corona-pandemie. Mijn vrouw en ik hebben nu de eerste vaccinatie gehad. Het is te hopen, dat jongeren, onze kinderen en kleinkinderen niet te lang moeten  wachten. Intussen is wel duidelijk geworden, dat we ons beter moeten voorbereiden op al die mogelijke uitbraken, die nog kunnen komen. Dat is dan weer de lange termijn. 

13e Jaargang, Nr. 652.