Author Archive

Een Paaswonder?

zondag, april 12th, 2020

IS ER LEVEN NA DE DOOD?

 

We leven in een vreemde tijd van tegenstellingen. Het is lente. Overal bloeit het leven weer op. Bomen krijgen weer blad. Fruitbomen staan in bloei. De bollenvelden tonen tal van kleuren. Vogels bouwen hun nesten en leggen eieren. We eten Paaseieren, symbool van het nieuwe leven. En toch verkeren we allemaal in vrees voor de dood door het Coronavirus. We horen dagelijks het aantal aan Covid-19 overleden Nederlanders, het aantal IC-patiënten en het aantal ziekenhuisopnamen en dezelfde cijfers van andere landen. We mijden het lichamelijk contact zelfs met kinderen en kleinkinderen, want wij ouderen vrezen die enge ziekte. Leven en dood horen nu bij elkaar.

Het is eigenlijk de boodschap van Pasen. We maakten de Goede Week, ook bekend als de Stille Week mee achter het scherm van onze TV of onze computer. Het hosanna van Palmzondag, De Eucharistieviering op Witte Donderdag ter herdenking van het Paasmaal van Jezus en zijn vrienden. De dood van Jezus van Nazareth aan het kruis op Goede Vrijdag en de opstanding uit de dood met Pasen. Er is leven na de dood, de Dood aan het Kruis. Maar we maakten de plechtigheden mee op afstand via het scherm van de computer of de TV. Nu al weken achtereen mijden we lichamelijk contact met familie en vrienden. Hoe lang gaat dit duren? Hoeveel slachtoffers gaat dit virus eisen? Het lijkt wel oorlog. Wat is de zin van dit alles?

Nood leert bidden. Dat zegt het spreekwoord en ik hoop maar, dat mensen het bidden niet verleerd zijn. Stiekem hoop ik op een wonder. Misschien is het een wondertje, dat velen tot bezinning komen na tijden van hoogmoed en onverschilligheid. Wij mensen dachten de natuur te beheersen. We meenden niets te hoeven vrezen en toen plotseling een totaal nieuwe ziekte. Het stemt ons nederig.

Dan op de vooravond van Pasen is er plotseling een teken van hoop. Er is nog niets zeker, maar de artsen zijn hoopvol. Ik probeer het zo goed mogelijk na te vertellen naar wat ik hoorde bij Op1. Het was de artsen al opgevallen, dat mensen met een longaandoening als astma of bronchitis niet extra vatbaar zijn voor het Coronavirus. Het is eigenlijk geen longziekte. Als de ziekte ernstig wordt gaan de longblaasjes stuk en komt er vocht in de longen. De mensen krijgen het benauwd. Pas daarna kan er een longontsteking ontstaan. De ziekte zit in het bloed, was de conclusie. Toen realiseerde een arts van het Radboud UMC in Nijmegen zich, dat er een zeldzame ziekte bestaat, waarbij ook de longblaasjes stuk gaan. De volgende stap was aan de apothekers te vragen, welke medicijnen daartegen gebruikt worden. Twee medicijnen zijn genoemd. Het eerste werd eerst aan vijf Covid-19-patiënten toegediend en met een goed resultaat. Daarna aan twintig Corona-patiënten en ook aan zieken in andere academische ziekenhuizen. Er is nog niets zeker, maar misschien is er toch een werkzaam geneesmiddel ontdekt. Het tweede medicijn wordt nu ook uitgeprobeerd. Er is nog niets zeker, maar de artsen in Nijmegen en nu ook in Utrecht zijn hoopvol.

Het zou prachtig zijn. De ontwikkeling van een goed werkend vaccin duurt nog minstens een jaar. Het moet immers ook uitgebreid getest worden en daarna in massaproductie gebracht worden. Voorlopig zijn alle voorzorgsmaatregelen nog vreselijk noodzakelijk. Zelfs als we deze ziekte weten te overwinnen, dan nog moeten we ons realiseren, dat na Covid-19 er ook een totaal ander virus kan opduiken, ook zo besmettelijk en ook zo dodelijk. We moeten ons heel wat bescheidener opstellen en massaal een leefwijze ontwikkelen, die past bij het aardse ecosysteem. Als deze crisis ons allemaal maar deze les leert.

13e Jaargang, Nr. 610.

De EU als transferunie

zondag, april 5th, 2020

WELKE HERVORMINGEN ZIJN NOODZAKELIJK?

De carnavalsvereniging van ons buurdorp Werkhoven heet “De Vergeten Hoek”. De naam herinnert aan de eerste jaren na de samenvoeging van Bunnik, Odijk en Werkhoven tot één gemeente Bunnik. Werkhoven voelde zich verwaarloosd. In Bunnik en Odijk kwamen allerlei voorzieningen. Werkhoven stond met lege handen en noemde zich “De Vergeten Hoek”. De fusiegemeente bestemde te weinig geld voor Werkhoven. Inmiddels is het ruimschoots recht getrokken. Als er nu nog te weinig voorzieningen zijn, dan ligt dat aan de Werkhovenaren zelf. Ze willen niet te hard groeien om zo het eigen karakter te behouden. Zo halen voorzieningen hun drempelwaarde niet. We zien ze vaak boodschappen doen in Odijk. De eigen dorpssuper biedt te weinig keus. Door gemis aan klandizie blijft die klein en biedt te weinig keuze.

Wat we in Werkhoven en onze gemeente Bunnik in het klein zien, speelt zich ook af op landelijk niveau. De Randstad krijgt alles en de grensprovincies worden verwaarloosd. Ze moeten heel lang wachten op de in hun ogen broodnodige autosnelweg. De verplaatsing van de marinierskazerne naar Vlissingen gaat niet door. Ze hebben veel meer werkloosheid en er wordt te weinig geïnvesteerd. Toch vindt er heel wat money-transfer, geldoverdracht plaats. Het grote geld wordt verdiend in de Randstad en de provincies Noord-Brabant en Gelderland. De krimpgebieden krijgen steun om de voorzieningen op peil te houden. Toch verliezen dorpen hun basisschool. Minder agrarische bedrijven hebben minder kinderen en minder personeel met kinderen dan vroeger. Een systeem van schoolbussen zou een oplossing kunnen zijn. Dan moet er wel geld uit Den Haag komen. Den Haag beslist.

