Author Archive

De ontsluiting van Houten naar de A12

donderdag, maart 17th, 2011

INTERACTIE TUSSEN TWEE STEDEN

Gisterenavond bezocht ik de informatieavond over het inpassingsplan voor een verbinding tussen de Rondweg van Houten en de A12 bij Bunnik. De gemeente Bunnik vreest veel overlast van de weg en vooral als er ook een verbinding komt met de weg Bunnik – Wijk bij Duurstede (N229) geeft dit nog meer doorgaand verkeer door de kern Bunnik. Die verbinding is bedoeld als een ontsluiting van Houten naar het Oosten. Het verkeer uit Houten kan gebruik maken van de huidige aansluiting op de A12 bij Bunnik.

Ik vroeg of men zich realiseerde, dat het daardoor ook gemakkelijker werd naar Bunnik te rijden en door Bunnik naar Zeist. Dan zouden de problemen op de nu al overbelaste Julianalaan verder toenemen. Maar dat bleek niet uit de berekeningen met het computermodel. Ik liet merken, dat ik het er niet mee eens was en zei, dat de ervaring leert, dat elke nieuwe weg leidt tot meer verkeer. Het antwoord was, dat er een stabiele situatie bestond. Verkeer, dat nu via een andere route rijdt, maakt nu gebruik van de nieuwe route. Na afloop vertelde ik de gedeputeerde, dat door zo’n nieuwe weg er juist een instabiele situatie ontstaat. Mensen komen tot een andere woonplaatskeuze bijvoorbeeld of gaan ergens anders werken, want de nieuwe werklocatie is beter bereikbaar geworden of mensen gaan ergens anders winkelen of recreëren door die betere bereikbaarheid.

Later realiseerde ik mij, dat daarvoor ook een elegante theorie bestaat. Het gaat om interactie tussen twee gebieden. Die interactie kan bestaan uit personenverkeer, goederenverkeer, dataverkeer, dus telefoonverkeer, brieven en E-mails. Die interactie is afhankelijk van het gewicht van die twee gebieden en omgekeerd evenredig aan (het kwadraat van) de onderlinge relatieve afstand. Komt u dit bekend voor? Het is hetzelfde als de aantrekkingskracht tussen twee massa’s of twee magneten. Nu is in de exacte natuurkunde de massa en de afstand of de sterkte van een magneet gemakkelijk te bepalen. Maar hoe bepaal je het gewicht van twee steden of twee gebieden?

Je zou kunnen uitgaan van het aantal inwoners, maar als in beide gebieden zelfvoorzienende boeren wonen, zal er niet veel interactie zijn. Het gewicht van een gebied hangt dus ook af van de economische activiteiten. Vooral als die complementair zijn, dus elkaar aanvullen, geeft dat veel onderling verkeer. Je moet daarbij niet alleen denken aan goederen, maar ook aan diensten. Is er een ziekenhuis, zijn er veel scholen, bioscopen, een schouwburg of een concertzaal, dan krijg je veel interactie met de omliggende plaatsen, die deze voorzieningen missen. Het gaat ook om economische diensten, bijvoorbeeld winkels of andere handelsactiviteiten. Het bepalen van het gewicht van een stad of dorp is niet eenvoudig, maar je kunt rustig zeggen, dat hoe groter twee steden zijn, hoe meer interactie er tussen die twee steden zal zijn.

Hoe zit het nu met de afstand? Ik heb in een dorp gestaan en er was totaal geen interactie met een ander deel van het dorp een paar honderd meter verderop. Daartussen lag het IJzeren Gordijn. Het gaat dus niet om de absolute afstand hemelsbreed of in wegkilometers. We spreken over de relatieve afstand. Dat is de afstand in tijd, kosten en moeite. Heel veel fileverkeer leidt tot minder interactie, tenzij er andere mogelijkheden zijn, bijvoorbeeld een frequent rijdende snelle trein. Moet je een grens passeren, waar hoge invoerrechten worden geheven, dan is er minder interactie, minder handel. Daarom heeft de EU ook gezorgd voor een enorme toename van de onderlinge handel, want de invoerrechten vielen weg. Moet je een hooggebergte met een steile weg over een hoge pas passeren, dan zorgt een tunnel voor een flinke toename van de interactie.

Als we dit nu toepassen op de situatie bij Bunnik. Aan de ene kant ligt Houten met steeds meer inwoners en al veel werkgelegenheid en aan de andere kant Zeist met nog meer inwoners en werkgelegenheid. Per auto of per openbaar vervoer kom je niet gemakkelijk van Houten naar Zeist of omgekeerd. Je moet omrijden via Utrecht of Driebergen of je rijdt over smalle binnenwegen naar Bunnik en door Bunnik naar Zeist. Misschien gaat het per fiets nog het snelst, want dan kun je binnendoor rijden. Nu wordt er een nieuwe weg aangelegd, waardoor je sneller en gemakkelijker en goedkoper van Houten naar Zeist kunt. Uit het voorgaande is duidelijk geworden dat er een groei van het autoverkeer door Bunnik zal optreden. Er klopt iets niet in het gehanteerde computermodel.

Jaargang 4, Nr. 155.

Bodem en reliëf vragen bescherming

vrijdag, maart 11th, 2011

AARDKUNDIGE MONUMENTEN

Gisterenavond, donderdag, 10 maart mocht ik een lezing bijwonen van Wim Hoogendoorn over aardkundige waarden en aardkundige monumenten. Wim is gepensioneerd medewerker van de provincie Utrecht en heeft er mede voor gezorgd, dat Utrecht een zestal erkende aardkundige monumenten telt. Het zijn plekken in het landschap, waar je goed kunt zien hoe het landschap is ontstaan. Daardoor zijn ze ook zeer geschikt als excursiepunt. Inmiddels zijn in het tijdschrift “Grondboor en Hamer” van de Geologische Vereniging meer dan veertig van zulke excursiepunten beschreven. Waarom al die moeite?

