Author Archive

Het dorre hout

zondag, augustus 30th, 2020

HET DIENT TOT NIETS

 

Vergelijkingen gaan nog wel eens mank. Dor hout bevat nog heel wat energie. Warme bakkers draaiden vroeger geheel op het dorre hout in takkenbossen. In de discussies rond het enorme beroep, dat de Coronapandemie deed op de medische zorg ging men de vraag stellen of de normale medische zorg niet te veel verwaarloosd werd. Waarom die enorme inspanningen om de levens van ouderen met een wankele gezondheid te redden ten koste van jonge energieke mensen, die te laat aan de behandeling van kanker zijn begonnen?

De Coronapandemie heeft de gehele wereld verrast? Weliswaar waren we door specialisten gewaarschuwd voor een pandemie vergelijkbaar met de Spaanse griep van 1918-1919, maar dit Coronavirus heeft eigenschappen waarop we niet of nauwelijks waren voorbereid. Echt voorbereid zijn is ook nauwelijks mogelijk. Je kunt zorgen voor grote voorraden beschermende kleding, mondkapjes, IC-bedden, maar hoe je zorgt voor een enorme reserve aan medisch personeel is een vraagstuk waar nog weinig over wordt nagedacht en waar zeker geen oplossing in het verschiet ligt. De keus tussen zorg voor de Coronapatiënten en de al bestaande zieken werd gemaakt, maar we moeten ons geen tweede keer laten verrassen. De gewone zorg moet zo goed mogelijk kunnen doorgaan.

Naar mijn mening is een keus om kansloze Coronapatiënten op te geven en intussen hun lijden zo goed mogelijk te verlichten ethisch niet te verdedigen. Neem mij niet kwalijk, maar ik moest denken aan Nazipraktijken. De in hun ogen minderwaardige “rassen” als Joden, zigeuners en homo’s werden door hen uitgeroeid. Onze ouderen zijn niet minderwaardig.

Het bleek al heel moeilijk om te bepalen of iemand kansloos was. Naarmate de kennis over het virus en mogelijke geneesmiddelen toenam, namen ook de kansen van zieken toe. Als er echt goed werkende geneesmiddelen komen is het helemaal uitgesloten patiënten vroegtijdig op te geven. Bovendien wordt de verblijfsduur op de IC en in de ziekenhuizen dan veel korter. Is er eenmaal een goed werkend vaccin, dan zijn we wat betreft dit virus in grote mate gered. Maar er kunnen andere even gevaarlijke virussen de wereld gaan teisteren. Dan moeten we goed voorbereid zijn. Dan moet er ook een algemeen aanvaard antwoord zijn geformuleerd over de vraag hoe om te gaan met de term kansloos en hoe om te gaan met kansloze patiënten.

Er zijn heel wat samenlevingen in de wereld, waar juist de ouderen een belangrijke leidinggevende rol spelen en waar juist de ouderen de belangrijke beslissingen nemen. In de Nederlandse samenleving kiest men meer voor de jonge vers opgeleide mensen. Een algemene klacht onder werkzoekenden was dat je boven de 45 nauwelijks nog kans maakte. Veelal kreeg je geeneens een fatsoenlijk afwijzend antwoord. In politieke partijen zie je het streven de kieslijsten zo veel mogelijk te verjongen. Omgekeerd verlangen velen naar hun pensioen en het genieten van zoveel mogelijk boeiende gezonde jaren. We mogen best eens wat meer nadenken over de maatschappelijke rol van ouderen. Hoe maak je als samenleving gebruik van hun levenservaring in bedrijven, in het vrijwilligerswerk of in families? Met verbazing en bewondering constateer ik hoe sommige grootouders wekelijks honderden kilometers afleggen om op kleinkinderen te passen. Ik zie in allerlei verenigingen, politieke partijen, kerken ouderen van dik in de zeventig en soms nog ouder een belangrijke rol spelen. Ze zijn niet bepaald dor hout, wat net zo goed kan worden weggesnoeid.

Wie mijn weblog al meerdere jaren bezoekt, weet dat ik vaker dan me lief is ziekenhuizen van binnen heb gezien. Het stemt mij dankbaar, dat ik bij de behandelende artsen nooit gemerkt heb, dat ik beschouwd werd als nutteloos dor hout. Onze medische stand is ethisch goed geschoold en laten nooit hun patiënten in de steek.

13e Jaargang, Nr. 630.

Werken in de zorg

zondag, augustus 23rd, 2020

VAN ZUSTERS EN BROEDERS

 

Eigenlijk moeten we zo’n tachtig jaar terug in onze geschiedenis. Het rijke Roomse Leven bloeit nog volop. Kinderen uit de grote gezinnen van soms meer dan tien kinderen kiezen voor een functie in de Roomse Kerk. Jongens worden priester als ze tenminste goed kunnen leren. Anders kiezen ze ervoor frater of broeder te worden. Er zijn meerdere congregaties en ordes. Velen zijn op de missie in vooral Afrika en Azië gericht, maar er werken ook veel fraters in Nederland in het onderwijs en in de medische zorg. Zo was een oom broeder in de wijkzorg in de Utrechtse Rivierenwijk en een andere oom zou in het onderwijs gaan werken, maar overleed jong aan een longontsteking. Meisjes konden alleen zuster of non worden. Nonnen werkten in ziekenhuizen, de wijkzorg, in het onderwijs en ook heel veel in de missie. Een bijzondere vorm van klooster zijn waren de slotzusters. Zij kwamen het klooster niet uit. Hun tijd was grotendeels gewijd aan gebed. Van dit alles is nog maar weinig over. Bejaarde zusters wonen veelal in kloosterbejaardenoorden. Eigenlijk is het wel terecht, want aan hun liefdewerk is niet echt nog behoefte. Waarom toen wel? Het bijzonder onderwijs werd eerst niet gesubsidieerd en de salarissen waren laag. Te laag om een gezin te stichten. Zo was het werken in de zorg ook zo slecht betaald, dat het eigenlijk vooral liefdewerk was van de nonnen en de diaconessen. Door het samenleven in kloosters en met behulp van giften van de vele betrokken katholieken konden nonnen in hun levensonderhoud voorzien. Werken in de zorg en in het onderwijs beschouwden we als een roeping, niet als een manier om rijk te worden. Natuurlijk werkten er mettertijd ook leken in de zorg. De opleiding tot verpleegkundige vond meestal in de ziekenhuizen plaats. Sommige verpleegkundigen hoopten een arts te huwen. Anderen bleven een tijd werken tot er gehuwd kon worden. Als het niet tot een huwelijk kwam, maakten ze carrière in de zorg; Afdelingshoofd, wijkverpleegkundige of gespecialiseerde verpleegkundige. Overigens werd de term verpleegkundige toen nog niet gebruikt. Bestuurders hadden het gemakkelijk. Ze konden altijd over goedkoop personeel in de zorg beschikken. Het lijkt wel of ze nog steeds niet anders gewend zijn.

