Author Archive

dinsdag, februari 18th, 2014

Petitie Shenjun moet blijven

De Chinese moeder van Shenjun kwam door moeilijke persoonlijke omstandigheden in 2001 vanuit China naar Nederland. Haar asielaanvraag werd afgewezen. Ze raakte in verwachting en Shenjun werd geboren. Onze overheid wilde, dat zij terug naar China zou gaan.  Toen dat onmogelijk bleek, werd zij op straat gezet. Shenjun kwam evenmin in aanmerking voor het kinderpardon. Moeder en kind waren opgenomen door een echtpaar in Odijk. Zo stonden zij niet voortdurend in contact met de rijksoverheid, waarvan zij immers niets te verwachten hadden. Nu is dat de reden om afwijzend op de aanvraag voor het kinderpardon te beslissen. Als u dat ook “een rotstreek” vindt, teken dan de petitie http://petities.nl/petitie/shenjun-moet-blijven en help deze volledig geïntegreerde Hollandse jongen zijn leven bij zijn moeder en zijn “familie” en vriendjes voort te zetten.

Euroscepticisme 2

vrijdag, februari 14th, 2014

DEMOCRATIE IN DE EU EN IN DE LIDSTATEN

Er is geen democratie in Europa. Het is een van de verwijten van Eurosceptici aan de Europese integratie. En zie, Eurosceptici hebben ook wel eens gelijk. Maar hun oplossing deugt niet.

Democratie wordt vaak omschreven als regering van het volk of door het volk. Dat kan misschien in een dorp of een kleine stad. Er wordt een volksvergadering bijeen geroepen in het plaatselijke stadion en deze volksvergadering neemt de besluiten. Een door de volksvergadering gekozen burgemeester en de gekozen wethouders voeren de besluiten uit. Zoiets mag dan mogelijk zijn in een geïsoleerde Zwitserse kanton; in moderne grote steden en metropolen met miljoenen inwoners is het ondenkbaar. Zelfs in mijn eigen dorp zie ik het niet gebeuren. We hebben nog geen 6000 inwoners en zo’n vierduizend volwassenen. Zouden ze op de Meent passen als daar tribunes gebouwd worden? Zou je alle stemgerechtigden daar naartoe krijgen? Zouden ze allemaal bereid zijn zich in de onderwerpen te verdiepen? Zou iedereen daartoe in staat zijn? Welke onderwerpen zijn zo belangrijk, dat alleen de volksvergadering erover zou mogen beslissen? Echte democratie is nogal uitzonderlijk.

Jaren geleden heb ik eens geanalyseerd hoe in de wereld van het aardrijkskunde-onderwijs besluiten tot stand komen en wie daarbij betrokken zijn. Het zijn maar enkele tientallen mensen, die in besturen en werkgroepen zitten, een paar betrokken hoogleraren, wat mensen van de lerarenopleidingen en van de leerplanontwikkeling, enkelingen van de inspectie en van het Cito. Je ziet ze elke keer weer op vergaderingen en altijd dezelfden. Veel van het werk wordt gedaan door betaalde krachten van het KNAG-bureau. In feite neemt die kleine centrale groep de besluiten of stelt de adviezen vast. Vervolgens hoor je steeds weer hetzelfde verwijt. Jullie beslissen maar. Ons wordt van alles opgelegd. Wij hebben er niet om gevraagd, maar wij moeten het wel uitvoeren. Zonder een enkel probleem hadden ze mee kunnen praten en mee kunnen beslissen. En dat zijn dan allemaal goed ontwikkelde mensen met een academische of een Hbo-opleiding.

Kijk dan eens naar de democratie in Nederland, in een provincie of in een gemeente. Hoeveel mensen zijn lid van een politieke partij? Hoeveel zijn er ook werkelijk actief binnen hun partij? Als er een verkiezingsprogramma moet komen, wordt er een commissie benoemd. Die raadpleegt enkele deskundigen en fractiespecialsiten en werkgroepen uit de partij. Het ontwerpprogramma wordt in een deel van de afdelingen besproken en daar komen amendementen uit. Van de 1500 mensen op een landelijk congres hebben zich één?, twee?, misschien driehonderd mensen met de amendering bezig gehouden. Kijk je over heel Nederland, dan vrees ik, dat we heel blij mogen zijn wanneer één promille van de Nederlandse bevolking enige directe invloed heeft op de besluitvorming op nationaal niveau en optimistisch gezien een kwart daarvan op Europees niveau. Mensen en vooral Eurosceptici, die dan zeggen, dat de nationale parlementen meer invloed moeten krijgen op de Europese besluitvorming sluiten hun ogen voor de werkelijkheid en hebben ook geen enkel historisch besef. In de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden kenden we immers dit systeem. Afgevaardigden van de Staten van elke provincie besloten samen in de Staten-Generaal. Maar ze hadden vaak maar een beperkt mandaat. Wanneer dit overschreden dreigde te worden, moesten ze eerst weer ruggenspraak houden met de eigen Staten. In Friesland was het helemaal erg. Daar moesten ze ook nog de elf steden en de dertig grietenijen (plattelandsgemeenten) raadplegen. Dat ging echt op zijn elf en dertigste. Ben je wel helemaal wijs als je een dergelijk systeem aan Europa wilt opdringen?

Elke politicus krijgt regelmatig te horen, dat die politici er niets van bakken. Ze zijn te beleefd om de bal terug te spelen. Een goed functionerende democratie vraagt betrokken burgers. Die bieden tegenspel. Die geven gevraagd of ongevraagd advies. Die zijn actief lid van een politieke partij. Dit geldt ook voor een Europese democratie. Europa vraagt betrokken burgers.