Bewoners van een gebied zijn zich vaak nauwelijks bewust hoe bijzonder het is. Dat kan zijn door de cultuurgeschiedenis, die je terugziet in de ontginningswijze, de boerderijen, het wegenstelsel en de dorpen. Het kan ook bijzonder zijn door de planten en dieren, die er voorkomen, vaak in een specifieke samenstelling, zodat je van een ecosysteem kunt spreken. Voor deze onderwerpen is vaak veel belangstelling en dan vindt ‘de politiek’ het ook interessant. Water is ook belangrijk en het reliëf, want daardoor krijg je meer afwisseling in het landschap, mooie plaatjes.

Water, bodem, reliëf en klimaat bepalen welke planten er voorkomen en zo ook welke dieren er kunnen leven en hoe de mens van het landschap gebruik kan maken. Dan is het ook van belang te weten hoe dit ontstaan is om te voorkomen, dat je iets doet, waardoor de voorwaarden voor het leven worden aangetast. Denk aan verzuring of verdroging of ontbossing met als gevolg bodemerosie. Het valt mij op, dat elke keer weer dezelfde fouten gemaakt worden. Anderzijds merk ik vaak, dat boeren precies weten wat er aan bodems, natte en droge plekken op hun bedrijf aanwezig is en waar elk stuk grond geschikt voor is. Ze weten ook precies, waar de ondergrond stevig genoeg is om de boerderij te bouwen.

Zijn de boeren nu zuinig op al die bijzondere vormen in het landschap? Zo’n oeverwal of dekzandrug is vaak wat droger. Lagere stukken zijn juist weer te nat. Dus lekker egaliseren en weer is een bijzondere vorm in het landschap verdwenen en is Nederland weer een beetje platter geworden. In grote delen van Nederland zijn die kleine hoogteverschillen, het microreliëf bepalend voor het landschap; voor de bebouwing, de wegen en het agrarisch bodemgebruik. Daar hoor je zuinig op te zijn. Voor gemeenten ligt er een taak; in de bestemmingsplannen voor het buitengebied moeten duidelijke regels opgenomen worden ter bescherming van aardkundige waarden. Daartoe riepen zo’n tien jaar geleden ook veertien organisaties op, die allen te maken hebben met het landschap. Zij brachten het Manifest Aardkundige Waarden en Ruimtelijke Ordening uit. Kort samengevat: het landschap dient behouden te blijven voor toekomstige generaties. Onze landschappen zijn internationaal gezien heel bijzonder. Daardoor trekken ze toeristen en recreanten. Ze zijn in veel opzichten van economisch belang, maar daarbij kan gemakkelijk onherstelbare schade worden veroorzaakt. Er liggen taken voor de overheid, maar ook voor de organisaties, die dit manifest hebben uitgebracht.

En wilt u nu een paar bijzondere plekjes weten, die de moeite waard zijn om eens te bekijken. Er zijn heel bekende zoals de Heijmansgroeve langs de Geul met gesteenten uit het Carboon of het P. van der Lijnreservaat bij Urk met Noordelijke gesteenten, eigenlijk een grondmorene of de kalksteengroeven bij Winterswijk met fossielen. Maar de Zuidkust van Gaasterland is een gestuwde eindmorene, een keileembult met Noordelijke stenen. In Drente vind je een soort vennetjes met een walletje er omheen. Het zijn vaak pingo’s. In een ijstijd is de bodem permanent bevroren. Op sommige plekken komt dieper grondwater naar boven en dichtbij de oppervlakte bevriest het water en als dat doorgaat vormt zich een ijslens, die steeds dikker wordt. De grond er boven wordt omhoog gedrukt en er ontstaat een heuvel, waar de grond vanaf zakt. Als het ijs smelt vormt zich een laagte met een ringvormige wal. In Drente is die laagte vaak met water gevuld. De vennen bij Oisterwijk zijn veelal ontstaan doordat de wind een laagte heeft uitgeblazen, die in een vochtiger tijd met water werd gevuld. Je vindt er dus ook stuifduinen bij.

Ook in Noord-Brabant vind je de Peelrandbreuk. Langs die breuk is de aardkorst aan de Westzijde gedaald en aan de Oostkant opgeheven. Het dalingsgebied noemen we een slenk, in dit geval de Centrale slenk en het opgeheven gebied een horst, de Peelhorst. In de horst komen ondoorlatende lagen dicht aan het oppervlak, zodat het water niet kan wegzakken. Het is er vochtig. Heel vreemd is dat het lager gelegen gebied juist droog is. Daar kan het water gemakkelijk wegzakken. Dit gebied gaan we met de Kring Utrecht van het Koninklijk Nederlands Aardrijkskundig Genootschap (KNAG) op zaterdag, 18 juni bezoeken.

Jaargang 4, Nr. 154.

Bunnik op een gedeelde derde plaats

vrijdag, maart 4th, 2011

VERKIEZINGEN PROVINCIALE STATEN 2 MAART 2011

PERCENTAGES GROENLINKSSTEMMEN PER GEMEENTE

01 Utrecht 16,3%
02 Wageningen 16,0%
03 Nijmegen 14,2%
03 Bunnik 14,2%
05 Amsterdam 12,5%
06 Leiden 11,4%
07 Ubbergen 11,3%
08 Groningen 11,2%
09 Haarlem 10,7%
10 Arnhem 10,1%
11 Delft 10,0%
12 Haren 9,5%
13 Amersfoort 9,3%
13 Zutohen 9,3%
15 Winsum 8,6%
15 De Bilt 8,6%
15 Houten 8,6%
           

 Vanaf plaats 15 is de tabel niet volledig. Er zijn meer gemeenten met een percentage van 8,??. Hier gaat het vooral om de gemeenten die traditioneel hoog scoren.