De tijden zijn veranderd. Van iedereen wordt verwacht, dat hij of zij ook als individu in zijn of haar levensonderhoud kan voorzien. Dat moet ook wel als één op de drie huwelijken mislukt. Getrouwd of niet; elke vrouw werkt, weliswaar vaak in deeltijd, maar met één inkomen lukt het velen niet een gezin te onderhouden. Allerlei huishoudelijke apparaten vergemakkelijken het huishouden, maar die moeten wel worden aangeschaft. Daarom wacht

men een tijd met kinderen, want eerst moeten een tweede auto, koelkasten, vriezers, een luxe badkamer, Tv’s, geluidsapparatuur, telefoons en andere apparaten worden aangeschaft. Er is een enorm tekort aan betaalbare sociale huurwoningen. Dus moet een huis gekocht worden. Dat kan meestal niet met één salaris. Dan moet het werk ook goed betaald worden. Dat is wennen voor de bestuurders. Ze roepen onmiddellijk, dat de zorg zo onbetaalbaar wordt. Die aloude traditie van welvarende CDA-, VVD- en CU bestuurders kan niet langer. Daarvoor hebben ze zelf gezorgd door die heel andere manier van leven. Ook een werkzaam leven in de zorg vergt een fatsoenlijke beloning. De welvarende burgerij moet de portemonnee trekken. Het is niet anders.

13e Jaargang, Nr. 629.

Duurzaamheid

zondag, augustus 16th, 2020

HOE VERANDERT HET LEVEN VAN MIJN KLEINKINDEREN?

 

Ons leven wordt nu vooral bepaald door de Coronacrisis, al zijn er genoeg, die volgens de aloude struisvogelpolitiek de kop in het zand steken en denken, dat ze zich niets van coronaregels hoeven aan te trekken. Maar als er een vaccin is, kunnen we het virus overwinnen en weer normaal verder leven. Daar kun je de nodige vraagtekens bij zetten, want we waren en zijn druk bezig een duurzame levensstijl te ontwikkelen. Dat is geen eenvoudige zaak, want alle aspecten van ons leven worden er door geraakt. Wonen, werken, verkeer, recreatie en de natuur.

Ik was op bezoek in Odijk. Ernaast zijn vier nieuwe woningen gebouwd, die in heel veel opzichten duurzaam zijn. Ze zijn zeer goed geïsoleerd met dikke muren en driedubbel glas. Het regenwater wordt opgevangen om te douchen, kleding te wassen, de vaat te doen, het toilet door te spoelen en eventueel bij droogte te sproeien. Het drinkwater wordt gebruikt om te drinken en het voedsel te bereiden. In België is dat altijd al heel normaal. In de warme zomers wordt het huis gekoeld met water uit de diepte. Het wordt weer terug gepompt en ’s winters gebruikt voor verwarming. De Coronacrisis zorgt voor een duur probleem, want luchtverversing met circulatie en weinig buitenlucht blijkt risico’s met zich mee te brengen. Warmtewisselaars worden vaak toegepast. Uiteraard liggen op het dak zonnepanelen voor de elektriciteit en de geleverde elektriciteit is groen van windmolens op de Noordzee of zonnestroom uit de Sahara. Met alle besparing op energie is het toch op te brengen zo te wonen. Een belangrijke vraag bij dit alles is hoe we ervoor gaan zorgen dat ook de mensen met een minimuminkomen zo kunnen wonen.

Welk werk blijft erover als steeds meer werk wordt geautomatiseerd? Is dat alleen kantoorwerk of ook goederenproductie? Hoe veranderen akkerbouw, veehouderij, fruitteelt, groenteteelt en andere vormen van tuinbouw al of niet in kassen? Onderwijs, wetenschap, innovatie en creatieve beroepen. Met de huidige crisis hebben allerlei aanpassingen plaats gevonden zoals meer thuiswerken. Er is veel werk verloren gegaan en bij andere sectoren zie je een forse groei. Is dat blijvend? Nederland is een handelsland. Grondstoffen en halffabricaten worden hier bewerkt en de eindproducten worden in de gehele EU verkocht. Dat maakte ons land zo welvarend. Blijft dat zo? Sommigen zien een ontwikkeling naar zelfvoorzienende regio’s. Dat betekent minder vervuilend verkeer. Hebben ze in alle Europese regio’s het geschikte personeel? De productie wordt zo kleinschaliger en dus duurder. Is dat slim? Soms kan dat gemakkelijk, maar de bijbehorende innovatie kan alleen goed als er veel klanten zijn. Veel bedrijven en instellingen vergen een nationale schaal. Er is maar één Nederlandse bank. Voor geografen is de toekomstige spreiding van het werken een boeiend studieonderwerp.