Hoe zou het zijn als elke provincie net als vroeger geheel zelfstandig was? De welvaartsverschillen binnen Nederland zouden veel groter zijn. De Randstad, Noord-Brabant en een groot deel van Gelderland zouden veel welvarender zijn dan de rest. Maar één provincie zou alle anderen in rijkdom overtroffen hebben. Als Groningen de aardgasopbrengsten in eigen zak had gehouden, waren bijvoorbeeld veel autosnelwegen niet aangelegd. Onvoorstelbaar? Ja, want de diepere delfstoffen zijn eigendom van de staat, zegt de Mijnbouwwet. Het Groningse gas is van ons allemaal. Niemand in Nederland verzet zich tegen deze situatie. Het hoort zo. We zijn solidair met alle Nederlanders.

Hoe anders is de toestand in de Europese Unie. Bij velen heerst de mening, dat de Nederlandse welvaart het gevolg is van onze slimme manier van werken en onze enorme inzet. De armoede elders is hun eigen schuld. Al heel lang wijs ik op het feit, dat grote delen van de EU werkgelegenheid en dus welvaart hebben verloren juist door het opgaan in een grote gemeenschappelijke markt. Bedrijven waren veilig binnen hun eigen nationale markt. Nu werden ze plotseling blootgesteld aan de concurrentie van bedrijven elders in Europa. Die konden goedkoper produceren door ligging bij een haven voor de aanvoer van grondstoffen of door de aanwezigheid van delfstoffen of goedkope energie. Ze werkten met moderne methoden en hadden veel beter geschoold personeel en steun van de wetenschap. Er was een grote koopkrachtige markt voor hun producten. Gebieden met gunstige productievoorwaarden gingen er door de gemeenschappelijke markt op vooruit, maar helaas gingen andere gebieden er op achteruit. Ze moesten andere welvaartsbronnen gaan aanboren. Zo zie je in Twente de textielindustrie grotendeels verdwijnen terwijl vooral technologische bedrijven zich volop ontwikkelen. In de EU krijgen die achterblijvende gebieden al lange tijd steun, maar lang niet altijd helpt dat. De welvaartsverschillen blijven, net als binnen Nederland.

De regionale steunmaatregelen binnen Nederland zijn duidelijk begrensd. Daar beslissen we over op nationaal niveau. Je kunt erover twisten of het eerlijk genoeg is. Dat hangt ook af van je politieke opvattingen. De wijze van besluitvorming in de EU is nog niet echt democratisch. Het gekozen Europees Parlement heeft maar beperkte macht. De echte beslissingen worden genomen door de Raad van Ministers van Financiën of door de Europese Raad van regeringsleiders. Wat Nederland vreest is, dat het zijn bevoegdheid verliest om nee te zeggen, een veto uit te spreken. Als er besluiten bij normale meerderheid kunnen worden genomen, dan kan Nederland en kunnen ook andere welvarende lidstaten gedwongen worden door een meerderheid van economisch zwakke lidstaten om onbeperkte steun te verlenen. Dat betekent, dat er eerst grondige veranderingen in de EU moeten komen. Niet de lidstaten moeten beslissen, maar een gekozen parlement. Dat moet daarbij duidelijke grenzen stellen aan de geldoverdracht en tegelijk ook hoge eisen stellen aan de ontvangende lidstaten om allerlei economische hervormingen door te voeren, die bijvoorbeeld Nederland al lang tot stand heeft gebracht. Dat betekent een ontwikkeling naar een federale unie met wetgeving, die overal in de unie geldt. Oei, de superstaat komt eraan. De bescherming van onze financiën vraagt erom.  Ook de nood ten gevolge van de coronacrisis vraagt erom. Het is juist het economische zwaartepunt van Italië dat nu getroffen is en juist omdat het een economisch zwaartepunt is, want daar komen zakenlieden uit de hele wereld en dus ook uit China en toeristen uit de hele wereld, dus ook uit China. De besmette zakenlieden en toeristen brengen het virus naar hun thuislanden. Dat Noord-Brabant zo veel coronapatiënten kreeg lag vooral aan Noord-Italiaanse connecties. Zo leidt een mondiale economie naar een mondiale coronacrisis. Het bestrijden van zulke enorme crises vergt een sterk verbonden Europa.

13e Jaargang, Nr. 609.

 

Betaalnummer OV-92-92

zondag, maart 29th, 2020

ZIJN ER NOG STEEDS EXTREEM HOGE REKENINGEN?

 

Ik maak nog wel eens gebruik van telefonische betaalnummers. De in rekening gebrachte kosten zijn vrijwel nooit opvallend hoog. Daarom dacht ik, dat het in rekening brengen van de wachttijd voordat je een medewerker aan de lijn krijgt al lang verboden was. Onlangs werd ik hardhandig uit de droom geholpen. Een gesprekje van ten hoogste twee minuten maar met een lange wachttijd, totaal 9 minuten en  2 seconden, kostte me Euro 8,13. Een paar dagen later het informatienummer van de politie gedurende zeven minuten en dertig seconden slechts 31 cent. De mogelijkheid om de wachttijd in rekening te brengen nodigt uit tot onaanvaardbaar gedrag.