In de Gemeente Bunnik hebben vooral de stembureaus in de kern Bunnik een hoge score voor GroenLinks. De GroenLinks Statenfractie verzette zich het sterkst tegen een wegverbinding tussen Houten en de A12, die vooral voor de kern Bunnik uiterst onprettig zou uitpakken.

De PVV met gelijke munt betalen

vrijdag, maart 4th, 2011

TAALGEBRUIK DAT OVERTUIGT

Afgelopen zaterdag, 26 februari had de Volkskrant een boeiend artikel over het taalgebruik van Geert W., fractievoorzitter van de PVV en partijleider. Zijn toespraken zijn geanalyseerd door taalbeheerser Maarten van Leeuwen van de Leidse universiteit. Hij trok daaruit een viertal lessen.

In september vorig jaar spiegelde ik een ingezonden brief van een PVV-adept en schrok van het resultaat. Als je dat scheldproza met veel halve waarheden en veel loze beschuldigingen omdraait, dan schrik je van je eigen geschrijf. Ook al heb je nog zo’n hekel aan de PVV, je voelt je zelf te fatsoenlijk om op dezelfde manier te keer te gaan. Maar moet die PVV wel met zachte handschoentjes worden aangepakt? Als de andere partijen de PVV met gelijke munt betalen, wat krijg je dan?

De eerste les, die je kunt trekken uit het proza van Geert W. is: Gebruik de oorlogsmetafoor met als voorbeeld: “Door heel Europa vechten de multiculturalistische elites een totale oorlog uit tegen hun bevolkingen. Met als inzet voortzetting van de massa-immigratie, uiteindelijk resulterend in een Islamitische Europa – een Europa zonder vrijheid: Eurabië."

Voor welke oorlog is de PVV verantwoordelijk? Systematisch zet zij de witte arbeiders op tegen de zwarte arbeiders. De verdeelde arbeidersklasse wordt een gemakkelijk slachtoffer van de kapitalisten. Ze worden uitgebuit of werkloos en hun koopkracht vermindert. Geert W. zorgt ervoor, dat er weer een proletariaat ontstaat. De rijken kunnen zich verrijken en de arbeidersklasse vervalt in armoede. De vakbeweging zal zo veel sterker staan als witte en zwarte arbeiders in Noord en Zuid samen strijden tegen het uitbuitingssysteem van de mega-ondernemingen, die op wereldschaal opereren. Geert W. toont zich een knecht van de rijke kapitalisten. 

Les twee luidt: Spreek in hoofdzinnen. Het zijn korte zinnen, zonder bijzinnen. Zeker niet met toevoegingen als “Ik vind” of “Ik ben van mening, dat” of “Het is mijn stellige overtuiging”. Door die toevoeging laat je zien, dat je ook iets anders kunt vinden of een andere mening kunt hebben of een andere overtuiging. Daardoor ben je minder overtuigend. Je bent ook minder duidelijk. Bij lange zinnen raken de toehoorders de draad kwijt. Ik merkte van mij zelf, dat ik bij de uitleg en ook in geschreven teksten zo veel mogelijk korte zinnen gebruik.

Je schrijft dus niet, dat als je de verschillende standpunten van de PVV analyseert en ze vergelijkt met de kenmerken van fascisme en racisme je met de nodige voorbehouden tot de conclusie zou kunnen komen, dat de PVV enkele kenmerken van fascisme en racisme vertoont, maar dat je het naar jouw stellige overtuiging geen racistische of fascistische partij zou kunnen noemen. De luisteraars zijn al lang afgehaakt. Neen, je zegt op de PVV-manier gewoon, dat de PVV een racistische partij is. Punt! Maar ja, daar zijn wij te fatsoenlijk voor.

Les drie is: Creëer je eigen frame. Het is een bepaalde uitdrukking, die een vast beeld schept, dat niet valt tegen te spreken. Het voorbeeld is “Linkse hobby’s”. Met reageren, dat er ook rechtse hobby’s zijn bevestig je alleen maar het beeld van de linkse hobby’s. Ze kosten ons mensen alleen maar geld. Mij lijkt de beste reactie die linkse hobby’s als een sieraad van linkse politiek te etaleren, mooie dingen voor de mensen, waar die PVV, samenzwerend met die kapitalisten van de VVD ons mensen van wil beroven. De fanfare mag straks niet meer muziek maken en de voetbalclub mag niet meer in dat te dure stadion spelen en het meer bewegen voor ouderen vervalt ook al.

Moeilijker is een goed frame te bedenken, dat slaat op het beleid van de huidige coalitie. Je kunt denken aan de zwakke kanten van het beleid bijvoorbeeld in de zorg: Een keer per dag een schone luier of een keer in de maand douchen in het verzorgingshuis. Vastgeketende psychiatrische patiënten, wachtlijsten in de Jeugdzorg. Maar je kunt het ook zien in de mooie dingen: Villasubsidies voor de rijken of JSF-speelgoed voor de luchtmachtgeneraals.

Les vier: Mijd de nuance, speel in op de emotie en overdrijf waar je kunt. Dan overtuig je meer en krijg je de mensen eerder mee. Je moet het dus niet hebben over snelheidsovertreders, maar over snelwegmoordenaars, die in hun overdadig benzine slurpende luxe lease-bakken geen risico te groot is. Je spreekt niet over goedbetaalde CEO’s, maar over gewetenloze uitzuigers van de arbeidersklasse, die zich zelf met tientallen miljoenen belonen. Maar ja, dat klinkt allemaal niet zo netjes. Tsja!