Na het werken volgt de vrije tijd. Aan recreatie is met gemak een heel blog te wijden. Recreatie kun je immers op vele manieren onderscheiden. Naar de duur bijvoorbeeld: de middagpauze, de avond, het weekend, een tussenvakantie of een langdurige vakantie in de winter naar de sneeuw of naar de zon en in de zomer naar een veelheid van plaatsen. Daarmee hangt de af te leggen afstand samen en dus de verkeersdrukte op bepaalde routes met alle problemen van dien. Alle vormen van recreatie zorgen ook weer voor werkgelegenheid en beïnvloeden dus de bevolkingsspreiding, Maar je moet eerst nog andere vragen beantwoorden. Neemt de vrije tijd toe of af? Hoe ontwikkelt zich onze welvaart en wat betekent dat voor de besteding van onze vrije tijd? Welke eisen worden straks gesteld aan bus, trein en vliegtuig en wat betekent dat voor de prijs? Twee van mijn zes kleinkinderen reisden in Zuidoost Azië. Ze pakken even gemakkelijk het vliegtuig als de fiets. Of al dat vliegen past bij duurzaamheid is een vraag, waar ik ze niet vaak over hoor. Anderzijds draagt hun toerisme bij aan de economische ontwikkeling van die gebieden.

Toen ik deze week genietend van de ochtendkoelte in de tuin zat, viel me op, dat ik weer meer vliegtuigen hoorde. Duizenden zijn toch weer naar Spanje gevlogen en zitten nu met de problemen van het “oranje” worden van hun vakantiegebied. Soms hoor je de vliegtuigen al voor zessen overkomen. Dat betekent of goederenvervoer of intercontinentaal personenvervoer. Krijgen we een tweede golf? Komen er vaker van dit soort pandemieën?  De vraag waar het nu omdraait is de duurzaamheid. Kiezen we voor regionale zelfvoorziening of voor blijvende groei van de wereldhandel met bijbehorend groeiend zakelijk personenverkeer en groeiend goederenvervoer. Wat een vragen allemaal.

We zouden bijna vergeten, dat het draait om de vraag hoe we onze planeet bewoonbaar houden. Dus schone lucht en schoon water. Voldoende groen om de zuurstofproductie op gang te houden. De soortendiversiteit bij planten en dieren handhaven. Schone stroomenergie in plaats van vervuilende steenkool en olie, waarvan de voorraden niet oneindig zijn. En bij dit alles een eerlijke verdeling van alle welvaartsbronnen. Zo maar wat vragen om samen over na te denken.

13e Jaargang, Nr. 628.

Veiligheid

zondag, augustus 9th, 2020

DDE PRIMAIRE TAAK VAN DE STAAT IS TE ZORGEN VOOR DE VEILIGHEID

 

Zelfs bij de primitieve horde in onze Prehistorie of bij de kleine groepjes bewoners van het Amazonegebied of de binnenlanden van Nieuw-Guinea is zorg voor de veiligheid de eerste en belangrijkste taak van de bevolkingsgroep. Men werkt samen om de eigen groep te beschermen tegen vijandige buurvolken of tegen wilde dieren. Ook voor een moderne staat als Nederland is de zorg voor de veiligheid een hoofdtaak. Dan gaat het niet alleen om militaire veiligheid. We zijn lid van de Navo. We kennen een opgeschorte dienstplicht en er is een leger, een vloot, een luchtmacht een marechaussee voor de grensbewaking en een militaire veiligheidsdienst.

We kennen zelfs een Minister voor Voedselveiligheid. Geholpen door de Voedsel- en Warenautoriteit waakt zij over de veiligheid van ons voedsel. Er mogen geen te grote resten van gewasbeschermingsmiddelen op zitten. Het voedsel mag niet bedorven zijn of ziektekiemen bevatten. Daarom wordt er op voedsel vaak een houdbaarheidsdatum vermeld. Voor allerlei producten zijn er veiligheids- en kwaliteitseisen en er zijn diensten, die toezien op de handhaving van de regels. Mensen reageren vaak paniekerig als ze denken, dat iets gevaar oplevert.

Voor de binnenlandse veiligheid hebben we de politie, die allerlei vormen van criminaliteit bestrijdt. Een belangrijke taak is de verkeersveiligheid en vrijwel iedereen krijgt daar wel eens mee te maken. Ik ben soms verbaasd als ik lees met welke vormen van criminaliteit de politie zich tegenwoordig bemoeit.

Het is ongelooflijk hoeveel mensen tegenwoordig hun brood verdienen met zorgen voor onze veiligheid. Velen werken preventief. Anderen grijpen in als onze veiligheid in gevaar is gekomen. Als dan iedereen zo hoog opgeeft over onze veiligheid zijn twee zaken nogal onbegrijpelijk. De ene zaak is de nonchalance die velen ten toon spreiden. Het zal allemaal wel meevallen. In het donker fietsen zonder goede verlichting. Heel actueel: Je niet houden aan de Coronaregels.

Als dan veiligheid zo ontzettend belangrijk is, is het onbegrijpelijk dat academisch gevormde lieden, die menen zich te moeten verzetten tegen sommige van die regels, bijvoorbeeld een mondkapjesplicht en dan  nota bene de Grondwet erbij halen om aan te tonen, dat zo’n maatregel om onze veiligheid te dienen niet mag. Allerlei grondwetsartikelen zijn min of meer strijdig met elkaar. Het gaat er dan altijd om een afweging te maken. Wat is het meest belangrijk. Het leven redden van vooral ouderen, die gevaar lopen besmet te raken lijkt me toch echt heel belangrijk.

