Author Archive

De top 18 GroenLinks

maandag, maart 22nd, 2021

De top 18 Percentage GroenLinksstemmen TweedeKamer 2021

01          Wageningen     14,2%

02          Nijmegen          13,3%

03          Utrecht stad     13,0%

04          Leiden                10,8%

05          Groningen         10,5%

06          Amsterdam       10,2%

07          Haarlem            9,3%

08          Bunnik               9,1%

08          Arnhem             9,1%

10          Delft                   8,8%

11          Zwolle                8,1%

12          Renkum             7,6%

13          Eindhoven         7,5%

14          Amersfoort       7,4%

14          Zeist                   7,4%

14          Tilburg               6,9%

16          De Bilt                6,9%

18          Rotterdam        6,8%

De verkiezingen

zondag, maart 21st, 2021

HET  GAAT DIEPER

 

Een kleinzoon belde mij op. Zoals gewoonlijk begon hij met te vragen hoe het met me ging. Ik antwoordde: “Ik lik mijn wonden!”  Eerst begreep hij me niet. Ik legde hem uit hoe pijnlijk het zetelverlies van GroenLinks voor mij was. Maar hij moest mijn vrouw spreken. Ik heb mij uiteraard afgevraagd wat de oorzaken zijn van deze pijnlijke uitslag. In de campagne werd heel sterk de nadruk gelegd op alle veranderingen, die volgens GroenLinks in Nederland nodig zijn. De mensen zitten nu juist te wachten op het einde van de Coronapandemie. Dat is de hoofdzaak.Zeur ons niet aan de kop over al die veranderingen. We zitten juist te wachten op de tijd, dat alles weer “normaal” is geworden.

Daarbij werd GroenLinks terecht gezien als de partij, die windenergie erg belangrijk vindt. Dat vinden de meeste mensen ook wel, maar niet in hun eigen omgeving.

Opnieuw werd GroenLinks het slachtoffer van het strategisch stemmen. D66 werd sterk gesteund, zodat deze partij in een volgend kabinet behoorlijk tegengas kan geven.  Dat legt bij D66 een enorme verantwoordelijkheid. Over maatregelen tegen de opwarming van het klimaat spreekt de VVD wel mooie woorden, maar de centen ervoor stellen ze niet beschikbaar.

De opkomst was deze keer erg hoog en dat werkt in het nadeel van GroenLinks. De partij heeft meer stemmen nodig voor een zetel.

Volt bleek een onverwachte stemmentrekker onder traditionele GroenLinksstemmers. Hun idee over een federaal Europa spreekt mij zeer aan. Voor mij is onduidelijk hoe ze staan tegenover de EU als middel om de te grote macht van het internationale bedrijfsleven te beteugelen.

GroenLinks neemt het op voor de zwaksten in onze samenleving, voor mensen met lage inkomens en weinig kennis en weinig macht. Ook voor planten en dieren, die zich niet kunnen verdedigen. Daarmee gaat GroenLinks dwars tegen de toenemende tendens om vooral op te komen voor je eigen belang. Iedereen moet maar zijn eigen boontjes doppen. De nieuwkomers in de Tweede Kamer hebben dat eigenlijk als uitgangspunt. Bij1 wil minder rassendiscriminatie. Volt wil een sterkere EU. Ja21 wil minder buitenlanders en BBB wil de belangen van de boeren behartigen. Ze zouden hun uitgangspunten ook binnen een brede volkspartij naar voren kunnen brengen, maar ze kiezen voor hun beperkte eigenbelang.

Waarom die eenzijdige nadruk op het eigenbelang en te weinig oog voor het algemeen belang? Ik heb de eigen ervaring, dat je met goede amendementen en andere actiemiddelen een partij als GroenLinks behoorlijk EU-minded kunt maken. De drie Europarlementariërs staan voor zon 12,5% van de stemmen, dus 18 zetels in de Tweede Kamer. GroenLinks heeft over allerlei thema’s duidelijke uitgangspunten. Het algemeen belang telt bij deze partij.  Kennelijk spreekt het de kiezers te weinig aan. In Duitsland zijn de “Grünen” in twee deelstaten de tweede partij geworden. Snappen de Duitsers het allemaal beter? Of hebben ze in hun collectieve geheugen veel meer kennis van wat extreem rechts aan ellende kan brengen?

Wat is er in Nederland de laatste vijftig jaar veranderd? Vroeger had vrijwel iedereen een sterke innerlijke overtuiging. Je was katholiek of protestant of humanist of socialist of pacifist en de grondslag van al die groepen was, dat je iets voor anderen moet over hebben. Naastenliefde was het eerste gebod en voor anderen heette dat solidariteit of menslievendheid. Onze samenleving is sterk geseculariseerd en geïndividualiseerd. Te veel mensen zien de ander niet meer staan. In tegendeel collectief gaat men anderen afwijzen, zelfs haten.  Vroeger had je als uitgangspunt in je leven, dat je niet leefde voor jezelf maar voor de ander. Dan zou je nooit zeggen, dat jouw leven “voltooid” was, want die ander was er nog steeds. Daar leefde je voor. Gelukkig zijn er nog steeds heel veel mensen, die veel voor de ander over hebben. Durf je dat nog hardop te zeggen? Ik ben er voor de ander. Elke keer als ik daar prachtige voorbeelden van zie wordt mijn pessimisme over de moderne samenleving wat getemperd. Het wordt tijd voor bezinning.

14e Jaargang, Nr. 658.

Beroepsbevolking

zondag, maart 14th, 2021

TOENAME OF AFNAME?

