Author Archive

Grensoverschrijdende samenwerking

vrijdag, maart 23rd, 2012

GRENZEN BLIJVEN GRENZEN

Zo’n veertig jaar geleden zagen we de Europese integratie vooral als het wegvallen van grenzen tussen de nationale staten. Die grenzen zouden even onopvallend worden als de grenzen tussen onze provincies of onze gemeenten. Daar zie je soms een bord met welkom in de provincie Utrecht of de gemeente Houten. Soms verandert het wegdek als je een gemeentegrens passeert of krijgt de weg een andere naam. Zo wordt het Bunnikse Oostromsdijkje in Houten het Oostrumsdijkje. De grens tussen de provincies Utrecht en Noord-Holland is bij Hollandse Rading (Rading betekent grens) kaarsrecht, maar je moet echt op de grenspalen letten om de grens ook echt te zien.

Maar de grens tussen Nederland en Duitsland is ondanks het wegvallen van de grenscontrole toch duidelijk waarneembaar. Iets andere verkeersborden, andere plaatsnaamborden, andere wegwijzers, maar ook andere huizen met een andere baksteen, kleinere ramen, dikkere muren en vaak wat andere daken. Bij de autosnelwegen zijn de verschillen minder, maar toch aanwezig.

Anderhalve eeuw geleden waren de grenzen van weinig betekenis. Het waren staatkundige grenzen met aan weerszijden een ander politiek-juridisch systeem en een ander staatkundig gezag. Er was nog weinig internationale handel en nauwelijks toerisme, dus weinig grensoverschrijdend verkeer en ook weinig grensoverschrijdende spoorlijnen, verharde straatwegen of kanalen. Aan beide zijden werd hetzelfde dialect gesproken. Men bezocht elkaars kermissen en schuttersfeesten en bijgevolg werd er ook over de grens getrouwd en zocht men aan beide zijden naar werk.

Dat veranderde met de Industriële Revolutie. Massafabricage betekende behoefte aan veel grondstoffen en steenkool voor de stoomaandrijving van de machines en behoefte aan een grotere afzetmarkt. De internationale handel nam sterk toe. Alles vroeg een politiek antwoord met wetgeving op economisch gebied. Scholing van de beroepsbevolking werd steeds meer nodig. Er kwam volksonderwijs en in Nederland werd ABN en in Duitsland Hoogduits onderwezen. Grenzen werden economisch van betekenis en werden taalgrenzen. De omvang van de overheid nam en neemt toe, want er moet steeds meer geregeld en gecontroleerd worden. Aan beide zijden van de grens ontstond een geheel verschillende ambtelijke cultuur met eigen regelgeving. Dat gaat nog steeds door. Zeer veel terreinen van wetgeving blijven voorbehouden aan de nationale staten en daar waar Europese richtlijnen worden omgezet in nationale wet- en regelgeving heeft ieder land toch weer een andere bestuursstijl en een ander wetgevingssysteem. Europese integratie heeft er niet toe geleid, dat de verschillen verdwijnen.

In de grensgebieden van de EU bestaan zogenaamde Euregio ’s. Ze krijgen een beperkt budget van de EU om de samenwerking te faciliteren, maar grensoverschrijdende projecten kunnen er niet uit betaald worden. Bij een bijeenkomst van de Europawerkgroep in Nijmegen hoorden we van Florian Gödderz hoe moeilijk samenwerking kan zijn. Een gezamenlijke bijeenkomst van ouderen is moeilijk doordat er in Duitsland geen ouderenbonden met plaatselijke afdelingen zijn. Discriminatiebeleid is in Duitsland over allerlei instanties verdeeld, bij de Kreis of zelfs bij de Bond. Een praktisch voorbeeld is de poging om de vroeger zeer belangrijke spoorlijn Amsterdam-Amersfoort-Rhenen-Kesteren-Nijmegen-Kleef tussen Nijmegen en Kleef te reactiveren. Dat zou als tram of als tramtrein of als kleine trein kunnen. Studenten reizend naar station Nijmegen Heyendaal zouden ervan kunnen profiteren. Of er vanuit Groesbeek, Kranenburg en Kleef veel vraag naar is, werd niet zo duidelijk, maar er zijn rapporten over. De kosten zijn niet erg hoog in vergelijking met andere infrastructurele projecten, dertig miljoen. Het zou een manier zijn om meer grensoverschrijdende interactie te krijgen. Eigenlijk had ik daarover veel meer willen horen.

Er is wel een opvallend verschijnsel. Veel Nederlanders gaan in Duitsland wonen, waar de huizenprijzen veel lager zijn. In Kranenburg zijn het er zoveel, dat het onderwijs op de Volksschule tweetalig is geworden. Maar als de kinderen naar het Nederlandse secundair onderwijs willen, krijgen zij de boeken niet gratis. Dat wordt dus een dure liefhebberij. De Nederlanders in Kranenburg doen al veel mee met het dorpsleven. Ze zijn lid van sportclubs en een Nederlandse vrouw is lid van de gemeenteraad.

Samenwerken met de Grünen blijkt hier moeilijk, maar in Twente vinden actiegroepen aan weerszijden van de grens elkaar wel. In Kurort Bentheim zullen ze net zo goed last hebben van een opwaardering van vliegveld Twente. Daar hebben ze ook last van een militair oefenterrein, waar men piloten traint in het afwerpen van bommen. Over en weer bezoekt men elkaars demonstraties.

Een Luchthaven Twente zou veel werkgelegenheid opleveren. Het bedrijfsleven stimuleert het sterk. Oad zou er vakantievluchten kunnen laten vertrekken. Maar op geringe afstand zijn er concurrerende luchthavens. Er zouden zich bedrijven kunnen vestigen, die de laatste montage doen aan elektronica, maar probeer maar eens te concurreren met Schiphol, dat veel meer intercontinentale verbindingen heeft. Ik herinner mij ons zomerkamp in 1949 in Lonneker. De eerste dag zeiden sommige jongens, dat ze het wel leuk vonden, dat er steeds Meteor straaljagers over kwamen. De rest van de week vervloekten ze het lawaai. Zo zouden de vele toeristen ook uit Twente weg kunnen blijven en dat zou een groot verlies aan werkgelegenheid opleveren. Doordrammen van de luchthavenplannen zou Twente wel eens veel geld kunnen kosten en weinig opbrengst opleveren.