Ik bedacht een kleine historie. Klaas is lid van een voetbalclubje en ze vieren samen met de nodige drank de verjaardag van een lid. Het is reuze gezellig en van de anderhalve meter komt weinig terecht. Piet heeft zich die dag op Corona laten testen, maar hij houdt zijn mond. De volgende dag hoort hij de uitslag: positief. Hij weigert mee te werken aan het bron- en contactonderzoek. Klaas hoort dus niets en gaat een dag later naar zijn moeder om de vuile was te brengen en de schone mee terug te nemen. Hij weet nog niets, maar hij besmet zijn moeder. Die gaat een dag later naar haar moeder, de oma van Klaas. Die wordt ook besmet. Ze wordt vreselijk ziek en ze overleeft het niet. De familie begrijpt hoe het allemaal is gekomen. Zijn hele leven moet Klaas van broers en zussen, ooms en tantes, neven en nichten horen, dat door zijn stommiteit zij hun heel lieve oma aan die vreselijke ziekte zijn kwijtgeraakt. Het lijkt mij om gek van te worden.

13e Jaargang, nr. 627.

Ik mis veel mensen

zondag, augustus 2nd, 2020

HWT WORDT TIJD DAT ER EEN VACCIN KOMT

 

Wil ik het Coronavirus overleven, dan moet ik veel contacten vermijden, want er hoeft in een wat groter gezelschap er maar één te zijn, die vaak zonder het zelf te weten mij besmet en ik overleef het waarschijnlijk niet. Dus de wekelijkse fitnes en de zondagse viering in onze H. Nicolaaskerk en familiefeestjes; ik moet ze allemaal missen. Af en toe mis ik een goed gesprek. Dat is in de loop der jaren minder geworden, want er zijn al heel wat mensen om mij heen weggevallen. Ik merk, dat het moeilijker wordt er mee om te gaan. Jonge mensen zijn bepaald niet de enigen, die behoefte hebben aan gezelschap.

Een enkele vergadering met vijf mensen kan dan wel doorgaan. Ons Diaconaal Beraad kwam toch weer bijeen en we spraken over de mogelijkheid, dat er ook in ons dorp mensen plotseling met veel minder inkomsten zijn komen te zitten. Wij zouden met onze zeer rijke Caritas zeer ernstige nood zeker kunnen lenigen in die gevallen, die niet door de overheid worden geholpen. We vragen de mensen om zulke noodgevallen attent te maken op die rijke Caritas. Veel mensen weten er niets meer van. Je hoeft ook niet katholiek te zijn om geholpen te worden. Niemand meldt zich. Zijn wij zo’n buitengewoon welvarend dorp? Lijden de mensen liever honger dan een beroep te doen op die vreselijke kerk? Maken hulpverleners mensen in nood nog attent op het bestaan van de caritas of vinden ze, dat ze “neutraal” horen te blijven en dus de mensen in nood de hulp moeten onthouden? We weten het niet. We vragen iedereen mensen in de problemen de weg te wijzen naar de caritas. Vooral mensen van hun schroom af te helpen.

We vroegen ons ook af of er mensen zijn, die de zorg ontwijken omdat ze het eigen risico niet kunnen opbrengen. Mensen met een laag inkomen ontvangen dan wel zorgtoeslag, maar als de ziektekostenverzekeraar in een keer met een rekening komt van honderden euro’s vanwege het eigen risico, dan komen de mensen in de problemen. Misschien zijn ze ook niet slim genoeg om het eigen risico te spreiden. We vragen ons af of de huisartsen voldoende attent zijn op zulke zorgmijders. Ook in zulke gevallen is de caritas bereid om bij te springen.

Als in gesprekken het onderwerp “Armoede in Nederland” aan de orde komt, merk je dat er soms uitzonderlijke opvattingen bestaan. Mensen ontkennen, dat er in Nederland echte armoede voorkomt. Als je een beetje op de hoogte bent van het werk van de buurtpastores in de stad Utrecht, dan weet je over de “multiproblem” gezinnen waar zij mee te maken krijgen. Dan is er niet alleen een laag inkomen, maar er zijn ook schulden en mensen zijn langdurig ziek of gehandicapt. Ze hebben ruzie met de buren. Ze weten de weg niet te vinden naar bemiddelaars. Contacten met de overheid verlopen moeizaam. Ze kunnen hun kinderen niet helpen bij hun schoolwerk en nu de kinderen veel thuis moesten doen, ging dat al helemaal mis. Uiteraard is er geen laptop in huis. Kent u het verschijnsel van erfelijke armoede. Generatie op generatie leeft in armoede. Het is vooral de beweging ATD-Vierde Wereld, die ons attent gemaakt heeft op dit verschijnsel. Deze mensen wonen in armoedewijken. Het verzorgingsniveau laat te wensen over. Ouders kunnen hun kinderen niet helpen bij hun schoolwerk en later bij het zoeken naar werk. Ook de kinderen krijgen op zijn hoogst het te lage minimumloon. Die komen ook weer terecht in slechte huizen in achterstandswijken. Zo gaat het maar door. ATD Vierde Wereld helpt die mensen zich te ontwikkelen, voor zich zelf op te komen, beter betaald werk te zoeken en betere huisvesting. Die mensen worden zelfbewuster. Ze leren zelf het woord te doen. Ze gaan voor het eerst van hun leven op vakantie. Ze maken contact met de rijksoverheid, met de Europese Unie en met VN-organisaties als Unicef. Heel wat van die keurige heel lieve mensen weten er niets van. De nood in onze rijke wereld gaat volkomen aan hen voorbij.

Soms wordt het nog erger. Dan komen Amerikaanse opvattingen bij ons aan de oppervlakte. Als mensen arm zijn is dat hun eigen schuld. Hadden ze maar harder moeten werken en beter hun best moeten doen. Dat armoede een maatschappelijk probleem is, veroorzaakt door de maatschappelijke ongelijkheid, dat kan men niet geloven. Dat is allemaal socialistische praat. Een fatsoenlijk mens gelooft daar niet in.

