Author Archive

Een dag genieten in Den Haag

vrijdag, juli 20th, 2012

Isaac Israels: onterecht onbekend

Over drie jaar is het 150 jaar geleden, dat Isaac Israels in Amsterdam geboren werd. Hij was de zoon van Jozef Israels en de twintig jaar jongere Aleida Israels-Schaap. Op 4 oktober 1934 overleed hij na door een auto aangereden te zijn in Den Haag. Op het ogenblik lopen in Den Haag tentoonstellingen, verspreid over vijf locaties en is er een tentoonstelling in Amsterdam. Wij bezochten de tentoonstellingen in Den Haag. Er viel veel te genieten.

In de hal van Haagse stadhuis aan het Spui wordt aan de hand van een groot aantal panelen een beeld gegeven van zijn leven en werken en dan bijzonder in de jaren, dat hij in Den Haag verbleef. Het is een mooie inleiding bij de overige tentoonstellingen en mooi op loopafstand van Den Haag Centraal. Van daar is het niet ver naar het Haags Historisch Museum aan de Korte Vijverberg langs de Hofvijver. Daar zien we in drie zalen een flink aantal van zijn schilderijen, jeugdportretten en zelfportretten en beelden van het familieleven en dan met name van zijn vakanties in Scheveningen, heel veel vrouwenportretten van meisjes in een naaiatelier, maar ook van dames in een modezaak en vaak in een snelle stijl met vluchtige streken en toch een goede indruk gevend van de vrouw of het meisje. Soms zijn de portretten veel meer tot in detail uitgewerkt. Zo maakte Portret van Nanette Enthoven-Enthoven op  mij veel indruk. Hij vind zijn modellen ook vaak in dansscholen of onder de danseressen in theaters.

We wandelen verder langs de Hofvijver naar het Noordeinde, waar hij lange tijd woonde naar het Panorama van Mesdag, waar opnieuw drie zalen wachten. Hier vormen vooral het strandleven van keurig flanerende dames en ezeltje rijdende kinderen tot jonge vrouwen in nog veel verhullende badkleding het belangrijkste thema zijn. Maar er zijn opnieuw vrouwenportretten en een paar prachtige naakten. Dan is het mooi om het fel realistische Panorama te bekijken. Je staat er als het ware op een duintop en kijkt rondom naar de Noordzee en het strand met daarop vissersschuiten, de eerste op toerisme gerichte bebouwing en over een nog onbebouwd duingebied het vroeger Den Haag. Zo moet Isaac Scheveningen in zijn jeugd gekend hebben.

Dan zijn er nog twee minder indrukwekkende onderdelen. Eerst het Louis Couperus Museum aan de Javastraat. Daar hangen een paar schilderijen en zie je Isaac Israels als wassen beeld aan een bureau bezig met het schetsen van een heer. Als je de Javastraat nog even verder volgt kun je bij de Raamweg op lijn 9 naar Scheveningen stappen. Van de halte Circustheater is het 300 meter naar Muzee Scheveningen. In een oud schoolgebouw is een museum ingericht, dat een beeld geeft van het traditionele vissersdorp Scheveningen. In een zaal hangen weer werken van Isaac Israels en nu vooral schilderijen van keurige Haagse dames.

De tentoonstellingen zijn er nog tot 23 september 2012. Wat mij betreft een aanrader. Je moet wel een redelijke conditie hebben om het in één dag te doen. Weer eens iets bijzonders en leuk, dat een vijftal tamelijk onbekende musea hierbij samenwerken. Zo leer je die ook kennen.

Jaargang 5, Nr. 224.

Nog meer over de Oostenrijkse Pfarrer-Initiative

dinsdag, juli 17th, 2012

EEN BERICHT UIT DE WIENER ZEITUNG

Behalve in de Verenigde Staten bestaan ook in Ierland, Duitsland en Nederland initiatieven

De bondgenoten van de Pfarrers

Door Christoph Rella

Helmut Schüllers Pfarrer-Initiative krijgt ook ondersteuning uit het buitenland

Wenen In de USA is Hans Bensdorp, bestuurslid van de naar Rome kritische ‘Pfarrer-Initiative’ van ex Algemeen vicaris Helmut Schüller, langzamerhand zo iets als een ‘Star’. Tenminste voor elk van de 610 katholieke priesters, die zich in het voorjaar naar Oostenrijks voorbeeld hebben aaneengesloten  tot de “Association of US Catholic Priests” – de US versie van de ‘Pfarrer-Initiative’. Zij hebben Bensdorp uitgenodigd voor hun eerste jaarvergadering, die in de stad Tampa in Florida plaats vindt. De vragen, die de Oostenrijker daar met de hervormingsgezinde US-clerici doorneemt, zijn niet nieuw. Het gaat om gebrek aan priesters, celibaat, liturgie en seksuele moraal.
Daarbij zijn de Amerikanen niet de enige, die in het wiel van Helmut Schüller proberen kerkpolitiek te ontwikkelen. Zo zijn de laatste tijd ook in Ierland, Duitsland en Frankrijk, in Slowakije en in Nederland kritische initiatieven ontstaan van ontevreden geestelijken, die het eens zijn met de “Oproep tot ongehoorzaamheid”  en deze ondersteunen. Ongetwijfeld is het aantal Schüller-fans nog gering in verhouding tot het totaal aantal priesters in de wereld. Onderzoek van de Wiener Zeitung heeft geleerd, dat er in Duitsland 36 en in Slowakije 65 aanhangers van de ‘Pfarrer-Initiative’ zijn. In Frankrijk willen slechts 17 priesters Schüllers’ “Appel à la desobeissance”  ondersteunen en in Engeland zijn het er maar zeven. Een uitzondering vormt de “Association of Catholic Priests” in Ierland. Met 900 leden vormen zij een kwart van de Ierse clerus. Thans zijn er voor alle ‘Pfarrer-Initiative’ wereldwijd zo’n 2300 sympathisanten op een totaal van 400.000 priesters.

Zonder bisschoppen gaat het niet lukken

Dat betekent niet, dat de hervormers bij voorbaat een verloren strijd leveren. De Weense pastotaal Theoloog Paul Zulehner meent, dat de Initiatieven nog jong zijn en moeilijk in te schatten. Zo is niet het aantal instemmende leden belangrijk, maar de stemming onder de bevolking is veel meer bepalend voor een verder succes. Wat dat betreft leren onderzoeken in Oostenrijk, dat driekwart van het kerkvolk positief staat tegenover de koers van Schüller, zo betoogt Zulehner en voegt er aan toe: “Maar wil het werkelijk tot veranderingen komen, dan zullen de bisschoppen moeten meedoen, zodat  de Pfarrer-Initiative Bisschops-initiatieven worden.”