Mijn conclusie voor deze avond was, dat grensoverschrijdende samenwerking soms leuke dingen oplevert, maar dat er nog zoveel hinderpalen zijn. Op allerlei niveaus moet daaraan gewerkt worden.

Jaargang 5, Nr. 207.

Wapenspreuk van Kardinaal Eijk

vrijdag, maart 16th, 2012

WEIGER HET WERK NIET

Het lijkt een sympathieke wapenspreuk. Hij doet mij denken aan het motto van Scouting “Weest paraat!”. Sta altijd klaar als er een goede daad te doen is. Eens scout, altijd scout! Het motto spreekt mij nog steeds aan. Maar het is niet hetzelfde als de wapenspreuk van Kardinaal Eijk. Die doet mij denken aan het beruchte “Bevel is bevel!”, waarop ondergeschikten zich vaak beroepen als zij in opdracht van hun baas foute dingen hebben gedaan. In ander verband heb ik al vaker gezegd, dat je aan een opdracht nooit zonder meer mag gehoorzamen, maar altijd moet overwegen of die niet strijdig is met de wet of met jouw integriteit of met het goede fatsoen of met de naastenliefde. De toch wat absoluut klinkende wapenspreuk kent die twijfel niet.

Van wie krijgt een bisschop dan orders? Een bisschop kent eigenlijk niemand boven zich, ook niet de paus of de curie, het ambtelijk apparaat rond de paus. De paus is de eerste onder zijns gelijken. Alleen een vergadering van alle bisschoppen met de paus, een concilie, staat boven een afzonderlijke bisschop. Maar dit is de theorie. Een bisschop moet sterk in zijn schoenen staan om een krachtig eigen beleid te kunnen voeren. Pas als hij dan zou handelen in strijd met de kerkelijke leer of de kerkelijke regels kan hij problemen met de centrale leiding van de kerk krijgen.

Veel van wat van Rome komt valt te interpreteren. Je kunt het letterlijk nemen, maar als bisschop kun je het in tamelijk gematigd beleid omzetten. Je kunt ook rekening houden met de eigen cultuur en de lokale omgangsvormen. Je kunt je eigen accenten leggen. Dat ligt niet in het karakter van Kardinaal Eijk. Hij vindt dat regels er zijn om je aan te houden en hij wil de regels ook uiterst gestreng handhaven. Wie niet gehoorzaamt vliegt eruit! Veel priesters weten heel goed, dat dit slecht zal vallen bij de mensen. Een voorbeeld. Een katholieke vrouw is keurig getrouwd met een gedoopte protestant, actief kerklid, maar ook vaak samen met zijn vrouw aanwezig in katholieke vieringen. Hij erkent de werkelijke aanwezigheid van Jezus in de H. Hostie en wil dan graag samen met zijn vrouw te communie gaan en zeker als een van hun kinderen de Eerste H. Communie doet of het H. Vormsel ontvangt. De officiële kerkelijke autoriteiten keuren dat nog steeds niet goed. Ze beseffen nauwelijks welke pijn zij veroorzaken en hoe verontwaardigd de mensen zijn. Zo zijn er priesters die de communie weigeren aan gescheiden mensen en dus zo’n een derde van de kerkleden buitensluit.

Dat rücksichtlos handhaven van de regels is ook een maatschappelijk verschijnsel. Met name de PVV eist, dat rechters strenge straffen uitdelen en wil zelfs minimumstraffen instellen. Weigerambtenaren moeten gedwongen worden homohuwelijken te registreren. Joden en Islamieten moeten gedwongen worden zich voortaan niet langer aan de eigen voorschriften voor het slachten te houden. Het gebruik van softdrugs wordt aan veel strengere regels gebonden, zodat drugsgebruik weer gecriminaliseerd wordt. Dat dwangmatige denken loopt ook dwars door alle partijen heen. Een beroep op eigen verantwoordelijkheid wordt alleen nog gedaan als dat financieel goed uitkomt.

Maar als je mensen op deze manier leert automatisch te gehoorzamen, dan kom je in de problemen als een overheid of een kerkleider of een werkgever iets van mensen eist, dat echt niet kan. Bij psychologische proeven is bewezen, dat proefpersonen nauwelijks in staat waren weerstand te bieden aan bevelen om iets te doen, waarvan ze wisten, dat het verkeerd was. Dat zagen we en zien we ook in de werkelijkheid gebeuren.

Kardinaal Eijk beseft waarschijnlijk nauwelijks hoe vreselijk onverantwoord zijn manier van leiding geven is. Hij leert mensen automatisch te gehoorzamen. Het moment voor een krachtig neen komt nu wel heel erg dichtbij.

Jaargang 5, Nr. 206,

Martijn van Dam wil duidelijk zijn tegen gelovigen

vrijdag, maart 9th, 2012

HET MANDEMENT VAN MARTIJN

Martijn van Dam is een van de kandidaten voor het fractievoorzitterschap van de PvdA in de Tweede Kamer. In de Volkskrant van vandaag 9 maart publiceert hij een opiniestuk, waarin hij stelt, dat de Partij van de Arbeid als seculiere partij geen enkele invloed van religies op de politiek mag accepteren als die de individuele ontplooiing van de mens in de weg staat. Het stuk is zo afwijzend naar religie, dat het mij deed denken aan het Mandement van de Nederlandse bisschoppen van 1954, waarin lidmaatschap van NVV en PvdA en luisteren naar de VARA werd verboden. Daarmee is het stuk van Martijn een terugkeer naar de verzuiling. Het wordt weer beter voorstelbaar dat het met de Doorbraak nooit wat geworden is.