Democratie is behelpen. Om er toch nog iets van te maken kennen we het systeem van de vertegenwoordigende democratie. Elke vier of vijf jaar kiezen we onze volksvertegenwoordigers. Die beslissen namens ons, maar niet in de EU. De macht ligt vooral bij de Europese Raad, de vergadering van Ministers op een bepaald terrein, die op voorstel van de Europese Commissie besluiten nemen. Nog steeds niet op elk terrein moet ook het Europees Parlement het voorstel goedkeuren. De macht van het EP is ook nog beperkt doordat het niet zelf het initiatief mag nemen om een voorstel in te dienen. Het Europees Parlement moet eerst een compleet parlement worden met alle gebruikelijke bevoegdheden.

De democratische waarde van de Europese Raad is beperkt. Elke minister steunt weliswaar op een meerderheid, maar een minister is niet gekozen door het volk. Slechts in theorie vertegenwoordigt de minister ook de oppositie in het eigen nationaal parlement. De minister wordt weliswaar gecontroleerd door het eigen parlement, maar dat mist deskundigheid en actuele informatie en is slechts zeer zelden bereid de eigen minister af te vallen, die het daar in Brussel toch al zo moeilijk heeft gehad.

Kijk eens rond in een supermarkt en probeer uit te vinden, waar al die producten vandaan komen. Dan merk je, dat de EU steeds meer één groot land wordt. Als een Nederlandse zuivelfabriek zijn spullen overal in Europa kan verkopen, net als Franse en Duitse en Zwitserse bedrijven dat doen, dan zijn gelijke kwaliteitseisen voor heel Europa erg belangrijk. Een Europese democratie moet dus rekening houden met dat grote Europese belang. Maar hoe zit het dan met de Lappen en hun rendieren? Europa moet ook rekening houden met de belangen van een enkel land. Ik vind, dat het Europees Parlement er is voor heel Europa en de Raad van Ministers die belangen van een enkel land in de gaten moet houden. Democratie let ook op de belangen van enkelingen.

Jaargang 6, Nr. 305.

Nederland uit de EU?

zondag, februari 9th, 2014

WORDT NEDERLAND EEN TWEEDE ZWITSERLAND?

Een lachwekkende vraag, die bij je opkomt als je nadenkt over de idee, dat Nederland veel welvarender kan worden als het uit de Europese Unie stapt. Dan gaat het eigenlijk om vragen als: Waarop berust de Nederlandse welvaart? Zouden die welvaartsbronnen beter kunnen worden benut dan nu? Wat zou daarbij de betekenis zijn van het opzeggen van het lidmaatschap van de EU, waarbij echter wel net als in het geval Zwitserland een nauwe verbondenheid gehandhaafd blijft?

Er zijn twee landen in Europa waar de gemiddelde koopkracht van de bevolking in 2010 meer dan 20% hoger lag dan die van Nederland. Dat zijn Zwitserland en Noorwegen. Nu kiezen Wilders en de zijnen natuurlijk niet voor Noorwegen, een land met een enorme productie aan aardgas en aardolie. Maar de Zwitserse welvaart vormt een interessant raadsel. Zo op het eerste gezicht beschikt het land niet over een of meer zeer belangrijke welvaartsbronnen of het zou de financiële sector moeten zijn. Hoe kun je de aanwezigheid daarvan verklaren? Het Zwitserse Eedgenootschap van zeer zelfstandige kantons wist eeuwenlang de onafhankelijkheid tegenover het Duitse Keizerrijk, de Oostenrijks-Hongaarse dubbel monarchie en Frankrijk te bewaren. Zwitserland bleef ook grotendeels buiten de vele oorlogen, die Europa eeuwenlang teisterden. Oorlogen tasten de welvaart aan, maar Zwitserland kon ervan profiteren door de oorlogen te financieren. Nederland had lang eenzelfde functie. Het prettige is, dat alle partijen er belang bij hebben, dat de neutraliteit van de financiers gehandhaafd blijft. Al was het alleen maar om het tijdens de oorlog vergaarde kapitaal in veiligheid te brengen. Als je eenmaal de weg weet en Zwitserland een comfortabel bankgeheim kent, dan blijft de kapitaalstroom naar Zwitserse banken aanhouden. Al dat kapitaal zorgt voor een harde Zwitserse Franc. Er is veel koopkracht, maar zo is Zwitserland wel een duur land geworden voor toeristen. Soms loopt het zo uit de hand, dat men massaal over de grens boodschappen gaat doen.

Net als Nederland is Zwitserland niet rijk aan grondstoffen en energiebronnen. Nederland heeft zijn aardgas, Zwitserland de hydro-elektriciteit. Beide landen moeten aardolie importeren. Tegelijk zie je een enorm verschil. Nederland voert zeer massaal grondstoffen in en verwerkt ze meestal massaal tot producten, die vaak geëxporteerd worden en dan vooral naar EU-landen. Zelfs de veehouderij hanteert hetzelfde model. Nederland profiteert optimaal van zijn ligging aan de Noordzee en aan de monding van de Rijn en te midden van dichtbevolkte koopkrachtige gebieden. Maar de vormen van productie zijn in hoge mate geautomatiseerd en de toegevoegde waarde is niet hoog.  De Zwitsers richten zich veel meer op hoogwaardige eindproducten en weten bij hun horloges, medicijnen en andere chemische producten, bij hun machinefabrieken, maar ook in de veehouderij en wijnbouw een hoge mate van kwaliteit te bereiken. Kwaliteit wordt beloond. Veel Nederlanders verdienen hun brood in vaak laagbetaald transport. En natuurlijk kennen wij ook veel hoogwaardige bedrijvigheid in de industrie, in de tuinbouw, in de luchtvaart, in engineering bij de waterbouw o.a. en bij architectenbureaus. Maar het gemiddelde wordt wat omlaag getrokken, zodat we hoog uitkomen, maar niet zo hoog als de Zwitsers.

