Archive for oktober, 2018

De discussie over zomer- en wintertijd

donderdag, oktober 11th, 2018

TERUG NAAR DE AMSTERDAMTIJD?

Tot de Tweede Wereldoorlog kenden we in Nederland een eigen klokkentijd, de Amsterdamtijd. In Nederland was het 20 minuten later dan in Groot-Brittannië met de GMT. De Greenwich Mean Time of de West Europese Tijd. Met de Duitse bezetting kregen we de Midden Europese Tijd. Die hebben we sindsdien gehouden. Het is nu de wintertijd. In de zomer hebben we als zomertijd de Oost Europese Tijd.

Hoe werkt het met al die tijdzones? De aarde draait in 24 uur één keer om zijn as. In 24 uur draait de aarde 360o, dus in één uur 360o : 24 = 15o. Bij de indeling in tijdzones gaan we uit van de 0o – meridiaan, die over de sterrenwacht van het Londense stadsdeel Greenwich loopt. Als daar de zon gemiddeld in het Zuiden staat is het 12.00 uur GMT. De West Europese Tijdzone ligt tussen 7½oO.L. en 7½o WL, Nederland ligt dus eigenlijk in de West Europese Tijdzone. Als de zon op 15o OL in het Zuiden staat is het in de Midden Europese Tijdzone 12.00 uur. Greenwich moet dan nog 15o draaien voordat daar de zon in het Zuiden staat. Daar is het dus pas 11.00 uur GMT.

Hoe laat staat bij ons op 5o OL de zon in het Zuiden? We hebben in de zomer de Oost Europese Tijd. Daar is het 12.00 uur op de klok als de zon op 30o OL in het Zuiden staat. Dat is dus 25o verschil of 25 x 4 minuten= 100 minuten= 1 uur + 40 minuten tijdsverschil. Pas om 13.40 uur staat bij ons de zon gemiddeld in het Zuiden. Het midden van de dag is flink verschoven, maar ook de zonsopgang is later. Het wordt later licht en het blijft ’s avonds langer licht. De zon gaat in de zomertijd later onder. We hoeven niet zo vroeg de lampen aan te steken en we zouden op die manier elektriciteit besparen. De dagen duren in de winter veel korter. Het zou ‘s morgens veel langer donker blijven als we nog steeds de zomertijd zouden hebben. In mijn beroep zou ik de eerste twee lesuren grotendeels bij een donkere buitenwereld moeten geven. Lijkt me niet leuk. Kinderen moeten in het donker naar school en dat lijkt me niet erg veilig.

In Duitsland en de andere Midden-Europese EU-lidstaten is het eerder licht dan bij ons. Die vinden het niet erg het hele jaar door de Oost Europese Tijd (OET) te hanteren. In de West-Europese EU-lidstaten, België, Frankrijk, Spanje blijft het in de ochtend nog langer donker bij de OET en zelfs bij de MET. Als we van de tijdwisseling af willen, dan moeten we maar het hele jaar de Midden Europese Tijd hanteren in de gehele EU. Ruwweg ligt de EU tussen 9o WL bij Portugal (met GMT) en 30o OL bij Finland en Roemenië. De EU strekt zich uit over drie tijdzones en de Midden Europese Tijd zit daarbij in het midden. Nu hebben Portugal, Ierland en het Verenigd Koninkrijk West Europese Tijd en Finland, Estland, Letland, Litouwen, Roemenië, Bulgarije, Griekenland en Cyprus Oost-Europese Tijd. Ik hoor nooit, dat het problemen oplevert. Op reis moet je je horloge steeds een uur verzetten. In het handelsverkeer gaat het allemaal uitstekend. Vervoerders en handelsfirma’s weten ervan en houden er rekening mee. Maar als Duitsland een andere tijd zou gaan hanteren, zou dat toch wel lastig zijn.

Jaargang 11, Nr. 534.