In het stuk komen ook historische onjuistheden voor. De tegenstelling Rooms-Rood zat traditioneel niet in kerkelijke opvattingen, maar in een strijd om de macht tussen de Katholieke zuil en de Socialistische zuil. In de ogen van veel socialisten speelden de Katholieke Kerk en de werkgevers onder een hoedje en inderdaad was de rol van sommige pastoors een zeer kwalijke. Zonder een briefje van de pastoor kwam je niet aan werk. En dat briefje kreeg je alleen als je trouw in de kerk kwam. De Katholieke Kerk stond en staat een harmoniemodel voor, waarbij werkgevers en werknemers samen naar een rechtvaardig inkomensbeleid streven. Uiteindelijk kreeg dat vorm in het poldermodel.

De enige keer, dat er tegen kerkelijke opvattingen werd gedemonstreerd was door de Dolle Mina’s in hun strijd voor vrije abortus. Een euthanasiewetgeving is er met enig principieel waarschuwen van kerkelijke zijde zonder veel problemen gekomen.

Toch maakt de jonge Martijn zich over een heel lijstje religieuze dwangpunten druk, die de individuele ontplooiing en de zelfbeschikking van de vrije mens in de weg zouden staan. Religies mogen geen geboden en verboden opleggen. Martijn heeft niet in de gaten, dat een religieus mens geboden en verboden aanvaardt omdat zij zijn of haar leven evenwichtiger of gezonder of levenskrachtiger, dus rijker maken. Zich inleven in het religieuze denken is niet zijn fort….! Als je samen één vrije dag in de week hebt, kun je genieten van het samen sporten of samen ontspannen, elkaar ontmoeten en ook samen gemeenschap vieren. Doet Martijn dat liever in zijn eentje? Waarom kom je niet op voor arbeidersrechten? Waarom word je niet boos als je hoort, dat bij sollicitatiegesprekken gevraagd wordt of men bereid is op zondag te werken? Waarom speel je de grote bedrijven in de kaart ten koste van kleine ondernemers met weinig personeel? Voorstanders van openbaar onderwijs stellen altijd, dat daar voor iedereen plaats is ongeacht religie of levensovertuiging, maar van Martijn mag een eigen plekje om te bidden niet. Moeten er dus meer Islamitische scholen komen? De boerka, de voorschriften voor het slachten van dieren, het kuisen van kunst en geen vrouwelijke volksvertegenwoordigers komen voorbij. Wat vooral opvalt is het totale gebrek aan tolerantie of verdraagzaamheid. De woorden komen in het hele stuk niet voor. Met enige moeite kan Martijn respect opbrengen, maar dat mag geen verdere consequenties hebben. Ik respecteer je mening, maar je mag er in het openbaar niet naar handelen. Martijn eist de absolute vrijheid op om zich zelf te kunnen ontplooien, maar hij gunt anderen, die vrijheid niet als diens opvattingen hem niet bevallen. Eeuwenlang, voorgegaan door beroemde filosofen als Desiderius Erasmus, Hugo de Groot en Baruch Spinoza hebben Nederlanders geleerd te leven en te laten leven, elkaar vrij te laten in het leven overeenkomstig eigen opvattingen. Tolerantie, weliswaar met enige beperkingen, vormde een constante in onze samenleving. Daarom is de PVV ook de meest on-Nederlandse partij. Wil Martijn de PvdA ook die kant op sturen. Een ernstiger diskwalificatie  voor het fractievoorzitterschap kan ik mij niet voorstellen.Jaargang 5, Nr. 205.

Godsbeelden te over is voer voor politici

vrijdag, maart 2nd, 2012

HET GODSBEELD VAN EEN ATHEÏST

Ik loop het risico, dat ik opnieuw het verwijt krijg te schrijven over dingen waar ik weinig van weet. Ik wil graag een dialoog. Corrigeer me dus maar.

Maar eerst over het Godsbeeld bij mensen, die wel in een God geloven. Aan God worden allerlei eigenschappen toegedicht. Mensen geloven dan, dat God zich heeft geopenbaard. Bijvoorbeeld aan Mohammed, maar ook aan Mozes en zo aan Joden en Christenen. Ik ben “Ik zal er voor jullie zijn”. Ik ben, die ben. Zo zijn Joden en Christenen tot het geloof gekomen, dat God een beschermer is en dan ben je al vlug bij de God, die je beschermt tegen je vijanden. Dat Godsgeloof zie je heel sterk in het Oude Testament, maar ook bij de Duitsers, die op de soldatenkoppels “Gott sei mit uns” hadden staan. Zo eindigen Amerikaanse politici hun toespraken steeds weer met “God bless you”. Terecht wordt bezwaar gemaakt tegen een dergelijk Godsgeloof. Op al die oorlogsmisdaden, die door Duitsers en Amerikanen zijn begaan kan Gods zegen niet rusten. In een God, die dat wel zou doen kan ik niet geloven.

In mijn jeugd werd mij een Godsbeeld voorgehouden van een alwetende, alziende, almachtige, strenge en straffende God. Zo’n God, waar je bijna een hekel aan zou krijgen omdat je geloof je opscheept met allerlei schuldgevoelens vaak om onnozele dingen. Gelukkig hebben de meeste mensen – althans in mijn omgeving afscheid genomen van dat Godsbeeld, maar het komt nog voor en zulke mensen leiden geen plezierig leven. Als God almachtig wordt genoemd, dan worstelen mensen met de vraag waarom God dan allerlei ellende toelaat. Hoe kan er een God bestaan als nu weer in Syrië duizenden mensen worden vermoord of als een ramp duizenden doden veroorzaakt? Maar mensen hebben een vrije wil en kunnen dus ook de meest vreselijke dingen doen. De natuur werkt zo, dat rampen mogelijk zijn. Als God de wereld zo geschapen heeft, gaat Hij niet in tegen Zijn eigen schepping. Dat beeld van een almachtige God brengt jou als gelovige gemakkelijk in de problemen. Zo hebben velen afscheid genomen van dat Godsbeeld.