Jaargang 4, Nr. 153.

Waarop ga ik stemmen?

vrijdag, februari 25th, 2011

MIJN STEM GAAT NAAR GROENLINKS MAAR WAAROM?

Als het om de provincie Utrecht gaat, is er voor mij geen twijfel. Het wordt weer GroenLinks, al kwam ik bij de Stemwijzer twee keer op de Partij voor de Dieren uit. Dat kwam doordat ik voor of tegen aangaf, terwijl het antwoord van GroenLinks luidde: “Geen van beide”. Maar programma’s zeggen lang niet alles. Het gaat meer om de mensen, waarin je wel of geen vertrouwen hebt en het gaat om de opstelling van een partij in de afgelopen jaren.

Voor Bunnik spelen dan een aantal zaken. Het belangrijkste is ongetwijfeld het doordrammen van het Rijsbruggerwegtracé door VVD gedeputeerde van Lunteren, daarbij gesteund door VVD, CDA, D66, CU, GPV en PvdA. Dit tracé doorsnijdt een bijzonder landschap met boomgaarden, akkers, grasland en griendbossen en ligt ten dele op de bodem van een fossiele Rijnbedding met restgeul. Het gebied is hoogst waarschijnlijk rijk aan archeologische vondsten vanaf de prehistorie en doorsnijdt de Limesweg op een nog niet bekende plaats. Door de barrièrewerking raakt het pas aangelegde bos Nieuw Wulven geïsoleerd van de rest van het Kromme Rijngebied. De bereikbaarheid van het Waterliniefort bij Vechten wordt minder, terwijl het ontwikkeld gaat worden tot centrum van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Als de Oostelijke ontsluiting van Houten ook via dit tracé gaat lopen nemen de verkeersproblemen in en om Bunnik dramatisch toe.

Daarnaast bestonden er plannen voor een nieuwe woonkern met 5000 woningen, ook een VVD-plan, maar dit is sterk afgezwakt. Moet er alsmaar meer werkgelegenheid in de provincie komen? Over enkele jaren gaat de Nederlandse beroepsbevolking kleiner worden. Meer werkgelegenheid scheppen betekent nog meer arbeidsmigranten. Het is dus onbegrijpelijk, dat de PVV het VVD-beleid steunt. Het werk in Nederland moet kapitaalintensiever worden en meer gericht op hoge kwaliteit. Dan kunnen we met minder mensen dezelfde omzet halen. Meer werk in de provincie Utrecht leidt tot verdere ontvolking elders in Nederland en minder voorzieningen in de krimpgebieden, waar massaal PVV gestemd wordt. De mensen daar hebben gewoon niet in de gaten, dat het neoliberale beleid van de huidige coalitie met PVV-gedoogsteun leidt tot vertrek van de jonge mensen op zoek naar werk in de Randstad.

Meer wegen, bezuinigen op Openbaar Vervoer, meer woningen, meer bedrijventerreinen, meer megastallen zo groot als drie voetbalvelden leidt tot aantasting van het landschap en zo tot een minder aantrekkelijk woon- en leefmilieu. Dat laatste is nu juist een belangrijke vestigingsplaatsfactor voor hoogkwalitatieve werkgelegenheid. Zo ondergraaft de VVD haar eigen streven. Het wordt tijd, dat de huidige coalitie vervangen wordt.

De leden van Provinciale Staten in de twaalf provincies kiezen de Eerste Kamer. Een linkse meerderheid in de Eerste Kamer kan de scherpste kantjes van het regeringsbeleid afvijlen. Want het is toch te gek, dat de lage en midden inkomens de hogere inkomens een woonsubsidie van 26000 Euro verstrekken bij een hypotheek van één miljoen en een rente van 5%. Het is ook te gek, dat duizenden banen door bezuinigingen verdwijnen omdat we zo nodig een aantal uiterst kostbare onnodige JSF straaljagers moeten aanschaffen. Je zult maar geboren worden met een verstandelijke beperking of last hebben van een psychische afwijking, zodat je gewoon werk wel kunt vergeten. Dan wacht jou een leven in armoede. Het lijkt mij, dat vooral traditionele CDA stemmers in ernstige gewetensnood komen bij de huidige politiek, die de zwaksten tot slachtoffer maakt en de rijken nog meer bevoordeelt.

En dan heb ik nog nauwelijks iets geschreven over het vreemdelingenbeleid. Ook echte politieke vluchtelingen, die in levensgevaar verkeren in hun thuisland komen Nederland nauwelijks meer binnen. Mensenrechten lappen ze aan hun laars. Stop het onrecht.

Deze planeet staat voor de enorme opgave straks meer dan zeven miljard mensen te voeden, van drinkwater, energie, kleding en huisvesting te voorzien en die aarde ook nog leefbaar te houden. Sluit uw ogen niet langer. Kies voor de Toekomst. Stem op 2 maart op GroenLinks.

Jaargang 4, Nr. 152.

Haat of mededogen?

donderdag, februari 24th, 2011

Onderstaand artikel verscheen eerder in Open Venster, editie Odijk, het parochieblad van de Johannes XXIII parochie. Inmiddels heeft Mgr. Simonis spijt betuigd en laten blijken, dat hij indertijd wel erg naïef heeft gehandeld, toen hij  pedofiele pastores opnieuw een kans gaf.