Worden de Zwitsers zo rijk door het toerisme? Nederland trekt meer buitenlands toerisme, maar Zwitserland wat meer van het luxere toerisme en de Zwitsers blijven meer in eigen land.

De geleidelijk opheffing van het Zwitserse bankgeheim zou de welvaart kunnen aantasten, maar waar vinden de rijken dezer aarde een veilige plek voor hun geld? Er zijn veel obscure belastingparadijzen, maar of ze allemaal zo safe zijn? Maar misschien vindt de PVV wel, dat dit een prachtige mogelijkheid is voor Nederland om de beloofde stijgende welvaart te bereiken; Lekker dienstbaar aan de rijken der aarde.

Er is nog een verschil tussen Nederland en Zwitserland. Nederland is vooral in NAVO-verband steeds meer op de Anglo-Amerikaanse wereld georiënteerd geraakt. Dat zie je bij veel VVD en sommige CDA-politici en je ziet het ook in het bedrijfsleven en in de wetenschap. In die kringen zal men het niet zo op prijs stellen, dat Nederland zou proberen uit de EU te stappen. Ik ben benieuwd hun reprimande voor Geert eerstdaags te horen. Tsja Geert, als je het iedereen naar de zin moet maken. Moeilijk hoor.

Jaargang 6, Nr.304.

Kappen met Eijk

maandag, februari 3rd, 2014

Eijk  schoffeert de paus en bruuskeert zijn collega’s

Wat is dat toch met Kardinaal Eijk? Heeft hij zelf niet in de gaten hoe grof hij bezig is? De Nederlandse bisschoppen waren op ad limina bezoek in Rome. Bisschop Punt van Haarlem-Amsterdam logeerde in hetzelfde huis als waar de paus woont. Zo kon hij informeel een bezoek van de paus aan Amsterdam opperen. Er kwam zelfs een ontwerp programma tot stand. Ontvangst door de burgerlijke autoriteiten, een gebedsdienst in de Arena en een besloten Eucharistieviering van de paus met de bisschoppen in de H. Nicolaasbasiliek. Schuin tegenover het Centraal Station in Amsterdam. Het zou niet de eerste keer zijn, dat hij in Amsterdam zou zijn. Hij was er eerder op bezoek bij zijn mede-Jezuïeten aan de Hobbemakade.

Bisschop Punt overlegde met de burgerlijke autoriteiten en die waren geheel akkoord. De veiligheid van de paus kon worden gegarandeerd.

Dus liet bisschop Punt het pausbezoek op de agenda van het bisschoppenoverleg zetten. En daar kregen de bisschoppen te horen, dat behandeling van dit punt niet aan de orde was, want de paus zou niet komen. Kardinaal; Eijk beweert, dat hij dat zo met de paus overlegd heeft. Hij was bang voor een half lege Arena. Goed ingevoerde mensen betwijfelen het of de kardinaal werkelijk met de paus heeft overlegd.

Een paus zegt dus, dat hij graag een uitnodiging krijgt en graag naar Nederland komt. Deze paus weet natuurlijk donders goed hoe geseculariseerd Nederland is. Dat vindt hij nu juist de uitdaging. Maar kardinaal Eijk weet het weer beter.  Is hij wellicht bang, dat het pausbezoek een demonstratie voor de mensvriendelijke paus zou worden en een demonstratie tegen zijn onmenselijke beleid? We weten het niet. Wat ik wel weet is, dat we beter vandaag dan morgen kunnen besluiten: Kappen met Eijk!  

Euroscepsis 1

vrijdag, januari 31st, 2014

WAT BEWEEGT EUROSCEPTICI?

Eurosceptici willen geen federaal Europa. Het f-woord voor federalisme boezemt hen evenveel afkeer in als tot voor kort het h-woord voor hypotheekrenteaftrek. En zoals het jarenlang een taboe was om over de afschaffing van de hypotheekrenteaftrek te praten, zo is het nu een taboe geworden om zelfs maar te denken aan een federaal Europa. In 1952 koos ik als onderwerp voor mijn eindexamenopstel HBS-b uit het lijstje de titel “De Verenigde Staten van Europa”. Ik zou de rel wel eens willen meemaken als een eindexamencommissie zo’n titel nu op de lijst zou zetten.

Overal in Europa kennen we het systeem van een vertegenwoordigende democratie. We kiezen onze volksvertegenwoordigers en die hebben verstand van zaken. We vertrouwen erop, dat zij de door ons gewenste beslissingen zullen nemen. Dat geldt in Nederland voor Gemeenteraden, Provinciale Staten en voor de Eerste en Tweede Kamer. De Gemeenteraad houdt zich bezig met plaatselijke zaken en we verwachten niet, dat een kamerlid daarover een zinnig oordeel kan hebben. Omgekeerd laten we beslissingen over onze rijksbelastingen over aan de Eerste en Tweede Kamer en er zijn maar een paar Kamerleden, die er echt verstand van hebben. We hanteren het principe van de subsidiariteit, ook wel soevereiniteit in eigen kring genoemd. We regelen zaken op een zo laag mogelijk niveau het dichtst bij de burger. Over een nieuwe wijk beslist de gemeenteraad. Betekent die wijk echter een te zware aantasting van het landschapsschoon dan is er de provincie, die een rode contour heeft vastgesteld. De wijk mag daar niet buiten komen. Geeft die nieuwe wijk veel extra verkeer, dan besluit de provincie waar de nieuwe ontsluitingsweg komt of welke provinciale weg verbreed moet worden. Het Rijk gaat echter over autosnelwegen, die de landsdelen met elkaar verbinden. In de periode 1954-1956 fietste ik twee keer per week de route Arnhem-Zevenaar-Elten v.v., de internationale route naar het Ruhrgebied. Dat was in het donker niet zonder risico, want na Babberich ontbrak een fietspad. Nu is er de E35, in Nederland de A12 en in Duitsland de A3. Gelukkig maar! Dat heeft langdurig overleg met Duitsland gevraagd. Bij het spoor stopt de Betuwelijn voorbij Zevenaar. Wij willen die goederenlijn graag doortrekken. Wat gaat dat internationale overleg ontzettend traag. Zou het niet vlotter gaan als een bovennationale instantie de beslissing zou kunnen nemen? Dat lijkt me heel logisch. Dan wordt er wel een stukje soevereiniteit afgestaan. De autosnelweg en de goederenspoorlijn zijn beide erg hard nodig. Als Duitsland maar niet tot een besluit komt, bijvoorbeeld onder druk van Bremen en Hamburg, dan zou het doelmatig zijn als de Europese Unie de touwtjes in handen zou kunnen nemen. Zover is het nog niet.