 

De Nederlandse beroepsbevolking wordt gevormd door de Nederlanders van 18 tot en met 65 jaar. Dit deel van de bevolking telt veel te weinig mensen, zelfs nu veel vrouwen werken. Daarom werven bedrijven arbeidskrachten in andere lidstaten van de Europese Unie. Al in de vijftiger jaren kwamen “gastarbeiders” uit Italië, Griekenland, Spanje en Portugal naar Nederland. Toen die landen tot meer welvaart kwamen vertrokken de gastarbeiders uit Nederland naar hun eigen land. Daarna werd geworven in Marokko en Turkije. Dat is inmiddels minder gewenst. We maken nu gebruik van Polen en eventueel ook Roemenen en Bulgaren. We moeten echter wel bedenken, dat ook die landen tot meer welvaart zullen komen en dat de bevolkingsgroei er zal afnemen. In de nabije toekomst zal het moeilijk worden nog arbeidskrachten buiten Nederland te werven.

In de discussies over de politiek in verband met de verkiezingen kwam vaak naar voren, dat er meer mensen nodig zijn in de zorg, vooral ook in verband met de vergrijzing. Oudere mensen doen vaker een beroep op medische zorg. Met de ouderdom komen de kwalen. Er zijn ook meer mensen nodig in het onderwijs en meer mensen nodig bij de politie. En steeds dacht ik, waar halen we die mensen vandaan? Daarbij moeten we bedenken, dat er nu nog grote leeftijdsgroepen werken uit de jaren1955 – 1970.  Over zo’n kleine twintig jaar hebben die de arbeidsmarkt verlaten. De komende jaren gaat de Nederlandse beroepsbevolking voortdurend krimpen en tegelijk wordt het moeilijker werkkrachten in het buitenland te werven. Dat tekort aan arbeidskrachten kan tot een lager Bruto Nationaal Product leiden, dus tot minder welvaart.

Een laag geboortecijfer leidt op den duur tot een krimpende bevolking en tot een te kleine groep werkenden. Welvaart en welzijn nemen dan af. Anderzijds is Nederland een dichtbevolkt land, volgens sommige natuurvrienden een te dicht bevolkt land. Sommigen willen juist die bevolkingskrimp. Van hen hoor je nooit hoe de tekorten aan mensen in de zorg en het onderwijs kunnen worden opgelost. 

Zou het verstandig zijn te gaan streven naar een constante bevolking? Geen groei, maar ook geen afname? Het lijkt, dat er een taboe rust op een discussie daarover. Om een constante bevolking te krijgen is een vruchtbaarheid nodig van 2,1 kind per vrouw. Het is iets meer dan 2 omdat een klein deel sterft voordat het zelf kinderen heeft gekregen. De trend is juist, dat veel jonge mensen ervoor kiezen als alleengaand door het leven te gaan. Geen relatie en geen kinderen. Als ze zorgen voor een goed netwerk van vrienden en vriendinnen, die elkaar helpen in geval van ziekte of ouderdomsgebreken of andere nood, dan kunnen zij zich ook nog redelijk redden zonder hulp van familie. Het is wel zo, dat al die alleenstaanden zorgen voor een grotere behoefte aan woningen, want ze blijven natuurlijk niet hun hele leven bij pappie en mammie wonen. Meer woningen betekent ook meer ruimtebeslag en minder ruimte voor natuur. Bedenk daarbij, dat ook het hoge percentage scheidingen zonder een nieuwe relatie leidt tot meer alleenstaanden.

Als zoveel Nederlanders niet meedoen met het kinderen krijgen is het dan aan te bevelen, dat de gezinnen bij voorkeur drie of vier kinderen gaan tellen? Ik heb wel eens de indruk, dat zo’n gezin tot een beter sociaal opvoedingsklimaat leidt. Maar kinderen zijn duur en dus zou er moeten worden gezorgd voor hogere lonen en meer kindertoeslag.

In de huidige verkiezingscampagne gaat het in het geheel niet over dit soort vraagstukken. Het gaat om de opwarming van het klimaat zo snel mogelijk te stoppen. Het gaat om betere en voor iedereen betaalbare zorg. Het gaat om beter onderwijs. Een grotere veiligheid is eveneens een punt. Maar de komende jaren is een discussie over bevolkingsvraagstukken wel degelijk op zijn plaats.

14w Jaargang, Nr. 657.

Immigratie

zondag, maart 7th, 2021

OF INVESTEREN IN KINDEREN?

In een tot nu toe nauwelijks opgemerkt rapport worden de kosten berekend, die de immigratie in Nederland voor onze samenleving met zich meebrengt, Die kosten zijn zo hoog, dat zij onze verzorgingsstaat in gevaar brengen. Daarbij moet gedacht worden aan arbeidsmigranten, die hier voor de oogst of voor kortere tijd vertoeven, arbeidsmigranten, die zich niet definitief vestigen en vluchtelingen. In het krantenbericht werd niet uitgelegd, waarom wij zoveel arbeidskrachten uit het buitenland aantrekken.

We weten het, na afloop van de Tweede Wereldoorlog kregen we in 1946 een forse geboortegolf. De grafiek van de geboortecijfers laat voor 1946 een flinke piek zien. Wie in 1946 is geboren wordt bij leven dit jaar 75 jaar. Minder bekend is, dat het tot 1964 duurde voordat het geboortecijfer weer tot op het niveau van vóór de oorlog was gedaald. We hebben dus heel lang een sterke natuurlijke groei gekend. In die jaren vertrokken ook veel mensen uit Nederland en daarbij vooral veel boerenzoons met hun gezin. Ik ken meerdere mensen met broers of zussen in Canada, Australië en Nieuw Zeeland. Het aantal emigranten bleef ver achter bij het aantal babies. De bevolkingsgroei werd nauwelijks afgeremd.