Forensentaks

vrijdag, juli 13th, 2012

WAT DOEN WE MET DE ZWERFFORENSEN?

Het voornemen om de belastingvrijstelling op de reiskostenvergoeding in het woon-werkverkeer af te schaffen leidt tot nogal wat misverstanden. Zo las ik deze week in de Volkskrant een ingezonden brief van iemand, die regelmatig voor zijn werk op geheel verschillende adressen moet zijn. Hij reist daarvoor met openbaar vervoer, want dan kan hij onderweg nog werk doen. Om het gemakkelijk te maken heeft hij een ov-jaarkaart aangeschaft, die door de baas vergoed wordt. Hij veronderstelt nu, dat hij over die reiskostenvergoeding inkomstenbelasting zou moeten betalen. De ov-jaarkaart kan hij ook voor particuliere reizen gebruiken. Dus lijkt mij een zekere bijtelling net als bij een auto van de zaak logisch, maar belasting over het totale bedrag lijkt mij niet de bedoeling. Zo zijn er veel mensen, die grote afstanden afleggen voor hun werk: servicemonteurs, vertegenwoordigers, artsen, bouwvakkers, hoveniers en controleurs. Als ze voor hun reizen hun eigen auto gebruiken of van het openbaar vervoer gebruik maken is het vanzelfsprekend, dat de zaak de werkelijke kosten vergoedt en dat die reiskostenvergoeding niet belast wordt.

Het gaat om het woon-werkverkeer, dus van de woning naar de centrale werkplek. Als dat woon-werkverkeer flink vergoed wordt, is er nauwelijks een rem om ver van je werk te gaan wonen of ver van je woonplaats zonder verhuisplicht werk te accepteren. Dat betekent een forse verhoging van de loonkosten voor bedrijven en brengt zo de concurrentiekracht van bedrijven in gevaar. Maakt men daarbij gebruik van een auto, dan verhoogt het de kans op files en ook dat is in het nadeel van veel bedrijven, die vracht te vervoeren hebben. Filetijd is een verliespost. Bedrijven hebben er belang bij, dat er een rem komt op de toename van de gemiddelde afstand in het woon-werkverkeer.

Daarbij is het belangrijk inzicht te hebben in de mechanismen, die aan het forensisme ten grondslag liggen. Forensisme is pas ontstaan toen er snel vervoer ter beschikking kwam, dus met de ontwikkeling van de spoorwegen in de negentiende eeuw. Wonen in de stad met veel industrie was vaak niet zo gezond. Dorpen en steden met een station kregen de kans woonruimte te bieden voor het wat beter verdienende personeel. Vaak waren de gemeentelijke lasten er lager. Zo groeiden plaatsen als Bussum, Hilversum, Heemstede, Haarlem, Overveen en Bloemendaal als forensenplaatsen voor mensen, die in Amsterdam werkten. Denk ook aan Wassenaar, Voorburg en Rijswijk bij Den Haag of De Bilt-Bilthoven, Zeist, Driebergen, Soest en Baarn bij Utrecht. Soms speelde ook de tram en later de bus een rol, maar het autobezit was tot 1960 nog heel beperkt.

Na de Tweede Wereldoorlog waren er minstens tien jaar wederopbouw nodig en pas vanaf 1955 nam de welvaart langzaam toe. Er was nog steeds een enorme woningnood en men mocht blij zijn met een driekamerflat. Waren er eenmaal kinderen, dan was de enige kans op iets groters een huis kopen. In de stad was het aanbod aan betaalbare koopwoningen zeer beperkt. Steden richtten zich vooral op sociale woningbouw. Er zat niets anders op, dan een huis in een van de omliggende dorpen te kopen. Al die dorpen speelden daar enthousiast op in. Want meer inwoners betekende meer voorzieningen en voor de burgemeester een hoger salaris. We leerden het fenomeen van de groeiburgemeester kennen. Zolang die dorpen nog op fietsafstand van de stad lagen, was er nog geen noodzaak om een auto te bezitten. Maar met de toenemende welvaart nam het autobezit toe en konden ook de dorpen op iets grotere afstand gaan groeien. Die ongebreidelde groei betekende een flinke aantasting van het agrarisch karakter van het platteland. De Tweede Nota op de Ruimtelijke Ordening van 1966 kwam met het groeikernenbeleid. De suburbanisatie werd geconcentreerd in enkele gemeenten rond de grote steden, die een groeitaak kregen. Houten en Nieuwegein bij Utrecht, Zoetermeer bij Den Haag, Purmerend en Hoorn voor Amsterdam. Het Rijk wilde het Groene Hart vrij houden, eigenlijk als een reserveruimte voor de verre toekomst. De bedoeling was, dat bedrijven mee zouden gaan naar de groeikernen. Dat is veel te weinig gebeurd. Integendeel, de bedrijven toonden een voorkeur voor vestiging binnen de ring van de Randstad: Woerden, Alphen aan de Rijn, Uithoorn, Schiphol. Zo werd door het dwarsliggen van de bedrijven het massale forensisme geboren. Latere VINEX-locaties versterkten het alleen maar. Bovendien zie je het kruisforensisme toenemen. Binnen een agglomeratie woont men in de ene gemeente en werkt men in een andere. In die andere gemeente met veel werk wonen  mensen, die echter elders werken. Zo heeft Houten veel woonforensen én veel werkforensen. Ik herinner mij een buurman, die verhuisde, toen zijn kantoor op 200 meter van zijn woning zou komen. Hij was bang, dat hij dan 's nachts als er alarm was uit zijn bed zou moeten om te gaan controleren.

Intussen concentreren de economische activiteiten zich steeds sterker in de Randstad en hoewel er zeer veel gebouwd is kan lang niet iedereen er woonruimte vinden. Dus is er een enorme forensenstroom naar de Randstad. Bovendien is het net van snelwegen en in mindere mate het spoorwegnet enorm verbeterd. Zo neemt de afstand, die men in een uur kan afleggen toe en dus zie je ook de woon-werkafstand toenemen. En het kost je niets, alleen tijd. Over alle negatieve effecten denkt de gemiddelde automobilist weinig na. Moeten we het dan maar laten gebeuren?

