Het concept verkiezingsprogramma voor Europa

EEN BESCHOUWING

Er is een groots werk verricht. Het conceptprogramma voor de Europese verkiezingen is klaar In een zestal hoofdstukken worden zeer gedetailleerd de ideeën van GroenLinks over Europa geschetst. GroenLinks blijft op een koers gericht op meer eenheid en verbondenheid, want GroenLinks denkt, dat een echt verenigd Europa het best in staat is de problemen hier en elders in Europa op te lossen. Dat eist meer democratie en ook in dat opzicht staat het programma vol voorstellen. Ik kan mij uitstekend vinden in het programma, maar ik denk, dat de programmacommissie verbaasd zou zijn als er van mijn zijde geen kanttekeningen geplaatst zouden worden.

In hoofdstuk 1 over een sociaal Europa valt op, dat men een grotere invloed van Europa wil op de sociale politiek. Vroeger was dat uitgesloten, want ons sociaal stelsel werd door iedereen warm aangehangen. Als je in Nederland in nood kwam was er een compleet stelsel van sociale vangnetten. Nu daarvan veel is afgebroken en we bovendien veel invloeden krijgen vanuit de rest van Europa moet de EU ingrijpen. Poolse chauffeurs, die voor Nederlandse ondernemingen werken moeten hetzelfde verdienen als Nederlandse collega’s. In het tweede hoofdstuk ‘Meer democratie’ wil het programma vooral de macht van het Europees Parlement vergroten door het meer zeggenschap te geven over Europese wetten en het meer invloed te geven op belangrijke benoemingen. Zo wil men, dat de Europese partij met het hoogste aantal stemmen de voorzitter van de Europese Commissie levert, die tevens voorzitter wordt van de Europese Raad. Hoofdstuk 3 gaat over een groene industriepolitiek en in hoofdstuk 4 over landbouw en voedselveiligheid valt op, dat boer en consument samen optrekken. Dat grote bedrijven het grootste deel van de landbouwsubsidies opstrijken is GroenLinks een doorn in het oog. Hoofdstuk 5 wil Europa een belangrijker rol geven in het verdedigen van de mensenrechten en in het laatste hoofdstuk gaat het over Europa als wereldspeler en daarbij vooral de rol van Europa bij conflicten, bij de ontwikkelingssamenwerking en bij de wereldhandel.

Af en toe is het programma behoorlijk radicaal. We vinden dat zelf heel gewoon. Soms merk ik, dat mensen schrikken als je zegt, dat je lid van GroenLinks bent. Oef, een enge man! Een mooi voorbeeld is het voorstel, dat in bedrijven de topman of topvrouw maximaal tien keer zoveel mag verdienen als de laagst betaalde medewerker. Stel, dat de laatste € 2000,- per maand of € 25.000,– per jaar verdient, dan zou de top € 250.000,– mogen verdienen. Dat is een aardig salaris en boven de Balkenendenorm, maar de echte top verdient tien tot dertig keer zoveel, afgezien van de bonussen. Hoe realistisch is dan zo’n voorstel?

Nog zo’n voorbeeld. Men wil, dat voor vlees het hoge Btw-tarief gaat gelden. In veel gezinnen is vlees nu al zo duur, dat het maar een enkele keer of bijna nooit op tafel komt. Zo wordt vlees eten het voorrecht van de rijken en werkt vlees eten status verhogend. Ik vind dit het verkeerde middel voor een goed doel. De nieuwe Vincent kan straks een moderne versie van ‘De aardappeleters’ schilderen.

Het programma koerst af op een nieuw verdrag. Maar wil dan vervolgens daarover een referendum. Jaren geleden moest ik mijn toen radicale ideeën verdedigen tegenover een groep deskundigen. Men zag, dat Europa zich stapsgewijs steeds verder ontwikkelde en dat de burgers daarin niet of nauwelijks een rol speelden. Maar de rapportcijfers voor Europa waren bij peilingen steeds goed en dus ging men verder. Ik legde uit, dat bij elke innovatie de ontwikkeling uitgaat van een selecte groep en dat de groep, die de verandering als eerste aanvaardt – de early adapters –  ook altijd klein is. Geleidelijk accepteren steeds meer mensen de innovatie. Dat leert de innovatie-diffusie-theorie. Maar dan moet er wel een referendum komen, was de reactie. Sindsdien zien we het referendum in elk programma terug. Toen kwam het referendum over het nieuwe verdrag. Het complete verdrag werd aan een referendum onderworpen. Ik heb van dat verdrag alleen de hoofdstukken over de structuur en over de grondrechten bestudeerd. Ik denk, dat maximaal 0,1‰ (1 op de tienduizend) in staat is zo’n verdrag te doorgronden. Een referendum over een compleet verdrag is waanzin en wordt een even grote mislukking als jaren terug. Maar in zo’n verdrag worden een aantal cruciale keuzes gemaakt. Zulke kernpunten zou je elk afzonderlijk aan een referendum kunnen onderwerpen.

De invloed van werkgroepen binnen GroenLinks is duidelijk te zien. Zo’n werkgroep is meestal ook een belangengroep. Het is goed als je je belangen in je eigen omgeving en in je eigen land verdedigt. Binnen Europa verschillen de opvattingen over ethische kwesties aanzienlijk. Dat is lastig als je met jouw wijze van denken in een ander Eu-land vestigt, waar men nog niet zo ver is of helemaal niet zo ver wil komen. Die verschillen zie je vaak nog sterker tussen Nederland en een Derde Wereldland. Waar we ontzettend voor op moeten passen is, dat we niet als moderne missionarissen onze opvattingen elders willen opdringen. Laat het aan de mensen zelf over en heb wat geduld en respect.

Een probleem is, dat zo’n programma voortdurend door de actualiteit wordt ingehaald. Dat zie je bij Turkije en Syrië. Maar één ding is verheugend. Trouw heeft Bas Eickhout opnieuw op de vijfde plaats gezet van de Top-honderd van Milieuspecialisten 2013. Bas, proficiat.

Jaargang 5, Nr.287.

Leave a Reply