Het gaat dus om soevereiniteit. Daarbij gaat het om 1e. een grondgebied, 2e. een drager van de zeggenschap en 3e. diegenen, die aan dat gezag onderhorig zijn, de inwoners. In de discussie over Europa gaat het om staten. Een staat heeft een grondgebied. Binnen dat grondgebied gelden de wetten van die staat. In elke staat komen die wetten weer anders tot stand en zijn er weer anderen, die de wetten uitvoeren en weer anderen, die overtreders van de wetten veroordelen. Er is dus een wetgevende macht, in Nederland de Tweede en Eerste Kamer, er is een uitvoerende macht, de regering geholpen door veel ambtenaren en er een rechtsprekende macht, geholpen door de politie, die overtreders opspoort.

Wat blijkt nu? Vrijwel geen enkele staat is nog in staat de soevereiniteit goed te handhaven. Daar praten we liever niet over, want het is niet leuk als je vast stelt, dat elke staat in meerdere opzichten faalt. We houden liever de schijn op, dat we in Nederland alles prima voor elkaar hebben. Geldt dat voor grensoverschrijdende criminaliteit? Welnee. Mensenhandel? Kijk naar de rosse buurten. Autodiefstal? Gestolen auto’s gaan de hele wereld over. Zwart geld en belastingontduiking? We werken er zelf aan mee. Internationaal terrorisme? We doen ons best. Defensie? Zonder NAVO zijn we nergens. De meest wezenlijke kerntaak van de staat is te zorgen voor veiligheid en daarin faalt elke staat.

Die veiligheid geldt ook voor ons voedsel en voor allerlei apparaten, die we gebruiken. Als we overal in Europa dezelfde kwaliteitseisen stellen, vergemakkelijkt dat de handel en kunnen we de productie door standaardisatie goedkoper maken. Het is dan ook niet voor niets, dat er door het bedrijfsleven intensief gelobbyd wordt in Brussel. Soms is die lobby wel in het voordeel van het bedrijfsleven en de aandeelhouders, maar niet in het voordeel van de burgers. Denk aan de voortdurende verlaging van de winstbelasting. Dan zie je enorme winstuitkeringen en extreme beloningen voor de topmensen, terwijl in het land de armoede toeneemt. Staten worden tegen elkaar uitgespeeld. Daar zou Europa iets tegen moeten doen. Dat maakt een sterk Europa noodzakelijk. We zitten allemaal in hetzelfde schuitje. Dan is er een goede stuurman nodig. Voor mij is het onbegrijpelijk dat Eurosceptici dat niet zien. Tenzij ze horen tot hen die nu van zwakke staten en een zwakke EU profiteren. Is de PVV de steunpilaar van de graaiers in het bedrijfsleven?
Jaargang 6, Nr. 303.

Voor een vrij internet

donderdag, januari 30th, 2014

Een bericht van de Avaaz Foundation

Avaaz is een wereldwijde actiegroep, die door middel van handtekeningenacties aan allerlei misstanden een halt wil toeroepen. U kunt ook meedoen, door op de link te klikken en de petitie te ondertekenen. Aanbevolen! John.

Beste vrienden,

De rijkste 1% zou voortaan kunnen bepalen wat wij te zien krijgen op het internet. Het is het einde van het internet zoals wij dit kennen, en de vernietiging van de visie van een democratische informatiesnelweg voor iedereen, die de grondleggers van het wereldwijde web voor ogen hadden.

Met Avaaz hebben we samen voortgebouwd op deze visie door het web te gebruiken om corruptie te bestrijden, levens te redden, en rechtstreeks vanuit onze gemeenschap hulp naar landen in crisis te sturen. Maar de VS en de EU staan op het punt om de rijkste corporaties het recht te geven om bepaalde delen van het internet sneller te laten laden, en andere websites die hier niet voor kunnen betalen te blokkeren of te vertragen. Ook het vermogen van Avaaz om beeldmateriaal van burgerjournalisten uit Syrië aan de wereld te laten zien of om campagnes te voeren voor het redden van onze planeet wordt bedreigd!