Jaargang 5, Nr. 223.

In Oostenrijk willen velen kerkhervorming

maandag, juli 9th, 2012

Pfarrer-Initiative

OPROEP TOT ONGEHOORZAAMHEID

De Vaticaanse weigering om tot een noodzakelijke kerkhervorming te komen en het werkeloos toezien van de bisschoppen staan ons niet alleen toe, maar dwingen ons het geweten te volgen en zelf tot daden over te gaan.

Wij priesters willen wegwijzers plaatsen naar de toekomst

1.   WIJ ZULLEN in de toekomst in iedere viering een voorbede uitspreken om tot kerkhervorming te komen. Wij nemen het Bijbelwoord serieus: Bid en u zult verhoord worden. Tot God mag iedereen vrij spreken.

2.   WIJ ZULLEN goedwillende gelovigen principieel de Eucharistie niet weigeren. Dat geldt in het bijzonder voor gescheiden mensen, die opnieuw in het huwelijk zijn getreden, voor leden van andere christelijke kerken en eventueel voor uitgetredenen.

3.   WIJ ZULLEN zo veel mogelijk vermijden op zon- en feestdagen meerdere keren voor te gaan of priesters op reis of van elders in te zetten. Beter een zelf voorbereide Woord- en Gebedsdienst dan een gastpriester van elders voor te laten gaan.

4.   WIJ ZULLEN voortaan een Woord- en Communieviering als “priesterloze eucharistieviering” beschouwen en die ook zo noemen. Zo vervullen wij onze zondagsplicht in een tijd, die arm is aan priesters.

5.   WIJ ZULLEN ook het preekverbod voor goed geschoolde leken en godsdienstdocentes naast ons neer leggen. Het is juist in deze moeilijke tijden noodzakelijk het Woord van God te verkondigen.

6.   WIJ ZULLEN ons ervoor inzetten, dat elke parochie een eigen leider heeft. Man of vrouw, gehuwd of ongehuwd, als hoofd- of als neventaak. Dat echter niet door parochies samen te voegen, maar door opnieuw gestalte geven aan het priesterschap.

7.   WIJ ZULLEN met dat doel elke gelegenheid benutten ons openlijk uit te spreken voor het toelaten van vrouwen en gehuwden tot het priesterschap. Wij zien in hen welkome collega’s in het ambt van zielzorger.

Overigens beschouwen wij ons solidair met alle collega’s, die wegens hun huwelijk hun ambt niet meer mogen uitoefenen, maar ook met hen, die ondanks een relatie voortgaan als priester te fungeren. Beide groepen volgen met hun besluit hun geweten – zoals ook wij doen door ons protest. Wij zien in hen net als in de Paus en de Bisschoppen “onze broeders”. Wie verder nog “medebroeder” moge zijn, weten we niet. Een is onze Meester – wij allen zijn broeders. “En zusters” zou het onder christen vrouwen en mannen in ieder geval gezegd behoren te worden. Daarvoor willen wij gaan staan en naar voren komen, daarvoor willen wij bidden. Amen
Zondag van de H. Drievuldigheid, 19 juni 2011
Bewerking en vertaling door John Jorna, Odijk9 juli 2012

Enkele aantekeningen

“Ungehorsam”

Na de “Oproep tot ongehoorzaamheid” werd van ons geëist deze tekst te herroepen. Naar onze eerlijke overtuiging kunnen wij dit niet doen omdat wij nog steeds achter de inhoud staan. De ongehoorzaamheid jegens enkele geldende strenge regels en wetten is al jaren deel geworden van ons leven en werken als zielzorger. Openlijk iets anders naar voren te brengen over ons doen en laten zou de tegenstellingen in de Kerk en de zielzorg alleen maar extra verscherpen.
Wij zijn ons er van bewust, dat “ongehoorzaam” als een prikkelend en pijnlijk woord ervaren kan worden. Daarom zijn wij gaarne bereid te verklaren, dat wij geen algemene ongehoorzaamheid omwille van de tegenspraak bedoelen maar een getrapte gehoorzaamheid verschuldigd zijn ten eerste aan God en dan aan ons geweten en tenslotte ook aan de kerkorde. In deze opeenvolging hebben wij steeds de leer van de Kerk, de Paus en de bisschoppen gezien. Zo willen wij het verder ook houden.

 

“Priesterloze Ecuaristieviering”

Veel geroepen en geschikte christen vrouwen en mannen wordt de toegang tot het priesterschap geweigerd door bisschoppen alleen maar omdat ze onverdroten aan het verplichte celibaat vasthouden en ook niet bereid zijn op een of andere manier na te denken over het wijden van vrouwen tot priester. Ook leggen zij priesters, die gehuwd zijn een verbod op hun roeping verder te volgen. Door het daardoor ontstane gebrek aan priesters is voor veel christenen slechts het vieren van een Woord- en Gebedsdienst mogelijk.  Met het kunstbegrip “priesterloze eucharistievering”  willen wij de verbinding tussen de Woord- en Communieviering met de eerdere Eucharistieviering tot uitdrukking brengen. Omdat er veel onzekerheid bestaat, omdat menigeen het tegendeel beweert, willen wij benadrukken, dat allen, die in deze gevallen een Woord- en Communieviering bijwonen vanzelfsprekend hun zondagsplicht vervullen. Voorts willen wij de Eucharistieviering met de priester als voorganger en schakel met de wereldkerk zien. Wij willen met het provocerende begrip “priesterloze Eucharistieviering” er ook aan herinneren, dat de H. Eucharistie door de gehele geloofsgemeenschap gevierd wordt en dat de priester daarbij voorganger is. Wanneer de kerkleiding steeds meer parochies geen voorganger voor de eucharistieviering ter beschikking stelt, vragen deze gemeenschappen zich met recht af, hoe zij nu tot hun eucharistieviering kunnen komen en of er daartoe geen nieuwe wegen bewandeld dienen te worden.

 

“Wij willen vermijden meermaals voor te gaan…”

Dat een pastoor of kapelaan misschien 2 of 3*) H. Missen in een weekend opdraagt is niet het thema van deze passage.
De praktijk,  van alle overbelaste priesters te eisen heen en weer te rijden en waar te nemen horen we af te wijzen.