De moderne gelovige beseft steeds meer, dat we van God eigenlijk niets kunnen zeggen. Ons weten en denken en onze taal zijn te beperkt om ook maar iets zinnigs over God te kunnen zeggen. Toch proberen we het elke keer weer. God is er voor ons. God is liefde. Er zijn mensen, die Gods liefde intens ervaren en daardoor ook intens gelukkig zijn. Sceptici noemen dat inbeelding. Het zij zo. Anderen ervaren Zijn liefdevolle aanwezigheid te midden van ons. Daar durven gewone mensen nauwelijks over te praten. Je zegt nogal wat en hoe weet je dat het werkelijk zo is. Toch zijn er honderden mensen in Nederland met dergelijke mystieke ervaringen.

Als mensen spreken over God, dan hebben ze daarbij een bepaald Godsbeeld voor ogen. Misschien wel dat plaatje uit een kinderkerkboekje van een  oude man met een baard en met een wijde mantel op een prachtige troon. Als mensen zeggen niet meer in God te geloven, zeggen ze, dat ze niet meer in hun  en eventuele andere Godsbeelden geloven. Dat geldt dus ook voor mensen, die heel principieel zeggen niet in een Opperwezen te geloven. Ik ben eigenlijk heel nieuwsgierig naar hun Godsbeeld, waar ze niet in geloven.

Vanmorgen kwam ik in De Volkskrant weer een opiniestuk tegen, waarin iemand beweerde, dat mensen, die in God geloven ook automatisch gehoorzamen aan regels, die hun God hen oplegt. Een enorme misvatting, want een gelovige heeft altijd zijn eigen verstand, zijn geweten te raadplegen. Logisch ook, want de omstandigheden zijn sterk veranderd sinds Mozes met de Tien Geboden de berg Sinaï afdaalde. Zo kunnen mensen soms tot geheel verschillende gewetensbeslissingen komen. In die gewetensbeslissing kunnen Gods geboden een rol spelen, maar voor elke gewetensvol besluit past respect.

Af en toe stoort het mij, dat politici, die nauwelijks enig besef blijken te hebben van wat mensen beweegt toch maar diep gewortelde ideeën als achterhaald terzijde schuiven. De tolerantie neemt sterk af en ik vrees, dat veel van die politici nauwelijks beseffen wat de herkomst is van hun eigen opvattingen. Ik vrees, dat het PVV denken over de Islam een veel wijdere invloed heeft, dan mensen beseffen.

Jaargang 5, Nr. 204.

Weet waar je over praat of schrijft!

vrijdag, februari 24th, 2012

ECHTE ATHEÏSTEN VORMEN EEN
MINDERHEID IN NEDERLAND

De laatste tijd kom ik in ingezonden stukken en op Internet steeds meer uitingen tegen van afkeer van religie en soms zelfs godsdiensthaat. Nu is daarvoor vaak best een reden, want in de naam van een God worden de meest afschuwelijke misdaden begaan. De naam van God wordt maar al te vaak misbruikt. Ook kerkelijke bedienaren begaan afschuwelijke misdaden zoals het misbruiken van kinderen. Daarmee gaan ze keihard rechtstreeks tegen de wil van God in en daarom is het ook zo onbegrijpelijk.

Tegelijk zie ik vrijwel dagelijks allerlei goede dingen, die ook vanuit een godsdienstige overtuiging gebeuren. Vanmorgen was ik bij de koffieochtend van de Zonnebloem, tegenwoordig niet meer specifiek katholiek, maar voor alle gezindten. Ik mocht wat vertellen over kastelen hier in de omgeving. Koffie met kastelen! Er waren zo’n vijftig mensen, gasten en vrijwilligers. De mensen genoten van de koffie en de soesjes en het drankje en van mijn dia’s en mijn praatje. Vrijwilligers van de Zonnebloem gaan ook bij mensen op bezoek. Zo wordt er iets gedaan aan de gevoelens van eenzaamheid, waar volgens onderzoek zo’n dertig procent van de senioren in de gemeente Bunnik last van heeft.

Over al die goede dingen berichten de media niet en veel van die terecht boze mensen hebben er evenmin weet van. Zo wordt het oordeel over religie maar al te vaak ongenuanceerd negatief. Wat ook opvalt is het enorme tekort aan deskundigheid. Als je met oordelen komt over zaken waar je eigenlijk niets van weet, dan blunder je maar al te gemakkelijk. Ook de media zijn er niet vrij van.

Echte atheïsten vormen slechts een klein deel, zo’n 15 á 20% van de Nederlandse bevolking, blijkt uit onderzoek. Toch gedragen zij zich alsof ze een meerderheid vormen en menen godsdienstige groeperingen de wet te kunnen voorschrijven. Ze vinden, dat religieuze mensen worden bevoordeeld. Als een religieuze Jood geen identificatiebewijs bij zich mag dragen op de sabbat, bekeurd wordt en uiteindelijk door een kantonrechter wordt vrijgesproken, dan komen er boze reacties. Dan vraag ik mij af, hoe zulke mensen het in hun hoofd halen religies voor te willen schrijven hoe ze hun religie zouden moeten beleven. Bemoei je met je eigen zaken, denk ik dan. En als politici het doen, dan zeg ik: Houd je aan de scheiding van Kerk en Staat. Schrijf de Kerk niet voor wat en hoe ze moet geloven. Toon respect voor elkaar en vooral voor minderheden.

Daar dacht ik ook aan toen ik onlangs de tentoonstelling Jodendom in de Nieuwe Kerk in Amsterdam bezocht. Het zijn vooral de uiterlijke zaken, die je daar aantreft: Boekrollen met de prachtig versierde kokers om ze in te bewaren, gewaden van de rabbijnen, zevenarmige kandelaars, maquettes van synagogen. Ook een prachtig schilderij van Mark Chagall: Jood met Tora (1925). Overal hangen meterslange banieren met Bijbelteksten. Je ziet er zaken, die bij rituelen horen zoals een bruiloft of een begrafenis. Het meest bijzondere zijn stukjes van de Dode Zee rollen, door bedoeïenen bij Qumran in grotten gevonden. Ze bevatten oorspronkelijke teksten, die van belang zijn voor Bijbelgeleerden. Bij vertalingen zouden fouten gemaakt kunnen zijn, die zo achterhaald kunnen worden. Ik vond het een boeiende en leerzame tentoonstelling, die nog tot en met 15 april te zien is. Maar eigenlijk wet ik nog steeds maar weinig over het Jodendom. Alle reden om bescheiden te zijn.