Waar was ik mee bezig? Ik wilde weten welke buslijn loopt langs de begraafplaats Sint Barbara in Utrecht. Meerdere routeplanners gaven me geen antwoord. In arre moede belde ik op 1 maart 2020 om 19.22 uur met het van de reclame bekende OV-92-92. Dat heb ik geweten. Het begon met de hoopvolle mededeling, dat er geen wachtenden voor mij waren. Dan denk je, dat je vlug geholpen gaat worden. De mededeling werd vaak herhaald en afgewisseld met de tekst, dat er druk gebeld werd, maar dat alle medewerkers in gesprek waren. We doen ons best om u binnen vijf minuten te helpen. Dat er enige tegenspraak zit tussen de twee mededelingen viel me wel op, maar ja, als ik boos de hoorn op de haak zou gooien had ik helemaal geen antwoord. Eindelijk meldde zich een medewerkster. Het kostte enige moeite om haar duidelijk te maken, dat we eerst met buslijn 41 naar Utrecht zouden gaan en vandaar naar de begraafplaats. Welke buslijn moest ik hebben. Het antwoord kwam toen snel. Buslijn 8 en die stopt aan hetzelfde perron. Ze vergat te zeggen in welke richting we de bus moesten hebben. Benauwd vroeg ik of de lange wachttijd ook in rekening zou worden gebracht. Er kwam een onthullend antwoord: “Ik wist helemaal niet, dat u al zo lang wachtte.” Het leek er op, dat OV-92-92 de mensen eerst lang laat wachten en dan pas doorverbindt met een medewerker. Daarbij wordt je tevoren verteld, dat per minuut 90 cent in rekening wordt gebracht.

Mijn vraag aan de lezer: Hebt u ook zulke nare ervaringen met betaalnummers? Reageer naar mij of naar het Klachtenplatform van de Consumentenbond. Zoek daar mijn klacht op en geef uw reactie. Je hoeft geen lid van de Consumentenbond te zijn. Het kan best zo zijn, dat die ene medewerkster even een kopje koffie was gaan klaar maken of naar het toilet moest. Ik heb bij toeval pech gehad. Als meer mensen dezelfde ervaring hebben, dan is er structureel iets mis bij OV-92-92. Dan moeten er maatregelen worden genomen.

Er is leven na de strijd tegen het Coronavirus. Nu rijdt bijna niemand met het openbaar vervoer en OV-92-92 zal niet veel gebeld worden. Maar er komt weer een tijd, dat iedereen tegen Corona is gevaccineerd en het leven weer normaal wordt. Dan moet het in rekening brengen van de wachttijd bij betaalnummers voorgoed verboden worden. Als er bij OV-92-92 echt iets mis is, wat zou het dan mooi zijn als er iemand werkt, die zijn of haar geweten laat spreken en als klokkenluider gaat optreden. De samenleving zou ermee gebaat zijn.

13e Jaargang, Nr. 608.

Het Corona-virus 2

zondag, maart 22nd, 2020

75 JAAR GELEDEN WAREN WE ONS LEVEN OOK NIET ZEKER

 

Als ik de berichten uit China moet geloven herstelt zich daar het normale leven langzaam maar zeker. Weliswaar is er de vrees voor een nieuwe uitbraak, maar na twee maanden is er toch weer hoop. Dat is een tijd, die te overzien is. De maatregelen waren in China wel veel strenger dan tot nu toe hier. De provincie Hubei en met name de steden als Wuhan waar het virus erg hard toesloeg, werden geheel afgesloten en de mensen moesten weken lang binnen blijven. Zo bleef het aantal overledenen nog beperkt voor een land met zoveel inwoners. Het beleid in Nederland is niet zo streng en veel mensen zijn nog te onvoorzichtig, maar het is de vraag of een lock down werkelijk noodzakelijk is.

Intussen leven mijn vrouw en ik voor een groot deel binnenshuis. Als ouderen vormen we immers een risicogroep. Een dochter of een kleindochter doen voor ons de boodschappen. We lopen wel naar de brievenbus of naar de kerk om een kaarsje op te steken. We maken ook wel een flinke wandeling en ik ben van plan om komende week in de tuin te gaan werken. Maar we vermijden contact met andere mensen. We houden ons aan de anderhalve meter onderlinge afstand. Helaas merken we, dat sommige ouderen het niet echt begrepen hebben. Ze gaan toch winkelen en houden geen afstand. Ontgaat die enorme hoeveelheid Corona-nieuws hen? Snappen ze er niets van? Zijn ze te eigenwijs? Geloven ze niet in het risico, dat ze lopen. Of verlangen ze misschien naar de dood? Dan moeten ze wel beseffen, dat sterven aan een longontsteking met een enorme benauwdheid niet bepaald het ideaal van een zalige dood is. Het is onze plicht zulke mensen een duidelijke waarschuwing te geven. Voorzichtigheid is een burgerplicht. Het moet niet nodig zijn, dat de regering een verbod gaat invoeren, dat ook strikt gehandhaafd wordt zoals in China.

De herdenking van 75 jaar bevrijding is door de Corona pandemie sterk naar de achtergrond verdwenen. Het was toen eind maart 1945 erg mooi weer met hoge temperaturen. Een herinnering aan een warme wandeling over een grintweg, puffend van de warmte, zit vast in mijn geheugen. We wisten, dat de bevrijding naderde. Maar zover was het nog niet. Je was je leven niet zeker. Soms hoorde je ’s nachts de V1-vliegende bommen over komen. Als de vliegtuigmotor wat haperde, was je bang, dat de bom op jouw huis zou vallen. Je wist, dat het al gebeurd was. Als evacuees woonden we in een schooltje dichtbij de spoorlijn Apeldoorn-Zutphen. Spoorlijnen waren een geliefd doelwit van de geallieerde jachtvliegers. Zo kon het gebeuren, dat 200 meter van ons vandaan twee bommen insloegen, waarschijnlijk bedoeld voor het huis van de overwegwachter, waar landwachters in zaten. Toen de bevrijding midden april 1945 eindelijk kwam, zaten we met drie gezinnen in de kelder van het huis van de bovenmeester. Vlak bij sloegen de granaten in. Je hoorde de kogels fluiten. Tijdens een gevechtspauze keken we voorzichtig uit een raam en zagen branden in Apeldoorn. Er waren zwaar gewonden bij ons binnen gebracht. We hoorden buiten lopen en we dachten, dat het een Duitser was. Mijn moeder en een andere Arnhemse mevrouw gingen naar de voordeur en vroegen in het Duits om hulp. Langzaam ging de deur verder open. De soldaat zei: “I am a Canadian”. We waren bevrijd. Enkel weken later kwam er voor heel Europa een eind aan de oorlog. We hoefden niet meer bang te zijn voor de dood. Zo komt er straks ook de bevrijding van het Corona-virus. We moeten het nog even uitzingen en daarbij zo min mogelijk risico lopen. Houdt moed.