Veel buitenlandse priesters weten op heel goed wijze voor te gaan in een viering. Maar vaak wordt iemand ingeroosterd, die helaas onvoldoende Duits spreekt of tot een geheel andere kerkverband behoort, niet in de cultuur ingewijd zijn ( en bijvoorbeeld niet weet om te gaan met leken, enz.). Dat gebeurt alleen maar om op de een of andere manier toch maar een H. Mis te kunnen vieren. Het is geen aanzet tot een oplossing van het gebrek aan priesters.

*) Overigens schrijft de Codex (kerkelijk wetboek) [CIC CAN902 §2] zelfs voor, dat priesters niet meer dan 3 H. Missen per weekend mogen opdragen.

Wat doen we met de provincies?

vrijdag, juli 6th, 2012

BESTUURLIJKE DICHTHEID TE GROOT?

Een van de meest kwalijke gewoonten in de Nederlandse politiek is het benoemen van een onderzoekscommissie als men het maar niet eens kan worden. De commissie produceert vervolgens een rapport of een advies. Meestal duurt het lang, is het een heel dik rapport met honderden voetnoten. De samenvatting telt zelfs al dertig bladzijden en is in een ondoorgrondelijk jargon geschreven. Maar goed, het rapport wordt plechtig aangeboden en de minister of de Kamerdelegatie, die het in ontvangst neemt spreekt zijn grote tevredenheid uit en verzekert, dat het met zeer grote aandacht bestudeerd zal worden. Daarna hoor je er nooit meer iets van. De onderste laden van de bureaus moeten toch ergens goed voor zijn.

Het schrijven van dergelijke rapporten heeft als enige voordeel, dat het (nutteloos) goed betaald werk oplevert aan ambtenaren of adviesbureaus. Dus was ik nogal verbaasd toen ik in het ontwerpprogramma het punt aantrof om te komen tot een staatscommissie, die verschillende opties voor een herinrichting van het binnenlands bestuur onderzoekt. Daaronder de optie van een tweebestuurslagenmodel. Ik weet niet of dit punt het gehaald heeft. Gezien het dwaasheidsgehalte hoop ik maar van niet.

Het binnenlands bestuur kent een overvloed aan vaak gecompliceerde taken. Een flink aantal taken vallen onder het Rijk. Veel wordt centraal uitgevoerd, maar andere zaken vergen een decentrale uitvoering: wegenaanleg en –onderhoud, onderwijsinspectie, kadaster en cartografie inmiddels geprivatiseerd, waterwegen en sluizen, belastingen. De decentrale uitvoering geschiedt dan wel overeenkomstig het centraal vastgestelde beleid. Die decentrale uitvoering van rijkstaken zorgt ervoor, dat je in de provincie of gemeente toch steeds met die rijksdiensten te maken hebt. Dat wordt gezien als een van de kanten van de bestuurlijke dichtheid.

Gemeenten moeten steeds meer door het rijk bepaalde taken uitvoeren. Het rijk decentraliseert. Helaas is het meestal ook een bezuinigingsoperatie. Gemeenten moeten het met minder geld doen, dan wat het rijk er aan besteedde. Soms is een gemeente veel te klein om de deskundigheid in te huren, die deze taak vergt. Dat was een van de redenen om gemeenten te laten fuseren. Nu blijkt, dat ook de fusiegemeenten vaak te klein zijn voor bepaalde taken. Dus zoekt men het in intergemeentelijke samenwerking. Zo is hier de Sociale Dienst bovengemeentelijk georganiseerd. Nog maar pas hebben zeven vrij forse gemeenten in Oostelijke Utrecht een gezamenlijke ICT-organisatie opgezet. Goede ICT=ers zijn schaars, dus duur. Het schaalprobleem wordt opgelost door intergemeentelijke samenwerking met een wisselende groep gemeenten. Maar voor de burgers wordt het allemaal vrij onoverzichtelijk en de democratische besluitvorming op de betreffende terreinen is ondoorzichtig. Het zijn niet de gekozen raadsleden maar de benoemde burgemeesters of wethouders, die het beleid uitstippelen. Voor een gemeenteraad is het vaak moeilijk er een vinger achter te krijgen. Een ander probleem is de vaak overheersende rol, die een grote gemeente speelt. Kleine gemeenten hebben weinig in te brengen. Intergemeentelijke samenwerking is dus een prima oplossing voor het schaalprobleem, maar de gebrekkig functionerende democratie vraagt hier om goede ideeën.

De provincie raakt steeds meer taken kwijt en als toezichthouder zou hij beter kunnen functioneren. Als je die paar provinciale taken nu ergens anders kunt onderbrengen, kan de provincie worden opgeheven. Dat scheelt een heleboel geld. Het lijkt alsof sommigen hierop aansturen. Daar maak je de provincies niet blij mee. Ze willen er juist taken bij krijgen en bijvoorbeeld de waterschappen annexeren. Dat lijkt mij nauwelijks doelmatig. De taken van een waterschap vragen zeer gedetailleerde kennis van het beheersgebied. Dan moet je het waterschap niet te groot maken. Die ene plek in de rivierdijk, waar vaak kwel optreedt, die moet je bij hoog water goed controleren, want daar is de grootste kans op een dijkdoorbraak.

Ik vind al jaren, dat de Nederlandse provincie groter zouden moeten zijn. Dat geldt met name voor de Randstad. Het bijzondere is, dat hier allerlei functies gespreid over de gehele Randstad voorkomen, waardoor het voorzieningenniveau op een metropolitaan niveau is gekomen. Dat geeft een gunstig vestigingsklimaat voor hoofdkantoren van internationale ondernemingen – zelfs zonder het Nederlandse belastingsysteem – en voor internationale instellingen. Dat vraagt internationale contacten. Het is raar als eerst een Utrechtse, daarna een Amsterdam-Noord-Hollandse delegatie en tenslotte Zuid-Holland in Japan op bezoek gaan. Maar ook tussen de provincies onderling valt veel te coördineren. Op Europese schaal zijn de Nederlandse provincies klein in vergelijking met de Duitse Bundesländer bijvoorbeeld. Maar de afstand tussen burger en provincie is nu al groot en die zal groter worden als onze provincies worden samengevoegd. Als echter in het bestuur van de EU in de toekomst een rol is weggelegd voor de regio’s, dan krijgen grotere provincies extra zin.