Vanmorgen had ik weer het zondagse telefoongesprek met een goede vriend en deze keer ging het hierover. Als ik de mensen wat wijzer kan maken wordt mijn leven ondanks minder face-to-face-contacten toch nog zinvoller en valt de eenzaamheid toch te verdragen.

13e Jaargang, Nr. 626.

Je eigen land kennen

zondag, juli 26th, 2020

ZORGEN DAT JE KINDEREN HUN OMGEVING KENNEN

 

 Mijn vader ging vaak met ons wandelen. Zo leerde ik de omgeving kennen. Als docent aardrijkskunde verwachtte ik aanvankelijk, dat ook andere ouders er met hun kinderen op uit trokken. Ik zou dan voorbeelden uit de omgeving van Utrecht kunnen gebruiken om mijn leerlingen iets uit te leggen. Dat werd een teleurstelling. Als ik nu in de omgeving wandel of fiets, merk ik, dat er toch ouders zijn, die er wel met hun kinderen op uit trekken.

In deze Coronatijd maken mensen zich erg ongerust. Kunnen we dit jaar wel op vakantie? Die kun je toch niet missen. Dat massale vakantiegenoegen bestond voor 1960 niet. Je ging misschien eens logeren bij je grootouders of een oom en tante. Je ging op kamp met Scouting en heel misschien zelfs naar een Wereldjamboree. Een dagje uit naar een dierentuin. Dat was het. De mensen van vandaag beseffen nauwelijks, dat vakantie iets is van onze toegenomen welvaart. Ook vandaag zijn er nog gezinnen waar vakantie er niet in zit. Daarvoor is het gezinsinkomen te laag. Het is een van de redenen waarom kinderen op school met een achterstand te maken hebben.

Met twee van onze kinderen op peuterleeftijd gingen we voor het eerst echt op vakantie. We huurden een huis op Schouwen in de wijk Nieuw Haamstede. Daar waren we dagelijks op het strand te vinden. In de jaren erna zochten we elke keer weer een mooi plekje ergens in Nederland. Een bungalow op het Kuierpadtien bij Wezeperbrug en Schoonoord. Daar maakten onze kinderen kennis met hunebedden en het museumdorp Orvelte met oude ambachten. Bij Emmen was er het Noorder Dierenpark. De kust bleef lokken en dit keer werd het Groet bij Schoorl. Behalve hoge duinen was er ook de Hondsbossche Zeewering. Het Noord Hollands kanaal kon je over via een drijvende vlotbrug en ja we zagen het standbeeld van J.P. Coen in Hoorn. Een volgende plek was Stramproy waar het bungalowpark bijna tegen de Belgische grens aan ligt. Op korte afstand ligt Hasselt met een openluchtmuseum en dichterbij Bree en net toen wij er waren een Mariaprocessie. Zo waren we net over de grens in Neu Moresnet dichtbij het Drielandenpunt. We waren in 1974 in Winterswijk. We kampeerden met de kinderen bij Cadzand. Zo leerden onze kinderen heel wat delen van ons land kennen en pas later kwam Frankrijk aan de beurt en Noorwegen en de Harz. Vrij jong gingen ze zelfstandig op vakantie en dat bood ons de gelegenheid er met z’n tweetjes op uit te trekken.

Het samen genieten van de mooie stukjes Nederland blijft bij kinderen en kleinkinderen in trek. In mijn blogs deed ik er verslag van. Nu maar hopen, dat er tijdig een vaccin komt, zodat het uitgestelde familieweekend bij Buurse in mei kan doorgaan. Twente ook zo’n mooi stuk van Nederland.

13e Jaargang, Nr. 625.

Vakantie in eigen land

zondag, juli 19th, 2020

DE SCHOONHEID ONTDEKKEN

 

Vanochtend fietste een naast familielid over de Broekweg dichtbij Kasteel Sterkenburg in het Langbroeker Weteringbied. Een vrouw fietste haar tegemoet en die riep spontaan: “Wat is het hier mooi!”. Veel Nederlanders hebben allerlei uithoeken van de wereld bezocht, maar hun eigen land kennen ze nauwelijks. Nu ze noodgedwongen in eigen land op vakantie gaan, ontdekken ze pas hoe mooi ons land is, vooral als je wat verder van die autosnelwegen weg bent. Soms hebben negatieve gebeurtenissen positieve gevolgen.

Het is mooi, dat die dame gevoel toonde voor de schoonheid van het landschap en dat laag gelegen natte gebied tussen de Utrechtse Heuvelrug en de oeverwal van de Kromme Rijn is ook een echt parklandschap met langs die wetering een aantal kastelen met rondom parkbossen. Sommige bossen zijn er als een sieraad voor het landgoed en andere hebben een economische functie zoals de essengrienden. Dat wordt dan afgewisseld door boomgaarden en grasland en af en toe een mooi uitzicht op de Utrechtse Heuvelrug. De Langbroeker Wetering mondt bij mijn woonplaats Odijk uit in de Kromme Rijn. Af en toe bedenk ik weer wat een voorrecht het is om hier te wonen. Toch staat de provincie Utrecht niet bekend als een typisch toeristengebied. Misschien gelukkig maar. Al te grote drukte is ook niet leuk.