Aan beide zijden van de Atlantische oceaan worden nu beslissingen genomen. Maar technologiepioniers, voorvechters van de vrijheid van meningsuiting en de beste internetbedrijven vechten terug. Als miljoenen van ons zich bij hen aansluiten kunnen we de grootste oproep ooit doen voor een democratisch en vrij internet. Teken nu en stuur dit aan iedereen door:

http://www.avaaz.org/nl/internet_apocalypse_pa_eu/?btBArbb&v=34993

Tot nu toe kwamen verbeteringen in het internet ten goede aan iedereen – wanneer bijvoorbeeld het ultraconservatieve Fox News van Rupert Murdoch een snellere manier kreeg om video’s te streamen, dan genoten de onafhankelijke media die de situatie in Oekraïne, Syrië of Palestina ter plaatse laten zien van dezelfde verbeteringen. Politici noemen dit “netneutraliteit” en er waren tot voor kort in de Verenigde Staten wetten van kracht die dit beschermden, totdat een rechtbank deze recentelijk nietig verklaarde. Nu dreigt ook het Europees Parlement regelgeving door te voeren die internet providers toestaat om het web op te delen en te bepalen wat we wel of niet kunnen zien, door sites die niet betalen langzamer te maken of te blokkeren.

Maar we kunnen dit tegenhouden. Eerst zullen we met de massale steun van onze wereldwijde gemeenschap aanwezig zijn bij de openbare vergadering in de VS deze week waar de herinvoering van beschermingsmaatregelen voor het internet wordt besproken. Daarna zullen we een sterk lobby team op de been zetten om de druk op het Europees Parlement op te voeren en ervoor te zorgen dat haar comités naar de wil van het volk luisteren. Dit zal de eerste grote overwinning zijn die we nodig hebben om deze belangrijke strijd te winnen over de komende maanden.

Internet providers zoals Verizon en Vodafone lobbyen hard voor een internet voor de rijken. Zonder een massale reactie van burgers zouden ze kunnen winnen ook, en al het werk van onze gemeenschap in gevaar brengen. Het grootste deel van ons internet ligt in de VS en de EU, dus dit gaat ons allemaal aan. We hebben geen tijd te verliezen. Klik nu hieronder om je hierbij aan te sluiten:

http://www.avaaz.org/nl/internet_apocalypse_pa_eu/?btBArbb&v=34993

Toen onze gemeenschap nog maar half zo groot was als nu, bundelden we onze krachten en hielpen we het ACTA-verdrag en de SOPA/PIPA-wetgeving die massale internetcensuur zouden legaliseren te verijdelen. Vandaag de dag zijn we sterker dan ooit. Laten we nu samenkomen om de toegankelijkheid veilig te stellen van datgene dat ons allen met elkaar verbindt.

Met hoop,

Pascal, Emma, Dalia, Luis, Emilie, Luca, Sayeeda en het hele Avaaz team

De windmolendiscussie

maandag, januari 27th, 2014

MARTIN SOMMER KAMPIOEN IN IRRITEREN

Volkskrant journalist Martin Sommer is een schoolvoorbeeld van een conservatief. Alles wat nieuw is en hem niet goed uitkomt, moet er aan geloven. Zo is hij een fanatiek klimaatscepticus. In allerlei wetenschappen geldt het voorzorgsprincipe. Daarom vaccineren we onze kinderen, we brengen rookmelders aan in onze woning, we zorgen voor een spaarpotje voor het geval plotseling de wasmachine onherstelbaar stuk blijkt of we hebben zekeringen in de meterkast om narigheid bij kortsluiting te voorkomen. Het klimaat speelt zich af op wereldschaal. Er zijn een aantal klimaatfactoren, die het klimaat bepalen: breedte, hoogteligging, afstand tot de zee, zeestromen, overheersende windrichting. Ze beïnvloeden elkaar ook weer.

In de klimaatdiscussie gaat het om het versterkte broeikaseffect. Zonnestraling, die de atmosfeer binnendringt, wordt – gelukkig maar – ten dele door de atmosfeer vastgehouden. Dat noemen we het broeikaseffect. Bij een broeikas gaat de zonnewarmte er wel in, maar het glas belemmert de uitstraling. Dus wordt het warm in de broeikas. In de atmosfeer wordt de uitstraling vooral belemmerd door broeikasgassen en dan vooral koolzuurgas of CO2. Als het CO2-gehalte in de atmosfeer toeneemt is het logisch, dat het broeikaseffect versterkt wordt. Er wordt meer warmte vastgehouden. De werkelijkheid is ontzettend ingewikkeld met allerlei terugkoppeleffecten. Omdat temperatuurverschillen weer tot luchtdrukverschillen leiden en dus tot wind en zeestromen weer door de wind worden aangedreven, kan plaatselijk het klimaat zelfs kouder worden. Wat er precies gaat gebeuren weten we niet. Het zou dwaas zijn te veronderstellen, dat er niets gebeurt. Dus nemen we voorzorgsmaatregelen. Iemand, die dat niet wil is als een ouderpaar, dat de kinderen niet laat inenten.

Wat bedoelt Sommer toch met het zinnetje, dat wind op zee nooit uit kan? Bedoelt hij, dat er op zee altijd wind is en de windmolens dus constant draaien? We kunnen tegenwoordig behoorlijk nauwkeurige windverwachtingen opstellen en daaruit de te verwachten elektriciteitsproductie vast stellen. Dus weten we vrij nauwkeurig hoeveel productiecapaciteit op het land moet worden bijgeschakeld.

Met windmolens op het land is iets merkwaardigs aan de hand. Landeigenaren en coöperatiedeelnemers zien in een of meer windmolens een welkome en rendabele inkomensaanvulling. Anderen klagen over geluidsoverlast en horizonvervuiling. Het verkeerslawaai is ontzettend veel meer en wie praat er nog over horizonvervuiling door elektriciteitsmasten? Het is waarschijnlijk een kwestie van wennen.

“Het moet toch gewoon van Europa.” Sommer weet vanzelfsprekend heel goed, dat in Europa zulke besluiten worden genomen in de Raad, waarin alle lidstaten, dus ook Nederland, zijn vertegenwoordigd. We horen niet Brussel de schuld te geven als we het samen hebben afgesproken. Wat een goedkope discussietruc.