In 1966 verscheen de Tweede Nota op de Ruimtelijke Ordening. Als er in het jaar 2000 twintig miljoen Nederlanders zouden zijn, waar moesten die dan allemaal wonen? Daarop probeerde de nota een antwoord te vinden. In ieder geval moesten er minstens één miljoen naar de drie Noordelijke provincies verhuizen. Het liep totaal anders af. Tussen 1970 en 1975 daalde het geboortecijfer dramatisch. Elk jaar daarna werden er meer dan honderdduizend kinderen minder geboren. In 1976 werden de geboortepiekers van 1946 30 jaar. Je zou eigenlijk een echo-effect verwachten: veel potentiële moeders, dus veel babies. Het omgekeerde gebeurde. Twintig jaar later kwamen er veel minder jonge mensen op de arbeidsmarkt en dat bleef constant het geval in de jaren erna. Gemiddeld werden er per vrouw maar 1,6 kinderen geboren. De generaties van de opa’s en oma’s waren veel kleiner. Er ontstond dus niet onmiddellijk een sterfteoverschot. De bevolking bleef groeien maar wel veel langzamer. De twintig miljoen zien we niet meer komen.

Een kind krijgen is een kostbare zaak. Er zijn veel alleenstaanden, die meestal geen kinderen krijgen. In veel gezinnen is er maar één kind. Je moet een behoorlijk inkomen hebben wil je meer dan twee kinderen kunnen grootbrengen. Toch worden in die armere gezinnen kinderen geboren en volgens het CPB leven in Nederland meer dan vierhonderdduizend kinderen in armoede. Ze gaan bijvoorbeeld zonder ontbijt naar school. Het is een gevolg van de enorme inkomensongelijkheid in Nederland. Het is niet voor niets, dat er actie wordt gevoerd voor een veel hoger minimumloon. De stijging moet veel meer worden, dan rechtse partijen voorstellen. Maar ja, investeren in kinderen is bij rechts niet populair. Men maakt liever dure reizen naar verre buitenlanden. En twee auto’s per gezin is echt nodig als beide ouders werken.

Maar onze welvaart is vooral een zaak van zeer veel export. We verdienen ons geld met goederen en diensten te leveren aan vele buitenlanden. Maar waar haal je al die noodzakelijke arbeidskrachten vandaan? Gelukkig is er in de EU vrij verkeer van arbeidskrachten. Mensen uit de minder welvarende lidstaten kunnen zonder veel problemen hier komen werken in de land- en tuinbouw, in de industrie in de bouw en als vrachtwagenchauffeur. Je kunt ze als bedrijf vaak ook nog afschepen met een veel lager loon, dan aan Nederlanders wordt betaald. De kosten van de huisvesting, de medische zorg en het onderwijs in hun tweede taal zijn niet voor de bedrijven. Dat geeft wel problemen, want er worden veel te weinig sociale huurwoningen gebouwd en van de bestaande sociale huurwoningen van uitstekende kwaliteit worden duizenden verkocht. Voor veel jonge Nederlanders is het vele jaren wachten op een eigen huis. Maar de mensen die hierover beslissen zitten in hun eigen koopwoning en helpen hun kinderen bij de aanschaf van hun eigen koophuis.

Er valt dus echt wel iets te kiezen op 17 maart. Wil je echt naar een eerlijker samenleving met een eerlijk loon en eerlijke huurprijzen en een eerlijke gezondheidszorg, dan moeten al die arbeiders, die nu VVD of erger stemmen eindelijk eens beseffen, dat ze daar niets van kunnen verwachten. Vindt de weg terug naar met name de Partij van de Arbeid of de SP of GroenLinks. Wordt wijzer.

14e Jaargang, Nr.656.

Één linkse partij?

zondag, februari 28th, 2021

WAT LEERT ONZE BUNNIKSE ERVARING?

 

Jesse Klaver zorgde voor nogal wat ophef in de media toen hij opriep te stemmen op de lijsttrekkers van D66, PvdA en SP, want dan zou dat ook GroenLinks groter maken. Bij alle verkiezingen komt het weer naar voren. Links vormt in Nederland geen eenheid. Dat maakt links stemmen niet populair, want dan stem je zeker niet op de grootste partij, niet bij de prognoses en niet bij de uiteindelijke uitslag.

In de gemeente Bunnik werd de linkse partij Perspectief 21 wel de grootste met acht van de 17 raadszetels. De gemeente grenst aan de stad Utrecht en dan vooral aan het universiteitscentrum De Uithof. Verder aan Zeist, de Utrechtse Heuvelrug, Wijk bij Duurstede en Houten. Het riviertje de Kromme Rijn, vroeger de hoofdtak stroomt van Zuid-Oost naar Noord-West door de gemeente. De drie dorpen, Bunnik, Odijk en Werkhoven kennen veel woonforensen en daaronder nogal wat academisch geschoolden. Een groot deel van de gemeente is (nog) agrarisch, maar de bedrijven zijn flink vergroot en bieden dus in totaal weinig werkgelegenheid. Bunnik heeft net als andere aan Utrecht grenzende gemeenten de opdracht te zorgen voor voldoende huisvesting voor de toevloed van woningzoekenden, die vooral in Utrecht werken.