Vaak komen er zeer boze reacties. De Kerk zou de feiten hebben proberen te verdoezelen. Voor mij is dat een weliswaar foute maar ook begrijpelijke reactie. Dezelfde als van ouders, die roepen: ”Als de buren het maar niet horen.”

De tijden zijn inderdaad veranderd. Dat hoor ik ook van mijn collega’s. Terwijl elke aanraking tegenwoordig taboe is, was dat vroeger heel gewoon. Een schouderklopje geven kon je als leraar, maar het ging vaak ook uit van een leerling. Er is een verkrampte situatie ontstaan. Je kunt niet meer spontaan met een leerling omgaan. Ik vermoed, dat dit krampachtig reageren op onschuldige en vooral op foute aanrakingen het voor het slachtoffer nog moeilijker maakt.

Tenslotte vraag ik mij af, waardoor reacties bepaald worden: door mededogen met het slachtoffer of door haat tegen de kerk? Kritisch zijn mag en moet, maar uiteindelijk gaat het erom het slachtoffer te helpen. 

Een mens in nood

Veertig jaar heeft Ruud Egging(55) uit Arnhem het met zich mee gedragen, het misbruik, dat hem als misdienaar in de St. Walburgiskerk werd aangedaan door kapelaan Herman B.. Toen hij twee jaar geleden onder behandeling was van een psycholoog, is het er eindelijk uitgekomen. Angst vanwege de dreigementen van de kapelaan en schaamte hadden hem veertig jaar daarvan weerhouden. Ruud vertelde zijn verhaal in de Volkskrant van 29 december 2010. Hij is niet het enige slachtoffer van Herman B., want in Arnhem heeft hij minstens nog één andere jongen misbruikt en toen hij pastoor was geworden in Albergen maakte hij nog meer slachtoffers, waarvan er nu zes bekend zijn. De groep van acht was in Albergen bijeen en zij achtten het zeer waarschijnlijk, dat zij niet de enigen zijn.

Een maal in 1983 is pastoor Herman B. door zijn huishoudster betrapt. Zij schreef een brief naar kardinaal Simonis. Die volstond met het geven van een waarschuwing. De huishoudster werd ontslagen. Had Simonis gedaan, wat hij als burger verplicht is, aangifte doen van een bij hem bekend strafbaar feit, dan was er een onderzoek gevolgd, waren waarschijnlijk meer zaken aan het licht gekomen en was het tot een veroordeling gekomen. Hij had geen nieuwe slachtoffers meer kunnen maken. In 1986 is Herman B. overleden.

Het verhaal werpt een vreemd licht op de uitspraak van Simonis, dat hij van niets geweten heeft. Is de zaak door een ondergeschikte afgehandeld? Bedoelde de kardinaal, dat hij niet geweten heeft van de grote schaal waarop misbruik voorkwam? Later heeft hij toegegeven, dat hem wel enkele incidenten bekend waren. Het lijkt mij wel op zijn plaats, dat Kardinaal Simonis alsnog zijn diepe spijt en medeleven betuigt naar de slachtoffers. Dat is wel het minste, dat hij kan doen.

De reactie van het Aartsbisdom is uitermate formeel en kil. Mgr. Eijk schrijft: “Het spijt mij als u seksueel bent misbruikt door een priester van het Aartsbisdom Utrecht. Ik bied u daarvoor mijn verontschuldiging en spijtbetuiging aan.” Een schadevergoeding wordt geweigerd. Daartegen is Ruud Egging in beroep gegaan bij de Congregatie van de Geloofsleer in Rome. Dat beroep loopt nog.
Een man, die tientallen jaren heeft geleden onder dit misbruik, waar hij met niemand over durfde praten en waar hij nog steeds onder lijdt, klopt aan bij het Aartsbisdom met zijn verhaal. Hij ontvangt een excuusbrief, waar een bezoek uit pastorale bezorgdheid en vooral veel warm medeleven en een aanbod voor hulp, waar mogelijk op zijn plaats zouden zijn geweest. Is de bisdom staf bang voor de financiële consequenties? Willen ze geen precedent scheppen? Zijn ze bang, dat die golf van meldingen van seksueel misbruik in feite een complot is tegen de kerk? Ruud Egging en zijn medeslachtoffers zijn mensen in nood en zij verdienen het door ons geholpen te worden, waar wij maar kunnen: moreel, financieel en vooral door een warm medeleven.
 

GroenLinks en Afghanistan 4

donderdag, februari 17th, 2011

SUGGESTIEF VOLKSKRANTINTERVIEW MET AFGHAANSE POLITIEREKRUTEN

De Volkskrant bracht het afgelopen dinsdag opvallend op de voorpagina en met krachtige foto’s en persoonlijke interviews op de middenpagina. Afghaanse politie-rekruten willen vechten en om het goed te leren zijn ze bij de politie gegaan. Van de Nederlandse plannen begrijpen ze niets. Journaliste Natalie Righton toont zich altijd een geweldige vakvrouw, maar deze keer laat ze na eerst een objectief beeld te geven van wat Nederland met de politietrainingsmissie wil. Nu reageren de rekruten op een karikatuur van de Nederlandse ideeën. Ik kan mij voorstellen, dat de afstand een rol speelt, want in veel krantenartikelen lopen de werkelijke voorstellen en de subjectieve ideeën erover door elkaar heen. Als het zelfs hier in Nederland maar met de grootste moeite mogelijk is tot een objectief beeld te komen, hoe lastig is dat dan voor een journaliste in Afghanistan?