Zo maar wat overwegingen. Ze kunnen uitgangspunt zijn voor discussies binnen GroenLinks. Als wij het niet eens kunnen worden, dan kun je een oplossing van het probleem van de bestuurlijke dichtheid voor de komende honderd jaar wel vergeten.

Jaargang 5, Nr.222.

Op weg naar de verkiezingen 4

vrijdag, juni 29th, 2012

EERLIJK OF SLIM EN HANDIG?

Toen Arjan el Fassed afgelopen zondag in Bunnik was, wist hij vermoedelijk nog niet, dat hij door Fair Pplitics zou worden uitgeroepen tot de meest eerlijke politicus en de GroenLinks fractie tot de meest faire fractie van het Nederlandse parlement. Fair Politics is een initiatief van de Evert Vermeerstichting. Toch had de vraag, die ik Arjan stelde alles te maken met eerlijke politiek.

Vier kandidaten voor de GroenLinks lijst waren in Het Wapen van Bunnik neergestreken en werden daar door Vincent Bijlo op zijn serieus humoristische wijze ondervraagd. Aan het slot vroeg Vincent of er iemand iets te vragen had aan de kandidaten en met name over een regionaal probleem met landelijke aspecten. Ik wees toen eerst op de nare manier om geluidsoverlast en luchtverontreiniging te bepalen. Niet uitgaan van werkelijke metingen, maar van formules en dan soms ook nog het hele studiegebied als uitgangspunt nemen en dan een gemiddelde bepalen. Als je het studiegebied maar groot genoeg maakt, zijn er voldoende minder drukke wegen te vinden, waardoor het gemiddelde omlaag gaat en de weg er mag komen. Het ultieme voorbeeld van smerige politiek. Het is een van de manieren waardoor de politiek een slechte naam krijgt. Maar de wet schrijft het zo voor en zo wordt elke bezwaarmaker de mond gesnoerd.

Maar daar blijft het niet bij. In allerlei zogenaamd objectieve rapporten van onafhankelijke onderzoeksbureaus zie je het verschijnsel, dat naar een door de opdrachtgever gewenste eindconclusie wordt toe geredeneerd. Dan verschijnen er hele of halve onwaarheden in de rapporten, worden verschillen uitvergroot of juist verkleind naarmate de opdrachtgever dat wenselijk acht. Het is allemaal best begrijpelijk, want er moet brood op de plank komen, maar tegelijk ongelofelijk gewetenloos.

Dus vroeg ik aan Linda, Niels, Arjan en Dirk of ze bereid waren in de komende zittingsperiode met een initiatief wetsontwerp te komen, waarin duidelijke eisen gesteld worden aan de integriteit van onderzoekers, die voor overheden werken. Zo worden aan notarissen en accountants ook duidelijke eisen gesteld. Niemand kan zo maar notaris of registeraccountant worden. Iedere onderzoeker zou een erkenning moeten krijgen en daaraan voorafgaand een integriteitsbelofte moeten afleggen.  Hij zou moeten beloven alleen volgens duidelijk omschreven en gepubliceerde opdrachten te werken, niets in strijd met de waarheid te vermelden en zo objectief mogelijk naar een advies te streven, dat voor een probleem de beste oplossing aangeeft. Daarbij zouden alle keuzes, die gemaakt zijn duidelijk belicht moeten worden. Ik gaf nog het beruchte voorbeeld van het Rijsbruggerweg tracé tussen Houten en de A12. Die weg komt in een fossiele Rijnbedding te liggen. En dat heeft men al die jaren proberen te verhullen door op een kaart van de aardkundige waarden dit stuk van de bedding weg te laten en in de tekst te beweren, dat die beddingen in het landschap niet zichtbaar zijn. Pas in een zeer laat stadium heeft de provincie dat toegegeven, maar pas nadat ik het in een hoorzitting met Statenleden  uitvoerig had toegelicht.

Dus Arjan, jij als fair politicus van het jaar en fractie als meest faire fractie. Ik ben benieuwd naar jullie wetsontwerp “Integriteit van Onderzoek”.

En nu maar hopen, dat Arjan morgen op een hogere plek komt en , dat we een mooie uitslag krijgen, zodat Arjan el Fassed ook echt weer in de Tweede Kamer komt.

Jaargang 5, Nr.221.

Op weg naar de verkiezingen 3

zondag, juni 24th, 2012

EUROPA IN DE REGIO: BEZOEK IN ASSEN

De Europawerkgroep van GroenLinks wil meer contact met de afdelingen en zo waren wij afgelopen vrijdag, 22 juni naar Assen getogen. In het Provinciehuis ontmoetten we Noordelijke GroenLinksers en Duitse Grünen uit het aangrenzende Niedersachsen. Twee leden van het EP spraken over de crisis: Sven Giegold en Bas Eickhout. Het Groningse Statenlid Harrie Miedema en een Duitse Grüne vertelden over de pogingen om het verlies aan natuurwaarden in het Eems-Dollard-gebied te herstellen. Toch enigszins geplaagd door de taalverschillen ontstond er  een geanimeerde bijeenkomst.

Sven Giegold begon met de stelling, dat de huidige crisis veel wijder is dan alleen de economie. Er is een financiële crisis, een kredietcrisis, een werkgelegenheidscrisis, maar ook stijgen de energie- en grondstoffenprijzen steeds meer door de dreigende uitputting en soms door speculatie. Tegelijk is er een ecologische crisis door steeds meer vervuiling en vermindering van de ecologische diversiteit en is er een mentale crisis door het toenemende egoïsme en nationalisme. Maar in plaats van de crisis fundamenteel aan te pakken, reageert de EU vooral op actuele problemen. We willen niet de consequenties trekken uit de onderlinge afhankelijkheid. Sven onderscheidt vier economische problemen: We willen niet hervormen. We brengen de financiële markten niet onder controle en laten ze hun gang gaan. We willen bijvoorbeeld belastingen niet harmoniseren. We gebruiken de gemeenschappelijke markt om overschotten op de wereldmarkt te dumpen. En tenslotte weigeren de lidstaten regels te stellen aan financiële instellingen. We proberen een veenbrand te blussen met hier en daar wat te spuiten. Steeds duidelijker wordt, dat we het zonder verdere politieke integratie niet redden. Alleen een krachtig en eensgezind Europees gezag, kan veranderingen afdwingen. En er is veel meer onderlinge solidariteit noodzakelijk, zodat de problemen niet worden afgewenteld op de armste medeburgers en sommigen profiteren ten koste van hen en nog rijker worden dan ze al zijn.