De lage energieprijzen in de USA zijn waarschijnlijk een zeer tijdelijk verschijnsel. Oliemaatschappijen beginnen al te merken, dat de schaliegaswinning zwaar tegen valt. Ze trekken zich terug. Straks gaan de prijzen van steenkool weer gewoon omhoog. De energieprijzen gaan op iets langere termijn zeker stijgen. De gemakkelijk winbare voorraden raken op. Het wordt duur olie uit de diepzee of uit de Arctische gebieden te winnen. Als de bewezen reserves al zouden toenemen liggen ze in ontoegankelijke gebieden. Daarnaast gaat de vraag enorm stijgen door de toegenomen welvaart in de BRICS-landen. Ook dat werkt prijsverhogend. Het voorzorgprincipe leert, dat je minder afhankelijk moet worden van ingevoerde fossiele energiebronnen. Bedenk daarbij, dat nu tegenover de invoer van kolen en olie de uitvoer van aardgas staat. Waarmee betalen we de invoer als het aardgas te weinig is geworden om ook nog te exporteren?

Als die windenergie zo schreeuwend duur is, hoe verklaar je dan, dat meer dan de helft van de Duitse windmolens op het land door coöperaties is gebouwd en in Denemarken nog veel meer? Hoe verklaar je, dat de elektriciteit in Duitsland zo goedkoop is, dat de aluminiumfabriek bij Delfzijl de concurrentie niet kon volhouden? Prijzen worden vooral bepaald door de verhouding tussen vraag en aanbod. Soms is er zeer veel groene elektriciteit, de helft van het verbruik. Reken maar, dat de prijzen dan laag zijn. Niet zo prettig voor de elektriciteitsproducenten, maar die hebben Sommer echt niet nodig om de nodige hervormingen door te voeren.

De belangrijkste reden van het achter lopen van Nederland wat betreft windenergie is het voortdurend wisselende beleid geweest. Het bedrijfsleven wist niet waar het aan toe was. Nu is er een duidelijke lijn uitgezet, zoals eerder in Duitsland en nu willen de bedrijven wel. Ze zijn immers ook in andere opzichten aan het vergroenen, veel meer dan de meeste Nederlanders beseffen.

Aan het slot beschrijft Sommer de positie van het bedrijfsleven en de staat onjuist. De bedrijven moeten investeren en het risico lopen, dat het een sof wordt. Kennelijk schatten ze het risico niet zo hoog in. Pas als ze elektriciteit gaan leveren en de marktprijs is lager dan hun kostprijs springt de staat bij door het verschil te dekken. Maar als de marktprijzen flink stijgen kunnen ze mooie winsten gaan maken. Tsja, dat is ondernemerschap.

Invloed van politieke bloggers

vrijdag, januari 24th, 2014

Blogs van weinig betekenis?

Hebben politieke bloggers veel invloed? Dat vroeg ik mij af in mijn blog van 3 januari 2014. Ik refereerde aan een onderzoek waaraan ik had mee gedaan. Bij toeval stuitte ik op de betreffende E-mail. Het onderzoek is keurig afgerond en heeft zelfs een dissertatie opgeleverd. Ik heb de samenvatting doorgenomen.

Tom Bakker ging er bij zijn onderzoek van uit, dat de verwachting bestond, dat de nieuwe media zo veelvuldig gebruikt zouden worden, dat ze een belangrijke rol in de politiek zouden gaan spelen. Daarbij richtte hij zich vooral op politieke bloggers, die regelmatig politieke onderwerpen in hun blogs behandelen. Uit zijn onderzoek bleek, dat de blogs relatief weinig bezoekers trekken en dat ook betrekkelijk weinig mensen een eigen politiek weblog hebben. Eigenlijk verandert er in de politiek niet zo veel door de moderne media. Net als vroeger zijn maar weinig mensen actief in de politiek en volgen maar weinig mensen de politiek echt intensief. Op het Wereld Wijde Web is dat niet anders.

Tom Bakker onderscheidt drie typen politieke bloggers: 1. Bloggers die de landelijke politiek volgen en van commentaar voorzien. Ze schrijven vaak columns. 2. Bloggers, die lokaal actief zijn, vaak in een actiegroep. 3. Bloggers, die nieuwsoverzichten samenstellen vaak met veel links. Op mijn weblog schrijf ik over zo’n grote verscheidenheid aan onderwerpen, dat ik in ieder geval bij groep 1 en groep 2 behoor. Het gaat dan bij mij vaak over landelijke onderwerpen, maar vrijwel altijd relevant voor GroenLinks en vaak ook kritisch naar GroenLinks. Doordat mijn publicaties niet alleen op mijn eigen site verschijnen, maar ook op www.planeetgroenlinks.nl en onder blogs op de website van De Linker Wang is het lezerspubliek ongeveer drie keer zo groot als uit de statistiek blijkt. Als ik merk, dat na een publicatie het dagelijkse bezoekersaantal plotseling toeneemt of als een daarbij behorende zoekterm extra veel voorkomt, dan kan ik zo concluderen, dat het onderwerp belangstelling trekt en de bezoekers beïnvloed worden. Omdat ik de bezoekers vooral wil laten nadenken, wil veel bezoek niet zeggen, dat al die mensen nu opeens naar mijn standpunt overhellen.