Dit alles bedacht ik weer, toen ik de gloednieuwe Geologische Fietsexcursie Utrechtse Heuvelrug en Kromme Rijngebied in handen kreeg. Die is uitgegeven door de Geologische Dienst bij haar honderdjarig bestaan. Na ruim 53 jaar ken ik het hele gebied heel goed en toch was er af en toe iets, dat ik nog niet wist. De route begint bij NS-station Driebergen-Zeist, waar fietsen te huur zijn. De lengte is 43 KM. Het eerste deel gaat door het rivierengebied, gevormd tijdens de laatste 11.650 jaar. Die periode noemen we het Holoceen. We maken eerst kennis met de Zeister Rijn. Waar nu in Zeist de Oude Kerk staat bij de Dorpsstraat stroomde eens een grote bocht van de Rijn. Tussen Zeist en Bunnik ligt de Tiendweg en in die weg is ergens een laagte. Daar gaat die weg door een ouder rivierbedding. Dat heb je hier vaker. Bijvoorbeeld als je van Odijk naar Houten gaat sta je bij de gemeentegrens in een oude Rijnbedding. We maken verderop kennis met de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de twee reusachtige waterlinieforten bij Rhijnauwen en Vechten. We leren hoe een rivier in de buitenbocht steeds verder opschuift, waardoor een kronkelwaard ontstaat. Ik woon op zo’n kronkelwaard en op een ouder Rijnloop. Het rivierzand zit niet diep. We leren hoe in de laatste ijstijd, het Weichselien genaamd door de wind het licht golvende dekzand werd afgezet. Dichterbij de Heuvelrug ligt het dekzand ondiep, vooral als er net een dekzandrug onder zit. Dat geeft een stevige ondergrond. Daarop is de donjon van kasteel Sterkenburg gebouwd met zijn drie meter dikke muren. Nog dichter bij de Heuvelrug liggen die dekzandruggen duidelijk zichtbaar aan de oppervlakte.

Als je zo door het Kromme Rijnlandschap fietst is het niet moeilijk om te zien of je op een iets hoger gelegen stroomrug of oeverwal bent of in een lager gelegen kom. In de kom zie je sloten, vooral grasland, lintdorpen en kaarsrechte wegen. Op de stroomruggen zijn geen sloten, maar hagen of prikkeldraad tussen de percelen, licht kronkelende wegen, akkers en boomgaarden en dan de wat hoger gelegen dorpen. Hier fietsen is extra bijzonder in de bloesemtijd en later in de kersentijd. Op veel plekken zijn dan de vers geplukte kersen in de boomgaard te koop. Overigens zijn er steeds minder hoogstamboomgaarden. Plukken is dan gevaarlijk en duur.

Nog twee opmerkingen over de Heuvelrug. Die Broekweg vanaf de Oude Arnhemse Bovenweg is niet erg comfortabel om tegenop te fietsen. Als je de alternatieve route volgt en bij die Oude Arnhemse Bovenweg rechtdoor fietst naar de hoofdingang van Het Grote Bos, ligt daar vlakbij langs het fietspad naar de Traay een stuifzandhelling. Het fietspad ligt op een uitgestoven laagte. Halverwege de helling valt de oude oppervlakte te ontdekken, waar het zand overheen is gestoven. Als je teruggaat naar die hoofdingang en dan verder fietst, kun je het eerste pad rechtsaf nemen en dan kom je uit tegenover het sneeuwsmeltwaterdal, excursiepunt 11.

Bij punt 12 zou je ook verder naar Maarn kunnen fietsen en daar het fietspad naar Austerlitz kunnen nemen. Dat kruist het ijssmeltwaterdal, dat genoemd wordt bij excursiepunt 12. In dat ijssmeltwaterdal ligt een stuk landbouwgrond.. Je bent over de sandr of spoelzandhelling gefietst. Wij noemden dat door smeltwater afgezette materiaal de fluvioglaciale mantel rondom de stuwwal.

Deze excursiegids is zeer fraai uitgegeven met mooie foto’s en uitermate duidelijke figuren. Als je zo kennis maakt met een landschap ga je met andere ogen kijken. Je vindt het gebied niet alleen mooi, je weet nu ook waardoor het zo mooi is geworden. Je weet wat je ziet. Dat maakt je genieten van een landschap rijker. Tsja, kennis verrijkt. In mijn ogen is die kennis meer waard dan een hele boel geld.

Hier in de streek is de gids verkrijgbaar bij de VVV’s van Houten en Wijk bij Duurstede.

13e Jaargang, Nr. 624.

De boeren

zondag, juli 12th, 2020

ZE HEBBEN HELEMAAL GELIJK EN VRESELIJK ONGELIJK

 

De Nederlandse boeren of een deel van hen zijn weer erg in het nieuws. Snelwegblokkades, het bevoorradingscentrum van Albert Heijn in Zwolle blokkeren evenals een afvalverwerker in Wijster. Zo willen ze bereiken, dat er naar hun bezwaren tegen het stikstofbeleid geluisterd wordt door Den Haag. De activiteiten van een deel van onze boeren met hun tractoren wekken weerstand op. In Groningen, Friesland, Drenthe en Overijssel is het inmiddels verboden. Het werd tijd.

Vooral bij de veehouderij komt veel stikstof vrij in de vorm van stikstofoxiden en ammoniak. Op veel bedrijven is sprake van overbemesting. Er wordt meer mest geproduceerd, dan op het bedrijf verwerkt kan worden. De oorzaak is het bijkopen van veevoer, nodig omdat de oppervlakte van het bedrijf te klein is voor het aantal stuks rundvee of het aantal varkens of kippen. Ook voertuigen met verbrandingsmotoren stoten stikstofoxiden uit. In de provincie Utrecht met tal van autosnelwegen kunnen we dat goed merken. Familie van mij was een weekje op Schouwen en zij hadden nergens last van. Ze konden vrij ademen en heerlijk wandelen. Nauwelijks terug sloeg de astma en de COPD weer toe: benauwdheid en hoesten.

Bij sommige grote boeren is de bedrijfsoppervlakte zo groot, dat ze op hun eigen bedrijf voldoende veevoer kunnen produceren en voor de mest voldoende ruimte hebben. Bij kleine boeren is het bedrijfsinkomen eigenlijk te laag. Veel van die kleine bedrijven zijn opgeheven bij gebrek aan een opvolger. De kinderen voelen er niets voor hun hele leven krom te liggen en nog maar een schamel inkomen te verkrijgen. De grond komt dan beschikbaar om andere bedrijven te vergroten. Kleine boeren weten, dat hun bedrijf straks ook aan de beurt zal zijn om te verdwijnen. Dat leidt vaak tot wanhoop. Zelfdodingen komen dan voor.