Bas stelt, dat de Euro niet overeind te houden is zonder politieke unie. Daartegen bestaan niet alleen emotionele weerstanden. Bedrijven kunnen bij een krachtig Europees gezag de afzonderlijke lidstaten niet meer tegen elkaar uitspelen en evenmin de regels ontduiken. Het Europees Parlement slaagt er onvoldoende in een brug te slaan tussen de Europese burgers en Brussel. Vooral het Voortgezet Onderwijs zou over de volle breedte veel meer basiskennis en inzicht moeten bijbrengen, zodat iedereen de complexe ontwikkelingen wat beter kan begrijpen.

Bas is ook verbaasd over de geringe weerstand binnen GroenLinks tegen Eurobonds, die in het ontwerpverkiezingsprogramma Euro-obligaties worden genoemd (p. 28, M5). Nederland moet dan weliswaar een hogere rente betalen, maar voor de Zuidelijke lidstaten wordt het wat minder moeilijk om de staatsfinanciën op orde te brengen. Daarna zal het particulier kapitaal niet meer uit het land verdwijnen. Dan is er weer investeringskapitaal beschikbaar en kan er werkgelegenheid worden geschapen. Daarbij denken beide Europarlementariërs aan de voorstellen uit de Green New Deal. Voor Griekenland zou dan specialisatie op zonne-energie een mogelijkheid zijn. Dan is het Europese netwerk voor elektriciteit nodig, zodat Griekenland elektriciteit kan exporteren. Aanleg en onderhoud gaan veel werkgelegenheid brengen. Of dat genoeg is, betwijfel ik. Het toerisme moet gerevitaliseerd worden. Griekenland zou gezien de perifere ligging een “footloose industry” moeten vinden van weinig omvangrijke producten, die tegen lage transportkosten overal kunnen worden afgezet. Een “Nokia” voor Griekenland.

Maar vroeg ik Bas, hoe zit het dan met het bezwaar van de Jager tegen Eurobonds?  Het is goed mogelijk, dat de Jager overdrijft. De lidstaten hebben hun lesje geleerd. Maar die Euro-obligaties zijn alleen mogelijk als er een krachtig Europees bestuur is, dus met een politieke unie. En je kunt een grens stellen aan de mogelijkheid van Euro-obligaties uitgeven. Als je met je staatsschuld boven de 60% van het BNP komt, dan mag je geen Euro-obligaties meer uitgeven. Zo wordt een stimulans geschapen om de staatsschuld laag te houden.

Nederland heeft een groot belang bij herstel van de economie in heel Europa. Dat betekent veel handel en dus veel transport. Daar zijn wij specialist in. Als exportland profiteren wij steeds weer van een economische opleving. Dan moeten we daar ook iets voor over hebben.

Uit de Eems en de Dollard is alle leven vrijwel verdwenen door de vervuiling. Ten dienste van de scheepvaart wordt de vaargeul voortdurend uitgebaggerd. Buiten de vaargeul verlanden geulen en komen de kwelders steeds hoger te liggen. De capaciteit van de vloedkom wordt steeds minder en dus neemt het getijverschil toe. Bij Papenburg is het drie meter meer geworden. De combinatie van natuurlijke processen en menselijk ingrijpen (baggeren en vervuiling) werkt erg nadelig. Er worden tot 22 maatregelen voorgesteld, maar er is te weinig geld. Kunnen Den Haag en Berlijn bijspringen? Kan Brussel iets? Bas geeft aan, dat hulp vanuit de EU pas in een gevorderd stadium mogelijk is.

Al met al een leerzame bijeenkomst. Twee uur heen en twee uur terugreizen bleken de moeite waard. Wanneer worden we in Limburg, Brabant of Zeeuws-Vlaanderen uitgenodigd?

Jaargang 5, Nr. 220.

Op weg naar de verkiezingen 2

vrijdag, juni 15th, 2012

WILLEN WIJ GEWETENLOZE AMBTENAREN?

Laat ik een ding voorop stellen: Ik ben voor de mogelijkheid, dat mensen van hetzelfde geslacht een huwelijk sluiten. Ik vind het geweldig als mensen, die elkaar liefhebben elkaar eeuwige trouw beloven, dat zij voor elkaar willen zorgen, er voor elkaar willen zijn in goede en in slechte tijden. Ik heb er geen moeite mee, dat ze hun gevoelens voor elkaar ook metterdaad tot uitdrukking brengen. En ik ben blij voor alle homo’s en lesbiennes, dat in enkele tientallen jaren het denken  over hun geaardheid in Nederland zo sterk is veranderd en de meeste Nederlanders zeer tolerant zijn geworden waar het homoliefde betreft.

Dit alles neemt niet weg, dat er daarnaast ook nog veel homohaat bestaat en niet alleen bij Islamitische landgenoten. Er is nog steeds anti-homogeweld en het lijkt zelfs weer toe te nemen. Ik ben het ook volstrekt niet eens met de 44 zogenaamde weigerambtenaren. En tegelijk respecteer ik hun mening, namelijk dat het gedrag van homo’s en lesbiennes in strijd zou zijn met goddelijke wetten. Maar ik ben het daarin niet met hen eens. Ik begrijp daarom ook heel goed, dat zij als ambtenaar van de burgerlijke stand weigeren aan de registratie van zo’n huwelijk mee te werken. N.B. Een ambtenaar sluit niet een huwelijk of voltrekt het niet. Dat doen de twee die huwen. Een ambtenaar dwingen op straffe van ontslag vind ik het verkeerde middel om een goede doelstelling te bereiken  Hij wordt gedwongen te kiezen tussen zijn geweten en zijn baan. Ik zie dat als gewetensdwang en die wijs ik af. Waarom? Deze dwang heeft als impliciete boodschap, dat de ambtenaar maar minder belang aan zijn geweten moet hechten. Als je naar je werk gaat, dan laat je je geweten maar thuis. En dat terwijl iedereen weet, dat je in je werk van alles kunt tegenkomen: diefstal, bedrog, belangenverstrengeling, omkoping, gemis aan integriteit, leugens tegenover de gemeenteraad, corruptie. Hadden die klokkenluiders hun geweten maar thuis moeten laten?