Bij de verkiezingen in 1994 haalde GroenLinks ruim twee zetels en de PvdA net geen twee zetels. CDA, VVD en D66 vormden het college en links zat jaar in jaar uit in de oppositie. In 1997 werd door PvdA en GroenLinks Perspectief 21 opgericht. We hadden een PAK gehad met PvdA, D66 en PPR. In die situatie was er één linkse wethouder. Nu probeerden we D66 er ook weer bij te betrekken, maar volgens de D66 bestuurders mochten ze niet, want de partij had te weinig bekendheid bij het grote publiek. Perspectief 21 werd een groot succes. Leden van GroenLinks en van de Partij van de Arbeid zijn automatisch lid, tenzij zij te kennen geven dat niet te willen. Daarnaast kent P21 leden, die niet lid zijn van een landelijke partij. Daarnaast zit het CDA met vijf zetels in de raad en hebben VVD en D66 de lokale partij De Liberalen opgericht met vier zetels. Het CDA vormt al jaren de oppositie. Het CDA krijgt waarschijnlijk ook de stemmen van SGP en CU stemmers. P21 krijgt waarschijnlijk ook de stemmen van SP en de Partij voor de Dieren. In P21 spelen de programmatische verschillen binnen links nauwelijks een rol. Soms zijn PvdA raadsleden nog fanatieker pro landschap en milieu dan de GroenLinksers. Wel zijn er verschillen in opvatting over het raadswerk. Ben je heel kritisch naar het College en zeg je niet overal ja op of rommel je wat aan met de wethouder en stem je stilzwijgend toe en zeg je bij de eigenlijke besluitvorming dus ook maar ja. Dat zorgde voor een afsplitsing in P21.

In een gemeente zijn de politieke verschillen niet bijzonder groot vergeleken met de landelijke situatie. De vier linkse partijen hebben in hun programma’s veel meer overeenkomsten dan verschillen. Het lijkt mij, dat één nieuwe linkse partij voor de leden van SP, PvdA, D66 en GL met een gezamenlijke programmacommissie en een gezamenlijk congres best tot overeenstemming zou kunnen komen. De SP-ers zullen toch niet zoveel moeite hebben met een positievere houding naar de Europese Unie en hun vakbondige stijl van politiek bedrijven zullen ze ook wel kunnen inslikken. Ze zullen eigenlijk best wel wat meer aan het milieu willen doen. De PvdA-ers zijn altijd wat meer een bestuurderspartij en dus wat gematigder en compromisbereid. Maar met echt opkomen voor de zwaksten in de samenleving zal een echte PvdA-er toch niet zoveel moeite hebben. Dat ligt bij D66 wel anders. Sociaaleconomische zit D66 naar mijn idee behoorlijk dicht tegen de VVD aan. Van de bestuurlijke vernieuwing is nog niet veel terecht gekomen. Ik heb bij D66 vooral veel moeite met hun levensbeschouwelijke zeer liberale standpunten. Dan gaat het vooral over euthanasie en een vrijwillig zelfgekozen levenseinde en allerlei ethische aspecten in hun levenshouding. Doen waar je zin in hebt en niet nadenken over de vraag wat dat voor een ander betekent. Ik denk, dat veel leden van D66 en ook van GL niet zo gemakkelijk afscheid zullen nemen van zo’n liberale levenshouding. Ze ontkennen vaak, dat ze in hun levenshouding anti-godsdienstig zijn, maar in de praktijk komt het daar vaak wel op neer. Denk aan hun houding tegenover het bijzonder onderwijs.

Zal ik het nog meemaken? Één grote linkse partij met een programma waar ik van harte ja op kan zeggen? Het zou best kunnen, maar dan moeten velen  – ik ook – toch het nodige inslikken. Tsja, willen we het echt? Of zijn al die discussies elke keer meer een verplicht nummer zonder serieuze consequenties?

14e Jaargang, Nr. 655.

De Jeugd

zondag, februari 21st, 2021

WAARDOOR HEEFT DE JEUGD HET ZO MOEILIJK?

 

Alle media geven er veel aandacht aan. De jeugd heeft het na bijna een jaar coronacrisis met thuis-onderwijs via een onlineverbinding en het gemis van hun klasgenoten inmiddels buitengewoon moeilijk. Burgemeester Femke Halsema dringt aan op meer vrijheid voor de jeugd. De regering peinst zich suf hoe dat moet zonder de komst van de derde golf te versnellen. Proberen achter je computerscherm je leerstof te begrijpen en je eigen te maken is niet erg eenvoudig. Je hebt geen directe steun van je klasgenoten en je docent. Vaak kunnen je ouders je evenmin helpen. Je mist het dagelijkse contact met je vrienden en vriendinnen. Ook je sportclub mag niet actief zijn. De eenzaamheid slaat toe. ’s Avonds je vrienden of vriendinnen opzoeken kan ook al niet meer door de avondklok. Je snapt natuurlijk wel waarom dat een slimme maatregel is. Elk contact buitenshuis kan tot besmetting leiden. Dan kun je je ouders of je grootouders weer besmetten. Voor hen kan dat buitengewoon ernstig uitpakken. Zo leef je ook nog in angst, dat ze door Corona ernstig ziek zullen worden. Intussen voel jij je thuis opgesloten. Je voelt je steeds naarder, eenzamer depressief en pessimistisch. Er zijn geen feestjes. Je kunt niet gaan stappen. Je kunt niet naar de wedstrijden van je favoriete voetbalclub of naar de bioscoop. Het is allemaal ellende.

Als ik dat allemaal lees of hoor kan ik de gedachte niet onderdrukken, dat de huidige jeugd niet veel incasseringsvermogen heeft. Velen kampten al met problemen en daar komt nu de Coronacrisis nog bij. Je moet je dus afvragen wat in onze huidige leefwijze ertoe leidt, dat een flink deel van de jeugd het zo moeilijk heeft.

Als je nooit met tegenslagen te maken hebt gehad en geheel onverwacht wordt de wereld overvallen door het Coronavirus, dan heb je nooit geleerd om met zo’n probleem om te gaan. Onze maatschappij leeft met het idee, dat de wereld maakbaar is. Komt er een probleem, dan verwachten we, dat het in de kortste keren is opgelost. Onze kinderen weten niet beter. Ze zijn gewend (of verwend), dat al hun wensen worden vervuld. Meestal hoeven ze er geen moeite voor te doen. Is er een probleem? De deskundige lost het op. Veel jeugdigen leidden tot een jaar geleden een zorgeloos leventje. Zonder zorgen leven leidt er niet toe, dat je met problemen om leert gaan en dat je zo een flink incasseringsvermogen opbouwt. Maar dit betreft slechts een deel van de jeugd.