Ik ben er van overtuigd, dat een aantal bloggers vrij veel invloed hebben. Hans Verbeek wijst er regelmatig op, dat de gemakkelijk winbare delfstoffen steeds schaarser worden. Het wordt duurder delfstoffen te winnen; op termijn zo duur, dat de delfstof niet meer gewonnen kan worden. Die gedachte zag ik vanmorgen plotseling terug in een opiniestuk van Liesbeth van Tongeren in de Volkskrant. Als ik uitleg, dat groen en links altijd samen horen te gaan, omdat juist de minderdraagkrachtigen het meest te lijden hebben onder de milieuvervuiling, heeft dat bij GroenLinks zeker invloed.

Buiten de politiek schrijf ik ook kritisch over kerkelijke zaken. Ook daarbij treden hogere bezoekersaantallen en frequente zoektermen op. De laatste tijd komt er steeds meer georganiseerd verzet tegen kerksluitingen en als ik daarover schrijf zie ik weer die effecten.

In de tijd, toen de realisatie van het Rijsbruggerweg tracé tussen Houten en de A12 nog niet besloten was, publiceerde ik daar veel over. Dat leidde tot veel bezoek van mijn weblog.

Als er al invloed is van bloggers, dan is die waarschijnlijk nooit bij het grote publiek, maar bij een bepaalde doelgroep. Alleen als je toevallig als een van de eersten over de dreigende crisis in Griekenland schrijft of over de rellen in Turkije afgelopen zomer, dan trekt dat de aandacht. Maar als oudere heer wordt dat allemaal wat minder en toch hoop ik, dat mijn publiek wat aan mijn stukken heeft.

T.P. Bakker: Citizens as political participants. The myth of the active online audience? UvA 2013 ISBN 9 789 46191 613 6. Ook in te zien op Internet.

Jaargang 6, Nr. 302.

Blijf je liever vrij, of?

vrijdag, januari 17th, 2014

 

OOK EEN GELOVIGE KENT TWIJFELS

Ook gelovigen worden beïnvloed door de secularisatie, de idee, dat alleen het menselijk inzicht en de moderne wetenschap in staat zijn de mensen de weg naar de waarheid te wijzen. Er zijn allerlei redenen om te twijfelen aan het bestaan van een God die het kwaad, dat mensen elkaar aandoen toelaat. Of die een wereld heeft geschapen waar steeds weer epidemieën en natuurrampen met duizenden slachtoffers voorkomen. Of die God, waar je steeds weer je gebeden tot richt en die maar niet luistert. Al die religies kennen weer hun eigen God en welke is dan de ware? Misschien ben je opgegroeid in een Kerk met een zwaar zondenbesef, waarbij je steeds weer bedreigd wordt met straf al hier op aarde: ziekte, armoede, ongeval, of waar die straf je straks wacht in het hellevuur. Geloven in een algoede God, die bij je is en je leidt, ook in nare tijden is niet zo gemakkelijk. Het bestaan van God of het niet bestaan van God valt niet te bewijzen. We kunnen God met onze zintuigen niet waarnemen. Soms hebben mensen mystieke ervaringen. Ze ervaren Zijn liefde. Ze ervaren Zijn werk in hun omgeving of in de wereld. Je moet je er voor open stellen en dat is niet zo eenvoudig als je alle geloof als ballast overboord hebt gezet. Dan pas ervaar je de vrijheid om jouw leven naar eigen inzicht in te richten. Dat wordt zeer positief gevonden, maar als je om je heen kijkt zie je hoe moeilijk het voor veel mensen is hun weg door het leven te vinden zonder TomTom met antwoorden op levensvragen.

De Bijbel is een heel raar boek. Vooral in het Oude Testament vind je vreselijke verhalen over oorlogen, moordpartijen, opstanden, verwoestingen, zondigheid, heldhaftige veroveringen, straffen van Jahwe, allemaal even gruwelijk. Het verhaal over het lijden van Jezus van Nazareth stemt evenmin tot blijheid. Maar er zijn ook heel mooie passages. Velen houden van de psalmteksten, wat minder van de manier waarop ze gezongen worden. In de Wijsheidsboeken tref je soms raadgevingen aan, die drieduizend jaar later nog steeds actueel zijn. In de vier evangeliën vraag je je steeds af of het allemaal echt gebeurd is. Ik vind dat onbelangrijk. De Bijbel is geen geschiedenisboek, ook geen geologie- of biologieboek. In de Bijbel vind je verhalen, die jou iets willen zeggen. Maar die Bijbel is geschreven in een andere tijd en voor andere mensen. Je moet je steeds afvragen, wat de auteur in die tijd aan de mensen van toen heeft willen leren. Moderne bijbelwetenschappers richten zich daar heel sterk op. Het is alleen jammer, dat in preken daarvan vaak nog weinig te merken is. Het zou om de vraag moeten gaan, wat de auteur toen wilde zeggen en wat wij daar vandaag nog aan hebben. In eerste instantie wordt die moderne Bijbeluitleg door sommigen als schokkend ervaren. Als je gewend bent de tekst letterlijk te nemen en je hoort dan, dat het heel anders bedoeld is, dan voel je je beetgenomen, bedrogen door die kerk. Maar uiteindelijk ga je beseffen hoeveel rijker, die Bijbel is, dan je oppervlakkig zou denken.

In de kerk gebeuren en gebeurden heel vaak ergerlijke dingen, zodat je gaat twijfelen of je nog wel bij die club wil horen. Vroeger was er vaak sterke druk op echtparen om veel kinderen te krijgen. Het zondebesef werd aangewakkerd, zodat mensen in angst voor de hel leefden. Soms werd de dwang ook economisch. Als de pastoor het niet wilde, kreeg je geen baan. De laatste jaren wordt er veel bekend over misbruik van minderjarigen door priesters en broeders. Waakzaamheid blijft geboden en niet alleen naar de kerken. Misbruik kan overal voorkomen. De laatste jaren zijn het vooral de conservatieve bisschoppen en priesters, die met hun autoritaire optreden veel ergernis geven. Weer anderen vinden, dat vrouwen een belangrijker rol in de kerk zouden moeten spelen. De wijding van vrouwen tot diaken is wel het minste, dat in ere hersteld moet worden. De behandeling van niet katholieke, maar wel gedoopte partners en de behandeling van gescheiden mensen kun je vaak ronduit wreed noemen.