Bij de rekruten bestaat het beeld, dat ze zich niet mogen verdedigen als ze door criminelen of Taliban worden aangevallen. Zo’n beetje als de Londense bobby’s, die alleen een wapenstok dragen. Ze denken, dat ze alleen winkeldieven mogen opsporen en het verkeer mogen regelen. Maar ze willen graag leren schieten en dat is een belangrijk onderdeel van de training, evenals het fouilleren van mensen, het bemannen van road-blocks, het controleren van voertuigen, het lopen van patrouilles binnen en buiten de stad, het doorzoeken van woningen en gebouwen, het opsporen van bermbommen en het onschadelijk maken ervan. Nathalie had gewoon moeten zeggen, dat ze dat allemaal gaan leren. Maar ze blijven wel in hun eigen district en gaan niet als goedkope en minder goed uitgeruste hulpsoldaten naar andere gebieden om die Talibanvrij  te vegen. Ze zijn er vooral om hun eigen mensen te beschermen tegen criminelen en terroristen.

Natalie heeft ze helemaal niet gevraagd of ze weten waarom mensen de Taliban steunen. Ze heeft niet gevraagd of ze beseffen, dat dit een reactie kan zijn op de acties van leger en politie of een reactie op de corruptie of op de afpersingspraktijken van militairen of politieagenten.

Sommige politierekruten laten merken, dat ze vooral bij de politie zijn gegaan om iets te verdienen. Natalie weet maar al te goed, dat hetzelfde geldt voor velen onder de Talibanstrijders. Waarom maakte zij deze mannen daar niet op attent en vroeg ze wat ze ervan vinden, dat aan beide zijden arme boerenzoons worden betaald om elkaar te doden. Of ze het geen tijd vinden aan die onderlinge verdeeldheid een eind te maken, zoals dat in meer landen inmiddels is gebeurd. Zuid-Afrika bijvoorbeeld. Natalie had ze kunnen vragen of het niet beter zou zijn dat iedereen zich vooral gaat richten op minder armoede, minder ziekte, meer onderwijs, meer voedsel, betere wegen.

Met welk doel worden deze politierekruten opgeleid? Moeten ze een oorlog winnen? Dat kun je wel vergeten. Net als de Taliban niet in staat zullen zijn het volk duurzaam hun wil op te leggen. Overal in de Islamitische wereld komen de mensen in opstand tegen de dictatoriale regimes en steeds is de honger, de armoede en de werkloosheid de motor van het verzet.

Jammer, want het hele verhaal werd schitterend gebracht met mooie foto’s en het trok de aandacht, want onmiddellijk werden er vragen gesteld in de Kamer en kwam het tot een debat. Jolande Sap heeft heel ingetogen gereageerd. Ze is heel benieuwd naar de resultaten van het overleg met het Karzai-bewind. Zit Karzai eigenlijk te wachten op het tot stand komen van ook maar het kleinste begin van een rechtstaat in Afghanistan? Het zal mij benieuwen of de missie er werkelijk komt. De uitnodiging voor de G20 is aan Mark’s neus voorbij gegaan. Daarvoor is  de missie al niet meer nodig. Maar waarvoor dan wel? We zullen het zien. Wordt vervolgd?

Jaargang 3, Nr.151.

Over de media

vrijdag, februari 11th, 2011

INFORMATIEVERZADIGING

Vroeger had je een veel dunnere krant en de nieuwsberichten op de radio en eventueel had je een opinieweekblad. Dan bleef er heel wat tijd over voor vrijwilligerswerk en klussen in en om het huis. Jonge mensen van vandaag kunnen het zich nauwelijks voorstellen. Tegenwoordig is er naast de radio de TV, het internet, een veel dikkere en gedegener krant, allerlei bladen, je E-mails en het plaatselijke nieuws. Het kost wat tijd om een beetje bij te blijven. Bovendien gaat het allemaal niet meer zo vlug als toen je twintig was. Dus moet je selecteren. Eigenlijk was ik daarmee al bezig toen ik nog les gaf. Ik liet werkstukken maken en daarbij was selecteren van bronnen een belangrijke vaardigheid om aan te leren. Vandaag is het volkomen onmogelijk alle informatie te verwerken, die op je af komt.

Dan is het ook geen wonder, dat allerlei media verwoed met elkaar concurreren om de aandacht van het publiek te krijgen. Daarbij valt het mij op, dat ze vaak niet erg aardig zijn voor elkaar. Met name de publieke omroepen moeten het nogal eens ontgelden. Smalend wordt er gesproken over de staatsomroepen, want ze worden met publiek geld betaald. Dat getuigt niet van enig historisch bewustzijn. Toen er nog geen commerciële zenders waren en iedereen naar de Tv van publieke omroepen keek, betaalde je –als je eerlijk was – Kijk- en Luistergeld. Iedereen was zo geabonneerd op radio en Tv van de toen bestaande omroepen. Er waren veel zwartkijkers en het opsporen van de gratis kijkende medeburgers kostte veel geld. Zo werd het Kijk- en Luistergeld gefiscaliseerd. Iedere belastingbetaler betaalde mee aan de uitzendingen. Net zo als je op een krant geabonneerd bent, ben je dat ook op de radio en Tv van de publieke omroepen. Niks geen staatsomroep, maar publieke bekostiging van uitzendingen door onafhankelijke omroepen. Toch wordt die onafhankelijkheid voortdurend ondergraven. Elke uitgave van de staat nodigt uit tot bezuinigen. Zo kun je ook druk uitoefenen om ‘aardiger’ te zijn voor de zittende regering. Je kunt de omroepen ook wettelijk dwingen om te fuseren. Dan krijg je meer kleurloosheid en uitzendingen, die veel minder vanuit een duidelijk waardenpatroon zijn gemaakt. Het verschil met de commerciële zenders wordt minder. Kwaliteit en diepgang staan niet meer voorop, maar de kijkcijfers. Ik vind het echt onvoorstelbaar, dat een overheid zegt, dat de geluiden van de “Linkse Kerk” vanuit Hilversum maar tot zwijgen moeten worden gebracht. Ik zou het even schandalig vinden als een linkse regering rechtse meningen op radio en Tv zou verbieden of bemoeilijken.