Zoals er na de Tweede Wereldoorlog een jarenlange periode van wederopbouw volgde, zo komt er straks een periode, waar de bedrijven weer volop kunnen gaan produceren. Ik hoop wel, dat met name vervuilende bedrijven dan geleerd hebben, dat je met de natuur voorzichtig moet omgaan.

13e jaargang, Nr. 607. 

Veiligheid

zaterdag, maart 14th, 2020

WAT TE DOEN ALS DE POLITIEK FAALT?

 

De eerste en meest fundamentele opdracht van een staat is de zorg voor de veiligheid van de burgers. Zelfs bij een primitieve horde van jagers en verzamelaars in hun eerste stadium van de ontwikkeling van hun cultuur zie je, dat zij de grenzen van hun jachtgebied bewaken en andere groepen er niet toelaten. De natuur staat slechts een beperkt aantal bewoners toe. De evolutie laat een ontwikkeling zien van wapens en maatregelen om de veiligheid te waarborgen. We zien een primitieve knots, een speer, een pijl en boog, een slinger, een blijde en een stormram. Van een eenvoudige ring van doornstruiken gaat het naar een palissade, een muur, een gracht met een wal en betonnen bunkers. In mijn omgeving vinden we de overblijfselen van forten en wachttorens van de limes, de grens van het Romeinse rijk. Er zijn de wallen en grachten van de stad Utrecht en er zijn de forten van de Nieuwe Hollandse Waterlinie.

Behalve de militaire veiligheid hebben we in Nederland ook een bijzondere vorm van organisatie tegen overstromingen, de waterschappen. In een waterschap werkten de bewoners van een gebied samen om de dijken sterk genoeg te houden. Bestuurders worden gekozen. Door goede bestuurders te kiezen kunnen wij onze eigen veiligheid waarborgen. We houden ons aan de wetten en betalen de belastingen die  nodig zijn om te zorgen voor onze veiligheid.

Wat kun je of moet je doen als je na gedegen onderzoek merkt, dat de politiek er niet in zal slagen onze veiligheid te waarborgen? Je kunt er op hopen, dat dergelijke slechte bestuurders bij de eerstvolgende verkiezingen niet meer gekozen worden. Dat blijkt maar al te vaak een valse hoop. De veiligheidsvraagstukken zijn zo ingewikkeld, dat veel mensen er weinig van begrijpen. Ze laten zich door politici van alles wijs maken. Bedrijven betalen aan zogenaamde deskundigen veel geld om ze te laten beweren, dat het gevaar er niet is. Politici roepen dat het allemaal veel te veel geld kost. Tot het te laat is. Het jaar 1672 staat bekend als het Rampjaar. We werden aangevallen door Engeland, Frankrijk , Keulen en Münster. We hadden wel gezorgd voor een sterke vloot, maar de verdediging te land was verwaarloosd. Het land was reddeloos, de regering radeloos en het volk redeloos. Het gepeupel vermoordde Raadpensionaris Johan de Witt en zijn broer Cornelis.

Een ander voorbeeld is de Deltaramp van 1953. Die nacht van 31 januari op 1 februari stond er een noordwester storm van Schotland tot het Zuiden van de Noordzee. Over grote afstand werd het water opgestuwd. Die opstuwing werd nog versterkt door de trechtervorm van het zuidelijk deel van de Noordzee. Tegelijk was het Springvloed, een extra hoge vloed. Het water sloeg over de dijken. Op veel plaatsen braken de dijken. Het land overstroomde en meer dan 1800 mensen verdronken. De ingenieurs van Rijkswaterstaat wisten, dat de dijken te laag waren. Het had nog erger kunnen zijn geweest, want het hoogtepunt van de storm en van het hoogwater vielen niet precies samen. Men heeft bewust een risico gelopen en het liep helemaal verkeerd af. Met de Deltawerken hopen we een dergelijke ramp voor de toekomst te voorkomen.

We weten nu al, dat de dijken in de toekomst toch weer verhoogd moeten worden. De zeespiegel stijgt door het warmer worden van het klimaat. Die temperatuurstijging wordt nu al gemeten. Die is niet overal even sterk. Bij de polen gaat het sneller. Het smelten van het landijs van Groenland en het Zuidpoolgebied zorgt ervoor, dat het zeewater steeds hoger komt te staan. Daar merken we niet zo veel van, want het gaat langzaam. Daarom is het moeilijk om er in te geloven. Gewetenloze  of erg domme politici maken de mensen wijs, dat het allemaal wel mee zal vallen.

Hoe werkt dat eigenlijk? Iedereen weet, dat het in een broeikas erg warm wordt als de zon erop schijnt. De straling van de zon gaat wel door het glas, maar de warmtestraling gaat niet door het glas naar buiten. Zo werkt de luchtlaag rond de aarde ook en dat is maar goed ook. Anders zou het erg koud worden als de warmte niet wordt vastgehouden. Bepaalde gassen in de atmosfeer werken als het glas van de broeikas. Ze zorgen ervoor dat de lucht de warmte vast houdt. Zo’n gas is de koolstofdioxide. Het is het gas, dat in priklimonade zit. Het gehalte aan koolstofdioxide is sinds de negentiende eeuw sterk toegenomen door het verbranden van steenkool, aardolie en aardgas. Het broeikaseffect is enorm versterkt. De atmosfeer houdt steeds beter warmte vast.