Het inkomen in de landbouw is altijd onzeker. Bij overproductie dalen de prijzen. Dat is extra problematisch als je net een stal hebt bijgebouwd en je veestapel hebt vergroot: Hoge kosten voor voer en voor rente over het geleende kapitaal. Denk maar niet dat een coöperatieve bank een lagere rente rekent. De leden van de coöperatie willen graag verdienen en flink incasseren over hun banktegoeden. Veel melkverwerkingsbedrijven waren oorspronkelijk ook coöperaties. Ze geven echt geen hogere prijzen voor de melk.  Daarnaast is er de druk van grootwinkelbedrijven, die juist de melk goedkoop aan hun klanten willen leveren. Wij, hun klanten verwachten het ook.

Hier in de omgeving met veel steden en uitgegroeide dorpen ontsnappen de boeren door een landwinkel bij hun bedrijf of door rechtstreekse levering aan de plaatselijke horeca of aan een lokale supermarkt. Alleen al het vermijden van de groothandel levert de boeren een hogere prijs op. In het dunner bevolkte Noorden des lands lukt dat niet.

Opeenvolgende ministers van landbouw hebben de oplossing gezocht in vermindering van de luchtvervuiling door het aantal bedrijven omlaag te brengen. Een paar bedrijven die toch al op de nominatie stonden om opgeheven te worden werden aan de staat verkocht. Nu probeert de minister het door eiwithoudend veevoer met veel stikstof te verbieden. Dat levert ook weer bezwaren op. Men wil het niet erkennen. De landbouw zit met een structureel probleem: te veel stront op te weinig grond. De boeren weten dat best, maar willen gewoon boer blijven. Ingrijpen van de staat pruimen ze niet. Ze zijn zelfstandige ondernemers en willen dat blijven. Zo hoort dat in ons kapitalistisch stelsel. In die onderlinge vrije concurrentiestrijd leggen kleine boeren vroeg of laat het loodje. Wie dan op de VVD of het CDA of op nog erger Forum voor Democratie stemt weet, dat er niets zal veranderen. Een harde waarheid.

13e Jaargang, Nr. 623.

Zwarte slavenhandelaren

zondag, juli 5th, 2020

HOE WREED WAREN DE ASHANTI UIT GHANA?

 

Terecht wordt er van tijd tot tijd op gewezen dat Afrikaanse Koninkrijken als Ashanti en Dahomey belangrijke leveranciers van slaven waren aan de Europese handelaren in hun forten aan de kust. Kees Uittenhout uit Sprang Capelle sprak dit onlangs tegen in de Volkskrant in een “Brief van de Dag”. Hij heeft een roman gepubliceerd met de titel Gouden Handel.

In zijn ingezonden brief meent hij de schuldigheid van het Ashanti Koninkrijk te moeten tegenspreken. In zijn ingezonden brief schrijft hij: In het huidige Ghana waren het de Ashanti die van overwonnen dorpen de dorpelingen meevoerden, de vrouwen als bijslaap, de mannen als krijger in hun dienst en de kinderen als landarbeider. Zo ging dat vele eeuwen door.”  Uittenhout verzuimt te vermelden waarom de Ashanti zo vaak op oorlogspad gingen. Een jongeman werd pas als volwassen beschouwd als hij een tegenstander had overwonnen door hem te doden of als die om genade smeekte mee te voeren als slaaf. Dat mag dan een eeuwenoude gang van zaken zijn geweest, maar als wij dit afmeten aan de normen van vandaag, waren die Ashanti oorlogsmisdadigers. Als je zo’n meegevoerde vrouw tot bijslaap maakt ben je een verkrachter. We kennen het zogenaamde Stockholm syndroom. Iemand kiest voor de mensen, die jou gevangen houden. Misschien wordt die buitgemaakte vrouw wel zijn favoriete. Zo kun je een romantisch beeld van de wrede werkelijkheid krijgen. In het toenmalige Afrika was slavernij normaal.

In zijn ingezonden brief beschrijft Uittenhout de komst van Westerse slavenhandelaren op zoek naar slaven voor de plantages en mijnen in Noord- en Latijns Amerika. Ook Nederlandse kooplieden boden de Ashanti musketten en kruit in ruil voor slaven. Dat betekende een enorme versterking van hun oorlogszucht. Ze gingen nog massaler overwonnen tegenstanders tot slaven maken en verkochten die aan de Europese handelaren aan de kust. Die brandmerkten hun aankopen en voerden hen in hun scheepsruimen naar de overzijde van de Atlantische Oceaan. Uittenhout maakt dan een merkwaardige bocht in zijn brief. Niet de Ashanti zijn schuldig, maar de Europese kooplieden, die hun musketten en kruit hebben geleverd. Ik denk, dat geen rechter een moordenaar vrijspreekt en de leverancier van het moordwapen wegens moord veroordeelt. De Ashanti zijn net zo schuldig als de Europese slavenhandelaren.

Ik schreef het al eerder: Er zijn zwarte en witte slaven en er zijn zwarte en witte slavenhandelaren en slavenhouders.

Helaas worden in de discussies over het slavernijverleden de witte mensen steeds als de daders geschetst en de zwarte mensen als hun slachtoffers. Die gepolariseerde discussie bemoeilijkt het streven naar verzoening. De slachtofferrol maakt het lastiger om te emanciperen. Ben ik als nazaat van een slaaf wel geschikt voor een leidende functie of kan ik wel een innoverende wetenschapper worden? Ze moeten zich trotse vrije mensen voelen zoals onze Middeleeuwse stedelingen trots waren op hun vrijheid en op het feit, dat ze niet langer onderhorig waren aan de edelen. Zo kennen we in Nederland al heel lang democratie in tegenstelling tot bijvoorbeeld delen van het Habsburgse Keizerrijk en Rusland onder de tsaren, waar de adel nog lange tijd een overheersende rol speelde. Het is niet toevallig dat juist in sommige Midden-Europese landen problemen opduiken met de handhaving van Europese democratische waarden.