Het schijnt, dat de helft van de huwelijken tegenwoordig op een scheiding uitloopt .Of dat ook zo is met huwelijken waar al kinderen zijn, weet ik niet. Maar veel kinderen krijgen met een scheiding van hun ouders te maken. Ze moeten maar zien te wennen aan die nieuwe relatie van hun vader en/of hun moeder en hun eventuele kinderen. Heel vaak gaat het allemaal prima en blijft de relatie tussen beide ouders toch goed en zorgen ze samen goed voor hun kinderen. Er zijn ook vechtscheidingen. Er zijn ook vaders of moeders, die hun kinderen krijgen toegewezen, die het contact van hun kinderen met hun ex sterk tegenwerken. Dat is zo’n groot probleem, dat er nu pittige wetgeving aan komt, die dit strafbaar stelt. Als er geen twee ouders beschikbaar zijn als raadgever of steunpilaar in je leven, dan kan het nu extra moeilijk worden.

Dat gemakkelijk scheiden is maar één van de talloze vrijheden, die velen zich tegenwoordig menen te kunnen veroorloven. Ouders, die maar hun gang gaan, vormen niet bepaald een goed voorbeeld voor hun kinderen. Het zijn geen ideale opvoeders, die hun kinderen de traditionele normen en waarden weten voor te leven. De kern van alle waarden is, dat je iets voor een ander moet over hebben. Dat heet solidariteit of naastenliefde. Je zult maar een vader en/of een moeder hebben, die in het leven naar jou uitstraalt, dat je de pot op kunt en dat je het maar zelf moet uitzoeken

Zo’n levenshouding hangt vaak samen met de secularisatie, het verlies aan een binding met een God en met de idealen, die een kerk je voorhoudt. Veel kerken hebben terecht veel kritiek verdiend en , dat is vaak een reden tot kerkverlating. Dat betekent dan niet altijd, dat je ook de christelijke of joodse of islamitische idealen maar bij het grof vuil zet. Veel ouders kunnen hun kinderen dan toch nog een heel goede opvoeding geven. Zo geven ze hun kinderen opvattingen mee, verhalen en beelden, die hen tot steun kunnen zijn in hun leven. Als je godsvertrouwen mist kun je het in deze Coronatijd best moeilijk krijgen. Het ware te wensen, dat mensen daar eens serieuzer over nadenken. Met name de Joodse Bijbel of wel het Oude Testament kent tal van verhalen, waar het Volk in nood raakt en dan door Jahweh wordt gered. Jammer als je dat je kinderen onthoudt.

3e Jaargang, Nr.654.

Genieten van Nederland

maandag, februari 15th, 2021

KIJKEN EN WETEN WAT JE ZIET

 

Door Corona konden vorig jaar de meeste Nederlanders niet naar het buitenland en constateerden vervolgens, dat er in Nederland zoveel te genieten valt. Ze kenden Frankrijk of de Spaanse costa’s beter dan hun eigen land. Ik moest er weer aan denken nu ik van onze favoriete vakantieparkenonderneming alsmaar weer mailtjes krijg met kortingen en andere voordelige aanbiedingen. Ze hebben over heel Nederland in een rustige en aantrekkelijke omgeving hun parken met bijna altijd prima voorzieningen. Meestal zijn er ook leuke wandelroutes in de omgeving beschikbaar. Daar gaat het nu om. Veel mensen genieten van de mooie natuur, maar echt weten wat ze zien is er helaas vaak niet bij. Het overkwam mij de laatste jaren twee keer. Ik meende een heideontginningslandschap te herkennen en dat bleek na nadere informatie goed gezien.

De meeste parken vind je in de Oostelijke en Zuidelijke provincies op de zandgronden en vaak in een bosrijke omgeving. De landschappen daar weerspiegelen de agrarische geschiedenis van Nederland. Als je de geschiedenis van zo’n landschap kent, gaat het als het ware voor je leven. Dan geniet je nog meer van je wandeling of je fietstocht. Met de auto ontgaan je de details en dan mis je veel.

Anderhalve eeuw terug vond je op de zandgronden in Drenthe, Overijssel, Gelderland, Noord-Brabant en Limburg de zogenaamde potstalcultuur Rond de dorpen had je wat akkerbouw op de essen (of engen of enken) De rest was bedekt met uitgestrekte heidevelden. Daar graasden de schapen en die werden niet eens op de eerste plaats gehouden om de wol of het vlees, maar zij leverden de mest voor de akkers op de es. De schaapskooien hadden verdiepte bodem. De mest van de schapen werd daar vermengd met heideplaggen. Dat mengsel werd in het voorjaar over de akkers uitgestrooid. Hoe groter de heide, hoe meer schapen konden grazen, hoe meer mest, hoe groter de essen, hoe groter het dorp en hoe meer inwoners er konden leven.

Op de laagste delen van de hellingen van de Utrechtse Heuvelrug had je de langgerekte flankessen en bovenop de Heuvelrug had je toen vooral heide. Ik ken daar een plek met een voormalige schaapskooi, maar ook met de bedrijfsgebouwen van latere perioden. Als je in een van die oude dorpen in de gebieden met zandgrond rond wandelt of fietst, let dan maar eens op of je die oude schaapskooi nog kunt ontdekken.

