Vakbondsjubilarissen

EEN GOUDEN SPELD MET ROBIJN

Vijftig jaar geleden werd ik lid van een voorganger van de Algemene Onderwijsbond, de Rooms Katholieke Lerarenvereniging Sint Bonaventura. Die fuseerde samen met andere lerarenbonden tot het NGL, het Nederlands Genootschap van Leraren. Het NGL werd vervolgens onderdeel van de Algemene Onderwijsbond. Als ik in het Lager Onderwijs was blijven werken was ik bij de Onderwijsbond van het CNV gebleven. Zo kan ik zeggen, dat ik meer dan zestig jaar lid ben van een vakbond.

Als je 25 jaar lid bent van de AOb krijg je een zilveren speld. Die heb ik nooit gehad. Bij veertig jaar hoort een gouden speld en nu bij vijftig jaar de gouden speld met robijn. De speld heeft de vorm van het logo van de AOb, maar dan 8 mm in doorsnede en een robijntje van één millimeter. Best wel smaakvol. Maar wanneer draag je zo’n speld, vroegen we ons af.

Het was daar in Motel Breukelen heel gezellig. Eerst een massa zilveren spelden, wat minder gouden en toch nog vijf gouden spelden met robijn. Er was een nog kwieke man, die zestig jaar lid is en de gouden speld met briljantje kreeg. Mooi demografisch, die piramidevorm.

Iedereen mocht desgewenst iets zeggen. Er kwamen verhalen over de hulp van de bond bij allerlei kwesties, maar ook over het schamele loon in de begintijd. Mijn eerste maandsalaris was 195 gulden. Maar ja de gemeente Lobith was een derde klas gemeente en dat betaalde minder Ik begon net en diensttijd telde. Ik had nog geen Hoofdakte, want dan kreeg je ook weer meer. Ik heb wel vanaf het begin pensioen opgebouwd.

Zelf heb ik als echte aardrijkskundeleraar deze schoolmeesters bijeenkomst een puzzel voorgelegd. Welke lijn verbindt de plaatsen van mijn loopbaan? Arnhem, Spijk, Arnhem, Utrecht, Odijk? In koor riepen ze de Rijn en dat was wel goed, maar ik bedoelde de Limes, de grens van het Romeinse Rijk. Een paar jaar geleden kocht ik een boek over de Limes met gedetailleerde kaarten. Ik heb jarenlang in een bepaald lokaal les gegeven. Precies onder dat lokaal ligt de Limesweg.

Een van de gedecoreerden kwam met een sneer over de jongeren, die geen lid meer van een bond worden. Dat was een gouden voorzet voor bondsbestuurder Liesbeth Verheggen. Het bijzondere van de AOb is dat de bond een enorme groei doormaakt en dat die groei aan de onderkant plaats vindt. Jongeren worden massaal lid van de bond. Het totaal aantal lede nadert de negentigduizend. Zijn onze mensen slimmer? Snappen ze beter, dat wanneer je direct of indirect afhankelijk van een neoliberale overheid, dat het dan ontzettend noodzakelijk is om samen sterk te staan. Of is het zo, dat wanneer je in het onderwijs gaat werken en je slechter betaald wordt dan bij andere Hbo-opleidingen je kennelijk over een grote dosis solidariteit moet beschikken  Die solidariteit vormt dan ook de basis voor het lidmaatschap van een vakbond.

Jaargang 7, Nr. 345.

Leave a Reply