In de ochtend bekeken we de tentoonstelling in de Hermitage. Ook daar veel schilderijen met een religieuze achtergrond. Wil je onze cultuur en onze geschiedenis enigszins begrijpen, dan kan dat niet zonder kennis van katholicisme, protestantisme en jodendom. Tsja, dat wordt voor sommige atheïsten door een zure appel heen bijten.

Jaargang 5, Nr. 203.

Over een zelfgekozen levenseinde

dinsdag, februari 21st, 2012

ZIN IN HET LEVEN

De laatste tijd verschijnen er op de Opinie- en Debatpagina’s van de Volkskrant regelmatig artikelen over het recht op een voortijdige beëindiging van het leven. Ze veroorzaken bij mij een wat wrevelig gevoel. Ik probeerde het gevoel te herkennen en ontdekte, dat het net zo’n gevoel is als vroeger leerlingen bij mij opwekten, die een totaal gebrek aan inzet vertoonden, niet vooruit te branden waren. Het geldt dan vooral mensen, die nog heel gezond naar lichaam en geest zijn en toch vinden, dat ze “klaar” zijn met het leven. Hoe weet je dat, denk ik dan. En zo ging ik nadenken over de zin van het leven.

Maar er is nog een andere reden om deze beschouwing op mijn weblog te plaatsen. De Partijraad van GroenLinks wijdde een discussie aan dit onderwerp. Daarbij vond de partijraad, dat het bij het liberale karakter van de partij paste, dat mensen hun eigen autonome beslissing zouden mogen nemen over het tijdstip van hun overlijden. Weliswaar werd naar voren gebracht, dat de maatschappij zich zeer moet inspannen om geen redenen te geven dit leven te willen verlaten, maar uitgangspunt was de vrijheid van het individu. Naar mijn smaak is daarbij te weinig nagedacht over de begrenzing van de vrijheid door de vrijheid van anderen. Bij iemands besluit om uit het leven te stappen zijn ook anderen betrokken. Zij kunnen nog jarenlang lijden onder het verlies, de waaromvraag en twijfel over een mogelijke schuld. De vrijheid van een mens is in mijn ogen nooit absoluut.

Op onze planeet komen allerlei vormen van leven voor. Wat is de zin van het leven van een grasspriet? Is het de wereld groener maken? Maar is een groene wereld dan beter of mooier of nuttiger dan een blauwe of rode wereld? De zin van het groeien van al die grassprieten is, dat ze het voedsel vormen van de koe. Die grassprieten weten het niet. Ze zijn zich niet bewust van de zin van hun bestaan. De koe weet evenmin, dat wij straks haar melk zullen drinken en dat de room van de melk ervoor gaat zorgen, dat we smullen van de verjaardagstaart. De koe is zich niet bewust van het genot, dat zij schenkt. Ze weet niet, dat haar leven zin heeft. Maar haar leven heeft wel degelijk zin voor ons mensen. Als we tenminste geen vegetariër zijn.

En hoe is dat nu bij mensen? Een vrouw wordt zwanger en vanaf het moment, dat zij zich daarvan bewust wordt, voelt zij zich – meestal – gelukkig. Er groeit een kind in haar buik. Soms geeft dat ongemak, maar dat heeft ze er graag voor over. De vader geniet mee. Wat is het bijzonder het kind te voelen bewegen in de buik van zijn vrouw. En hoe geweldig vinden de meeste mensen het om het kind na de geboorte in de armen te houden. Maar het kind is zich nog nergens van bewust. Het weet nog niet, dat het zin geeft aan het leven van de ouders.

Het kind groeit op, krijgt vriendjes en vriendinnetjes en in hun spel brengen de kinderen geluk naar elkaar. Een gewonnen wedstrijd, een geslaagde speurtocht een zang- of toneelavond met veel applaus, goede rapporten op school. Nu zijn de kinderen zich al meer bewust van het feit, dat het leven leuk kan zijn. Ze geven zin aan het leven van hun onderwijzers en dat voel ik nu nog, terwijl ik al zo lang met pensioen ben.

Weer later vinden mensen zin in hun werk. Ze helpen mensen of maken nuttige dingen of plezieren mensen met hun muziek of romans of beeldende kunst of werken in de handel of bij de overheid. Werk kan ook saai zijn en weinig voldoening schenken, maar dan zie je, dat mensen genieten van een hobby of van hun familie of door klusjes te doen voor anderen. Het mooiste is als je mensen, die geen plezier hebben in hun leven kunt helpen om door een andere baan of door lid te worden van een koor of een sportclub zover kunt krijgen, dat ze echt zin krijgen in het leven.

Als de kinderen dan de deur uit zijn en je te oud en te stram bent voor sport of tuinieren of andere hobby’s en je geen vrienden of vriendinnen meer hebt en de contacten met de familie steeds schaarser worden, als je gezondheid achteruit gaat en je hulpbehoevend wordt, wat is dan de zin van het leven? Er zijn van die mensen, die er dan voor zorgen, dat de medewerkster van de thuiszorg er elke keer weer met plezier komt, want er is altijd een waarderend woord of een kopje thee of een leuke mop en zo geef je als oud en nutteloos mens zin aan het leven van een verzorgster.

De zin van het leven zit in de ander. Als je de ander niet meer wilt zien en anderen jou niet meer willen zien, als het individualisme echt doorslaat, dan kan een mens gaan geloven, dat het leven geen zin meer heeft. Daarom wil ik zo graag zinzoeker blijven.

Zoals zo vaak had de Volkskrant geen ruimte over voor zo’n uitgebreid stuk.