Rond 1880 kwam er een fundamentele verandering. Vanuit Amerika werd massaal goedkope tarwe ingevoerd. Daar konden de boeren op de zandgronden niet tegen concurreren. Tegelijk kwam ook de kunstmest beschikbaar. Overal verbeterde de medische zorg en dat kwam vooral tot uiting in een lagere zuigelingensterfte. De bevolkingsgroei nam sterk toe. En al die boerenzoons hadden nu de kunstmest om de schrale heidegrond te gaan ontginnen en daar een eigen bedrijfje te starten. Ze begonnen een gemengd bedrijf met op de akkers vooral veevoer. De melk werd verkocht en vaak in coöperatieve melk- en zuivelfabrieken verwerkt tot boter. Er werden ook kippen gehouden om de eieren en varkens om het vlees. De oudere boerderijen hebben een deel met plek voor 10 tot 50 koeien.. zo’n bedrijf is nu te klein om een fatsoenlijk inkomen te verkrijgen. Er moesten grotere bedrijven komen. We komen aan de derde periode van de agrarische geschiedenis.

Er waren meerdere oplossingen mogelijk. Soms ging zo’n boer met een gemengd bedrijf over op specialisatie. Ze gingen rozen kweken of fruitbomen of bomen en heesters. Daar zat veel werk in, maar de geldopbrengst lag hoger. Een tweede manier was een grote stal bij te bouwen en het vee vooral bij te voeden met geïmporteerd veevoer. Met de grote zeehavens is Nederland hier goed geschikt voor. Maar al dat vee produceerde enorme hoeveelheden mest en die konden de boeren niet kwijt op hun bedrijf met een kleine oppervlakte. Dat geeft dus de stikstofproblematiek waar de bouw de laatste jaren zo’n problemen mee heeft. De uitstoot van die bedrijven komt als een meststof neer op de paar overgebleven heidevelden en die gaan vergrassen. Heide heeft juist een schrale grond met weinig voedingsstoffen nodig. De derde manier, die deNederlander Mansholt propageerde was, dat veel kleine bedrijven werden opgeheven en de grond werd gebruikt om andere bedrijven te vergroten. Je had de ‘blijvers’ en de ‘wijkers’. De laatsten gingen in de industrie werken of de dienstverlening.  Je ziet ook boeren, die een boerencamping of een landwinkel beginnen om zo het bedrijfsinkomen te verhogen.

Als GroenLinks of de Partij voor de Dieren nu roepen, dat al die megastallen moeten verdwijnen, dan beseffen velen van hen niet welk diep menselijk leed zij in boerenfamilies veroorzaken. Soms heeft zo’n familie generaties lang op zo’n bedrijf geboerd en dan moet zo’n boer – juist hij – ermee stoppen. Zelfdoding is dan te vaak het gevolg. Veelal stopt een bedrijf bij gebrek aan een opvolger of wanneer de grond wordt opgekocht voor woningbouw. Ook dat is niet leuk, maar beter te verdragen.

De potstalcultuur had heideplaggen nodig. Als in een gebied te vaak geplagd werd, kon het onderliggende zand gaan stuiven. Zo vind je aan beide zijden van de Heuvelrug en op de Veluwe stuifzanden. Vaak worden er dan ook stuifduinen gevormd. Vooral in het begin van de vorige eeuw zijn veel zandverstuivingen en heidevelden bebost, veelal met grove dennen. Er was toen behoefte aan stevige boomstammen om mijngangen te stutten. Houten steunen gaan kraken als ze te zwaar belast worden. Nu is het aan het veranderen. Het Utrechts Landschap gebruikt het gewonnen hout zoveel mogelijk zelf om bijvoorbeeld banken te maken of afrasteringen voor gebieden met schapen. Vaak overheersen nog de saaie dennenplantages, Het is zeker niet de natuurlijke vegetatie, die in Nederland thuis hoort. Dat is het zomergroene gemengde loofbos met vooral eiken en beuken. Dat is nagenoeg uit Nederland verdwenen. Natuurmonumenten en de provinciale landschappen zouden dat gemengde loofbos terug moeten brengen. Dan werken ze pas echt aan het herstel van de natuur. Het Utrechts Landschap plant nu alleen nog loofbomen.

 Naaldbos, heide, zandverstuivingen en stuifduinen hangen allemaal samen met het ingrijpen van de mens. Het is eigenlijk geen echte natuur, maar vaak wel mooi om te zien.

13e Jaargang, Nr. 653.

 

Ons klimaat

zondag, februari 7th, 2021

EEN WEEK VORST VERANDERT NIETS AAN DE OPWARMING

 

Het is lang geleden, dat ik moest gaan sneeuw ruimen en dat er ook zo veel sneeuw is gevallen. Het Journaal op NPO1 toonde beelden van de sneeuwpret in Park Sonsbeek in Arnhem. Ik moest weer aan mijn jeugd denken en aan mijn baan aan de Fatimaschool, toen nog aan de Bauerstraat dichtbij Sonsbeek. Met de kinderen uit mijn klas ging ik sleeën in Sonsbeek. Zo’n late vorstperiodepas in februari gebeurde wel vaker na een betrekkelijk zachte wintertijd ervoor..

Betekent dit dan ook een omslag in de opwarming van de aarde? Zeker niet, want kou en sneeuw in een deel van Europa wil bepaald niet zeggen, dat het overal zo koud is op het Noordelijk Halfrond, waar het nu winter is. De opwarming betreft de gehele aarde en gemiddeld over tientallen jaren gerekend. Er zullen best wel weer warhoofden zijn, die dit koude weer als argument tegen windmolens gebruiken.