Een tweede risico is, dat je door dit gebrek aan tolerantie tegenover een overheidsdienaar de deur open zet voor allerlei andere vormen van intolerantie. Er zijn heel wat gedragingen en overtuigingen van medeburgers, waaraan wij ons flink kunnen ergeren. Dat is al eeuwen zo. We hebben geleerd om daar tolerant tegenover te staan, want zonder die tolerantie is het samenleven in ons vaderlandje niet goed mogelijk. De laatste jaren zie je die tolerantie minder worden. Voor minderheidsgroepen wordt het leven in Nederland er niet prettiger op. Dat merkt de Nederlander met een zwarte huid of met een Marokkaans uiterlijk. GroenLinks lijkt mij een partij, die pal staat voor tolerantie. Als liberale partij gunnen we iedereen zijn overtuiging.

Voor ambtenaren is er nog een andere reden. We mogen nooit uitsluiten, dat er wetten komen, waarmee velen het in geweten hardgrondig oneens zijn. Dan zou een overheidsdienaar een beroep moeten kunnen doen op gewetensbezwaren. Als GroenLinks nu die gewetensbezwaren van weigerambtenaren niet wil erkennen, dan hebben wij straks geen poot om op te staan als wij een beroep willen doen op gewetensbezwaren.

Nog zo’n beladen onderwerp, dat in het ontwerp programma aan de orde komt is abortus. Nu is het zo, dat abortus strafbaar is, maar als een arts een abortus uitvoert en zich daarbij aan strikte regels houdt, dan is hij niet strafbaar. Het lijkt mij voor de betreffende vrouw en voor de arts geen prettig idee, dat de boodschap is, dat zij weliswaar een strafbaar feit plegen, maar dat zij daarbij niet strafbaar zijn. Moeten we het dan omdraaien? Abortus is pas strafbaar als een arts zich niet aan de voorwaarden houdt. En dan volgt er ook nog het zinnetje, dat abortus uit het Wetboek van strafrecht moet. De bewijslast wordt nu bij justitie gelegd. Aantonen, dat een arts zich niet aan de voorwaarden heeft gehouden lijkt mij niet gemakkelijk en het vraagt de nodige opsporingscapaciteit. Maar het voornaamste bezwaar is de boodschap, dat abortus mag. Mag het oude wijf met de breinaald aan de gang? Het lijkt mij niet verstandig de wet te veranderen. Je moet altijd uitgaan van mogelijke kwade bedoelingen. Dat geldt trouwens ook bij euthanasie en hulp bij zelfdoding. Liberaal betekent niet, dat alles maar moet kunnen.

Jaargang 5, Nr. 219.

Op weg naar de verkiezingen 1

vrijdag, juni 8th, 2012

TERUG NAAR DE AARDAPPELETERS?

Laat ik beginnen met Jolande Sap geluk te wensen met haar uitstekende resultaat. Je krijgt gelukkig de kans om verder te groeien als boegbeeld van GroenLinks. En Tofik? Je wist toch nog redelijk wat stemmen te vergaren. Hoor je op de tweede plaats? Helaas mag ik er niet over mee stemmen, maar plaats 6 lijkt mij uitstekend. Je komt er dan alleen in als de kiezers GroenLinks meer dan vijf zetels toebedelen of als ze jou bij voorkeur kiezen. Laat de kiezers het maar zeggen.

Ergens in het nieuwe concept programma kwam ik als punt tegen, dat vlees onder het hoge BTW tarief zou moeten vallen. Nu wordt er wel wat gedaan om de laagste inkomens wat op te krikken, maar de uitkomst zou kunnen zijn, dat voortaan vaak vlees eten alleen nog is weggelegd voor de meer welvarende landgenoten. Vlees eten was lange tijd een teken van welstand. Dat was niet voor iedereen weggelegd en zeker niet voor armoedzaaiers. Natuurlijk ken ik alle argumenten over het lot van slachtdieren, het gezond zijn van vegetarisch eten en de milieubelasting door veehouderij, maar biedt mensen de mogelijkheid een eigen keus te maken en dwing ze niet via het prijsmechanisme. Dan spreekt de passage over het goed isoleren van sociale huurwoningen mij meer aan. Dan dalen de energiekosten voor mensen met lage inkomens, al zal het mogelijk tot een iets hogere huur leiden.

Het is één verband tussen groen en sociaal. Het hanteren van het prijsmechanisme via groenbelastingheffing is op zich een goed middel tegen milieuonvriendelijk gedrag, maar zorg er dan altijd voor, dat er voor de lagere inkomens alternatieven zijn. Veel interessanter is, dat vergroening van de economie veel banen schept. GroenLinks biedt Nederland met de Green New Deal een krachtige banenmotor en daarvan zullen ook de lagere inkomens profiteren. Je hoeft niet veel scholing te hebben om grote zaken met piepschuim korrels leeg te schudden in een kruipruimte en zo de vloer te isoleren. Ik ben al erg benieuwd naar de jaarafrekening van ons gasverbruik. Wij GroenLinksleden moeten nog veel meer aan de hand van eenvoudige voorbeelden dat vaak wat abstracte programma concreter en zo begrijpelijker maken.

Zo is het voor veel mensen onbegrijpelijk, dat de pensioenleeftijd omhoog gaat, terwijl ze toch hun hele werkzame leven pensioenpremie en AOW-premie hebben afgedragen. Terecht wordt er op gewezen, dat al dat sparen voor het pensioen niet voldoende is, als we onverwacht gemiddeld veel langer leven. Maar de AOW-uitkering wordt opgebracht door de mensen, die nu werken en ten dele ook dor alle belastingbetalers. Alle AOW-premies zijn al lang niet meer voldoende om de uitkeringen te bekostigen. Mensen met een goed pensioen dragen zo al jaren bij aan hun eigen AOW. Voor de jongere gepensioneerden is dat ook heel terecht. De babyboomers hebben zelf relatief weinig kinderen gekregen, 1,5 tot 1,7 per vrouw. Er zijn dus nu veel minder jonge werkende mensen, die opdraaien voor de kosten van de AOW en voor de kosten van de zorg van steeds meer ouderen. Het werkt ook door op de woningmarkt. Er zijn nu veel minder starters op de woningmarkt dan tien jaar geleden. Wil je gepensioneerden duidelijk maken waarom de pensioenleeftijd omhoog moet en waarom mensen met een goed pensioen mee moeten betalen, dan moet je het verband met het voortplantingsgedrag van hun generatie wel duidelijk maken. Het positieve daarin is, dat de bevolkingsgroei enorm is afgenomen en uiteindelijk tot bevolkingsafname zal leiden. Bevolkingsgroei heeft een lange remweg.