Het meldpunt van de PVV

donderdag, februari 16th, 2012

TOLERANTIE IN OOST- EN MIDDEN-EUROPA EN IN NEDERLAND

Is gebrek aan tolerantie een ziekte, die in steeds sterkere mate door heel Europa waart? De site van de PVV wordt door velen als zodanig gezien. En dat terwijl Nederland in Europa jarenlang bekend heeft gestaan als een zeer tolerant land. Laten we eens kijken of Nederland inderdaad minder tolerant is geworden. Daarbij kijken we niet alleen naar de houding tegenover migranten, maar ook naar andere minderheden. Maar we beginnen met de immigranten.

In de Atlas of European Values vinden we een kaart met per land het percentage mensen, dat vindt, dat er in hun land tegenwoordig te veel immigranten zijn. Een groot blok van Midden-Europese staten toont een laag percentage van minder dan 25%, die dat vindt. Dat is niet zo verwonderlijk, want die landen zijn door geringe welvaart en te weinig werk onaantrekkelijk voor immigranten. Toch heeft Polen veel immigranten uit het aangrenzende Wit-Rusland en de Oekraïne en ook uit vroegere Sovjet staten. Deze vullen de plekken op van de Polen, die in West-Europa aan de slag zijn gegaan. Nederland behoort tot een grote groep Noord- en West-?Europese staten met een percentage van 40 tot 54%. Spanje, Italië, Oostenrijk en Griekenland scoren nog hoger met 55 tot 69%. De mensen vrezen daarbij vooral toenemende criminaliteit en druk op de welvaart en wat minder ondermijning van de cultuur en je vreemdeling in eigen land voelen. In Nederland vindt minder dan de helft, dat immigranten banen inpikken. Of dat dan ook zo is, dat is nog maar de vraag. Maar het komt voor, dat Nederlandse vrachtvervoerders Oost-Europese chauffeurs tegen een lager loon in dienst nemen en Nederlandse chauffeurs hun baan kwijt raken. De boosheid zou zich dus meer op deze ondernemers moeten richten, die zich niet aan de cao houden. Polen kent relatief meer werklozen dan Nederland en toch zijn mensen uit minder welvarende landen daar meer welkom dan in Nederland. In Groot-Brittannië en Hongarije zijn mensen uit arme landen het minst welkom.

In de Scandinavische landen, Nederland, Zwitserland en Spanje is de tolerantie ten aanzien van homoseksualiteit het hoogst. Overal is de tolerantie toegenomen, maar niet in de Midden-Europese staten als Polen, Bulgarije en Roemenië en de Baltische staten.

In Polen is een groot gezin de favoriete buur, in Nederland een Jood en in beide landen zijn drugsverslaafden het minst gewild als buur. Nederland en Polen zijn even tolerant wat betreft een crimineel als buur en iemand van een ander ras als buur. In Polen willen ze liever geen rechtse nationalist als buur. Niet zo verwonderlijk want de Tweede Wereldoorlog met het rechts nationalistische buurland heeft zes miljoen Polen het leven gekost. In Nederland, Duitsland en Oostenrijk hebben we minder moeite met een rechtse nationalist als buur.Tenslotte hebben ze in Duitsland, Polen, Oostenrijk, Tsjechië, Slowakije en in Italië wat meer moeite met een Moslim als buur. Een interessante kaart toont de mate waarin mensen vinden, dat je anderen kunt vertrouwen. In Nederland, Zwitserland en de Scandinavische landen ligt het percentage boven de 45% en dat is sinds 1990 niet veranderd. In de Oost-Europese landen ligt het lager, soms onder de 25% en in Polen tussen de 25 en 34%.

Zo zie je, dat er in elk land wel wat is en dat je in Polen wellicht een meldpunt wangedrag van Nederlanders zou kunnen vestigen. We blijven maar met het vingertje wijzen. Veel beter zou zijn, dat we elkaar in Europa veel beter leren kennen, met elkaar corresponderen en bij elkaar op bezoek gaan. Zo kun je heel wat misverstanden voorkomen en misstanden helpen oplossen. Maar ja, problemen oplossen is niet bepaald de sterkste kant van de schreeuwers in onze samenleving.

Jaargang 4, Nr. 202.

Na het dertigste congres

zondag, februari 12th, 2012

DRAAG EEN ZELFBEWUST GROENLINKS UIT

In mijn vorige Column van de Week wees ik op de onduidelijkheid bij GroenLinks over de te volgen koers. Streeft de partij naar regeringsdeelname en is daardoor de toon vaak tamelijk tam? Beoordeelt zij voorstellen zo objectief mogelijk op Groenlinks gehalte, komt dan met goed doordachte suggesties ter verbetering en stemt dan zonder veel ophef al dan niet in met een voorstel? Of voert GroenLinks fanatiek oppositie, kraakt alle voorstellen van het huidige kabinet genadeloos af en grijpt ze elke kans om het dit uitermate rechtse kabinet zo moeilijk mogelijk te maken? Eigenlijk zijn wij veel te netjes. We zijn niet uit op effectbejag. We zijn keurige intellectuelen en doen onze uiterste best om bij te dragen aan het vinden van oplossingen voor de economische problemen. Maar op die manier zijn we niet erg zichtbaar en hoorbaar voor het grote publiek en evenmin voor de media, die zich vooral richten op rellerige conflicten en in onze ogen op goedkope effecten.

Tijdens ons dertigste congres in Vredenburg Leidse Rijn lieten enkele GroenLinksers merken, dat het ook anders kan door met vlijmscherpe analyses het beleid in Nederland en in Europa aan de kaak te stellen en zelfbewust de alternatieven van GroenLinks naar voren te brengen. Bas Eickhout deed dat wat betreft de economische crisis in de EU, Tof Thissen ten aanzien van de zorg en Ineke van Gent en Kathalijne Buitenweg in het Kunduzdebat. Jolande Sap moet daar nog duidelijk in groeien. Ze is nog te veel de keurige intellectueel en te weinig de uitdagende zelfbewuste vechtster. Maar dat komt wel. Daar ben ik niet bang voor.