Uitrekenen hoe snel dat gaat en hoe snel we af moeten van het verbranden van steenkool, aardolie en aardgas is knap ingewikkeld. De wetenschappers van Urgenda sloegen met hun computers aan het rekenen en ontdekten, dat onze overheid te langzaam is. We zullen te laat zijn. De temperatuur zal te lang blijven stijgen. Er zal te veel ijs smelten en de zeespiegelstijging zal veel te veel worden. Ons lage landje zal daar veel last van krijgen. Maar net als voor 1953 blijven de politici rustig dit vreselijke risico lopen. De meeste mensen hebben dat niet echt door. Ze blijven op die mensen stemmen.

Wettelijk, namelijk door het Verdrag van Parijs is voorgeschreven, dat de temperatuurstijging op tijd moet worden beperkt. De overheid houdt zich niet aan die wet. Ze werkt te langzaam. Dus stapten de wetenschappers naar de rechter. Die gaf hun gelijk. Volgens het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens (EVRM) heeft de overheid de taak de veiligheid van de bevolking te waarborgen. Zelfs de Hoge Raad was het daarmee eens. Is de rechter nu op de stoel van de politici gaan zitten? De rechter heeft de politici de opdracht gegeven hun werk beter te doen en zich aan de wet te houden. Dat is de taak van een rechter. Maar sommige politici leren het nooit. Ze leren de lessen van de geschiedenis niet.

Sommigen willen graag onder de rechterlijke uitspraak uit. Ze beweren, dat de regel uit het Mensenrechtenverdrag geldt in individuele gevallen. Zou de regel dan niet gelden voor al die individuele gevallen samen? Dat heet spijkers op laag water zoeken.

13e Jaargang, Nr. 606.

 

Parkeerproblemen in Odijk

zondag, maart 8th, 2020

IN ODIJK VINDEN PATIËNTEN GEEN PARKEERPLEK BIJ DE DOKTER

 

Onze lokale progressieve partij Perspectief 21 kent meerdere werkgroepen. Over de werkgroep verkeer merkte ik op, dat deze ook aandacht zou moeten besteden aan parkeerproblemen in onze gemeente. Op minstens twee plaatsen wordt geparkeerd, terwijl men vandaar verder gaat, of per trein of per vouwfiets. De kern Bunnik ligt dichtbij het Science Park Utrecht, tot voor kort bekend als het Universiteitscentrum De Uithof. Daar zijn te weinig parkeerplekken en de aanwezige parkeerplaatsen zijn duur. Dus parkeren automobilisten hun auto in de woonstraten van Bunnik en gaan per fiets naar hun werk. In de nabije toekomst gaat dat alleen maar erger worden, want door de vestiging van wetenschappelijke instituten en bedrijven op het Science Park neemt de werkgelegenheid daar met vijftienduizend arbeidsplaatsen toe. Er is al een enorm woningtekort in Utrecht en omgeving. De huizenprijzen zijn er schrikwekkend hoog. Het woonwerkverkeer over grotere afstanden gaat fors toenemen en daarmee de parkeerproblemen en naar ik vrees ook de files. Krijg die mensen maar eens in de trein en van Utrecht CS naar het Science Park. Al jaren terug waren er mensen, die in Bunnik uitstapten. Ze haalden hun fiets uit een kluis en fietsten 2 tot 3KM naar de Uithof. De smoes is altijd, dat reizen per OV zoveel langer duurt. Voor mij was reizen per bus en tram nooit verloren tijd. Ik las mijn krant en corrigeerde soms proefwerken of bereidde mijn lessen voor. Ook nu zie ik in de trein heel veel mensen met hun laptop of studieboek bezig. Maar ja, heel veel mensen ontlenen hun status niet aan hun eigen persoontje, maar aan hun auto. Zwak.

Dat zie je ook in mijn eigen woondorp Odijk. In het voormalige Kodakgebouw is een dienst van de Nationale Politie gevestigd met duizend zeer gespecialiseerde medewerkers. Dagelijks komen die duizend mensen uit het hele land naar hun werk en ze mogen allemaal met de auto komen. Denk maar niet, dat je dat recht kunt beperken. Politieman word je omdat je gegrepen bent door films met spannende achtervolgingen. Autogebruik is vanzelfsprekend voor het overgrote deel van de medewerkers in Odijk. Het toch al grote parkeerterrein biedt te weinig ruimte. Het intranet van de dienst geeft aan waar buiten het eigen terrein geparkeerd kan worden en waar dat verboden is. Op loopafstand ligt een groot parkeerterrein voor het gezondheidscentrum, het dorpshuis, de scholen en de woningen boven de scholen. Ondanks het verbod voor politiemedewerkers daar te parkeren, doen ze dat toch. Slecht ter been zijnde patiënten vinden er dan geen parkeerplek.

De leiding van de Nationale Politie wil de automobiliteit best beperken en met name voor medewerkers met een vaste werkplek. Politiemensen met wisselende diensten kunnen moeilijk zonder auto. Soms is er een noodoproep. Vaak is er avond- of nachtdienst. De schaalvergroting zorgt voor een grotere woon-werkafstand. Als je van Leeuwarden of Middelburg of Heerlen dagelijks naar Odijk moet pendelen en ook nog geestelijk inspannend werk moet doen is reizen per auto eigenlijk niet zo verstandig. Vlakbij het kantoor zijn van twee buslijnen haltes. Er is een pendelbus van NS-station Driebergen-Zeist naar het kantoor, vijf minuten rijden. De leiding van de Nationale Politie heeft de autokilometervergoeding flink beperkt en de vergoeding per Openbaar Vervoer verruimd. Toch blijft men per auto komen. Soms vraag ik mij af of juist politiemensen tot het uiterst conservatieve deel van de bevolking behoren. Zeer gezagsgetrouw en weinig gericht op verandering vanuit een kritische levenshouding. Toch moeten ze werken met de modernste technieken. Dat doet de misdaad immers ook. Het lijkt mij een interessant thema voor een onderzoek van een of meerdere psychologen bij onze Nationale Politie.

13e jaargang, Nr. 605.