Moet ik nog verder gaan? Als je dit leest dan is er maar een conclusie: weg met die club. Maar dan vergeet je de andere kant van de medaille. Er zijn nog veel goed functionerende geloofsgemeenschappen, waar de mensen er voor elkaar zijn. De mensen voelen zich er thuis. Ze worden geïnspireerd door goed verzorgde vieringen. Er is aandacht voor elkaar en er zijn initiatieven als er problemen opduiken als eenzaamheid, overbelaste mantelzorgers of armoede. Het enige dat zorg baart bij al die vrijwilligers in zo een levende gemeenschap is het gebrek aan opvolgers. Wie gaan straks het stokje van de huidige vrijwilligers overnemen? Ook al heb je – denk je – zelf geen behoefte aan een kerk, die kerkgemeenschap van mensen, die trouw zijn aan elkaar, heeft wel behoefte aan jou.

Jaargang 6, Nr. 301.

Sensationele knallen in Canada

donderdag, januari 9th, 2014

GEWOON VORSTVERWERING

De Volkskrant heeft vandaag (9-1-2014) een wat sensationeel artikel onder de kop “Zeldzame vorstknallen teisteren Canadezen”. De auteur lijkt van mening, dat het om een zeldzaam natuurverschijnsel gaat. De knallen dreunen zodanig, dat mensen denken aan een aardbeving. Het heeft te maken met de heersende koude. Daarom noemt men het cryo-seismiek. Omdat het aardbevingsonderzoek en de meteorologie in Nederland nauw verbonden zijn en de zeer lage temperaturen kennelijk een rol spelen, raadpleegt de journalist vooral weerkundigen. Hij had beter geologen of geomorfologen of fysisch-geografen kunnen benaderen.

Aardbevingen spelen zich op grote diepte af en worden door verschuivingen van delen van de aardkorst veroorzaakt. Soms zijn er kleine lokale bevingen doordat een grot of een mijngang instort of gesteentelagen worden samengeperst doordat er aardgas aan onttrokken is. Het eerste gebeurde vroeger in Zuid-Limburg en het laatste komt nu herhaaldelijk voor in Groningen. Dan zijn er nog aardbevingen, die veroorzaakt werden door ondergrondse kernproeven. Ze worden allemaal door seismografen geregistreerd. Seismologen interpreteren de seismogrammen. Ze kunnen samen met collega’s elders de locatie van de beving vaststellen en de intensiteit. Het in de krant beschreven verschijnsel heeft met dit alles helemaal niets te maken.

Vorstverwering komt voor in gebieden met een afwisseling van vorst en dooi. Deze vorm van verbrokkeling van gesteenten kan dus ook in Nederland voorkomen. Als je de kratten pils bij vriezend weer op het balkon zet, kan het bier bevriezen en dan knapt de fles. Een niet goed beschermde waterleiding kan stuk vriezen. Dat merk je vooral als het bevroren water weer ontdooit. Daarom liggen waterleiding altijd minstens 60 cm diep, waar de vorst niet doordringt. Op het plantsoen van de Janssingel in Arnhem stonden vroeger neoklassieke kalkstenen beelden, maar ’s winters gingen ze naar een depot. Aan oude gebouwen zie je hoezeer ze verweerd zijn. Och natuurlijk, zal de weerman van Omroep Flevoland zeggen.

Daar waar de temperatuur onder de 0° Celsius blijft zoals hoog boven de sneeuwgrens in gebergten of in de poolgebieden komt vorstverwering niet voor. Je moet  lager zijn, waar het afhankelijk van het seizoen ’s nachts kan vriezen en overdag kan dooien. Vocht dringt overdag in heel smalle spleetjes van het gesteente. Als het ’s nachts bevriest, zet het ijs uit en drukt het gesteente een heel klein beetje uit elkaar. Uiteindelijk springt het stuk steen los. Daar vallen stukken steen van de rotsen af en dan vooral in de ochtend als het ijs, dat de steen heeft losgedrukt ontdooit. In een kloof moet je vooral in de ochtend attent zijn op vallende stenen. Het kan ook in woestijnen voorkomen. De dauw zorgt dan voor vocht en in een woestijn kan het ’s nachts gemakkelijk vriezen.

De stukken steen vormen onderaan een rotswand een puinhelling. De rotsblokken van de puinhelling kunnen verder verpulveren. Eenmaal klein genoeg kunnen de stukken steen door stromend water afgevoerd worden. Al voortrollend slijten ze mooi rond af. Daaraan kun je riviergrind herkennen. Het materiaal wordt steeds fijner en uiteindelijk zand of klei. Dat kan weer zandsteen of leisteen worden en daarna begint alles weer van voren af aan. Gebergten worden gevormd en afgebroken en weer gevormd en weer afgebroken. Het duurt wel honderden miljoenen jaren.

Wat maken de Canadezen nu mee? De extreme kou zorgt voor een sterke krimp van de gesteenten, terwijl het ijs in spleetjes juist uitzet. Als er dan een rotsblok in een park of een wat poreuze steen van een gebouw los raakt geeft dat een knal. Als het weer gaat dooien, moeten ze wel oppassen voor vallende stenen van gebouwen. Dat moet de Volkskrant toch maar even doorgeven aan die Canadezen.

Jaargang 6, Nr. 300.