Natuurlijk wordt veel irritatie tussen de media onderling veroorzaakt door de concurrentie bij het binnenhalen van reclamegelden en advertentie-inkomsten. Gratis dagbladen en huis-aan-huisbladen en de commerciële zenders zijn geheel afhankelijk van  reclamegelden, maar bij de dagbladen en tijdschriften met betalende abonnees spelen advertentie-inkomsten evengoed een rol, net als bij de publieke omroepen. Eigenlijk maakt het weinig verschil. Ook de reclameboodschappen en advertenties worden door ons betaald als we de producten van de adverteerders kopen. Soms denk ik wel eens, dat de producten veel goedkoper zouden kunnen zijn als er niet zo veel reclame werd gemaakt. Maar met reclame krijg je meer omzet en dus een goedkoper product.

Ik ben gelukkig met het lezen van een kwaliteitskrant, met het luisteren naar mooie muziek en met het kijken naar programma’s waar ik van houd en actualiteiten en nieuwsrubrieken, waar ik goede, objectieve informatie krijg, goede uitleg en goede commentaren. Voor mij hoeft er niet zoveel te veranderen.

Jaargang 3, Nr. 150.

GroenLinks en Afghanistan 3

donderdag, februari 3rd, 2011

EEN AVOND MET VEEL EMOTIE

Stad en provincie Utrecht hadden woensdagavond, 2 maart een Afghanistandiscussie georganiseerd. Een volle zaal met zo’n 150 GroenLinksers leefden intens mee en toonde naast veel deskundigheid ook veel emotie. Het was een strijd tussen veel en weinig twijfel, tussen geloof en ongeloof, tussen veel en weinig vertrouwen of zelfs wantrouwen en tussen kalmte en onderdrukte verontwaardiging. Bij sommigen moest die wekenlange boosheid eruit en dat kon gelukkig. Het bleef al met al toch een waardige discussie. Dit was politiek zoals hij moet zijn: geëngageerd, op het scherp van de snede, principieel en allerminst saai. Dit was GroenLinks in actie.

Voor mij staat wel vast, dat het voorstemmen van de fractie na alle garanties van de regering en zelfs van de premier persoonlijk in lijn ligt van langjarige ontwikkelingen in het denken van GroenLinks. Wij willen de internationale rechtsorde handhaven, opkomen voor de mensenrechten, oorlog en geweld tegengaan door bemiddeling en onderhandelen en vooral de belangen van de burgerbevolking in het oog houden. Uit die opstelling kwam de motie Pechtold/Peters voort. Het voorstel van de regering in de Artikel 100 brief spoorde in het geheel niet met de motie. Het voorstel werd ingrijpend aangepast en aan alle eisen van de fractie en dus ook van de Partijraad en bijvoorbeeld ook IKV Pax Christi werd tegemoet gekomen. Maar velen wilden helemaal geen politietrainingsmissie. Ze geloven niet in het civiele karakter. Ze geven de missie geen of te weinig kans op succes. Ze geloven niet in de mogelijkheid, dat de opgeleide agenten inderdaad succesvol kunnen werken aan corruptiebestrijding en tegen straffeloosheid van criminelen.

Hoe kan die kortsluiting tussen de fractie en (een deel van) de achterban ontstaan? Het is ook niet de eerste keer, dat de partijleiding bemerkt, dat ze te ver voor de troepen uit marcheert. Pas als de achterban verrast wordt door ongewenste voorstellen of besluiten ontstaat er reuring. Het Partijbestuur zou er goed aan doen veel regelmatiger de opinies te peilen van een representatieve doorsnee van GroenLinks. De uitslag kan een basis zijn voor de discussies in de Partijraad. Er kan betere voorlichting worden gegeven en er kunnen debatten worden georganiseerd. Ook kan ontdekt worden, dat het maar een kleine groep is, die met veel lawaai een afwijkende mening verkondigt. Er zijn meer controversiële thema’s binnen GroenLinks zoals het sociale beleid en de vrijage met D66.

Nogal wat aanwezigen vonden het optreden van de fractie ondemocratisch, want de meerderheid van de partij en van de bevolking was toch tegen. Terecht brachten anderen naar voren, dat een fractie beslist zonder last en ruggenspraak. Misschien komt het door de manier van werken in kleinere afdelingen. Er is een steunfractie en samen met de fractie en andere betrokken leden ontstaat er een communis opinio en zo komt men tot een besluit. Er wordt rekening met je gehouden. En nu opeens niet! Tsja….

Er werden ook heel goede toezeggingen gedaan. De vraag is wanneer GroenLinks de steun aan de missie opzegt. Daarvoor komen duidelijke criteria en bij het opstellen daarvan worden deskundige partijleden en betrokken organisaties ingeschakeld. Men denkt aan een signaalplatform waar informatie kan binnenkomen en alle GroenLinksers worden uitgenodigd eventuele contacten in te schakelen om relevante informatie in te winnen. Er is de bereidheid om een succesvolle missie voort te zetten, ook als de militaire aanwezigheid beëindigd is. De fractie zal de regering ook voortdurend aansporen onderhandelingen met het verzet in Afghanistan te bevorderen. Maar ja, de Afghaanse regering en de Amerikanen moeten ook willen.