 

Het Corona-virus

zondag, maart 1st, 2020

JE ZULT MAAR TOT DE RISICOGROEP BEHOREN

De vaste bezoekers van mijn weblog weten het wel. Ik hoor niet meer bij de jongeren. Geboren in 1934 hoop ik dit jaar 86 te worden. Ik heb enigszins last van suiker. Ik ben in 2014 aan mijn hart geopereerd, maar mijn cardioloog was de laatste keer tevreden. En ik mis een stuk tong, waar in 2018 een gezwel is weg genomen. Ik behoor echt tot de risicogroep. Anderzijds heb ik nooit echt griep gehad, zoals ik dat van anderen hoor met hoge koorts en overal pijn in de spieren en wat al niet meer. Nu ben ik flink verkouden. Ik hoop maar, dat het snel over is. Dat zal de paus ook wel denken, want hij is ook zo verkouden, dat hij zijn jaarlijkse retraite heeft afgezegd. Zo lang er geen goed werkend vaccin is, zijn we nog niet van het Corona-virus af.

Bij het Tv-programma Op1 was er een discussie over de pensioenen. De reserves van de pensioenfondsen zijn enorm. Maar ondanks de ook nog door overheden nagestreefde inflatie zijn onze pensioenen a; jaren niet meer aangepast. Onze koopkracht is dus flink gedaald. In de discussie werd verteld, dat er jaarlijks 32 miljard Euro aan pensioen uitgekeerd wordt. Dat is maar een klein deel van de enorme reserves. De coronacrisis is ook een economische crisis. Die enorme reserves zijn door de waardedaling van aandelen met 50 miljard Euro afgenomen: ruim anderhalf jaar aan pensioenuitkeringen. Dat doet zo’n nietig virusje. Het is met een gewone microscoop geeneens  te zien. De Chinese economie verkeert in enorme moeilijkheden en de hele wereld ondervindt de gevolgen. Het zou de moderne mens nederig moeten stemmen.

De Westerse mens waant zich oppermachtig. Voor alle problemen weten we de oplossing. Wetenschappers, medici  en politici roepen, dat Nederland goed is voorbereid. Wat helpt dat als bijvoorbeeld de helft van het medisch personeel in een stad besmet blijkt? Ik wil bepaald geen paniek zaaien. Maar het is net als met de opwarming van het klimaat en de daardoor veroorzaakte zeespiegelstijging; Het kan ook erg tegenvallen. Hoogmoed past ons nu niet.

Jaargang 13, Nr. 604.

Politiek betrokken

zondag, februari 23rd, 2020

EN DE BREUK BIJ DE P21 FRACTIE

 

Ik vertelde een goede vriend over de breuk in de fractie van de progressieve lokale partij Perspectief 21, kortweg P21 in de gemeente Bunnik. Kennelijk merkte hij mijn engagement. Verwonderd vroeg hij of ik nog steeds zo belangstellend voor de politiek was. Ik legde uit hoe ik dat van thuis had mee gekregen en dat ik van jongs af aan belangstelling had voor de politiek, net als mijn vader. Het paste ook bij de emancipatiestrijd van de Rooms-Katholieken in Nederland benoorden de grote rivieren. Tijdens mijn studie voor de Middelbare Akte Aardrijkskunde zorgde ik ook voor vergroting van mijn politieke kennis. Bij elk land wordt aandacht geschonken aan het politieke systeem, want dat is in belangrijke mate verantwoordelijk voor de geografische structuur van een land. Zelfs bij culturele antropologie koos ik voor mijn scriptie de vergelijking van politieke systemen in Afrika. Al jong was ik lid van een politieke partij en van de Europese Beweging in Nederland. Dat weerklonk uiteraard allemaal in mijn lessen. Ik kwam er eerlijk voor uit, dat ik lid was van de PPR en later van GroenLinks en legde de leerlingen uit, dat ze dus goed moesten opletten, want hoe objectief je ook probeert te zijn, je eigen mening klinkt altijd door. In mijn lessen was ik altijd kritisch, want als je niet kritisch bent, is jouw boodschap, dat het beschreven beeld prima is. Dat is pas indoctrinatie.

Uiteraard besef ik terdege, dat ik een uitzondering ben. Niet iedereen zal zo betrokken bij de politiek zijn. Toch is het verontrustend, dat er tegenwoordig veel minder mensen dan vijftig jaar terug zijn aangesloten bij een politieke partij. Er is geen stemplicht meer, maar de opkomst bij verkiezingen verschilt per wijk en per gemeente sterk. Waardoor is die soms zo laag? Als je ernaar vraagt is het antwoord vaak, dat men er geen verstand van heeft en dat men er geen tijd voor heeft om zich erin te verdiepen. Dat kan best zo zijn, maar het lijkt mij ook een kwestie van prioriteiten stellen. Wat vind je belangrijk?

Elke gemeente, provincie en elk land moet bestuurd worden. De Gemeenteraad is de baas in een gemeente, Provinciale Staten is dat in de Provinsie en de Tweede en Eerste Kamer zijn dat in Nederland. Helaas geldt dat democratisch principe (nog) niet voor de Europese Unie. Daar zijn de Raden van Ministers de baas en het gekozen Europees Parlement mag bij steeds meer onderwerpen mee beslissen.

Eigenlijk hoort iedereen zich medeverantwoordelijk te voelen voor de gang van zaken in bijvoorbeeld een gemeente. Zo kan het gebeuren, dat je ervoor kiest mee te willen besturen. Meestal word je dan lid van een politieke partij. Als je echt op de kieslijst wilt, moet je je goed voorbereiden op het raadslid zijn. Daarvoor bestaan cursussen. Je moet er nu al mee beginnen voor de verkiezingen van 2022. Het ligt niet allemaal zo simpel. Een van die ingewikkelde dingen is bijvoorbeeld het “duale stelsel”. Vroeger waren de wethouders lid van de Raad. Nu staan ze er los van en het College van Burgemeester en Wethouders heeft een eigen programma. De inhoud hangt af van de samenstellende partijen. Die partijen steunen hun eigen wethouder  en meestal de voorstellen van het College. Soms is dat moeilijk, want zo’n voorstel is dan een moeizaam bereikt compromis. We hebben in ons land veel partijen en dus veel verschillen. Dus er zijn vaak compromissen nodig, die een meerderheid in de Raad zullen krijgen. Daar moet je dan toch achter staan al ben je het er niet voor 100% mee eens. We beseffen nu, dat die gebrekkige voorbereiding een van de oorzaken was van het moeizaam functioneren van de fractie. Er moet nu al begonnen worden met het zoeken van nieuwe raadsleden. Die hebben dan genoeg tijd voor voorbereiding op het raadswerk.