Een ander voorbeeld van discriminatie is de onderdrukking van Rooms-Katholieken in de protestante delen van Nederland. Katholieken gehoorzaamden aan een buitenlands staatshoofd, de Paus, hoofd van het ministaatje Vaticaanstad. Katholieken konden tot de jaren zestig van de vorige eeuw geen burgemeester van een grote stad worden, geen rechter in de Hoge Raad, geen generaal in het leger of admiraal bij de vloot. Zulke functies kon je niet aan zo’n onbetrouwbare katholiek toevertrouwen. Als ik dit vertel, gelooft bijna niemand het. Het is echte historische waarheid. Zwarte Nederlanders kunnen best iets leren van die Roomse emancipatiegeschiedenis. Marga Klompé, nu opgenomen in de Canon van Nederland, is een typische vertegenwoordigster van die Roomse emancipatie. Ze slaagde in 1929 voor het diploma HBS b aan de R.K.H.B.S. in Arnhem. Die school is in 1921 opgericht.

Voor alle mensen met voorouders uit het buitenland, Suriname, de Antillen, Turkije, Marokko en zo voort geldt, dat vooral de stiekeme discriminatie bij het zoeken naar een stageplek en later naar een baan, die past bij een goede opleiding, moet worden bestreden. Iedereen van goede wil kan door het melden van dit soort vuige praktijken een bijdrage leveren. Laten we vooral proberen de huidige polarisatie te verminderen. Het is moeilijk niet boos te worden als jou onrecht wordt aangedaan, maar met rust en vriendelijkheid bereik je meer.

13e Jaargang, Nr. 622.

De Canon van Nederland

zaterdag, juni 27th, 2020

DE TWEE KANTEN VAN EEN MEDAILLE

 

Bijna heel mijn leven leef ik al op de grens van het Romeinse Rijk, op de limes. In onze omgeving worden regelmatig vondstan uit die Romeinse tijd gedaan. Fectio bij het huidige Fort bij Vechten van de Nieuwe Hollandse Waterlinie was een belangrijke Romeinse versterking. Het bewaakte de splitsing van Rijn en Vecht. Een uitbreiding van het Romeinse Rijk naar het Noorden is er nooit gekomen. Waar het mij nu om gaat is de waardering waarmee we hier terugkijken op die Romeinse periode. Feitelijk waren we een soort kolonie van de Romeinen. De Zuidelijke Nederlanden leverden voedsel voor de Romeinse legioenen. De Romeinen gebruikten  Germaanse legioenen om elders de bevolking onderworpen te houden en zo waren hiet militairen uit Roemenië gelegerd. De zegels op de dakpannen vertellen het ons. We kijken helemaal niet wraakzuchtig terug op die Romeinse bezetting, eerder met een zekere trots. We hebben veel van de Romeinen geleerd. In Nijmegen staat midden op het Trajanusplein bij de Waalbrug een standbeeld van Keizer Trajanus. Niemand in Nederland verwacht van de burgemeester van Rome of van de President van Italië dat hij naar Nederland komt om hier zijn excuses aan te bieden voor die eeuwen van Romeinse bezetting. We betreuren het dat veel van de Romeinse beschaving weer verloren ging tijdens de onrustige periode van de grote volksverhuizing. Toch laat de opstand onder leiding van Claudius Civilis zien, dat ook toen de hier gevestigde Germaanse Batavieren niet helemaal tevreden waren. Dat is die andere kant van de medaille.

Bij alle terechte protesten tegen de slavenhandel door de West Indische compagnie, de zogenaamde driehoeks handel lees ik in mijn dagblad nooit meer, waarom de Spanjaarden en andere Europeanen hun plantagearbeiders helemaal in Afrika gingen halen. Ze maakten aanvankelijk gebruik van inheemse werkkrachten, maar die bleken niet bestand tegen dit zware werk, evenmin tegen het werken in de zilvermijnen. Uit “menslievendheid” stelde een priester Dominicaan voor dan maar sterke zwarten uit Afrika te laten komen. Ik lees nu in Wikipedia, dat er sprake was van een tekort aan arbeidskrachten. Dat zou geleid hebben tot de slavenhandel.

In alle koloniën zijn vreselijke dingen gebeurd. Mensen kwamen daarom in opstand. Die opstanden tegen het “wettig gezag” werden dan weer bloedig onderdrukt door “onze” helden van het KNIL. In mijn jeugd, zag ik in Arnhem die gepensioneerde oud-KNIL-lers vanuit hun huisvesting in Huize Bronbeek aan de Velperweg in hun blauwe uniformen rond wandelen. Daar had je respect voor. We wisten niet beter.

 

Gelukkig zie je overal mensen tot bezinning komen. In de Verenigde Staten wordt in steeds meer staten de slavernij afgeschaft. Gevluchte slaven worden geholpen. Er wordt zelfs een Burgeroorlog tussen Noord en Zuid uitgevochten. Zwarten worden er nog steeds gediscrimineerd.

In Nederlands Oost Indië kwam het tot de “ethische politiek”. Men wilde de inheemse bevolking beter behandelen. Nederland heeft er veel moderne ontwikkeling gebracht: wegen, spoorlijnen, havens, vliegvelden, irrigatiesystemen, medische zorg en goed onderwijs.  Het zou goed zijn om die positieve effecten van het kolonialisme beter onder de aandacht te brengen van mensen, die alleen maar afgeven op die periode van onderdrukking. Elke medaille heeft twee kanten. Ik ben benieuwd wat ik daarvan kan merken in de hernieuwde canon.

13e Jaargang, Nr. 621.