Waar het echter veel meer om gaat is, dat de zevenentwintigduizend leden van GroenLinks even zelfbewust laten zien en horen waar de partij voor staat. Naar mijn mening is dat de Green New Deal. Dat is verwijzend naar de aanpak van de crisis door Roosevelt in de dertiger jaren van de vorige eeuw de manier waarop GroenLinks voor een nieuwe economische bloeiperiode wil zorgen door een omschakeling naar een groene economie. Veel bedrijven zijn daar al druk mee bezig, want ze zien die nieuwe markt voor hun producten. Zo houden ze een goede omzet en handhaven zij de werkgelegenheid. Dat een partij als de VVD dat veel te weinig inziet moet haar keer op keer keihard worden ingewreven. Een duurzame economie vraagt een totaal andere visie op produceren en consumeren. Hoe reageren we op krimpende voorraden aan fossiele energie en grondstoffen? Ons landbouwsysteem is zeer energie intensief. Door de toenemende woonwerkafstand en door de concentratie van voorzieningen als MBO en HBO scholen neemt de mobiliteit sterk toe. We hebben ons extreem autoafhankelijk gemaakt en het huidige kabinet versterkt die afhankelijkheid. Dit kabinet ontbeert ook maar enige visie op die nieuwe manier van leven, waar we naar toe moeten, willen we deze wereld redden voor toekomstige generaties.

Toch wordt over allerlei zaken in onze partij verschillende gedacht. Wie zijn onder al die partijen onze bondgenoten? Zijn wij een principieel pacifistische partij? Ik ben wel atoompacifist, maar zie, dat tegenover het geweld van de slechteriken van deze wereld tegengeweld nodig kan zijn. Hoe bescherm je die mensen, die absoluut niet in staat zijn ooit betaald werk te verrichten? Hoe zorg je dat je anderen niet blijvend tot een uitkeringssituatie veroordeelt? Daarom werd er opgeroepen het debat over al die zaken in de partij te organiseren. De nieuwe voorzitster Heleen Weening uit Den Haag beloofde dat nadrukkelijk, maar ze bereikt niets als de leden niet inhaken. Daarbij hoop ik, dat we het debat respectvol weten te voeren en niet als bij het Kunduzdebat gaan strooien met adjectieven als naïef of dom of lui en te weinig inzet tonend.

Na afloop ging ik enigszins opgelucht naar huis en tegelijk werd ik mij zeer bewust van het feit, dat er werk aan de winkel is. Met zijn allen moeten we GroenLinks weer zichtbaar maken in de samenleving. We kunnen dat niet overlaten aan die paar volksvertegenwoordigers. Eens kijken of we in de peilingen weer omhoog gaan.

Jaargang 4, Nr. 201.

De Toekomst van GroenLinks

vrijdag, februari 3rd, 2012

TEGENPARTIJ OF GEDOOGPARTIJ OF
REGERINGSPARTIJ?

GroenLinks is een partij, die altijd een sterke maatschappelijke verantwoordelijkheid ten toon spreidt. Als we iets een goed idee vinden, stemmen we voor, zelfs als het afkomstig is van een partij, waarvan we de ideeën vaak verafschuwen. Als de huidige regering onze steun vraagt, dan bekijken we of we het ermee eens zijn, onderhandelen eventueel en proberen er iets uit te slepen, dat zoveel mogelijk overeenkomt met ons programma. Zo laten we vaak een kans voorbij gaan om deze regering ten val te brengen. Zonder onze steun zou er geen meerderheid voor de plannen zijn. Het gaat soms om zeer onpopulaire maatregelen, zoals de verhoging van de pensioenleeftijd of de politietrainingsmissie in Kunduz of kostbare maatregelen om de Euro overeind te houden. Van gedoogpartner PVV hoeft de regering bij deze onderwerpen geen steun te verwachten. Spottend spreekt de PVV dan van GroenLinks en D66 als gedoogpartijen. Naar partijen als D66, Partij van de Arbeid, CDA en VVD zendt GroenLinks een signaal uit van kijk naar ons. Wij zijn bereid om regeringsverantwoordelijkheid te dragen. Men beweert, dat het ook maar weinig gescheeld heeft of er was een andere coalitie gevormd en GroenLinks had daarvan deel uit gemaakt. Allerlei hervormingen zouden dan veel gemakkelijker zijn geweest. Op lokaal niveau laat GroenLinks maar al te vaak zien bereid te zijn tot compromissen en onpopulaire maatregelen. Kiezers belonen de partij voor de getoonde daadkracht. Maar op landelijk niveau heeft GroenLinks de naam van eeuwige oppositiepartij en is daardoor minder aantrekkelijk voor kiezers. Een stem op GroenLinks haalt toch niets uit. Die houding van de kiezers moeten we zien te doorbreken.

Binnen de partij wordt die houding maar al te vaak niet in dank aanvaard. Als je de kans krijgt deze uiterst rechtse regering ten val te brengen, dan grijp je die kans toch met twee handen! Als je de pensioenpremies niet nog hoger wilt laten worden en toch de pensioenen over veertig jaar veilig wilt stellen, dan is dat voor veel jongeren een prima zaak, maar de vijftigplussers, die de jaren beginnen te voelen, zijn er minder blij mee. Jonge partijleden hebben ook veel minder moeite met versoepeling van het ontslagrecht dan de vijftigplussers. Die weten, dat  voor hen de kans op een nieuwe baan zeer klein is. Het idee van GroenLinks, dat men een baan van de gemeente krijgt tegen het minimumloon ziet er weinig aantrekkelijk uit. Wat voor een baan? Maar GroenLinks is ook een partij, waar solidariteit tussen jong en oud vanzelfsprekend is. Net als de solidariteit met ontwikkelingslanden en met economisch zwakke EU-lidstaten.