Deze week moest ik in het lokale nieuws- en advertentieblad, het Bunniks Nieuws, meer bekend als ’t Groentje (vroeger werd het op groen papier gedrukt) een warrig verhaal lezen tegen windmolens. Nu zijn dat tegenwoordig enorme gevaarten van meer dan twee Domtorens hoog als je de wieken mee rekent. Maar één zo’n reusachtig bouwsel geeft evenveel elektriciteit als tientallen kleinere molens. De langgerekte gemeente Bunnik is ruim 21 KM lang en we moeten daar voor vijf molens een plek kunnen vinden op voldoende afstand van woningen. In het stuk wordt de gemeente verweten die molens erdoor te drukken zonder inspraak van de bevolking. De gemeente Bunnik heeft in een steekproef de mening van de inwoners gepeild. Perspectief 21, PvdA en GL, haalde acht van de zeventien zetels en de Liberalen, VVD en D66 ging van vijf naar vier. Probeert de VVD met stemmingmakerij tegen windmolens een beter verkiezingsresultaat te boeken op 17 maart? Dan moeten ze niet opnieuw aankomen met kernenergie. De veiligheidsmaatregelen maken een kerncentrale zo duur, dat kernenergie niet meer kan concurreren, Duitsland, België en Frankrijk willen af van hun kerncentrales.

Het probleem met de opwarming van de aarde is, dat de gevolgen pas over tientallen jaren erg goed merkbaar worden. De opwarming tegengaan doen we niet voor ons zelf, maar voor onze achterkleinkinderen. Voor de mensen in de Grote Oceaan, die op een koraaleiland wonen maar enkele meters boven de zeespiegel. Misschien is het eigenbelang bijna altijd uitgangspunt bij de VVD. In ieder geval zou iedereen, die een stem op de VVD overweegt zich dat eens af moeten vragen.

Er zijn twee redenen om van het stoken van fossiele brandstoffen af te willen. De voorraden steenkool, bruinkool, aardolie en aardgas zijn weliswaar zeer groot, maar toch eindig. Als ze op zijn, moeten we wel iets anders hebben. Veel belangrijker is, dat het gebruik van deze fossiele brandstoffen zorgt voor de opwarming van de aarde. Daardoor kunnen allerlei planten hier niet meer groeien en allerlei dieren, die van die planten afhankelijk zijn evenmin. Er komen ook meer en heviger orkanen voor met alle verwoestingen en overstromingen en doden. De opeen volgende regeringen van Nederland zijn door de rechter veroordeeld, want de rechter vond, dat zij te weinig had gedaan om het milieu te beschermen. De huidige generatie heeft er geen of weinig last van. Waarom zou je er dan duur belastinggeld aan gaan besteden. Het zijn juist veel jonge mensen, die het anders willen. Zij en hun kinderen en kleinkinderen zullen er wel last mee krijgen. Regeren vraagt eigenlijk lange termijn denken, maar de meeste politici komen niet verder dan de korte termijn.

Dan zijn er al problemen genoeg. Zoals nu de Corona-pandemie. Mijn vrouw en ik hebben nu de eerste vaccinatie gehad. Het is te hopen, dat jongeren, onze kinderen en kleinkinderen niet te lang moeten  wachten. Intussen is wel duidelijk geworden, dat we ons beter moeten voorbereiden op al die mogelijke uitbraken, die nog kunnen komen. Dat is dan weer de lange termijn. 

13e Jaargang, Nr. 652.                                                 

Woningnood

zondag, januari 31st, 2021

GEVOLG VAN RECHTS BELEID?

 

Mijn vrouw en ik wilden dolgraag trouwen, maar dan moesten we wel een huis hebben. Huizen waren er niet. Zeker niet in Arnhem waar wij beiden werkten. In Arnhem was er bij de Slag om Arnhem en bij de bevrijding in april 1945 veel verwoest. Mijn ouderlijk huis was door een mortiergranaat getroffen en beschadigd. Het werd provisorisch gerepareerd. Vijftien jaar later rond 1960 was er nog steeds woningnood. Maar er was ook een tekort aan onderwijzers. Elders werden banen aangeboden met een huis erbij. Zo gaven ze ons een zekere prioriteit en kregen we een driekamerflat in het eerste flatgebouw van een nieuwe bouwstroom. Daar werden de twee oudsten geboren. In 1967 konden we verhuizen naar een koopwoning in Odijk. Dat huis is flink uitgebreid en van CV voorzien en we wonen er binnenkort 54 jaar. Als eerstegraads leraar in het Voortgezet Onderwijs verdiende ik genoeg om voor ons zelf de woningnood op te lossen.

Daar ziet u meteen de connectie met rechts beleid. Mensen, die kunnen kopen hebben geen of minder last van de woningnood. Het echte probleem is, dat er een tekort is aan betaalbare huurwoningen voor de lagere inkomensgroepen. Voor de huidige (demissionaire) regering heeft woningbouw voor deze groep geen prioriteit. De toekomstige bewoners stemmen niet op de partijen, die dit kabinet vormen. Dat was eerder het geval, want de naoorlogse woningnood duurde tientallen jaren. De boosheid onder de bevolking nam enorme proporties aan. Midden jaren zeventig werd die woningnood inzet van de verkiezingen. De Partij van de Arbeid behaalde een geweldig resultaat. Het kabinet Den Uyl kwam aan de macht en de woningbouw nam enorm toe.

Twee namen moeten daarbij genoemd worden. De eerste is die van de wat linksige KVP-minister Pieter Bogaers, die de woningbouw boven de honderdduizend per jaar wist te brengen. Later verliet hij de KVP. Hij had een radicale opvatting over zijn katholieke geloof en kon met het KVP-beleid geen vrede meer vinden. Hij sloot zich aan bij de PPR. Bij de groei van de woningbouw speelde ook staatssecretaris Jan Schaefer een grote rol. Hij had al naam gemaakt als wethouder in Amsterdam. Ouderen onder ons herinneren hem als een wat slordige figuur, die soms met striemende uitspraken kwam. De meest bekende is: “In gelul kun je niet wonen”. Hij werkte keihard en ook hij heeft er voor gezorgd, dat de naoorlogse woningnood eindelijk tot een einde kwam. Maar daar was wel een links kabinet voor nodig.