 

Problemen in het onderwijs en de zorg en bij de politie

zaterdag, oktober 6th, 2018

DE DEMOGRAFISHE FACTORT

Te lage beloning en te hoge werkdruk zijn de klachten in het onderwijs, de zorg en bij de politie. De afgelopen jaren hoorden we regelmatig over leerkrachten, die geen baan konden vinden en bezuinigingen bij de politie en in de zorg. Mensen werden ontslagen en de bonden stonden zwak bij hun salariseisen. Dat had natuurlijk invloed op de belangstelling om in het onderwijs en de zorg en bij de politie te gaan werken. Heel kortzichtig van de politiek, want je kon weten, dat na een aantal jaren veel ouderen zouden vertrekken en er tekorten zouden ontstaan. Wel de tekorten zijn er nu. De werkdruk neemt toe; nog extra door de vele vaak overbodige administratie. Zelfsturende teams vormen een deel van de oplossing. De personeelstekorten zijn structureel. Bij een te laag aanbod horen hogere prijzen. Aanzienlijke salarisverhogingen zijn nodig, want anders gaat niemand meer in deze sectoren werken. Je kunt de hoge huren niet betalen. Ook al wil je in de Randstad werken, wonen kun je er niet. Sociale huurwoningen zijn er veel te weinig en vaak worden ze ook nog verkocht. Bouwen voor de sociale sector is te duur voor te veel woningbouwcorporaties en te rechtse gemeentebesturen geven er al jaren veel te weinig prioriteit aan. Tsja, wie zijn billen verbrandt, moet op de blaren zitten.

In alle discussies over dit thema wordt één factor vaak over het hoofd gezien. De generatie, die tussen 1946 en 1952 geboren is, is nu met pensioen. In 1946 werden twee keer zo veel kinderen geboren als in de jaren ervoor, en ook daarna bleef het geboortecijfer nog lang erg hoog. We hebben al veel ouderen, maar de komende jaren neemt het percentage alleen maar toe. We zien een sterke vergrijzing en dus een toenemende vraag naar zorg. Tussen 1970 – en 1975 trad een scherpe daling van de geboortecijfers op. Daarna bleef het geboortecijfer laag met maar kleine schommelingen. Daardoor trad na enkele jaren een scherpe daling op van het aantal leerlingen. Scholen gingen dicht en vooral jonge leerkrachten werden ontslagen volgens het principe “Last in, first out”. Wie het laatst is benoemd wordt het eerst ontslagen. Straks gaan veel ouderen met pensioen en zijn er helemaal te weinig jonge plaatsvervangers. Zulke effecten zien je ook in de zorg en bij de politie. Soms ben ik bang, dat de toenemende hang naar eigenbelang de belangstelling voor deze sectoren geen goed doet. Je gaat er niet werken om rijk te worden. Je werkt er uit een zeker idealisme. Bovendien is de sociale status van onderwijsgevende flink gedaald. Wil men de tekorten echt opheffen, dan moet er flink geboden worden. Daarbij komt, dat de huidige generaties van autochtone Nederlanders nogal klein zijn. Weinig aanbod en hoge vraag betekent hoge prijzen.

Ik vrees, dat het erg moeilijk gaat worden om voldoende mensen te vinden. Ik zie ziekenhuizen vrij vaak van binnen en het valt me op, dat er in toenemende mate allochtoon personeel werkt. Ze werken vooral in gespecialiseerde functies, bijvoorbeeld mensen, die oogmetingen doen of een echo van je hart maken. Van het werven van Filipijnse verpleegkundigen hoor je de laatste tijd niet meer zo veel.

De politie wil meer allochtonen werven. Als de politie de werkdruk omlaag wil hebben, zal oom agent zijn allochtone collega toch beter moeten accepteren. Forse salarisverhogingen zijn zeker nodig. Het is gewoon de wet van vraag en aanbod. Er is nu al een sterfteoverschot onder de autochtone bevolking. Het sterftecijfer gaat de komende jaren flink stijgen door de vergrijzing. De jonge papa’s en mama’s zullen goed hun best moeten gaan doen. Het duurt dan weer minimaal twintig jaar voordat er voldoende mensen zijn voor de hier behandelde sectoren. Mijn ideaal is een stabiele bevolking. Dat vergt een vruchtbaarheidscijfer van 2,1. Per vrouw zouden gemiddeld 2,1 kinderen geboren moeten worden. Dat halen we nu niet.

Te veel beleidsfunctionarissen missen in eerste aanleg voldoende demografisch inzicht. Zo wreekt zich de jarenlange achterstelling van het vak aardrijkskunde, dat traditioneel als enige systematisch aandacht aan demografie besteedt.

Jaargang 11, Nr. 533.