Intussen is er de breuk, maar de fractie heeft met alle fracties overleg, ook met de afgescheiden drie leden, die het P21-programma blijven steunen. Aan beide zijden is men vriendelijk. Maar aan een lijmpoging gaan we ons nu niet wagen. We vragen de drie evenmin of ze weer lid willen worden. We zouden er wel blij mee zijn. Vroegere fractie-voorzitters getuigen, dat die verschillen in geduld met het te lage werktempo van het gemeentelijk apparaat er altijd is. Daar moet een fractie mee leren omgaan. Zo moeten wij leden ook enig geduld betrachten met de fractie. Het bestuur moet intussen wel maatregelen nemen, zoals mogelijke kandidaten benaderen en ze helpen bij hun voorbereiding.

Als ik dat allemaal zo opschrijf, denk ik bij me zelf: Wat is die politiek toch een boeiend bedrijf, vaak best wel lastig, maar o zo interessant. Allemaal mensenwerk.

Jaargang 13, Nr. 603.


Is wereldvrede mogelijk?

dinsdag, februari 18th, 2020

ANTWOORD  AAN SCEPTICI

 

Ik maak deel uit van een gespreksgroep, waarbij we op een avond aandacht schenken aan een Bijbeltekst. Het is meestal zeer inspirerend en leerzaam. Dit seizoen hebben we zelf teksten voorgesteld. Een lid van onze groep werd vaker getroffen door oorlogsverhalen in het Oude Testament. Dat is eigenlijk de Joodse Bijbel. Je krijgt al lezende de indruk, dat het Joodse volk steeds weer van alle kanten belaagd werd en tegelijk zelf ook vreselijk te keer ging. In het verhaal van Jesaja (34; 1-17) krijgt een verwant volk, de Edomieten er vreselijk van langs.

Soms denk ik wel eens na over de gevolgen van een kernoorlog: Hele steden weggevaagd, miljoenen doden, uitgestrekte natuurgebieden volledig verwoest. De enorme explosies veroorzaken zoveel stof in de atmosfeer, dat het zonlicht de aarde niet meer kan verwarmen. We krijgen een jarenlange ijstijd. Mensen, die het er levend van hebben afgebracht sterven alsnog de hongerdood of overlijden door stralingsziekte. Toch heeft onze regering al vele jaren als officieel beleid, dat wij Nederlanders bereid zijn als eersten kernwapens te gebruiken. Dat er dan ook zeker burgerslachtoffers zullen vallen is strijdig met het humanitair oorlogsrecht. Onze regering heeft als beleid, dat we bereid zijn oorlogsmisdaden  te begaan. Dat heb ik allemaal maar niet in ons gesprek naar voren gebracht. Het ging veel meer om de vraag, waarom er zoveel van dergelijke nare verhalen in het Oude Testament voorkomen

Soms wordt de oorlog beschreven als een straf van God/Jahweh voor de zonden van het Joodse volk. Het verhaal kun je dan begrijpen als een waarschuwing niet opnieuw in zonden te vervallen. In andere verhalen loopt het uiteindelijk goed af voor het Joodse volk. Ondanks alle verschrikkingen is het verhaal als een teken te beschouwen, dat God/Jahweh bereid is het Joodse volk te redden. Jahweh wil zijn volk beschermen. We willen zo’n uitleg dan wel aannemen, maar erg blij leken we er niet mee.

Ook tijdens dit gesprek kwam naar voren, dat sommige mensen niet echt in blijvende vrede geloven. Je moet als verstandige regering altijd voorbereid zijn op een mogelijke aanval. Zorg dus voor een goede defensie. Trap vooral niet in de linkse verhalen. Waarschuw steeds tegen bezuinigingen op defensie. Oorlog zal er altijd zijn. Ik kan niet goed tegen zo’n sceptische houding. Dus reageerde ik.

Dat ging zo. Ik wil jullie wel vertellen wat ik tegen mijn leerlingen zei als dit zo ter sprake kwam in mijn aardrijkskundelessen. Als jullie en ik vierhonderd jaar geleden hier geleefd hadden was ik een vijand van jullie geweest. Ik kom uit Gelderland. In die tijd trok de Gelderse legerleider Maarten van Rossum plunderend, rovend en brandschattend door het Sticht, de huidige provincie Utrecht. De tijden zijn veranderd. Kun je je nu nog voorstellen, dat de Aartsbisschop van Utrecht en de Hertog van Gelre met elkaar oorlog voeren? Gegrinnik was het antwoord. Ik ging verder. We zijn nu bezig met de herdenking van vijfenzeventig jaar bevrijding. Zo lang is er al geen oorlog meer uitgebroken tussen het Oostrijk, Duitsland en het Westrijk Frankrijk. Daar heeft Europa eeuwenlang onder geleden. Honderden oorlogskerkhoven getuigen ervan.

Na de Tweede Wereldoorlog groeide de overtuiging, dat we aan al die Europese oorlogen een einde moesten maken. De Franse Minister van Buitenlandse Zaken, Robert Schumann, kwam met een plan om alle kolenmijnen, hoogovens en staalfabrieken en schroot en ijzererts in Frankrijk, Duitsland, Italië, België, Nederland en Luxemburg onder het gemeenschappelijk gezag van de Hoge Autoriteit van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS) te stellen. Als een regering niets meer te zeggen had over de staalindustrie is het moeilijk om te bewapenen en een oorlog te beginnen. Later gingen we ook op andere economische zaken samenwerken en uiteindelijk leidde dit tot de huidige Europese Unie. De onderlinge verbondenheid wordt steeds sterker en een oorlog wordt steeds meer ondenkbaar. In de EU draait het vooral om economische samenwerking. We kunnen die Europese Eenwording ook zien als een vredesproject.