Over Kunduz staan twee opvattingen tegenover elkaar. Blijkens de moties voor het aanstaande partijcongres zien velen in de politietrainingsmissie vooral een militaire missie. Gesuggereerd wordt, dat de politieagenten vaak als militairen worden ingezet. Er is een tijd geweest, dat Afghaanse agenten als goedkopere slechter uitgeruste surrogaatsoldaten werden misbruikt. Daarvan merk ik in de huidige berichtgeving niets meer. Nathalie Righton van de Volkskrant schreef maar al te vaak zeer cynisch en spottend over de missie, maar haar verhalen worden positiever. Toch weet iedereen, dat de kans op blijvend succes vooral na het vertrek van de NAVO troepen klein is. Maar hoe groot is de kans op succes bij het streven naar een politieke oplossing? Waarom zouden de Taliban überhaupt gaan onderhandelen? Ze hebben de tijd. Na 2014 grijpen ze naar de macht. Jammer voor de vrouwen en meisjes. Het is nog maar de vraag of westerse NGO’s onder een nieuw Taliban regime nog mogen blijven werken in Afghanistan zoals nu. Als we door onderhandelingen erin zouden slagen, dat NGO’s mogen blijven werken en de politietrainingsmissie kan worden voortgezet of zelfs verbreed, dan zou onderhandelen een succes zijn Anders is het streven naar een politieke oplossing  in feite het aan hun lot over laten van de Afghanen. Het succes van vredeswerkers elders blijkt dan geen garantie voor succes in de Afghaanse werkelijkheid.

Het moge duidelijk zijn geworden, dat stemmen over Kunduzmoties veel meer is dan een beslissing nemen over wel of niet de missie steunen. In feite gaat het om de partijstrategie. Het is te hopen, dat de 1500 congresgangers beseffen, dat het om meer gaat. Het gaat weer spannend worden.

Jaargang 4, Nr. 200.

Atlas van Europese Waarden

vrijdag, januari 27th, 2012

LEESBAARHEID KAARTEN ENORM
VERBETERD

Recent is een nieuwe editie van de “Atlas van Europese Waarden. Trends en Tradities rond de eeuwwisseling” verschenen. In alle Europese staten, inclusief Turkije en Rusland worden voortdurend mensen ondervraagd op tal van terreinen. Ze moeten bijvoorbeeld aangeven in hoeverre ze het eens of oneens zijn met een bepaalde stelling. Zo’n stelling moet uiteraard in de betreffende landstaal vertaald worden. Dat is sowieso al moeilijk en dan blijft nog het probleem dat een woord in de ene taal net een iets andere betekenis of gevoelswaarde heeft als in het Engels, de voertaal van de atlas en het voorafgaande onderzoek. Dat maakt het onderzoek ook erg kostbaar en dat is in de prijs van de atlas goed te merken. Die is exclusief BTW € 139,– en samen met de 6% BTW en de vervoerskosten kwam de rekening op € 156,88 uit. Kijk je echter naar de fraaie vormgeving en de schat aan gegevens, dan vind ik de atlas dat bedrag zeker waard.

Mijn kritiek bij de vorige uitgave van 2005 was, dat de kaarten heel moeilijk leesbaar waren. Bij elk hoofdstuk paste een bepaalde kleur en de kaarten gaven de verschillen per land aan in meerdere tinten per kleur. De verschillen in tint waren zo klein, dat je maar moeilijk kon bepalen bij welk percentage de kleur hoorde. Nu is er gekozen voor duidelijk contrasterende kleuren, waarbij het verschil tussen hoogste en laagste waarde in een oogopslag te zien is. Ook de vele staaf- en cirkeldiagrammen zijn goed leesbaar.

Na een voorwoord van de President van de Europese Raad, Herman van Rompuy komt een kort hoofdstuk met een snelle samenvatting van de Europese geschiedenis. Je merkt dan hoeveel de Europese staten gemeenschappelijk aan geschiedenis hebben en de geschiedenis vormt het land. Desondanks zijn de verschillen tussen de staten enorm. Ik probeerde een of andere regelmaat te ontdekken, maar die is er op het eerste gezicht niet. In de volgende hoofdstukken komen allerlei aspecten aan de orde van Europa, Gezin en familie, Arbeid, Religie, Politiek, Samenleving en Welzijn. Dan volgt een conclusie. Er is korte informatie per land en informatie over de studie op zich.

De eerste kaart in de atlas met als titel “European citizenship” geeft de resultaten per land naar de vraag in hoeverre de mensen zich Europeaan voelen. Zij moesten de vraag beantwoorden bij welk gebied zij  het meest behoren en dan de volgorde bepalen tot het er het minst bij behoren. Daarbij moesten ze kiezen uit de woonplaats, de regio, het land, Europa en de wereld. Als Europa als eerste of tweede genoemd werd, dan telde dat mee als antwoord met Europa verbonden. Alleen in Luxemburg en Kosovo voelt meer dan 30% zich zo met Europa verbonden, dat zij Europa op de eerste of tweede plaats zetten. België, Zwitserland en Finland scoren tussen de 20 en 29%. Onder het gemiddelde zitten Groot-Brittannië en nog sterker Ierland, Spanje, Polen, Oekraïne, Roemenië, Georgië en Turkije. De Russen voelen zich het minst Europees. In elk land geeft een cirkeldiagram aan welk percentage welk gebied als eerste noemt. Zo voelen Nederlanders zich sterk verbonden met hun woonplaats en hun land en minder met hun regio, terwijl de Duitsers zich sterk verbonden voelen met ook de woonplaats, maar niet met de Bondsrepubliek, maar meer met de eigen bondsland Beieren of Nedersaksen bijvoorbeeld. In bondsstaten als Zwitserland en Oostenrijk zie je eveneens die sterke binding aan kanton of Bundesland. Gelukkig voelen nog heel wat Belgen zich verbonden met België. De regio scoort er wat lager, maar dan komt weer de vraag of als regio de provincies of de taalgebieden zijn bedoeld. U ziet, hoeveel interessante dingen je kunt zien op nu maar één kaart. Ik ga er dus de komende tijd nog meer blogs aan wijden.

Loek Halman, Inge Sieben and Marga van Zundert: Atlas of European Values. Trends and Traditions at the turn of the Century. Tilburg University European Values Study. Uitgave Brill, Leiden. ISBN 978 90 04 20705 9.

Jaargang 4, Nr. 199.