Een puntje zit mij nog dwars. Waarschijnlijk is dit onderwerp bij de onderhandelingen over Paars Plus aan de orde geweest. Was daar overeenstemming over voordat de onderhandelingen werden afgebroken? En zo ja, heeft dat resultaat een positieve invloed op de aanpassingen van het voorstel gehad? Enige openheid hierover lijkt mij wenselijk.

Tot slot: GroenLinks is zo veel meer dan een Afghanistan besluit. Niemand kan het ooit voor de volle 100% eens zijn met de partij van haar of zijn keuze. Niemand is volmaakt en ook een partij niet. Wat zou de wereld saai worden als het wel zo was. Dat maakt het congres a.s. zaterdag weer extra boeiend. Ik hoop op een heel goede sfeer, veel enthousiasme, een flitsende campagne en een mooi resultaat. In Bunnik gaan we niet vergeten welke partijen in de Staten tegen het Rijsbruggerwegtracé waren. Tot zaterdag!

Jargang 3, Nr. 149.

GroenLinks en Afghanistan 2

zaterdag, januari 29th, 2011

WAT EEN POLITICA IS JOLANDE SAP

Onze fractievoorzitster heeft mijn grote bewondering gewekt, zowel bij haar optreden in de Kamer als bijvoorbeeld bij Pauw en Witteman. Ze formuleert vlijmscherp en adequaat en is niet uit het veld te slaan. En ze durft emotie te tonen en idealisme. Een ware verademing na jaren ontluisterende debatten, waarbij het er vooral om ging elkaar vliegen af te vangen. Jolande blijkt een uitstekende opvolgster van Femke Halsema.

Betekent dat nu, dat ik in het geheel geen kritiek heb? Dat is wat te veel gevraagd. De fractie heeft een beeld van de Afghaanse werkelijkheid, dat meer op wenselijkheid berust dan op de realiteit. Dat betekent, dat de kans op een succesvolle missie zeer klein is. Maar niet geschoten is altijd mis al klinkt dat in dit geval wat macaber. Je moet je verplaatsen in het denken van Mariko Peters. Ze was adviseur van de centrale overheid en zag hoe moeilijk het was met adviezen te komen, die ook werkelijk iets zouden uithalen. Afghanistan heeft alle kenmerken van een falende staat: Een zwakke centrale overheid, die geen greep heeft op het land. Nauwelijks iets van een ambtelijk apparaat, geen goed functionerende politie en justitie, geen of nauwelijks inkomsten, een weinig geschoolde bevolking, een slechte infrastructuur, een wijd verbreide corruptie, veel criminaliteit en veel opstandelingen. Daarbij een zwakke economie en weinig perspectief op verbetering en weinig gezondheidszorg. Een land in de Middeleeuwen. Je zou zeggen: alle reden om keihard met zijn allen te gaan samenwerken om het land tot ontwikkeling te brengen. Daarvan is weinig te merken.

Mariko heeft ongetwijfeld geconstateerd, dat het ontbreken van een goed functionerend rechtssysteem alle pogingen om tot ontwikkeling te komen ernstig bemoeilijkt zo niet onmogelijk maakt. Dan ligt een voorstel om daar iets aan te gaan doen voor de hand. Het is echt basaal ontwikkelingswerk, net als de bouw van scholen, de opleiding van leerkrachten, het verbeteren van de infrastructuur en het opzetten van een goed werkende gezondheidszorg. Daarnaast de economie aanpakken met o.a een alternatief voor de opiumteelt bieden.

Maar dat lukt nooit. Die agenten gaan er met hun wapen van door of ze sneuvelen al snel en aan het bestrijden van misdaad en corruptie komen ze niet toe. Maar dat geldt evenzeer voor al die ontwikkelingsprojecten. Die mooie nieuwe brug kan worden opgeblazen, de weg kan worden ondermijnd, de school kan in brand worden gestoken en de meisjesschool krijgt geen leerlingen, want die durven niet door dreigementen van de Taliban. Voor alle ontwikkelingswerk is er geen enkele garantie op blijvend succes. Dus maar niets doen en de mensen in de steek laten? Als je nog een beetje idealisme bezit, dan doe je dat niet. Er is immers altijd kans, dat de Afghanen dit idealisme en de belangeloosheid gaan zien en gaan meewerken.

Wij weten maar al te goed, dat oorlogsgeweld nooit de echte duurzame oplossing voor conflicten brengt. Geweld leidt alleen maar tot verdieping van een conflict. Daarom heeft de fractie terecht het civiele karakter van de missie benadrukt. Of de Afghanen dat accepteren is nog maar de vraag. Er zijn er te veel, die profiteren van de huidige wetteloosheid.

IKV Pax Christie heeft in een briefing “Kanttekeningen bij de voorgenomen politietrainingsmissie Kunduz, Afghanistan” elf voorwaarden genoemd, wil de missie aanvaardbaar zijn voor deze vredesorganisatie. Sommige daarvan zijn hierboven al verwerkt. Heeft de regering onderbouwd, dat er een goed functionerend rechtssysteem komt? Wat heeft de regering precies gezegd over de dialoog met de Taliban? Daarover wil ik van Jolande wel iets meer weten.

Met alle twijfel, die de fractie vanzelfsprekend ook heeft, kan ik instemmen met het ja tegen het besluit om een politietrainingsmissie naar Kunduz te sturen. Voortdurende controle, er bovenop zitten is nu de taak van heel GroenLinks. Er is voor mij geen enkele reden mijn lidmaatschap op te zeggen of op 2 maart niet op GroenLinks te stemmen. We gaan Mark toch niet nog een overwinning in de schoot werpen, namelijk dat hij GroenLinks een kopje kleiner heeft gemaakt. Zelfs rasechte mensen van het “gebroken geweertje” gunnen dat Mark niet.