Ook nu is er vooral voor starters een fors tekort aan voor hen betaalbare woningen. Zelfs voor starters op zoek naar een koopwoning is het moeilijk. Beide partners moeten werken willen ze kunnen kopen. De lage rente en de grote vraag en het tekort aan nieuwbouw drijven de prijzen enorm omhoog. Gaat het om sociale huurwoningen, dan zie je overal hetzelfde beeld. Een rechts College doet er weinig aan. In de Raad moeten linkse raadsleden er steeds weer op aandringen, dat in bouwprojecten de 30% sociale huur wordt gehaald. Steeds proberen projectontwikkelaars daar onderuit te komen. De totale bouwproductie in Nederland is veel te laag. Alle energie van een kabinet zou er op gericht moeten zijn alle belemmeringen weg te nemen en de woningbouw omhoog te jagen.

Wat zijn dan die belemmeringen? Sociale woningbouw kost geld. Kennelijk is dat er te weinig. Het ontwikkelen van woningbouwlocaties is een lastige tijdrovende en dure klus. Stopt een gemeente daar voldoende geld en genoeg energie in?  In veel gebieden zijn nieuwe woningbouwlocaties moeilijk te vinden door de stikstofnormen. De bewoners met hun auto’s zorgen voor een forse stikstofuitstoot en daardoor wordt de natuur aangetast. Paarse heidevelden veranderen in troosteloze geelbruine grasvelden. De flora verandert. Je ziet en voelt opeens veel meer brandnetels. Het ruimtelijk beleid is gedecentraliseerd. In een volgend liefst linkser kabinet is een gedreven Minister van Volkshuisvesting noodzakelijk. Die moet op nationale schaal de grotere woningbouwlocaties aanwijzen. Daarbij moeten gemeenten weer dwingende bouwopdrachten krijgen om grote groeikernen te realiseren. Tsja, dat gaat geld kosten, maar om met Jan Schaefer te spreken: “In gelul kun je niet wonen!”

Wat hebben wij over voor onze kinderen en kleinkinderen? Kiezen we voor nog eens vier jaar klagen over die erbarmelijke woningnood of gaan we eindelijk aan de slag. Laat die VVD maar eens keihard voelen, dat ze onze jonge mensen nu al vele jaren vreselijk in de steek hebben gelaten. Welke minister komt nu weer aan een woningproductie van 100.000 per jaar?

13e Jaargang, Nr. 651.

Verkiezingen

zondag, januari 24th, 2021

MOET RUTTE OPSTAPPEN?

 

We beginnen het te merken. De Tweede Kamerverkiezingen komen eraan. Politieke partijen houden hun online-congressen en in de debatten in de Tweede Kamer richten alle partijen hun pijlen op de minister-president. Hij blijkt nog steeds populair net als zijn partij. Het ziet er naar uit, dat na maart er opnieuw een regering met de VVD komt. Ondanks de concurrentie van de PVV en FvD blijft de VVD trekken. Ook wel logisch, want de kiezers behoren tot het welgestelde deel van de Nederlandse bevolking en dat zijn in het algemeen geen domme mensen. Ze snappen, dat ze met één grote partij meer macht hebben dan wanneer ze zich opsplitsen. Forum voor Democratie maakt dan ook weinig kans en zal waarschijnlijk alleen stemmen trekken van vreemdelingenhaters. Zoveel zijn dat er niet en bovendien vist de PVV in dezelfde vijver.

Waarom zou Rutte maar beter kunnen vertrekken? Naar mijn idee vertoont hij geen tekenen van regeervermoeidheid. Hij kan nog best vier jaar mee. Hij heeft inmiddels zoveel regeerervaring, dat hij eventuele tegenstanders in zijn zak heeft. Dat is nu juist een reden, dat hij weg zou horen te gaan. In heel veel landen geldt er voor staatshoofden een beperkte zittingsduur. Gezien de beperkte macht van onze koning is Rutte qua macht best met een staatshoofd te vergelijken.

Voor mij is er een belangrijker reden. Bij de kwestie van het mogelijke opheffen van de Vennootschapsbelasting, helemaal op initiatie van Rutte, bleek, dat Rutte min of meer handelde in opdracht van het grote bedrijfsleven. Sindsdien zie ik in Rutte het knechtje van het internationale grootkapitaal. We zagen in de afgelopen jaren een voortdurende stijging van het BNP per hoofd van de bevolking. Toch merkte de gewone werknemer daarvan niets in zijn portemonnee. Geen wonder, want er werd veel geld besteed aan nieuwe infrastructuur en de winsten en daarmee de dividenden van de grote ondernemingen namen enorm toe. Helaas zijn veel van de aandeelhouders van in Nederland actieve multinationals buitenlanders. De winsten komen buiten Nederland terecht. Rutte is de man, die dat spelletje blijft faciliteren. Dat is voor mij de belangrijkste reden dat de VVD flink moet krimpen, want alhoewel veel VVD-stemmers best een goed inkomen hebben zijn er ook velen, met een winkel of onderhoudsbedrijf, die denken, dat ze als ondernemer op de VVD moeten stemmen. Ze denken, dat de andere regeringspartijen zorgen voor hoge belastingen en zien in de VVD hun beschermer. Intussen betalen de multinationals nauwelijks belasting. Dezelfde VVD heeft er immers voor gezorgd, dat er nog steeds mogelijkheden zijn om belastingen te ontwijken. Grijnzend vertellen ze elkaar, dat belasting betalen iets is voor de dommen. Te weinig mensen doorzien dit smerige spelletje. De Nederlandse kiezers zouden eens wat meer de dikke pillen van boeken hierover moeten bestuderen. Waarom kunnen in andere landen wel wat meer links gerichte regeringen aan de macht komen en blijft het in Nederland altijd maar weer een zogenaamde gematigd rechtse coalitie, die een regering vormt. Tijd om wakker te worden.

13e Jaargang, Nr. 650,