De echte beweegredenen van de Brexiteers zijn allesbehalve duidelijk. Mijn vermoeden is al lang, dat het vooral gaat om onbeperkte macht voor multinationale ondernemingen. Bij de eerste signalen van een Brexit werd al gewaarschuwd voor het volgen van het slechte voorbeeld. Voorlopig toont de EU naar het VK vooral een sterke eenheid. Iedereen in Europa kan nu zien dat uittreden een heilloze weg is. Toch zijn er overal weer van die idioten, die niet inzien, dat hun nationalisme alleen maar tot nieuwe ellende kan zorgen. Voor mij is het onbegrijpelijk dat zoveel mensen op Euro-sceptische partijen stemmen. Ziet men de mogelijke gevolgen van een verdeeld Europa niet? Kent men de geschiedenis van Europa tijdens de laatste twee eeuwen niet? Weet men niets van vernietigingskampen? Weet men niets van platgebombardeerde steden? Is men nog nooit op 4 mei bij een Dodenherdenking geweest? Laat men zich net als veel Britten van alles wijsmaken over de macht van Brussel? Vindt men het allemaal veel te ingewikkeld om over na te denken? Wat een enorme verantwoordelijkheid ligt er bij onze opinieleiders en politieke voormannen.

Jaargang 12, Nr. 602.

Hoogwater in de rivieren

zondag, februari 9th, 2020

DE SPIJKSE OVERLAAT IN WERKING

De Gelderse Poort is een prachtig natuurgebied, waar de Rijn Nederland binnenkomt. Tussen het Reichswald en het Rijk van Nijmegen in het Zuiden en de Elterberg met Montferland en Hettenheuvel in het Noorden ligt een brede riviervlakte. Het Pieterpad loopt er doorheen. Het daalt af van de Elterberg en via de Neutrale weg loopt het door Spijk naar de Rijndijk. Die volgt het pad tot het voetveer naar Millingen. De Rijn is tot Millingen grensrivier. Het Zuiden is nog Duits. De grens loopt van Spijk tot Millingen aan de Rijn midden door de rivier. Pas bij Millingen wordt de Rijn volledig Nederlands. En toch leren verouderde aardrijkskundeboekjes nog dat de Rijn bij Lobith in ons land komt. Vroeger was dat zo, maar de situatie is daar ingrijpend veranderd. Neem de Grote Bosatlas met de kaart van Midden Nederland erbij of nog liever een topografische kaart.

Vroeger lag de splitsing van Rijn en Waal bij het huidige Tolkamer. De Rijn stroomde tussen Spijk en Lobith door naar het Noordoosten en boog naar het Westen om bij Angeren in de huidige loop uit te komen. De Waal stroomde naar het Noordwesten westelijk langs Lobith en boog naar het Zuidwesten in de richting van Millingen aan de Waal. Dit gebied heet nu de Bijland. Die bocht was erg hinderlijk voor de sleepvaart naar en van Duitsland en dus werd de bocht hier recht getrokken door het graven van het Bijlands Kanaal tussen Tolkamer en Millingen. De Rijn stroomde nog steeds langs Lobith, Herwen en Aerdt in de Betuwe en Babberich, Oud Zevenaar en Ooy bij Zevenaar op de Noordelijke oever. Voor een kortere vaarweg en een snellere afvoer van het rivierwater werd het Pannerdens Kanaal gegraven en de Rijn tussen Tolkamer en Spijk afgesloten. Die afsluitdijk had een kruinhoogte van 15 meter boven NAP. Dat lage stuk dijk was de Spijkse overlaat. Bij hoogwater stroomde een deel van het Rijnwater door de Oude Rijn verder richting Arnhem. Bij de discussies over “meer ruimte voor de rivier” wordt herstel van die Spijkse overlaat als een mogelijkheid gezien.

De Rijn stroomt nu langs Spijk, Tolkamer, het watersportgebied de Bijland en langs Millingen verder. Daarom heet het dorp nu Millingen aan de Rijn. De splitsing van Rijn en Waal ligt nu bij Pannerden en werd door Fort Pannerden bewaakt. Vroeger werd de steenkool voor de stoomspinnerijen  en -weverijen van Twente via Maas, Maas-Waalkanaal, Waal, Pannerdens Kanaal, IJssel en Twentekanaal vervoerd. Veel wandelaars van het Pieterpad zullen zich nauwelijks bewust zijn van de geschiedenis van dit gebied.

Van 1 juni 1954 tot en met 31 augustus 1956 werkte ik in Spijk (spreek uit Spiek) en maakte in 1956 een waterstand van 16 meter boven NAP mee. De Spijkse overlaat trad in werking. Spijk raakte geïsoleerd. De toeristenboot van Arnhem naar de Westerbouwing bij Oosterbeek kwam naar Tolkamer. Wij werden vanaf de Rijndijk bij Spijk opgehaald en naar Tolkamer gebracht. Daar wachtte de bus van de Lobithse Autobusdienst. De dijken bij Spijk en verderop langs Rijn en Waal zijn verhoogd en verzwaard en de Spijkse overlaat is opgehoogd tot dezelfde kruinhoogte als de rest van de dijk. Op veel plaatsen heeft de rivier meer ruimte gekregen. De Rijn-IJssel bij Westervoort heeft een nevengeul gekregen evenals de Waal bij Lent tegenover Nijmegen. Zo werken we aan de bescherming van ons land tegen overstromingen. Vroeger ontstonden die vaak bij kruinend ijs in de rivieren. Daarvoor hoeven we niet bang meer te zijn. Hoe het moet met een sterk stijgende zeespiegel in de toekomst? Tsja, dat maak ik niet meer mee.

Jaargang 12, Nr. 601.