Jaargang 5, Nr. 218.

De toekomst van GroenLinks

vrijdag, juni 1st, 2012

EEN OPEN DEBATPARTIJ?

Als er weer eens hevige meningsverschillen zijn, dan hoor je steeds weer, dat GroenLinks als ideaal heeft een open debatpartij te zijn. Het klinkt dan wat vergoelijkend. Maar zulke meningsverschillen kunnen naar buiten veel onduidelijkheid scheppen. Wat wil de partij nu eigenlijk? Dus toch maar wat minder openheid? Het voordeel zou zijn, dat we als partij minder kwetsbaar lijken. Met al die open discussies verschaf je eventuele tegenstanders de nodige munitie. Kijk naar de PVV. Een partij, waar ogenschijnlijk nooit gediscussieerd wordt. Wilders’ wil is wet. Maar dat geeft niet meer duidelijkheid, want daar is ook Wilders’ willekeur. Elke keer wil hij weer wat anders. Chaos! Laten we eens wat orde scheppen.

Is interne en eventueel ook externe discussie wenselijk? Discussie is de moeder van de vooruitgang. Zonder discussie komt er geen verandering, tenzij een autoritaire leider daartoe besluit. Kijk naar de Rooms-katholieke Kerk in de wereld en zeker ook in Nederland. Men snakt naar vernieuwing, maar de verandering is een terugkeer naar honderd jaar geleden. Dat zie je niet alleen daar, maar ook in onze vaderlandse politiek. Terwijl er toch een dringende noodzaak is om onze levensstijl te vergroenen en tegelijk ervoor te zorgen, dat het sterk internationaal vervlochten economisch systeem aan strakkere regels gebonden wordt. Dat kan alleen door een krachtig bovennationaal gezag worden afgedwongen. Ik vermoed, dat de historici over één á twee eeuwen deze tijd zullen kenschetsen als een draaipunt in de geschiedenis. Dat maakt het leven in deze tijd erg boeiend en ook met al dat brainstormen over hoe we nu verder moeten erg vermoeiend. Bij al die discussies moeten we ons niet opsluiten in onze eigen partij. Met andere Europese groene partijen trachten we een groene economie vorm te geven en daarbij de welvaart ook nog eerlijk te verdelen, zowel internationaal als binnen ons eigen land. We zouden ook veel meer met andere partijen de discussie aan moeten gaan. Jongeren van allerlei partijen zijn er voortdurend mee bezig. Door de nood gedwongen en uiteraard met alle kenmerken van de haast, waarmee het moest gebeuren kon er toch maar een vijf-partijen-akkoord tot stand komen. Die vijf partijen verschillen enorm, maar het inzicht van de noodzaak maakte de geesten rijp.

Wil het debat goed verlopen dan zijn drie waarden cruciaal. In GroenLinks hebben vier kleine linkse partijen elkaar gevonden met elk hun eigen tradities. Daarnaast zijn er veel nieuwe vaak jonge leden, die nooit iets met die moederpartijen gehad hebben. Onze jongste leden waren nog niet geboren toen GroenLinks ontstond. Vooral bij de PSP, maar ook bij de PPR en bij de EVP waren pacifistische opvattingen sterk vertegenwoordigd. Iedereen wist, dat een oorlog nooit leidt tot oplossing van een conflict. Dat komt daarna pas, als het tenminste komt. Het atoompacifisme is sterk verbreid. Maar over vredesbevordering of het afdwingen van vrede verschillen in de partij de opvattingen sterk. Kijk naar de kwestie Kunduz en eerder het optreden in Uruzgan. Een flink deel van de partij is voor geweldloos optreden door vredesteams. Een goed debat vraagt dan respect voor ieders opvatting. Dat is best moeilijk, want bij deze onderwerpen zijn de opvattingen vaak ook  emotioneel geladen.

Ik vind, dat een GroenLinkslid ook loyaal hoort te staan tegenover het bestuur en de fractie. Loyaliteit houdt in, dat als na veel discussie er een besluit is gevallen, dat men bereid is dat besluit ook tegenover anderen wil verdedigen of tenminste wil uitleggen, zelfs als men het niet eens was met het besluit. Dat is heel moeilijk. Loyaliteit houdt ook in, dat men bereid is het bestuur of een fractie te behoeden voor fouten. Als ik hoor hoeveel mailtjes onze volksvertegenwoordigers dagelijks ontvangen, zijn er heel wat partijleden in dit opzicht actief. Een ander woord voor loyaal is trouw. Het gaat om trouw aan de mensen, waarmee je samenwerkt, de mensen in jouw afdeling, in je bestuur of in je fractie. En trouw aan de afspraken, die je samen maakt.

Een oude vaderlandse deugd komt steeds meer op de tocht te staan. Dat is de tolerantie. Dat is iets anders dan permissiviteit, alles maar goed vinden ook als het slecht is voor anderen of voor de persoon zelf. Als opvoeder behoor je eisen te stellen en daar duidelijk over te zijn. Bij tolerantie gaat het om verschillen in opvatting bij verschillende deelculturen binnen ons land. GroenLinks noemt zich een liberale partij. Dat zou moeten betekenen, dat men mensen zo vrij mogelijk laat in hun opvattingen zolang zij anderen niet benadelen. We hebben dus ingestemd met het homohuwelijk, met gemakkelijker scheiden in een huwelijk, met abortus. Zestig jaar geleden was dat in Nederland nog ondenkbaar. De secularisatie heeft ervoor gezorgd, dat dit mogelijk werd en velen, die dit voor zich zelf afwijzen zijn zo tolerant, dat zij er geen bezwaar in zien het wettelijk mogelijk te maken. Waar we voor moeten oppassen, dat de tolerantie naar mensen en gemeenschappen met erg traditionele opvattingen verdwijnt. Denk aan de houding tegenover het luiden van kerkklokken of het sluiten van zwembaden op zondag of zondagse winkelsluiting, niet om sociale redenen maar vanwege religieuze opvattingen en natuurlijk de weigerambtenaren en de op religie gebaseerde slachtvoorschriften. Soms lijken de o zo liberale seculiere medeburgers even dogmatisch en intolerant als de meest obscure religieuze genootschapjes. Tsja, het blijft moeilijk, dat samenleven in een multicultureel Nederlandje.

Jaargang 5, Nr.217.